Waterschapsblad van Waterschap Rivierenland

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Waterschap RivierenlandWaterschapsblad 2019, 2348Overige besluiten van algemene strekking



Subsidieregeling klimaatactief

 

Registratie nr.: 2018142925

 

Het algemeen bestuur van Waterschap Rivierenland;

 

op voordracht van het college van dijkgraaf en heemraden van 15 januari 2019;

 

Gelet op het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, de artikelen 59 en 78 van de Waterschapswet en artikel 1:4 van de Algemene subsidieverordening Waterschap Rivierenland;

 

BESLUIT:

 

Vast te stellen de Subsidieregeling klimaatactief

 

Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen

 

Artikel 1.1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • algemene subsidieverordening: algemene subsidieverordening Waterschap Rivierenland.

  • bestuur: college van dijkgraaf en heemraden van Waterschap Rivierenland;

  • bebouwd gebied: terrein in gebruik voor wonen, werken, winkelen, uitgaan, cultuur en openbare voorzieningen, minimaal bestaand uit een cluster van gebouwen van verschillende eigenaren;

  • bedrijf: organisatie waar arbeid en kapitaal centraal staan en die tot doel heeft om producten en/of diensten te verkopen aan klanten, waardoor omzet wordt gedraaid.

  • buurt: straat, wijk of dorp;

  • buurtorganisatie: organisatie die zich richt op activiteiten in de buurt;

  • klimaatactief: klimaatadaptief;

  • klimaatadaptief: aanpassend aan klimaatverandering, het proces waardoor de kwetsbaarheid voor klimaatverandering vermindert

  • particulier: een natuurlijk persoon;

  • subsidie: subsidie als bedoeld in artikel 4:21, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht;

  • waterschap: Waterschap Rivierenland;

  • wet: algemene wet bestuursrecht;

  • subsidieplafond: het bedrag dat ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies op basis van deze regeling.

     

Artikel 1.2 Bevoegdheid dagelijks bestuur

  • 1.

    Het bestuur is bevoegd tot het verlenen en vaststellen van subsidies als bedoeld in deze subsidieregeling.

  • 2.

    Het bestuur is bevoegd nadere regels vast te stellen voor het verstrekken van subsidies als bedoeld in deze subsidieregeling.

 

Artikel 1.3 Subsidieplafond

Voor de verstrekking van subsidies is gedurende de looptijd van deze regeling

(1 maart 2019 – 31 december 2021) een bedrag beschikbaar van € 230.000,-.

 

 Artikel 1.4 Subsidiedoeleinden algemeen

  • 1.

    Het bestuur verstrekt op grond van deze regeling subsidie voor maatregelen die bijdragen aan het klimaatadaptief inrichten van de leefomgeving door twee of meer particulieren, die daarbij:

  • a.

    kennis en bewustwording over de gevolgen van klimaatverandering vergroten;

  • b.

    de groen- en waterstructuur in bebouwd gebied versterken;

  • c.

    de hoeveelheid regenwater op de riolering verminderen;

  • d.

    burgerparticipatie, duurzaamheid en sociale cohesie bevorderen.

  • 2.

    De maatregelen waarvoor subsidie wordt verstrekt op grond van het eerste lid van deze bepaling, moeten voldoen aan de voorwaarden bedoeld in hoofdstuk 2 van deze subsidieregeling.

 

Hoofdstuk 2 Hoogte van de subsidie en voorwaarden

 

Artikel 2.1 Subsidievereisten

  • 1.

    Subsidie op grond van deze regeling kan uitsluitend worden aangevraagd door:

  • a.

    Een samenwerking van twee of meer particulieren, een vereniging en/of stichting, dan wel door een gemeente, mits de gemeente daarbij als intermediair optreedt namens een hiervoor genoemde samenwerking.

  • 2.

    Om voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4, in aanmerking te komen, dient te worden voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

    De maatregel wordt uitgevoerd binnen het beheergebied van Waterschap Rivierenland;

  • b.

    Er is nog niet begonnen met het uitvoeren van de maatregel;

  • c.

    De maatregel draagt bij aan de doelen van de regeling en (of) zorgt voor een verbetering ten opzichte van de bestaande situatie, hetgeen wordt beoordeeld door het dagelijks bestuur van Waterschap Rivierenland;

  • d.

    De betreffende maatregel kan geen onderdeel zijn van nieuwbouw;

  • e.

    De maatregel(en) bedraagt ten minste een investering van € 1.000,- (inclusief BTW).

  • 3.

    In bijlage 2 van deze regeling staan de voor subsidie in aanmerking komende maatregelen met de daarbij van toepassing zijnde richtlijnen. Deze maatregelen komen, mits aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan, in aanmerking voor subsidie. Andere maatregelen komen uitsluitend in aanmerking als wordt voldaan aan het bepaalde van artikel 1.4 en 2.1.1 en 2.1.2 van deze regeling, dit ter beoordeling van het dagelijks bestuur van Waterschap Rivierenland.

 

Artikel 2.2 Aanvraag subsidieverlening

  • 1.

    Een aanvraag om subsidieverlening bevat tenminste:

  • a.

    een beschrijving van de maatregel;

  • b.

    het adres en/of de kadastrale percelen waarop de maatregel wordt uitgevoerd;

  • c.

    de wijze van aanleg en/of uitvoering van de maatregel;

  • d.

    de verwachte planning en realisatietermijn van de maatregel;

  • e.

    een begroting van de kosten van de maatregel en, wanneer de maatregel door een derde wordt uitgevoerd, één of meerdere offertes;

  • f.

    een beschrijving en foto’s van de huidige situatie en een beschrijving van de toekomstige situatie na het uitvoeren van de maatregel.

  • g.

    een bewijs dat wordt voldaan aan het vereiste van artikel 2.1.1 van deze regeling: een door de betrokkenen ondertekend document, waaruit blijkt dat er sprake is van een samenwerkingsverband en waarin is opgenomen welke persoon in rechte namens het samenwerkingsverband optreedt. Wanneer een gemeente namens het samenwerkingsverband de subsidie aanvraagt, moet ook een door deze persoon ondertekende volmacht op naam van de betreffende gemeente worden overgelegd.

  • 2.

    Wanneer subsidie wordt aangevraagd voor een maatregel die niet vermeld staat in bijlage 2 van deze regeling, bevat de aanvraag om subsidieverlening ook een uitleg hoe de maatregel ten goede komt aan de doelstellingen van artikel 1.4 van deze regeling en wat er na het nemen van de maatregel verbetert.

 

Artikel 2.3 Hoogte van de subsidie

De hoogte van de subsidie bedraagt 35% van het subsidiabele gedeelte van de investering tot een maximum van € 15.000,- ex. BTW per aanvraag.

 

Artikel 2.4 Subsidiabele kosten

Alleen de uitvoeringskosten van de maatregel komen in aanmerking voor subsidie. In bijzondere gevallen kunnen de voorbereidingskosten worden vergoed, dit ter beoordeling van het dagelijks bestuur van Waterschap Rivierenland.

 

Artikel 2.5 Weigeren subsidieverlening

Het bestuur weigert de subsidie in ieder geval wanneer:

  • a.

    voor de maatregel al eerder subsidie op basis van deze regeling is verstrekt;

  • b.

    voor de maatregel subsidie is ontvangen uit een andere subsidieregeling met soortgelijke doelstellingen waar het waterschap reeds bij is betrokken als medefinancier of

  • c.

    de maatregel waarvoor subsidie wordt aangevraagd onderdeel uitmaakt van een nieuwbouwproject.

 

Artikel 2.6 Verplichtingen van de subsidieontvanger

  • 1.

    De maatregel moet binnen twaalf maanden, nadat het besluit op de subsidieaanvraag is genomen, zijn gerealiseerd.

  • 2.

    Het dagelijks bestuur kan de subsidieverlening intrekken wanneer de maatregel, waarvoor de subsidie is toegezegd, niet is afgerond uiterlijk twaalf maanden na verlening van de subsidie.

 

Artikel 2.7 Aanvraag subsidievaststelling

De aanvraag tot vaststelling van de subsidie bevat ten minste:

 

  • a.

    een beschrijving van de activiteiten die in het kader van de maatregel zijn verricht;

  • b.

    foto’s van de feitelijke situatie na het nemen van de betreffende maatregel;

  • c.

    een kopie van facturen en betaalbewijzen.

 

Artikel 2.8 Afwijken van termijnen

Het dagelijks bestuur kan op grond van bijzondere omstandigheden afwijken van de in deze subsidieregeling genoemde termijnen.

 

Hoofdstuk 3 Slotbepaling

 

Artikel 3.1 Inwerkingtreding

  • 1.

    De Stimuleringsregeling klimaatadaptieve inrichting leefomgeving particulieren van 24 november 2017, registratienummer 2017038431, wordt ingetrokken met ingang van 1 maart 2019 met dien verstande dat deze regeling van toepassing blijft ten aanzien van aanvragen voor subsidieverlening en subsidievaststelling die voor deze datum zijn ingediend dan wel betrekking hebben op maatregelen waarvoor voor deze datum subsidie is verleend.

  • 2.

    Deze subsidieregeling treedt in werking op 1 maart 2019.

  • 3.

    Deze subsidieregeling kan worden aangehaald als: Subsidieregeling Klimaatactief.

 

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het algemeen bestuur van Waterschap Rivierenland van 22 februari 2019.

 

de secretaris-directeur, de waarnemend dijkgraaf,

 

ir. Z.C. Vonk, M.H.M. Gremmen

 

Bijlage

1. Toelichting bij “Subsidieregeling Klimaatactief”.

2. Richtlijnen klimaatadaptieve maatregelen.

 

Bijlage 1 Toelichting bij “Subsidieregeling Klimaatactief”.

 

A. Algemeen

 

Inleiding

 

Het klimaat verandert. Om hierop in te spelen treffen waterschappen en gemeenten nu al diverse maatregelen. Zestig procent van het oppervlak van Nederland is in eigendom van particulieren. Inwoners, stichtingen en verenigingen kunnen hun steentje bijdragen aan een klimaatbestendig rivierenland. Het waterschap helpt inwoners die bij willen dragen aan het klimaatbestendig maken van bebouwd gebied. Dit geeft een positieve ontwikkeling op andere beleidsvelden dan water, zoals gezondheid, groen, economische - en ruimtelijke ontwikkeling. Daarom hebben gemeenten de mogelijkheid deze initiatieven te ondersteunen, aanvragen te verzamelen en in te dienen. Deze subsidieregeling is alleen bedoeld voor het ondersteunen van initiatieven van inwoners en dus niet van gemeentelijke maatregelen.

 

Wettelijke basis

 

De Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat een bestuursorgaan in beginsel alleen subsidie mag verstrekken op basis van een wettelijk voorschrift dat regelt voor welke activiteiten subsidie kan worden verstrekt. Voor decentrale overheden, zoals een waterschap, is dit wettelijk voorschrift een door het algemeen bestuur vastgestelde verordening c.q. regeling.

 

Het waterschap verstrekt subsidies in twee stappen:

 

(1) subsidieverlening, het toezeggen van een bedrag voor de maatregel die inwoners willen treffen;

 

(2) subsidievaststelling, het daadwerkelijke vaststellen van de hoogte van het bedrag, gebaseerd op de kosten van de uitgevoerde maatregel.

 

Dit is vastgelegd in titel 4.2 van de algemene wet bestuursrecht alsmede in artikel 1.6 van de Algemene subsidieverordening WSRL. De subsidieverstrekking in twee stappen geldt dus ook voor subsidies op basis van deze subsidieregeling.

 

Met subsidieverlening is bedoeld de beschikking die vooraf gaat aan de te subsidiëren activiteit. De subsidieverlening geeft de subsidieaanvrager een voorwaardelijk recht op een subsidie. De subsidieaanvrager moet binnen twaalf maanden na subsidieverlening de maatregel waarvoor subsidie is verleend, hebben uitgevoerd.

 

Pas als de gesubsidieerde maatregel is uitgevoerd en aan de opgelegde voorschriften is voldaan zal het waterschap de subsidie definitief vaststellen. Binnen drie maanden na afronding van de werkzaamheden waarvoor subsidie is verleend, moet de subsidieontvanger een aanvraag om subsidievaststelling indienen (art. 2.4 van de van de Algemene subsidieverordening). De beschikking tot subsidievaststelling stelt het definitieve bedrag vast van de subsidie en geeft aanspraak op betaling van het vastgestelde bedrag.

 

Beide aanvragen (subsidieverlening en subsidievaststelling) moeten worden ingediend met gebruikmaking van een daartoe bestemd aanvraagformulier van het waterschap. Dit volgt uit de artikelen 2.1 en 2.4 van de Algemene subsidieverordening WSRL.

 

Verdeling subsidiegelden

 

Voor de verdeling van het subsidiebudget op basis van deze verordening geldt het systeem van ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’ (op volgorde van binnenkomst).

 

Dit is vastgelegd in de Algemene subsidieverordening WSRL (artikel 1.5). Hierbij geldt dat een aanvraag alleen meetelt in het bepalen van de volgorde vanaf het moment dat de aanvraag volledig is. De aanvraag om subsidieverlening is volledig wanneer is voldaan aan de vereisten van artikel 2.2 van deze subsidieregeling en het bijbehorende aanvraagformulier van het waterschap. Is de ingediende aanvraag niet volledig dan krijgt de aanvrager de gelegenheid om de ontbrekende stukken alsnog aan te leveren.

 

B. Artikelsgewijs

Artikel 1.3 Subsidieplafond

Dit bedrag is het subsidieplafond zoals bedoeld in afdeling 4.2.2 van de Awb. Het bestuur moet een subsidie weigeren wanneer bij het verstrekken van de gevraagde subsidie het subsidieplafond wordt overschreden. Overschrijving van het subsidieplafond is een verplichte weigeringsgrond.

 

Artikel 1.4 Doelstelling

Waterschap Rivierenland wil klimaatadaptieve inrichting van de leefomgeving stimuleren. Initiatiefnemers krijgen hiervoor een financieel steuntje in de rug. Het waterschap wil bijdragen aan maatregelen die er op zijn gericht de leefomgeving geschikter te maken voor klimaatveranderingen. De nadruk ligt op maatregelen waardoor eventuele overlast door te veel water en/of hitte afneemt. Daarnaast kunnen bijdragen worden verleend voor maatregelen die overlast door droogte tegengaan. Bijdragen aan het tegengaan van hitte kunnen slechts worden verleend wanneer de oplossing voor het hitteprobleem wordt gevonden door het inzetten van meer groen en/of water.

 

Artikel 2.1 Subsidievereisten

Lid 1

Klimaatadaptatie is een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Daarom stimuleert het waterschap juist maatregelen die in gezamenlijkheid tot stand komen en die zorgen voor verbinding met verschillende partijen, zoals buurtverenigingen of andere maatschappelijke organisaties. Een samenwerkingsverband van particulieren, een vereniging en/of stichting kan daarom een subsidie aanvragen op grond van deze regeling.

 

Een dergelijk samenwerkingsverband dan wel een gemeente, mits zij als intermediair voor dit samenwerkingsverband optreedt, kan een subsidieaanvraag indienen. Andere overheidspartijen en bedrijven zijn uitgezonderd, omdat van hen mag worden verwacht dat zij het goede voorbeeld geven bij de uitvoering van hun taken en zelf de nodige maatregelen treffen die bijdragen aan het klimaatbestendig maken van de regio.

 

Lid 2

Om voor subsidie in aanmerking te komen moet aan alle voorwaarden van dit artikel worden voldaan:

 

Onder a:

Uit het adres en/of kadastrale percelen waarop de maatregel wordt uitgevoerd blijkt dat dit binnen het beheergebied van Waterschap Rivierenland is.

 

Onder b:

Uit de informatie die wordt aangeleverd bij de aanvraag (zie artikel 2.2) blijkt dat de maatregel nog moet worden uitgevoerd.

 

Onder c:

Na het afronden van de maatregel is de leefomgeving minder kwetsbaar voor de gevolgen van klimaatverandering. De maatregel draagt bij aan het voorkomen van overlast door extreme regenbuien, langdurige perioden van hoge temperaturen en droogte.

 

Onder d:

Nieuwbouwprojecten worden uitgesloten, omdat de regeling bedoeld is voor verbetering van een bestaande toestand. Zie ook artikel 2.5 c.

 

Onder e:

Om de subsidieregeling efficiënt uit te kunnen voeren en zo effectief mogelijk te laten zijn bedraagt de investering ten minste € 1000,- (inclusief BTW).

 

Lid 3

De in bijlage 2 van deze regeling opgenomen lijst is geen limitatieve opsomming. Deze maatregelen komen, mits aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan, in ieder geval in aanmerking voor subsidie. Andere maatregelen komen uitsluitend in aanmerking als wordt voldaan aan het bepaalde van artikel 1.4 en 2.1.1 en 2.1.2 van deze regeling, dit ter beoordeling van het dagelijks bestuur van Waterschap Rivierenland.

 

Artikel 2.3 Hoogte van de subsidie

Om de subsidieregeling efficiënt uit te kunnen voeren en zo effectief mogelijk te laten zijn, waarbij zoveel mogelijk initiatieven kunnen worden ondersteund, geldt voor de bijdrage per maatregel zowel een minimale hoogte van de aanvraag (drempel van € 1000,- inclusief BTW) als een maximale uitkering van € 15.000,- (exclusief BTW).

 

Artikel 2.4 Subsidiabele kosten

De kosten die nodig zijn ter uitvoering van de maatregel (die aantoonbaar rechtstreeks zijn toe te rekenen aan de maatregel) zijn in beginsel subsidiabel, met dien verstande dat kosten van zelfwerkzaamheid hierbij zijn uitgesloten. Uitvoeringskosten zijn op te voeren op de begroting van de subsidieaanvraag.

 

Artikel 2.5 Weigeren subsidieverlening

 

Onder b

In het geval dat voor de maatregel reeds een subsidieaanvraag is ingediend en gehonoreerd op basis van een regeling waarbij Waterschap Rivierenland is betrokken als medefinancier, is het niet mogelijk om ook nog een financiële bijdrage uit deze regeling te ontvangen, omdat het waterschap op die manier een dubbele bijdrage zou verlenen.

 

Onder c

Nieuwbouwprojecten worden uitgesloten, omdat de regeling bedoeld is voor verbetering van een bestaande toestand. Bij nieuwbouw is er geen bestaande toestand of – vanuit een ander perspectief – is het doorgaans verslechtering van de bestaande toestand, wanneer groengebied plaatsmaakt voor nieuwbouw. In dergelijke gevallen dient op grond van de vergunning verplichte compensatie plaats te vinden die niet subsidiabel is.

 

Artikel 2.6 Verplichtingen van de subsidieontvanger

De subsidieverstrekking gaat in twee stappen: subsidieverlening (toezegging van een bedrag op basis van een aanvraag) en subsidievaststelling (vaststellen van de hoogte van het bedrag gebaseerd op de kosten van de uitgevoerde maatregelen).

 

Om de subsidie ook daadwerkelijk te kunnen ontvangen, dient de maatregel, waarvoor de subsidie is aangevraagd (stap 1), binnen twaalf maanden nadat het besluit op de subsidieaanvraag is genomen, te zijn gerealiseerd (stap 2). Indien de betreffende maatregel niet binnen deze termijn is afgerond, heeft het dagelijks bestuur van het waterschap de bevoegdheid om de toegezegde subsidie in te trekken. Daarnaast rust op de aanvrager de verplichting om het waterschap zo spoedig mogelijk te informeren, indien een onderdeel van de te treffen maatregel niet of slechts gedeeltelijk wordt uitgevoerd.

 

Artikel 2.7 Aanvraag subsidievaststelling

Het daadwerkelijk uit te keren subsidiebedrag wordt uiteindelijk bepaald op basis van de kosten die voor het treffen van de betreffende maatregel zijn gemaakt. Om dit bedrag te kunnen bepalen, dient het formulier aanvraag subsidievaststelling bij het waterschap te worden ingediend. Deze aanvraag dient aan een aantal eisen te voldoen, aangezien daarin tenminste moet zijn opgenomen:

a. een beschrijving van de activiteiten die in het kader van de maatregel zijn verricht;

b. foto’s van de feitelijke situatie na het nemen van de betreffende maatregel;

c. een kopie van facturen en betaalbewijzen.

 

Het verzoek tot vaststelling van het uit te keren subsidiebedrag wordt beoordeeld door het dagelijks bestuur van het waterschap. Na de definitieve vaststelling van het bedrag, wordt dit bedrag uitbetaald op het in de aanvraag opgenomen bankrekeningnummer.

 

Het uit te keren subsidiebedrag kan nooit hoger zijn dan het bedrag, dat is opgenomen in het besluit waarbij de subsidie is toegezegd.

 

Artikel 2.8 Afwijken van termijnen

Bij hoge uitzondering kan het dagelijks bestuur van het waterschap in bijzondere gevallen of op grond van bijzondere omstandigheden afwijken van de in deze subsidieregeling genoemde termijnen. Een besluit om van een termijn af te wijken, bevat een toelichting waarom van de termijn wordt afgeweken.

 

Artikel 3.1 Inwerkingtreding

De subsidieregeling klimaatactief treedt in werking op 1 maart 2019. Dat betekent dat de bestaande “Stimuleringsregeling klimaatadaptieve inrichting leefomgeving particulieren” van 24 november 2017, registratienummer 2017038431, met ingang van 1 maart 2019 wordt ingetrokken. Deze stimuleringsregeling blijft echter wel van toepassing ten aanzien van aanvragen voor subsidieverlening en subsidievaststelling, die voor 1 maart 2019 zijn ingediend dan wel betrekking hebben op maatregelen waarvoor voor 1 maart 2019 subsidie is verleend.

 

Bijlage 2 Richtlijnen klimaatadaptieve maatregelen

A. Tegels eruit, planten erin

Kleine groengebieden aanleggen in plaats van verharding (tegels) heeft een positieve invloed op het klimaat van de directe omgeving. Hierdoor blijft de temperatuur lager, kan het hemelwater –tijdelijk-opgevangen worden en infiltreren, de biodiversiteit en luchtkwaliteit verbeteren. Vaak zijn er nog veel onbenutte mogelijkheden in de stad zoals brede stoepen en verharde parkeerplaatsen. We geven de volgende richtlijnen mee:

· Richtlijn voor het verwijderen van verharding is een minimum oppervlak van 10 m2;

· Zorg eerst voor afstemming met de gemeente als de maatregel in openbaar gebied is gepland.

· De aanleg van groengebieden is altijd in plaats van verharding. Het vervangen van bestaande beplanting (zonder het verwijderen van verharding) komt niet in aanmerking. De bestaande situatie moet (beduidend) verbeteren;

· Zowel de kosten van het verwijderen en afvoeren van tegels, als de aanleg van beplanting kunnen worden opgevoerd. Bouwkundige kosten als schutting, prieel, pergola en muurblokken niet. Aanlegkosten door een hovenier kunnen worden opgevoerd, ontwerpkosten en inzet van eigen uren niet. Het dagelijks bestuur van het waterschap bepaalt per post wat in aanmerking komt voor subsidie;

· Herinrichting van bestaande groengebieden komt niet in aanmerking, tenzij door de aanleg van wadi’s, natuurvriendelijke oevers of sloten meer waterberging en bodeminfiltratie wordt gerealiseerd.

· Maatregelen bij nieuwbouwwoningen komen niet in aanmerking, ook als deze klimaatbestendig zijn. De regeling is bedoeld voor verbetering van de bestaande toestand;

 

B. Groene pleinen en (speel)plaatsen

Groene (school)pleinen en speelplaatsen geven een meerwaarde voor de stad. Het is leuk, gezond én leerzaam voor kinderen. Het zorgt ook voor een beter stadsklimaat doordat water kan infiltreren, het groen verkoelt en de biodiversiteit verbetert. Spelen kan ook op zand, houtschors of gras. Meer bomen en struiken aan de zuidzijde van de school zorgen voor schaduw en zijn ook ideaal speelmateriaal om te verstoppen, in te klimmen, of zelfs hutten mee te bouwen.

· Zowel de kosten van het verwijderen en afvoeren van tegels, als de aanleg van beplanting en natuurlijke speelaanleidingen (waterspeelplek) kunnen worden opgevoerd. Bouwkundige kosten, speeltoestellen, kunstgras en hekwerk worden niet vergoed. Aanlegkosten door een hovenier kunnen worden opgevoerd. Ontwerpkosten, procesbegeleiding en inzet van eigen uren niet. Het dagelijks bestuur van het waterschap bepaalt per post wat in aanmerking komt voor subsidie;

· Het regenwater van het dak van de school dient bij voorkeur te worden afgekoppeld en kan bovengronds richting de groenvakken en/of de straat lopen;

 

C. Afkoppelen

Samen met je buren kun je plannen maken om gezamenlijk af te koppelen en het water te laten

infiltreren in de bodem, of op te vangen in een regenwatervijver.

· Zorg eerst voor afstemming met de gemeente als de maatregel in openbaar gebied is gepland.

· Het benodigde oppervlak voor afkoppelen is ongeveer 50% van het aangesloten verharde oppervlak.

· Bij de keuze voor infiltratie moet de bodem hiervoor geschikt zijn, dus niet in een kwelgebied (veelal langs de rivieren) waar het niet mogelijk is om jaarrond te infiltreren.

· Bij de keuze voor een regenwatervijver moet deze afgestemd zijn op het afgekoppelde oppervlak en minimaal 10 m2 groot zijn;

· Om wateroverlast te voorkomen moet water dat uit de vijver stroomt in de bodem kunnen zakken (infiltreren) door deze bijvoorbeeld te omringen met grind.

 

D. Aanleg waterdoorlatende verharding

· Klinkers en tegels worden niet gezien als waterdoorlatende verharding;

· Alleen open bestrating als grasbeton stenen, grind en (ritterplaten met) split voldoen voor deze subsidieregeling.

 

E. Maken van een groen dak

· Alleen de aanleg en materiaalkosten van een groen (sedum)dak komt in aanmerking;

· Nieuw- en aanbouw en het aanpassen van de bestaande dakconstructie komen niet in aanmerking voor vergoeding.