Verordening tot vierde wijziging van het Delegatiebesluit Waterschap Rivierenland 2011

 

 

Het algemeen bestuur van Waterschap Rivierenland;

op voordracht van het college van dijkgraaf en heemraden van

gelet op artikel 59, 78 en 83 van de Waterschapswet en de desbetreffende bepalingen in de Algemene wet bestuursrecht en het Reglement voor Waterschap Rivierenland

BESLUIT:

Vast te stellen de

Artikel I Wijzigingen

Het Delegatiebesluit Waterschap Rivierenland 2011 wordt als volgt gewijzigd:

 

A

Artikel 6 onderdeel b wordt geletterd onderdeel c.:

Artikel 6 onderdeel c komt als volgt te luiden:

De beslissing of bij de voorbereiding van activiteiten, plannen en besluiten een milieueffectrapport moet worden gemaakt (m.e.r. beoordelingsplicht Besluit milieueffectrapportage). Hiervan is uitgezonderd de m.e.r. beoordeling (Besluit milieueffectrapportage) voor primaire waterkeringen waarvoor de provincie bevoegd gezag is.

Toegevoegd wordt een nieuw onderdeel b:

Artikel 6 onderdeel b komt te luiden:

Het vaststellen van een plan van aanpak en het vaststellen van het voorkeursalternatief in het kader van de voorbereiding van een projectplan als bedoeld in artikel 5.5 van de Waterwet.

 

B

In artikel 13, wordt de zinsnede “op grond van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990” vervangen door: "krachtens de Wegenverkeerswet 1994".

Artikel II Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na bekendmaking in het Waterschapsblad.

Artikel III Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Verordening tot vierde wijziging van het Delegatiebesluit Waterschap Rivierenland 2011

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur van Waterschap Rivierenland van 27 november 2015

te Tiel.

 

de secretaris-directeur, de dijkgraaf,

ir. Z.C. Vonk ir. R.W. Bleker

 

 

Toelichting op de Verordening tot vierde wijziging van het Delegatiebesluit Waterschap Rivierenland 2011

 

 

1. Algemeen

Het is wenselijk om ten behoeve van een doelmatig verloop van de dijkverbeteringsprojecten van het Hoogwaterbeschermingsprogramma het vaststellen van een Plan van Aanpak (PvA) en het vaststellen van het voorkeursalternatief (VKA) te delegeren aan het dagelijks bestuur.

Daarnaast is het wenselijk om artikel 13 aan te passen zodat de basis voor het verlenen van ontheffingen onder beheer van het waterschap wordt verruimd. Niet langer kunnen ontheffingen uitsluitend worden verleend op grond van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, maar door de wijziging kunnen ontheffingen ook worden verleend op grond van andere reglementen krachtens de Wegenverkeerswet 1994, voor zover het gaat om wegen onder beheer van het waterschap.

 

2. Artikelsgewijs

Aan artikel 6 wordt toegevoegd:

In verband met een doelmatig verloop van de dijkverbeteringsprojecten van het Hoogwaterbeschermingsprogramma is het vaststellen van een plan van aanpak en het vaststellen van het voorkeursalternatief in het kader van de voorbereiding van een projectplan als bedoeld in artikel 5.5 Waterwet, gedelegeerd aan het dagelijks bestuur. De commissie Waterveiligheid wordt periodiek geïnformeerd over de stand van zaken en de voortgang van de dijkversterkingsprojecten en in de gelegenheid gesteld haar opinie kenbaar te maken. De achtergronden en keuze van het voorkeursalternatief voor een dijkversterkingsproject worden aan het algemeen bestuur teruggekoppeld in een themabijeenkomst. De vaststelling van het projectplan blijft voorbehouden aan het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur stelt de ontwerpuitgangspunten vast en geeft daarmee de kaders voor de projecten.

 

Voorts wordt toegevoegd:

 

Artikel 13:

 

In artikel 149 Wegenverkeerswet 1994 wordt in het eerste lid onder c bepaald:

dat van het bepaalde krachtens deze wet, in de krachtens deze wet aangewezen gevallen, overeenkomstig krachtens deze wet gestelde regels, door het algemeen bestuur of, krachtens besluit van het algemeen bestuur, door het dagelijks bestuur ontheffing kan worden verleend voor wegen onder beheer van het waterschap.

Naar boven