Regeling benoeming bestuursleden in de categorie ongebouwd van het waterschapsbestuur door het bestuur van ZLTO

Vastgesteld op 19 maart 2018

Regeling als bedoeld in artikel 14 lid 3 van de Waterschapswet inzake de selectie en de benoeming door ZLTO van vertegenwoordigers voor de categorie 'ongebouwd' in de algemene besturen van waterschappen.

§ 1 INLEIDING

 

De Waterschapswet voorziet in de samenstelling van het Algemeen Bestuur (AB) van het waterschap. Dit bestuur wordt gevormd door vertegenwoordigers van vier categorieën van belanghebbenden: ingezetenen (algemene taakbelangen), ongebouwde eigendommen, natuurterreinen en bedrijf- gebouwd (art. 12). Voor deze laatste drie categorieën, die de specifieke taakbelangen vertegenwoordigen zullen 7 - 9 geborgde zetels beschikbaar zijn (art. 13). De Provincies Zeeland, Noord-Brabant en Gelderland hebben bij reglement vastgesteld dat het AB uit 30 bestuursleden bestaat, waarvan 7 geborgde zetels (Rivierenland: 8 geborgde zetels). De verdeling tussen de categorieën Ongebouwd, Bedrijfsgebouwd en Natuur is als volgt: WSS 3/3/1, WBD: 3/3/1, WDD: 3/2/2, WAM: 3/3/1, WSRL: 4/3/1.

Voor de categorie Ongebouwd worden de vertegenwoordigers benoemd door de aangewezen organisatie(s) (zie art 14). Er is door de provincies Zeeland en Noord-Brabant besloten om ZLTO hiervoor aan te wijzen. Gelderland heeft besloten om ZLTO en LTO Noord aan te wijzen. Met de voorliggende teksten voorziet ZLTO in een regeling omtrent de selectie en benoeming van de vertegenwoordiger of vertegenwoordigers van de categorie Ongebouwd in het bestuur van het waterschap. Het waterschap maakt deze regeling bekend (Waterschapswet, art 14).

 

Volgens de wet moet de provincie bij reglement bepalen hoe tot benoeming gekomen wordt indien er meer dan een organisatie aangewezen is, waarbij de provincie dan de stemverhouding vastlegt. Indien dit niet of onvoldoende duidelijk gebeurt, dient de benoeming in onderling overleg tussen de betreffende landbouworganisaties geregeld te worden. Voor de algemene bepalingen in dit reglement is de Waterschapswet leidend.

§ 2 DEFINITIES

Artikel 1. Definities

 

Artikel 1: Algemene bepalingen en definitie

  • 1.

    Waterschappen: openbare lichamen welke de waterstaatkundige verzorging van een bepaald gebied ten doel hebben (Waterschapswet, artikel 1).

  • 2.

    Vertrouwenscommissie: een commissie ingesteld door ZLTO met als opdracht het selecteren van kandidaten voor het Algemeen Bestuur van het waterschap in de categorie Ongebouwd, ten behoeve van het doen van een voordracht aan het Bestuur van ZLTO , ter benoeming van de leden voor de categorie Ongebouwd in het Algemeen Bestuur van het betreffende waterschap.

  • 3.

    Kandidaat: een persoon die te kennen heeft gegeven om namens de categorie Ongebouwd een zetel in het Algemeen Bestuur van het waterschap te willen bezetten, die zich als zodanig beschikbaar stelt voor benoeming en die voldoet aan de wettelijke eisen.

  • 4.

    Reserve kandidaat: een persoon die te kennen heeft gegeven om namens de categorie Ongebouwd een zetel in het Algemeen Bestuur van het waterschap te willen vervullen, die voldoet aan de wettelijke eisen, en die zich als zodanig beschikbaar stelt voor benoeming door ZLTO. Deze kandidaat is reserve en wordt pas benoemd indien een zittend bestuurslid in de categorie Ongebouwd geen zitting meer kan nemen in het waterschapsbestuur.

  • 5.

    Categorie Ongebouwd: deze categorie behartigt in het Algemeen Bestuur van het waterschap de belangen van degenen die krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot hebben van ongebouwde onroerende zaken, niet zijnde natuurterreinen als bedoeld in artikel 116 van de Waterschapswet.

  • 6.

    Profielschets: overzicht van de gevraagde vaardigheden en eigenschappen die kandidaten nodig hebben om goed te kunnen functioneren binnen het bestuur van de waterschappen. (bijlage 2)

  • 7.

    Kandidaatstellingsformulier: formulier dat een geïnteresseerde kan downloaden van de website en/of kan opvragen bij ZLTO. Het formulier dient na invulling per post of per email naar de Vertrouwenscommissie te worden gezonden (bijlage3).

  • 8.

    Selectiecriteria: een scala aan vereiste kwaliteiten en vaardigheden noodzakelijk voor het kunnen functioneren in het waterschapbestuur (bijlage 4).

Artikel 2: Kandidaatstelling

Kandidaat stellen voor een geborgde zetel Ongebouwd kan iedereen die:

  • 1.

    ingezetene is in het werkgebied van het betreffende waterschap, bij het aantreden van het nieuwe bestuur de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt en niet van het Kiesrecht is uitgesloten (artikel 31)

  • 2.

    affiniteit heeft met de land- en tuinbouw en met het werkveld van het waterschap

  • 3.

    zich niet tegelijkertijd kandidaat stelt voor andere categorieën in het waterschapsbestuur

  • 4.

    voldoet aan de eisen zoals beschreven in de profielschets

  • 5.

    voldoet aan de eisen die gesteld zijn in artikel 31 en 33 van de Waterschapswet (bijlage 1).

Artikel 3: Instelling, bevoegdheden en werkwijze Vertrouwenscommissie

a. Instelling van de Vertrouwenscommissie

  • 1.

    ZLTO stelt per waterschap een Vertrouwenscommissie in met als opdracht het selecteren van kandidaten voor het algemeen bestuur van een waterschap voor de categorie 'Ongebouwd'. Op basis van de ontvangen sollicitaties en de gesprekken met de kandidaten, stelt de Vertrouwenscommissie een advies op tot voordracht voor benoeming, dat aan het bestuur van ZLTO wordt aangeboden.

  • 2.

    De Vertrouwenscommissie bestaat uit drie leden. Voor de samenstelling van de Vertrouwenscommissie zal rekening gehouden worden met:

    • spreiding over het werkgebied en de sectoren,

    • leden dienen over voldoende affiniteit te beschikken m.b.t. tot de land en tuinbouw en over voldoende kennis en ervaring m.b.t. waterschap organisatie en de daaraan gelieerde beleidsvraagstukken,

    • leden dienen bij voorkeur ervaring te hebben opgedaan in andere selectieprocedures

  • 3.

    Leden van een Vertrouwenscommissie kunnen voor maximaal 2 waterschappen deel uit maken van een Vertrouwenscommissie.

  • 4.

    Een Vertrouwenscommissie kan worden aangevuld met een of meerdere externe adviseurs, zoals een bestuurslid van een waterschap, die zelf niet verkiesbaar is/zijn.

  • 5.

    De Vertrouwenscommissie kiest uit haar midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter. 

  • 6.

    Wanneer een lid van de Vertrouwenscommissie meedeelt dat hij/zij gedurende langere tijd niet aan de activiteiten van de Vertrouwenscommissie kan deelnemen, kan aan het bestuur van ZLTO verzocht worden om een tijdelijke waarnemer aan te wijzen.  

  • 7.

    Leden van een Vertrouwenscommissie, waarnemers daaronder begrepen, kunnen zelf geen kandidaat zijn voor benoeming als bestuurslid.

 

b. Bevoegdheden en taken van de Vertrouwenscommissie

  • 1.

    De gesprekken hebben een besloten karakter.

  • 2.

    De Vertrouwenscommissie stelt de definitieve lijst van kandidaten vast na de officiële sluiting van de termijn van kandidaatstelling.

  • 3.

    De Vertrouwenscommissie brengt advies uit aan het Bestuur van ZLTO omtrent het benoemen van de leden in de categorie ongebouwd in het bestuur van het waterschap.

  • 4.

    De Vertrouwenscommissie onderzoekt de eventuele bezwaren tegen de benoemingsprocedure.

 

c. Werkwijze van de Vertrouwenscommissie

  • 1.

    De Vertrouwenscommissie kan besluiten nemen indien een meerderheid van de leden aanwezig is en deelneemt aan de beraadslagingen.

  • 2.

    De besluiten van de Vertrouwenscommissie worden genomen bij absolute meerderheid van stemmen.

  • 3.

    De beraadslagingen van de benoemingscommissie en alle met de werkzaamheden van de commissie verband houdende schriftelijke en digitale documenten hebben een vertrouwelijk karakter.

§ 3 PROCEDURE

Artikel 4. De kandidaatstellingprocedure

  • 1.

    ZLTO doet tijdig voorafgaand aan de waterschapsverkiezingen en zo mogelijk in samenspraak met het waterschap een oproep aan belangstellenden om zich kandidaat te stellen als bestuurslid. Deze oproep wordt geplaatst in het ledenblad Nieuwe Oogst, alsmede via de digitale ledennieuwsbrief en op de website van ZLTO en via andere media kanalen van aan ZLTO-gelieerde organisaties. Daarnaast op een voor een ieder toegankelijke internetsite.

  • 2.

    Bij deze bekendmakingen wordt aangegeven welke periode geldt voor het indienen van een kandidaatstelling en hoe belangstellenden kennis kunnen nemen van de profielschets. 

  • 3.

    Kandidaatstelling buiten deze periode wordt op grond van het datum-poststempel of datering van de email niet in behandeling genomen.

  • 4.

    Om in aanmerking te kunnen komen voor benoeming als bestuurslid worden aan kandidaten de navolgende vereisten gesteld:

    • a.

      voldoen aan de wettelijke eisen van artikel 31 en 33 Waterschapswet (zie bijlage 1);

    • b.

      woonachtig in het betreffende waterschapgebied;

    • c.

      aantoonbare affiniteit met de categorie 'ongebouwd’;

    • d.

      aantoonbare affiniteit met het werkveld van een waterschap;

    • e.

      voldoende tijd om de functie naar behoren te vervullen;

    • f.

      voldoen aan de profielschets voor bestuursleden, opgesteld door ZLTO (bijlage 2);

    • g.

      Een kandidaat kan niet tegelijkertijd kandidaat zijn voor een andere categorie in hetzelfde waterschapsbestuur.

  • 5.

    Kandidaatstelling gebeurt schriftelijk aan de hand van een volledig ingevuld en ondertekend kandidaatstellingsformulier dat per post of per email naar de Vertrouwenscommissie wordt gezonden. Bij de kandidaatstelling geeft de kandidaat aan of hij tevens (of in voorkomend geval: uitsluitend) in aanmerking wenst te komen voor aanwijzing als reserve kandidaat bestuurslid.

  • 6.

    Na ontvangst van het formulier ontvangt de kandidaat binnen 10 werkdagen een ontvangstbevestiging.

  • 7.

    ZLTO beoordeelt of de kandidaatstelling aan de gestelde eisen voldoet en stelt de kandidaat onverwijld in kennis van eventuele onvolkomenheden, met het verzoek de ontbrekende of onjuiste gegevens binnen 5 werkdagen te redresseren en in te dienen.

  • 8.

    De Vertrouwenscommissie stelt na sluiting van de termijn en nadat eventuele termijnen als bedoeld onder 6 zijn verstreken, de voorlopige groslijst samen en toetst deze voor de vaststelling van de definitieve groslijst aan de criteria van artikel 2 van dit reglement.

  • 9.

    De Vertrouwenscommissie beslist of zij de kandidaten uitnodigt voor een individueel gesprek, waarin de kandidatuur kan worden toegelicht en waarin de Vertrouwenscommissie vragen kan stellen omtrent de motieven voor kandidaatstelling en bekwaamheden van de kandidaat.

  • 10.

    De gesprekken hebben een besloten karakter.

Artikel 5: De benoeming van bestuursleden Ongebouwd

  • 1.

    De Vertrouwenscommissie legt haar bevindingen vast in een gemotiveerd advies aan het Bestuur van ZLTO. Het advies bevat voor de waterschappen Scheldestromen, Brabantse Delta, De Dommel, Aa en Maas een voorstel voor de benoeming van drie kandidaten plus één of meerdere reservekandidaten voor de categorie Ongebouwd. Voor het waterschap Rivierenland gaat het om twee kandidaten; de overige twee worden benoemd door LTO Noord. Het advies gaat vergezeld van de volledige groslijst.

  • 2.

    Het Bestuur van ZLTO stelt de voorzitter van de Vertrouwenscommissie in de gelegenheid om een toelichting te geven op het advies.

  • 3.

    De kandidaten worden schriftelijk geïnformeerd over het besluit van het Bestuur van ZLTO. ZLTO deelt het waterschap mede welke personen zij benoemd heeft voor de categorie Ongebouwd in het bestuur van het waterschap.

  • 4.

    Het Bestuur van ZLTO stelt de aangewezen reserve bestuursleden en de niet benoemde kandidaten voor het bestuur van het besluit schriftelijk in kennis. Desgevraagd kan de Vertrouwenscommissie aan een niet benoemde of aangewezen kandidaat een toelichting geven op hoe zijn/ haar kandidatuur is beoordeeld door de Vertrouwenscommissie.

  • 5.

    Wanneer een benoemd bestuurslid zijn benoeming niet aanvaardt of voor het einde van de zittingsduur terugtreedt uit het bestuur, of wanneer zijn bestuurslidmaatschap door andere oorzaken eindigt, benoemt het bestuur van de ZLTO het eerst aangewezen reserve bestuurslid in zijn plaats. Het bepaalde in lid 4 is van overeenkomstige toepassing.

  • 6.

    Ingeval van tijdelijk ontslag van een benoemd bestuurslid als bedoeld in de artikelen 21 en 22 Waterschapswet, benoemt het bestuur van de ZLTO het aangewezen reserve bestuurslid als vervanger voor de plaats die is opengevallen. Het bepaalde in lid 4 is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 6: Beroep en bezwaar 

Tegen het advies en de benoeming door het Bestuur van ZLTO is geen beroep en bezwaar mogelijk.

Artikel 7: Slotbepalingen

  • 1.

    In situaties waarin deze regeling niet voorziet, handelt het bestuur van ZLTO dan wel de Vertrouwenscommissie zoveel mogelijk in de geest van de bepalingen van deze regeling.

  • 2.

    Deze regeling kan worden aangehaald als ‘Regeling benoeming bestuursleden in de categorie Ongebouwd van het waterschapsbestuur door het bestuur van ZLTO.

  • 3.

    De regeling treedt in werking direct na vaststelling door het Bestuur van ZLTO.

Bijlage 1 Relevante artikelen uit de Waterschapswet

Enkele relevante artikelen uit de Waterschapswet zijn in de bijlage opgenomen. Voor het totale reglement en algemene bepalingen geldt als uitgangspunt dat de artikelen uit het Waterschapswet leidend zijn.

 

Artikel 10

1. Het bestuur van een waterschap bestaat uit een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur en een voorzitter, onverminderd hetgeen het reglement bepaalt over de benaming van die onderscheidene bestuursorganen.

2. De voorzitter is voorzitter van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur.

Artikel 12

1. Het algemeen bestuur is samengesteld uit vertegenwoordigers van categorieën van belanghebbenden bij de uitoefening van de taken van het waterschap.

2. In het algemeen bestuur zijn de volgende categorieën van belanghebbenden vertegenwoordigd:

  • a.

    de ingezetenen;

  • b.

    degenen die krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot hebben van ongebouwde onroerende zaken, niet zijnde natuurterreinen als bedoeld in artikel 116, onder c;

  • c.

    degenen die krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot hebben van natuurterreinen als bedoeld in artikel 116, onder c;

  • d.

    degenen die krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebouwde onroerende zaken in gebruik hebben als bedrijfsruimte.

Artikel 13

1. Het algemeen bestuur bestaat uit een bij reglement vastgesteld aantal leden van ten minste achttien en ten hoogste dertig leden.

2. Voor de bepaling van het aantal vertegenwoordigers van elk van de in artikel 12 bedoelde categorieën wordt in aanmerking genomen de aard en de omvang van het belang of de belangen die de categorie heeft bij de uitoefening van de taken van het waterschap.

3. Het totaal aantal vertegenwoordigers van de in artikel 12, tweede lid, onderdelen b, c en d, bedoelde categorieën bedraagt ten minste zeven en ten hoogste negen, met dien verstande dat het totaal aantal ten hoogste acht is, indien het algemeen bestuur uit achttien leden bestaat.

Artikel 14

1. De vertegenwoordigers van de categorieën van belanghebbenden, bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdelen b en c, worden benoemd door de daartoe bij reglement aangewezen organisaties of, voor zover daarin bij reglement nog niet is voorzien, een door Onze Minister aangewezen organisatie. Indien voor een categorie meer dan één organisatie wordt aangewezen wordt bij reglement bepaald op welke wijze de aangewezen organisaties tot een benoeming komen.

3. De organisaties, bedoeld in de voorgaande leden, voorzien tijdig in een regeling omtrent de selectie en de benoeming van de vertegenwoordiger of vertegenwoordigers van de desbetreffende categorie van belanghebbenden en zenden de regeling ter kennisneming aan het waterschapsbestuur. Het waterschapsbestuur maakt de regelingen bekend.

Artikel 16

1. De vertegenwoordigers van de categorieën van belanghebbenden, bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdelen b, c en d, worden benoemd voor vier jaren.

3. Degene die ter vervulling van een opengevallen plaats is benoemd tot lid, treedt af op het tijdstip waarop degenen in wiens plaats hij is benoemd, zou hebben moeten aftreden.

Artikel 31

1. Voor het lidmaatschap van het algemeen bestuur is vereist dat men ingezetene is de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt en niet krachtens artikel B 5, eerste lid, van de Kieswet van het kiesrecht is uitgesloten. Het vereiste van ingezetenschap geldt niet voor de vertegenwoordigers van de categorie belanghebbenden, bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdeel c (ingezetene eis geldt dus niet voor categorie natuurterreineigenaren)

2. Een lid van het algemeen bestuur is niet tevens:

  • a.

    minister;

  • b.

    staatssecretaris;

  • c.

    lid van de Raad van State;

  • d.

    lid van de Algemene Rekenkamer;

  • e.

    Nationale ombudsman;

  • f.

    substituut-ombudsman als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman;

  • g.

    commissaris van de Koning;

  • h.

    lid van provinciale staten;

  • i.

    gedeputeerde;

  • j.

    secretaris van de provincie;

  • k.

    griffier van de provincie;

  • l.

    burgemeester;

  • m.

    wethouder;

  • n.

    ombudsman of lid van de ombudscommissie als bedoeld in artikel 51b, eerste lid;

  • o.

    ambtenaar, door of vanwege het waterschapsbestuur aangesteld of daaraan ondergeschikt;

  • p.

    ambtenaar, door of vanwege de provincie aangesteld, tot wiens taak behoort het verrichten van werkzaamheden in het kader van het toezicht op het waterschap;

  • q.

    lid van het algemeen bestuur of van het dagelijks bestuur van een ander waterschap. 

3. Zodra een lid dat vertegenwoordiger is van een van de categorieën van belanghebbenden, bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdelen b, c en d, niet blijkt te voldoen aan een van de in het eerste lid bedoelde vereisten of een in het tweede lid bedoelde betrekking blijkt te vervullen, houdt deze op lid te zijn. In dat geval is artikel X 4a van de Kieswet van overeenkomstige toepassing.

Artikel 32a

1. De leden van het algemeen bestuur die geen lid zijn van het dagelijks bestuur ontvangen een vergoeding voor hun werkzaamheden en een tegemoetkoming in de kosten. Deze vergoeding en tegemoetkoming worden door het algemeen bestuur bij verordening vastgesteld naar bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen nadere regels. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties doet de voordracht voor deze algemene maatregel van bestuur. Buiten hetgeen hun bij of krachtens de wet is toegekend, ontvangen de leden van het algemeen bestuur als zodanig geen andere vergoedingen en tegemoetkomingen ten laste van het waterschap.

2. Voordelen ten laste van het waterschap, anders dan in de vorm van vergoedingen en tegemoetkomingen, genieten zij slechts voor zover het algemeen bestuur dit bij verordening bepaalt. De verordening behoeft de goedkeuring van gedeputeerde staten.

Artikel 33

1. Een lid van het algemeen bestuur mag niet:

  • a.

    als advocaat of adviseur in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van het waterschap of het waterschapsbestuur dan wel ten behoeve van de wederpartij van het waterschap of het waterschapsbestuur;

  • b.

    als gemachtigde in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de wederpartij van het waterschap of het waterschapsbestuur;

  • c.

    als vertegenwoordiger of adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het met het waterschap aangaan van:

    • 1°.

      overeenkomsten als bedoeld in onderdeel d;

    • 2°.

      overeenkomsten tot het leveren van onroerende zaken aan het waterschap;

  • d.

    rechtstreeks of middellijk een overeenkomst aangaan betreffende:

    • 1°.

      het aannemen van werk ten behoeve van het waterschap;

    • 2°.

      het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van het waterschap;

    • 3°.

      het leveren van roerende zaken anders dan om niet aan het waterschap;

    • 4°.

      het verhuren van roerende zaken aan het waterschap;

    • 5°.

      het verwerven van betwiste vorderingen ten laste van het waterschap;

    • 6°.

      het van het waterschap onderhands verwerven van onroerende zaken of beperkte rechten waaraan deze zijn onderworpen;

    • 7°.

      het onderhands huren of pachten van het waterschap.  

2. Van het eerste lid, aanhef en onderdeel d, kunnen gedeputeerde staten ontheffing verlenen.

Artikel 40

1. Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter en een door het algemeen bestuur te bepalen aantal andere leden, waarvan ten minste één lid een vertegenwoordiger is van een van de categorieën van belanghebbenden bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdelen b, c of d.

2. Bij reglement kan worden bepaald welk aantal leden het dagelijks bestuur ten minste en ten hoogste telt.

Artikel 41

1. De leden van het dagelijks bestuur, met uitzondering van de voorzitter, worden door het algemeen bestuur benoemd.

2. De benoeming vindt plaats uit de leden van het algemeen bestuur.

3. Gedeputeerde Staten kunnen, indien het reglement dat bepaalt, ontheffing verlenen van het bepaalde in het tweede lid. Geen ontheffing wordt verleend indien het de ombudsman of een lid van de ombudscommissie betreft als bedoeld in artikel 51b, eerste lid.

Bijlage 2 Profielschets voor waterschapbestuurder geborgde zetel landbouw

De functie van lid van het algemeen bestuur van een waterschap is een veeleisende functie. LTO stelt daarom eisen aan kandidaten voor het bestuur van de waterschappen. Naast de wettelijke eisen zoals verwoord in art. 31 en 33 van de Waterschapswet, is ook de mate van tijdsinspanning, ervaring en specialistische kennis van groot belang. De (belangrijkste) criteria zijn:

  • -

    De bestuurder is bij voorkeur praktiserend agrarisch ondernemer

  • -

    Voldoende tijd om de functie naar behoren te vervullen; dat betekent een beschikbaarheid van tenminste 2 tot 3 dagen per week voor dagelijks bestuur en 2 tot 3 dagen per maand voor het algemeen bestuur;

  • -

    Minimaal voor de vastgestelde bestuursperiode voor de functie beschikbaar zijn.

  • -

    Affiniteit met waterschappen en waterbeleid hebben;

  • -

    Over bestuurlijk ervaring beschikken en kunnen opereren in een beleidsmatige en meer politieke omgeving

  • -

    Over goede communicatieve vaardigheden beschikken

  • -

    Beschikken over een passend netwerk;

  • -

    Beschikken over (financiële) expertises;

 

Het functieprofiel:

De persoonlijke eigenschappen:

  • de bestuurder zet zich in voor het waterschap en neemt er voldoende tijd voor

  • de bestuurder opereert transparant en resultaatgericht en neemt initiatieven

  • de bestuurder vormt met de collega landbouwbestuurders een hecht team, kan in teamverband goed opereren

  • de bestuurder is zich ervan bewust dat in toenemende mate geopereerd wordt in een politieke omgeving en kan daarmee omgaan

  • de bestuurder heeft bestuurlijke ervaring en beschikt over goede communicatieve vaardigheden

  • de bestuurder heeft vakinhoudelijke kennis en is in staat zich snel nieuwe kennis eigen te maken

  • de bestuurder wil ook niet-conventionele wegen inslaan en staat open voor innovatieve denkbeelden en oplossingen

  • de bestuurder is beschikbaar voor de gehele zittingsperiode

 

Het netwerk:

  • de bestuurder is herkenbaar en bekend in agrarische kringen en geniet draagvlak

  • de bestuurder beschikt over een goed netwerk en heeft ook draagvlak buiten de sector

  • de bestuurder koppelt regelmatig terug met de agrarische achterban

  • de bestuurder pikt signalen uit de agrarische sector op en vertaalt deze binnen het waterschap

  • de bestuurder heeft aandacht voor het voldoende terugkoppelen naar afdelingen en medewerkers van de ZLTO organisatie

 

De maatschappelijke omgeving:

  • de bestuurder is maatschappelijk geëngageerd en verbindend en coöperatief ingesteld

  • de bestuurder ziet en begrijpt maatschappelijke ontwikkelingen en wensen

  • de bestuurder werkt oplossingsgericht, in nauw overleg met betrokkenen

  • de bestuurder is zich bewust van de veranderingen in de landbouw en opereert vanuit de wil om de positie van land- en tuinbouw te versterken en bedrijfsontwikkeling mogelijk te maken

Bijlage 3 Kandidaatstellingsformulier

Onderstaande vragenlijst dient u volledig in te vullen. Verder kunt U dit doen door dit document aan te vullen met uw reacties of door het schrijven van een sollicitatiebrief met daaraan aandacht voor de aspecten zoals verwoord onder de nummers 1 t/m 4 en het bijvoegen van een CV.

=> Stuur een scan van uw legitimatiebewijs mee!

 

Persoonlijke gegevens

Voornaam:

Achternaam:

Geboortedatum:

Geboorteplaats:

Adres:

Woonplaats:

Telefoonnummer(s):

E-mailadres

 

1. Uw kennis en persoonlijkheid

  • a.

    Huidige beroep en nevenfunctie(s)

  • b.

    Opleiding(en)

  • c.

    Kennis en betrokkenheid agrarische sector

  • d.

    Bestuurservaring (binnen en buiten de landbouw)

  • e.

    Noem een aantal expertises die het meest op u van toepassing zijn.

    Voorbeelden:

    • o

      expertise in waterbeheer, milieu en bodem,

    • o

      kennis van ruimtelijke ordening

    • o

      kennis van financieel beheer

    • o

      kennis van de reglementering rond waterschappen

    • o

      technische kennis en ervaring

    • o

      innoverend en grensverleggend

    • o

      andere…

  • f.

    Beschikbaarheid en flexibiliteit

  • g.

    Persoonlijkheidskenmerken en competenties:

    • o

      Leidinggevende capaciteiten

    • o

      Sociaal

    • o

      Praten voor een groep

    • o

      Bemiddelend

    • o

      Organisatorisch talent

    • o

      Stiptheid

    • o

      Andere ...

 

2 . Uw kennis van het waterschap

  • a.

    Waarvoor staat het waterschap als organisatie?

  • b.

    Wat zijn volgens u de belangrijkste kenmerken?

  • c.

    Welke principes associeert u met het waterschap?

  • d.

    Wat is uw affiniteit met het waterschap? Geef indien mogelijk voorbeelden.

 

3. Uw visie op de waterschappen

  • a.

    Wat zijn voor u de belangrijkste activiteiten van het waterschap

  • b.

    Wat zijn de intrinsieke sterktes en zwaktes van het waterschap?

  • c.

    Wat kan een bedreiging voor het waterschap vormen en waar liggen er kansen?

  • d.

    Wat wilt u zeker behouden ? Wat zou u willen veranderen?

  • e.

    Wat houdt voor u de rol van bestuurslid van het waterschap in?

  • f.

    Wat houdt voor u de rol van dagelijks bestuurslid in?

 

4. Heeft belangstelling voor een functie in ( incl. motivatie):

  • a.

    Algemeen bestuur

  • b.

    Dagelijks bestuur

  • c.

    Reserve bestuurslid en/of deelnemer als fractieondersteuner

Bijlage 4 Selectiecriteria

De Vertrouwenscommissie beoordeelt kandidaten aan de hand van zo objectief mogelijke criteria, zoals zijn vastgesteld door de ZLTO-organisatie. Deze criteria zijn voornamelijk ontleend aan de profielschets zoals die bij de oproep tot kandidaatstelling is gepubliceerd. De belangrijkste zijn:

  • Praktische kennis van en betrokkenheid bij de landbouw

  • Kennis van het waterbeheer

  • Bestuurlijke/politieke ervaring en vaardigheden

  • Vermogen in een team te werken

  • Leiderschap

  • Beschikbaarheid AB/fractiewoordvoerderschap/DB/reserve kandidaat

  • Specifieke, bijzondere persoonlijke kennis, vaardigheden

 

Om te komen tot een evenwichtige samenstelling van het team Ongebouwd wordt daarnaast nog gekeken naar :

  • Aandacht voor de verdeling mannen/vrouwen

  • Continuïteit van bestuur enerzijds en doorstroming anderzijds

  • Regionale spreiding, herkomst

  • Aandacht voor vernieuwend en innovatief denken

 

Bij de uiteindelijke keuze tussen de kandidaten zijn de volgende twee vragen van belang:

  • Welke kwaliteiten/ambitie heeft de kandidaat om als DB lid/AB lid of als fractiewoordvoerder te opereren (boegbeelden landbouw)?

  • Welke kwaliteiten/ambitie heeft de kandidaat om in een nieuw waterschapsbestuur te opereren ( ook rekening houdend met het toenemende politieke karakter van de waterschappen)?

 

Aan de Vertrouwenscommissies zal het scoringsformulier beschikbaar worden gesteld, dat wordt gebruikt door Vertrouwenscommissies bij de selectie van ZLTO-bestuurders.

Naar boven