In deze Algemene regels bij de Keur van Schieland en de Krimpenerwaard wordt verstaan onder:
a
beschoeiing: een oever verstevigende constructiein het talud van het waterlichaam ter voorkoming van het afkalven en instorten van de oever;
b
beschermingszone: aan een waterstaatswerk grenzende zone, waarin ter bescherming van dat waterstaatswerk voorschriften van toepassing zijn, zoals opgenomen in de legger;
steiger: een constructie voor recreatieve doeleinden die gedeeltelijk over het water is geplaatst met steunpunten in het water;
c
groot onderhoud aan de openbare weg: bijvoorbeeld bij het vervangen van de complete fundering van de weg of wanneer werkzaamheden in het profiel van de waterkering plaatsvinden, dan is sprake van groot onderhoud. Hiervoor moet een vergunning worden aangevraagd;
d
kernzone:geeft de ligging van het waterstaatswerk aan. Ook wel waterkering genoemd.
e
klein onderhoud aan de openbare weg: het vervangen van de toplaag van de weg voorzover er geen sprake is van uitbreiding van de verharding, maar ook het plaatsten en onderhouden van RVV-borden, het onderhouden van wegmeubilair en het roven en aanvullen van de berm;
f
kleine objecten: kleine objecten zijn bijvoorbeeld brievenbussen, afrasteringen, hekwerken, lantaarnpalen, verkeersborden en fietsenhekjes;
g
tijdelijke objecten: zijn bijvoorbeeld bankjes, speeltoestellen, schuilhutten voor vee en ongefundeerde schuurtjes die eenvoudig verwijderd kunnen worden;
h
onttrekking: het via een onttrekkingsinrichting aan de bodem onttrekken van grondwater. Hieronder valt niet het onder vrij verval onttrekken van grondwater bij de ontwatering en afwatering van percelen, waarbij de ontwateringsmiddelen hoger liggen dan het oppervlaktewaterpeil;
i
samenhangend geheel bij meerdere onttrekkings- en infiltratie inrichtingen: een inrichting of infiltratiewerk die vanwege één opdrachtgever en/of één project plaatsvindt en een samenhangend geheel vormt. Er is geen sprake van een samenhangend geheel wanneer: de invloedgebieden van onttrekkingen en/of infiltraties elkaar niet overlappen; of er een periode van zes maanden of langer ligt tussen de beëindiging van een onttrekking en het begin van een volgende onttrekking; of aangetoond is dat voorafgaand aan een opvolgende onttrekking de grondwaterstand en de stijghoogte in de diepere watervoerende pakketten zich hebben hersteld tot het natuurlijk niveau;
j
steiger: een constructie voor recreatieve doeleinden die geheel boven het water is geplaatst met steunpunten in het water;
k
vlonder: een constructie voor recreatieve doeleinden die gedeeltelijk over het water is geplaatst met een verankering in het achterliggende perceel. Hierbij staan geen steunpunten in het water;
l
waterstaatswerk: oppervlaktewaterlichaam, bergingsgebied, waterkering, ondersteunend kunstwerk.De waterkering wordt in de legger ook wel aangegeven als kernzone;
m
werkzaamheden bij gebruik van percelen als tuin of bouwland: activiteiten als spitten, ploegen, eggen, frezen en andere grondroeringen en bewerkingen van maximaal 0,30 cm diep. Zaaien, poten, telen en oogsten van éénjarige gewassen en bemesten.