Waterschapsblad van Waterschap Limburg

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Waterschap LimburgWaterschapsblad 2019, 3495Beleidsregels



Beleidsregel van het dagelijks bestuur van Waterschap Limburg houdende regels omtrent de beleidsregels van de keur Beleidsregels Keur Waterschap Limburg 2019 deel 2

Het dagelijks bestuur van Waterschap Limburg maakt bekend dat met ingang van 1 april 2019 in werking treedt:

 

  • 1.

    het besluit van het algemeen bestuur van 13 maart 2019, inhoudende:

    • het vaststellen van:

      • de Keur Waterschap Limburg 2019 (inclusief toelichting);

      • de legger Waterschap Limburg 2019;

      • de beleidsregel legger Waterschap Limburg 2019;

    • het intrekken van:

      • de Keur Waterschap Peel en Maasvallei 2013 en de Keur Waterschap Roer en Overmaas 2014;

      • de legger Waterschap Peel en Maasvallei en de legger Waterschap Roer en Overmaas;

      • de beleidsregels van Waterschap Peel en Maasvallei genaamd “Algemene toetsingscriteria waterstaatswerken en grondwater” en “Uitgangspunten nieuwe legger 2005”;

      • de beleidsregel van Waterschap Roer en Overmaas genaamd “Notitie taakopvatting watersysteembeheer Waterschap Roer en Overmaas”; “Beleidsregels leggerplicht” en “Beleidsnota lozen van afgekoppeld regenwater op oppervlaktewater”.

  • 2.

    het besluit van het dagelijks bestuur van 12 maart 2019, inhoudende :

    • het vaststellen van de Uitvoeringsregels Keur Waterschap Limburg 2019 en de bijhorende beleidsregels Keur Waterschap Limburg 2019;

    • het intrekken van diverse algemene regels en beleidsregels van Waterschap Peel en Maasvallei en Waterschap Roer en Overmaas (zie bijlage vaststellingsbesluit DB).

Met de vaststelling en inwerkingtreding van deze nieuwe regelgeving en legger komt een einde aan de situatie waarin de regelgeving van de twee voormalige waterschappen Peel en Maasvallei en Roer en Overmaas nog van kracht was. De nieuw vastgestelde legger zal de legger van de voormalige waterschappen Peel en Maasvallei en Roer en Overmaas vervangen.

 

In deze bekendmaking is de tekst van een gedeelte (deel 2) van de beleidsregels Keur Waterschap Limburg 2019 opgenomen. Het overige gedeelte (deel 1) van de beleidsregels Keur Waterschap Limburg 2019 en de teksten van de Keur Waterschap Limburg 2019, de Uitvoeringsregels Keur Waterschap Limburg 2019, de beleidsregel legger Waterschap Limburg 2019 en de verwijzing naar de legger Waterschap Limburg 2019 worden vanwege de omvang apart bekendgemaakt.

 

U kunt de stukken ook inzien in de linkerkolom bij deze bekendmaking

 

 

Rechtsbescherming

Het is niet mogelijk beroep in te stellen tegen de vaststelling van de keur, uitvoeringsregels en de beleidsregels. Tegen de onderhavige vaststelling van de Legger Waterschap Limburg 2019 op grond van de Waterwet kunnen belanghebbenden binnen zes weken vanaf de dag na bekendmaking beroep instellen bij de rechtbank Limburg, locatie Roermond, Sector Bestuursrecht, Postbus 950, 6040 AZ te Roermond. Dit geldt alleen voor belanghebbenden die bij de voorbereiding van deze legger tijdig hun zienswijzen naar voren hebben gebracht en voor belanghebbenden die kunnen aantonen dat zij tijdens de termijn dat de legger ter inzage heeft gelegen redelijkerwijs niet in staat waren een zienswijze in te dienen. U kunt ook digitaal beroep instellen bij genoemde rechtbank via https://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de genoemde site voor de precieze voorwaarden. Het besluit treedt in werking na de bekendmaking. Op grond van artikel 6:16 van de Algemene wet bestuursrecht schorst het beroep de werking van dit besluit niet. Gelet hierop kan, indien tegen dit besluit beroep wordt ingesteld en onverwijlde spoed gelet op de betrokken belangen dit vereist, gedurende de beroepstermijn tevens een verzoek om een voorlopige voorziening worden ingediend bij de voorzieningenrechter van de Sector bestuursrecht van de rechtbank Limburg te Roermond. U kunt ook digitaal een voorlopige voorziening aanvragen bij genoemde rechtbank via https://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de genoemde site voor de precieze voorwaarden. Voor het instellen van beroep en het vragen van een voorlopige voorziening is griffierecht verschuldigd. Wilt u nadere informatie over het instellen van beroep, het vragen van een voorlopige voorziening of het verschuldigde griffierecht dan verwijzen wij u naar voornoemde site.

 

Informatie

Voor meer informatie kunt u bellen met het waterschap 088 – 88 90 100 of uw vragen mailen naar keur@waterschaplimburg.nl.

 

Tekst regeling

 

13. Aanleggen van een hogedrukleiding bij een waterkering

13.1 Inleiding

Het aanleggen van een hogedrukleiding als bedoeld in de uitvoeringsregel hogedrukleiding binnen de zones behorende bij een waterkering kan negatieve gevolgen hebben voor de stabiliteit van de waterkering en daarmee op het functioneren daarvan. Het aanleggen van een hogedrukleiding binnen deze zones is zonder voorafgaande vergunning verboden. In deze paragraaf leest u wat ons beleid is waaraan wij een vergunningaanvraag toetsen.

 

De mogelijkheid bestaat om vooroverleg aan te vragen zodat u samen met het waterschap tot een goede aanvraag komt. Geadviseerd wordt hiervan gebruik te maken. U kunt hiervoor contact opnemen met het cluster Vergunningen, Toezicht en Handhaving van het waterschap (vergunningen@waterschaplimburg.nl of telefonisch via 088 – 88 90 100).

Na afweging van alle relevante belangen kan al dan niet een vergunning worden verleend.

 

Hoe u een vergunning bij het waterschap aanvraagt, kunt u vinden op de site van het waterschap, www.waterschaplimburg.nl.

13.2 Afwegingskader

Van geval tot geval moet worden bekeken of de beoogde hogedrukleiding kan worden toegestaan door voorschriften aan de vergunning te verbinden waarmee nadelige effecten van de aanleg en aanwezigheid van de hogedrukleiding op het functioneren van de waterkering voldoende kunnen worden beperkt. Daarnaast moet ook altijd aan de zorgplicht worden voldaan als bepaald in artikel 3.1 van de Keur.

 

  • a)

    Bij de beoordeling van een aanvraag voor een ontgronding binnen de zones behorende bij een waterkering houden wij rekening met de volgende aspecten:

De hogedrukleiding tast gedurende zijn gehele levensduur (tijdens de aanleg en na oplevering) de veiligheid van de waterkering niet aan en veroorzaakt geen toename van de ontwerpopgave voor verbetering van de waterkering in de toekomst.

Beheerplan waterkeringen 2017-2022.NEN 3650 en 3651.

 

Dit afwegingskader is uitgewerkt in deze beleidsregel.

 

 

Ad a:

De eisen waaraan de hogedrukleiding dient te voldoen is sterk afhankelijk van de lokale situatie. Daarnaast speelt de voorgenomen ligging van de hogedrukleiding ten opzichte van de waterkering een belangrijke rol. Ook de actuele sterkte van de waterkering is van belang. Is de kering al ontworpen op de vigerende wettelijke normen of niet. Een en ander betekent dat er maatwerk geleverd moet worden bij de beoordeling. Uitgangspunt hierbij is dat gedurende de levensduur van de hogedrukleiding de veiligheid van de waterkering niet aangetast wordt en onze ontwerpopgave in de toekomst niet toeneemt.

 

Kaders en richtlijnen die hierbij gebruikt worden zijn:

  • -

    het vigerend OI Instrumentarium

  • -

    het vigerende wettelijk beoordelingsinstrumentarium

Uitgangspunt is dat door de hogedrukleiding de faalkans van de hogedrukleiding ten opzichte van de faalkans van de waterkering verwaarloosbaar klein is. Bij de beoordeling van de vergunningaanvraag wordt ook een eventuele toekomstige dijkverzwaring betrokken.

 

Ad b: Beheerplan waterkeringen 2017-2022

Als toetsingskader hanteren wij voorts het Beheerplan waterkeringen 2017-2022 van het waterschap. Zo geeft dit plan onder meer aan dat bij het beoordelen van initiatieven van derden op en rond de waterkeringen wij een afweging maken die gebaseerd is op de mogelijke risico’s en het bijbehorende handelingsperspectief.

 

Ad c: NEN 3650 en 3651

Deze normen bevatten voorschriften die in acht moeten worden genomen bij het ontwerp, de aanleg en het beheer van leidingen in en nabij waterkeringen. Bij beoordeling van de vergunningaanvraag worden deze normen door het waterschap gehanteerd.

 

Voorschriften

Aan de vergunning worden in elk geval zodanige voorschriften verbonden dat nadelige effecten van de aanleg en aanwezigheid van de hogedrukleiding op het functioneren van de waterkering en op het kunnen blijven voldoen aan het OI-instrumentarium en aan het WBI2017 worden voorkomen.

Een hogedrukleiding zal moeten worden aangelegd buiten het profiel van vrije ruimte behorende bij een waterkering.

 

In aanvulling op deze beleidsregel, is mogelijk ook de beleidsregel werken aan de waterkering (nummer 29) van toepassing.

14. Aanleggen van kleine bouwwerken binnen de kernzone van de waterkering

14.1 Inleiding

Het aanleggen van kleine bouwwerken als bedoeld in de uitvoeringsregel kleine bouwwerken binnen de kernzone van een waterkering kan negatieve gevolgen hebben voor de stabiliteit van de waterkering en daarmee op het functioneren daarvan. Daarnaast kan de aanwezigheid van kleine bouwwerken de bereikbaarheid en inspecteerbaarheid van de waterkering belemmeren en kunnen belemmeringen ontstaan indien maatregelen en of voorzieningen moeten worden getroffen in het geval van (dreigende) calamiteiten. Het aanleggen van kleine bouwwerken binnen deze zone is zonder voorafgaande vergunning verboden. In deze paragraaf leest u wat ons beleid is waaraan wij een vergunningaanvraag toetsen.

 

De mogelijkheid bestaat om vooroverleg aan te vragen zodat u samen met het waterschap tot een goede aanvraag komt. Geadviseerd wordt hiervan gebruik te maken. U kunt hiervoor contact opnemen met het cluster Vergunningen, Toezicht en Handhaving van het waterschap (vergunningen@waterschaplimburg.nl of telefonisch via 088 – 88 90 100).

Na afweging van alle relevante belangen kan al dan niet een vergunning worden verleend.

 

Hoe u een vergunning bij het waterschap aanvraagt, kunt u vinden op de site van het waterschap, www.waterschaplimburg.nl.

14.2 Afwegingskader

Van geval tot geval moet worden bekeken of de beoogde kleine bouwwerken kunnen worden toegestaan door voorschriften aan de vergunning te verbinden waarmee nadelige effecten van de aanleg en aanwezigheid daarvan voldoende kunnen worden beperkt. Daarnaast moet ook altijd aan de zorgplicht worden voldaan als bepaald in artikel 3.1 van de Keur.

 

Bij de beoordeling van een aanvraag voor kleine bouwwerken binnen de kernzone van een waterkering houden wij rekening met de volgende aspecten:

  • a)

    Het kleine bouwwerk tast gedurende zijn gehele levensduur (tijdens de aanleg en na de oplevering) de veiligheid van de waterkering niet aan en veroorzaakt geen toename van de ontwerpopgave voor verbetering van de waterkering in de toekomst.

  • b)

    Beheerplan waterkeringen 2017-2022.

  • c)

    Bereikbaarheid en inspecteerbaarheid van de waterkering

  • d)

    Treffen van maatregelen en of voorzieningen in geval van een (dreigende) calamiteit.

  • e)

    Actieve risicoaanvaarding

Dit afwegingskader is uitgewerkt in deze beleidsregel.

 

Ad a:

De eisen waaraan het bouwwerk dient te voldoen zijn sterk afhankelijk van de lokale situatie en van de locatie van het aan te leggen bouwwerk. Ook de actuele sterkte van de waterkering is van belang. Is de kering al ontworpen op de vigerende wettelijke normen of niet. Een en ander betekent dat er maatwerk geleverd moet worden bij de beoordeling. Uitgangspunt hierbij is dat gedurende de levensduur van het bouwwerk de veiligheid van de waterkering niet aangetast wordt en onze ontwerpopgave in de toekomst niet toeneemt.

 

Kaders en richtlijnen die hierbij gebruikt worden zijn:

  • -

    het vigerend OI instrumentarium

  • -

    het vigerende wettelijk beoordelingsinstrumentarium

Uitgangspunt is dat door het realiseren en de aanwezigheid van het bouwwerk de faalkans van het bouwwerk ten opzichte van de faalkans van de waterkering verwaarloosbaar klein is. Bij de beoordeling van de vergunningaanvraag wordt ook de eventuele toekomstige dijkverzwaring betrokken.

 

Ad b: Beheerplan waterkeringen 2017-2022

Als toetsingskader hanteren wij voorts het Beheerplan waterkeringen 2017-2022 van het waterschap. Zo geeft dit plan in paragraaf 5.16 aan hoe het waterschap niet waterkerende objecten binnen de zones van een waterkering beoordeelt. Kleine bouwwerken zijn niet waterkerende objecten.

 

Ad c: Bereikbaarheid en inspecteerbaarheid van de waterkering

Een goede bereikbaarheid en inspecteerbaarheid van de waterkering is cruciaal in het kader van het beheer en onderhoud van de waterkering. De aanwezigheid van kleine bouwwerkend kan leiden tot belemmeringen.

 

Ad d: Treffen van maatregelen en of voorzieningen in geval van een (dreigende) calamiteit

Dit aspect hangt nauw samen met het onder c vermelde aspect. In geval van een (dreigende) calamiteit kan de noodzaak bestaan maatregelen en of voorzieningen te treffen ter voorkoming of beperking van de gevolgen van de (dreigende) calamiteit. De daarvoor benodigde ruimte dient beschikbaar te zijn dan wel dient eenvoudig beschikbaar gemaakt te kunnen worden.

 

Ad e: Actieve risicoaanvaarding

Een initiatiefnemer moet er rekening mee houden en op bedacht zijn, dat het kleine bouwwerk, in geval van een noodzakelijke aanpassing van de waterkering of in het geval vanwege een (dreigende) calamiteit moet worden verwijderd. Omdat een initiatiefnemer vooraf bekend is met dit gegeven, moet hij er zich van bewust zijn dat hij geen recht kan doen gelden op een eventuele schadevergoeding of nadeelcompensatie van het waterschap. Hij heeft namelijk door het kleine bouwwerk aan te leggen, het risico hiervoor op zich genomen (actieve risico-aanvaarding).

 

Voorschriften

Aan de vergunning worden in elk geval zodanige voorschriften verbonden dat nadelige effecten van de aanleg en aanwezigheid van kleine bouwwerken binnen de kernzone van een waterkering voldoende worden voorkomen. Onder meer zal het voorschrift worden opgenomen dat kleine bouwwerken eenvoudig kunnen worden verwijderd. Ook voorschriften ter zake het onderhoud en beheer van de aanlegde kleine bouwwerken kunnen deel uitmaken van de vergunning.

 

In aanvulling op deze beleidsregel, is mogelijk ook de beleidsregel werken aan de waterkering (nummer 29) van toepassing.  

15. Aanleggen of uitbreiden van een bouwwerk binnen de kernzone van een waterkering

 

Aanleggen of uitbreiden van een bouwwerk binnen het profiel van vrije ruimte behorende bij een waterkering

15.1 Inleiding

Het aanleggen van bouwwerken als bedoeld in de uitvoeringsregel bouwwerken binnen de kernzone van een waterkering kan negatieve gevolgen hebben voor de stabiliteit van de waterkering en daarmee op het functioneren daarvan. Daarnaast kan de aanwezigheid van bouwwerken de bereikbaarheid en inspecteerbaarheid van de waterkering belemmeren en kunnen belemmeringen ontstaan indien maatregelen en of voorzieningen moeten worden getroffen in het geval van (dreigende) calamiteiten.

Het aanleggen van bouwwerken als bedoeld in de uitvoeringsregel bouwwerken binnen het profiel van vrije ruimte behorende bij een waterkering kan negatieve gevolgen hebben voor de mogelijkheden tot mogelijke aanpassing van de waterkering als gevolg van aangepaste veiligheidsnormeringen die hun basis vinden in aangepaste klimaatscenario’s.

Gezien de te beschermen belangen voert het waterschap een restrictief beleid ten aanzien van het vergunnen van bouwwerken binnen de kernzone en binnen het profiel van vrije ruimte.

 

Het aanleggen van bouwwerken binnen deze zones is zonder voorafgaande vergunning verboden. In deze paragraaf leest u wat ons beleid is waaraan wij een vergunningaanvraag toetsen.

 

De mogelijkheid bestaat om vooroverleg aan te vragen zodat u samen met het waterschap tot een goede aanvraag komt. Geadviseerd wordt hiervan gebruik te maken. U kunt hiervoor contact opnemen met het cluster Vergunningen, Toezicht en Handhaving van het waterschap (vergunningen@waterschaplimburg.nl of telefonisch via 088 – 88 90 100).

Na afweging van alle relevante belangen kan al dan niet een vergunning worden verleend.

 

Hoe u een vergunning bij het waterschap aanvraagt, kunt u vinden op de site van het waterschap, www.waterschaplimburg.nl.

15.2 Afwegingskader

Van geval tot geval moet worden bekeken of de beoogde bouwwerken kunnen worden toegestaan door voorschriften aan de vergunning te verbinden waarmee nadelige effecten van de aanleg en aanwezigheid daarvan voldoende kunnen worden beperkt. Daarnaast moet ook altijd aan de zorgplicht worden voldaan als bepaald in artikel 3.1 van de Keur.

 

Bij de beoordeling van een aanvraag voor bouwwerken binnen de kernzone van een waterkering houden wij rekening met de volgende aspecten:

  • a)

    Het bouwwerk tast gedurende zijn gehele levensduur (tijdens de aanleg en na de oplevering) de veiligheid van de waterkering niet aan en veroorzaakt geen toename van de ontwerpopgave voor verbetering van de waterkering in de toekomst.

  • b)

    Beheerplan waterkeringen 2017-2022.

  • c)

    Bereikbaarheid en inspecteerbaarheid van de waterkering

  • d)

    Treffen van maatregelen en of voorzieningen in geval van een (dreigende) calamiteit

  • e)

    Actieve risicoaanvaarding.

Dit afwegingskader is uitgewerkt in deze beleidsregel.

 

Ad a:

De eisen waaraan het bouwwerk dient te voldoen zijn sterk afhankelijk van de lokale situatie en van de locatie van het aan te leggen bouwwerk. Ook de actuele sterkte van de waterkering is van belang. Is de kering al ontworpen op de vigerende wettelijke normen of niet. Een en ander betekent dat er maatwerk geleverd moet worden bij de beoordeling. Uitgangspunt hierbij is dat gedurende de levensduur van het bouwwerk de veiligheid van de waterkering niet aangetast wordt en onze ontwerpopgave in de toekomst niet toeneemt.

 

Kaders en richtlijnen die hierbij gebruikt worden zijn:

  • -

    het vigerend OI instrumentarium

  • -

    het vigerende wettelijk beoordelingsinstrumentarium

Uitgangspunt is dat door het realiseren en de aanwezigheid van het bouwwerk de faalkans van het bouwwerk ten opzichte van de faalkans van de waterkering verwaarloosbaar klein is. Bij de beoordeling van de vergunningaanvraag wordt ook de eventuele toekomstige dijkverzwaring betrokken.

 

Ad b: Beheerplan waterkeringen 2017-2022

Als toetsingskader hanteren wij voorts het Beheerplan waterkeringen 2017-2022 van het waterschap. Zo geeft dit plan in paragraaf 5.1.3 aan dat de kernzone zoveel mogelijk bebouwingsvrij moet blijven en dat in beginsel niet wordt meegewerkt aan functiecombinaties (bouwwerk met waterkering integreren). Paragraaf 5.16 geeft aan hoe het waterschap niet waterkerende objecten binnen de zones van een waterkering beoordeelt.

 

Ad c: Bereikbaarheid en inspecteerbaarheid van de waterkering

Een goede bereikbaarheid en inspecteerbaarheid van de waterkering is cruciaal in het kader van het beheer en onderhoud van de waterkering. De aanwezigheid van bouwwerken kan leiden tot belemmeringen.

 

Ad d: Treffen van maatregelen en of voorzieningen in geval van een (dreigende) calamiteit

Dit aspect hangt nauw samen met het onder c vermelde aspect. In geval van een (dreigende) calamiteit kan de noodzaak bestaan maatregelen en of voorzieningen te treffen ter voorkoming of beperking van de gevolgen van de (dreigende) calamiteit. De daarvoor benodigde ruimte dient beschikbaar te zijn dan wel dient eenvoudig beschikbaar gemaakt te kunnen worden.

 

Ad e: Actieve risicoaanvaarding

Een initiatiefnemer moet er rekening mee houden en op bedacht zijn, dat het bouwwerk, in geval van een noodzakelijke aanpassing van de waterkering moet worden verwijderd. Omdat een initiatiefnemer vooraf bekend is met dit gegeven, moet hij er zich van bewust zijn dat hij geen recht kan doen gelden op een eventuele schadevergoeding of nadeelcompensatie van het waterschap. Hij heeft namelijk door het bouwwerk aan te leggen, het risico hiervoor op zich genomen (actieve risico-aanvaarding).

 

Voorschriften

Aan de vergunning worden in elk geval zodanige voorschriften verbonden dat nadelige effecten van de aanleg en aanwezigheid van bouwwerken binnen de kernzone van een waterkering voldoende worden voorkomen.

 

Bij de beoordeling van een aanvraag voor bouwwerken binnen het profiel van vrije ruimte behorende bij een waterkering houden wij rekening met de volgende aspecten:

  • a)

    De mogelijkheden tot aanpassing van de waterkering als gevolg van aangepaste veiligheidsnormeringen die hun basis vinden in aangepaste klimaatscenario’s.

  • b)

    Actieve risicoaanvaarding.

Dit afwegingskader is uitgewerkt in deze beleidsregel.

 

Ad a: De mogelijkheden tot aanpassing van de waterkering als gevolg van aangepaste veiligheidsnormeringen die hun basis vinden in aangepaste klimaatscenario’s.

Opname en bescherming van een profiel van vrije ruimte bij een waterkering is opgenomen in het OI instrumentarium. Het waterschap dient ruimte te reserveren voor toekomstige aanpassingen van de waterkering die een gevolg zijn van aangepaste veiligheidsnormeringen. De aanwezigheid van bouwwerken binnen het profiel van vrije ruimte beperkt de mogelijkheden daartoe, reden waarom het waterschap het profiel van vrije ruimte in beginsel bebouwingsvrij wil houden.

 

Ad b: Actieve risicoaanvaarding

Een initiatiefnemer moet er rekening mee houden en op bedacht zijn, dat het bouwwerk, in geval van een noodzakelijke aanpassing van de waterkering moet worden verwijderd. Omdat een initiatiefnemer vooraf bekend is met dit gegeven, moet hij er zich van bewust zijn dat hij geen recht kan doen gelden op een eventuele schadevergoeding of nadeelcompensatie van het waterschap. Hij heeft namelijk door het kleine bouwwerk aan te leggen, het risico hiervoor op zich genomen (actieve risico-aanvaarding).

 

Voorschriften

Aan de vergunning worden in elk geval zodanige voorschriften verbonden dat nadelige effecten van de aanleg en aanwezigheid van bouwwerken binnen het profiel van vrije ruimte behorende bij een waterkering voldoende worden voorkomen.

 

In aanvulling op deze beleidsregel, is mogelijk ook de beleidsregel werken aan de waterkering (nummer 29) van toepassing.

16. Aanleggen van straatmeubilair in de kernzone van een waterkering

16.1 Inleiding

Het aanleggen van straatmeubilair als bedoeld in de uitvoeringsregel straatmeubilair binnen de kernzone van een waterkering kan negatieve gevolgen hebben voor de stabiliteit van de waterkering en daarmee op het functioneren daarvan. Daarnaast kan de aanwezigheid van straatmeubilair de bereikbaarheid en inspecteerbaarheid van de waterkering belemmeren en kunnen belemmeringen ontstaan indien maatregelen en of voorzieningen moeten worden getroffen in het geval van (dreigende) calamiteiten. Het aanleggen van straatmeubilair binnen deze zone is zonder voorafgaande vergunning verboden. In deze paragraaf leest u wat ons beleid is waaraan wij een vergunningaanvraag toetsen.

 

De mogelijkheid bestaat om vooroverleg aan te vragen zodat u samen met het waterschap tot een goede aanvraag komt. Geadviseerd wordt hiervan gebruik te maken. U kunt hiervoor contact opnemen met het cluster Vergunningen, Toezicht en Handhaving van het waterschap (vergunningen@waterschaplimburg.nl of telefonisch via 088 – 88 90 100).

Na afweging van alle relevante belangen kan al dan niet een vergunning worden verleend.

 

Hoe u een vergunning bij het waterschap aanvraagt, kunt u vinden op de site van het waterschap, www.waterschaplimburg.nl.

16.2 Afwegingskader

Van geval tot geval moet worden bekeken of het beoogde straatmeubilair kan worden toegestaan door voorschriften aan de vergunning te verbinden waarmee nadelige effecten van de aanleg en aanwezigheid daarvan voldoende kunnen worden beperkt. Daarnaast moet ook altijd aan de zorgplicht worden voldaan als bepaald in artikel 3.1 van de Keur.

 

Bij de beoordeling van een aanvraag voor straatmeubilair binnen de kernzone van een waterkering houden wij rekening met de volgende aspecten:

  • a)

    Het straatmeubilair tast gedurende zijn gehele levensduur (tijdens de aanleg en na oplevering) de veiligheid van de waterkering niet aan en veroorzaakt geen toename van de ontwerpopgave voor verbetering van de waterkering in de toekomst.

  • b)

    Beheerplan waterkeringen 2017-2022.

  • c)

    Bereikbaarheid en inspecteerbaarheid van de waterkering

  • d)

    Treffen van maatregelen en of voorzieningen in geval van een (dreigende) calamiteit.

  • e)

    Actieve risicoaanvaarding

Dit afwegingskader is uitgewerkt in deze beleidsregel.

 

Ad a: De eisen waaraan (de aanleg van) het straatmeubilair dient te voldoen zijn sterk afhankelijk van de lokale situatie en van de locatie van het straatmeubilair. Ook de actuele sterkte van de waterkering is van belang. Is de kering al ontworpen op de vigerende wettelijke normen of niet. Een en ander betekent dat er maatwerk geleverd moet worden bij de beoordeling. Uitgangspunt hierbij is dat gedurende de levensduur van het straatmeubilair de veiligheid van de waterkering niet aangetast wordt en onze ontwerpopgave in de toekomst niet toeneemt.

 

Kaders en richtlijnen die hierbij gebruikt worden zijn:

  • -

    het vigerend OI Instrumentarium

  • -

    het vigerende wettelijk beoordelingsinstrumentarium

Uitgangspunt is dat door het straatmeubilair de faalkans van het straatmeubilair ten opzichte van de faalkans van de waterkering verwaarloosbaar klein is. Alleen indien er sprake is van zwaarwegend maatschappelijk belang dan kan een deel van de beschikbare faalkansruimte benut worden. In beide situaties dient bij het straatmeubilair ook een toekomstige dijkverzwaring betrokken te worden.

 

Ad b: Beheerplan waterkeringen 2017-2022

Als toetsingskader hanteren wij voorts het Beheerplan waterkeringen 2017-2022 van het waterschap. Zo geeft dit plan in paragraaf 5.16 aan hoe het waterschap niet waterkerende objecten binnen de zones van een waterkering beoordeelt. Straatmeubilair zijn niet waterkerende objecten.

 

Ad c: Bereikbaarheid en inspecteerbaarheid van de waterkering

Een goede bereikbaarheid en inspecteerbaarheid van de waterkering is cruciaal in het kader van het beheer en onderhoud van de waterkering. De aanwezigheid van straatmeubilair kan leiden tot belemmeringen.

 

Ad d: Treffen van maatregelen en of voorzieningen in geval van een (dreigende) calamiteit

Dit aspect hangt nauw samen met het onder c vermelde aspect. In geval van een (dreigende) calamiteit kan de noodzaak bestaan maatregelen en of voorzieningen te treffen ter voorkoming of beperking van de gevolgen van de (dreigende) calamiteit. De daarvoor benodigde ruimte dient beschikbaar te zijn dan wel dient eenvoudig beschikbaar gemaakt te kunnen worden.

 

Ad e: Actieve risicoaanvaarding

Een initiatiefnemer moet er rekening mee houden en op bedacht zijn, dat het straatmeubilair, in geval van een noodzakelijke aanpassing van de waterkering of in het geval vanwege een (dreigende) calamiteit moet worden verwijderd. Omdat een initiatiefnemer vooraf bekend is met dit gegeven, moet hij er zich van bewust zijn dat hij geen recht kan doen gelden op een eventuele schadevergoeding of nadeelcompensatie van het waterschap. Hij heeft namelijk door het straatmeubilair aan te leggen, het risico hiervoor op zich genomen (actieve risico-aanvaarding).

 

Voorschriften

Aan de vergunning worden in elk geval zodanige voorschriften verbonden dat nadelige effecten van de aanleg en aanwezigheid van straatmeubilair binnen de kernzone van een waterkering voldoende worden voorkomen. Onder meer zal het voorschrift worden opgenomen dat straatmeubilair eenvoudig kan worden verwijderd. Ook voorschriften ter zake het onderhoud en beheer van het straatmeubilair kunnen deel uitmaken van de vergunning.

 

In aanvulling op deze beleidsregel, is mogelijk ook de beleidsregel werken aan de waterkering (nummer 29) van toepassing.

17. Aanleg en uitbreiding van een kelder in de kernzone van een waterkering

 

Aanleg en uitbreiding van een kelder in de beschermingszone van een waterkering

17.1 Inleiding

Het aanleggen of uitbreiden van een kelder in/bij een bestaand bouwwerk als bedoeld in de uitvoeringsregel aanleg of uitbreiding van een kelder in/bij een bestaand bouwwerk binnen de kernzone en beschermingszone van een waterkering kan negatieve gevolgen hebben voor de stabiliteit van de waterkering en daarmee op het functioneren daarvan. Het aanleggen of uitbreiden van een kelder in/bij een bestaand bouwwerk binnen deze zones is zonder voorafgaande vergunning verboden. In deze paragraaf leest u wat ons beleid is waaraan wij een vergunningaanvraag toetsen.

 

De mogelijkheid bestaat om vooroverleg aan te vragen zodat u samen met het waterschap tot een goede aanvraag komt. Geadviseerd wordt hiervan gebruik te maken. U kunt hiervoor contact opnemen met het cluster Vergunningen, Toezicht en Handhaving van het waterschap (vergunningen@waterschaplimburg.nl of telefonisch via 088 – 88 90 100).

Na afweging van alle relevante belangen kan al dan niet een vergunning worden verleend.

 

Hoe u een vergunning bij het waterschap aanvraagt, kunt u vinden op de site van het waterschap, www.waterschaplimburg.nl.

17.2 Afwegingskader

Bij de beoordeling van een aanvraag voor het aanleggen en uitbreiden van een kelder in/bij een bestaand bouwwerk binnen de kernzone en beschermingszone van een waterkering houden wij rekening met de volgende aspecten:

  • a)

    De waterkering blijft zowel tijdens de aanleg en uitbreiding van de kelder als gedurende de aanwezigheid daarvan voldoen aan de eisen gesteld aan de waterkering in het wettelijk beoordelingsinstrumentarium (WBI2017).De aanleg/uitbreiding van een kelder tast gedurende zijn gehele levensduur (tijdens de aanleg en na oplevering) de veiligheid van de waterkering niet aan en veroorzaakt geen toename van de ontwerpopgave voor verbetering van de waterkering in de toekomst.

  • b)

    Beheerplan waterkeringen 2017-2022.

Dit afwegingskader is uitgewerkt in deze beleidsregel.

 

Ad a:

De eisen waaraan de aanleg/uitbreiding en aanwezigheid van de kelder dient te voldoen zijn sterk afhankelijk van de lokale situatie en van de locatie van de kelder. Ook de actuele sterkte van de waterkering is van belang. Is de kering al ontworpen op de vigerende wettelijke normen of niet. Een en ander betekent dat er maatwerk geleverd moet worden bij de beoordeling. Uitgangspunt hierbij is dat gedurende de levensduur van de kelder de veiligheid van de waterkering niet aangetast wordt en onze ontwerpopgave in de toekomst niet toeneemt.

 

Kaders en richtlijnen die hierbij gebruikt worden zijn:

  • -

    het vigerend OI Instrumentarium

  • -

    het vigerende wettelijk beoordelingsinstrumentarium

Uitgangspunt is dat door de aanleg/uitbreiding en aanwezigheid van de kelder de faalkans van de kelder ten opzichte van de faalkans van de waterkering verwaarloosbaar klein is. Alleen indien er sprake is van zwaarwegend maatschappelijk belang dan kan een deel van de beschikbare faalkansruimte benut worden. In beide situaties dient bij de aanleg/uitbreiding van de kelder ook een toekomstige dijkverzwaring betrokken te worden.

 

Ad b: Beheerplan waterkeringen 2017-2022

Als toetsingskader hanteren wij voorts het Beheerplan waterkeringen 2017-2022 van het waterschap. Zo geeft dit plan in paragraaf 5.1.3 aan dat de kernzone zoveel mogelijk bebouwingsvrij moet blijven en dat in beginsel niet wordt meegewerkt aan functiecombinaties (bouwwerk met waterkering integreren). Paragraaf 5.16 aan hoe het waterschap niet waterkerende objecten binnen de zones van een waterkering beoordeelt.

 

Voorschriften

Aan de vergunning worden in elk geval zodanige voorschriften verbonden dat nadelige effecten van de aanleg/uitbreiding en aanwezigheid van de kelder binnen de kernzone en beschermingszone van een waterkering voldoende worden voorkomen. De voorschriften zullen onder meer betrekking hebben op de wijze van uitvoering en kunnen ook zien op de periode van uitvoering (bijvoorbeeld niet in een periode waarin hoog water dreigt).

 

In aanvulling op deze beleidsregel, is mogelijk ook de beleidsregel werken aan de waterkering (nummer 29) van toepassing.

18. Verwijderen van een bouwwerk gelegen binnen de kernzone van een waterkering

 

Verwijderen van een bouwwerk met kelder of diepe fundering (dieper dan 50 cm binnen de beschermingszone van een waterkering

18.1 Inleiding

Het verwijderen van een bouwwerk gelegen binnen de kernzone van een waterkering en het verwijderen van een bouwwerk met kelder of diepe fundering (dieper dan 50 cm) binnen de beschermingszone van een waterkering kan negatieve gevolgen hebben voor de stabiliteit van de waterkering en daarmee op het functioneren daarvan. Het verwijderen van een bouwwerk gelegen binnen de kernzone van een waterkering en het verwijderen van een bouwwerk met kelder of diepe fundering (dieper dan 50 cm) binnen de beschermingszone van een waterkering is zonder voorafgaande vergunning verboden. In deze paragraaf leest u wat ons beleid is waaraan wij een vergunningaanvraag toetsen.

 

De mogelijkheid bestaat om vooroverleg aan te vragen zodat u samen met het waterschap tot een goede aanvraag komt. Geadviseerd wordt hiervan gebruik te maken. U kunt hiervoor contact opnemen met het cluster Vergunningen, Toezicht en Handhaving van het waterschap (vergunningen@waterschaplimburg.nl of telefonisch via 088 – 88 90 100).

Na afweging van alle relevante belangen kan al dan niet een vergunning worden verleend.

 

Hoe u een vergunning bij het waterschap aanvraagt, kunt u vinden op de site van het waterschap, www.waterschaplimburg.nl.

18.2 Afwegingskader

Bij de beoordeling van een aanvraag voor het verwijderen van een bouwwerk gelegen binnen de kernzone van een waterkering en het verwijderen van een bouwwerk met kelder of diepe fundering (dieper dan 50 cm) binnen de beschermingszone van een waterkering houden wij rekening met de volgende aspecten:

  • a)

    De waterkering blijft na afronding van de werkzaamheden voldoen aan de eisen gesteld aan de waterkering in het wettelijk beoordelingsinstrumentarium (WBI2017). De verwijdering tast gedurende zijn gehele levensduur (tijdens de aanleg en na oplevering) de veiligheid van de waterkering niet aan en veroorzaakt geen toename van de ontwerpopgave voor verbetering van de waterkering in de toekomst.

  • b)

    Beheerplan waterkeringen 2017-2022.

Dit afwegingskader is uitgewerkt in deze beleidsregel.

 

Ad a:

 

Ad a:

De eisen waaraan de verwijdering dient te voldoen zijn sterk afhankelijk van de lokale situatie en van de locatie van de verwijdering. Ook de actuele sterkte van de waterkering is van belang. Is de kering al ontworpen op de vigerende wettelijke normen of niet. Een en ander betekent dat er maatwerk geleverd moet worden bij de beoordeling. Uitgangspunt hierbij is dat gedurende en na de verwijdering de veiligheid van de waterkering niet aangetast wordt en onze ontwerpopgave in de toekomst niet toeneemt.

 

Kaders en richtlijnen die hierbij gebruikt worden zijn:

  • -

    het vigerend OI Instrumentarium

  • -

    het vigerende wettelijk beoordelingsinstrumentarium

Uitgangspunt is dat door de verwijdering de faalkans van de verwijdering ten opzichte van de faalkans van de waterkering verwaarloosbaar klein is. Alleen indien er sprake is van zwaarwegend maatschappelijk belang dan kan een deel van de beschikbare faalkansruimte benut worden. In beide situaties dient bij de aanleg/uitbreiding van de kelder ook een toekomstige dijkverzwaring betrokken te worden.

 

Ad b: Beheerplan waterkeringen 2017-2022

Als toetsingskader hanteren wij voorts het Beheerplan waterkeringen 2017-2022 van het waterschap.

 

Voorschriften

Aan de vergunning worden in elk geval zodanige voorschriften verbonden dat nadelige effecten van de werkzaamheden binnen de kernzone en beschermingszone van een waterkering voldoende worden voorkomen. De voorschriften zullen onder meer betrekking hebben op de wijze van uitvoering en kunnen ook zien op de periode van uitvoering (bijvoorbeeld niet in een periode waarin hoog water dreigt). Zo nodig kunnen specifieke voorschriften aan de vergunning worden verbonden met het oog op bescherming van de waterkering tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. In elk geval zullen voorschriften worden opgenomen ten aanzien van de (wijze van) afdichting van het ten gevolge van de werkzaamheden ontstane ontgravingsgat.

 

In aanvulling op deze beleidsregel, is mogelijk ook de beleidsregel werken aan de waterkering (nummer 29) van toepassing.

19. Uitvoeren van grondmechanisch onderzoek binnen de kernzone van een waterkering

19.1 Inleiding

Het uitvoeren van grondmechanisch onderzoek binnen de kernzone van een waterkering kan negatieve gevolgen hebben voor de stabiliteit van de waterkering en daarmee op het functioneren daarvan. Het uitvoeren van grondmechanisch onderzoek binnen de kernzone van een waterkering is zonder voorafgaande vergunning verboden. In deze paragraaf leest u wat ons beleid is waaraan wij een vergunningaanvraag toetsen.

 

De mogelijkheid bestaat om vooroverleg aan te vragen zodat u samen met het waterschap tot een goede aanvraag komt. Geadviseerd wordt hiervan gebruik te maken. U kunt hiervoor contact opnemen met het cluster Vergunningen, Toezicht en Handhaving van het waterschap (vergunningen@waterschaplimburg.nl of telefonisch via 088 – 88 90 100).

Na afweging van alle relevante belangen kan al dan niet een vergunning worden verleend.

 

Hoe u een vergunning bij het waterschap aanvraagt, kunt u vinden op de site van het waterschap, www.waterschaplimburg.nl.

19.2 Afwegingskader

Bij de beoordeling van een aanvraag voor het uitvoeren van grondmechanisch onderzoek binnen de kernzone van een waterkering houden wij rekening met de volgende aspecten:

  • a)

    De waterkering blijft na afronding van de werkzaamheden voldoen aan de eisen gesteld aan de waterkering in het wettelijk beoordelingsinstrumentarium (WBI2017).De uitvoering tast gedurende zijn gehele levensduur (tijdens de uitvoering en na afronding daarvan) de veiligheid van de waterkering niet aan en veroorzaakt geen toename van de ontwerpopgave voor verbetering van de waterkering in de toekomst.

  • b)

    Beheerplan waterkeringen 2017-2022.

Dit afwegingskader is uitgewerkt in deze beleidsregel.

 

Ad a: De eisen waaraan de uitvoering dient te voldoen zijn sterk afhankelijk van de lokale situatie en van de locatie van de werkzaamheden. Ook de actuele sterkte van de waterkering is van belang. Is de kering al ontworpen op de vigerende wettelijke normen of niet. Een en ander betekent dat er maatwerk geleverd moet worden bij de beoordeling. Uitgangspunt hierbij is dat gedurende en na de uitvoering van de werkzaamheden de veiligheid van de waterkering niet aangetast wordt en onze ontwerpopgave in de toekomst niet toeneemt.

 

Kaders en richtlijnen die hierbij gebruikt worden zijn:

  • -

    het vigerend OI Instrumentarium

  • -

    het vigerende wettelijk beoordelingsinstrumentarium

Uitgangspunt is dat door de uitvoering van de werkzaamheden de faalkans van de werkzaamheden ten opzichte van de faalkans van de waterkering verwaarloosbaar klein is. Alleen indien er sprake is van zwaarwegend maatschappelijk belang dan kan een deel van de beschikbare faalkansruimte benut worden. In beide situaties dient bij de uitvoering van de werkzaamheden ook een toekomstige dijkverzwaring betrokken te worden.

 

Ad b: Beheerplan waterkeringen 2017-2022

Als toetsingskader hanteren wij voorts het Beheerplan waterkeringen 2017-2022 van het waterschap.

 

Voorschriften

Aan de vergunning worden in elk geval zodanige voorschriften verbonden dat nadelige effecten van de werkzaamheden binnen de kernzone van een waterkering voldoende worden voorkomen. De voorschriften zullen onder meer betrekking hebben op de wijze van uitvoering en kunnen ook zien op de periode van uitvoering (bijvoorbeeld niet in een periode waarin hoog water dreigt). Zo nodig kunnen specifieke voorschriften aan de vergunning worden verbonden met het oog op bescherming van de waterkering tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. In elk geval zullen voorschriften worden opgenomen ten aanzien van de (wijze van) afdichting van ten gevolge van de werkzaamheden ontstane gaten.

 

In aanvulling op deze beleidsregel, is mogelijk ook de beleidsregel werken aan de waterkering (nummer 29) van toepassing.

20. Aanleggen van een bodemenergiesysteem binnen de kernzone van een waterkering en binnen het profiel van vrije ruimte behorende bij een waterkering

20.1 Inleiding

Het aanleggen van een bodemenergiesysteem binnen de kernzone van een waterkering kan negatieve gevolgen hebben voor de stabiliteit van de waterkering en daarmee op het functioneren daarvan. Het aanleggen van een bodemenergiesysteem binnen de kernzone van een waterkering is zonder voorafgaande vergunning verboden. In deze paragraaf leest u wat ons beleid is waaraan wij een vergunningaanvraag toetsen.

 

Het aanleggen van een bodemenergiesysteem binnen het profiel van vrije ruimte behorende bij een waterkering kan negatieve gevolgen hebben voor de mogelijkheden tot mogelijke aanpassing van de waterkering als gevolg van aangepaste veiligheidsnormeringen die hun basis vinden in aangepaste klimaatscenario’s.

Het aanleggen van een bodemenergiesysteem binnen het profiel van vrije ruimte behorende bij een waterkering is zonder voorafgaande vergunning verboden. In deze paragraaf leest u wat ons beleid is waaraan wij een vergunningaanvraag toetsen.

 

De mogelijkheid bestaat om vooroverleg aan te vragen zodat u samen met het waterschap tot een goede aanvraag komt. Geadviseerd wordt hiervan gebruik te maken. U kunt hiervoor contact opnemen met het cluster Vergunningen, Toezicht en Handhaving van het waterschap (vergunningen@waterschaplimburg.nl of telefonisch via 088 – 88 90 100).

Na afweging van alle relevante belangen kan al dan niet een vergunning worden verleend.

 

Hoe u een vergunning bij het waterschap aanvraagt, kunt u vinden op de site van het waterschap, www.waterschaplimburg.nl.

20.2 Afwegingskader

Bij de beoordeling van een aanvraag voor het aanleggen van een bodemenergiesysteem binnen de kernzone van een waterkering houden wij rekening met de volgende aspecten:

  • a)

    De aanleg van een bodemenergiesysteem tast gedurende zijn gehele levensduur (tijdens de aanleg en na oplevering) de veiligheid van de waterkering niet aan en veroorzaakt geen toename van de ontwerpopgave voor verbetering van de waterkering in de toekomst.

  • b)

    Beheerplan waterkeringen 2017-2022.

Dit afwegingskader is uitgewerkt in deze beleidsregel.

 

Ad a:

De eisen waaraan de aanleg en aanwezigheid van een bodemenergiesysteem dient te voldoen zijn sterk afhankelijk van de lokale situatie en van de locatie van het bodemenergiesysteem. Ook de actuele sterkte van de waterkering is van belang. Is de kering al ontworpen op de vigerende wettelijke normen of niet. Een en ander betekent dat er maatwerk geleverd moet worden bij de beoordeling. Uitgangspunt hierbij is dat gedurende de levensduur van het bodemenergiesysteem de veiligheid van de waterkering niet aangetast wordt en onze ontwerpopgave in de toekomst niet toeneemt.

 

Kaders en richtlijnen die hierbij gebruikt worden zijn:

  • -

    het vigerend OI Instrumentarium

  • -

    het vigerende wettelijk beoordelingsinstrumentarium

Uitgangspunt is dat door de aanleg en aanwezigheid van het bodemenergiesysteem de faalkans van het bodemenergiesysteem ten opzichte van de faalkans van de waterkering verwaarloosbaar klein is. Alleen indien er sprake is van zwaarwegend maatschappelijk belang dan kan een deel van de beschikbare faalkansruimte benut worden. In beide situaties dient bij de aanleg en aanwezigheid van het bodemenergiesysteem ook een toekomstige dijkverzwaring betrokken te worden.

 

Ad b: Beheerplan waterkeringen 2017-2022

Als toetsingskader hanteren wij voorts het Beheerplan waterkeringen 2017-2022 van het waterschap. Zo geeft dit plan in paragraaf 5.1.2 aan dat de kernzone zoveel mogelijk vrij van kabels en leidingen moet blijven. Wij beoordelen de aanleg van bodemenergiesystemen, vanwege de daaraan verbonden leidingen conform genoemde paragraaf uit het beheerplan.

 

Voorschriften

Aan de vergunning worden in elk geval zodanige voorschriften verbonden dat nadelige effecten van de aanleg en aanwezigheid van een bodemenergiesysteem binnen de kernzone van een waterkering voldoende worden voorkomen.

 

Bij de beoordeling van een aanvraag voor een bodemenergiesysteem binnen het profiel van vrije ruimte behorende bij een waterkering houden wij rekening met de volgende aspecten:

  • a)

    De mogelijkheden tot aanpassing van de waterkering als gevolg van aangepaste veiligheidsnormeringen die hun basis vinden in aangepaste klimaatscenario’s.

  • b)

    Actieve risicoaanvaarding.

Dit afwegingskader is uitgewerkt in deze beleidsregel.

 

Ad a: De mogelijkheden tot aanpassing van de waterkering als gevolg van aangepaste veiligheidsnormeringen die hun basis vinden in aangepaste klimaatscenario’s.

Opname en bescherming van een profiel van vrije ruimte bij een waterkering is opgenomen in het wettelijk beoordelingsinstrumentarium (WBI2017). Het waterschap dient ruimte te reservering voor toekomstige aanpassingen van de waterkering die een gevolg zijn van aangepaste veiligheidsnormeringen. De aanwezigheid van een bodemenergiesysteem binnen het profiel van vrije ruimte beperkt de mogelijkheden daartoe, reden waarom het waterschap het profiel van vrije ruimte in beginsel vrij wil houden van bodemenergiesystemen.

 

Ad b: Actieve risicoaanvaarding

Een initiatiefnemer moet er rekening mee houden en op bedacht zijn, dat een bodemenergiesysteem, in geval van een noodzakelijke aanpassing van de waterkering moet worden verwijderd. Omdat een initiatiefnemer vooraf bekend is met dit gegeven, moet hij er zich van bewust zijn dat hij geen recht kan doen gelden op een eventuele schadevergoeding of nadeelcompensatie van het waterschap. Hij heeft namelijk door het bodemenergiesysteem aan te leggen, het risico hiervoor op zich genomen (actieve risico-aanvaarding).

 

Voorschriften

Aan de vergunning worden in elk geval zodanige voorschriften verbonden dat nadelige effecten van de aanleg en aanwezigheid van bouwwerken binnen het profiel van vrije ruimte behorende bij een waterkering voldoende worden voorkomen.

 

In aanvulling op deze beleidsregel, is mogelijk ook de beleidsregel werken aan de waterkering (nummer 29) van toepassing.

21. Aanleggen of verwijderen van verharding binnen de kernzone van een waterkering en aanleggen of verwijderen van verharding binnen de beschermingszone waarvoor een ontgraving van meer dan 50 cm moet worden uitgevoerd

21.1 Inleiding

Het aanleggen of verwijderen van verharding gelegen binnen de kernzone van een waterkering en het aanleggen of verwijderen van verharding binnen de beschermingszone waarvoor een ontgraving van meer dan 50 cm moet worden uitgevoerd kan negatieve gevolgen hebben voor de stabiliteit van de waterkering en daarmee op het functioneren daarvan. Het aanleggen of verwijderen van verharding gelegen binnen de kernzone van een waterkering en het aanleggen of verwijderen van verharding binnen de beschermingszone waarvoor een ontgraving van meer dan 50 cm moet worden uitgevoerd binnen de beschermingszone van een waterkering is zonder voorafgaande vergunning verboden. In deze paragraaf leest u wat ons beleid is waaraan wij een vergunningaanvraag toetsen.

 

De mogelijkheid bestaat om vooroverleg aan te vragen zodat u samen met het waterschap tot een goede aanvraag komt. Geadviseerd wordt hiervan gebruik te maken. U kunt hiervoor contact opnemen met het cluster Vergunningen, Toezicht en Handhaving van het waterschap (vergunningen@waterschaplimburg.nl of telefonisch via 088 – 88 90 100).

Na afweging van alle relevante belangen kan al dan niet een vergunning worden verleend.

 

Hoe u een vergunning bij het waterschap aanvraagt, kunt u vinden op de site van het waterschap, www.waterschaplimburg.nl.

21.2 Afwegingskader

Bij de beoordeling van een aanvraag voor het aanleggen of verwijderen van verharding gelegen binnen de kernzone van een waterkering en het aanleggen of verwijderen van verharding binnen de beschermingszone waarvoor een ontgraving van meer dan 50 cm moet worden uitgevoerd houden wij rekening met de volgende aspecten:

  • a)

    De waterkering blijft na afronding van de werkzaamheden voldoen aan de eisen gesteld aan de waterkering in het wettelijk beoordelingsinstrumentarium (WBI2017).De aanleg/verwijdering van de verharding tast gedurende zijn gehele levensduur (tijdens de aanleg/verwijdering en na oplevering) de veiligheid van de waterkering niet aan en veroorzaakt geen toename van de ontwerpopgave voor verbetering van de waterkering in de toekomst.

  • b)

    Beheerplan waterkeringen 2017-2022.

Dit afwegingskader is uitgewerkt in deze beleidsregel.

 

 

Ad a:

De eisen waaraan de aanleg/verwijdering en aanwezigheid van de verharding dient te voldoen zijn sterk afhankelijk van de lokale situatie en van de locatie van de verharding. Ook de actuele sterkte van de waterkering is van belang. Is de kering al ontworpen op de vigerende wettelijke normen of niet. Een en ander betekent dat er maatwerk geleverd moet worden bij de beoordeling. Uitgangspunt hierbij is dat gedurende de levensduur van de verharding of verwijdering van de verharding de veiligheid van de waterkering niet aangetast wordt en onze ontwerpopgave in de toekomst niet toeneemt.

 

Kaders en richtlijnen die hierbij gebruikt worden zijn:

  • -

    het vigerend OI Instrumentarium

  • -

    het vigerende wettelijk beoordelingsinstrumentarium

Uitgangspunt is dat door de aanleg/verwijdering en aanwezigheid daarvan de faalkans van de (verwijderde) verharding ten opzichte van de faalkans van de waterkering verwaarloosbaar klein is. Alleen indien er sprake is van zwaarwegend maatschappelijk belang dan kan een deel van de beschikbare faalkansruimte benut worden. In beide situaties dient bij de aanleg/verwijdering van de verharding ook een toekomstige dijkverzwaring betrokken te worden.

 

Ad b: Beheerplan waterkeringen 2017-2022

Als toetsingskader hanteren wij voorts het Beheerplan waterkeringen 2017-2022 van het waterschap.

 

Voorschriften

Aan de vergunning worden in elk geval zodanige voorschriften verbonden dat nadelige effecten van de werkzaamheden binnen de kernzone en beschermingszone van een waterkering voldoende worden voorkomen. De voorschriften zullen onder meer betrekking hebben op de wijze van uitvoering en kunnen ook zien op de periode van uitvoering (bijvoorbeeld niet in een periode waarin hoog water dreigt). Zo nodig kunnen specifieke voorschriften aan de vergunning worden verbonden met het oog op bescherming van de waterkering tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. In elk geval zullen voorschriften worden opgenomen ten aanzien van de (wijze van) afdichting van het ten gevolge van de werkzaamheden ontstane ontgravingsgat. Ook voorschriften ter zake het onderhoud en beheer van de aanlegde verharding zullen deel uitmaken van de vergunning.

 

In aanvulling op deze beleidsregel, is mogelijk ook de beleidsregel werken aan de waterkering (nummer 29) van toepassing.

22. Aanleggen van een weg binnen de kernzone van een waterkering en binnen het profiel van vrije ruimte behorende bij een waterkering

22.1 Inleiding

Het aanleggen van een weg binnen de kernzone van een waterkering kan negatieve gevolgen hebben voor de stabiliteit van de waterkering en daarmee op het functioneren daarvan. Het aanleggen van een weg binnen de kernzone van een waterkering is zonder voorafgaande vergunning verboden. In deze paragraaf leest u wat ons beleid is waaraan wij een vergunningaanvraag toetsen.

 

Het aanleggen van een weg binnen het profiel van vrije ruimte behorende bij een waterkering kan negatieve gevolgen hebben voor de mogelijkheden tot mogelijke aanpassing van de waterkering als gevolg van aangepaste veiligheidsnormeringen die hun basis vinden in aangepaste klimaatscenario’s.

Het aanleggen van een weg binnen het profiel van vrije ruimte behorende bij een waterkering is zonder voorafgaande vergunning verboden. In deze paragraaf leest u wat ons beleid is waaraan wij een vergunningaanvraag toetsen.

 

De mogelijkheid bestaat om vooroverleg aan te vragen zodat u samen met het waterschap tot een goede aanvraag komt. Geadviseerd wordt hiervan gebruik te maken. U kunt hiervoor contact opnemen met het cluster Vergunningen, Toezicht en Handhaving van het waterschap (vergunningen@waterschaplimburg.nl of telefonisch via 088 – 88 90 100).

Na afweging van alle relevante belangen kan al dan niet een vergunning worden verleend.

 

Hoe u een vergunning bij het waterschap aanvraagt, kunt u vinden op de site van het waterschap, www.waterschaplimburg.nl.

22.2 Afwegingskader

Bij de beoordeling van een aanvraag voor het aanleggen van een weg binnen de kernzone van een waterkering houden wij rekening met de volgende aspecten:

  • a)

    De aanleg van een weg tast gedurende zijn gehele levensduur (tijdens de aanleg en na oplevering) de veiligheid van de waterkering niet aan en veroorzaakt geen toename van de ontwerpopgave voor verbetering van de waterkering in de toekomst.

  • b)

    Beheerplan waterkeringen 2017-2022.

Dit afwegingskader is uitgewerkt in deze beleidsregel.

 

Ad a:

De eisen waaraan de aanleg en aanwezigheid van de weg dient te voldoen zijn sterk afhankelijk van de lokale situatie en van de locatie van de weg. Ook de actuele sterkte van de waterkering is van belang. Is de kering al ontworpen op de vigerende wettelijke normen of niet. Een en ander betekent dat er maatwerk geleverd moet worden bij de beoordeling. Uitgangspunt hierbij is dat gedurende de levensduur van de weg de veiligheid van de waterkering niet aangetast wordt en onze ontwerpopgave in de toekomst niet toeneemt.

 

Kaders en richtlijnen die hierbij gebruikt worden zijn:

  • -

    het vigerend OI Instrumentarium

  • -

    het vigerende wettelijk beoordelingsinstrumentarium

Uitgangspunt is dat door de aanleg en aanwezigheid van de weg de faalkans van de weg ten opzichte van de faalkans van de waterkering verwaarloosbaar klein is. Alleen indien er sprake is van zwaarwegend maatschappelijk belang dan kan een deel van de beschikbare faalkansruimte benut worden. In beide situaties dient bij de aanleg en aanwezigheid van de weg ook een toekomstige dijkverzwaring betrokken te worden.

 

Ad b: Beheerplan waterkeringen 2017-2022

Als toetsingskader hanteren wij voorts het Beheerplan waterkeringen 2017-2022 van het waterschap.

 

Voorschriften

Aan de vergunning worden in elk geval zodanige voorschriften verbonden dat nadelige effecten van de aanleg en aanwezigheid van een weg binnen de kernzone van een waterkering voldoende worden voorkomen. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de wijze van inrichting van noodzakelijke kruisingen met de waterkering, de periode waarin de werkzaamheden plaatsvinden en dergelijke. Ook voorschriften ter zake het onderhoud en beheer van de aanlegde weg zullen deel uitmaken van de vergunning.

 

Bij de beoordeling van een aanvraag voor een weg binnen het profiel van vrije ruimte behorende bij een waterkering houden wij rekening met de volgende aspecten:

  • a)

    De mogelijkheden tot aanpassing van de waterkering als gevolg van aangepaste veiligheidsnormeringen die hun basis vinden in aangepaste klimaatscenario’s.

  • b)

    Actieve risicoaanvaarding.

Dit afwegingskader is uitgewerkt in deze beleidsregel.

 

Ad a: De mogelijkheden tot aanpassing van de waterkering als gevolg van aangepaste veiligheidsnormeringen die hun basis vinden in aangepaste klimaatscenario’s.

Opname en bescherming van een profiel van vrije ruimte bij een waterkering is opgenomen in het wettelijk beoordelingsinstrumentarium (WBI2017). Het waterschap dient ruimte te reservering voor toekomstige aanpassingen van de waterkering die een gevolg zijn van aangepaste veiligheidsnormeringen. De aanwezigheid van een weg binnen het profiel van vrije ruimte beperkt de mogelijkheden daartoe, reden waarom het waterschap het profiel van vrije ruimte in beginsel vrij wil houden van wegen.

 

Ad b: Actieve risicoaanvaarding

Een initiatiefnemer moet er rekening mee houden en op bedacht zijn, dat een weg, in geval van een noodzakelijke aanpassing van de waterkering moet worden verwijderd of aangepast. Omdat een initiatiefnemer vooraf bekend is met dit gegeven, moet hij er zich van bewust zijn dat hij geen recht kan doen gelden op een eventuele schadevergoeding of nadeelcompensatie van het waterschap. Hij heeft namelijk door de weg aan te leggen, het risico hiervoor op zich genomen (actieve risico-aanvaarding).

 

Voorschriften

Aan de vergunning worden in elk geval zodanige voorschriften verbonden dat nadelige effecten van de aanleg en aanwezigheid van de weg binnen het profiel van vrije ruimte behorende bij een waterkering voldoende worden voorkomen. Ook voorschriften ter zake het onderhoud en beheer van de aanlegde weg zullen deel uitmaken van de vergunning.

 

In aanvulling op deze beleidsregel, is mogelijk ook de beleidsregel werken aan de waterkering (nummer 29) van toepassing.

23. Aanbrengen van een ophoging binnen de kernzone van een waterkering

23.1 Inleiding

Het aanbrengen van een ophoging binnen de kernzone van een waterkering kan negatieve gevolgen hebben voor de stabiliteit van de waterkering en daarmee op het functioneren daarvan. Het aanbrengen van een ophoging binnen de kernzone van een waterkering is zonder voorafgaande vergunning verboden. In deze paragraaf leest u wat ons beleid is waaraan wij een vergunningaanvraag toetsen.

 

De mogelijkheid bestaat om vooroverleg aan te vragen zodat u samen met het waterschap tot een goede aanvraag komt. Geadviseerd wordt hiervan gebruik te maken. U kunt hiervoor contact opnemen met het cluster Vergunningen, Toezicht en Handhaving van het waterschap (vergunningen@waterschaplimburg.nl of telefonisch via 088 – 88 90 100).

Na afweging van alle relevante belangen kan al dan niet een vergunning worden verleend.

 

Hoe u een vergunning bij het waterschap aanvraagt, kunt u vinden op de site van het waterschap, www.waterschaplimburg.nl.

23.2 Afwegingskader

Bij de beoordeling van een aanvraag voor het aanbrengen van een ophoging binnen de kernzone van een waterkering houden wij rekening met de volgende aspecten:

  • a)

    De aanleg van een ophoging tast gedurende zijn gehele levensduur (tijdens de aanleg en na oplevering) de veiligheid van de waterkering niet aan en veroorzaakt geen toename van de ontwerpopgave voor verbetering van de waterkering in de toekomst.

  • b)

    Beheerplan waterkeringen 2017-2022.

Dit afwegingskader is uitgewerkt in deze beleidsregel.

 

 

Ad a:

De eisen waaraan de aanleg en aanwezigheid van een ophoging dient te voldoen zijn sterk afhankelijk van de lokale situatie en van de locatie van de ophoging. Ook de actuele sterkte van de waterkering is van belang. Is de kering al ontworpen op de vigerende wettelijke normen of niet. Een en ander betekent dat er maatwerk geleverd moet worden bij de beoordeling. Uitgangspunt hierbij is dat gedurende de levensduur van de ophoging de veiligheid van de waterkering niet aangetast wordt en onze ontwerpopgave in de toekomst niet toeneemt.

 

Kaders en richtlijnen die hierbij gebruikt worden zijn:

  • -

    het vigerend OI Instrumentarium

  • -

    het vigerende wettelijk beoordelingsinstrumentarium

Uitgangspunt is dat door de aanleg en aanwezigheid van de ophoging de faalkans van de ophoging ten opzichte van de faalkans van de waterkering verwaarloosbaar klein is. Alleen indien er sprake is van zwaarwegend maatschappelijk belang dan kan een deel van de beschikbare faalkansruimte benut worden. In beide situaties dient bij de aanleg van de ophoging ook een toekomstige dijkverzwaring betrokken te worden.

 

Ad c: Beheerplan waterkeringen 2017-2022

Als toetsingskader hanteren wij voorts het Beheerplan waterkeringen 2017-2022 van het waterschap.

 

Voorschriften

Aan de vergunning worden in elk geval zodanige voorschriften verbonden dat nadelige effecten van de werkzaamheden binnen de kernzone voldoende worden voorkomen. De voorschriften zullen onder meer betrekking hebben op de wijze van uitvoering en kunnen ook zien op de periode van uitvoering (bijvoorbeeld niet in een periode waarin hoog water dreigt). Zo nodig kunnen specifieke voorschriften aan de vergunning worden verbonden met het oog op bescherming van de waterkering tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. In elk geval zullen voorschriften worden opgenomen gericht op de afwatering van de waterkering met het oog op het voorkomen van verweking van de kernzone. Ook voorschriften ter zake het onderhoud en beheer van de aanlegde ophoging zullen deel uitmaken van de vergunning.

 

In aanvulling op deze beleidsregel, is mogelijk ook de beleidsregel werken aan de waterkering (nummer 29) van toepassing.

24. Aanleggen en inrichten van een parcours voor recreatieve doeleinden binnen de kernzone van een waterkering

24.1 Inleiding

Het aanleggen en inrichten van een parcours voor recreatieve doeleinden binnen de kernzone van een waterkering, als bedoeld in de betreffende uitvoeringsregel, kan negatieve gevolgen hebben voor de stabiliteit van de waterkering en daarmee op het functioneren daarvan. Daarnaast kan de aanwezigheid daarvan de bereikbaarheid en het voeren van onderhoud belemmeren en kunnen belemmeringen ontstaan indien maatregelen en of voorzieningen moeten worden getroffen in het geval van (dreigende) calamiteiten. Het aanleggen en inrichtingen van een parcours voor recreatieve doeleinden binnen de kernzone van een waterkering is zonder voorafgaande vergunning verboden. In deze paragraaf leest u wat ons beleid is waaraan wij een vergunningaanvraag toetsen.

 

De mogelijkheid bestaat om vooroverleg aan te vragen zodat u samen met het waterschap tot een goede aanvraag komt. Geadviseerd wordt hiervan gebruik te maken. U kunt hiervoor contact opnemen met het cluster Vergunningen, Toezicht en Handhaving van het waterschap (vergunningen@waterschaplimburg.nl of telefonisch via 088 – 88 90 100).

Na afweging van alle relevante belangen kan al dan niet een vergunning worden verleend.

 

Hoe u een vergunning bij het waterschap aanvraagt, kunt u vinden op de site van het waterschap, www.waterschaplimburg.nl.

24.2 Afwegingskader

Van geval tot geval moet worden bekeken of het beoogde parcours en de beoogde inrichting daarvan kan worden toegestaan door voorschriften aan de vergunning te verbinden waarmee nadelige effecten van de aanleg en aanwezigheid daarvan voldoende kunnen worden beperkt. Daarnaast moet ook altijd aan de zorgplicht worden voldaan als bepaald in artikel 3.1 van de Keur.

 

Bij de beoordeling van een aanvraag voor het aanleggen en inrichten van een parcours voor recreatieve doeleinden binnen de kernzone van een waterkering houden wij rekening met de volgende aspecten:

  • a)

    De aanleg van een parcours tast gedurende zijn gehele levensduur (tijdens de aanleg en na oplevering) de veiligheid van de waterkering niet aan en veroorzaakt geen toename van de ontwerpopgave voor verbetering van de waterkering in de toekomst.

  • b)

    Beheerplan waterkeringen 2017-2022.

  • c)

    Bereikbaarheid en voeren van onderhoud van de waterkering

  • d)

    Treffen van maatregelen en of voorzieningen in geval van een (dreigende) calamiteit.

  • e)

    Actieve risicoaanvaarding

Dit afwegingskader is uitgewerkt in deze beleidsregel.

 

Ad a: De eisen waaraan de aanleg en aanwezigheid van het parcours dient te voldoen zijn sterk afhankelijk van de lokale situatie en van de locatie van het parcours. Ook de actuele sterkte van de waterkering is van belang. Is de kering al ontworpen op de vigerende wettelijke normen of niet. Een en ander betekent dat er maatwerk geleverd moet worden bij de beoordeling. Uitgangspunt hierbij is dat gedurende de levensduur van het parcours de veiligheid van de waterkering niet aangetast wordt en onze ontwerpopgave in de toekomst niet toeneemt.

 

Kaders en richtlijnen die hierbij gebruikt worden zijn:

  • -

    het vigerend OI Instrumentarium

  • -

    het vigerende wettelijk beoordelingsinstrumentarium

Uitgangspunt is dat door de aanleg en aanwezigheid van het parcours de faalkans van het parcours ten opzichte van de faalkans van de waterkering verwaarloosbaar klein is. Alleen indien er sprake is van zwaarwegend maatschappelijk belang dan kan een deel van de beschikbare faalkansruimte benut worden. In beide situaties dient bij de aanleg van een parcours ook een toekomstige dijkverzwaring betrokken te worden.

 

Ad b: Beheerplan waterkeringen 2017-2022

Als toetsingskader hanteren wij voorts het Beheerplan waterkeringen 2017-2022 van het waterschap. Zo geeft dit plan in paragraaf 5.1.5 aan hoe het waterschap (voorzieningen voor) recreatief medegebruik binnen de zones van een waterkering beoordeelt.

 

Ad c: Bereikbaarheid en voeren van onderhoud van de waterkering

Een goede bereikbaarheid en het goed kunnen onderhouden van de waterkering is cruciaal in het kader van het beheer van de waterkering. De aanwezigheid van een parcours met bijbehorende voorzieningen (bijv. bewegwijzering, bankjes, prullenbakken, e.d.) kan leiden tot belemmeringen.

 

Ad d: Treffen van maatregelen en of voorzieningen in geval van een (dreigende) calamiteit

Dit aspect hangt nauw samen met het onder c vermelde aspect. In geval van een (dreigende) calamiteit kan de noodzaak bestaan maatregelen en of voorzieningen te treffen ter voorkoming of beperking van de gevolgen van de (dreigende) calamiteit. De daarvoor benodigde ruimte dient beschikbaar te zijn dan wel dient eenvoudig beschikbaar gemaakt te kunnen worden.

 

Ad e: Actieve risicoaanvaarding

Een initiatiefnemer moet er rekening mee houden en op bedacht zijn, dat het kleine bouwwerk, in geval van een noodzakelijke aanpassing van de waterkering of in het geval vanwege een (dreigende) calamiteit moet worden verwijderd. Omdat een initiatiefnemer vooraf bekend is met dit gegeven, moet hij er zich van bewust zijn dat hij geen recht kan doen gelden op een eventuele schadevergoeding of nadeelcompensatie van het waterschap. Hij heeft namelijk door het kleine bouwwerk aan te leggen, het risico hiervoor op zich genomen (actieve risico-aanvaarding).

 

Voorschriften

Aan de vergunning worden in elk geval zodanige voorschriften verbonden dat nadelige effecten van de aanleg en aanwezigheid van het parcours met bijbehorende voorzieningen binnen de kernzone van een waterkering voldoende worden voorkomen. Onder meer zal het voorschrift worden opgenomen dat aangebrachte voorzieningen eenvoudig kunnen worden verwijderd. Ook voorschriften gericht op het onderhoud van het parcours en bijbehorende voorzieningen kunnen deel uitmaken van de vergunning.

 

In aanvulling op deze beleidsregel, is mogelijk ook de beleidsregel werken aan de waterkering (nummer 29) van toepassing.

25. Gebruiken van de kernzone van een waterkering voor een evenement

25.1 Inleiding

Het gebruiken van de kernzone van een waterkering voor een evenement kan negatieve gevolgen hebben voor de stabiliteit van de waterkering en daarmee op het functioneren daarvan. Daarnaast kan de aanwezigheid daarvan de bereikbaarheid en het voeren van onderhoud belemmeren. Het gebruiken van de kernzone voor het houden van een evenement is zonder voorafgaande vergunning verboden. In deze paragraaf leest u wat ons beleid is waaraan wij een vergunningaanvraag toetsen.

 

De mogelijkheid bestaat om vooroverleg aan te vragen zodat u samen met het waterschap tot een goede aanvraag komt. Geadviseerd wordt hiervan gebruik te maken. U kunt hiervoor contact opnemen met het cluster Vergunningen, Toezicht en Handhaving van het waterschap (vergunningen@waterschaplimburg.nl of telefonisch via 088 – 88 90 100).

Na afweging van alle relevante belangen kan al dan niet een vergunning worden verleend.

 

Hoe u een vergunning bij het waterschap aanvraagt, kunt u vinden op de site van het waterschap, www.waterschaplimburg.nl.

25.2 Afwegingskader

Van geval tot geval moet worden bekeken of het beoogde gebruik kan worden toegestaan door voorschriften aan de vergunning te verbinden waarmee nadelige effecten van het gebruik voldoende kunnen worden beperkt. Daarnaast moet ook altijd aan de zorgplicht worden voldaan als bepaald in artikel 3.1 van de Keur.

 

Bij de beoordeling van een aanvraag voor het gebruiken van de kernzone van een waterkering voor een evenement houden wij rekening met de volgende aspecten:

  • a)

    De voorbereiding en uitvoering van een evenement tast gedurende zijn gehele levensduur (van voorbereiding tot en met beëindiging) de veiligheid van de waterkering niet aan en veroorzaakt geen toename van de ontwerpopgave voor verbetering van de waterkering in de toekomst.

  • b)

    Beheerplan waterkeringen 2017-2022.

Dit afwegingskader is uitgewerkt in deze beleidsregel.

 

Ad a:

De eisen waaraan het houden van een evenement (inclusief voorbereidingen en beëindiging) dient te voldoen zijn sterk afhankelijk van de lokale situatie en van de locatie van evenement. Ook de actuele sterkte van de waterkering is van belang. Is de kering al ontworpen op de vigerende wettelijke normen of niet. Een en ander betekent dat er maatwerk geleverd moet worden bij de beoordeling. Uitgangspunt hierbij is dat de veiligheid van de waterkering niet aangetast wordt en onze ontwerpopgave in de toekomst niet toeneemt.

 

Kaders en richtlijnen die hierbij gebruikt worden zijn:

  • -

    het vigerend OI Instrumentarium

  • -

    het vigerende wettelijk beoordelingsinstrumentarium

Uitgangspunt is dat door het evenement de faalkans van het evenement ten opzichte van de faalkans van de waterkering verwaarloosbaar klein is. Alleen indien er sprake is van zwaarwegend maatschappelijk belang dan kan een deel van de beschikbare faalkansruimte benut worden. In beide situaties dient bij het evenement ook een toekomstige dijkverzwaring betrokken te worden.

 

Ad b: Beheerplan waterkeringen 2017-2022

Als toetsingskader hanteren wij voorts het Beheerplan waterkeringen 2017-2022 van het waterschap. Zo geeft dit plan in paragraaf 5.1.5 aan hoe het waterschap (voorzieningen voor) recreatief medegebruik binnen de zones van een waterkering beoordeelt. Het houden van een evenement wordt als recreatief medegebruik aangemerkt.

 

Voorschriften

Aan de vergunning worden in elk geval zodanige voorschriften verbonden dat nadelige effecten van gebruik van de kernzone voor een evenement voldoende worden voorkomen. Onder meer zal het voorschrift worden opgenomen dat de kernzone in zijn oorspronkelijke toestand wordt achtergelaten na afloop van het evenement.

 

In aanvulling op deze beleidsregel, is mogelijk ook de beleidsregel werken aan de waterkering (nummer 29) van toepassing.

26. Aanbrengen of verwijderen van beplanting binnen de kernzone van een waterkering

26.1 Inleiding

Het aanbrengen of verwijderen van beplanting binnen de kernzone van een waterkering kan negatieve gevolgen hebben voor de stabiliteit van de waterkering en daarmee op het functioneren daarvan. Daarnaast kan de aanwezigheid daarvan de bereikbaarheid, inspecteerbaarheid en het voeren van onderhoud belemmeren. Het gebruiken van de kernzone voor het aanbrengen en verwijderen van beplanting is zonder voorafgaande vergunning verboden. In deze paragraaf leest u wat ons beleid is waaraan wij een vergunningaanvraag toetsen.

 

De mogelijkheid bestaat om vooroverleg aan te vragen zodat u samen met het waterschap tot een goede aanvraag komt. Geadviseerd wordt hiervan gebruik te maken. U kunt hiervoor contact opnemen met het cluster Vergunningen, Toezicht en Handhaving van het waterschap (vergunningen@waterschaplimburg.nl of telefonisch via 088 – 88 90 100).

Na afweging van alle relevante belangen kan al dan niet een vergunning worden verleend.

 

Hoe u een vergunning bij het waterschap aanvraagt, kunt u vinden op de site van het waterschap, www.waterschaplimburg.nl.

26.2 Afwegingskader

Van geval tot geval moet worden bekeken of het beoogde gebruik kan worden toegestaan door voorschriften aan de vergunning te verbinden waarmee nadelige effecten van het gebruik voldoende kunnen worden beperkt. Daarnaast moet ook altijd aan de zorgplicht worden voldaan als bepaald in artikel 3.1 van de Keur.

 

Bij de beoordeling van een aanvraag voor het aanbrengen en verwijderen van beplanting houden wij rekening met de volgende aspecten:

  • a)

    De aanleg/verwijdering van beplanting tast gedurende zijn gehele levensduur (tijdens de aanleg/verwijdering en na oplevering) de veiligheid van de waterkering niet aan en veroorzaakt geen toename van de ontwerpopgave voor verbetering van de waterkering in de toekomst.

  • b)

    Beheerplan waterkeringen 2017-2022.

  • c)

    Actieve risicoaanvaarding.

Dit afwegingskader is uitgewerkt in deze beleidsregel.

 

Ad a:

De eisen waaraan de aanleg/verwijdering en aanwezigheid van de beplanting dient te voldoen zijn sterk afhankelijk van de lokale situatie en van de locatie van de beplanting. Ook de actuele sterkte van de waterkering is van belang. Is de kering al ontworpen op de vigerende wettelijke normen of niet. Een en ander betekent dat er maatwerk geleverd moet worden bij de beoordeling. Uitgangspunt hierbij is dat gedurende de levensduur van de beplanting en de verwijdering daarvan de veiligheid van de waterkering niet aangetast wordt en onze ontwerpopgave in de toekomst niet toeneemt.

 

Kaders en richtlijnen die hierbij gebruikt worden zijn:

  • -

    het vigerend OI Instrumentarium

  • -

    het vigerende wettelijk beoordelingsinstrumentarium

Uitgangspunt is dat door de aanleg/verwijdering en aanwezigheid van de beplanting de faalkans van de beplanting ten opzichte van de faalkans van de waterkering verwaarloosbaar klein is. Alleen indien er sprake is van zwaarwegend maatschappelijk belang dan kan een deel van de beschikbare faalkansruimte benut worden. In beide situaties dient bij de aanleg/verwijdering van de beplanting ook een toekomstige dijkverzwaring betrokken te worden.

 

Ad b: Beheerplan waterkeringen 2017-2022

Als toetsingskader hanteren wij voorts het Beheerplan waterkeringen 2017-2022 van het waterschap. Zo geeft dit plan in paragraaf 5.3.4 aan hoe het waterschap het aanbrengen van beplanting binnen de kernzone van een waterkering beoordeelt.

 

Ad c: Actieve risicoaanvaarding

Een initiatiefnemer moet er rekening mee houden en op bedacht zijn, dat beplanting, in geval van een noodzakelijke aanpassing van de waterkering of in het geval vanwege een (dreigende) calamiteit moet worden verwijderd. Omdat een initiatiefnemer vooraf bekend is met dit gegeven, moet hij er zich van bewust zijn dat hij geen recht kan doen gelden op een eventuele schadevergoeding of nadeelcompensatie van het waterschap. Hij heeft namelijk door het aanbrengen van de beplanting, het risico hiervoor op zich genomen (actieve risico-aanvaarding).

 

Voorschriften

Aan de vergunning worden in elk geval zodanige voorschriften verbonden dat nadelige effecten van gebruik van de kernzone voor een evenement voldoende worden voorkomen. In elk geval zullen voorschriften worden opgenomen met betrekking tot het onderhoud van de beplanting (snoeien bijvoorbeeld).

 

In aanvulling op deze beleidsregel, is mogelijk ook de beleidsregel werken aan de waterkering (nummer 29) van toepassing.

27. Verleggen of reconstrueren van een waterkering

27.1 Inleiding

Het verleggen of reconstrueren van een waterkering heeft ingrijpende gevolgen voor het functioneren van de waterkering en het kunnen voldoen aan de wettelijke veiligheidsnormen. Het verleggen of reconstrueren van een waterkering is zonder voorafgaande vergunning verboden. In deze paragraaf leest u wat ons beleid is waaraan wij een vergunningaanvraag toetsen.

 

De mogelijkheid bestaat om vooroverleg aan te vragen zodat u samen met het waterschap tot een goede aanvraag komt. Geadviseerd wordt hiervan gebruik te maken. U kunt hiervoor contact opnemen met het cluster Vergunningen, Toezicht en Handhaving van het waterschap (vergunningen@waterschaplimburg.nl of telefonisch via 088 – 88 90 100).

Na afweging van alle relevante belangen kan al dan niet een vergunning worden verleend.

 

Hoe u een vergunning bij het waterschap aanvraagt, kunt u vinden op de site van het waterschap, www.waterschaplimburg.nl.

27.2 Afwegingskader

Van geval tot geval moet worden bekeken of de beoogde verlegging of reconstructie kan worden toegestaan door voorschriften aan de vergunning te verbinden waarmee nadelige effecten van het initiatief voldoende kunnen worden beperkt. Daarnaast moet ook altijd aan de zorgplicht worden voldaan als bepaald in artikel 3.1 van de Keur.

 

Bij de beoordeling van een aanvraag voor het verleggen of reconstrueren houden wij rekening met de volgende aspecten:

  • a)

    De waterkering blijft zowel tijdens de uitvoering van de werkzaamheden als na realisering van de verlegging of reconstructie voldoen aan de eisen gesteld aan de waterkering in het OI instrumentarium en het wettelijk beoordelingsinstrumentarium (WBI2017).

  • b)

    Beheerplan waterkeringen 2017-2022.

Dit afwegingskader is uitgewerkt in deze beleidsregel.

 

Verleggen of reconstrueren van een waterkering is alleen mogelijk indien dit geen negatieve gevolgen heeft voor het ter plaatse fysiek aanwezige beschermingsniveau (kerende hoogte) van de waterkering. Ook mag er geen toename ontstaan van de hoeveelheid kwel die bij hoogwater van de Maas, de Roer en de Hambeek kan optreden.

Een groene waterkering is het meest duurzaam en biedt de hoogste veiligheid. De voorkeur gaat er dan ook naar uit om bij verlegging of reconstructie van een waterkering een groene kering te laten terugkeren. Daar waar dit niet mogelijk is, geldt dat een groene kering nooit mag worden vervangen door een kademuur of een demontabele waterkering. Met andere woorden de situatie mag niet verslechteren.

Bij het verleggen of reconstrueren van een waterkering moet rekening worden gehouden met robuust ontwerpen zoals bedoeld in de Leidraad Rivieren. Dit houdt in dat in het ontwerp rekening moet worden gehouden met toekomstige ontwikkelingen en onzekerheden, zodat de maatregel tijdens de geplande levensduur goed blijft functioneren zonder dat ingrijpende en kostbare aanpassingen noodzakelijk zijn. Daar waar de overstroom baarheid van dijkringen moet zijn gewaarborgd, geeft het waterschap aan waar laagtes moeten worden aangebracht. Op deze wijze kan het waterschap gecontroleerd, rekening houdend met veiligheid en calamiteitenzorg en de waterkering laten overstromen. Bij een verbetering of verlegging van een waterkering wordt op voorhand de botanische waarde van de oude waterkering bepaald. Als er veel verschillende soorten voorkomen of als er één of meer bijzondere plantensoorten groeien, is er sprake van een waardevolle begroeiing. Deze vegetatie wordt dan behouden voor de nieuwe waterkering, omdat een botanisch waardevol grasland garant staat voor een goede doorworteling en erosiebestendigheid. In volgorde van voorkeur kunnen de volgende methoden worden toegepast: sparen van de oorspronkelijke begroeiing

  • -

    terugzetten complete zoden

  • -

    zodegrond als nieuwe toplaag

Als er geen sprake is van een waardevolle vegetatie op de oude waterkering dan kan de waterkering ingezaaid worden. Hiervoor kan zaad of maaisel worden gebruikt dat lokaal gewonnen is van een gewenste vegetatie, bijvoorbeeld van een andere waterkering.

Afhankelijk van de waterkering worden hieromtrent aanvullende voorwaarden in de vergunning opgenomen.

 

Toetsingscriteria/voorschriften

 

Constructie-eisen

Uitgangspunt is dat het ontwerp tegemoet komt aan eisen voor veiligheid en ruimtelijke kwaliteit. Belangrijke invullingen van robuust ontwerpen zijn:

  • zwaarder of ruimer dimensioneren dan volgens de vigerende wettelijke veiligheidsnormen nodig is; het ontwerp voorzien van uitbreidingsmogelijkheden;

  • rekening houden met andere functies, nu en in de toekomst;

  • ondoorlatende lagen die worden verstoord door uitvoer van de werkzaamheden worden zo hersteld dat de kwellengte minimaal intact blijft.

De grond die gebruikt wordt voor de aanleg van de nieuwe waterkering is van minimaal dezelfde kwaliteit (verdeling korrelgrootte en samenstelling) als het materiaal van de bestaande waterkering.

 

Een waterkering wordt voor de stabiliteit op de ongeroerde grond en ondoorlatende laag aangelegd. Daarom is een inkassing noodzakelijk. Indien zich binnen twee meter geen ondoorlatende laag bevindt, gelden de volgende afstanden: een diepte van 1,0 meter en een voetbreedte van 1,5 meter. De inkassing draagt tevens bij aan de robuustheid van de waterkering.

 

Normeisen

Bij verlegging c.q. reconstructie van een waterkering voldoet het te verleggen c.q. het te reconstrueren gedeelte aan de ontwerp leidraden van de ENW. Het waterschap hanteert hierbij een minimaal normprofiel. Dit minimale normprofiel bestaat uit een kruinbreedte van 4,0 meteren een minimale taludhelling van 1:3.

 

Onderhoudseisen

Het constructieve en dagelijkse onderhoud van de waterkering is voor een periode van twee jaar na overdracht aan het waterschap, voor verantwoordelijkheid van de vergunninghouder.

Na deze periode neemt het waterschap deze verantwoordelijkheid over van de vergunninghouder.

 

Algemene criteria

Bij wandel, fietspaden of wegen over of op een waterkering wordt uitgegaan van een wegbreedte zoals opgenomen in de Rona, met daarbij een berm met een breedte van 1 meter aan weerszijde van de weg. De beleidsregel wegen en coupures is hierbij ook van toepassing.

 

Toelichting

Met inkassing wordt het gedeelte van de waterkering bedoeld dat zich onder het maaiveld bevindt. Deze inkassing sluit bij voorkeur aan op een ondoorlatende laag. In de hieronder staande tekening is de situatie schematisch weergegeven.

 

In aanvulling op deze beleidsregel, is mogelijk ook de beleidsregel werken aan de waterkering (nummer 29) van toepassing.

29. Beleidsregel werken aan de waterkering

29.1 Inleiding

Bij het werken aan de waterkering dient het bestaande veiligheidsniveau van de achterliggende dijkring altijd aantoonbaar geborgd te zijn. Om die reden geldt voor het realiseren van diverse werken bij een waterkering een vergunningplicht. In de uitvoeringsregels is nader toegelicht waarom voor de betreffende werken een vergunningplicht geldt.

In deze paragraaf leest u wat ons beleid is waaraan wij de uitvoering van de werken toetsen, in aanvulling op de toetsing van de te realiseren werken als zodanig. Dat beleid is opgenomen in de betreffende beleidsregel.

 

De mogelijkheid bestaat om vooroverleg aan te vragen zodat u samen met het waterschap tot een goede aanvraag komt. Geadviseerd wordt hiervan gebruik te maken. U kunt hiervoor contact opnemen met het cluster Vergunningen, Toezicht en Handhaving van het waterschap (vergunningen@waterschaplimburg.nl of telefonisch via 088 – 88 90 100).

Na afweging van alle relevante belangen kan al dan niet een vergunning worden verleend.

 

Hoe u een vergunning bij het waterschap aanvraagt, kunt u vinden op de site van het waterschap, www.waterschaplimburg.nl.

29.2 Afwegingskader

In principe kan het hele jaar door aan en bij de waterkeringen gewerkt worden, maar vanwege de grotere risico’s in het hoogwaterseizoen (15 oktober – 15 maart) worden werken in het hoogwaterseizoen alleen overwogen als sprake is van een ‘zwaarwegend maatschappelijk belang’. Dit belang dient door de initiatiefnemer te worden aangetoond.

 

Ongeacht het seizoen is een risicobenadering altijd ons uitgangspunt bij de bepaling wat er wel en wat niet toelatbaar is. Er dienen zo nodig passende beheersmaatregelen te worden getroffen om de risico’s tot aanvaardbare omvang terug te brengen en het waterschap dient handelingsperspectief te hebben om veiligheidsrisico’s te voorkomen. Handelingsperspectief (bereikbaarheid en schaal van de maatregelen) voor het eventueel herstellen van de waterkering bij calamiteiten dan wel het toepassen en het functioneren van een vervangende kering, moet aantoonbaar geborgd zijn.

Van geval tot geval moet worden bekeken of en onder welke voorwaarden de werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd. Wij houden daarbij rekening met de volgende aspecten:

  • a)

    Handelingsperspectief

  • b)

    Toegankelijkheid waterkering

  • c)

    Waterkerend vermogen

Ad a handelingsperspectief

Het falen van de primaire waterkering tijdens werkzaamheden is een afbreukrisico voor het waterschap. Feit is dat de kans op calamiteiten als gevolg van hoogwater groter is in het hoogwaterseizoen (winterseizoen: 15 oktober – 15 maart), dan in het open seizoen. Ongeacht welk seizoen is een risicobenadering ons uitgangspunt en dient het waterschap voldoende handelingsperspectief te hebben.

Het werken in het hoogwaterseizoen wordt alleen overwogen als sprake is van een ‘zwaarwegend maatschappelijk belang’. Dit belang dient door de initiatiefnemer te worden aangetoond.

De initiatiefnemer of uitvoerende partij dient voorafgaand aan de werkzaamheden middels een noodplan (zie hierna) aan te tonen dat het huidige veiligheidsniveau binnen een reële reactietijd (reactietijd hoogwatergolf Maas afhankelijk van locatie 1 tot 3 dagen) gegarandeerd blijft. Het handelingsperspectief voor het herstellen van het waterkerend vermogen van de waterkering moet hierin aantoonbaar geborgd zijn. Per locatie dient de initiatiefnemer voldoende materieel en bouwstoffen beschikbaar te hebben om de waterkering binnen de reactietijd weer op sterkte te kunnen brengen. In een aantal gevallen zou dit kunnen betekenen dat vóór de uitvoering van een werk een vervangende waterkering moet worden gemaakt door de initiatiefnemer. Het noodplan wordt getoetst door beleidsafdeling waterkeren en door de calamiteitenorganisatie van het waterschap en dient goedgekeurd te worden door of namens het dagelijks bestuur.

Globaal gezien kunnen werkzaamheden waarbij de waterkering enkel sterker wordt, plaatsvinden in het hoogwaterseizoen (bijvoorbeeld het aanbrengen van een steunberm binnendijks), mits het veiligheidsniveau niet wordt aangetast gedurende de werkzaamheden. Werkzaamheden aan het buitentalud liggen in het gesloten seizoen minder voor de hand in verband met erosiebestendigheid en de waterdichtheid van de waterkering. Ook is bereikbaarheid voor materieel op een vers en nat werk bij hoogwater is een punt van zorg.

 

Ad. b toegankelijkheid waterkering

Waterkeringen moeten voor het waterschap te allen tijde bereikbaar kunnen zijn voor onder andere inspectie of calamiteiten. Het uitvoeren van werkzaamheden, zeker gedurende het hoogwaterseizoen, mag geen belemmering opleveren.

 

Ad. c waterkerend vermogen

Bij het werken aan de waterkering dient het bestaande veiligheidsniveau van de achterliggende dijkring altijd aantoonbaar geborgd te zijn.

 

Het noodplan

In het noodplan dienen minimaal de volgende aspecten te zijn opgenomen:

  • 1.

    Een beschrijving van de taken, rollen en verantwoordelijkheden van de initiatiefnemer, van monitoring tot en met uitvoering van herstelwerkzaamheden. Geef ook een overzicht van wie met wie communiceert en wanneer. Let op:

    • -

      De initiatiefnemer/opdrachtnemer is in alle gevallen zelf verantwoordelijk voor het bewaken van de waterstanden op de Maas. Het waterschap vormt geen schakel in de alarmering.

    • -

      De sleutelfunctionaris (met contactgegevens) die namens de opdrachtnemer de liaissonfunctie vervult met de calamiteitenorganisatie van het waterschap, dient tijdens de uitvoering 24 uur per dag en 7 dagen per week bereikbaar en inzetbaar te zijn.

    • -

      In te zetten vertegenwoordigers van de initiatiefnemer/opdrachtnemer (met contactgegevens) die tijdens een hoogwaterperiode aanwezig zijn op de dijklocatie dienen te allen tijde op de hoogte te zijn van de actuele stand van de uitvoering van de werken.

    • -

      Het waterschap krijgt bij start uitvoering een bericht van de initiatiefnemer/ opdrachtnemer. Wanneer de maatregel voor 90% gereed is wordt het waterschap opnieuw geïnformeerd.

  • 2.

    Locatieaanduiding door middel van een kaart met aanduiding van de uitvoeringstrajecten. Vermeldt in het noodplan ook plaatsnaam, dijkpaalnummers en bijbehorende bovenstroomse rivierkilometer.

  • 3.

    Een risicoanalyse met betrekking tot de vermindering van het waterkerende vermogen van de waterkering als gevolg van de werkzaamheden. Dit relateren aan de afvoer en herhalingstijd op basis van de actuele betrekkingslijnen: wat is het actuele veiligheidsniveau en wat is het resterende veiligheidsniveau per fase van de werkzaamheden.

  • 4.

    Per bouwfase een beschrijving van de preventieve en reactieve maatregelen die worden getroffen om de ontstane verhoogde risico’s te beheersen. Omschrijf de maatregelen (incl. principe-tekening) zodanig dat deze navolgbaar zijn in tijd en ruimte. De effectiviteit van de betreffende maatregelen dient zo nodig - bijvoorbeeld bij een noodkering met een kerende hoogte hoger dan 1 bigbag - te worden aangetoond middels berekeningen (piping, macrostabiliteit, …). Alle maatregelen dienen binnen een realistische reactietijd gerealiseerd te kunnen worden, gebaseerd op de waarschuwingstijd bij dreigend hoogwater; deze varieert afhankelijk van de locatie van circa 1 tot 3 dagen.

  • 5.

    Een beschrijving van de effecten van hoogwater op de infrastructuur op en rond de waterkering, in relatie tot het uitvoeren van de beheersmaatregelen. Bijvoorbeeld: wegen door uiterwaarden niet begaanbaar, coupures gesloten, gemeentelijke evacuatieroutes niet toegankelijk voor ander verkeer.

  • 6.

    Een beschrijving van de benodigde en beschikbare menskracht, materieel en materialen om de waterkering binnen de reactietijd weer op sterkte te kunnen brengen te zetten, inclusief overzichtstekeningen van de opslag van materieel en materiaal en toegang tot de dijklocaties.

  • 7.

    De looptijd van het plan is tot en met de eventuele onderhoudstermijn. Daarna is de waterkering immers pas volledig op sterkte.

  • 8.

    Te houden oefeningen in samenwerking met de calamiteitenorganisatie van het waterschap.

Het waterschap beschikt over een uitgebreide handreiking ten behoeve van het opstellen van een noodplan. Dit wordt, zo nodig, aan aanvrager beschikbaar gesteld door het waterschap.

 

Toelichting

De basis van ons handelen is dat het bestaande veiligheidsniveau van de achterliggende dijkring niet in het gedrang komt. Werken aan en nabij de waterkering zorgt in veel gevallen voor een tijdelijk verminderde sterkte van de waterkering. In het hoogwaterseizoen (15 oktober tot en met 15 maart) zijn de risico’s van werken aan de waterkering in het algemeen groter dan tijdens de rest van het jaar (het open seizoen). In het hoogwaterseizoen, de winterperiode, is de kans op hoogwater het grootst. Daarnaast zijn de waterkeringen vaak al verzadigd met water waardoor het werkterrein en de dijk slecht bereikbaar zijn en er vaak schade wordt gereden. De natte omstandigheden beïnvloeden ook de kwaliteit van het te maken werk. Daarnaast is de grasmat bij werkzaamheden vaak beschadigd of mogelijk zelfs verwijderd waardoor bij hoogwater de kans op erosie sterk toeneemt. Het optreden van een calamiteit (hoogwater op de Maas) tijdens werkzaamheden in het gesloten seizoen is een veiligheidsrisico voor personen en goederen achter de dijk. Eenieder die werkt aan de waterkering is verplicht tot het opzetten van een door het waterschap goed te keuren noodplan. Bij de beoordeling van het noodplan wordt meegewogen of een werk in de winter (hoogwaterseizoen) dan wel in de zomer (open seizoen) zal worden uitgevoerd.

30. Grondwater

30.1 Inleiding

Het onttrekken van grondwater kan een negatief effect hebben op aan het grondwater en aan de grondwaterstand en –hoeveelheid gerelateerde belangen. Indien de locatie en of de omvang van de grondwateronttrekking van dien aard is dat een individuele afweging van de daarbij betrokken belangen nodig is, is in de uitvoeringsregels een vergunningplicht ingesteld.

In deze paragraaf leest u wat ons beleid is waaraan wij een vergunningaanvraag toetsen.

 

De mogelijkheid bestaat om vooroverleg aan te vragen zodat u samen met het waterschap tot een goede aanvraag komt. Geadviseerd wordt hiervan gebruik te maken. U kunt hiervoor contact opnemen met het cluster Vergunningen, Toezicht en Handhaving van het waterschap (vergunningen@waterschaplimburg.nl of telefonisch via 088 – 88 90 100).

Na afweging van alle relevante belangen kan al dan niet een vergunning worden verleend.

 

Hoe u een vergunning bij het waterschap aanvraagt, kunt u vinden op de site van het waterschap, www.waterschaplimburg.nl.

30.2 Afwegingskader

Een aanvraag voor een vergunning ten behoeve van een grondwateronttrekking wordt beoordeeld aan de hand van onderstaande regels:

 

  • 1.

    Er wordt geen vergunning verleend indien de onttrekking leidt tot een permanente verlaging van de grondwaterstand aan de rand van een bufferzone van een verdrogingsgevoelig natuurgebied. Eveneens wordt geen vergunning verleend indien de onttrekking leidt tot een permanente verlaging van de grondwaterstand aan de rand van een hydrologisch gevoelig natuurgebied. (zie kaart Onttrekken grondwater). Deze kaart is kaart 3 Regionaal watersysteem hydrologisch gevoelige natuurgebieden van het provinciaal Waterplan Limburg 2016-2021.Toelichting:Bij de bepaling van de daadwerkelijk onttrokken en vergunde hoeveelheden grondwater wordt uitgegaan van de hoeveelheden, opgenomen in het grondwaterregister. Bij de bepaling van de omvang van de permanente verlaging aan de rand van een hydrologisch gevoelig gebied wordt gebruik gemaakt van hydrologische modelberekeningen, waarbij uitgegaan wordt van een modelonnauwkeurigheid van 0,05 meter. Dit houdt in dat pas bij een verlaging van meer dan 0,05 meter sprake is van een verlaging aan de rand van een hydrologisch gevoelig gebied. Indien de verlaging middels compenserende maatregelen teniet wordt gedaan, kan alsnog vergunning worden verleend.

     

  • 2.

    Er wordt geen vergunning verleend indien de onttrekking plaatsvindt in de Roerdalslenk, voor zover de onttrekking plaatsvindt onder de bovenste Brunssumklei en Venloschol, voor zover de onttrekking plaatsvindt dieper dan 5 meter boven NAP.Toelichting:De gebieden Roerdalslenk en Venloschol zijn aangegeven op de kaart behorende bij de artikelen 4.2 tot en met 4.6 van de Provinciale Omgevingsverordening en zijn als kaart Onttrekken grondwater behorende bij de uitvoeringsregels van de keur opgenomen. Het grondwater dat zich bevindt onder de bovenste Brunssumklei in de Roerdalslenk en het grondwater dat zich dieper dan 5 meter boven NAP in de Venloschol bevindt, is bestemd voor menselijke consumptie. Hieronder wordt watergebruik verstaan waaraan de Warenwet eisen stelt. Bronbemaling is geen vorm van hoogwaardig gebruik.

     

  • 3.

    Er wordt alleen vergunning verleend indien spaarzaam en doelmatig grondwater wordt onttrokken.Toelichting:Beoogd wordt het effect van het onttrekken ten behoeve van bronbemaling op de grondwaterstand zo beperkt mogelijk te doen zijn. De benodigde hoeveelheid en de benodigde intensiteit van de grondwateronttrekking wordt beoordeeld. Dit aspect komt in het vooroverleg aan de orde.

     

  • 4.

    Er wordt alleen vergunning verleend indien schade als gevolg van de onttrekking door de vergunninghouder kan worden voorkomen of gecompenseerd. Voorbeelden van schade zijn: zetting, landbouwschade en verspreiding van verontreiniging.Toelichting:Grondwateronttrekkingen ten behoeve van bronbemaling kunnen diverse gevolgen hebben, afhankelijk van de omvang, de duur en de locatie van de onttrekking. Schade kan worden voorkomen door het treffen van technische voorziening (bijv. gebruik damwanden of retourbemaling). Schade kan ook financieel worden gecompenseerd.

Rapportage om de aanvraag te onderbouwen

In artikel 6.19 van de Waterregeling is onder andere bepaald dat de aanvrager van een vergunning moet beschrijven wat de aard en de omvang van de gevolgen van de handeling (hier: grondwateronttrekking en/of infiltratie) zijn, voor zover die gevolgen relevant zijn voor de beoordeling van de aanvraag.

De aard en het detailniveau van de gevolgen die in beeld moeten worden gebracht, zullen verschillen per onttrekking. De volgende aspecten kunnen bijvoorbeeld een rol spelen:

  • verlaging/verhoging grondwaterstanden en/of stijghoogten in het watervoerend pakket;

  • invloed op gewenste grondwater- en oppervlaktewater regime (GGOR);

  • invloedsfeer van de onttrekking waarbij de verlaging op de kaart in de regel door middel van contouren per 5 cm verlaging wordt aangegeven;

  • verlaging van grondwaterstanden bij gevoelige objecten (bebouwing, waterkeringen, infrastructuur en kunstwerken, bomen, natuur, landbouw, zettingsgevoelige gronden). Waar relevant en mogelijk ook de verlaging ten opzichte van historische fluctuaties in beeld brengen;

  • berekening van zetting, klink of negatieve kleef alsmede, indien relevant, gevolgen voor fundering;

  • gevolgen van zetting en grondwaterstandsverandering voor landbouw, natuur, bebouwing, waterkeringen, infrastructuur, kunstwerken en eventuele archeologische of aardkundige waarden;

  • de invloed van de onttrekking/infiltratie op aanwezige bodemverontreinigingen;

  • bij retourbemaling of bij infiltratie van hemelwater: de gevolgen voor de (grond)waterkwaliteit in het (grond)waterlichaam.

Bij de analytische berekeningen modelberekeningen moet worden aangegeven van welke uitgangspunten ten aanzien van de ondergrond zijn gebruikt (laagindeling, KD-waarden, c-waarden) en welke uitgangspunten gebruikt zijn met betrekking tot de onttrekking zelf (afmetingen en diepte bouwput, filterdiepte etc.).

 

Verder moet inzicht worden gegeven in de samenstelling van het te onttrekken respectievelijk te infiltreren grondwater. Het is van belang om de samenstelling hiervan te kennen in verband met de lozing op het oppervlaktewater of riolering en omdat te infiltreren water de kwaliteit van het grondwater niet mag verslechteren. Bij het onderzoek naar de kwaliteit van water kan het onder meer gaan om het gehalte aan chloride, sulfaat, ijzer, zwevende stof, CZV, BZV.

 

Beschrijving maatregelen en/of voorzieningen

In artikel 6.27 en 6.28 van de Waterregeling is, als indieningsvereiste voor vergunningsaanvragen voor grondwateronttrekkingen respectievelijk infiltraties, onder meer bepaald dat een beschrijving moet worden gegeven van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de negatieve gevolgen van de onttrekking of infiltratie te voorkomen of te beperken. Bij die maatregelen kan worden gedacht aan:

  • beperken onttrekking door civieltechnische of geohydrologische maatregelen (werken binnen damwand, werken in den natte, onderwaterbeton, bodem injecteren, etc.);

  • infiltratiemiddelen om (gevolgen van) grondwaterpeilverlaging te beperken;

  • geoptimaliseerd onttrekkingsregime om effecten te minimaliseren (bijvoorbeeld laten opkomen grondwaterpeil tijdens onderbrekingen in het werk);

  • funderingsvervangende of ondersteunende constructies;

  • overige maatregelen zoals beregening natuur, isolatie bodemverontreiniging door schermen, etc.

Voorschriften

Aan een te verlenen vergunning kunnen in elk geval voorschriften worden verbonden met betrekking tot de omvang en duur van de onttrekking en, waar nodig, ter voorkoming van schade aan betrokken belangen. De inhoud van deze voorschriften is afhankelijk van de specifieke situatie.

31. Draineren van gronden gelegen binnen de kernzone en beschermingszone van een waterkering.

31.1 Inleiding

Het draineren van gronden binnen de kernzone en beschermingszone van een waterkering kan negatieve gevolgen hebben voor de stabiliteit van de waterkering en daarmee op het functioneren daarvan. Het draineren van gronden binnen de kernzone en beschermingszone van een waterkering is zonder voorafgaande vergunning verboden. In deze paragraaf leest u wat ons beleid is waaraan wij een vergunningaanvraag toetsen.

 

De mogelijkheid bestaat om vooroverleg aan te vragen zodat u samen met het waterschap tot een goede aanvraag komt. Geadviseerd wordt hiervan gebruik te maken. U kunt hiervoor contact opnemen met het cluster Vergunningen, Toezicht en Handhaving van het waterschap (vergunningen@waterschaplimburg.nl of telefonisch via 088 – 88 90 100).

Na afweging van alle relevante belangen kan al dan niet een vergunning worden verleend.

 

Hoe u een vergunning bij het waterschap aanvraagt, kunt u vinden op de site van het waterschap, www.waterschaplimburg.nl.

31.2 Afwegingskader

Bij de beoordeling van een aanvraag voor het draineren van gronden binnen de kernzone en beschermingszone van een waterkering houden wij rekening met de volgende aspecten:

  • a)

    De drainage tast gedurende zijn gehele levenduur (tijdens aanleg en na oplevering) de veiligheid van de waterkering niet aan en veroorzaakt geen toename van de ontwerpopgave voor verbetering in de toekomst.

  • b)

    Beheerplan waterkeringen 2017-2022.

Dit afwegingskader is uitgewerkt in deze beleidsregel.

 

Ad a:

De eisen waaraan het drainagesysteem dient te voldoen is sterk afhankelijk van de lokale situatie. Daarnaast speelt de voorgenomen ligging van het drainagesysteem ten opzichte van de waterkering een belangrijke rol. Ook de actuele sterkte van de waterkering is van belang. Is de kering al ontworpen op de vigerende wettelijke normen of niet. Een en ander betekent dat er maatwerk geleverd moet worden bij de beoordeling. Uitgangspunt hierbij is dat gedurende de levensduur van het drainagesysteem de veiligheid van de waterkering niet aangetast wordt en onze ontwerpopgave in de toekomst niet toeneemt.

 

Kaders en richtlijnen die hierbij gebruikt worden zijn:

  • -

    het vigerend OI Instrumentarium

  • -

    het vigerende wettelijk beoordelingsinstrumentarium

Uitgangspunt is dat door het drainagesysteem de faalkans van de hogedrukleiding ten opzichte van de faalkans van de waterkering verwaarloosbaar klein is. Bij de beoordeling van de vergunningaanvraag wordt ook een eventuele toekomstige dijkverzwaring betrokken.

 

Ad b: Beheerplan waterkeringen 2017-2022

Als toetsingskader hanteren wij voorts het Beheerplan waterkeringen 2017-2022 van het waterschap. Zo geeft dit plan in paragraaf 5.1.2 aan dat de kernzone zoveel mogelijk vrij van kabels en leidingen moet blijven. Wij beoordelen de aanleg van drainagesystemen, vanwege zijn aard conform genoemde paragraaf uit het beheerplan.

 

Voorschriften

Aan de vergunning worden in elk geval zodanige voorschriften verbonden dat nadelige effecten van de aanleg en aanwezigheid van een drainagesysteem binnen de kernzone en beschermingszone van een waterkering voldoende worden voorkomen. Hiertoe behoren in elk geval voorschriften ten aanzien van diepte waarop het systeem wordt aangelegd en ten aanzien van de locatie van lozing van het drainagewater.

 

In aanvulling op deze beleidsregel, is mogelijk ook de beleidsregel werken aan de waterkering (nummer 29) van toepassing.