Waterschapsblad van Hoogheemraadschap van Rijnland

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Hoogheemraadschap van RijnlandWaterschapsblad 2017, 6790Beleidsregels



Bekendmaking vaststelling gedragscode integriteit

De verenigde vergadering van het hoogheemraadschap van Rijnland heeft op 21 juni 2017 besloten de nieuwe gedragscode voor het bestuur van het hoogheemraadschap van Rijnland 2017 vast te stellen onder intrekking van de gedragscode integriteit bestuurders Rijnland 2007. Dit besluit treedt de dag na bekendmaking in werking. De nieuwe gedragscode luidt als volgt:

Gedragscode integriteit voor het bestuurd van het hoogheemraadschap van Rijnland 2017

Integriteit van het bestuur is een onderwerp dat ruime belangstelling geniet. Het is daarom niet voor niets dat het hoogheemraadschap van Rijnland het begrip hoog in het vaandel heeft staan. Het zorgen voor en borgen van de integriteit van de bestuurders is een regelmatig terugkerend onderwerp van gesprek. Deze gedragscode speelt een centrale rol en verwoordt de gemeenschappelijke waarden en normen. Zij geven niet alleen aan welk gedrag het hoogheemraadschap van haar bestuurders verwacht, maar ook welk gedrag bestuurders mogen verwachten van hun collega-bestuurders.

De gedragscode is het tastbare resultaat van een proces waarin een werkgroep van bestuurders, ondersteund door de ambtelijke organisatie en in gesprek met de gehele verenigde vergadering en dijkgraaf en hoogheemraden, heeft gewerkt aan het opstellen van richtlijnen voor ons gedrag als bestuur. Daarbij heeft de werkgroep de modelgedragscodes integriteit politiek ambtsdragers van de Unie van Waterschappen als vertrekpunt genomen.

Integriteit is een combinatie van betrouwbaarheid, onkreukbaarheid en zorgvuldigheid. Deze begrippen komen in de gedragscode terug in de zeven beschreven situaties waarin de bestuurders met vragen omtrent integriteit in aanraking kunnen komen.

De gedragscode dient zeker ook als hulpmiddel om het onderwerp integriteit binnen het bestuur bespreekbaar te houden en in het persoonlijk bewustzijn te verankeren. De code is zo ook een leidraad voor het creëren van een open klimaat en het stimuleren van integer gedrag.

Door kennis te nemen van de gedragscode verbinden we ons aan regels en afspraken omtrent ons gedrag in en rond ons hoogheemraadschap. Het staat buiten kijf dat de gedragscode dus geldt voor allen die het hoogheemraadschap van Rijnland besturen.

Ten minste één keer per jaar zal in de verenigde vergadering het gesprek gaan over het delen van waarden en daaraan gekoppelde normen, over vragen daarbij en over eigen grenzen en die van het hoogheemraadschap. Daarmee wordt de geest gescherpt en het gedachtegoed verankerd. Deze gesprekken kunnen ook uitmonden in een aanpassing van de gedragscode.

Alle bestuurders van het hoogheemraadschap van Rijnland zijn verantwoordelijk voor en aanspreekbaar op de naleving van de gedragscode. Gezamenlijk staan ze dagelijks voor de taak de waarden die we bij het hoogheemraadschap van Rijnland belangrijk vinden uit hun gedrag te laten spreken. Deze gedragscode helpt daarbij. Integer en zorgvuldig handelen zal altijd onlosmakelijk verbonden zijn aan het besturen van het hoogheemraadschap.

Gerard Doornbos

Dijkgraaf

INLEIDING

Binnen het publieke domein is het onderwerp integriteit van bestuur inmiddels niet meer weg te denken. Met zekere regelmaat worden mediakaternen gevuld met zorgen over de integriteit van Nederlandse politici. En dat terwijl onderzoek duidelijk aantoont dat de Nederlandse politiek een hoog integriteitsniveau kent. In verhouding tot buitenlandse collega’s begaan Nederlandse bestuurders weinig schendingen.

Dit hoge niveau van integriteit betekent niet dat genoegzaam achterover mag worden geleund. Integriteit is het fundament onder het vertrouwen dat de omgeving mag en moet hebben in de politiek. (Vermeende) integriteitsschendingen kunnen de geloofwaardigheid (blijvende) schade toebrengen. Eens te meer reden waarom ook het hoogheemraadschap van Rijnland regelmatig het onderwerp integriteit op de bestuurlijke agenda zet.

Deze gedragscode vormt daarbij de basis onder het handelen dat van bestuurders van het hoogheemraadschap van Rijnland verwacht mag worden. De gedragscode beoogt de dijkgraaf, de hoogheemraden en de hoofdingelanden bewust te maken en te houden van de regels op het terrein van integriteit. Op die manier poogt de gedragscode de bestuurders van het hoogheemraadschap te behoeden voor onnodige misstappen.

De gedragscode bevat niet alleen de integriteitsnormen, maar zet des te meer aan tot het blijvend voeren van het publieke debat er over. Integriteit van bestuurders is een levend begrip dat voortdurend in ontwikkeling is en blijft. Het open en transparant voeren van het debat over onderwerpen binnen het domein integriteit bevordert het bewustzijn ervan.

De praktijk zal uitwijzen of deze gedragscode en de publieke debatten over het onderwerp integriteit bijdragen aan het verder verbeteren van het vertrouwen dat in het bestuur van het hoogheemraadschap van Rijnland gesteld mag worden. Waar nodig zal de code in de toekomst worden aangevuld of gewijzigd aan de hand van nieuw verkregen inzichten.

Deze gedragscode komt niet uit het niets. In de periode eraan voorafgaand zijn door de Unie van Waterschappen in samenwerking met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, het Interprovinciaal Overleg en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, modelgedragscodes ontwikkelt voor bestuurders en volksvertegenwoordigers waarin de verschillende aspecten van integriteit een duidelijke plek hebben gekregen en het kader waarbinnen het integriteitsbeleid zich afspeelt vorm heeft gekregen. Het hoogheemraadschap van Rijnland heeft in het proces van totstandkoming van die modelgedragscodes geparticipeerd.

Deze gedragscode borduurt feitelijk voort op de modelgedragscode van de Unie van Waterschappen, maar legt ten opzichte daarvan soms wat andere accenten. Zo is deze gedragscode meer gericht op het zoeken van het gesprek met elkaar en de omgeving over integriteit en minder ingericht als verantwoordingsdocument. Mede daarom zijn bijvoorbeeld bepalingen over termijnen waarin meldingen moeten worden gedaan, iets flexibeler vormgegeven. Overigens zonder de eigen verantwoordelijkheid van de bestuurder voor zorgvuldig gedrag te zeer te beperken.

Kortom: de gedragscode van het hoogheemraadschap van Rijnland is een levend document dat gebaseerd is op voortschrijdende inzichten.

1 ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Werkingssfeer

Deze gedragscode geldt voor:

  • a.

    de leden van de verenigde vergadering;

  • b.

    de leden van dijkgraaf en hoogheemraden;

  • c.

    de dijkgraaf, hierna in deze gedragscode gezamenlijk ook wel aangeduid als leden van het bestuur, tenzij uit de tekst van een gedragsregel anders blijkt.

2 REGELS RONDOM (DE SCHIJN VAN) BELANGENVERSTRENGELING

Artikel 2 Openbaar register voor bestuurders

  • 1.

    Het hoogheemraadschap kent, mede met het oog op het voorkomen van schendingen van integriteit, een openbaar register voor bestuurders, waarin onder meer functies en nevenfuncties van leden van de verenigde vergadering en dijkgraaf en hoogheemraden, alsmede van de dijkgraaf zijn opgenomen.

  • 2.

    De secretaris van het hoogheemraadschap en de leden van de verenigde vergadering en dijkgraaf en hoogheemraden, alsmede de dijkgraaf, spannen zich in om zorg te dragen dat het register voor bestuurders altijd een goed beeld geeft van de bestaande feiten en omstandigheden.

  • 3.

    De secretaris van het hoogheemraadschap informeert ten minste één keer per zes maanden bij de leden van de verenigde vergadering en dijkgraaf en hoogheemraden, alsmede de dijkgraaf of zich wijzigingen in de functies en nevenfuncties hebben voorgedaan.

  • 4.

    Een lid van de verenigde vergadering en dijkgraaf en hoogheemraden, alsmede de dijkgraaf, is gehouden prompt en onvoorwaardelijk mee te werken aan het actueel houden van het register voor bestuurders.

3 Regels rondom (de schijn van) corruptie

Artikel 3 Geschenken

  • 1.

    Een lid van het bestuur neemt geen geschenken aan die hem uit hoofde van of vanwege zijn functie worden aangeboden, tenzij:

    • a.

      het weigeren, teruggeven of terugsturen de gever ernstig zou kwetsen of bijzonder in verlegenheid zou brengen;

    • b.

      het weigeren, teruggeven of terugsturen om praktische redenen onwerkbaar is;

    • c.

      het gaat om een incidentele, kleine attentie (zoals een bloemetje of een gewone fles wijn) waarbij de schijn van corruptie minimaal is.

  • 2.

    Geschenken waarvan de geschatte waarde naar het oordeel van de secretaris van het hoogheemraadschap meer dan € 50,- bedraagt, worden met ingang van het moment van verkrijging eigendom van het waterschap.

  • 3.

    Een lid van het bestuur dat een geschenk met inachtneming van het eerste lid van dit artikel niet weigert, teruggeeft of terugstuurt, doet hiervan melding aan de secretaris van het hoogheemraadschap, die het geschenk, alsook de bestemming die eraan gegeven is, vermeld in het openbare register als bedoeld in artikel 2.

  • 4.

    Een lid van het bestuur accepteert geen faciliteiten en diensten van anderen die hem uit hoofde van of vanwege zijn functie worden aangeboden, tenzij het weigeren ervan het bestuurlijk werk voor het hoogheemraadschap onmogelijk of onwerkbaar zou maken en tegelijkertijd de schijn van corruptie minimaal is.

  • 5.

    Een lid van het bestuur accepteert lunches, diners, recepties en andere uitnodigingen die door anderen betaald of georganiseerd worden alleen als:

    • a.

      dat gerelateerd is aan de uitoefening van het bestuurlijke werk;

    • b.

      de aanwezigheid als functioneel beschouwd kan worden;

    • c.

      tegelijkertijd de schijn van corruptie minimaal is.

  • 6.

    Een lid van het bestuur accepteert werkbezoeken of reizen die in hoofdzaak door anderen betaald worden slechts bij hoge uitzondering en alleen als:

    • a.

      de aanwezigheid als functioneel beschouwd kan worden;

    • b.

      tegelijkertijd de schijn van corruptie minimaal is.

  • 7.

    Werkbezoeken, reizen, lunches, diners, recepties en andere uitnodigingen die door anderen betaald worden en waarvan de geschatte waarde naar het oordeel van de secretaris van het hoogheemraadschap meer dan € 50,- bedraagt worden vermeld in het openbare register als bedoeld in artikel 2. Het lid van het bestuur doet van dergelijke activiteiten zelfstandig melding aan de secretaris van het hoogheemraadschap.

4 Regels rondom het gebruik van voorzieningen en vergoedingen

Artikel 4 Vergoedingen en voorzieningen

  • 1.

    Een lid van de verenigde vergadering, een lid van dijkgraaf en hoogheemraden, alsmede de dijkgraaf declareert geen kosten die reeds op andere wijze worden vergoed.

  • 2.

    Een lid van de verenigde vergadering, een lid van dijkgraaf en hoogheemraden, alsmede de dijkgraaf maakt, zonder dat daarover vooraf nadere afspraken zijn gemaakt, geen gebruik van voorzieningen of eigendommen van het hoogheemraadschap, voor zover dit gebruik strekt ten eigen bate of ten bate van derden.

  • 3.

    Een lid van de verenigde vergadering, een lid van dijkgraaf en hoogheemraden, alsmede de dijkgraaf is te allen tijde bereid om verantwoording af te leggen over hetgeen in dit artikel is bepaald.

  • 4.

    Afspraken over het gebruik van voorzieningen of eigendommen van het hoogheemraadschap worden vermeld in het openbare register als bedoeld in artikel 2. Het lid van het bestuur doet van dergelijke afspraken zelfstandig melding aan de secretaris van het hoogheemraadschap.

5 Regels rondom informatie

Artikel 5 Regels rondom geheime en vertrouwelijke informatie

  • 1.

    Ieder lid van de verenigde vergadering, lid van dijkgraaf en hoogheemraden en de dijkgraaf gaat zorgvuldig om met informatie waarvan deze weet of hoort te weten dat deze valt onder de geheimhoudingsplicht.

  • 2.

    Een lid van de verenigde vergadering, lid van dijkgraaf en hoogheemraden en de dijkgraaf maakt niet ten eigen bate of bate van derden gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen niet openbare informatie.

6 Regels rondom het einde van de bestuursperiode van dijkgraaf en hoogheemraden en dijkgraaf

Artikel 6 Regels rondom het aftreden van dijkgraaf en hoogheemraden en dijkgraaf

  • 1.

    De leden van dijkgraaf en hoogheemraden en de dijkgraaf handelen in de uitoefening van hun ambt niet zodanig dat zij vooruit lopen op (het verkrijgen van) een functie na hun aftreden.

  • 2.

    Leden van dijkgraaf en hoogheemraden en de dijkgraaf, dan wel rechtspersonen waarbinnen zij een beslissingsbevoegde rol hebben, zijn gedurende één jaar na hun aftreden:

    • a.

      uitgesloten tot het tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van het hoogheemraadschap;

    • b.

      uitgesloten tot het leveren van goederen en diensten aan het hoogheemraadschap;

    • c.

      uitgesloten tot het aanvaarden van een functie als commissaris, dan wel bestuurslid bij een verbonden partij.

  • 3.

    Leden van dijkgraaf en hoogheemraden en de dijkgraaf zijn wel gerechtigd om direct na hun aftreden in dienst van het hoogheemraadschap te treden, met inachtneming van de voor de medewerkers van het hoogheemraadschap geldende regels.

7 Regels rondom de uitvoering van de gedragscode

Artikel 7 Regels rondom de uitvoering van de gedragscode

  • 1.

    De verenigde vergadering kan nadere regels en procedures vaststellen die er op gericht zijn schendingen van integriteit van het hoogheemraadschap en de leden van zijn bestuur te voorkomen en strafbaar gedrag te voorkomen.

  • 2.

    De dijkgraaf en de verenigde vergadering bevorderen de eenduidige toepassing en interpretatie van deze gedragscode en bevordert de bespreekbaarheid van alle aspecten van het onderwerp integriteit.

  • 3.

    De verenigde vergadering doet dit, onder meer, door:

    • a.

      het bespreekbaar maken van het onderwerp integriteit in ten minste één verenigde vergadering per jaar;

    • b.

      het aanwijzen van meerdere contactpersonen met betrekking tot het onderwerp integriteit, waaronder in ieder geval de dijkgraaf en de secretaris;

    • c.

      het (doen) vaststellen van processtappen die worden gevolgd ingeval van een vermoeden van een integriteitschending van een lid van het bestuur van het hoogheemraadschap.

WETTELIJK KADER EN TOELICHTING

1 ALGEMENE BEPALINGEN

Wettelijk kader

Het vaststellen van een gedragscode is een plicht die de Waterschapswet oplegt aan het algemeen bestuur (de verenigde vergadering). De Waterschapswet maakt daarbij onderscheid tussen de verenigde vergadering en het dagelijks bestuur (dijkgraaf en hoogheemraden) en de voorzitter (dijkgraaf).

Artikel 33, derde lid Waterschapswet: Het algemeen bestuur stelt voor zijn leden, voor de leden van het dagelijks bestuur en voor de voorzitter een gedragscode vast.

Toelichting

Dit artikel sluit aan op de plicht uit artikel 33, derde lid Waterschapswet en bepaalt op wie de gedragscode van toepassing is.

2 REGELS RONDOM (DE SCHIJN VAN) BELANGENVERSTRENGELING

Wettelijk kader

De wet heeft de bescherming tegen (de schijn van) belangenverstrengeling op verschillende manieren geborgd:

  • -

    de wetgever verplicht de verenigde vergadering, dijkgraaf en hoogheemraden en de dijkgraaf de taken zonder vooringenomenheid te vervullen. Deze bestuursorganen hebben bovendien de verantwoordelijkheid ervoor te waken dat persoonlijke belangen van leden van hen de besluitvorming beïnvloeden. Bij een persoonlijk belang wordt gedoeld op ieder belang dat niet behoort tot de belangen die het betreffende bestuursorgaan uit hoofde van zijn taak behoort te vervullen. De persoonlijke belangen omvatten nadrukkelijk niet alleen persoonlijk gewin of persoonlijk voordeel;

  • -

    de wetgever verbiedt vervolgens expliciet de leden van de verenigde vergadering en van dijkgraaf en hoogheemraden te stemmen als er sprake is van een aangelegenheid die het lid persoonlijk aangaat of waarbij deze als vertegenwoordiger is betrokken. Ook mag het lid niet stemmen bij de vaststelling of goedkeuring van een jaarrekening van een lichaam waarvan het lid in het bestuur zit. Op die wijze probeert de wet belangenverstrengeling te voorkomen;

  • -

    nog een stapje verder gaat het verbod van de wet over het hebben van bepaalde omschreven functies, dan wel het vervullen van bepaalde rollen of het vervullen van specifiek omschreven rechtshandelingen;

  • -

    tot slot vereist de wet het openbaar maken van alle functies die bestuursleden vervullen naast hun bestuursfunctie. Op die manier wordt het voor collega-bestuurders en de secretaris mogelijk een lid te waarschuwen voor dreigende kwesties waarin belangenverstrengeling kan spelen. En kunnen media en de omgeving controle uitoefenen op het bestuur.

Op het niet voldoen aan de eisen van de wet kan schorsing, einde van het lidmaatschap of ontslag volgen.

Artikel 2:4 Algemene wet bestuursrecht (toezicht op onafhankelijke besluitvorming)

1. Het bestuursorgaan vervult zijn taak zonder vooringenomenheid.

2. Het bestuursorgaan waakt ertegen dat tot het bestuursorgaan behorende of daarvoor werkzame personen die een persoonlijk belang bij een besluit hebben, de besluitvorming beïnvloeden.

Artikel 38a Waterschapswet (onthouden van stemming)

1. Een lid van het algemeen bestuur neemt niet deel aan de stemming over:

a. een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken;

b. de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij behoort.

3. Een benoeming gaat iemand persoonlijk aan, wanneer hij behoort tot de personen tot wie de keuze door een voordracht of bij een herstemming is beperkt.

Artikel 45 Waterschapswet (onthouden van stemming)

Ten aanzien van de leden van het dagelijks bestuur zijn de artikelen 38 tot en met 39 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 31, tweede lid Waterschapswet (verboden functies leden verenigde vergadering)

1. Een lid van het algemeen bestuur is niet tevens:

a. minister;

b. staatssecretaris;

c. lid van de Raad van State;

d. lid van de Algemene Rekenkamer;

e. Nationale ombudsman;

f. substituut-ombudsman als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman;

g. commissaris van de Koning;

h. lid van provinciale staten;

i. gedeputeerde;

j. secretaris van de provincie;

k. griffier van de provincie;

l. burgemeester;

m. wethouder;

n. ombudsman of lid van de ombudscommissie als bedoeld in artikel 51b, eerste lid;

o. ambtenaar, door of vanwege het waterschapsbestuur aangesteld of daaraan ondergeschikt;

p. ambtenaar, door of vanwege de provincie aangesteld, tot wiens taak behoort het verrichten van werkzaamheden in het kader van het toezicht op het waterschap;

q. lid van het algemeen bestuur of van het dagelijks bestuur van een ander waterschap.

Artikel 33, eerste en tweede lid Waterschapswet (verboden rollen en rechtshandelingen leden verenigde vergadering)

1. Een lid van het algemeen bestuur mag niet:

a. als advocaat of adviseur in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van het waterschap of het waterschapsbestuur dan wel ten behoeve van de wederpartij van het waterschap of het waterschapsbestuur;

b. als gemachtigde in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de wederpartij van het waterschap of het waterschapsbestuur;

c. als vertegenwoordiger of adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het met het waterschap aangaan van:

1°. overeenkomsten als bedoeld in onderdeel d;

2°. overeenkomsten tot het leveren van onroerende zaken aan het waterschap;

d. rechtstreeks of middellijk een overeenkomst aangaan betreffende:

1°. het aannemen van werk ten behoeve van het waterschap;

2°. het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van het waterschap;

3°. het leveren van roerende zaken anders dan om niet aan het waterschap;

4°. het verhuren van roerende zaken aan het waterschap;

5°. het verwerven van betwiste vorderingen ten laste van het waterschap;

6°. het van het waterschap onderhands verwerven van onroerende zaken of beperkte rechten waaraan deze zijn onderworpen;

7°. het onderhands huren of pachten van het waterschap.

2. Van het eerste lid, aanhef en onderdeel d, kunnen gedeputeerde staten ontheffing verlenen.

Artikel 47, eerste en derde lid Waterschapswet (verboden functies, rollen en rechtshandelingen dijkgraaf)

1. De voorzitter is niet tevens:

a. minister;

b. staatssecretaris;

c. lid van de Raad van State;

d. lid van de Algemene Rekenkamer;

e. Nationale ombudsman;

f. substituut-ombudsman als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman;

g. commissaris van de Koning;

h. lid van provinciale staten;

i. gedeputeerde;

j. secretaris van de provincie;

k. griffier van de provincie;

l. lid van het algemeen bestuur van een waterschap;

m. burgemeester;

n. wethouder;

o. ombudsman of lid van de ombudscommissie als bedoeld in artikel 51b, eerste lid;

p. ambtenaar, door of vanwege het waterschapsbestuur aangesteld of daaraan ondergeschikt;

q. ambtenaar, door of vanwege de provincie aangesteld, tot wiens taak behoort het verrichten van werkzaamheden in het kader van het toezicht op het waterschap.

3. Artikel 33, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing op de voorzitter.

Artikel 32 Waterschapswet (nevenfuncties leden verenigde vergadering)

1. De leden van het algemeen bestuur maken openbaar welke andere functies dan het lidmaatschap van het algemeen bestuur zij vervullen.

2. Openbaarmaking geschiedt door terinzagelegging van een opgave van de in het eerste lid bedoelde functies op de secretarie van het waterschap.

Artikel 44a, eerste tot en met vierde lid Waterschapswet (nevenfuncties leden dijkgraaf en hoogheemraden)

1. Een lid van het dagelijks bestuur vervult geen nevenfuncties waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling van zijn functie als lid van het dagelijks bestuur van een waterschap.

2. Een lid van het dagelijks bestuur meldt zijn voornemen tot aanvaarding van een nevenfunctie aan het algemeen bestuur.

3. Een lid van het dagelijks bestuur maakt zijn nevenfuncties openbaar. Openbaarmaking geschiedt door terinzagelegging op de secretarie van het waterschap.

4. Een lid van het dagelijks bestuur dat zijn ambt niet in deeltijd vervult, maakt tevens de inkomsten uit nevenfuncties openbaar. Openbaarmaking geschiedt door terinzagelegging op de secretarie van het waterschap uiterlijk op 1 april na het kalenderjaar waarin de inkomsten zijn genoten.

Artikel 48, eerste tot en met derde lid Waterschapswet (nevenfuncties dijkgraaf)

1. De voorzitter vervult geen nevenfuncties waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op de goede vervulling van zijn ambt of op handhaving van zijn onpartijdigheid en onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin.

2. De voorzitter meldt zijn voornemen tot aanvaarding van een nevenfunctie, anders dan uit hoofde van zijn voorzitterschap, aan het algemeen bestuur.

3. De voorzitter maakt nevenfuncties, anders dan uit hoofde van zijn ambt, en de inkomsten uit die functies openbaar. Openbaarmaking geschiedt door terinzagelegging op de secretarie van het waterschap uiterlijk op 1 april na het kalenderjaar waarin de inkomsten zijn genoten. Onder inkomsten als bedoeld in de eerste volzin wordt verstaan: loon in de zin van artikel 9 van de Wet op de loonbelasting 1964, verminderd met de eindheffingsbestanddelen bedoeld in artikel 31 van die wet.

Toelichting

Met dit artikel is geregeld dat er een voor ieder toegankelijk register is waarin, onder meer, nevenfuncties van bestuurders van het hoogheemraadschap zijn vastgelegd. Ook is de wijze van het actueel houden van het register geregeld. Daar waar de wet hieraan nadere eisen stelt, zal het register ook gegevens bevatten over de vergoedingen die bestuurders genieten voor hun nevenfuncties. Omdat deze plichten uit de wet voortvloeien worden zij hier niet nader benoemd.

3 Regels rondom (de schijn van) corruptie

Wettelijk kader

Om het vertrouwen in het openbaar bestuur te verdienen, is het van groot belang corruptie van bestuurders te voorkomen. Corruptie is niet zonder reden strafbaar gesteld als misdrijf in het Wetboek van Strafrecht. Corruptie, vaak aangeduid als omkoping, is kort gezegd het oneigenlijk beïnvloeden van de bestuurder bij diens beslissingen of handelen. Het is dan ook wenselijk is om regels te hebben over het aannemen van geschenken, faciliteiten en diensten, reizen, lunches, recepties en diners enz. Zeker ook omdat het bij het onderhouden van goede betrekkingen niet ongebruikelijk is om een ander incidenteel een geschenk aan te bieden of ergens voor uit te nodigen.

Het opstellen van regels rondom (de schijn van) corruptie draagt bij aan het transparant maken van betamelijk versus onbetamelijk gedrag en bevordert wenselijk gedrag bij omgang tussen de omgeving en bestuurders.

Bij het afleggen van de eed of belofte verklaren de leden van het bestuur van het hoogheemraadschap binnen de uitoefening van hun ambt geen geschenken of beloften aan te hebben genomen of te zullen nemen als dit de onafhankelijkheid van de bestuurder in gevaar kan brengen.

Een ‘nee, tenzij’-benadering bij geschenken en beloften lijkt daarom ook voor de gedragscode op zijn plaats. Met andere woorden: er moeten goede redenen aanwezig zijn om giften of beloften wel aan te nemen.

Artikel 34, eerste lid Waterschapswet (verklaring over de afwezigheid van corruptie door de leden van de verenigde vergadering (inclusief de hoogheemraden))

1.Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen leggen de leden van het algemeen bestuur in de vergadering, in handen van de voorzitter, de volgende eed (verklaring en belofte) af:

"Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van het algemeen bestuur te worden gekozen of benoemd, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, aan iemand enige gift of gunst heb gedaan of beloofd.

Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk van iemand enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.

Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van het algemeen bestuur naar eer en geweten zal vervullen.

Zo waarlijk helpe mij God almachtig (Dat verklaar en beloof ik)".

Artikel 50, eerste lid Waterschapswet (verklaring over de afwezigheid van corruptie door de dijkgraaf)

1.Alvorens zijn ambt te aanvaarden legt de voorzitter in handen van de commissaris van de Koning dan wel, indien het een interprovinciaal waterschap betreft, van Onze daartoe in het reglement aangewezen commissaris van de Koning, de volgende eed (verklaring en belofte) af:

"Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot voorzitter benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, aan iemand enige gift of gunst heb gedaan of beloofd.

Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk van iemand enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.

Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als voorzitter naar eer en geweten zal vervullen.

Zo waarlijk helpe mij God almachtig!

(Dat verklaar en beloof ik!)".

Toelichting

Het uitgangspunt van dit artikel is dat een lid van het bestuur geen geschenken of voordelen aanvaardt, tenzij hier een goede reden voor is. Ook kleine voordelen of geschenken kunnen worden aanvaard, om werkbaarheid van de regeling te bevorderen en omdat deze bovendien niet zullen leiden tot een schijn van corruptie.

Hoewel voor een ieder duidelijk zal zijn wat de geschatte waarde van iets is, is er voor gekozen het laatste woord hierover te laten aan de secretaris van het hoogheemraadschap.

4 Regels rondom het gebruik van voorzieningen en vergoedingen

Wettelijk kader

Het wettelijk kader over vergoedingen en voorzieningen is zeer beperkt. Juist daarom is het wenselijk om er regels over op te stellen. Het uitgangspunt daarvoor is om te streven naar een terughoudend, maar praktisch beleid inzake vergoedingen en voorzieningen.

Artikel 44, eerste en tweede lid Waterschapswet (verbod op vergoedingen dijkgraaf en hoogheemraden)

1. De leden van het dagelijks bestuur genieten ten laste van het waterschap een bezoldiging en een tegemoetkoming in de kosten van de uitoefening van hun werkzaamheden volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels. Daarbij kunnen tevens regels worden gesteld betreffende tegemoetkoming in of vergoeding van bijzondere kosten en andere voorzieningen die verband houden met het ambt van lid van het dagelijks bestuur. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties doet de voordracht voor deze algemene maatregel van bestuur.

2. Buiten hetgeen hen bij of krachtens de wet is toegekend, genieten de leden van het dagelijks bestuur als zodanig geen inkomsten, in welke vorm ook, ten laste van het waterschap.

Toelichting

Het uitgangspunt van dit artikel is dat een lid van het bestuur terughoudend gebruik maakt van de vergoedingen en voorzieningen van het hoogheemraadschap. Let wel dat gebruik van voorzieningen van het hoogheemraadschap wel is toegestaan zolang dat niet ten eigen of derden bate strekt. Afspraken over gebruik ten eigen bate van voorzieningen worden vermeld in het openbaar register.

5 Regels rondom informatie

Wettelijk kader

De omgeving heeft het recht om goed geïnformeerd te worden over het handelen van het hoogheemraadschap en de eraan ten grondslag liggende redeneringen en afwegingen. Via de Wet openbaarheid van bestuur is die omgeving dan ook in de gelegenheid om, met inachtneming van voorwaarden, die informatie af te dwingen. Aan de andere kant komt het ook voor dat informatie over het hoogheemraadschap niet verspreid mag of kan worden. Er zijn dan belangen die het belang van de omgeving overstijgen. Leden van het bestuur moeten daarom met vertrouwelijke en geheime informatie zorgvuldig omgaan. Het schenden van de geheimhoudingsplicht door een lid van het bestuur is een misdrijf dat kan worden bestraft met maximaal een jaar gevangenisstraf of een boete van maximaal € 20.500,- (2017).

Daarnaast is er een informatierecht van leden van de verenigde vergadering ten opzichte van dijkgraaf en hoogheemraden. Deze verstrekt de leden van de verenigde vergadering alle informatie die zij nodig hebben voor de uitoefening van hun taak. Dit resulteert in zowel een actieve als een passieve informatieplicht van dijkgraaf en hoogheemraden. Alleen informatie die strijdig is met het openbaar belang kan worden geweigerd.

Artikel 89, tweede lid Waterschapswet (informatierecht verenigde vergadering)

2. Zij [Noot redactie: De leden van dijkgraaf en hoogheemraden] geven het algemeen bestuur mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen voorzover het verstrekken daarvan niet in strijd is met het openbaar belang.

Artikel 2:5 Algemene wet bestuursrecht (vertrouwelijke informatie)

1. Een ieder die is betrokken bij de uitvoering van de taak van een bestuursorgaan en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit.

Artikel 37 Waterschapswet (geheimhoudingsregels verenigde vergadering)

1. Het algemeen bestuur kan op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, geheimhouding opleggen omtrent het in een besloten vergadering behandelde en omtrent de inhoud van stukken die aan de vergadering worden overgelegd. Geheimhouding omtrent het in een besloten vergadering behandelde wordt tijdens die vergadering opgelegd. De geheimhouding wordt zowel door hen die bij de behandeling tegenwoordig waren, als door hen die op andere wijze van het behandelde of van de stukken kennis nemen, in acht genomen totdat het algemeen bestuur haar opheft.

2. Op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, kan de geheimhouding eveneens worden opgelegd door het dagelijks bestuur, de voorzitter en een commissie van het waterschap, ieder ten aanzien van stukken die zij aan het algemeen bestuur of aan de leden van dit bestuur overleggen. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt.

3. De krachtens het tweede lid aan het algemeen bestuur opgelegde verplichting tot geheimhouding vervalt, indien de oplegging niet door het algemeen bestuur in zijn eerstvolgende vergadering die blijkens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is bezocht, wordt bekrachtigd.

4. De krachtens het tweede lid aan de leden van het algemeen bestuur opgelegde verplichting tot geheimhouding wordt door hen in acht genomen totdat het orgaan dat de verplichting heeft opgelegd, dan wel, indien het stuk waaromtrent geheimhouding is opgelegd aan het algemeen bestuur is voorgelegd, totdat het algemeen bestuur haar opheft. Het algemeen bestuur kan deze beslissing alleen nemen in een vergadering die blijkens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is bezocht.

Artikel 43 Waterschapswet (geheimhoudingsregels dijkgraaf en hoogheemraden)

1. Het dagelijks bestuur kan op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, geheimhouding opleggen omtrent het in een besloten vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan de vergadering worden overgelegd. Geheimhouding omtrent het in een besloten vergadering behandelde wordt tijdens die vergadering opgelegd. De geheimhouding wordt zowel door hen die bij de behandeling aanwezig waren als door hen die op andere wijze van het behandelde of van de stukken kennis nemen, in acht genomen totdat het dagelijks bestuur haar opheft.

2. Op grond van een belang genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, kan de geheimhouding eveneens worden opgelegd door de voorzitter of een commissie van het waterschap, ieder ten aanzien van de stukken die zij aan het dagelijks bestuur of de leden van dit bestuur overleggen. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt.

3. Indien het dagelijks bestuur zich ter zake van het behandelde waarvoor een verplichting tot geheimhouding geldt tot het algemeen bestuur heeft gericht, wordt de geheimhouding in acht genomen totdat het algemeen bestuur haar opheft.

Toelichting

Het is belangrijk de juiste maatregelen te treffen om te voorkomen dat onbevoegden vertrouwelijke en/of geheime gegevens kunnen bezitten, raadplegen of beschadigen. Daarbij moet in de digitale wereld bijvoorbeeld worden gedacht aan beveiliging van computers, smartphones en dergelijke met wachtwoorden.

Van belang te vermelden is het feit dat er slechts een gering verschil is tussen informatie waarvoor een formele geheimhoudingsplicht is afgekondigd en vertrouwelijke informatie.

Voor stukken waarvoor een geheimhoudingsplicht is afgekondigd gelden specifieke procedures voor het geheim verklaren ervan, maar ook voor het opheffen van de geheimhouding. Het schenden van de geheimhouding is een misdrijf.

Bij het omgaan met andere informatie die ter beschikking wordt gesteld aan een bestuurder, moet deze zichzelf altijd afvragen of deze informatie een vertrouwelijk karakter heeft (bijvoorbeeld doordat het als zodanig is bestempeld of in een apart gedeelte van een bestuursvergadering wordt behandeld). Dan wel dat het redelijkerwijs moet worden vermoed een vertrouwelijk karakter te hebben. In al die gevallen is een bestuurder tot geheimhouding van die informatie verplicht (zie artikel 2:5 Algemene wet bestuursrecht). Dit brengt ook met zich mee dat het doen van uitspraken in meer algemene zin via bijvoorbeeld de sociale media, extra zorgvuldig zal moeten geschieden en kan leiden tot een schending van de geheimhoudingsplicht.

6 Regels rondom het einde van de bestuursperiode van dijkgraaf en hoogheemraden en dijkgraaf

Wettelijk kader

Niet van toepassing

Toelichting

In deze bepalingen is de zogenaamde ‘draaideurconstructie’ geregeld. Hiermee wordt mogelijke ‘vriendjespolitiek’ voorkomen en het risico op verstrengeling van persoonlijke en functionele belangen vermeden.

Het begrip ‘verbonden partij’ is ontleend aan het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. Daarin staat dat een verbonden partij een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie is waarin de provincie of gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft.

Aanvaarding van een dienstbetrekking bij Rijnland, is niet uitgesloten. Dat kan van belang zijn in het kader van de re-integratie van de voormalige bestuurder en ter voorkoming van uitkeringslasten voor het hoogheemraadschap.

De draaideurconstructie geldt natuurlijk niet bij aanvaarding van het lidmaatschap van het algemeen bestuur.

Het vooruitlopen op een nieuwe functie na aftreden, geldt ook voor een functie bij het hoogheemraadschap.

7 Regels rondom de uitvoering van de gedragscode

Wettelijk kader

Naast het gegeven dat de verenigde vergadering de taak heeft een gedragscode vast te stellen en als zodanig invloed heeft op de inhoud er van, kent de wet de dijkgraaf een belangrijke rol toe bij het bevorderen van de bestuurlijke integriteit.

Artikel 94, eerste en tweede lid Waterschapswet

1. De voorzitter bevordert een goede behartiging van de taken van het waterschap.

2. De voorzitter bevordert de bestuurlijke integriteit van het waterschap.

Toelichting

De verenigde vergadering is het hoogste bestuursorgaan binnen het hoogheemraadschap en als zodanig verantwoordelijk voor de inhoud van de gedragscode, voor een eenduidige interpretatie daarvan en voor wijziging/aanvulling daarvan bij onduidelijkheden of leemtes.

De Waterschapswet verplicht de verenigde vergadering om voor zichzelf en voor de bestuurders een gedragscode vast te stellen. Aanvullend op de wettelijke regels die gelden voor de bestuurders, bevat de gedragscode een aantal normen waaraan zij zich committeren.

De dijkgraaf heeft de wettelijke taak om de bestuurlijke integriteit van het hoogheemraadschap te bevorderen. Hiermee is de verantwoordelijkheid voor de portefeuille ‘integriteit’ duidelijk belegd. De wettelijke bepalingen bieden de ruimte om naar gelang de situatie handelend op te treden, waarbij niet alleen gedacht moet worden aan het optreden bij incidenten.

Belangrijk onderdeel is ook de preventie: ervoor te zorgen dat integriteit en integriteitsbewustzijn in de bestuurlijke gremia een plek heeft en daarbij afspraken te maken over een regelmatige bespreking van het thema integriteit.

De dijkgraaf hoeft hier niet alleen voor te staan. Ook anderen kunnen hier in relatie tot de verenigde vergadering een rol in spelen.