Tractatenblad van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum totstandkoming |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Buitenlandse Zaken | Tractatenblad 2026, 62 | Verdrag |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum totstandkoming |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Buitenlandse Zaken | Tractatenblad 2026, 62 | Verdrag |
12 (2026) Nr. 1
Administratieve Schikking ter uitvoering van artikel 13 van het op 9 maart 2026 te Brussel gesloten Benelux-Verdrag ter verbetering en versterking van de grensoverschrijdende samenwerking op het gebied van de bestrijding van de sociale fraude en onjuistheden in de sociale zekerheid, de bescherming van de gezondheid en de veiligheid op het werk en van fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden;
Brussel, 9 maart 2026
Voor een overzicht van de verdragsgegevens, zie verdragsnummers 014207 en 013874 in de Verdragenbank.
Het Koninkrijk België en het Koninkrijk der Nederlanden,
hierna genoemd „de Verdragsluitende Partijen”,
Gelet op artikel 13, lid 4, en artikel 17 van het Benelux-Verdrag van 9 maart 2026 ter verbetering en versterking van de grensoverschrijdende samenwerking op het gebied van de bestrijding van sociale fraude en onjuistheden in de sociale zekerheid, de bescherming van de gezondheid en de veiligheid op het werk en van fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden (hierna genoemd: „het Verdrag”),
Overwegende dat het Koninkrijk België en het Koninkrijk der Nederlanden uitvoering wensen te geven aan artikel 13 van het Verdrag, teneinde ervoor te zorgen dat het orgaan dat bevoegd is voor de toekenning of voortzetting van een uitkering of socialezekerheidsrecht administratieve controles kan verrichten door het afnemen van interviews met de aanvrager of rechthebbende in het woon- of verblijfland,
Zijn het volgende overeengekomen:
1. Voor de toepassing van deze Administratieve Schikking wordt verstaan onder:
het Benelux-Verdrag ter verbetering en versterking van de grensoverschrijdende samenwerking op het gebied van de bestrijding van sociale fraude en onjuistheden in de sociale zekerheid, de bescherming van de gezondheid en de veiligheid op het werk en van fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden;
bevoegde organen die verantwoordelijk zijn voor het toekennen, voortzetten en beëindigen van vergelijkbare socialezekerheidsuitkeringen, met dien verstande dat een bevoegd orgaan meerdere bevoegde zusterorganen kan hebben in de andere Verdragsluitende Partij;
interviews op het kantoor van het bevoegde zusterorgaan in het woon-of verblijfland van de aanvrager of rechthebbende van de sociale zekerheidsuitkering als bedoeld in artikel 13 van het Verdrag, tijdens welke het orgaan dat bevoegd is voor de toekenning en voortzetting van de sociale zekerheidsuitkering vragen stelt aan de aanvrager of rechthebbende van de uitkering om onder andere vast te kunnen stellen of de uitkering kan worden toegekend, voortgezet of qua hoogte moet worden aangepast, en om de aanvrager of rechthebbende van de uitkering desgewenst te informeren over zijn rechten en plichten met betrekking tot de uitkering.
2. Voor het overige hebben de in deze Administratieve Schikking gebruikte termen dezelfde betekenis als in het Verdrag.
De voor de uitvoering van deze Administratieve Schikking bevoegde organen zijn:
1. Voor het Koninkrijk België:
a. Voor ziekte- en invaliditeitsuitkeringen: het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV) of zijn rechtsopvolger;
b. Voor de rustpensioenen en de overlevingspensioenen van de stelsels voor werknemers en voor de openbare sector: de Federale Pensioendienst (FPD) of zijn rechtsopvolger;
c. Voor de rustpensioenen en de overlevingspensioenen van het stelsel voor zelfstandigen: het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ) of zijn rechtsopvolger;
d. Voor werkloosheidsuitkeringen: de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) of zijn rechtsopvolger.
2. Voor het Koninkrijk der Nederlanden:
a. Voor ziekte-, invaliditeits- en werkloosheidsuitkeringen: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) of zijn rechtsopvolger;
b. Voor ouderdomspensioenen en uitkeringen aan nagelaten betrekkingen: de Sociale verzekeringsbank (SVB) of haar rechtsopvolger.
1. Het orgaan dat bevoegd is voor de toekenning, voortzetting en beëindiging van een uitkering of sociaalzekerheidsrecht kan administratieve controles verrichten door het afnemen van interviews met de aanvrager of rechthebbende van een uitkering in diens woon- of verblijfland.
2. Deze interviews vinden plaats in het woon- of verblijfland van de aanvrager of rechthebbende van de uitkering op de kantoren van de bevoegde zusterorganen. Hiervoor worden de beschikbare kantoren telkens in onderlinge overeenstemming aangewezen tussen de bevoegde zusterorganen. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de nabijheid van de woon- of verblijfplaats van de aanvrager of rechthebbende van de uitkering, en met de beschikbaarheid van lokalen bij het bevoegde zusterorgaan.
3. Het orgaan dat bevoegd is voor de toekenning, voortzetting of beëindiging van een uitkering kan een verzoek indienen tot het afnemen van interviews bij het bevoegde zusterorgaan. Het verzoekend orgaan levert voor afname van het interview schriftelijk de benodigde gegevens aan bij het bevoegde zusterorgaan voor toegang tot de locatie. Dit bevat in ieder geval de identiteit van de aanwezige personen, waaronder de geïnterviewde, en de socialezekerheidsuitkering waar het interview betrekking op heeft.
4. In overeenstemming tussen de bevoegde zusterorganen wordt elk jaar bepaald hoeveel interviews er worden afgenomen op de kantoren van het bevoegde zusterorgaan. Dit aantal dient als streefgetal om enerzijds de mogelijkheid van het afnemen van voldoende interviews te waarborgen en anderzijds rekening te houden met de capaciteit van het betrokken zusterorgaan. Tussen de Verdragsluitende Partijen worden op deze wijze een aantal interviews overeengekomen, waarbij het uitgangspunt is om 50 interviews per aangezocht bevoegd orgaan te houden. In goed onderling overleg kunnen bevoegde organen dit aantal aanpassen.
5. Het contact met de aanvrager of rechthebbende van de socialezekerheidsuitkering verloopt via het orgaan dat bevoegd is voor de toekenning, voortzetting en beëindiging van de uitkering.
6. De bevoegde organen wijzen voor elk bevoegd orgaan een functionaris aan als contactpersoon die benaderd kan worden voor het maken van afspraken van interviews. De bevoegde zusterorganen informeren elkaar wie die functionaris is en informeren elkaar onverwijld van wijzigingen dienaangaande.
1. Het orgaan dat is bevoegd voor de toekenning, voortzetting en beëindiging van een uitkering of sociaalzekerheidsrecht vergoedt naar redelijkheid de (reis)kosten die de aanvrager of rechthebbende van de uitkering moet maken in verband met een interview op het aangewezen kantoor van het aangezochte bevoegde zusterorgaan in het woon- of verblijfland van de aanvrager of rechthebbende.
2. De betrokken zusterorganen kunnen een (forfaitaire) vergoeding overeenkomen voor de kosten die zijn gemaakt in het kader van de interviews.
1. De Verdragsluitende Partijen stellen elkaar schriftelijk in kennis van de voltooiing van de interne procedures voor inwerkingtreding van deze Administratieve Schikking. De Administratieve Schikking treedt in werking op de dag van ontvangst van de laatste kennisgeving, maar niet eerder dan de dag waarop het Verdrag in werking treedt.
2. Deze Administratieve Schikking heeft dezelfde geldigheidsduur als het Verdrag en blijft in werking zolang het Verdrag in werking blijft voor zowel het Koninkrijk België als het Koninkrijk der Nederlanden.
3. Elke Verdragsluitende Partij kan deze Administratieve Schikking opzeggen door een schriftelijke kennisgeving daartoe aan de andere Verdragsluitende Partij. De opzegging wordt van kracht zes maanden na deze kennisgeving.
4. De uitvoering van deze Administratieve Schikking wordt door de bevoegde organen geëvalueerd één jaar na inwerkingtreding ervan. Aan het einde van dit jaar zal de frequentie van toekomstige evaluaties door de betrokken bevoegde organen worden bepaald. Daarbij zal worden beoordeeld of het aantal interviews voor de betrokken organen passend is en of er aandachtspunten of verschillen in inzicht zijn geconstateerd en hoe deze kunnen worden opgelost. De Verdragsluitende Partijen committeren zich eraan deze mogelijke verschillen in inzicht in goed vertrouwen op te lossen.
5. Indien één van de Verdragsluitende Partijen de inhoud van deze Administratieve Schikking wenst te wijzigen, treden de Verdragsluitende Partijen met elkaar in overleg teneinde overeenstemming te vinden over de eventueel aan te brengen wijzigingen. Een wijziging dient schriftelijk te worden overeengekomen en bevat in ieder geval een regeling inzake de inwerkingtreding ervan.
6. De betrokken bevoegde organen bedoeld in artikel 2 kunnen nadere samenwerkingsafspraken sluiten ten behoeve van de praktische uitvoering van deze Administratieve Schikking.
TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd, deze Administratieve Schikking hebben ondertekend.
GEDAAN te Brussel, op 9 maart 2026, in twee exemplaren, in de Nederlandse en de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.
Voor het Koninkrijk België F. VANDENBROUCKE
Voor het Koninkrijk der Nederlanden J.A. VIJLBRIEF
Le Royaume de Belgique et le Royaume des Pays-Bas,
dénommés ci-après « les Parties Contractantes »
Vu l’article 13, alinéa 4, et l’article 17 du Traité Benelux du 9 mars 2026 pour l’amélioration et le renforcement de la coopération transfrontalière dans le domaine de la lutte contre les fraudes sociales et les erreurs en matière de sécurité sociale, de protection de la santé et de la sécurité au travail et des conditions de travail décentes (ci-après dénommé : « le Traité »),
Considérant le souhait du Royaume de Belgique et du Royaume des Pays-Bas de mettre en œuvre l’article 13 du Traité afin que l’institution compétente pour l’octroi ou le maintien d’une prestation ou d’un droit de sécurité sociale puisse effectuer des contrôles administratifs en menant des entretiens avec le demandeur ou les ayants droit dans le pays de résidence ou de séjour,
Sont convenus de ce qui suit :
1. Aux fins du présent Arrangement Administratif, on entend par :
Le Traité Benelux pour l’amélioration et le renforcement de la coopération transfrontalière dans le domaine de la lutte contre les fraudes sociales et les erreurs en matière de sécurité sociale, de protection de la santé et de la sécurité au travail et des conditions de travail décentes ;
les institutions compétentes chargées d’octroyer, de maintenir et de mettre fin à des prestations de sécurité sociale similaires, étant entendu qu’une institution compétente peut avoir plusieurs institutions compétentes apparentées dans l’autre Partie Contractante ;
entretiens dans les bureaux de l’institution compétente apparentée dans le pays de résidence ou de séjour du demandeur de la prestation de sécurité sociale ou de son ayant droit, tels que visés à l’article 13 du Traité, au cours desquels l’institution compétente chargée de l’octroi et du maintien des prestations de sécurité sociale pose des questions au demandeur ou à l’ayant droit des prestations afin de déterminer, entre autres, si les prestations peuvent être accordées, maintenues ou si leur montant doit être adapté, et en vue d’informer, si souhaité, le demandeur ou l’ayant droit des prestations de ses droits et obligations concernant lesdites prestations.
2. Pour le reste, les termes utilisés dans le présent Arrangement Administratif ont la signification qui leur est donnée à l’article 1er du Traité.
Les institutions compétentes pour l’exécution du présent Arrangement Administratif sont :
1. Pour le Royaume de Belgique :
a) Pour les prestations de maladie et d’invalidité : l’Institut national d’assurance maladie-invalidité (INAMI) ou son ayant cause ;
b) Pour les pensions de retraite et de survie des régimes des travailleurs salariés et des travailleurs du secteur public : le Service fédéral des Pensions (SFP) ou son ayant cause ;
c) Pour les pensions de retraite et de survie du régime des travailleurs indépendants : l’Institut national d’assurances sociales pour travailleurs indépendants (INASTI) ou son ayant cause ;
d) Pour les allocations de chômage : l’Office national de l’emploi (ONEM) ou son ayant cause.
2. Pour le Royaume des Pays-Bas :
a) Pour les prestations de maladie, d’invalidité et de chômage : l’« Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen » (UWV) ou son ayant cause ;
b) Pour les pensions de vieillesse et les pensions de survivants : la « Sociale verzekeringsbank » (SVB) ou son ayant cause.
1. L’institution compétente pour l’octroi, le maintien ou la suppression d’une prestation ou d’un droit de sécurité sociale peut effectuer des contrôles administratifs en menant des entretiens avec le demandeur ou l’ayant droit d’une prestation dans le pays de résidence ou de séjour.
2. Ces entretiens ont lieu dans le pays de résidence ou de séjour du demandeur ou de l’ayant droit de prestations dans les bureaux des institutions compétentes apparentées. Les bureaux disponibles à cet effet sont désignés à chaque fois d’un commun accord entre les institutions compétentes apparentées. Il convient à cet égard de tenir compte de la proximité du lieu de résidence ou de séjour du demandeur de la prestation ou de son ayant droit, et de la disponibilité de locaux au sein de l’institution compétente apparentée.
3. L’institution compétente chargée de l’octroi, du maintien ou de la suppression d’une prestation peut demander à l’institution compétente apparentée de mener des entretiens. Avant la réalisation de l’entretien, l’institution requérante transmet par écrit à l’institution compétente apparentée les informations nécessaires pour l’accès au lieu concerné. Ces informations comprennent au minimum l’identité des personnes présentes, y compris celle de la personne interrogée, ainsi que la prestation de sécurité sociale à laquelle l’entretien se rapporte.
4. Le nombre d’entretiens à mener dans les bureaux de l’institution compétente apparentée est déterminé chaque année d’un commun accord entre les institutions compétentes apparentées. Ce nombre sert de valeur de référence afin, d’une part, de garantir la possibilité de réaliser un nombre suffisant d’entretiens et, d’autre part, de tenir compte de la capacité de l’institution compétente apparentée. De cette manière, un nombre d’entretiens est convenu entre les Parties Contractantes, l’objectif étant de convenir de 50 entretiens par institution compétente sollicitée. Les institutions compétentes peuvent, d’un commun accord, ajuster ce nombre.
5. Le contact avec le demandeur de prestations de sécurité sociale ou son ayant droit se fait par l’intermédiaire de l’institution compétente pour l’octroi, le maintien et la suppression des prestations.
6. Les institutions compétentes désignent un fonctionnaire pour chaque institution compétente en tant que personne de contact à laquelle il est possible de s’adresser pour organiser les entretiens. Les institutions compétentes apparentées s’informent mutuellement de l’identité de ce fonctionnaire et se communiquent sans délai toute modification à cet égard.
1. L’institution compétente pour l’octroi, le maintien ou la suppression d’une prestation ou d’un droit de sécurité sociale rembourse, dans des limites raisonnables, les frais (de déplacement) engagés par le demandeur de la prestation ou son ayant droit pour se rendre à un entretien dans les locaux désignés de l’institution compétente apparentée sollicitée, situés dans le pays de résidence ou de séjour du demandeur ou de l’ayant droit.
2. Les institutions compétentes apparentées concernées peuvent convenir d’une indemnité (forfaitaire) pour les frais engagés dans le cadre des entretiens.
1. Les Parties Contractantes s’informent mutuellement par écrit de l’achèvement des procédures internes nécessaires à l’entrée en vigueur du présent Arrangement Administratif. L’Arrangement Administratif entre en vigueur le jour de la réception de la dernière notification, mais au plus tôt à la date d’entrée en vigueur du Traité.
2. Le présent Arrangement Administratif a la même durée de validité que le Traité et reste en vigueur tant que le Traité reste en vigueur, tant pour le Royaume de Belgique que pour le Royaume des Pays-Bas.
3. Chacune des Parties Contractantes peut dénoncer le présent Arrangement Administratif par notification écrite à l’autre Partie Contractante. La résiliation prend effet six mois après cette notification.
4. La mise en œuvre du présent Arrangement Administratif est évaluée par les institutions compétentes un an après son entrée en vigueur. À la fin de cette année, la fréquence des évaluations futures sera déterminée par les institutions compétentes concernées. Il sera alors évalué si le nombre d’entretiens est approprié pour les institutions concernées et si des points d’attention ou des divergences de vues ont été constatés, ainsi que la manière dont celles-ci peuvent être résolues. Les Parties Contractantes s’engagent à résoudre ces éventuelles divergences de vues en toute bonne foi.
5. Dans le cas où une des Parties Contractantes souhaiterait modifier le contenu du présent Arrangement Administratif, les Parties Contractantes se concerteront en vue de se mettre d’accord au sujet des éventuelles modifications à apporter. Toute modification doit être convenue par écrit et doit dans tous les cas comporter une disposition relative à son entrée en vigueur.
6. Les institutions compétentes concernées visées à l’article 2 peuvent conclure des accords de coopération plus détaillés en vue de la mise en œuvre pratique du présent Arrangement Administratif.
EN FOI DE QUOI, les soussignés, dûment autorisés à cet effet, ont signé le présent Arrangement Administratif.
FAIT à Bruxelles, le 9 mars 2026, en deux exemplaires, en langues française et néerlandaise, les deux textes faisant également foi.
Pour le Royaume de Belgique F. VANDENBROUCKE
Pour le Royaume des Pays-Bas J.A. VIJLBRIEF
De Administratieve Schikking behoeft ingevolge artikel 91 van de Grondwet de goedkeuring van de Staten-Generaal, alvorens het Koninkrijk aan de Administratieve Schikking kan worden gebonden.
De bepalingen van de Administratieve Schikking zullen ingevolge artikel 5, eerste lid, in werking treden op de dag van ontvangst van de laatste kennisgeving aan elkaar dat de Verdragsluitende Partijen de interne procedures voor inwerkingtreding van de Administratieve Schikking hebben voltooid, maar niet eerder dan de dag waarop het Benelux-Verdrag ter verbetering en versterking van de grensoverschrijdende samenwerking op het gebied van de bestrijding van de sociale fraude en onjuistheden in de sociale zekerheid, de bescherming van de gezondheid en de veiligheid op het werk en van fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden in werking treedt.
Uitgegeven de achtentwintigste mei 2026.
De Minister van Buitenlandse Zaken, T.B.W. BERENDSEN
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/trb-2026-62.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.