Kennisgeving besluit in het kader van het project A1 Apeldoorn-Zuid-Beekbergen, Rijkswaterstaat

Op grond van artikel 20 van de Tracéwet bevordert de minister van Infrastructuur en Milieu een gecoördineerde voorbereiding van de besluiten op de aanvragen om de vergunningen en van de overige ambtshalve te nemen besluiten met het oog op de uitvoering van een Tracébesluit.

In het kader van deze coördinatie geeft de minister van Infrastructuur en Milieu kennis van het feit dat het volgende besluit is genomen.

Welke besluit is genomen en ligt ter inzage?

Voor de uitvoering van het Tracébesluit A1 Apeldoorn-Zuid – Beekbergen is onderstaand besluit genomen, overeenkomstig de procedure van artikel 20, lid 4 Tracéwet jo. afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht:

Besluit van het waterschap Vallei en Veluwe tot verlening van een watervergunning, met kenmerk 857460/895966, voor:

  • -

    Het lozen van hemelwater afkomstig van extra verhard oppervlak, middels bergingsvoorzieningen, op oppervlaktewater;

  • -

    Het (ver)graven van oppervlaktewaterlichamen C;

Er zijn geen zienswijzen over het ontwerpbesluit ingediend. Het definitieve besluit is gewijzigd ten opzichte van het ontwerpbesluit, naar aanleiding van onderstaande opmerking.

Opmerking

Op 26 januari 2017 heeft vergunninghouder aangegeven dat er een onjuistheid zit in de conceptwatervergunning. De in de conceptwatervergunning genoemde verlenging van een dam met duiker met 50 meter in een oppervlaktewaterlichaam C is niet juist. De verlenging van de dam met duiker zal slechts 30 meter zijn. Hierdoor valt dit onderdeel van de watervergunning onder een vrijstelling (geldt voor verlenging korter dan 40 meter) en is dit niet langer opgenomen in de definitieve watervergunning.

Waar en wanneer kunt u het besluit inzien?

Van 9 februari 2017 ligt gedurende een periode van zes weken het besluit ter inzage met de daarop betrekking hebbende stukken.

U kunt de betreffende stukken tijdens de gebruikelijke openingsuren inzien bij:

-Gemeente Apeldoorn, Omgevingsloket, Marktplein 1, Apeldoorn.

Hoe kunt u beroep instellen?

Van 9 februari 2017 staat gedurende een periode van zes weken beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Alleen belanghebbenden die een zienswijze over het ontwerpbesluit naar voren hebben gebracht of belanghebbenden die reageren op een onderdeel van het besluit dat is gewijzigd ten opzichte van het ontwerp, kunnen beroep instellen.

Het instellen van beroep tegen het besluit geschiedt door indiening van een ondertekend beroepschrift dat ten minste de naam en het adres van de indiener, da dagtekening, een omschrijving van het besluit waartegen het is gericht, alsmede de gronden van het beroep bevat. Daarnaast dient in het beroepschrift te worden aangegeven tegen welk specifiek besluit beroep wordt ingesteld en op welke datum het besluit is genomen.

Het beroepschrift moet worden gericht aan:

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag.

Het instellen van beroep schorst de werking van het besluit niet.

Indien beroep is ingesteld, kan een verzoek worden gedaan tot het treffen van een voorlopige voorziening, bijvoorbeeld inhoudende een schorsing van het besluit. Het verzoek tot een voorlopige voorziening moet worden gericht bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag.

Bij het verzoek moet een afschrift van het beroepschrift worden overgelegd. Voor het instellen van beroep en/of het indienen van een verzoek om een voorlopige voorziening is een griffierecht verschuldigd.

Crisis- en herstelwet van toepassing

Op het besluit is afdeling 2 van hoofdstuk 1 van de Crisis- en herstelwet (Chw) van toepassing. Dit heeft onder meer tot gevolg dat de beroepsgronden in het beroepschrift moeten worden opgenomen, een beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard indien binnen de beroepstermijn geen beroepsgronden zijn ingediend en de beroepsgronden na afloop van de beroepstermijn niet meer kunnen worden aangevuld. Dit betekent onder andere dat het indienen van een zogenaamd “pro forma” beroepschrift niet mogelijk is. In het beroepschrift dient te worden vermeld dat de Crisis- en herstelwet van toepassing is.

De Minister van Infrastructuur en Milieu,

namens deze,

het hoofd van de afdeling BJV Projectadvisering

bij de Corporate Dienst van Rijkswaterstaat

mr. A.K. van de Ven

Naar boven