Toepassing spoedeisende bestuursdwang in Baarle-Nassau tegen onbekende overtreder

Het hoofd van de afdeling handhaving, daartoe bevoegd op basis van (onder)mandaat van het dagelijks bestuur en de dijkgraaf van het waterschap Brabantse Delta;

 

Overwegingen:

  • Op 14 januari 2019 heeft de heer J. Bastens, die buitengewoon opsporingsambtenaar en toezichthouder (art. 5:11 Awb) is van het waterschap, geconstateerd, dat het water dat aanwezig was in de watergangen langs de Oordeelsestraat, Visweg en Weverstraat te Baarle-Nassau zeer sterk zwart verkleurd was. Ter plaatse bleek dat deze verontreiniging werd veroorzaakt door een lozing van een zwarte vloeistof vanuit de hemelwaterriolering van de gemeente Baarle-Nassau. Het lozingspunt is op bijgaande overzichtskaarten aangeduid, evenals de watergangen die verontreinigd waren met de zwarte vloeistof.

  • Medewerkers van het waterschap hebben vervolgens in verband met deze lozing contact opgenomen met de gemeente Baarle-Nassau en de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant. De gemeente heeft op verzoek van ons waterschap een dam gelegd in de sloot na het lozingspunt en heeft de hemelwaterriolering afgesloten en gereinigd. Het waterschap heeft om verdere verspreiding in oppervlaktewater te voorkomen oilbooms geplaatst.

  • Het zonder vergunning lozen van verontreinigende stoffen via de hemelwaterriolering op een oppervlaktewaterlichaam is een overtreding van het in artikel 6.2 eerste lid van de Waterwet opgenomen lozingsverbod.

  • Het waterschap heeft onder meer tot taak om een goede kwaliteit van het oppervlaktewater te bevorderen en is belast met het nemen van maatregelen tot bescherming en het zo nodig herstellen van deze hoedanigheid.

  • Ondanks uitgebreid onderzoek ter plaatse, is het niet gelukt om de overtreder, die verantwoordelijk is voor de lozing van verontreinigende stoffen, via de gemeentelijke hemelwaterriolering op oppervlaktewater op te sporen. Daarbij zijn watermonsters genomen uit de verontreinigde sloten en uit de ter plaatse aanwezige hemelwaterriolering van de gemeente Baarle-Nassau, welke monsters vervolgens zijn geanalyseerd.

  • Nu -in ieder geval op dat moment- geen dader van de lozing van de verontreinigende stoffen kon worden achterhaald en om verdere verspreiding van de verontreiniging in oppervlaktewater door te voorkomen, zijn de volgende maatregelen bij wijze van spoedeisende bestuursdwang genomen (grotendeels in de week van 14 januari 2019); het plaatsen en naderhand verwijderen en reinigen/verwerken van oilbooms; het opzuigen en ter verwerking afvoeren van het verontreinigde water en het wegschrapen van grond van de verontreinigde sloottaluds en het ter verwerking afvoeren van die grond, het herstellen van de desbetreffende taluds na het wegschrapen van grond. Daarmee zijn de gevolgen van de overtreding ongedaan gemaakt en deze zullen indien alsnog een dader kan worden gevonden volledig op deze dader worden verhaald

 

B E S L U I T

 

de volgende handelingen bij wijze van spoedeisende bestuursdwang te hebben uitgevoerd:

  • het plaatsen en naderhand verwijderen en reinigen/verwerken van oilbooms;

  • het uit de eerderbedoelde watergangen opzuigen van verontreinigd water en het afvoeren en verwerken daarvan;

  • het afschrapen van verontreinigde grond uit de taluds van de aan de orde zijnde watergangen alsmede het verwijderen, transporteren, opslaan en verwerken van die grond;

  • het herstellen van de taluds, daar waar verontreinigde grond in dit verband uit die taluds is weggenomen; tot het herstel behoort ook het aanvullen van grond en het zonodig inzaaien daarvan;

  • de kosten daarvan, inclusief personele kosten van medewerkers van het waterschap, volledig op de dader/veroorzaker van de lozing te verhalen.

 

Breda, 5 maart 2019

Namens het dagelijks bestuur,

Hoofd afdeling handhaving

 

 

L.R.J. Kramer

 

Toelichting

Omdat in dit geval spoedig handelen vereist was en de overtreder(s) onbekend is (zijn), konden wij de beslissing tot het toepassen van bestuursdwang niet vooraf op schrift stellen en aan de overtreder(s) bekendmaken. Met toepassing van artikel 5:31, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maken wij de op 4 maart 2019 op schrift gestelde beschikking door middel van deze publicatie achteraf bekend.

 

1. Bezwaarmogelijkheden

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kan tegen dit besluit binnen zes weken, te rekenen vanaf de dag van bekendmaking van dit besluit een bezwaarschrift worden ingediend. Het

bezwaarschrift moet worden gericht aan het dagelijks bestuur van waterschap Brabantse Delta,

Postbus 5520, 4801 DZ Breda.

Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en tenminste het volgende te bevatten:

  • a.

    naam en adres van de indiener;

  • b.

    de dagtekening;

  • c.

    vermelding van de datum en het nummer of kenmerk van het besluit waartegen het bezwaarschrift zich richt;

  • d.

    een opgave van de redenen waarom men zich niet met het besluit kan verenigen.

 

2. Voorlopige voorziening

Indien een bezwaarschrift is ingediend, is het mogelijk om daarnaast een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening in te dienen. Een dergelijk verzoek dient te worden gericht aan de Voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, Postbus 90.006, 4800 PA Breda.

Sinds 1 oktober 2010 is het voor burgers ook mogelijk bij genoemde rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht digitaal een verzoek om een voorlopige voorziening in te dienen. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op genoemde site voor de precieze voorwaarden.

 

De Voorzieningenrechter kan naar aanleiding van een dergelijk verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Het gaat hier met name om gevallen waarin de beschikking op het bezwaarschrift en de uitspraak op het eventueel daarna ingestelde beroep in redelijkheid niet kunnen worden afgewacht. Een schriftelijk verzoek dient te zijn ondertekend en tenminste het volgende te bevatten:

  • a.

    naam en adres van de verzoeker;

  • b.

    de dagtekening;

  • c.

    vermelding van het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen en datum en nummer of het kenmerk van het besluit;

  • d.

    de gronden van het verzoek (waarom spoedeisend karakter?).

Bij het verzoek dient voorts een afschrift van het bezwaarschrift te worden overgelegd. Zo mogelijk wordt

tevens een afschrift van het besluit waarop het geschil betrekking heeft overgelegd.

Voor de behandeling van een verzoek om voorlopige voorziening wordt een bedrag aan griffierecht geheven.

 

Naar boven