Waterschapsblad van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Hoogheemraadschap De Stichtse RijnlandenWaterschapsblad 2019, 11171Verordeningen



Besluit tot wijziging van de Kostentoedelingsverordening Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden 2009 (4e wijziging)

Het algemeen bestuur van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden,

gelezen het voorstel van dijkgraaf en hoogheemraden van 20 augustus 2019 met nummer DMnr.1530736;

gelet op artikel 120 van de Waterschapswet

BESLUIT:

Artikel I

Artikel 2 van de Kostentoedelingsverordening Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden 2009 (Waterschapsblad 2008/6) wordt als volgt gewijzigd:

 

“De kosten voor het watersysteembeheer worden als volgt toegedeeld:

  • 41,0% aan de ingezetenen;

  • 8,0% aan de zakelijk gerechtigden van ongebouwde onroerende zaken, niet zijnde natuurterreinen;

  • 0,1% aan de zakelijk gerechtigden van natuurterreinen;

  • 50,9% aan de zakelijk gerechtigden van gebouwde onroerende zaken.”

 

Artikel II

  • 1.

    Dit besluit treedt in werking op de derde dag na die van zijn bekendmaking.

  • 2.

    Dit besluit vindt voor het eerst toepassing op het belastingjaar dat aanvangt op 1 januari 2020.

 

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 9 oktober 2019.

Voorzitter, J.C.H. Haan

Secretaris, J. Goedhart

Toelichting op besluit tot wijziging van de Kostentoedelingsverordening (4e wijziging)

Op basis van onderzoek, uitgevoerd door het hierin gespecialiseerde onderzoeksbureau Tauw, zijn de in 2017 vastgestelde kostentoedelingspercentages herzien aan de hand van geactualiseerde (2018) waarde-gegevens en oppervlakten. Onderstaande tabel 1 bevat de berekening van de nieuwe kostentoedelingspercentages m.i.v. het belastingjaar 2020 als gevolg van deze actualisatie:

 

Tabel 1 Berekening kostentoedelingspercentages in %

Categorie

Waardeverhouding 2016

Categorale kostentoedeling 2016

Waardeverhouding 2018

Categorale kostentoedeling 2018

Ontwikkeling 2018 / 2016

in %*

Ingezetenen

 

39,0%

 

41,0%

5,1%

Ongebouwd

16,2%

9,9%

13,6%

8,0%

-19,2%

Natuur

0,1%

0,1%

0,1%

0,1%

0,0%

Gebouwd

83,7%

51,0%

86,3%

50,9%

-0,2%

* De procentuele ontwikkeling van de aan de categorieën toegerekende kosten. Hierbij is de uitkomst volgens de waardeverhouding (2018) uit het Kostentoedelingsonderzoek 2019 afgezet tegen de verdeling volgens huidige kostentoedelingsverordening.

 

De actualisering van de waardeverhouding leidt tot een andere verdeling over de verschillende belastingcategorieën van de kosten van de watersysteemheffing. Het aan de categorie Ingezetenen toe te rekenen deel is op basis van een gewijzigde inwonerdichtheid 41% in plaats van 39% (een stijging van 2,0%-punt). Het verschil in inwonerdichtheid wordt deels verklaard door een werkelijke toename van het aantal inwoners in de omgeving van Utrecht en doordat het bronbestand in 2016 niet actueel was. Om deze reden is voor dit Kostentoedelingsonderzoek gebruik gemaakt van een andere betrouwbare bron (BghU i.p.v. de Waves database van de Unie van Waterschappen).

Op basis van veranderde waardeverhouding vindt er vervolgens tussen de aandelen van de categorieën Gebouwd en Ongebouwd nog een verschuiving plaats. Door de hogere toedeling aan Ingezetenen en een verschuiving op basis van de hogere waarde van Gebouwd daalt de toedeling van Ongebouwd van 9,9% tot 8,0% (een daling van 1,9%-punt). Doordat de hogere toedeling aan Ingezetenen de verschuiving van Ongebouwd naar Gebouwd corrigeert daalt ook de toerekening aan Gebouwd van 51,0% tot 50,9% (een daling van 0,1%-punt). Het aandeel van de categorie Natuur blijft afgerond 0,1%.

De belangrijkste oorzaak van de verschuiving tussen Gebouwd en Ongebouwd is de stijging van de totale waarde van Gebouwde onroerende zaken tussen 2016 en 2018: van € 100,7 miljard naar € 115,8 miljard, een stijging van 15,1%.

 

In tabel 1 is het effect op de kostentoedeling verwerkt van de uit het onderzoek naar voren gekomen waarden en oppervlakten. De achterliggende gegevens hierbij zijn in de tabellen 2 en 3 opgenomen. In tabel 2 is de oppervlakte per belangencategorie weergegeven (A1 t/m A4 = Ongebouwd, B = Natuur en C = Gebouwd). In tabel 3 zijn hieraan de uiteindelijke waarden per categorie toegevoegd. Dit is feitelijk de waardeverhouding die wordt toegepast voor de resterende categorieën na de toebedeling van 41% aan Ingezetenen.

 

Tabel 2 Oppervlakte per belangencategorie (ha), inclusief dienstbaarheden

 

Categorie

2016

2018

A1.1

Autosnelwegen

1.225

1.103

A1.2

Hoofd en regionale wegen

2.116

703

A1.3

Lokale wegen + bebouwde kom

3.724

3.297

A1.4

Overige verharde wegen

734

2.208

A2

Agrarische en overige gronden

46.829

46.166

A3

Openbare spoorwegen

393

237

A4

Bouwpercelen

526

526

B

Natuur

11.650

12.014

C

Gebouwd

15.824

16.768

 

Totaal

83.021

83.021

 

Tabel 3 Vergelijking waardeverhouding in %

Categorie

2016

2018

 

In %

In ha

In kEUR

In %

In ha

In kEUR

Ongebouwd

16,2%

55.547

19.506.069

13,6%

54.239

18.254.928

wegen/spoor

12,9%

8.192

15.540.456

10,6%

7.547

14.261.416

agrarisch/overige gronden

2,3%

46.829

2.765.281

2,1%

46.166

2.768.459

bouwpercelen

1,0%

526

1.200.332

0,9%

526

1.225.054

Natuur

0,1%

11.650

137.587

0,1%

12.014

144.091

Gebouwd

83,7%

15.824

100.673.978

86,3%

16.768

115.845.101

Totaal

100,0%

83.021

120.317.634

100,0%

83.021

134.244.120

 

De volgende wijzigingen ten opzichte van 2016 hebben de grootste gevolgen voor de waardeverhouding:

  • De totale waarde van (Spoor)Wegen daalt met 8,2 %. Dit komt door een afname van het oppervlak voor wegen en spoorwegen door gebruik van een nauwkeurige bronbestand.

  • De totale waarde van de categorie Gebouwd stijgt met 15,1 %. Dit komt door een stijging van de waarde van bedrijfspanden en huizen tussen 2016 en 2018.

 

Het effect van laatstgenoemde het grootst is.

 

Een vergelijking van de berekende waardeverhoudingen laat zien dat er een verschuiving plaatsvindt van het aandeel van Ongebouwd (was 16,2%; wordt 13,6 %) naar het aandeel van Gebouwd (was 83,7 %; wordt 86,3 %). Het aandeel Natuur blijft nagenoeg gelijk.

 

Bovengenoemde effecten van de veranderde waardeverhoudingen tellen met effect van de gestegen inwonerdichtheid op tot het totale effect op de procentuele verdeling van de kosten binnen de watersysteemheffing: de verhoging van het percentage Ingezetenen dempt het effect van de waardestijging van Gebouwd en versterkt het effect van de relatieve waardedaling van Ongebouwd.