Toepassing spoedeisende bestuursdwang in Stampersgat tegen onbekende overtreder

Het hoofd van de afdeling handhaving, daartoe bevoegd op basis van (sub)mandaat van het dagelijks bestuur en de dijkgraaf van het waterschap Brabantse Delta;

Overwegingen:

  • Op maandag 8 oktober 2018 kreeg het waterschap Brabantse Delta een telefonische melding van zwart, stinkend water rond het gemaal Heerjansland aan de Dennis Leestraat te Stampersgat

  • (gemeente Halderberge). Toezichthouders van het waterschap als bedoeld in artikel 5:11 van de Algemene wet bestuursrecht zijn op die dag ter plaatse gegaan en hebben vastgesteld, dat de op bijgaande tekening schetsmatig aangeduide watergangen ernstig verontreinigd waren. Om verdere verspreiding in oppervlaktewater tegen te gaan was het waterschap genoodzaakt bij wijze van spoedeisende bestuursdwang direct tijdelijke dammen te leggen onder meer in de Bansloot en het gemaal Heerjansland tijdelijk stil te leggen.

  • Uit analyse van uit deze watergangen genomen watermonsters bleek, dat de in het water aanwezige verontreinigende stoffen van organische aard waren. Het zuurstofgehalte van het aan de orde zijnde water varieerde afhankelijk van de locatie van 0 mg/l tot 3 mg/l. Dergelijke, lage zuurstofgehalten zijn schadelijk voor de in het water levende organismen. Op basis van onderzoek ter plaatse kon worden uitgesloten, dat de zeer ernstige verontreiniging van deze watergangen een natuurlijke oorsprong had. De verontreiniging moest daarom het gevolg zijn van een lozing op oppervlaktewater. Het zonder vergunning lozen van verontreinigende stoffen op een oppervlaktewaterlichaam is een overtreding van het in artikel 6.2 eerste lid van de Waterwet opgenomen lozingsverbod.

  • Het waterschap heeft onder meer tot taak om een goede kwaliteit van het oppervlaktewater te bevorderen en is belast met het nemen van maatregelen tot bescherming van deze hoedanigheid.

  • Ondanks uitgebreid onderzoek ter plaatse is het niet gelukt om de overtreder, die verantwoordelijk is voor deze illegale lozing, op te sporen. Nu geen dader van de lozing van de verontreinigende stoffen bekend was en het vasthouden van verontreinigd water in compartimenten slechts tijdelijk mogelijk was, is het verontreinigde water in de aan de orde zijnde watergangen bij wijze van spoedeisende bestuursdwang verwijderd en ter verwerking afgevoerd. Tevens zijn daarna de aangebrachte dammen verwijderd en is de desbetreffende grond ter verwerking afgevoerd. Hiermee zijn de gevolgen van de overtreding ongedaan gemaakt.

  • Ter uitvoering van artikel 5:31 tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht leggen wij deze spoedeisende bestuursdwang achteraf vast in het onderhavige besluit.

 

B E S L U I T

 

de volgende handelingen bij wijze van spoedeisende bestuursdwang te hebben uitgevoerd:

  • het leggen van tijdelijke dammen in onder meer de Bansloot;

  • het uit de eerderbedoelde watergangen (laten) opzuigen van verontreinigd water en het afvoeren daarvan -in eerste instantie- per vrachtwagen naar het persstation Roosendaal van ons waterschap;

  • het tijdelijk inzetten van een beluchter in de omgeving van het gemaal Heerjansland;

  • het uit de eerderbedoelde watergangen (laten) opzuigen van verontreinigd water en het afvoeren daarvan via een (te maken) aansluiting op een ter plaatse aanwezige rioolwaterpersleiding naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie Bath; alsmede het ongedaan (laten)maken van de koppeling daarvan;

  • het (laten) verwijderen van de tijdelijke dammen, het (laten) afvoeren en verwerken van de grond alsmede het ongedaan maken van bedoelde koppeling.

de kosten daarvan, inclusief personele kosten, volledig op de dader/veroorzaker van de lozing te verhalen.

 

Breda, 7 maart 2019

Namens het dagelijks bestuur,

Hoofd afdeling handhaving

L.R.J. Kramer

 

Toelichting

Omdat in dit geval spoedig handelen vereist was en de overtreder(s) onbekend is (zijn), konden wij de beslissing tot het toepassen van bestuursdwang niet vooraf op schrift stellen en aan de overtreder(s) bekendmaken. Met toepassing van artikel 5:31, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maken wij de achteraf op 7 maart 2019 op schrift gestelde beschikking door middel van deze publicatie bekend.

 

Bijlage: overzichtskaart

Informatieblad

1. Bezwaarmogelijkheden

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kan tegen dit besluit binnen zes weken, te rekenen vanaf de dag van bekendmaking van dit besluit een bezwaarschrift worden ingediend. Het

bezwaarschrift moet worden gericht aan het dagelijks bestuur van waterschap Brabantse Delta,

Postbus 5520, 4801 DZ Breda.

Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en tenminste het volgende te bevatten:

  • a.

    naam en adres van de indiener;

  • b.

    de dagtekening;

  • c.

    vermelding van de datum en nummer of het kenmerk van het besluit waartegen het bezwaarschrift zich richt;

  • d.

    een opgave van de redenen waarom men zich met het besluit niet kan verenigen.

 

2. Voorlopige voorziening

Indien een bezwaarschrift is ingediend, is het mogelijk om daarnaast een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening in te dienen. Een dergelijk verzoek dient te worden gericht aan de Voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, Postbus 90.006, 4800 PA Breda.

Sinds 1 oktober 2010 is het voor burgers ook mogelijk bij genoemde rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht digitaal een verzoek om een voorlopige voorziening in te dienen. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op genoemde site voor de precieze voorwaarden.

 

De Voorzieningenrechter kan naar aanleiding van een dergelijk verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Het gaat hier met name om gevallen waarin de beschikking op het bezwaarschrift en de uitspraak op het eventueel daarna ingestelde beroep in redelijkheid niet kunnen worden afgewacht. Een schriftelijk verzoek dient te zijn ondertekend en tenminste het volgende te bevatten:

  • a.

    naam en adres van de verzoeker;

  • b.

    de dagtekening;

  • c.

    vermelding van het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen en datum en nummer of het kenmerk van het besluit;

  • d.

    de gronden van het verzoek (waarom spoedeisend karakter?).

Bij het verzoek dient voorts een afschrift van het bezwaarschrift te worden overgelegd. Zo mogelijk wordt

tevens een afschrift van het besluit waarop het geschil betrekking heeft overgelegd.

Voor de behandeling van een verzoek om voorlopige voorziening wordt een bedrag aan griffierecht geheven.

Naar boven