Handhavings- uitvoeringsprogramma 2018Waterschap Brabantse Delta

Inleiding

 

1. INLEIDING 5

 

2. ALGEMEEN 6

 

2.1 RANDVOORWAARDEN EN KADERS 6

2.1.1 Uitgangspunten 6

2.1.2 Ambitie 6

2.1.3 Handhavingsdoelen planperiode 2015-2019 6

2.2 WETTELIJKE EISEN 6

2.3 CONTEXT 7

2.3.1 Sturingsmodel 7

2.3.2 Routinematig toezicht en handhaving 7

2.3.3 Incidenteel toezicht en handhaving 7

2.4 EVALUATIE OP HOOFDLIJNEN VAN HANDHAVINGSUITVOERINGSPROGRAMMA 2017 8

 

3. INZET VAN MENSEN EN MIDDELEN 12

 

3.1 FORMATIE & BEZETTING 12

3.2 INZET TOEZICHT EN HANDHAVING 12

3.3 FINANCIËN 12

3.4 OPLEIDING 12

 

4. ONTWIKKELINGEN IN HET TOEZICHT EN DE HANDHAVING 13

 

4.1 DATA GESTUURD WERKEN BINNEN RISICOGERICHTE PRIORITERING 13

4.2 LANDELIJKE KWALITEITSCRITERIA 13

4.3 TECHNISCHE ONTWIKKELINGEN VOLGEN 13

4.4 PRIORITEITEN VANUIT HET PROVINCIAAL BESTUURLIJK PLATFORM OMGEVINGSRECHT 13

4.5 ONTWIKKELINGEN AUTOMATISERING 13

4.6 ONTWIKKELINGEN RONDOM RECREATIEVAART 13

 

5. UITVOERINGSPROGRAMMA 2018 14

 

5.1 ALGEMEEN 14

5.2 SAMENWERKINGSVERBANDEN 15

5.3 THEMA WATERKWALITEIT 15

5.3.1 Algemeen 15

5.3.2 Domein (Proces-)Industrie 17

5.3.3 Domein Afval 18

5.3.4 Domein Eigen organisatie en andere overheden 19

5.3.5 Domein Overig 20

5.3.6 Domein Agrarisch 21

5.3.7 Domein ‘Buiten inrichtingen’ 22

5.4 THEMA WATERVEILIGHEID 23

Domein Keringen 23

5.5 THEMA WATERKWANTITEIT 24

Domein Watergangen 24

5.6 THEMA VAARWEG- EN NAUTISCH BEHEER 25

Domein Vaarweg- en nautisch Beheer 25

5.7 THEMA WATERSCHAPSHEFFINGEN 25

Domein Heffingen 25

5.8 THEMA GRONDWATERBEHEER 26

Domein Grondwater 26

5.9 HUP 2018 BENODIGDE VERSUS BESCHIKBARE PERSONELE CAPACITEIT 27

 

BIJLAGE 1A UITVOERINGSPROGRAMMA 2018 OP THEMANIVEAU 29

BIJLAGE 1B UITVOERINGSPROGRAMMA 2018 OP DOMEINNIVEAU 30

BIJLAGE 2 BESCHIKBARE VERSUS BENODIGDE HANDHAVINGSCAPACITEIT 35

BIJLAGE 3 DOELGROEPEN MET OVERWEGEND REACTIEVE INZET VAN HET WATERSCHAP IN 2018 36

 

1. Inleiding

 

Voor u ligt het handhavingsuitvoeringsprogramma 2018, afgekort HUP 2018. Dit HUP is het vierde jaarprogramma dat gebaseerd is op het Beleidsplan Toezicht en Handhaving 2015-2019.

Het dagelijks bestuur heeft op 18 november 2014 in dat Beleidsplan Toezicht en Handhaving de kaders en randvoorwaarden vastgesteld en daarmee beschreven hoe het waterschap het middel toezicht en handhaving inzet om de naleving van wet- en regelgeving maximaal positief te beïnvloeden.

Daarmee geeft het waterschap ook uiting aan zijn wens om transparant te zijn en kan iedereen kennis nemen van de wijze waarop het waterschap uitvoering geeft aan zijn handhavingstaak.

 

Ter voorbereiding op het beleidsplan heeft het waterschap een probleem- en risicoanalyse uitgevoerd. Door gebruik te maken van een risicomodule zijn binnen de zes thema’s waterkwaliteit, waterkwantiteit, waterveiligheid, vaarwegbeheer/nautisch beheer, grondwaterbeheer en waterschapsheffingen op domein- en doelgroepniveau de risico’s vastgesteld. Naast deze probleem- en risicoanalyse is er in 2014 ook een doelgroepanalyse uitgevoerd.

De doelgroepanalyse geeft inzicht in de reden van (niet) naleven van wet- en regelgeving. Het waterschap acht dit inzicht zeer belangrijk omdat hiermee bepaald kan worden hoe het middel toezicht en handhaving ingezet moet worden om naleving van wet- en regelgeving maximaal positief te beïnvloeden.

 

Het beleidsplan heeft een looptijd van 4 jaar en zal uiterlijk in 2018 worden geactualiseerd. In het Beleidsplan Toezicht en Handhaving 2015 – 2019 is vastgelegd dat de beleidsdoelen en -keuzen van het beleidsplan inhoudelijk worden uitgewerkt in een jaarlijks handhavingsuitvoeringsprogramma.

 

Het houden van toezicht en het handhaven worden door het waterschap procesmatig benaderd. De uitvoering is gebaseerd op een cyclisch proces waarbij periodiek de toezichts- en handhavingsinspanningen worden verzameld en beoordeeld. Het handhavingsproces is afgestemd op de planning- & controlcyclus van het waterschap, waardoor ontwikkelingen op elkaar kunnen worden afgestemd en zo nodig snel prioriteiten en/of doelen kunnen worden bijgesteld.

 

Daarbij richt het waterschap zich specifiek op de achterblijvers en worden preventieve interventies ingezet om gedrag ten positieve te beïnvloeden.

Indien blijkt dat bijsturing noodzakelijk is dan heeft het waterschap daartoe capaciteit in het proces handhaving beschikbaar of kan er bijstelling van het HUP plaats vinden (her prioriteren). Op deze wijze borgt het waterschap dat het uitvoerende deel van het cyclisch proces voldoende kan bijdragen aan de beleidsdoelen.

 

 

Het waterschap past ook in 2018 diverse strategieën toe om het naleefgedrag van regels te vergroten of op het gewenste niveau te houden. Het informatie gestuurd handhaven binnen de risicoprioritering dient daarbij als basis. Voor zover mogelijk zijn de conclusies en de aanbevelingen uit de beleidsmatige en jaarlijkse doelgroep analyse meegenomen bij het opstellen van dit HUP.

 

Bij de voorbereiding van dit uitvoeringsprogramma is o.a. afstemming gezocht met de Brabantse waterschappen en de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant. Met dit uitvoeringsprogramma versterkt het waterschap ook in 2018 de integrale handhaving en samenwerking.

 

2. Algemeen

2.1 Randvoorwaarden en kaders

Het waterschap heeft in het beleidsplan beschreven hoe er in de planperiode 2015 – 2019 concreet uitvoering wordt gegeven aan het toezicht en de handhaving. Dit is gedaan door het formuleren van de uitgangspunten voor het handhaven, de ambitie die het waterschap heeft en het opstellen van concrete handhavingsdoelen. Deze randvoorwaarden en kaders zijn leidend bij het opstellen en uitvoeren van het HUP 2018.

 

2.1.1 Uitgangspunten

Het waterschap hanteert de volgende uitgangspunten bij het invullen van de toezichts- en handhavingstaak:

  • Loslaten waar kan, streng waar moet;

  • Capaciteitssturing vindt plaats op basis van risico’s;

  • Toezicht en handhaving ook bij het eigen waterschap en andere overheden;

  • Handhaven volgens strategieën;

  • Houding van de overtreder bepaalt reactie van het waterschap;

  • Samen werken en samenwerken is vanzelfsprekend;

  • Waar nodig de toezichtsdruk verhogen;

  • Er is ruimte voor ontwikkeling van medewerkers;

  • Het waterschap is transparant en communiceert over toezichts- en handhavingsdoelen, -aanpak en –resultaten;

  • Het waterschap is bereikbaar.

     

2.1.2 Ambitie

Het waterschap houdt toezicht en handhaaft met als doel het naleefgedrag te vergroten of het gewenste niveau van naleving te behouden. Daarbij gaat het waterschap er van uit dat een goed naleefgedrag leidt tot positieve effecten op de omgevingskwaliteit en bijdraagt aan ambities voor de fysieke leefomgeving.

Voor zover het naleefgedrag binnen de invloedssfeer van het waterschap ligt, streeft het waterschap ernaar om het naleefgedrag per doelgroep of gedraging jaarlijks in evenredigheid toe te laten nemen, dan wel op het gewenste hoge niveau te houden. Daarnaast verwacht het waterschap met preventieve maatregelen, zoals stimuleren, informeren en communiceren, het bewuste naleefgedrag te kunnen vergroten. Het streven is het aantal handhavingsinterventies voor veel voorkomende, kleine overtredingen hiermee af te laten nemen.

 

2.1.3 Handhavingsdoelen planperiode 2015-2019

Het waterschap heeft voor deze planperiode een aantal algemene handhavingsdoelen geformuleerd. De volgende handhavingsdoelen worden nagestreefd:

  • Bij tenminste 90% van de 1e controlebezoeken wordt voldaan aan de gestelde regels (percentage naleefgedrag);

  • Na het inzetten van bestuursrechtelijke en/of strafrechtelijke interventies wordt in 100% voldaan aan de gestelde regels;

  • Toezicht en handhaving vinden op een eenduidige manier plaats. Vergelijkbare gevallen worden gelijk behandeld (level playing field);

  • Toepassen instrument de vervuiler betaalt.

     

2.2 Wettelijke eisen

Het Waterschap Brabantse Delta heeft handhavingstaken op grond van de water- en milieuwetgeving. Deze worden binnen het waterschap uitgeoefend door het proces toezicht houden en handhaven (verder genoemd proces Handhaving). In het Besluit Omgevingsrecht (Bor) zijn eisen opgenomen waaraan een handhavingsinstantie moet voldoen. Het opstellen van een HUP (artikel 7.3) en de jaarlijkse evaluatie daarvan (artikel 7.7) zijn wettelijke verplichtingen. Met het onderliggende HUP 2018 wordt invulling gegeven aan deze verplichtingen.

 

2.3 Context

Onderdeel van het proces van continue kwaliteitsverbetering van de handhaving is het evalueren van uitgevoerde taken en het bijstellen van plannen, de PDCA-cyclus. In het kader van dit proces is het HUP 2018 opgesteld. Daarbij zijn de resultaten van de tussentijdse evaluatie HUP 2017 betrokken bij het opstellen van het HUP 2018.

 

2.3.1 Sturingsmodel

Het waterschap maakt bij het uitvoeren van toezicht en handhaving onderscheid in twee stromingen. De eerste stroming betreft het zogeheten routinematig toezicht en handhaving, de andere het incidenteel toezicht en handhaving. Het in 2014 opgestelde sturingsmodel voor het proces Handhaving is hierop aangepast.

 

 

2.3.2 Routinematig toezicht en handhaving

Routinematig toezicht is toezicht dat voorzien is. Dit levert een van te voren bepaalde toezichtsdruk op. Dit toezicht wordt overwegend onaangekondigd uitgevoerd en heeft een controlerend karakter. Alleen bij veelomvattende controles zal dit een aangekondigde controle zijn.

Doel van dit toezicht is het voorkomen of doen ophouden van ongewenste voorvallen of gedragingen en om de naleving van wet- en regelgeving maximaal positief te beïnvloeden. Met routinematig toezicht is het waterschap consequent en duidelijk in het bewaken van de waterbelangen.

 

2.3.3 Incidenteel toezicht en handhaving

Deze wijze van toezicht en handhaving laat zich moeilijk plannen omdat het vooral reactief is en afhankelijk van de praktijk. Te denken valt aan extra toezicht na een verontreiniging.

Doel van dit toezicht is het voorkomen en/of doen ophouden van ongewenste voorvallen, incidenten of gedragingen. Deze vorm van toezicht en handhaving is specifiek gericht op situaties die extra aandacht vragen ter stimulering en behoud van de gewenste situatie, de nagestreefde kwaliteit.

Bij incidenteel toezicht maakt het waterschap onderscheid in klachten en meldingen, projecten en probleem gestuurd handhaven.

 

2.4 Evaluatie op hoofdlijnen van Handhavingsuitvoeringsprogramma 2017

 

Algemeen uitvoeren van de handhaving

Ook in 2017 is het waterschap in staat geweest om het principe van de vervuiler betaalt bij ongewone voorvallen uit te voeren. Daar waar een veroorzaker bekend was, is deze in de gelegenheid gesteld zelf de schade te beperken en te herstellen. Het waterschap behoudt daarbij de mogelijkheden om direct in te grijpen als dat nodig is en om later in de tijd alsnog aanvullende maatregelen te laten uitvoeren.

De lopende handhavingszaken krijgen specifiek aandacht om ten spoedigste tot een beëindiging van de ongewenste situatie te komen. Waar nodig zijn er hercontroles uitgevoerd, zijn dwangsommen ingevorderd en verbeurd en zijn er bestuurlijke strafbeschikkingen uitgevaardigd.

 

Reguliere handhaving

In 2017 is de implementatie van de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS) verder uitgewerkt. Deze LHS beoogt een level playing field tussen overheden en stimuleert eenduidigheid in de afwegingen in het kader van de handhaving, dit vooral tussen medewerkers en de verschillende handhavende overheden.

Waterschap Brabantse Delta heeft de LHS geïmplementeerd binnen de handhavingsprocessen en heeft een langetermijnstrategie om tot een steeds eenduidiger toepassing te komen.

 

Door het uitvoeringsprogramma 2017 is er nog meer focus gekomen op de echte achterblijvers. Daarom is er meer gericht en zwaarder toezicht geweest op overtreders van hoogrisico-gedragingen, zoals verkeerd gebruik van biociden en gewasbeschermingsmiddelen, lozingen op oppervlaktewater en extra controles op recidivisten. In nauwe samenwerking tussen het strafrechtelijke en bestuursrechtelijke spoor is er meer inzet geweest op deze achterblijvers.

 

Omdat het programmajaar 2017 ten tijde van besluitvorming over het HUP 2018 nog niet is afgesloten, wordt volstaan met het signaleren van aandachtspunten, die voor het opstellen van het HUP 2018 relevant zijn. In deze evaluatie worden de benamingen van de thema’s uit het Beleidsplan Toezicht en Handhaving 2015-2019 gebruikt.

De cijfermatige evaluatie van het HUP 2017 vindt plaats in het eerste kwartaal 2018 en wordt dan ter kennis gebracht aan het dagelijks bestuur.

 

Project Sloten oevers en dijken op orde (Sodo)

In februari 2016 is het waterschap gestart met de uitvoering van het project ‘Sloten, oevers en dijken op orde’. Het waterschap wenst de betrokkenheid en bewustwording van inwoners en werkenden in het beheersgebied te vergroten en ongewenste situaties, met oog voor wederzijdse belangen, op te lossen. Daarbij is geconstateerd dat de bekendheid met bepalingen van de Keur verbetering behoeft.

In overleg met bewoners is bekeken hoe de ongewenste situaties tot stand zijn gekomen en welke oplossingen passend zijn. Bij de thema’s waterveiligheid en waterkwantiteit wordt meer specifiek ingegaan op de werkzaamheden binnen project Sodo over 2017.

 

 

Thema waterkwaliteit

Binnen de domeinen Procesindustrie, Afval, Eigen organisatie en andere overheden, Overig, Agrarisch en ‘Buiten inrichtingen’ is er in 2017 vooral routinematig toezicht uitgevoerd.

Binnen het domein agrarisch is daarbij in 2017 ook ingespeeld op een toekomstige ontwikkeling. Per 1 januari 2018 gaat voor de glastuinbouw een zuiveringsplicht gelden en wijzigen regels met betrekking tot de teeltvrije zones. In de aanloop naar deze belangrijke wijzigingen heeft het waterschap zich in 2017 voorbereid op het toezicht. Er is een landelijke toezicht dag uitgevoerd. In samenwerking met de omgevingsdienst is de glastuinbouw gecontroleerd en voorgelicht over de aankomende wijzigingen.

 

De afgesproken/vastgestelde norm voor naleefgedrag is 90%. De verwachting is dat deze doelstelling in 2017 gemiddeld wordt gehaald. Er zijn binnen deze kwaliteitsdomeinen wel een aantal achterblijvers, doch die bevinden zich binnen doelgroepen die al meer aandacht krijgen. Het gaat hierbij om bedrijven binnen de domeinen (Proces-)Industrie, Afval en Agrarisch die specifiek aandacht vragen.

Voor het HUP 2018 wordt daarmee, op enkele kleine verschuivingen na, het toezicht op de geprioriteerde doelgroepen voortgezet.

 

In 2017 zijn er enkele opvallende ongewone voorvallen geweest. Zo werd het waterschap geconfronteerd met de verstoring van het zuiveringsproces van de rwzi’s Baarle- Nassau en Waspik. Ook was er een brand bij een schuimrubber fabriek in Breda en een gescheurde/leeggelopen mestsilo in Baarle Nassau.

In de voorkomende gevallen heeft het waterschap samen met andere overheden maatregelen getroffen om verdere vervuiling van het oppervlaktewater en/of beïnvloeding van de goede werking van de rwzi’s te voorkomen c.q. te beperken. Het waterschap heeft in een aantal gevallen handhavend opgetreden dan wel de gemeenten bijgestaan en geadviseerd in het handhavingstraject. Het waterschap heeft bij deze calamiteiten nauw samengewerkt met de betrokken gemeenten en de OMWB.

 

Vanuit de evaluatie 2016 is gebleken dat het naleefgedrag in de domeinen Afval en Procesindustrie onder de norm van 90% lag. Naar aanleiding hiervan is er in 2017 een diepgaande analyse uitgevoerd naar het naleefgedrag in genoemde domeinen. Uit deze analyse is gebleken dat dit naleefgedrag op basis van onjuiste aannames ten onrechte te laag is berekend. Bij het gepresenteerde naleefgedrag was abusievelijk een aantal controles in het kader van legalisatie en repressieve trajecten meegenomen. Na een correctie hierop bleek het naleefgedrag in beide domeinen rond de norm van 90% te liggen. Om deze reden is de prioritering verder niet aangepast.

 

Project ‘Toezicht Eigen Organisatie’

In 2017 heeft proces Handhaving het project ‘Toezicht Eigen Organisatie’ uitgevoerd. Hierbij zijn medewerkers van het waterschap, welke verantwoordelijk zijn voor het beheer, onderhoud en de bedrijfsvoering van rioolwaterzuiveringsinstallaties en gemalen, geïnterviewd. Middels controles zal de Handhaving in 2018 de effectiviteit van de verbeterpunten uit dit onderzoek toetsen.

 

Project ‘Samen tegen dumpingen’

Door dumpingen van synthetisch drugsafval loopt de leefomgeving risico. Ook in 2017 heeft het waterschap samengewerkt met de verschillende partners in Noord/Brabant die betrokken zijn bij het project ‘Samen tegen dumpingen’. Vanuit dit provinciale project lopen er diverse initiatieven waaraan het waterschap vanuit de watertaak bijdraagt.

 

Thema waterveiligheid

In 2017 zien we bij dit thema een stabilisering van het aantal klachten en meldingen. Veel van de opgepakte klachtmeldingen zijn na een legalisatietraject vergund. De surveillance binnen de doelgroep primaire keringen werpt zijn vruchten af. Het accent ligt met name op het toezicht houden op een goede uitvoering van de vergunningsvoorschriften. Voor de doelgroep regionale keringen geldt dat dit jaar een inventarisatie is uitgevoerd naar de aanwezigheid van vee op het waterstaatswerk. Aanvullend is de directe aansluiting gevonden bij het project Verbetering Regionale Keringen’. Hierbij is een wekelijks afstemoverleg geïnitieerd tussen de processen vergunnen, toezichthouden en inrichten waterkeringen.

Binnen de doelgroep primaire keringen zijn alle afgegeven vergunningen gecontroleerd, hierbij is aandacht besteed aan werken in het gesloten seizoen. Naleving van werkzaamheden in het gesloten seizoen vraagt geen extra aandacht. Binnen de doelgroep regionale of overige keringen worden de risicovolle handelingen gecontroleerd. Het waterschap constateert met name lichte afwijkingen. De overtreder is hierbij goedwillend en de gevolgen zijn beperkt of vrijwel nihil. Echter gezien de risico’s, voortkomend uit de risicoprioritering binnen het beleidsplan, wordt het toezicht ook in 2018 onverminderd uitgevoerd.

In het kader van het project Sodo is er in 2017 op het thema waterveiligheid gecontroleerd op overtredingen op keringen. Het ging hierbij om beschadigde grasmatten, niet permanente bouwwerken en bomen op de kering. Ook zijn er beleidsregels vastgesteld over de minst risicovolle overtredingen op waterkeringen om hier via algemene regels de situatie te legaliseren.

 

Thema waterkwantiteit

Anders dan bij het thema waterveiligheid lag het accent binnen dit thema in 2017 voornamelijk op het in behandeling nemen van klachten en meldingen. Het aantal klachten neemt toe en vereist een substantieel deel van het toezicht en handhaving binnen dit domein. Bij het controleren van afgegeven vergunningen lag het accent met name op het controleren van handelingen die een hoog risico vormen voor het watersysteem en die invloed hebben op de legger en het beheer register van het waterschap. Daarbij hebben startmeldingen en As-built, welke essentieel zijn voor het uitvoeren van efficiënt toezicht, in 2017 meer aandacht gekregen.

 

De houding van de overtreders kan in zijn algemeenheid worden gekwalificeerd als onverschillig en de gevolgen variëren van ‘beperkt’ tot soms ‘van belang’. Hierdoor wordt binnen de doelgroep A-watergangen (sloten en beken) regelmatig handhavend opgetreden. Een duurzame gedragsverandering vraagt veel tijd bij deze zeer grote en diverse groep overtreders, doch ontwikkelingen zoals Sodo, communicatie en consequent handhaven zullen naar verwachting uiteindelijk bijdragen aan een groter naleefgedrag.

 

In 2017 zijn er vanuit het project Sodo 575 controles vanaf het openbaar gebied uitgevoerd. Daarnaast zijn circa 275 bewonersbezoeken (keukentafelgesprekken) afgelegd. Tevens zijn tijdens informatieavonden in het stedelijk gebied 250 bewoners rechtstreeks geïnformeerd.

 

De inventarisatie van keurovertredingen met als maatregel ‘handhaven’ vormt het uitgangspunt. Een deel van deze overtredingen is door het projectteam in het openbaar gebied gecontroleerd. Daarnaast is met alle 21 gemeenten in het beheersgebied van het waterschap gesproken over het project, zowel op bestuurlijk als ambtelijk niveau. In 2017 zijn 335 handhavingszaken voor oude keurovertredingen afgesloten en meer dan 575 handhavingszaken in behandeling genomen. Om na de uitvoering van Sodo nieuwe achterstanden zoveel mogelijk te beperken, wordt surveillance op de risicovolle handelingen bij categorie A- en B- oppervlaktewaterlichamen uitgevoerd.

 

Thema grondwaterbeheer

In 2017 is binnen dit domein routinematig toezicht uitgevoerd op de juiste uitvoering van vergunningsvoorschriften bij grote bronneringen (bouwputbemalingen) en bij het handhavingsproject ‘grondwateropgave bij beregeningen’. Bij de uitvoering van het HUP 2017 is minder aandacht besteed aan de kleinere bronneringen dan gepland. Dit komt door het verschuiven van capaciteit naar andere domeinen. Uit de uitgevoerde controles blijkt dat het naleefgedrag bij grote bronneringen boven de 90% is. De houding van de overtreders is goedwillend tot onverschillig en de gevolgen zijn beperkt. Uit de evaluatie van het project ´grondwateropgave´ blijkt dat er in 2016 in het beheersgebied van het waterschap 10,5 miljoen m3 aan grondwater ten behoeve van beregening is onttrokken. Hierbij is het naleefgedrag ruim 91%.

Controles op het illegaal beregenen uit grondwater zijn gecombineerd uitgevoerd met een onttrekkingsverbod oppervlaktewater. Hierbij zijn 153 grondwateronttrekkingen waargenomen. Hiervan was bij 21 gevallen niet bekend of hiervoor een melding was gedaan of een vergunning aanwezig was. De geconstateerde gevallen worden in de winterperiode handhavend opgepakt. Gevallen die niet gelegaliseerd kunnen worden, worden gehandhaafd.

 

Thema waterschapsheffingen

In 2017 is er binnen het domein heffingen vooral routinematig toezicht uitgevoerd. Uit controles blijkt dat het naleefgedrag hoog is (>90%). Een aandachtspunt blijft het voldoen aan administratieve verplichtingen. Om dit te verbeteren zijn corrigerende maatregelen genomen. Voor het HUP 2018 wordt het reguliere toezicht voortgezet.

 

Project ‘Heffing levensmiddelenbedrijven’

Tijdens een steekproef bij een levensmiddelenbedrijf (productie van salades) is in 2016 geconstateerd dat er erg vervuild afvalwater werd geloosd. De in het verleden opgelegde vervuilingswaarde kwam hierbij niet overeen met de werkelijke vervuilingswaarde. Door de Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB) is een overzicht aangeleverd van 80 bedrijven met een zelfde bedrijfscode bij de KvK. In 2017 heeft Waterschap Brabantse Delta bij deze 80 bedrijven administratief toezicht uitgevoerd. Hierbij zijn geen opvallende zaken geconstateerd die aanleiding geven tot aanvullend onderzoek.

 

Project Administratief toezicht heffingsbedrijven

In verband met andere prioriteitstelling is in 2017 geen uitvoering gegeven aan dit project. Derhalve wordt er in 2018 uitvoering gegeven aan dit project.

 

Thema vaarweg- en nautisch beheer

Binnen het domein vaarweg- en nautisch beheer heeft het waterschap voornamelijk gereageerd op klachten en meldingen en is er naast toezicht op evenementen te water toezicht uitgevoerd op het illegaal afmeren of ligplaats nemen.

Bij de evaluatie is gebleken dat er geen activiteiten zijn geconstateerd die een groot risico met zich meebrengen. Daarbij valt het wel op dat het aantal nautische klachten toeneemt. Het betreft dan voornamelijk klachten over snel varen, geluidsoverlast en hinderlijk vaargedrag. Verder vraagt het handhaven van normen rondom scheepsafmetingen aandacht. Het waterschap zal in 2018 op een aantal momenten steekproefsgewijs varend toezicht uitvoeren op zogenaamde ‘overlast’ locaties. De randvoorwaarden om tot dit varend toezicht te komen worden op dit moment nader uitgewerkt en zijn de uren 2018 voor nautisch toezicht hoger dan 2017.

 

3. Inzet van mensen en middelen

 

De inzet van mensen en middelen is een belangrijk onderdeel van de kwaliteitseisen in het Besluit omgevingsrecht (artikel 7.5 Bor). In dit hoofdstuk wordt aandacht besteed aan de beschikbare menskracht en middelen.

 

3.1 Formatie & Bezetting

In 2018 blijft de formatie ten opzichte van 2017 gelijk.

 

 

In de bezetting vindt er een overschrijding plaats t.o.v. de formatie van afgerond 0,5 fte. Door een personele wisseling wordt de bezetting van de BOA teruggebracht naar 4 fte.

 

3.2 Inzet toezicht en handhaving

Niet alle beschikbare fte’s zijn inzetbaar voor directe toezicht- en handhavingstaken. Het betreft m.n. ondersteunende taken voor het proces. Uit de analyse van het tijdschrijven uit het verleden blijkt dat circa 30 fte beschikbaar is om de toezicht- en handhavingstaak op uitvoeringsniveau uit te voeren.

 

Met een rekeneenheid van 1.437 productieve uren per fte is het totaal aantal beschikbare productieve uren voor het proces handhaving afgerond 45.000 uur, waarvan circa 27.000 uur voor Routinematig toezicht en handhaving is gereserveerd en circa 10.000 uur voor Incidenteel toezicht en handhaving. Voor de overige handhavingsprojecten is circa 8.000 uur begroot.

 

3.3 Financiën

In de begroting 2018 van het waterschap is een bedrag van € 4.153.080,- gereserveerd voor handhaving (inclusief de inzet van proces in stand houden watersystemen bij de schouwvoering watergangen en onttrekkingsverbod oppervlaktewater). De kosten voor het waterschap van het project ‘Sloten, oevers, dijken op orde’ zijn hierin opgenomen (€ 1.125.000,-).

 

3.4 Opleiding

Voor 2018 zijn in ieder geval de volgende opleidingen/cursussen voorzien:

  • Verdiepingstrainingen en nieuwe functionaliteiten PowerBrowser (software voor toezicht & handhaving) (allen);

  • Toezicht en handhaving bijscholing;

  • Permanente her- en bijscholing BOA (4 BOA’s);

  • Vakgerichte opleidingen en trainingen.

In 2017 heeft er een analyse plaatsgevonden in hoeverre het proces voldoet aan de kwaliteitscriteria water. De verbeterpunten uit deze analyse krijgen in 2018 uitvoering.

 

4. Ontwikkelingen in het toezicht en de handhaving

 

Het waterschap speelt voortdurend in op ontwikkelingen in de omgeving, bestuur en politiek, beleid en wetgeving. In dit hoofdstuk worden een aantal belangrijke ontwikkelingen benoemd die mogelijk van invloed zullen zijn op de inzet van toezicht en handhaving voor waterschap Brabantse Delta in 2018.

 

4.1 Data gestuurd werken binnen risicogerichte prioritering

Landelijk leiden de ontwikkelingen in het kader van de Omgevingswet en het digitale stelsel Omgevingsrecht tot nieuwe initiatieven en inzichten. Ambities die leiden tot een sterkere verbinding van overheden in het delen van toezicht- en handhavingsinformatie zal daarbij naar verwachting een nog beter inzicht in trends en ontwikkelingen opleveren. Door met de beschikbare data de juiste keuzen rondom doelgroepen in toezicht te bepalen zal er nog effectiever capaciteit kunnen worden ingezet.

Het waterschap volgt deze ontwikkelingen kritisch en optimaliseert waar mogelijk eigen processen verder rondom de informatie.

 

4.2 Landelijke kwaliteitscriteria

In de kwaliteitscriteria, zoals die wettelijk zijn vastgesteld voor het Wabo-bevoegd gezag, worden eisen gesteld aan opleiding, werkervaring alsmede aan de beschikbaarheid van een voldoende aantal toezichthouders om toezichts- en handhavingstaken te kunnen uitvoeren (zogenaamde kritische massa).In de kwaliteitscriteria zijn ook eisen gesteld aan het (handhavings-)proces. Deze procescriteria samen leiden tot een sluitende cyclus en kwaliteitsborging. Zoals reeds in het HUP 2017 genoemd, is de feitelijke implementatie van de specifieke kwaliteitscriteria water in 2017 gestart en wordt deze in 2018 afgerond.

 

4.3 Technische ontwikkelingen volgen

Vliegende, varende of drijvende drones en mobiel werken zijn ontwikkelingen, die de uitvoering van het toezicht kunnen beïnvloeden. Het waterschap volgt deze ontwikkelingen en ziet dat er kansen ontstaan om met andere wijzen van toezicht nieuwe informatie beschikbaar te maken. Die informatie kan vervolgens lokaal worden ontsloten.

 

4.4 Prioriteiten vanuit het provinciaal Bestuurlijk platform Omgevingsrecht

Het waterschap geeft in 2018, in afstemming met de Brabantse waterschappen, in ieder geval uitvoering aan de volgende speerpunten die in het bestuurlijk platform zijn vastgesteld: veehouderij, asbest en bedrijven die net onder de Brzo-drempelwaarde vallen. Daarbij blijft het waterschap betrokken bij ‘samen tegen dumpen’ en ‘Samen Sterk In het Buitengebied’.

 

4.5 Ontwikkelingen automatisering

In 2017 is de automatisering voor handhaving verder geoptimaliseerd en kan ook toezicht op industrie, heffingen en gemeenten worden afgedaan in de beschikbare applicaties. Rondom deze werkzaamheden worden er nog aanvullende functionaliteiten verwacht vanuit de landelijke samenwerking tussen waterbeheerders die met deze applicaties werken.

 

4.6 Ontwikkelingen rondom recreatievaart

Op verschillende locaties zijn er ontwikkelingen gaande om meer wateren te ontsluiten voor scheepvaart of worden faciliteiten voor de recreatievaart toegevoegd. Het waterschap houdt deze ontwikkelingen vanuit haar nautisch beheer taak nauwgezet in de gaten.

 

5. Uitvoeringsprogramma 2018

5.1 Algemeen

Er is veel wet- en regelgeving die kan worden overtreden. Het is niet realistisch dat het waterschap op al die mogelijke (wettelijke) voorschriften continu toezicht houdt. Zodoende wordt er geprioriteerd op basis van risico’s.

 

Probleem- en risicoanalyse

In 2014 is door het waterschap een probleem- en risicoanalyse uitgevoerd. Door gebruik te maken van de risicomodule zijn binnen de zes thema’s waterkwaliteit, waterkwantiteit, waterveiligheid, vaarwegbeheer/nautisch beheer, grondwaterbeheer en waterschapsheffingen op domein- en doelgroepniveau de risico's vastgesteld. Binnen elk domein is hierdoor een rangschikking ontstaan van ernstig naar verwaarloosbaar risico. Worden de domein- en doelgroeprisico’s tegen de beleidsthema’s afgezet, dan loopt het waterschap de grootste risico’s binnen de thema’s waterveiligheid en waterkwaliteit.

 

Doelgroepanalyse

Naast een probleem- en risicoanalyse heeft het waterschap in 2014 ook een doelgroepanalyse uitgevoerd. De doelgroepanalyse geeft inzicht in de reden van (niet-)naleven van wet- en regelgeving. Het waterschap acht dit inzicht zeer belangrijk omdat hiermee bepaald kan worden hoe het middel toezicht en handhaving ingezet moet worden om naleving van wet- en regelgeving maximaal positief te beïnvloeden.

Om te bepalen waar de middelen van Waterschap Brabantse Delta effectief en efficiënt kunnen worden ingezet wordt er een toezichtsstrategie toegepast. De uitwerking van de toezichtsstrategie is verwoord in dit HUP. Voor 2018 zijn de keuzes in het HUP gebaseerd op de in 2014 uitgevoerde probleem- en risicoanalyse en ervaringsgegevens van de afgelopen jaren. Voor zover mogelijk zijn de conclusies en de aanbevelingen uit de doelgroepanalyse meegenomen bij het opstellen van het HUP.

 

Sturen op naleefgedrag

De probleem- en risicoanalyse en de doelgroepanalyse tonen aan dat er veel nalevingwinst te behalen valt door toepassing van de juiste interventies. Voor de planperiode 2015 -2019 zijn daarom per thema doelstellingen geformuleerd. Vooral het verhogen van het spontane naleefgedrag binnen de verschillende thema’s krijgt veel aandacht. Het heel bewust sturen op naleefgedrag is geïntroduceerd in het Beleidsplan Toezicht en Handhaving 2015 – 2019. Sinds het programmajaar 2016 wordt gestuurd op het gedrag van de overtreders door het inzetten van verschillende soorten interventies.

 

Uitvoeren van toezicht

Het waterschap past routinematig toezicht1 toe op alle door het waterschap afgegeven vergunningen, op meldingen, toestemmingen, werken en daarnaast op directe lozingen en specifieke indirecte lozingen.

Door het routinematig toezicht en handhaving programmatisch te plannen wordt recht gedaan aan het effectief inzetten van de beschikbare capaciteit.

 

Het waterschap kan incidenteel toezicht2 en handhaving toepassen op alle gedragingen, geprioriteerd van ernstig risico-gedragingen naar verwaarloosbaar risico. Daar waar omstandigheden maken dat er naast routinematig toezicht extra toezicht en handhaving nodig is, voert het waterschap dat projectmatig uit.

Incidenteel toezicht kan dan ook plaats vinden naast, of in plaats van routinematig toezicht.

 

Met gebruikmaking van de prioritering is voor toezicht en handhaving de beschikbare capaciteit verdeeld over de geprioriteerde thema’s en domeinen (Bijlage 1 uitvoeringsprogramma 2017). Omwille van de leesbaarheid zijn de uren en aantallen in dit hoofdstuk afgerond op 100 tallen.

 

 

 

5.2 Samenwerkingsverbanden

Brzo (Besluit risico’s zware ongevallen)

In 2014 heeft het dagelijks bestuur besloten invulling te geven aan de nieuwe inspectierol in het kader van de Brzo. Daarmee geeft het waterschap mede uitvoering aan een trekkersrol voor de andere Brabantse waterschappen en waterschap Scheldestromen. Ook in 2018 voert het waterschap, naast inspecties in het eigen beheersgebied, inspecties uit voor deze andere waterschappen, dit tegen vergoeding van kosten.

 

Samenwerkingsovereenkomst met de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB).

Het waterschap heeft in 2014 een samenwerkingsovereenkomst afgesloten met de OMWB voor het houden van toezicht op indirecte lozingen (lozingen van bedrijven en huishoudens op het riool). Het betreft bedrijven die met hun afvalwater een groot risico opleveren voor de kwaliteit van het oppervlaktewater en de doelmatige werking van de rioolwaterzuiveringsinstallaties.

 

Politie

In voorkomende gevallen werkt het waterschap samen met de politie. Voor grootschalige strafrechtelijke onderzoeken/overtredingen werkt het waterschap samen met het Regionale milieuteam van de Politie (RMT). Ook deze samenwerking wordt voortgezet.

 

Waterschappen

De waterschappen in Noord-Brabant streven naar samenwerking om kosten, kwaliteit en kwetsbaarheid ten positieve te beïnvloeden. Rondom toezicht en handhaving werken waterschappen samen bij de Brzo en vertegenwoordigen zij elkaar veelvuldig in overleggen. Kennis wordt gedeeld over ontwikkelingen en methodieken, waar mogelijk treden de waterschappen gezamenlijk naar buiten als één overheid.

In 2018 wordt deze werkwijze voortgezet.

 

Havenschap en gemeente Moerdijk

Het Havenschap en de gemeente zijn belangrijke samenwerkingspartners voor het waterschap, onder meer vanwege de grote industriële inrichtingen die zijn gevestigd op het industrieterrein Moerdijk. Het waterschap heeft in 2017 de intentie uitgesproken de samenwerking te versterken. Voor 2018 wordt deze samenwerking voortgezet.

 

Rijkswaterstaat

Rijkswaterstaat is voor de waterschappen een natuurlijke samenwerkingspartner. Als (collega-) waterbeheerder en (collega-)nautisch beheerder heeft het waterschap diverse verbindingen. Vanuit Brzo en gezamenlijke (ICT-)programmatuur vindt er actieve samenwerking plaats en is het versterken van de samenwerking en verbinden met Rijkswaterstaat een voortdurend proces. Voor 2018 wordt deze samenwerking voortgezet en waar mogelijk verdiept.

 

Concreet werkt het waterschap met Rijkswaterstaat en andere waterschappen samen aan het technisch realiseren van informatie uitwisseling met partners via Inspectieview en een gezamenlijk contract voor luchtsurveillance voor toezicht en handhaving.

 

Veiligheidsregio

De veiligheidsregio is een partner in het toezicht. Het waterschap onderhoudt in 2018 de samenwerking, teneinde als gezamenlijke overheden de informatie over het milieudomein nog beter te verbinden en uitvoering te geven aan de Brzo-taak.

 

5.3 Thema Waterkwaliteit

 

 

 

5.3.1 Algemeen

Het waterschap hecht een groot belang aan schoon oppervlaktewater. Binnen het beheersgebied is er een groot aantal inrichtingen dat gedragingen vertoont die direct of indirect een relatie hebben met de waterkwaliteit. Het waterschap heeft deze inrichtingen ondergebracht in domeinen en doelgroepen met soortgelijke activiteiten. Bij het toezicht op lozingen wordt vooral gekeken naar inrichtingen die de doelmatige werking van de rioolwaterzuiveringsinstallaties (rwzi’s) kunnen belemmeren en/of de kwaliteit van het oppervlaktewater negatief kunnen beïnvloeden.

 

De doelstelling van het toezicht in de verschillende domeinen is het voorkomen, dan wel beperken van ongewenste lozingen van schadelijke en waterbezwaarlijke stoffen op de riolering, de rioolwaterzuiveringen en het oppervlaktewater. Er wordt gestreefd naar verbetering van het naleefgedrag van geldende wet- en regelgeving en het verhogen van de bewustwording hiervan door de betreffende bedrijven in deze domeinen.

Dit wil het waterschap bereiken door het uitvoeren van verschillende toezichtvormen, zoals preventief uitgebreide controles, systeemgericht toezicht3, aspectcontroles en monsternames. Tevens wordt er binnen dit thema risicogestuurd toezicht4 uitgevoerd bij een beperkt aantal inrichtingen. Het toezicht op de Brzo-inrichtingen die binnen dit thema vallen wordt in een apart project ‘toezicht Brzo Zuidwest Nederland’ ondergebracht.

 

Het thema waterkwaliteit omvat zes domeinen, welke hierna zijn uitgewerkt:

  • (Proces-)Industrie;

  • Afval;

  • Eigen organisatie en andere overheden;

  • Overig;

  • Agrarisch;

  • Buiten inrichtingen.

 

Deze domeinen zijn onderverdeeld in doelgroepen met daarin zowel grote als kleine (industriële) inrichtingen die diverse afvalwaterstromen lozen. De lozing van deze afvalwaterstromen is veelal geregeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer. Daarnaast is voor een aantal inrichtingen de voormalige Wvo-vergunning (nu onderdeel van de Wabo-vergunning of Watervergunning) of delen hiervan van kracht gebleven.

 

Op basis van de risicoanalyse is vastgesteld dat de domeinen (proces-)industrie, afval, eigen organisatie en andere overheden en agrarisch een groot risico hebben. Deze domeinen worden gevolgd door het domein overig, grondwater en buiten inrichtingen, die een gemiddeld risico hebben.

 

 

5.3.2 Domein (Proces-)Industrie

 

 

Algemeen

Het domein (Proces-)Industrie levert op basis van de in 2014 uitgevoerde probleem- en risicoanalyse een groot risico op voor het watersysteem. Het waterschap geeft daarom de uitvoering van toezicht binnen dit domein hoge prioriteit.

Binnen het domein (Proces-)Industrie heeft het waterschap 12 doelgroepen benoemd met daarin circa 170 inrichtingen.

 

Routinematig toezicht en handhaving

Binnen het domein (Proces-)Industrie vertoont circa 58% van de doelgroepen gedragingen die bij niet- naleving leiden tot een groot of ernstig risico. Gelet hierop en de ervaringen van de afgelopen jaren wordt in 2018 (wederom) prioriteit gegeven aan de volgende doelgroepen:

Vervaardiging van chemische producten en/of aardolieproducten;

Op- en overslag van chemische producten;

Vatenwasserijen en tank(auto)cleaningbedrijven;

Vervaardiging van voedingsmiddelen en dranken;

Behandeling van oppervlakken van materialen;

Vervaardiging van leer;

Papier- en kartonindustrie.

 

De overige doelgroepen binnen het domein (Proces-)Industrie vertonen gedragingen die bij niet-naleving van de regels leiden tot een gemiddeld risico. Gelet hierop en de ervaringen van de afgelopen jaren wordt in 2018 minder prioriteit gegeven aan de doelgroepen:

Algemene, academische en categoriale ziekenhuizen;

Deconserveren van auto’s en motorrevisie;

Fotografische bedrijven met laboratoria;

Zeefdrukkerijen;

  • Analytische laboratoria en geïntegreerde laboratoria(> 10.000 m3/jaar).

 

Binnen de verschillende doelgroepen is per inrichting, gebruikmakend van een frequentiematrix en frequentietabel, uitgaande van risico- en naleefgedrag, bepaald welke toezichtsdruk er ingezet moet worden.

Uitgangspunt is dat alle inrichtingen met een gemiddeld of hoger risico en gemiddeld of slechter naleefgedrag tenminste 1 maal per jaar worden bezocht. Bij doelgroepen met een lage prioriteit houdt het waterschap wel de vinger aan de pols door het uitvoeren van steekproeven, waaronder monsternames. Ook wordt er gereageerd op klachten & meldingen.

 

Project ‘Toezicht Brzo-Zuidwest-Nederland’.

Binnen het beheersgebied van het waterschap zijn er 41 inrichtingen die onder het regiem van het Besluit risico zware ongevallen (Brzo) vallen. Gelet op de aard, het effect en de omvang van de lozingen bij ongewone voorvallen heeft het uitvoeren van toezicht bij deze inrichtingen een hoge prioriteit. Het toezicht op de Brzo-bedrijven wordt in 2018 in projectvorm uitgevoerd, waarbij tevens uitvoering wordt gegeven aan de NIM-systematiek (Nieuwe Inspectie Methodiek). De inrichtingen binnen het project Toezicht Brzo-Zuidwest-Nederland zijn grofstoffelijk onder te verdelen in de volgende doelgroepen:

Op- en overslag van chemische producten;

Vervaardigen van chemische producten en/of aardolieproducten;

  • Vatenwasserijen en tank(auto)cleaningbedrijven;

Afvalverwerkingsbedrijven.

 

Het waterschap is onderdeel van het landelijke team Brzo-waterkwaliteitsbeheerders, dat bestaat uit 6 regisserende waterschappen en Rijkswaterstaat. Het waterschap kan daardoor de watergerelateerde Brzo-werkzaamheden uitvoeren voor de waterschappen Scheldestromen, Aa en Maas en De Dommel en voert in 2018 een viertal Brzo controles voor deze waterschappen uit.

 

Project ‘Risicorelevante bedrijven’

Risicorelevante bedrijven zijn bedrijven die net niet onder de werkingssfeer van de Brzo vallen, maar wel als risicorelevant worden aangemerkt. De Brabantse omgevingsdiensten voeren gezamenlijk het project Risicorelevante Bedrijven uit. De waterschappen zijn sinds 2017 bij dit project aangesloten. Het project wordt voortgezet in 2018. Medio 4e kwartaal 2017 vindt afstemming plaats over de voortgang en te plannen acties voor 2018.

 

Incidenteel toezicht en handhaving

Klachten en Meldingen

Binnen het domein (Proces-)Industrie ligt het zwaartepunt vooral op het routinematig toezicht. De ervaring leert dat er ongeveer 30 klachten en meldingen per jaar zijn.

 

Probleemgestuurde handhaving

Binnen het domein (Proces-)Industrie zijn er 28 achterblijvers (naleefgedrag in 2017 kleiner dan 90%). Bij 5 inrichtingen wordt in 2018 extra toezicht uitgevoerd. Van dit aantal hebben 4 inrichtingen een beschikking last onder dwangsom en/of loopt er een handhavingstraject om te komen tot een dergelijke beschikking. Het extra toezicht wordt uitgevoerd, omdat mogelijk calculerend wordt omgegaan met van toepassing zijnde wet- en regelgeving. Door het uitvoeren van extra toezicht wil het waterschap bereiken dat het gedrag van deze ondernemers wijzigt van calculerend naar goedwillend.

 

5.3.3 Domein Afval

 

 

 

Algemeen

Het domein Afval levert op basis van de in 2014 uitgevoerde probleem- en risicoanalyse een groot risico op voor het watersysteem. Het waterschap geeft daarom hoge prioriteit aan de uitvoering van het toezicht binnen dit domein.

Binnen het domein Afval heeft het waterschap 7 doelgroepen benoemd met daarin circa 170 inrichtingen. De doelgroep mestverwerking is vanwege de verwevenheid met agrarische bedrijven verplaatst naar het domein Agrarisch.

 

Routinematig toezicht en handhaving

Binnen het domein Afval vertoont circa 50% van de doelgroepen gedragingen die bij niet-naleving van de voorschriften leiden tot een groot of ernstig risico. Gelet hierop en de ervaringen van de afgelopen jaren geeft het waterschap daarom in 2018 prioriteit aan de volgende doelgroepen:

  • Afvalverwerkingsbedrijven (incl. verbrandingsinrichtingen);

  • Afvalstoffen op- en overslag en bewerken;

  • Vergistingsinstallaties;

  • Autodemontage (middels project).

 

De overige doelgroepen binnen het domein Afval vertonen gedragingen die bij niet-naleving leiden tot een gemiddeld risico. Gelet hierop en de ervaringen van de afgelopen jaren wordt in 2018 minder prioriteit gegeven aan de doelgroepen:

Stortplaatsen;

Composteerinrichtingen;

Milieustraten/gemeentewerven (afval inzameldepots).

 

Binnen de verschillende doelgroepen is per inrichting, gebruikmakend van een frequentiematrix en frequentietabel, uitgaande van risico en naleefgedrag, bepaald welke toezichtsdruk er ingezet moet worden.

Uitgangspunt is dat alle inrichtingen met een gemiddeld of hoger risico en een gemiddeld of slechter naleefgedrag tenminste 1 maal per jaar worden bezocht. Bij doelgroepen met een lage prioriteit houdt het waterschap wel de vinger aan de pols door het uitvoeren van steekproeven en monsternames. Ook wordt er gereageerd op klachten & meldingen.

 

Project ‘Autodemontage’

Aan de doelgroep autodemontage is de afgelopen jaren minder prioriteit gegeven. De afgelopen jaren hebben er veel wijzigingen plaatsgevonden in activiteiten en uitbreidingen binnen deze doelgroep. Daarom is besloten in 2018 middels een project te onderzoeken of de toezichtsdruk nog aansluit bij de risico’s en gedragingen.

 

Incidenteel toezicht en handhaving

Klachten en Meldingen

Binnen het domein Afval ligt het zwaartepunt vooral op het routinematig toezicht. De ervaring leert dat er ongeveer 30 klachten en meldingen per jaar zijn.

 

Probleemgestuurde handhaving

Binnen het domein Afval zijn er 15 achterblijvers (naleefgedrag in 2017 kleiner dan 90%). Bij 4 inrichtingen wordt in 2018 extra toezicht uitgevoerd. Van dit aantal hebben 4 inrichtingen een beschikking last onder dwangsom en/of loopt er een handhavingstraject om te komen tot een dergelijke beschikking. Bij de overige inrichtingen voert het waterschap extra toezicht uit, omdat mogelijk calculerend wordt omgegaan met van toepassing zijnde wet- en regelgeving. Door het uitvoeren van extra toezichtscontroles wil het waterschap bereiken dat het gedrag van deze ondernemers wijzigt van calculerend naar goedwillend.

 

5.3.4 Domein Eigen organisatie en andere overheden

 

 

 

Algemeen

Het domein Eigen organisatie en andere overheden levert op basis van de in 2014 uitgevoerde probleem- en risicoanalyse een groot risico op voor het watersysteem. Het waterschap geeft daarom aan de uitvoering van toezicht binnen dit domein hoge prioriteit.

Binnen het domein heeft het waterschap 3 doelgroepen benoemd met daarin circa 710 inrichtingen.

 

Routinematig toezicht en handhaving

Binnen het domein vertonen alle drie de doelgroepen gedragingen die bij niet-naleving leiden tot een groot of ernstig risico voor de waterkwaliteit. Gelet hierop, de bestuurlijke gevoeligheid en de ervaringen van de afgelopen jaren geeft het waterschap daarom ook in 2018 prioriteit aan de doelgroepen in dit domein:

  • Rioolwaterzuiveringsinstallaties (rwzi);

  • Lozingen vanuit overstorten en nooduitlaten (gemengde stelsels gemeenten en overstorten uit eigen gemalen van het waterschap);

  • Lozingen vanuit hemelwateruitlaten (gescheiden gemeentelijke stelsels).

 

Rioolwaterzuiveringsinstallaties

Het reguliere toezicht binnen deze doelgroep zal in 2018 met name gericht zijn op het naleven van de voorschriften. Het toezicht bestaat uit bedrijfsbezoeken, monsternames, controles van meet- en bemonsteringssituaties en behandelen van klachten/meldingen.

 

Project ‘Toezicht Eigen Organisatie’

Het waterschap vervolgt de acties rondom dit project uit 2017 en controleert in 2018 de uitvoering van de beoogde verbeteringen.

 

Lozingen vanuit overstorten en nooduitlaten (gemengde gemeentelijke stelsels en overstorten uit eigen gemalen waterschap)

In het beheersgebied van het waterschap zijn vele overstortconstructies aanwezig. Deze overstorten worden door een aantal gemeenten en het waterschap gemonitord (overstortfrequentie, beheer en onderhoud van de overstortconstructie etc.) om de goede werking van het afvalwatersysteem te waarborgen.

In 2018 analyseert het waterschap, in samenwerking met de gemeenten, overstorten vanuit het afvalwatersysteem en actualiseert zo nodig het toezichtsplan.

 

5.3.5 Domein Overig

 

 

Algemeen

Het domein Overig levert op basis van de in 2014 uitgevoerde probleem- en risicoanalyse een gemiddeld risico op voor het watersysteem. Het waterschap geeft daarom minder prioriteit aan de uitvoering van toezicht binnen dit domein. Binnen het domein Overig heeft het waterschap 6 doelgroepen benoemd met daarin circa 40 inrichtingen. Het betreft vooral inrichtingen die rechtsreeks lozen op oppervlaktewater.

 

Routinematig toezicht en handhaving

Binnen het domein Overig vertoont circa 14% van de doelgroepen gedragingen, die bij niet-naleving leiden tot een groot of ernstig risico voor de waterkwaliteit. Gelet hierop en de ervaringen van de afgelopen jaren geeft het waterschap daarom in 2018 prioriteit aan de doelgroep ‘Lozers vanaf laad- en loskade’.

 

De overige doelgroepen binnen het domein Overig vertonen gedragingen die bij niet-naleving leiden tot een gemiddeld risico. Gelet hierop en de ervaringen van de afgelopen jaren wordt in 2018 minder prioriteit gegeven aan de doelgroepen:

  • Betonmortelbedrijven;

  • Scheepswerven en watersportinrichtingen;

  • Drinkwaterproductiebedrijven;

  • Overige, kleine oppervlaktewaterlozers;

Koelwaterlozers.

 

Binnen de verschillende doelgroepen is per inrichting, gebruikmakend van een frequentiematrix en frequentietabel, uitgaande van risico en naleefgedrag, bepaald welke toezichtdruk er ingezet gaat worden.

Uitgangspunt is dat alle inrichtingen met een gemiddeld of hoger risico en een gemiddeld of slechter naleefgedrag tenminste 1 maal per jaar worden bezocht. Bij doelgroepen met een lage prioriteit houdt het waterschap wel de vinger aan de pols door het uitvoeren van steekproeven en monsternames. Ook wordt er gereageerd op klachten & meldingen.

 

Incidenteel toezicht en handhaving

Klachten en Meldingen

Binnen het domein Overig ligt het zwaartepunt vooral op het routinematig toezicht. De ervaring leert dat er beperkt aantal klachten en meldingen per jaar binnen dit domein zijn.

 

Probleemgestuurde handhaving

Binnen het domein Overig zijn er in 2017 geen achterblijvers geconstateerd. Voor 2018 wordt op dit vlak geen extra toezicht ingezet.

 

Project ‘Samen tegen dumpingen’

Door dumpingen van synthetisch drugsafval loopt de leefomgeving risico. Daarnaast kunnen lozingen van dat afval op het riool een zuivering ontregelen en tot ongewenste lozingen leiden met hetzelfde risico voor de leefomgeving. De provincie neemt daarin projectmatig het voortouw, in samenwerking met alle (Brabantse) handhavingspartners. Waterschap Brabantse Delta neemt ook in 2018 deel aan dit project.

 

5.3.6 Domein Agrarisch

Algemeen

In het beheersgebied van het waterschap zijn ongeveer 4.100 agrarische bedrijven gevestigd. Deze bedrijven zijn onderverdeeld in doelgroepen en geprioriteerd op basis van het risico dat zij vormen voor de waterkwaliteit. Uit de risicoanalyse blijkt dat acht van de veertien doelgroepen een middelmatig tot hoog risico vormen voor de waterkwaliteit. Ondanks een relatief hoog naleefgedrag van ca. 88% binnen dit domein, ziet het waterschap dat bedrijven calculerend omgaan met te nemen maatregelen ter bescherming van de waterkwaliteit. Gelet op de omvang van het bedrijvenbestand en het risico van diffuse emissies, streeft het waterschap naar een steeds gerichtere inzet op de risicovolle gedragingen door uitvoering van aspectcontroles.

Binnen de agrarische sector wordt door het waterschap en de brancheorganisaties fors geïnvesteerd in voorlichting en stimulering. Naast deze investeringen en gerichte controles ontstaat er een steeds grotere noodzaak om emissies van verschillende doelgroepen te controleren door middel van monstername. Met intensivering van monstername en gericht kwaliteitsonderzoek naar o.a. erfafspoeling en lozingen vanuit de glastuinbouw wordt verwacht beter inzicht te krijgen in de mate van risico voor het oppervlaktewater, het naleefgedrag en het behalen van de waterkwaliteitsdoelstellingen van de Kaderrichtlijn Water. Daarnaast blijkt uit landelijk onderzoek dat de waterkwaliteit achterblijft door o.a. toedoen van de lozingen afkomstig van de glastuinbouw en erfafspoeling.

Deze aanpak doet recht aan het nieuwe nationaal beleid, het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW) en het streven naar de 2027-doelen van de Kaderrichtlijn Water.

Met de uitkomsten van gericht waterkwaliteits-onderzoek kan beter worden vastgesteld of de huidige capaciteit en toezichtdruk volstaat voor de komende jaren. In algemene zin kan worden gesteld dat ca. 5% van elke doelgroep gecontroleerd kan worden conform de hieronder beschreven aanpak en de hiervoor beschikbare capaciteit. Door de wijziging van de algemene regels voor de glastuinbouw per 1 januari 2018 en de benodigde reactieve inzet vraagt dit naast het reguliere toezicht een extra inspanning van het waterschap.

Op basis van de risicoprioritering en rekening houdend met tijdelijke uitbreiding van de capaciteit houdt het waterschap in 2018 toezicht op de volgende doelgroepen:

  • Glastuinbouw;

  • (intensieve) Veehouderij;

  • Akkerbouw;

  • Pot-, container- en trayteelt;

  • Boomteelt;

  • Landbouwloonbedrijven;

  • Mestverwerkende bedrijven.

 

Binnen dit domein wordt actief gezocht naar de samenwerking met de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Bedrijven worden daar waar nodig samen met toezichthouders van de OMWB en/of de NVWA bezocht.

 

 

Routinematig toezicht en handhaving

Glastuinbouw

Per 1 januari 2018 gaat voor de glastuinbouw een zuiveringsplicht gelden. Dit betekent dat afvalwater met nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen gezuiverd moet worden alvorens het wordt geloosd op riolering of oppervlaktewater. Van de in totaal 400 zuiveringsplichtige bedrijven wordt verwacht dat een substantieel deel aan zal geven dat er geen sprake is van een lozing situatie, de zogenaamde nullozers.

De Land- en Tuinbouw Organisatie heeft bedrijven verzocht om zich vóór 1 januari 2018 te melden bij het bevoegd gezag om te laten controleren of er sprake is van een nullozing. Dit betekent dat de focus van het waterschap in de eerste helft van 2018 zal liggen op deze controles. Daarnaast controleert het waterschap met de gemeenten en de omgevingsdienst of bedrijven met een lozing zich houden aan de zuiveringsplicht. Met de komst van deze zuiveringsplicht ontstaat een natuurlijk moment voor de sector en het bevoegd gezag om de waterstromen binnen de bedrijven beter in beeld te brengen. Door de complexiteit van de waterhuishouding binnen een glastuinbouwbedrijf wordt dit voor zowel de sector als voor het bevoegd gezag een grote opgave. In 2018 wordt gestreefd om bij 200 van de 400 glastuinbouwbedrijven een uitgebreide controle uit te voeren.

 

Evenals voorgaande jaren zal het waterschap in samenwerking met de OMWB handhaven op het indienen van de UO-rapportage. Jaarlijks zijn glastuinbouwbedrijven verplicht om gegevens te rapporteren die betrekking hebben op het toepassen en lozen van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen. Deze rapportages worden beoordeeld op de inhoud, met het doel om een beter inzicht te krijgen op het behalen van de doelstelling om te komen tot een ‘emissie loze kas’ in 2027. Daarnaast wordt het komend jaar onderzocht welke mogelijkheden er zijn om, door middel van gebiedsgerichte monitoring, illegale lozingen sneller te onderkennen.

 

Pot-, container- en trayteelt en fruitteelt

In vergelijking tot voorgaande jaren wordt er in 2018 gelijkwaardig aandacht besteed aan de recirculatieplicht in de pot-, container- en trayteelt. De meeste bedrijven in de afgelopen 4 jaar eenmaal zijn bezocht en er een goed beeld is ontstaan over de achterblijvers. In 2018 controleert het waterschap de achterblijvers en een aantal nog niet eerder bezochte bedrijven waarbij de opvang- en recirculatieplicht niet of slechts beperkt wordt toegepast.

 

Veehouderij, akkerbouw- en landbouwloonbedrijven en mest verwerkende bedrijven

Bij de veehouderijen, de akkerbouw- en landbouwloonbedrijven voert het waterschap controles uit gericht op het tegengaan van erfafspoeling. In het beheersgebied is er een diversiteit aan bedrijven waar activiteiten kunnen leiden tot ongewenste lozingen en vervuiling van het oppervlaktewater. Een voorbeeld hiervan is het uitwendig reinigen van voertuigen en de afspoeling van agrarische bedrijfsstoffen. Om ongewenste lozingen zoveel mogelijk te beperken, blijft het noodzakelijk om met een jaarlijkse terugkerende inspanning toe te zien op de ‘good housekeeping’ binnen de bedrijfsvoering van deze doelgroepen. Het waterschap intensiveert in 2018 de monstername bij bedrijven met erfafspoeling. Bij mest verwerkende bedrijven ziet het waterschap toe op de juiste verwerking van mest en afvalwater, gericht op het voldoen aan lozingsnormen.

 

Gewasbeschermingsmiddelen en biociden

Gewasbeschermingsmiddelen en biociden worden door verschillende doelgroepen binnen de agrarische sector gebruikt en toegepast. Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en biociden levert nog altijd een aanzienlijk risico op voor de waterkwaliteit. Het waterschap ziet toe of middelen op een juiste wijze worden gebruikt en toegepast. Deze controles dragen enerzijds bij aan de bewustwording van de risico’s voor de waterkwaliteit. Daarnaast wordt met deze controles een verdergaande reductie van middelen in het oppervlaktewater beoogd.

 

Incidenteel toezicht en handhaving

Probleemgestuurd handhaven

Binnen het agrarische domein controleert het waterschap ongeveer 50 bedrijven meerdere keren per jaar. Van dit aantal hebben 25 bedrijven een beschikking last onder dwangsom van het waterschap ontvangen. Bij de overige bedrijven voert het waterschap extra controles uit omdat naar verwachting calculerend wordt omgegaan met de gestelde norm. Door het uitvoeren van extra controles wil het waterschap bereiken dat het gedrag van deze ondernemers wijzigt van calculerend naar goedwillend.

 

Klachten en meldingen

Binnen het agrarisch domein ligt het zwaartepunt voornamelijk op het routinematig toezicht. De ervaring leert dat er in dit domein jaarlijks ongeveer 30 klachten en meldingen worden ingediend bij het waterschap.

 

5.3.7 Domein ‘Buiten inrichtingen’

 

 

Algemeen

Het domein `Buiten inrichtingen` focust zich op lozingen en gedragingen die invloed hebben op de kwaliteit van het watersysteem. Bijna al deze handelingen kennen een sterke samenhang met de afgegeven watervergunningen onder de Keur. Binnen dit domein hebben we het over handelingen die op jaarbasis niet vaak voorkomen. Een uitzondering hierop zijn de toepassingen van grond en baggerspecie onder het Besluit bodemkwaliteit (Bbk).

Het toezicht op de toepassingen onder het Bbk heeft zich de afgelopen jaren gefocust op het verondiepen van de Dassenplas. Het verondiepen van de Dassenplas wordt ook wel een grootschalige bodemtoepassing(GBT) genoemd.

 

Dit domein kent de volgende 5 doelgroepen:

  • Toepassen van grond, baggerspecie en bouwstoffen in een oppervlaktewaterlichaam(o.a. GBT’s);

  • Lozen van huishoudelijk afvalwater;

  • Lozen van afvloeiend hemelwater (niet afkomstig van bedrijven);

  • Baggerspeciedepots en baggerwerkzaamheden;

  • Lozen ten gevolge van werkzaamheden aan vaste objecten.

 

Routinematig toezicht

De controles op de toepassingen (verondiepingen) in de Dassenplas zijn routinematig. Het gaat hier om circa 50 toepassingen op jaarbasis. Hier wordt 100% gecontroleerd op de herkomst en de locatie van de toepassing. Dit wordt gedaan omdat deze gedragingen een hoog risico kennen, het risico op het veroorzaken van schade aan het milieu, de verslechtering van de kwaliteit van het oppervlaktewater en grondwater en daarmee ook een risico voor imagoschade voor het waterschap.

 

Incidenteel toezicht en handhaving

Overwegend houdt het waterschap toezicht op basis van klachten en meldingen. Dit geldt met name voor lozingen van huishoudelijk afvalwater. Op jaarbasis verwacht het waterschap hier circa 18 controles uit te voeren.

 

Aan de gedragingen met een hoger risico wordt aandacht besteed door middel van (integrale) controles. Deze integrale controles worden met name uitgevoerd met betrekking tot het domein ‘watergangen’.

 

5.4 Thema Waterveiligheid

 

Domein Keringen

Algemeen

Op basis van de risicoanalyse scoren de primaire en regionale keringen het hoogst. De doelstellingen voor het waterschap in dit domein zijn: 100%-controle van de verleende vergunningen op primaire keringen en controle van handelingen met een ernstig of hoog risico. De overige gedragingen met een laag risico behandelt het waterschap op basis van klachten en meldingen.

 

Het domein Keringen heeft de volgende doelgroepen:

  • Primaire keringen (143 km);

  • Regionale keringen en overige keringen en kades (425 km).

 

Routinematig Toezicht en Handhaving

Het routinematig toezicht is op te splitsen in het controleren van vergunningen/algemene regels en het uitvoeren van surveillance. Per jaar worden er circa 75 vergunningen verleend op primaire keringen en 65 vergunningen op regionale keringen. De verwachting is dat dit zelfde aantal vergunningen ook in 2018 wordt verleend. Het waterschap controleert en prioriteert het toezicht op deze vergunningen op basis van de risicovolle handelingen. Dit betekent dat (bouw-)activiteiten op primaire keringen voor 100% worden gecontroleerd en dat vergunningen met risicovolle handelingen op de regionale keringen en kades op onderdelen worden gecontroleerd.

 

Incidenteel Toezicht en Handhaving

Klachten en Meldingen

Het proces in stand houden waterkeringen inspecteert dagelijks de primaire keringen en de medewerkers van dit proces kunnen daarom gezien worden als de ‘ogen en oren’ van het handhavingsproces. Een deel van de medewerkers van dit beheerproces is eveneens aangewezen als toezichthouder. De verwachting is dat er in 2018 circa 60 klachten en meldingen binnenkomen en worden afgehandeld.

 

Projecten

Project Vee op regionale en overige keringen

In 2017 is door het waterschap een inventarisatie uitgevoerd naar het beweiden van vee op de regionale. Uit de inventarisatie is gebleken dat op diverse locaties vee op de kering aanwezig is. In de eerste twee kwartalen van 2018 bekijkt het waterschap hoe om te gaan met deze gedragingen. Hierbij wordt rekening gehouden met de samenloop met de projecten Verbetering Regionale keringen en project Sloten, Oevers en Dijken op Orde.

 

 

5.5 Thema Waterkwantiteit

 

 

Domein Watergangen

Algemeen

In 2017 is het waterschap in dit domein veelal bezig geweest met het afhandelen van klachten en meldingen en het ongedaan maken van overtredingen.

 

De doelstellingen voor het waterschap in dit domein zijn: 100%-controle van de nieuw verleende vergunningen met een ernstig of hoog risico en controle op handelingen met een ernstig of hoog risico. Surveillance richt zich op risicovolle gedragingen op de categorie A- en B-oppervlaktewaterlichamen.

 

Dit domein heeft de volgende doelgroepen:

  • A-oppervlaktewaterlichamen (3913 km);

  • B-oppervlaktewaterlichamen (7445 km).

 

Routinematig Toezicht en Handhaving

In 2017 houdt het waterschap actief toezicht op verleende vergunningen met een ernstig of hoog risico en borgt daarbij de actualiteit en juistheid van deze gegevens in het beheerregister en de legger. De verwachting is dat er ongeveer 600 controles uitgevoerd worden op verleende vergunningen in dit domein.

 

Het waterschap houdt bij de categorie B-oppervlaktewaterlichamen beperkt toezicht in de vorm van surveillance. De overige laag geprioriteerde handelingen behandelt het waterschap aan de hand van klachten en meldingen.

 

Jaarlijks ziet het waterschap toe op de uitvoering van de onderhoudsplicht door perceel eigenaren grenzend aan een categorie B-oppervlaktewaterlichaam. De controles op de onderhoudsverplichting worden uitgevoerd op ongeveer 7500 percelen. In de afgelopen jaren is gebleken dat na de eerste controleronde ongeveer 1000 overtredingen overblijven die aandacht vanuit het proces toezicht en handhaving vragen.

 

Incidenteel Toezicht en handhaving

Klachten en Meldingen

Klachten en meldingen binnen dit domein komen voort uit meldingen van ingelanden en surveillance. De verwachting is dat er in 2018 370 klachten en meldingen binnenkomen en worden afgehandeld.

 

Project Onttrekkingsverbod Oppervlaktewater

Het waterschap kan een onttrekkingsverbod instellen als de omstandigheden daarom vragen. Een onttrekkingsverbod heeft hoge prioriteit en het waterschap ziet toe op naleving. Een onttrekkingsverbod wordt tegelijk uitgevoerd met controles op het beregenen uit grondwater en heeft daarmee invloed op de inzet van capaciteit.

 

 

5.6 Thema Vaarweg- en nautisch beheer

Domein Vaarweg- en nautisch Beheer

Het domein is onderverdeeld in twee doelgroepen, te weten beroepsvaart en recreatievaart. Binnen het beheersgebied van het waterschap worden vaarwegen gebruikt voor recreatieve en bedrijfsmatige doeleinden. Het waterschap ziet toe op veilig scheepvaartverkeer en het beschermen van oevers en bodem.

 

Het domein Vaarwegbeheer heeft op basis van de in 2014 uitgevoerde probleem- en risicoanalyse een gemiddeld tot laag risico.

Afgelopen jaar zijn meer meldingen binnen gekomen over gedragingen in dit domein.

In 2018 wordt door het waterschap een aantal surveillancedagen op het water ingepland, waarbij steekproefsgewijs toezicht wordt uitgeoefend op de naleving van de regelgeving rondom evenementen en bijzondere transporten over water.

Hierbij wordt rekening gehouden met de verwachte risico’s. Daarnaast oefent het waterschap toezicht uit op recreatievaart en het illegaal afmeren of ligplaats nemen.

 

 

5.7 Thema Waterschapsheffingen

 

 

Domein Heffingen

Algemeen

Het domein Heffingen heeft op basis van de in 2014 uitgevoerde probleem- en risicoanalyse een groot risico met betrekking tot de heffingsinkomsten. Het waterschap geeft daarom hoge prioriteit aan de uitvoering van het toezicht binnen dit domein.

 

Alle bedrijven die afvalwater lozen, op oppervlaktewater of via het riool op de rioolwaterzuiveringsinstallatie, betalen een heffing (belasting). Deze bedrijven worden aangeslagen op grond van de hoeveelheid en de vervuilingswaarde van het geloosde water.

De juridische basis voor het heffen van de zuiveringsheffing en de verontreinigingsheffing is gelegen in de Waterschapswet, respectievelijk de Waterwet. Het algemeen bestuur van het waterschap stelt hiertoe de Verordening zuiverings-/ verontreinigingsheffing vast.

 

Binnen het domein Heffingen heeft het waterschap 4 doelgroepen benoemd.

 

Routinematig toezicht en handhaving

Binnen het domein Heffingen vertoont de doelgroep meetbedrijven gedragingen, die bij niet-naleving leiden tot een groot of ernstig risico voor de heffingsinkomsten van het waterschap.

Gelet hierop en de ervaringen van de afgelopen jaren geeft het waterschap in 2018 wederom prioriteit aan de doelgroep meetbedrijven.

 

Deze doelgroep van bedrijven, die dienen te meten om de jaarlijkse vuillast te bepalen, omvat circa 110 inrichtingen. Dit betreffen zowel grote als kleine (industriële) inrichtingen die diverse afvalwaterstromen lozen.

 

Het waterschap houdt toezicht op naleving van de voorwaarden uit de meetbeschikking, voert contra-onderzoek uit en verricht extra afvalwateronderzoek in eigen beheer.

Deze werkzaamheden hebben tot doel om de juistheid van de aangifte te controleren en advies te geven, aan de Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB), over het opleggen van de juiste aanslagen. Een deel van de activiteiten geschiedt uit efficiency overwegingen gezamenlijk met de controles op de overige wet- en regelgeving. Daarom is een deel van de toezichtsuren en controles terug te vinden in de overige domeinen.

 

In 2018 zal het waterschap extra toezicht uitvoeren op de juistheid van meetapparatuur van meetbedrijven (juistheid afgelezen meterstand en uitvoering tijdige kalibratie).

 

De drie overige doelgroepen binnen het domein Heffingen vertonen gedragingen, die bij niet-naleving leiden tot een gemiddeld risico. Gelet hierop en de ervaringen van de afgelopen jaren wordt in 2018 minder prioriteit gegeven aan de doelgroepen:

  • Tabelbedrijven (zowel industrieel als agrarisch);

  • Forfaitaire bedrijven;

  • Overig (bijv. evenementen en aanvoer per as).

 

Tabel- en forfaitaire bedrijven

Het waterschap voert controles uit op de juistheid van de (afvalwater-)coëfficiënt bij de tabelbedrijven en adviseert de belastingsamenwerking. Deze bedrijven worden in overleg met/op verzoek van de Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB) gecontroleerd. Daarnaast worden ook forfaitaire bedrijven gecontroleerd in overleg met/op verzoek van de Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB).

 

Incidenteel toezicht en handhaving

 

Discrepantie

In 2018 wordt binnen het waterschap tijd besteed aan het onderzoeken van de zogenaamde ‘discrepantie’. Discrepantie is het verschil tussen de totale gemeten vuillast in het influent van alle rwzi’s versus de vuillast op basis van de opgelegde zuiveringsheffing.

 

Project Administratief toezicht heffingsbedrijven

Het waterschap controleert in 2018 een aantal bedrijven, welke hebben aangegeven dat bepaalde afvalwaterstromen niet worden geloosd maar worden afgevoerd naar derden. In 2018 wordt bij een 5-tal bedrijven (administratief) onderzoek gedaan om beter inzicht in de afvalstromen te verkrijgen.

 

 

5.8 Thema Grondwaterbeheer

 

 

Domein Grondwater

Het waterschap richt zich binnen het domein grondwater in 2018 opnieuw op drie onderdelen. Ten eerste houdt het waterschap toezicht op (grote) bouwputbemalingen. Ten tweede wordt, zoals in voorgaande jaren, de grondwateropgave van de beregeningsvergunningen opgevraagd. Als derde houdt het waterschap toezicht op onttrekkingen ten behoeve van beregening.

 

Daarbij kan een onderverdeling worden gemaakt in drie onderwerpen. Controles op illegale beregening uit grondwater vinden plaats in combinatie met de controle op vastgestelde onttrekkingsverboden oppervlaktewater. Tevens wordt bij de reguliere agrarische controle toegezien op beregening uit grondwater.

 

De doelgroepen binnen dit domein zijn:

  • Onttrekken, lozen en heffen van grondwater t.b.v. bouwactiviteiten (vergunningsplichtige);

  • Onttrekken, lozen en heffen van grondwater t.b.v. bouwactiviteiten (Algemene regels);

  • Onttrekken, lozen en heffen van grondwater t.b.v. bodemsanering;

  • Onttrekken van grondwater t.b.v. beregening;

  • Onttrekken van grondwater t.b.v. kleine onttrekkingen/noodvoorzieningen;

  • Lozen van grondwater vanuit bemalingen;

  • Onttrekkingen van grondwater t.b.v. (industrieel) proceswater.

 

Routinematig toezicht en handhaving

Voor bouwputbemalingen worden op jaarbasis circa 15 vergunningen verleend en ontvangt het waterschap 400 meldingen. In 2018 zullen alle verleende vergunningen voor bouwputbemalingen worden gecontroleerd. Daarnaast controleert het waterschap circa 50 meldingen op basis van de risico’s die kunnen ontstaan bij het teveel onttrekken of lozen van grondwater.

De verwachting is dat hier circa 100 controles uitgevoerd worden. Voor de heffingen van de lozing van grondwater worden alle vergunningen en meldingen administratief gecontroleerd op de juistheid van de ingezonden gegevens. Overige gedragingen worden op basis van klachten en meldingen opgepakt.

 

Controle op beregening uit grondwater wordt op twee aspecten uitgevoerd.

Toezicht op illegaal beregenen uit grondwater tijdens onttrekkingsverboden oppervlaktewater.

Bij reguliere agrarische toezicht controleert het waterschap aanvullend op de naleving van de regels op het beregenen uit grondwater.

 

Grondwateropgave

Voor het onttrekken van grondwater ten behoeve van agrarische beregening dient jaarlijks bij het waterschap een opgave te worden gedaan. Met de opgegeven hoeveelheden onttrokken grondwater voor agrarische beregeningen wordt de totale onttrekkingshoeveelheid in Brabant berekend. Het waterschap ziet in 2018 toe op een juiste en tijdige opgave binnen haar beheergebied.

 

Incidenteel toezicht en handhaving

Klachten en Meldingen

De ervaring leert dat er met betrekking tot grondwater jaarlijks circa 5 klachten en meldingen worden ingediend.

 

 

5.9 HUP 2018 benodigde versus beschikbare personele capaciteit

Voor 2018 is, uitgaande van de in het beleidsplan vastgestelde strategieën, in beeld gebracht wat de totale benodigde capaciteit zou moeten zijn om alle toezichts- en handhavingstaken te kunnen uitvoeren (bijlage 2).

Voor het HUP 2018 is, uitgaande van de beschikbare capaciteit, domeinen en doelgroepen, benoemd waarop het zwaartepunt van het toezicht wordt gelegd, waar steekproefsgewijs wordt gecontroleerd of waar reguliere aspect- en administratieve controles of monsternames worden ingepland (HUP 2018, bijlage 1).

 

Door de noodzakelijke verschuiving van de accenten binnen het domein agrarisch als gevolg van de wijziging van de wetgeving ontstaat een onacceptabel risico voor diverse doelgroepen. Herprioritering binnen het domein doet in dit geval geen recht meer aan de in het beleidsplan vastgestelde strategie. Voor 2018 wordt voorgesteld om de capaciteit voor het domein agrarisch uit te breiden met 1 fte.

 

Voor wat betreft een aantal doelgroepen acht het waterschap geen of beperkte controles acceptabel (zie bijlage 3). Indien zich binnen deze doelgroepen klachten of andere bijzondere omstandigheden voordoen, dan wordt daar op gereageerd. Met deze wijze van reactief toezicht blijft het waterschap toch ‘in control’ voor wat betreft deze doelgroepen.

 

Met het voorliggende uitvoeringsprogramma verwacht het waterschap recht te doen aan de prioriteiten die zijn gesteld in het Beleidsplan Toezicht en Handhaving 2015 – 2019 en de ervaringen van het afgelopen jaar (tussentijds evaluatie HUP 2017).

Aldus vastgesteld in de vergadering van het dagelijks bestuur van

12 december 2017,

Het dagelijks bestuur,

De dijkgraaf De secretaris-directeur

Drs. C.J.G.M. de Vet ir. H.T.C. van Stokkom

Bijlage 1A Uitvoeringsprogramma 2018 op Themaniveau

 

 

Bijlage 1B Uitvoeringsprogramma 2018 op Domeinniveau

 

 

 

 

 

 

 

 

Bijlage 2 beschikbare versus benodigde handhavingscapaciteit

 

Bijlage 3 Doelgroepen met overwegend reactieve inzet van het waterschap in 2018

 

  • Gemeentewerven/milieustraten;

  • Zeefdrukkerijen;

  • Analytische labs;

  • Algemene, academische en categoriale ziekenhuizen;

  • Betonmortelbedrijven;

  • Scheepswerven en watersportinrichtingen;

  • Drinkwaterproductiebedrijven;

  • Lozen en onttrekken Oppervlaktewater (kwantiteit);

  • Lozingen afkomstig van baggerwerkzaamheden;

  • Vollegrondsgroenteteelt;

  • Bloembollenteelt;

  • Fruitteelt;

  • Champignonkwekerijen;

  • Witloftrekkerijen;

  • Groentewassers;

  • Vaste objecten;

  • Aantasting functioneren C-watergangen;

  • Sanering ongezuiverde lozingen.

 

Indien zich binnen deze doelgroepen klachten of andere bijzondere omstandigheden voordoen onderneemt het waterschap alsnog actie.

Naar boven