Waterschapsblad van Waterschap Scheldestromen

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Waterschap ScheldestromenWaterschapsblad 2018, 8549Overige besluiten van algemene strekking



[Ontwerp wijziging Keur watersysteem Waterschap Scheldestromen 2012 en Algemene regel anti-worteldoek bij secundaire en tertiaire leggerwateren]

 

Het dagelijks bestuur van Waterschap Scheldestromen heeft op 22 augustus 2018 de hieronder volgende wijziging van de keur in ontwerp vastgesteld. Daarnaast heeft het dagelijks bestuur het ontwerp van de Algemene regel anti-worteldoek bij secundaire en tertiaire leggerwateren vastgesteld. Deze regeling is als bijlage opgenomen bij deze publicatie. Tot en met 9 oktober 2019 kunt u schriftelijk zienswijzen indienen bij het waterschap, postbus 1000, 4330 ZW Middelburg.

 

De algemene vergadering van waterschap Scheldestromen;

gezien het voorstel van het dagelijks bestuur van woensdag 27 juni 2018, nr. 2018014190;

gelet op het bepaalde in art. 56 en 78 van de Waterschapswet,

 

besluit:

 

I. De Keur watersysteem Waterschap Scheldestromen 2012 als volgt te wijzigen:

- Artikel 1.1 sub h wordt vervangen door: “insteek: snijpunt van de raaklijnen van het talud en het maaiveld”.

- Aan artikel 1.1 sub u wordt tussen “oppervlaktewaterlichaam,” en “waterkering” toegevoegd: “bergingsgebied,”.

- Aan artikel 1.1. wordt toegevoegd:

“y. afrastering: een constructie van palen met punt- of schrikdraad of voorzien van schapen- en kippengaas van ten hoogste 1 meter hoog, welke geschikt is voor het gebruik als veekering en welke eenvoudig verwijderd kan worden op het moment dat dit nodig is voor het beheer of onderhoud van het waterstaatswerk door het waterschap.”

- Aan artikel 1.1 wordt toegevoegd:

“z. vispassage: een kunstmatige passage ten behoeve van de vistrek bij kunstwerken in wateren.”

- Aan artikel 3.1 lid 1 na “brengen” wordt onder doorhaling van de punt toegevoegd: “en te houden, op een zodanige plaats en van een zodanige constructie dat het functioneren en het beheer en onderhoud van waterstaatswerken of watersystemen niet worden belemmerd.”

- In artikel 3.1 lid 3 wordt verwijderd: “met een maximale hoogte van 1,00 meter”.

- Na artikel 4.1 lid 1 sub f wordt sublid g toegevoegd welke luidt als volgt:

“g. in of binnen een straal van 100 meter van een vispassage te vissen.”

- In artikel 4.1 lid 3 sub b wordt verwijderd: “met een maximale hoogte van 1,00 meter”.

- Artikel 4.1 lid 5 sub e wordt gewijzigd zodanig dat zij komt te luiden als volgt:

“e. anders dan op openbare wegen als bedoeld in artikel 4 van de Wegenwet met motorvoertuigen te rijden en motorvoertuigen te parkeren, dan wel met een dier te rijden of vee te drijven.”

- In artikel 4.1 lid 7 sub a wordt verwijderd: “minus 50 meter”.

- Na artikel 4.1 lid 7 sub d wordt een nieuw sublid toegevoegd, luidende als volgt:

“e. windturbines met een masthoogte hoger dan 25 meter te plaatsen of te behouden dan wel te verwijderen.”.

- Aan artikel 4.3 wordt na “4.6,” toegevoegd: “4.8,”.

- Artikel 4.3 wordt vernummerd tot artikel 4.17.

- Het opschrift van artikel 4.3 komt te luiden: “(gereserveerd)”.

- Na artikel 4.5 wordt toegevoegd de titel: “Watervergunning voor het af- en aanvoeren en lozen en onttrekken van oppervlaktewater”.

- In de titel van artikel 4.13 wordt tussen “registratieplicht” en “onttrekken” toegevoegd: “infiltreren van water en”.

- Na artikel 4.13, lid 1 wordt een tweede lid toegevoegd luidende als volgt:

“2. De meetverplichting, als bedoeld in artikel 6.11 lid 3 van het Waterbesluit geldt niet voor infiltraties van water in de gebieden die op de bij deze keur behorende grondwaterkaart niet als kwetsbaar staan aangegeven, met een infiltratie-inrichting waarbij maximaal 150.000 m3 water per jaar wordt geïnfiltreerd ten behoeve van zoetwatervoorziening.”

- Na artikel 4.16 wordt toegevoegd de titel: “Algemene regels”.

- Het opschrift van artikel 4.17 komt te luiden: “Algemene regels”.

 

II. De toelichting van de Keur watersysteem Waterschap Scheldestromen 2012 als volgt te wijzigen:

- Aan de toelichting op artikel 1.1 wordt aan het eind toegevoegd:

“y. afrastering: Op grond van de keur is het verplicht om percelen die gebruikt worden voor het houden van vee af te rasteren om de beschadiging van waterstaatswerken te voorkomen. Indien hiervoor zware en/of hoge constructies voor worden gebruikt levert dit vaak hinder op voor de uitvoering van onderhoudswerkzaamheden. Derhalve is het wenselijk om het begrip “afrastering” goed te omlijnen zodat enkel constructies worden geplaatst die het onderhoud niet hinderen.

z. vispassage: Gemalen, stuwen en andere kunstwerken vormen vaak een barrière voor vissen om andere wateren te bereiken, bijvoorbeeld om te paaien. Soms worden vissen ook beschadigd of gedood door deze werken als ze er toch door proberen te zwemmen. Bij zowel nieuwe als bestaande gemalen en andere werken van het waterschap worden dikwijls vispassages aangelegd. Hierdoor kunnen vissen kunstwerken passeren.”

- De toelichting op artikel 3.1 Afrasteringen geheel te vervangen door:

Vee kan grote schade toebrengen aan waterstaatswerken. Om dit te voorkomen is in dit artikel de plicht opgenomen om percelen die voor het houden van vee worden gebruikt, en die zijn gelegen op, grenzend aan of nabij waterstaatswerken af te rasteren. Het waterschap moet altijd het onderhoud aan de waterstaatswerken kunnen uitvoeren. Daarbij moet een goede bereikbaarheid van de waterstaatswerken, voldoende ruimte voor het uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden en voor het deponeren van maaisel en specie gewaarborgd zijn.

In het tweede lid van dit artikel wordt bepaald dat de afrastering op 0,5 meter van de insteek van het leggerwater dient te worden geplaatst. Op deze wijze vormt zij geen belemmering voor het onderhoudsmaterieel.

Het derde lid van dit artikel opent de mogelijkheid dat het dagelijks bestuur in bepaalde situaties in plaats van een afstand tot de insteek een afstand gemeten over het talud, vanaf het waterniveau (zomerpeil) hanteert. Dit doet zich met name voor bij dijkpercelen met een flauw talud. Op die manier wordt voorkomen dat een groot deel van het perceel niet gebruikt zou kunnen worden.

Eigenaren van gronden die grenzen aan leggerwateren (aangrenzende eigenaren) dienen er voor te zorgen dat in deze afrasteringen in de beschermingszone ontsluitbare hekken aanwezig zijn waardoor toegang en vervoer van materieel en materialen gewaarborgd blijft. De sluitzijde moet zich aan de zijde van het oppervlaktewaterlichaam bevinden, waarbij het hek richting het aanliggende perceel opent. Indien deze hekken zijn voorzien van een slot dient aan de met beheer of onderhoud belaste personen op hun verzoek een sleutel van die hekken ter hand te worden gesteld.

- Aan de toelichting op artikel 4.1 wordt in de tekst onder het opschrift “Lid 1 en 2” na de tweede volzin toegevoegd:

“Het verbod om in of in de nabijheid van een vispassage te vissen (lid 1 sub g) is opgenomen omdat dit een negatief effect heeft op de visstand en de vispassages aangelegd worden ten behoeve van de visstand.”

- Aan het eind van de tekst onder het opschrift “Artikel 4.6 tot en met artikel 4.13” wordt toegevoegd:

“Voor wat betreft de vrijstelling van de meetverplichting voor infiltraties wordt het volgende opgemerkt. Bij de infiltratie van water afkomstig uit oppervlaktewateren (bijvoorbeeld om de beschikbare hoeveelheid zoet grondwater te vergroten ten behoeve van latere onttrekking) zijn krachtens artikel 6.26 lid 3 van de Waterwet jo artikel 12 Wet bodembescherming de lozingseisen van het Infiltratiebesluit bodembescherming van toepassing. Het meten van het te infiltreren water dient op grond van artikel 6.11 lid 3 Waterbesluit plaats te vinden conform de Waterregeling. Analyse van dit water moet op grond van artikel 6.5 lid 2 Waterregeling plaatsvinden overeenkomstig bijlage 4 van de Drinkwaterregeling. Dit pakket aan eisen (met betrekking tot de kwaliteit van het te lozen water; het meten en de analyse) wordt echter als te streng ervaren als de infiltratie van water plaats vindt ten behoeve van bijvoorbeeld duurzame zoetwatervoorziening, vooral omdat meten en analyse leiden tot aanzienlijke operationele kosten. In dit verband is ook van belang dat de stoffenlijst gebaseerd is op Rijnwater en dat daarbij geen rekening is gehouden met bijvoorbeeld de zoetwaterzelfvoorziening, de oorsprong van het te injecteren water en de te verwachten risico’s voor milieu en gezondheid.

In artikel 6.11 lid 5 van het Waterbesluit wordt de mogelijkheid geboden om in de Keur gevallen aan te wijzen, waarin de meetverplichtingen voor infiltraties niet gelden. Dit artikellid voorziet hierin. Door in de watervergunning voorschriften te geven voor meting en bemonstering die specifiek gericht zijn op de betreffende infiltratie kunnen de wettelijke doelstellingen voor de grondwaterlichamen voldoende gewaarborgd worden. Het vastleggen van het beleid voor dergelijke infiltraties gebeurt met inachtneming van de wettelijke regelingen door het dagelijks bestuur.”

- Het opschrift “Artikel 4.3 Algemene regels” wordt gewijzigd in “Artikel 4.17 Algemene regels“ en de alinea na dit opschrift wordt inclusief opschrift geplaatst achter de toelichting op artikel 4.16.

 

III. Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking ervan.

Aldus vastgesteld in de vergadering van de algemene vergadering van ....

 

dr. A.P.M.A. Vonck, mr. drs. A.J.G. Poppelaars,

secretaris-directeur dijkgraaf