Kenmerk: 201414316/295874
Onderwerp: Projectplan voor de realisatie van het nieuwe peilgebied Middelbroek-Ameide-Tienhoven, gedeelte zuid (OVW074).
Het college van dijkgraaf en heemraden van Waterschap Rivierenland besluit, gelet op artikel 5.4 van de Waterwet, het onderhavige projectplan tot realisatie van het nieuwe peilgebied Middelbroek-Ameide-Tienhoven, gedeelte Zuid (OVW074), vast te stellen.
Op grond van artikel 5.4, eerste lid, van de Waterwet geschiedt de aanleg of wijziging van een waterstaatswerk door of vanwege de beheerder overeen-komstig een daartoe door hem vast te stellen projectplan. Het plan dient tenminste een beschrijving te bevatten van het betrokken werk en de wijze waarop het wordt uitgevoerd, alsmede een beschrijving van de te treffen voorzieningen gericht op het ongedaan maken of beperken van de nadelige gevolgen van de uitvoering van het werk, aldus artikel 5.4, lid 2, Waterwet.
-
1.1
Beschrijving betrokken werk
In november 2010 is de herziening van het peilbesluit Alblasserwaard onherroepelijk geworden. In het peilbesluit is opgenomen dat de kern van Ameide en de bebouwing langs de Broekseweg in Ameide en Meerkerk (peilgebied OVW001) wordt geïsoleerd van het landbouwgebied (OVW002). Met de gedeeltelijke herziening van het peilbesluit Alblasserwaard, welke in augustus 2014 onherroepelijk is geworden, wordt peilgebied OVW001 opgesplitst in peilgebied OVW001 en OVW074. De Dwarsvliet (nabij Broekseweg 68 te Meerkerk) is de splitsing tussen de peilgebieden. Het gebied vanaf dit punt richting Ameide behoort bij OVW001 en richting Meerkerk bij OVW074.
De maatregelen dienen een collectief belang. Ze zorgen ervoor dat het bebouwd gebied rond de Broekseweg een hoger waterpeil krijgt dan het achterliggende agrarisch gebied. Doel hiervan is om de grondwaterstand op peil te houden en daarmee gebouwschade als gevolg van bodemdaling zo veel mogelijk te beperken. Een gedeelte van de bodemdaling wordt veroorzaakt door de grondwaterwinning van Oasen.
Pas na de realisatie van het nieuwe peilgebied kan het waterpeil in het naastgelegen agrarische gebied worden verlaagd, zoals is vastgelegd in het peilbesluit. Het doel van de voorzieningen is dus tweeledig: het tegengaan van gebouwschade en het mogelijk maken van de peilverlaging in het agrarisch gebied.
Om de waterpeilen, zoals genoemd in het peilbesluit, binnen het nieuwe peilgebied te kunnen handhaven, moet er een nieuw watersysteem worden ingericht. Hierbij wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van bestaande watergangen. Daarnaast is nog een groot aantal maatregelen noodzakelijk, veelal op particuliere eigendommen. De werkzaamheden bestaan uit het aanbrengen van peilscheidingen (gronddammen, damwanden en betonschotten), stuwen, gemalen, nieuwe toegangsdammen met duiker, het vervangen en verwijderen van duikers in bestaande toegangsdammen, het verwijderen van toegangsdammen, het verbreden van bestaande watergangen en het graven van nieuwe watergangen.
Op bijgevoegde tekeningen zijn de locaties van de betreffende werkzaamheden aangegeven, alsmede detailtekeningen van diverse constructies.
De wijze van uitvoering is afhankelijk van de werkwijze van de aannemer. Deze is nog niet geselecteerd. Het waterschap zal er op toe zien dat de aannemer bij de uitvoering van de werkzaamheden schade aan de omgeving zo veel mogelijk voorkomt.
Veel werkzaamheden zullen op particuliere eigendommen plaats vinden. Voor betreding hiervan zal er vooraf afstemming met de eigenaar plaatsvinden. Rijsporen e.d. zullen worden hersteld en gewasschade wordt vergoed volgens de dan geldende regelingen van het waterschap.
Vrijkomende bagger zal op het naastgelegen perceel worden verspreid, mits het perceel hier voor geschikt is en de kwaliteit van de bagger dit toelaat. Met de eigenaar van het ontvangende perceel wordt de wijze van verwerking van het slib afgestemd evenals de daaruit voortkomende vergoeding.
Indien een belanghebbende ten gevolge van dit besluit schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven en ten aanzien waarvan de vergoeding niet of niet voldoende anderszins is verzekerd, kan op grond van artikel 7.14 van de Waterwet een verzoek om schadevergoeding worden ingediend. Dit verzoek moet worden ingediend bij het college van dijkgraaf en heemraden van Waterschap Rivierenland, Postbus 599, 4000 AN Tiel.
De toepassing van de Waterwet is op grond van artikel 2.1 van de Waterwet
a. voorkoming en waar nodig beperking van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste, in samenhang met
b. bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen en
c. vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen.
2a. O
verstromingen, wateroverlast en waterschaarste
De maatregelen in peilgebied OVW074 worden uitgevoerd om invulling te geven aan het vastgestelde peilbesluit Alblasserwaard.
Een aantal maatregelen voldoet niet aan vastgesteld beleid van het waterschap. Dit betreft het eigendommenbeleid en de beleidsregels behorende bij de Keur. Het gaat hier om het volgende:
-
a)
de kadastrale ondergrond van de nieuwe A-watergangen wordt niet aangekocht;
-
b)
in de nieuwe A-watergangen worden niet standaard duikers toegepast met een minimale diameter van 800mm, maar er worden ook kleinere diameters toegepast die volgens hydraulische berekeningen volstaan, met een minimum van 500mm;
-
c)
het beperkt toepassen van lange duikers (tot 70m, met ‘tussenputten’) in plaats van open watergangen.
Deze afwijkingen leiden niet tot overstromingen, wateroverlast of waterschaarste. Het geheel aan maatregelen zal als een volwaardig watersysteem functioneren.
Toelichting op c) ‘toepassen van lange duikers’:
De lange duikers worden toegepast op locaties waar nu nog geen watergang aanwezig is. Ten opzichte van de huidige situatie ontstaat er derhalve geen verlies aan bergingscapaciteit.
2b. Chemische en ecologische kwaliteit
De verwachting is dat de maatregelen geen negatieve invloed hebben op de chemische en ecologische kwaliteit. In het verleden zijn in andere peilgebieden binnen het beheersgebied van het waterschap vergelijkbare maatregelen genomen. Dit heeft niet geleid tot problemen.
2c. Gevolgen maatschappelijke functies watersysteem
Het ontwerp is besproken met particuliere eigenaren van de betreffende percelen. Het ontwerp is zoveel als mogelijk aangepast aan de wensen van deze eigenaren.
Het doel van de maatregelen is tweeledig: het tegengaan van gebouwschade en het mogelijk maken van de peilverlaging in het agrarisch gebied. Derhalve hebben de maatregelen een positief effect op de maatschappelijke functies van het watersysteem.
Met de maatregelen kunnen de in het peilbesluit vastgestelde waterpeilen gerealiseerd en gehandhaafd worden.
Negatieve effecten worden niet verwacht. De maatschappelijke functie van het watersysteem wordt versterkt.
3a. Planologische inpassing
Op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is voor het gebied waar het
project zal worden uitgevoerd het bestemmingsplan ‘Buitengebied Zederik’ en ‘Kernen Zederik’. vastgesteld. Het project past binnen het geldende bestemmingsplan.
3b. Andere noodzakelijke vergunningen en relevante besluiten
Het verplaatsten van bodemmateriaal (o.a. grond en bagger) geschiedt in nauw overleg met de Omgevingsdienst Zuid-Holland-Zuid.
Afhankelijk van de uitvoeringswijze van de aannemer, wordt mogelijk bemaling toegepast en vinden tijdelijke wegafsluitingen plaats. Hiervoor noodzakelijke vergunningen en ontheffingen zullen door de aannemer worden aangevraagd.
Er worden veldonderzoeken uitgevoerd om de gevolgen voor archeologische sporen en flora en fauna vast te stellen. Op basis van de veldonderzoeken wordt bepaald welke beheersmaatregelen eventueel worden genomen en of er aanvullende ontheffingen of vergunningen benodigd zijn.
De uitvoering is gepland tussen 15 november 2014 en 15 juni 2015.
3d. Overige uitvoeringsaspecten
De uit te voeren maatregelen en werkwijze zijn of worden zoveel mogelijk afgestemd op de wensen van de betreffende perceel-eigenaren. Gestreefd wordt naar wederzijdse instemming. Wanneer dit in alle redelijkheid en billijkheid niet haalbaar is, zal gebruik worden gemaakt van de bevoegdheid van artikel 5.24 van de Waterwet.
In de hoofdwatergangen (de zgn. A-wateren) zal het waterschap het onderhoud aan de waterbodem uitvoeren. De aangrenzende eigenaren zullen het onderhoud van de taluds van deze wateren voor hun rekening nemen. De overige wateren zullen in het geheel door de aangrenzende eigenaren moeten worden onderhouden. Om het onderhoud te kunnen waarborgen zullen beschermingszones worden aangewezen, waarbinnen, zonder toestemming van het waterschap, geen obstakels mogen worden geplaatst. E.e.a. zal worden geformaliseerd in de legger wateren. De leggerwijzigingsprocedure zal na uitvoering van de werkzaamheden worden opgestart. De ligging, de in stand te houden afmetingen en onderhoudsverplichtingen van de watergangen en kunstwerken zullen hierin worden vastgelegd.
Op het Ontwerp-Projectplan zijn vier zienswijzen ingediend. Op enkele locaties heeft dit tot aanpassingen geleid in het ontwerp. Zie bijlagen.
De heer R.M.M. van Gelder treedt namens Waterschap Rivierenland op als projectleider. Hij is bereikbaar op telefoonnummer 0344 – 64 91 92 en via e-mail r.van.gelder@wsrl.nl.
namens het college van dijkgraaf en heemraden
van Waterschap Rivierenland,
het hoofd van de afdeling Technische Projecten
Tegen dit projectplan kan binnen zes weken na de dag van bekendmaking beroep worden ingesteld bij de rechtbank Gelderland, Team Bestuursrecht, postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Hiervoor komen in aanmerking:
-belanghebbenden die hun zienswijze tegen het ontwerpbesluit naar voren hebben gebracht;
-belanghebbenden die redelijkerwijs niet verweten kunnen worden tegen het ontwerpbesluit geen zienswijze naar voren te hebben gebracht.
Voor het behandelen van het beroep wordt griffierecht geheven. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste bevatten naam en adres, de dagtekening, een omschrijving van het besluit waartegen het beroep is gericht en de gronden van het beroep. U kunt ook digitaal beroep instellen bij genoemde rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de genoemde site voor de precieze voorwaarden.
Het beroep schorst niet de werking van dit besluit. Gelet hierop kan, indien beroep wordt ingesteld, tevens een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening worden gedaan bij de Voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland, Team Bestuursrecht, postbus 9030, 6800 EM Arnhem. U kunt ook digitaal een voorlopige voorziening aanvragen bij genoemde rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de genoemde site voor de precieze voorwaarden.
Voor de behandeling van dit verzoek wordt griffierecht geheven.