Bekendmaking Invorderingsbeleid waterschap Brabantse Delta

 

1 Inleiding

1.1 Verkenning

Het waterschap Brabantse Delta kent vorderingen op particulieren en bedrijven. Deze vorderingen bestaan uit publiekrechtelijke- en privaatrechtelijke vorderingen.

Publiekrechtelijke vorderingen

Deze vorderingen zijn gebaseerd op met name wetgeving en verordeningen. Het zijn vorderingen voortkomend uit de uitoefening van de publiekrechtelijke taak. De publiekrechtelijke vorderingen zijn voor het waterschap te verdelen in twee categorieën:

  • geheven leges voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een watervergunning;

  • publiekrechtelijke geldschulden, met name vordering tot verhaal van kosten bestuursdwang en last onder dwangsom (handhaving).

Privaatrechtelijke vorderingen

Deze vorderingen komen voort uit overeenkomsten naar burgerlijk recht, tot dienstverlening of leveringen van producten door het waterschap aan derden, waarvoor het waterschap een vergoeding factureert. Voorbeelden hiervan zijn vorderingen die voortkomen uit het beheer van eigendommen van het waterschap zoals huur, pacht, jacht- en visrecht, verhaal schade aan eigendommen van het waterschap en vorderingen op andere overheden voor door het waterschap verleende dienstverlening.

Het proces van invorderen begint nadat facturering door het waterschap heeft plaatsgevonden. De invordering is dus te beschouwen als het sluitstuk van de facturering.

1.2 Aanleiding voor invorderingsbeleid

De aanleiding voor het invorderingsbeleid is gelegen in:

  • -

    Het ontbreken van expliciet beleid ten aanzien van invordering van publiekrechtelijke- en privaatrechtelijke vorderingen

Het waterschap heeft nog geen expliciet geformuleerd beleid ten aanzien van bovenvermelde invordering van publiekrechtelijke- en privaatrechtelijke vorderingen. Er bestaan wel wettelijke kaders die vanzelfsprekend worden nageleefd. In de praktijk wordt gewerkt met "historisch" gegroeide procedures en routines. Een strak geregeld invorderingsproces met tijdige en consistente invorderingsmaatregelen is een belangrijke vereiste voor het succesvol innen van vorderingen.

  • -

    Het financiële belang van invordering

Een deel van de vorderingen wordt niet voor de vervaldatum betaald. Dit leidt tot mogelijke gemiste opbrengsten bij het waterschap. Om toch tot inning te komen zijn nadere invorderingsmaatregelen noodzakelijk. In dit beleidsstuk worden de regels hieromtrent beschreven.

  • -

    Beeldvorming

Door een invorderingsbeleid te hebben en daarna te handelen, wordt voorkomen dat het beeld ontstaat dat het waterschap geen actie onderneemt bij het niet betalen van openstaande rekeningen. Dit is met name ook van belang voor de invorderingen van beschikkingen die zijn opgelegd in het kader van handhaving.

1.3 Voortzetting bestaande procedures

Dit invorderingsbeleid betreft een formalisering van historisch gegroeide procedures en routines en van nieuwe instructies. Het invorderingsbeleid wordt uitgevoerd door de afdeling Financiën.

1.4 Doelstelling

Bij het vaststellen van het invorderingsbeleid is gestreefd naar formulering van een kort en krachtig beleidsstuk. Het beleidsstuk heeft in de eerste plaats gebruikswaarde voor de medewerkers die met invordering zijn belast, maar ook voor het bestuur en het management. In de tweede plaats heeft dit beleidsstuk ook een externe werking in de richting van de schuldenaren. Het invorderingsbeleid heeft als doel:

Het volgens vaste processen, tijdig en uniform, openstaande bedragen invorderen, zonder de klantgerichtheid uit het vizier te verliezen.

2 Algemene bepalingen

2.1 Werkingsgebied

Dit beleidsstuk heeft betrekking op publiekrechtelijke- en privaatrechtelijke vorderingen. De heffing en daarmee ook de invordering van de zuiveringsheffing, verontreinigingsheffing en watersysteemheffing vindt plaats door de Belastingsamenwerking West Brabant en valt buiten dit invorderingsbeleid.

2.2 Juridisch kader

2.2.1 Algemene wet bestuursrecht

Bij het invorderen worden de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht genomen. Tot de voornaamste algemene beginselen van behoorlijk bestuur worden gerekend de beginselen van gelijkheid, motivering, rechtszekerheid en zorgvuldigheid.

2.2.2 Bijzondere wetgeving

A. Publiekrechtelijke vorderingen

  • I.

    Invordering van leges

De heffing van leges is gebaseerd op de door het algemeen bestuur vastgestelde Legesverordening van het waterschap. Voor de invordering van leges gelden de Invorderingswet 1990, de daarbij behorende Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 en de Leidraad Invordering van de Belastingsamenwerking West-Brabant als belangrijkste wettelijke kaders.

  • II.

    Bestuursrechtelijke geldschulden

Het dagelijks bestuur is bevoegd bestuurlijke sancties op te leggen, om o.a. de regels in de keur te handhaven. Deze bestuurlijke sancties kunnen bestaan uit een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom. In titel 4.4. (bestuursrechtelijke geldschulden) en hoofdstuk 5 van de Algemene wet bestuursrecht zijn bepalingen opgenomen voor bestuurlijke sancties en de invordering ervan. De verplichting tot betaling van een geldsom wordt in beginsel bij beschikking vastgesteld. Deze geldsom wordt een bestuursrechtelijke geldschuld genoemd.

B. Privaatrechtelijke vorderingen

Voor de privaatrechtelijke vorderingen gelden het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en het Burgerlijk Wetboek (BW) als belangrijkste wettelijke kaders.

Het waterschap heeft geen bijzondere bevoegdheden ten opzichte van natuurlijke en rechtspersonen ter zake van de invordering van privaatrechtelijke vorderingen, zoals dat bij publiekrechtelijke vorderingen wel het geval is. Eén van de belangrijkste gevolgen hiervan is dat het waterschap in het invorderingsproces geen recht van parate executie heeft, maar gebruik zal moeten maken van gerechtsdeurwaarders en gerechtelijke vonnissen.

2.2.3 Overige

Dit document voorziet in algemeen beleid ten aanzien van de wijze waarop het waterschap handelt bij publiek- en privaatrechtelijke vorderingen. Daar waar in specifieke omstandigheden dit beleidsstuk niet voorziet, wordt verwezen naar de ter zake doende wet- en regelgeving.

3 Termijnvervolging

3.1 Betalingstermijn

De betalingstermijn is 30 dagen na factuurdatum, tenzij bij overeenkomst, wet of verordening anders is bepaald.

De bestuursrechtelijke geldschulden dienen binnen zes weken nadat de beschikking op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt, te worden betaald.

3.2 Signalering te late betaling

Vanuit de debiteurenadministratie vindt wekelijks een selectie plaats van de vorderingen waarvan de betalingstermijn van de factuur c.q. nota is verlopen en die op dat moment niet zijn betaald. In de volgende paragrafen worden de invorderingsstappen beschreven.

3.3 Herinneringen

Vanuit de debiteurenadministratie wordt omstreeks 7 werkdagen na de vervaldatum van de factuur c.q. nota door de afdeling Financiën een herinnering verstuurd.

A. Publiekrechtelijke vorderingen

Er wordt een schriftelijke herinnering verzonden naar de schuldenaar met daarin het verzoek om binnen twee weken na dagtekening te betalen. Hierin wordt vermeld dat indien betaling achterwege blijft er bij de aanmaningsbrief kosten in rekening worden gebracht.

B. Privaatrechtelijke vorderingen

Er wordt een schriftelijke herinnering verzonden naar de schuldenaar met daarin het verzoek om binnen twee weken na dagtekening te betalen.

3.4 Aanmaningen

Vanuit de debiteurenadministratie wordt omstreeks 7 werkdagen na de vervaldatum van de herinnering door de afdeling Financiën een aanmaning verstuurd.

A. Publiekrechtelijke vorderingen

  • I.

    Leges

Indien een schuldenaar niet binnen de in de herinnering opgenomen betalingstermijn heeft betaald, wordt een aanmaning verzonden aan de debiteur met het verzoek deze binnen twee weken na dagtekening van de aanmaning te betalen (artikel 11 Invorderingswet).

Het tarief voor een aanmaning is opgenomen in artikel 2 van de Kostenwet invordering rijksbelastingen.

  • II.

    Bestuursrechtelijke geldschulden

Indien een schuldenaar niet binnen de in de herinnering opgenomen betalingstermijn heeft betaald, wordt een aanmaning verzonden aan de debiteur met het verzoek deze binnen twee weken na dagtekening van de aanmaning te betalen (artikel 4:112 Algemene wet bestuursrecht).

Het tarief voor een aanmaning is opgenomen in artikel 4:113 van de Algemene wet bestuursrecht.

De aanmaning wordt voor zowel leges als publiekrechtelijke geldschulden, per reguliere post verzonden.

B. Privaatrechtelijke vorderingen

Als de schuldenaar een natuurlijk persoon is die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf, is het wettelijk verplicht deze minimaal één kosteloze aanmaning te sturen. Zonder deze brief, mogen geen incassokosten aan de schuldenaar worden doorberekend. In deze kosteloze aanmaning wordt het bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten vermeld die in rekening wordt gebracht bij niet tijdig betalen. Dit bedrag komt overeen met de maximale incassovergoeding opgenomen in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. In deze kosteloze aanmaning dient ook te worden vermeld dat de incassokosten met btw wordt verhoogd, omdat het waterschap de btw niet kan verrekenen.

Als de schuldenaar geen natuurlijk persoon is of een natuurlijk persoon die handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf, wordt ook deze kosteloze aanmaning verzonden. Dit is wettelijk niet verplicht. Als er over de incassokosten geen afspraken zijn gemaakt, bijvoorbeeld in de overeenkomst, is het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing.

De verzending van de kosteloze aanmaning vindt aangetekend plaats, zodat aangetoond kan worden dat deze brief is verzonden.

3.5 De telefonische herinnering

In geval van effectiviteit en wenselijkheid heeft de medewerker Financiën de mogelijkheid om, naast het schriftelijke invorderingsproces, op elk moment van het invorderingstraject voorafgaand aan het incassobureau, over te gaan tot telefonisch ‘manen’.

3.6 Vervolgtraject

Indien er na de vervaltermijn van de aanmaning c.q. de kosteloze aanmaning geen of een deel van de betaling is ontvangen wordt de vordering in handen gesteld van een gerechtsdeurwaarder (bestuursrechtelijke geldschulden en privaatrechtelijke vorderingen) dan wel een belastingdeurwaarder (leges). Dit gebeurt in overleg met de vakinhoudelijke afdeling. Voordat de gerechtsdeurwaarder ingeschakeld kan worden bij de invordering van bestuursrechtelijke geldschulden, zal de vakafdeling een dwangbevel opstellen dat door het dagelijks bestuur getekend wordt.

4 Verhaal van invorderingskosten

De invorderingskosten worden zoveel mogelijk verhaald op de nalatige schuldenaar. Dit zijn naast de kosten voor

het inschakelen van het deurwaarderskantoor ook alle bijkomende kosten van de incasso.

5 Uitstel van betaling en betalingsregelingen

5.1. Uitstel van betaling

Uitstel van betaling kan verleend worden indien er bezwaar of beroep is ingediend. Het verzoek wordt niet automatisch toegekend, maar wordt per situatie beoordeeld. Bij een verzoek om uitstel van betaling dient een berekening te worden meegestuurd van het bedrag dat wordt betwist. Er wordt geen uitstel van betaling verleend voor het bedrag waartegen geen bezwaar of beroep is gemaakt. Het uitstel geldt tot het moment van uitspraak op het bezwaar, dan wel het beroep.

Uitstel van betaling wordt verleend bij beschikking door het hoofd van de afdeling Financiën. Voorafgaand aan het verlenen van uitstel van betaling vindt overleg met de vakafdeling plaats.

5.2. Betalingsregeling

Op schriftelijk of telefonisch verzoek van de schuldenaar kan een betalingsregeling voor de betalingsachterstand

worden getroffen met een looptijd tot maximaal twaalf maanden. Ter bevestiging wordt er altijd een beschikking betalingsregeling toegezonden. Gedurende de looptijd van de betalingsregeling wordt niet aangemaand of ingevorderd.

Voor bestuursrechtelijke geldschulden die zijn vastgesteld bij beschikking in het kader van handhaving, wordt geen betalingsregeling getroffen.

In het geval van regelmatige verzoeken om een betalingsregeling van dezelfde schuldenaar kan schriftelijk om meer informatie verzocht worden aangaande de persoonlijke situatie van betrokkene. Te denken valt aan inkomsten- en vermogensspecificaties.

Een betalingsregeling komt per direct te vervallen:

  • a.

    indien de voorschriften niet worden nageleefd;

  • b.

    indien de schuldenaar onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot geen of een andere betalingsregeling zou hebben geleid, of

  • c.

    voor zover veranderde omstandigheden zich verzetten tegen voortduring van het uitstel van betaling.

Aan de schuldenaar wordt schriftelijk medegedeeld dat de regeling per direct buiten behandeling is gesteld, waarna het invorderingstraject wordt hervat.

Betalingsregelingen worden verleend bij beschikking door het hoofd van de afdeling Financiën.

6 Verrekening

Verrekening van een geldschuld met een bestaande vordering geschiedt slechts voor zover in de bevoegdheid daartoe bij wettelijk voorschrift is voorzien.

7 Invorderingsrente/ wettelijke rente

Publiekrechtelijke- en privaatrechtelijke vorderingen

Bij overschrijding van de laatste betalingstermijn wordt aan de schuldenaar invorderingsrente c.q. wettelijke rente in rekening gebracht. Het rentebedrag wordt bij een voor bezwaar vatbare beschikking vastgesteld. De invorderingsrente c.q. wettelijke rente is niet verschuldigd indien het rentebedrag bij enige of laatste betaling minder bedraagt dan € 25,-.

8 Mate van invordering en buiten invordering stellen

Voor alle vorderingen geldt het principe dat elke vordering, ongeacht het bedrag, wordt ingevorderd. Redenen hiervoor zijn het beginsel van gelijke behandeling van elke vordering en duidelijk signalen afgeven dat iedere vordering wordt bewaakt en invorderingsstappen worden ondernomen om elk bedrag te innen.

Bij vorderingen waarvan besloten is af te zien van verdere invordering of waarvan verdere invordering onmogelijk is , gaat het dagelijks bestuur over tot oninbaar verklaring van de vordering. Het dagelijks bestuur kan deze bevoegdheid mandateren.

Minimaal eens per kwartaal maakt de medewerker Financiën een lijst op van openstaande facturen die, ondanks alle mogelijke invorderingsmaatregelen, niet te innen zijn. Alvorens het voorstel ter parafering zal worden voorgelegd aan degene die bevoegdheid is om de vorderingen oninbaar te verklaren, wordt de vakinhoudelijke afdeling waarvan de factuur afkomstig is, gehoord.

Redenen voor oninbaar lijden zijn:

faillissement, vertrokken onbekend waarheen, vertrokken naar het buitenland, Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen, minnelijke schuldregeling (finale kwijting), kosten/baten (bedrag te laag om dwanginvordering toe te passen), overleden, erven onbekend of erfenis verworpen, geen verhaal.

9 Aanvragen faillissement

Bij een faillissementsaanvraag wordt vooraf toestemming gevraagd aan het dagelijks bestuur. Dit geldt ook voor het verlenen van steunvorderingen bij faillissementen.

10 Inwerkingtreding invorderingsbeleid

Het Invorderingsbeleid (15IT033874) is vastgesteld door het dagelijks bestuur van het waterschap Brabantse Delta op 22 december 2015 en treedt in werking met ingang van 1 januari 2016 .

Naar boven