Dijkgraaf en hoogheemraden van het hoogheemraadschap van Rijnland delen mee dat vanwege de aanhoudende droogte en de daardoor toenemende verzilting in het noorden van Rijnland de doorvaart voor de scheepvaart in de Leidsevaart ter hoogte van de fietsbrug tussen de Kohnstammlaan en de Leidsevaartweg te Heemstede wordt gestremd.
De stremming gaat in op vrijdag 10 augustus 2018 om 6.00 uur ’s ochtends en blijft van kracht tot het chloridegehalte in het watersysteem van Rijnland voldoende is afgenomen.
Doel van de stremming is het voorkomen of beperken van schade door het scheepvaartverkeer aan de waterhuishouding (artikel 3 lid1 sub c Scheepvaartverkeerswet)
Aanleiding
Door de aanhoudende droogte neemt de verzilting in het watersysteem van Rijnland toe. In normale omstandigheden wordt verzilting tegengegaan door het watersysteem door te spoelen met zoet water, maar daaraan is nu juist een gebrek door de dalende aanvoer van zoet water vanuit de Rijn en de daarmee samenhangende zoutindringing vanuit de Nieuwe Waterweg tot aan het hoofdinnamepunt van Rijnland. Gevolg hiervan is dat de zoutgehalten in het noordelijke deel van het watersysteem van Rijnland verder oplopen. Hierdoor bestaat weer risico op schade aan landbouw en natuur. In lijn met de nationale verdringingsreeks gaan de belangen van landbouw en natuur hiermee voor op die van de scheepvaart.
Om te voorkomen dat verzilt water de Bollenstreek bereikt, stremt Rijnland de Leidsevaart.
Wettelijk kader
Gelet op artikel 96, in samenhang met artikel 56 van de Waterschapswet;
Gelet op artikel 5.30 van de Waterwet;
Gelet op het reglement van bestuur voor het hoogheemraadschap van Rijnland, waarin de zorg voor de toepassing van de Scheepvaartverkeerswet aan Rijnland is opgedragen;
Gelet op de artikelen 2, eerste en derde lid, 3, eerste lid, 4, eerste lid, onderdelen b en c en 6, eerste en derde lid van de Scheepvaartverkeerswet;
Gelet op artikel 10 onder c van het Besluit administratieve bepalingen scheepvaartverkeer kunnen door het bevoegd gezag ingeval van een dringende omstandigheid van voorbijgaande aard en voor de duur van die omstandigheid verkeerstekens die een gebod of een verbod inhouden, zonder verkeersbesluit, worden aangebracht.
Het verkeersteken dat wordt geplaatst is bord A1 uit het Binnenvaartpolitiereglement. Artikel 6.22 van het Binnenvaartpolitiereglement bepaalt dat een schip moet stilhouden vóór een teken A.1, aanduidende dat de scheepvaart is gestremd.