Waterschapsblad van Hoogheemraadschap van Rijnland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hoogheemraadschap van Rijnland | Waterschapsblad 2018, 575 | Verordeningen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hoogheemraadschap van Rijnland | Waterschapsblad 2018, 575 | Verordeningen |
Bekendmaking Vaststelling Budgethoudersregeling Rijnland 2018
Het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het hoogheemraadschap van Rijnland heeft op 9 januari 2018 besloten (18.003230) de navolgende ‘Budgethoudersregeling Rijnland 2018’ vast te stellen onder intrekking van de Budgethoudersregeling Rijnland 2015. Dit besluit treedt de dag na bekendmaking in werking en werkt terug tot en met 1 januari 2018.
Budgethoudersreg e ling Rijnland 2018
1. Regeling budgethouderschap en financieel mandaat
Deze nota regelt het financieel mandaat. De financiële bevoegdheden die door het college van dijkgraaf en hoogheemraden (D&H) aan de secretaris algemeen-directeur (SAD) zijn gemandateerd, zijn in deze budgethoudersregeling ondergemandateerd aan de ambtelijke organisatie. De budgethoudersregeling, zoals hieronder is uitgewerkt, geldt voor alle routinematige financiële zaken binnen de organisatie.
Om het financiële proces binnen Rijnland goed te kunnen begrijpen, moeten we onderscheid maken tussen het geldbedrag dat nodig is om Rijnland ieder jaar te laten “draaien” (de exploitatiebegroting) en het geldbedrag dat nodig is om binnen Rijnland nieuwe werken te kunnen bouwen, bestaande werken ingrijpend te kunnen verbeteren en duurzame bedrijfsmiddelen aan te kunnen kopen (de investeringsbegroting).
De bronnen voor het budgetrecht en de mandaatverlening zijn:
Voor de details wordt verwezen naar de genoemde documenten.
In deze regeling wordt verstaan onder:
Afdelingsbegroting: begrote baten en lasten van een afdeling die niet gekoppeld zijn aan een product (bijv. salaris- en opleidingskosten).
Afdelingshoofd: de manager s14/s15 die verantwoordelijk is voor een afdeling en één of meerdere (deel)processen.
Bevoegdheid: mandaat, volmacht en/of machtiging.
Budget: een in de begroting bij een product of project of afdeling horende, taakstellende prestatie met de daarbij benodigde middelen.
Budgetcompensatie: het compenseren van een (dreigende) budgetoverschrijding met budgetten van andere objecten die tot de verantwoordelijkheid van dezelfde budgethouder behoren. Voorwaarde hiervoor is dat de verdeelsleutels van ontvangende en afgevende objecten voor de toerekening van de kosten naar taak identiek zijn.
Budgethouder: de functionaris aan wie op basis van het Besluit ondermandaten de bevoegdheid is verleend tot het aangaan van verplichtingen, met het oog op het realiseren van een in de begroting nader omschreven prestatie.
Budgettaire regeling: (verticale) compensatie binnen de taak tussen verschillende kostensoorten.
Calamiteit: gebeurtenis, al dan niet plotseling optredend, met zodanig ernstige gevolgen voor de taakuitoefening, dat het noodzakelijk kan zijn af te wijken van bestuurlijk vastgesteld beleid en/of gangbare procedures of beslissingen te nemen waarin het vastgesteld beleid niet voorziet.
Directeur: functionaris die de functie van manager s16 vervult.
IPM-rollen: kernrollen binnen de op het Integraal Projectmanagement Model (IPM) gebaseerde projectorganisatie. De vijf kernrollen zijn: projectmanager, manager projectbeheersing, omgevingsmanager, technisch manager en contractmanager.
Meerwerk: een verrichting van de opdrachtnemer, na opdracht van de opdrachtgever daartoe, die uitgaat boven zijn verplichtingen om het in de vraagspecificatie omschreven werk tot stand te brengen en op te leveren, zodat de opdrachtnemer voor het doen van deze verrichting recht heeft op bijbetaling boven de overeengekomen aanneemsom. Bij meerwerk is er geen sprake van een nieuwe opdracht, maar een aanvulling van de reeds bestaande opdracht. Meerwerk ziet zowel op opdrachten in het kader van werken als op dienstverlening. Daarmee valt onder meerwerk ook het onvoorzien uitbreiden of verlengen van reeds bestaande dienstverleningsopdrachten.
Opdrachtgever (ambtelijk): de projectleider s13/s14 die door de SAD is aangewezen om binnen bestuursprogramma’s concrete opdrachten te formuleren, opdrachten uit te zetten bij afdelingen en toe te zien op de realisatie daarvan.
Opdrachtnemer: de aannemer, dienstverlener of leverancier.
Productbegroting: begrote baten en lasten van een product (beheerproduct).
Projectmanager: de projectleider s11/s12 die verantwoordelijk is voor de realisatie van project(en) onder eindverantwoordelijkheid van de resultaatmanager.
Resultaatmanager: de projectleider s13/s14 die verantwoordelijk is voor de voortgang en het resultaat van een bestuursprogramma.
Secretaris algemeen-directeur (SAD): functionaris die de functie van manager s18 vervult.
Teamleider: de manager s11/s12/s13 die leiding geeft aan een team.
De budgethouder is de functionaris aan wie op basis van het Besluit ondermandaten de bevoegdheid is verleend tot het aangaan van verplichtingen met het oog op het realiseren van een in de begroting nader omschreven prestatie.
De budgethouder is verantwoordelijk voor een zodanige uitoefening van het budgethouderschap dat de belangen van Rijnland gesteld worden boven de belangen van de individuele organisatieonderdelen.
De budgethouder is verantwoordelijk voor de uitgaven en de inkomsten die voortvloeien uit de door hem aangegane verplichtingen, respectievelijk rechten. Verplichtingen mogen slechts worden aangegaan nadat de budgethouder heeft geconstateerd dat er een toereikend budget beschikbaar is. De grenzen voor de teken- en beschikkingsbevoegdheid voor nieuwe opdrachten en facturen staan vermeld in de tabellen bij artikel 9 resp. artikel 15. De verplichting dient te worden aangegaan volgens de regels van het door het hoogheemraadschap vastgestelde inkoopbeleid.
De budgethouder is verantwoordelijk voor het tijdig aanleveren van informatie ten behoeve van het opstellen van overzichten voor bestuur, directie, resultaatmanagers en overige belanghebbenden over de geplande en werkelijke uitkomsten van het budget en gerealiseerde prestaties ten opzichte van de geplande.
Tevens is de budgethouder in samenspraak met de resultaatmanagers verantwoordelijk voor het aanleveren van gegevens ten behoeve van de begroting en de meerjarenraming, het vertalen van die gegevens naar te leveren prestaties, het bepalen van het benodigde budget, de bewaking en de verantwoording van de besteding van het budget.
Calamiteiten zijn uitgezonderd van deze regeling. In het Calamiteitenplan zijn de verantwoordelijkheden beschreven. De budgethouder dient achteraf zo spoedig mogelijk de ontstane overschrijding te compenseren.
Indien er sprake is van meerwerk, is de functionaris, die de oorspronkelijke overeenkomst is aangegaan bevoegd voor de realisatie van dit meerwerk, voor zover de totale som van de oorspronkelijke overeenkomst en het meerwerk zijn budgetbevoegdheid niet te boven gaat. Indien de som van de oorspronkelijke overeenkomst en het meerwerk meer bedraagt dan het budget van dezelfde functionaris, berust de bevoegdheid voor de realisatie van het meerwerk bij de budgethouder die ingevolge deze regeling bevoegd is voor het meerdere.
Per bestuursprogramma is door de SAD een resultaatmanager aangesteld die verantwoordelijk is voor de voortgang en het resultaat. Het budget van de beheerproducten (productbegroting) die onder het betreffende bestuursprogramma vallen is door de SAD doorgemandateerd via de directeur aan de resultaatmanager. De resultaatmanager mandateert na het maken van resultaatafspraken de budgetbevoegdheid door aan de afdelingshoofden die voor het betreffende bestuursprogramma werkzaamheden verrichten.
De SAD mandateert de baten en lasten van de afdelingen (afdelingskosten) via de directeur door aan de betreffende afdelingshoofden tot de in de afdelingsbegrotingen aangegeven bedragen.
De afdelingshoofden kunnen financieel ondermandaat verlenen aan functionarissen binnen de eigen afdeling. In onderstaande tabel zijn de financiële bevoegdheden - van zowel de product- als de afdelingsbegroting - per functie en de maximale bedragen (inclusief BTW) nader gelimiteerd. De afdelingshoofden blijven altijd verantwoordelijk voor het beheer van het totaal van alle aan hen gemandateerde budgetten. De SAD en de directeuren blijven integraal verantwoordelijk en de resultaatmanagers blijven resultaatverantwoordelijk.
*door DT worden functionarissen aangewezen met budgetbevoegdheid voor de aan hun gemandateerde budgetten
Het aangaan van een meerjarencontract door een ondergemandateerde van een afdelingshoofd is alleen toegestaan voor een periode van minder dan 5 jaar. Voor contracten met een looptijd van 5 jaar en langer is het afdelingshoofd bevoegd. Voor beiden geldt dat dit moet passen binnen het toegewezen budget en het maximale bedrag van de ondermandatering per jaar.
Overschrijdingen van budgetten dienen te worden vermeden door tijdige en passende maatregelen. Bij een overschrijding met minder dan € 5.000 per afdeling per kostensoort (kostencomponent) behoeft nog geen actie te worden ondernomen. Ook wanneer het totale budget aan directe, beïnvloedbare kosten per afdeling of per object niet wordt overschreden, kan een budgettaire regeling achterwege blijven.
Binnen afdeling of tussen objecten : Overschrijdingen van beïnvloedbare kostensoorten kunnen zonder budgettaire regeling binnen een afdeling of tussen objecten gecompenseerd worden. Hierbij dienen de kosten binnen dezelfde taak gecompenseerd te worden. Deze regel wordt toegepast met inachtneming van de afgesproken prestaties.
Binnen kostensoorten, die niet of in beperkte mate door de budgethouders kunnen worden beïnvloed, mag alleen binnen dezelfde taak tussen budgethouders worden overgeboekt. Er mag niet van een niet-beïnvloedbare kostensoort naar een andere kostensoort worden overgeboekt of van een andere kostensoort naar een niet-beïnvloedbare kostensoort.
Niet-beïnvloedbare kostensoorten zijn:
Onvoorziene uitgaven zijn uitgaven, waarvan de aard en/of omvang bij de vaststelling van de begroting niet kunnen worden voorzien. Voorstellen tot aanwending van de begrotingspost onvoorziene uitgaven tijdens een begrotingsjaar zullen ter goedkeuring worden voorgelegd aan de directie.
Op basis van de in de begroting opgenomen investeringsplannen wordt door de verenigde vergadering (VV) een krediet verstrekt om een geplande investering te kunnen uitvoeren. Met het oog op de kredietbewaking (uitgaven en inkomsten) dienen kredieten altijd bruto te worden aangevraagd en verstrekt. Dit wil zeggen dat subsidies en bijdragen van derden niet op voorhand van het krediet worden afgetrokken.
De eindverantwoordelijkheid voor de realisatie van de projecten, waarvoor de VV een investeringskrediet beschikbaar heeft gesteld, ligt bij de SAD. De SAD draagt de realisatie en budgetbevoegdheid van de projecten via een directeur op aan een resultaatmanager. De resultaatmanager verleent financiële ondermandatering aan de opdrachtgever, die op zijn beurt weer ondermandateert aan de projectmanager. In onderstaande tabel zijn de financiële bevoegdheden (inclusief BTW) per investeringskrediet nader gelimiteerd:
*Voor projecten waarvoor nog geen opdrachtgever is aangewezen is de resultaatmanager opdrachtgever.
Per project wordt de projectmanager aangewezen in het projectcontract. Bij wijziging van de projectmanager dient dit aangepast te worden in het projectcontract.
De projectmanager is zowel kwalitatief als kwantitatief verantwoordelijk voor de realisatie van het project binnen het beoogde projectresultaat en het daarvoor vastgestelde projectbudget. De projectmanager is er verantwoordelijk voor dat de budgetten uitsluitend worden ingezet voor het daaraan ten grondslag liggende project.
Bij afwezigheid van de resultaatmanager worden de bij mandaat verleende bevoegdheden uitgeoefend door een andere resultaatmanager of een directeur. Bij afwezigheid van de opdrachtgever is dat een andere opdrachtgever of de resultaatmanager en bij afwezigheid van de projectmanager is dat de opdrachtgever.
De projectmanager is verantwoordelijk voor de bewaking van het totale krediet en dient zijn opdrachtgever te informeren over eventuele over- en onderschrijdingen. De opdrachtgever communiceert hierover met de resultaatmanager. D&H communiceert hierover - na overleg met de diverse betrokkenen - met de VV.
In het geval dat een krediet dreigt te worden overschreden met meer dan 10%, of meer dan € 500.000, dient door D&H een aanvullend investeringskrediet te worden aangevraagd bij de VV. Investeringsuitgaven worden niet gedaan, indien geen of onvoldoende krediet beschikbaar is.
In het geval dat een krediet dreigt te worden onderschreden met meer dan € 500.000, wordt door D&H een voorstel tot begrotingswijziging aan de VV voorgelegd dat inhoudt een verlaging van het investeringskrediet met het onbenutte gedeelte. Indien de onderschrijding minder is dan € 500.000 wordt het ter beschikking gesteld van de resultaatmanager.
Meevallers (onderschrijdingen) kunnen alleen worden ingezet om financiële tegenvallers van andere delen van het betreffende project op te vangen en kunnen niet voor een ander project worden ingezet. Meevallers mogen niet gebruikt worden om extra voorzieningen binnen het project te realiseren of de invulling van het project aan te passen (kleine scopewijzigingen). Dit moet altijd door D&H aan de VV worden voorgelegd.
Zonder krediet is het na goedkeuring van D&H toegestaan voorbereidingskosten voor investeringen (conform de Nota vaste activabeleid) te maken tot maximaal € 100.000.
De regeling is vastgesteld op 9 januari 2018, treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking en werkt terug tot 1 januari 2018.
2.1 Exploitatie - bevoegdheden van de actoren
De VV heeft het hoogste recht in budgettair opzicht. Dit betekent:
Het college van dijkgraaf en hoogheemraden
• D&H mandateert het van de VV verkregen mandaat alsmede de hierboven genoemde eigen bevoegdheden door aan de SAD.
De VV heeft het hoogste recht in budgettair opzicht. Dit betekent:
• Voor investeringen die een bedrag van € 100.000 te boven gaan, verleent zij een krediet.
Het college van dijkgraaf en hoogheemraden
• Voor investeringen kan door D&H worden toegestaan dat voorbereidingskosten worden gemaakt tot maximaal € 100.000. Over hogere bedragen gaat de VV.
Door het vaststellen van de begroting geeft de VV aan D&H de bevoegdheid de begroting uit te voeren binnen de daarvoor vastgestelde kaders (doelen, gekoppeld aan geld en personeel). De bedragen die in de loop van een jaar worden uitgegeven en ontvangen om de taken van Rijnland te kunnen uitvoeren, worden in de financiële administratie vastgelegd. Dat gebeurt ook met de bedragen die in de loop van het jaar door Rijnland worden ontvangen, zoals bijvoorbeeld de belastingopbrengsten en subsidies.
Bijsturen ten aanzien van de begroting kan twee keer per jaar via de Burap (bestuursrapportage) met eventueel een voorstel tot begrotingswijziging. In de Buraps wordt over zowel de lasten en de baten als de geleverde prestaties aan D&H en de VV gerapporteerd. Ambtelijk wordt de voortgang bewaakt door de aangewezen resultaatmanagers.
De exploitatiebegroting is gesplitst in een product- en een afdelingsbegroting. De productbegroting bestaat uit de budgetten van de beheerproducten die onder de bestuursprogramma’s vallen. De afdelinsgbegroting bestaat uit de begrote baten en lasten van een afdeling die niet zijn gekoppeld aan een product.
De resultaatmanagers zijn gemandateerd voor de productbudgetten. Na het maken van resultaatafspraken met de afdelingshoofden mandateren zij de budgetten door aan de afdelingshoofden.
De afdelingshoofden zijn gemandateerd voor de afdelingsbudgetten zoals die in de vastgestelde begroting zijn opgenomen. De hoogte van de ramingen (op kostensoortniveau) vormen de maximale bedragen waarover een afdeling kan beschikken. Het afdelingsbudget bevat, behalve de kosten, ook de baten en de uren. De afdelingshoofden kunnen de budgetten vervolgens doormandateren aan de teamleiders (teams). De bedoeling is dat de teamleiders steeds meer budgetbevoegdheid gaan krijgen naarmate de teams zelfstandiger worden en de afdelingen groter.
Bij opdrachten in het kader van dienstverlening is sprake van meerwerk indien de initiële opdracht aan, bijvoorbeeld, een inhuurkracht na het verstrijken van de daarin opgenomen termijn wordt voortgezet. Dit geldt ook in het geval de inhuurkracht wordt ingezet op een andere afdeling dan de afdeling waarvoor aan hem in eerste instantie de opdracht is verleend. Een voorbeeld: Indien iemand volgens de raamovereenkomst in eerste instantie is ingehuurd als technisch adviseur bij het team Projecten A, en nu als technisch adviseur bij het team Projecten C verder gaat, is sprake van meerwerk, zodat de functionaris die de initiële opdracht is aangegaan bevoegd is voor dit meerwerk, voor zover de totale som van de oorspronkelijke opdracht en het meerwerk zijn budgetbevoegdheid niet te boven gaat. Bedraagt de som meer dan het budget van deze functionaris, dan berust de bevoegdheid voor de realisatie van de opdracht bij de budgethouder die ingevolge deze regeling bevoegd is voor het meerdere.
Artikel 7: Resultaatverantwoordelijkheid
Per bestuursprogramma is resultaatmanager aangesteld die verantwoordelijk is voor de voortgang en het resultaat van het betreffende bestuursprogramma. De productbudgetten zijn door de SAD via de directeuren gemandateerd aan de resultaatmanagers. Na het maken van resultaatafspraken met de voor het betreffende bestuursprogramma benodigde afdelingshoofden mandateert de resultaatmanager de budgetbevoegdheid door aan de afdelingshoofden met daarbij de mogelijkheid om verder door te mandateren.
Artikel 8 en 9: Budgetverantwoordelijkheid
De budgetbevoegdheid van de afdelingskosten (kosten personeel, opleiding e.d.) wordt door de SAD via de directeuren gemandateerd aan de afdelingshoofden. De afdelingshoofden kunnen hun bevoegdheid doormandateren aan medewerkers binnen hun afdeling.
Artikel 12: Budgettaire regeling
Overschrijdingen van budgetten dienen te worden vermeden door tijdige en passende maatregelen. Eerst dient afgewogen te worden of opname van de uitgave in de eerstvolgende begroting en besteding in een volgend jaar mogelijk is.
Bij een overschrijding met minder dan € 5.000 per afdeling per kostensoort behoeft nog geen actie te worden ondernomen. Ook wanneer het totale budget aan directe, beïnvloedbare kosten per object of per afdeling niet wordt overschreden, kan een budgettaire regeling achterwege blijven. Indien dan nog onvoldoende budgetruimte aanwezig blijkt te zijn en een (bestel)opdracht dringend noodzakelijk is, dient de budgethouder een aanvraag voor een budgettaire regeling op te stellen. Bij een aantal niet-beïnvloedbare kostensoorten mag geen budget van en naar andere kostensoorten worden overgeschreven.
Mocht een budgettaire regeling niet mogelijk zijn dan zal bij de Burap een voorstel tot begrotingswijzing moeten worden ingediend.
Artikel 13: Beschikking onvoorzien
Indien geen compensatie binnen de exploitatiebegroting mogelijk is, dient een voorstel aan de directie ter goedkeuring te worden gericht om te mogen beschikken over de post “onvoorzien” in de begroting. Het moet hierbij gaan om uitgaven die voldoen aan de drie O’s (onvoorzienbaar, onvermijdbaar en onuitstelbaar).
Rijnland geeft jaarlijks aanzienlijke bedragen uit aan het bouwen van nieuwe en het ingrijpend aanpassen van bestaande werken en het aankopen van duurzame bedrijfsmiddelen.
Voor de daadwerkelijke uitvoering van een investeringsproject moet via D&H door de VV een investeringsbesluit worden genomen. Stemt de VV met het voorstel in, dan wordt daarmee tegelijkertijd het krediet beschikbaar gesteld om het voorstel te kunnen uitvoeren. In de Nota vaste activabeleid wordt beschreven voor welke activiteiten kredieten kunnen worden aangevraagd en over hoeveel jaren een krediet wordt afgeschreven. De uitgangspunten van ”Projectmatig creëren” en ”Integraal Project Management (IPM)” zijn leidend voor de opzet en uitvoering van projecten van Rijnland.
De uit deze investeringskredieten voortvloeiende kapitaallasten (afschrijving en rente) komen ten laste van de exploitatiebegroting.
Sinds de Voorjaarsnota 2005 (tegenwoordig: meerjarenperspectief) besloot de VV om te gaan werken met verzamelkredieten. Een verzamelkrediet wordt per programma aangevraagd en maakt onderscheid tussen voorbereidings-, uitvoerings- en aanvullende kredieten. Op dit moment is er een pilot gaande met betrekking tot de invoering van zgn. Clusterkredieten. Na invoering van de Clusterkredieten door de VV zal de Budgethoudersregeling worden aangepast.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/wsb-2018-575.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.