Verordening behandeling van bezwaren 2020

De Algemene Vergadering van het Waterschap Zuiderzeeland;

gelezen het voorstel van het college van Dijkgraaf en Heemraden;

B E S L U I T :

Vast te stellen de volgende verordening Verordening behandeling van bezwaren 2020.

Algemene bepalingen Begripsomschrijvingen

Artikel 1  

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • 1.

    Een bestuursorgaan: de Algemene Vergadering, het college van Dijkgraaf en Heemraden, de Dijkgraaf of een andere persoon of een ander college met enig openbaar gezag bekleed, ieder voor zover het hun bevoegdheid betreft.

  • 2.

    De wet: de Algemene wet bestuursrecht.

  • 3.

    De commissie: een commissie als bedoeld in artikel 7:13 Algemene wet bestuursrecht.

Behandeling van bezwarencommissies

Artikel 2  

  • 1.

    Er is een commissie voor de voorbereiding van de beslissing op bezwaren, als bedoeld in artikel 1:5 van de wet, met uitzondering van bezwaren, bedoeld in artikel 23, eerste lid van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

    a De commissie is belast met de voorbereiding van beslissingen op bezwaren met betrekking tot overige aangelegenheden.

  • 2.

    Wanneer een bezwaarschrift vergezeld gaat van een verzoek om vergoeding van kosten als bedoeld in artikel 7:15, tweede lid, van de wet, adviseert de commissie ook over het al dan niet toekennen alsmede over de hoogte van die vergoeding.

Beslissing op bezwaren

Artikel 3  

  • 1.

    Het bestuursorgaan beslist op de bij hem ingediende bezwaren na advies van de commissie.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid kan het bestuursorgaan inschakeling van de commissie achterwege laten indien het bezwaar kennelijk niet ontvankelijk of kennelijk ongegrond is.

Samenstelling commissie

Artikel 4  

  • 1.

    de commissie bestaat uit een voorzitter en vier leden, die worden benoemd, geschorst en ontslagen door de Algemene Vergadering op voorstel van het college van Dijkgraaf en Heemraden.

  • 2.

    Leden van de Algemene Vergadering en personen die deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan kunnen niet worden benoemd als voorzitter of lid van de commissie.

  • 3.

    De voorzitter en de leden van de commissie, bedoeld onder artikel 2, treden op als elkaars vervanger.

Zittingsduur

Artikel 5  

  • 1.

    De voorzitter en de leden van de commissie treden worden benoemd voor de duur van vier jaar.

  • 2.

    De voorzitter en de leden van de commissie kunnen te allen tijde ontslag nemen.

  • 3.

    De aftredende voorzitter en leden van de commissie blijven hun functie waarnemen tot in hun opvolging is voorzien.

  • 4.

    De voorzitter en de leden van de commissie kunnen worden herbenoemd, met dien verstande dat hun totale zittingsduur maximaal acht aaneengesloten jaren bedraagt.

Secretariaat

Artikel 6  

Het secretariaat van de commissie wordt gevoerd door een door het college van Dijkgraaf en Heemraden aangewezen ambtenaar. Het college van Dijkgraaf en Heemraden wijst tevens een of meer plaatsvervangers aan.

Ontvangst bezwaarschrift

Artikel 7  

  • 1.

    Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst aangetekend.

  • 2.

    Het bestuursorgaan stelt het bezwaarschrift zo spoedig mogelijk in handen van de voor behandeling van het bezwaarschrift in aanmerking komende commissie.

Inlichtingen en advies

Artikel 8  

  • 1.

    De voorzitter van de commissie kan ten behoeve van de voorbereiding van het advies rechtstreeks alle inlichtingen inwinnen of doen inwinnen.

  • 2.

    De voorzitter kan uit eigen beweging of op verzoek van de commissie bij deskundigen advies inwinnen en dezen zo nodig uitnodigen daartoe in de zitting te verschijnen. Indien aan het inwinnen van advies kosten zijn verbonden, is daarvoor vooraf machtiging van het college van Dijkgraaf en Heemraden vereist.

Plaats en tijdstip zitting

Artikel 9  

De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting, waarin de belanghebbenden en het bestuursorgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te doen horen.

Uitnodiging zitting

Artikel 10  

  • 1.

    De voorzitter van de commissie deelt de belanghebbenden en het bestuursorgaan ten minste twee weken voor de zitting schriftelijk mede, dat zij in de gelegenheid worden gesteld zich te doen horen tijdens de zitting.

  • 2.

    Indien een belanghebbende of het bestuursorgaan wijziging wenst van het tijdstip van de zitting, dient zulks binnen drie dagen na ontvangst van de in het eerste lid bedoelde mededeling, onder opgaaf van redenen te worden verzocht aan de voorzitter van de commissie.

  • 3.

    De beslissing van een voorzitter, op een verzoek als bedoeld in het tweede lid, wordt zo spoedig mogelijk, doch ten minste een weekvoor de zitting, schriftelijk aan de belanghebbenden en het bestuursorgaan medegedeeld.

Overdracht bevoegdheden

Artikel 11  

De bevoegdheden ingevolge artikel 2:1, tweede lid, 6:6 en 7:6, vierde lid, van de wet worden voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de voorzitter van de commissie.

Quorum

Artikel 12  

Voor het houden van een zitting is in ieder geval vereist drie leden, onder wie in elk geval de voorzitter of diens plaatsvervanger, aanwezig is.

Onpartijdigheid voorzitter en leden commissie

Artikel 13  

De voorzitter en de leden van de commissie nemen niet deel aan de voorbereiding van, en beraadslaging over het advies inzake de beslissing op het bezwaar, indien bij hen sprake is van vooringenomenheid of persoonlijk belang bij de beslissing.

Openbaarheid zitting

Artikel 14  

  • 1.

    De zitting van de bezwarencommissie is openbaar

  • 2.

    De deuren worden gesloten, indien de voorzitter of een van de aanwezige leden van de commissie dat nodig oordeelt of indien een belanghebbende daartoe verzoekt.

  • 3.

    Indien de commissie vervolgens beslist dat gewichtige redenen zich tegen openbaarheid van de zitting verzetten, vindt de zitting plaats met gesloten deuren.

  • 4.

    De zitting van de bezwarencommissie voor personele aangelegenheden is niet openbaar, tenzij de voorzitter in bijzondere gevallen anders besluit.

Verslaglegging zitting

Artikel 15  

  • 1.

    Het verslag van de zitting, als bedoeld in artikel 7:7 van de wet, vermeldt de namen van de aanwezige belanghebbenden en de namen van de vertegenwoordigers van het bestuursorgaan, alsmede hun hoedanigheid. Het vermeldt voorts kort hetgeen tijdens de zitting is gezegd en voorgevallen.

  • 2.

    Indien de zitting geheel of gedeeltelijk niet openbaar was, of indien belanghebbenden respectievelijk hun gemachtigden niet in elkaars aanwezigheid zijn gehoord, wordt dit in het verslag vermeld.

  • 3.

    Het verslag verwijst naar de tijdens de zitting overlegde bescheiden, die aan het verslag worden gehecht.

  • 4.

    Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris van de commissie.

Nader onderzoek

Artikel 16  

  • 1.

    Indien na afloop van de zitting, doch voor het uitbrengen van advies, nader onderzoek wenselijk is, kan de voorzitter van de commissie uit eigen beweging of op verzoek van de commissie dit onderzoek houden. Verkregen informatie of adviezen worden in afschrift aan de leden van de commissie, het bestuursorgaan en belanghebbenden toegezonden.

  • 2.

    De leden van een commissie, het bestuursorgaan en de belanghebbenden kunnen binnen een week na verzending van de in het eerste lid bedoelde nadere informatie of adviezen, aan de voorzitter van de commissie een verzoek richten tot het houden van een nieuwe zitting. De commissie beslist op een dergelijk verzoek.

  • 3.

    Op een zitting als bedoeld in het voorgaande lid, zijn de bepalingen van deze verordening over de zitting zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.

Advies

Artikel 17  

  • 1.

    De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het door haar aan het bestuursorgaan uit te brengen advies.

  • 2.

    De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen advies. Van minderheidsstandpunten wordt bij het advies melding gemaakt, indien die minderheid dat verlangt.

  • 3.

    Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel aan het bestuursorgaan voor de te nemen beslissing op het bezwaar.

  • 4.

    Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de commissie ondertekend.

  • 5.

    Het advies wordt gelijktijdig met het verslag aan het bestuursorgaan en bezwaarde toegezonden.

Verdaging beslissing

Artikel 18  

  • 1.

    Indien naar het oordeel van de voorzitter van de commissie de termijn, als bedoeld in artikel 7:10 van de wet, ontoereikend is voor achtereenvolgens het uitbrengen van advies door de commissie en het nemen van een beslissing op het bezwaar door het bestuursorgaan, verzoekt hij het bestuursorgaan tijdig de beslissing op het bezwaar te verdagen.

  • 2.

    Van de beslissing tot verdagen ontvangt de commissie een afschrift.

Overgangsbepaling

 

Op 1 januari 2020 is de WNRA (wet normalisering rechtspositie ambtenaren) in werking getreden. Hiermee is de arbeidsverhouding van medewerkers van het waterschap van rechtswege omgezet in een arbeidsverhouding naar burgerlijk recht. Om die reden is er per 1 januari 2020 nog maar een bezwarencommissie. De commissie voor personele bezwaren vervalt dan. Mogelijke bezwaren op personele besluiten voor in werking treden van de WNRA zullen worden behandeld door de commissie.

II In te trekken de Verordening behandeling van bezwaren vastgesteld in de vergadering van de Algemene Vergadering van 28 mei 2009.

III Te bepalen, dat de Verordening behandeling van bezwaren in werking treedt met terugwerkende kracht op 1 januari 2020.

Algemeen De AWB

 

De Algemene wet bestuursrecht (AWB) geeft bepalingen over een uniform bestuursprocesrecht. Deze wet regelt in hoofdstuk 8: "Beroep bij de rechtbank". Ingevolge deze wet staat beroep open bij de rechtbanken tegen besluiten van overheidsorganen, met uitzondering van een aantal in de wet nader genoemde besluiten.

Verplicht bezwaar

 

Indien tegen een besluit beroep op de administratieve rechter openstaat dient ingevolge artikel 7:1 AWB, alvorens tegen dat besluit beroep in te stellen, eerst bezwaar te worden gemaakt bij het orgaan dat het besluit heeft genomen, tenzij het besluit:

  • op bezwaar of in administratief beroep is genomen;

  • aan goedkeuring is onderworpen;

Behandeling van bezwaren/hoorplicht

 

Bij de behandeling van bezwaren is het bestuursorgaan verplicht belanghebbenden in de gelegenheid te stellen te worden gehoord (artikel 7:2 Awb).

De wijze waarop wordt gehoord kan door het bestuursorgaan zelf worden bepaald. Het horen kan gebeuren door het bestuursorgaan (de voorzitter of een lid daarvan) zelf, door een ambtelijke commissie bestaande uit één of meer personen die niet (in meerderheid) bij de voorbereiding van de beschikking is (zijn) betrokken, dan wel door een adviescommissie voor de behandeling van bezwaarschriften als bedoeld in artikel 7:13 Awb. (De voorzitter en de leden van zo=n adviescommissie maken geen deel uit of zijn niet werkzaam voor het bestuursorgaan [zie artikel 4, tweede lid van de verordening]. Voor leden van het waterschapsbestuur geldt een zelfde uitsluiting). Deze van wijze van horen biedt de beste waarborg voor een onafhankelijke behandeling van bezwaarschriften en blijkt in de praktijk een aanzienlijke zeeffunctie te vervullen op het instellen van beroep bij de administratieve rechter. De verordening geeft dan ook bepalingen voor het horen door een volledig onafhankelijke adviescommissie ter voorbereiding van de beslissing op bezwaren.

Regeling in de verordening

 

De verordening regelt het horen niet uitputtend omdat de Awb zelf reeds een aantal bepalingen voor het horen geeft (artikel 7:2, 7:9 en 7:13).

Die bepalingen zijn deels dwingende bepalingen, waarvan, anders dan bij wet in formele zin, niet kan worden afgeweken. Deels ook betreft het regelende bepalingen – die als hoofdregel gelden, maar waarvan in bijzondere gevallen ook door lagere regelgevers kan worden afgeweken – en facultatieve bepalingen. Voorts dient rekening te worden gehouden met de gelaagde structuur van de AWB, in die zin dat regeling van algemeen naar bijzonder plaatsheeft.

Zo zijn, voor zover uit de wet niet anders voortvloeit (zie artikel 7:14), op de behandeling van bezwaren van toepassing, naast de algemene en bijzondere bepalingen over bezwaar en beroep (hoofdstukken 6 en 7), de definitiebepalingen (hoofdstuk 1), de bepalingen over het verkeer tussen burgers en bestuursorganen (hoofdstuk 2), de algemene bepalingen over besluiten (hoofdstuk 3), alsmede de bijzondere bepalingen over bepaalde besluiten, met name beschikkingen (hoofdstuk 4).

Aldus vastgesteld in de Algemene Vergadering van Waterschap Zuiderzeeland d.d.

de secretaris-directeur, de dijkgraaf,

Toelichting

bij de Verordening behandeling van bezwaren

Naar boven