Tractatenblad van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum totstandkoming |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Buitenlandse Zaken | Tractatenblad 2026, 24 | Verdrag |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum totstandkoming |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Buitenlandse Zaken | Tractatenblad 2026, 24 | Verdrag |
20 (2025) Nr. 2
Verdrag tot oprichting van een internationale schadevergoedingscommissie voor Oekraïne;
’s-Gravenhage, 16 december 2025
Voor een overzicht van de verdragsgegevens, zie verdragsnummer 014152 in de Verdragenbank.
De ondertekenaars van dit verdrag,
Herinnerend aan de verplichtingen die krachtens artikel 2 van het Handvest van de Verenigde Naties op alle staten rusten, waaronder de verplichting om zich in hun internationale betrekkingen te onthouden van bedreiging met of het gebruik van geweld tegen de territoriale integriteit of de politieke onafhankelijkheid van een staat, en van elke andere handelwijze die onverenigbaar is met de doelstellingen van de Verenigde Naties, en om hun internationale geschillen langs vreedzame weg tot een oplossing te brengen;
Uiting gevend aan hun ernstige bezorgdheid over het verlies van mensenlevens, de ontheemding van burgers, de catastrofale vernietiging van infrastructuur en natuurlijke hulpbronnen, het verlies van openbare en particuliere eigendom, en de economische calamiteit als gevolg van de agressie van de Russische Federatie tegen Oekraïne;
Indachtig het belang van het handhaven en versterken van internationale vrede op basis van vrijheid, gelijkheid, rechtvaardigheid en eerbiediging van de mensenrechten, en van het ontwikkelen van vriendschappelijke betrekkingen tussen naties, ongeacht hun politieke, economische en sociale stelsels of ontwikkelingsniveau;
Herinnerend aan Resolutie ES-11/1 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties van 2 maart 2022, getiteld „Agressie tegen Oekraïne”, waarin de Algemene Vergadering de agressie van de Russische Federatie tegen Oekraïne in de meest krachtige bewoordingen veroordeelt als zijnde in strijd met artikel 2, lid 4, van het Handvest van de Verenigde Naties;
Herinnerend aan de artikelen van de Commissie voor internationaal recht inzake de aansprakelijkheid van staten voor internationaal onrechtmatige daden en de verplichting van de aansprakelijke staat om de door de internationaal onrechtmatige daad veroorzaakte schade volledig te vergoeden;
Herinnerend aan Resolutie 60/147 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties van 16 december 2005, waarin de Algemene Vergadering de grondbeginselen en richtsnoeren betreffende het recht op verhaal en schadevergoeding van slachtoffers van grove schendingen van het internationaal recht inzake de mensenrechten en ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht heeft vastgesteld;
Herinnerend aan Resolutie ES-11/5 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties van 14 november 2022, getiteld „Bevordering van rechtsmiddelen en herstel voor de agressie tegen Oekraïne”, waarin de Algemene Vergadering heeft erkend dat de Russische Federatie ter verantwoording moet worden geroepen voor schendingen van het internationaal recht in of tegen Oekraïne, met inbegrip van haar agressie in strijd met het Handvest van de Verenigde Naties, alsook voor schendingen van het internationaal humanitair recht en het internationaal recht inzake de mensenrechten;
Eraan herinnerend dat de Algemene Vergadering in Resolutie ES-11/5 verder heeft erkend dat de Russische Federatie de juridische gevolgen moet dragen van al haar internationaal onrechtmatige daden, met inbegrip van het vergoeden van de schade die door die daden is veroorzaakt;
Eraan herinnerend dat de Algemene Vergadering verder heeft erkend dat er, in samenwerking met Oekraïne, een internationaal mechanisme moet worden ingesteld voor de vergoeding van schade, verlies of letsel als gevolg van de internationaal onrechtmatige daden van de Russische Federatie in of tegen Oekraïne;
Eraan herinnerend dat de Algemene Vergadering de lidstaten heeft aanbevolen om, in samenwerking met Oekraïne, een internationaal schaderegister in te stellen dat dient als documentenregister van bewijsmateriaal en informatie over vorderingen in verband met schade, verlies of letsel berokkend aan alle betrokken natuurlijke en rechtspersonen, alsmede aan de staat Oekraïne, en veroorzaakt door internationaal onrechtmatige daden van de Russische Federatie in of tegen Oekraïne, en dat het verzamelen van bewijsmateriaal bevordert en coördineert;
Ingenomen met de instelling van het register van schade die is aangericht door de agressie van de Russische Federatie tegen Oekraïne bij Resolutie CM/Res(2023)3 van het Comité van Ministers van de Raad van Europa van 12 mei 2023 tot vaststelling van het uitgebreid gedeeltelijk akkoord over het register van schade als gevolg van de agressie van de Russische Federatie tegen Oekraïne, zoals bevestigd in Resolutie CM/Res(2025)3 van het Comité van Ministers van de Raad van Europa van 9 juli 2025;
Er tevens op wijzend dat het register van schade die is aangericht door de agressie van de Russische Federatie tegen Oekraïne operationeel is en vorderingen ontvangt, verwerkt en registreert overeenkomstig het statuut ervan;
Herinnerend aan het statuut van het register van schade die is aangericht door de agressie van de Russische Federatie tegen Oekraïne, waarin is bepaald dat de werkzaamheden van het register, met inbegrip van het digitale platform met alle daarin opgenomen gegevens over vorderingen en bewijsmateriaal, het eerste onderdeel vormen van een toekomstig internationaal compensatiemechanisme dat, in samenwerking met Oekraïne, bij een afzonderlijk internationaal instrument moet worden ingesteld;
Erop wijzend dat dit verdrag een dergelijk internationaal instrument is en dat daarbij de internationale schadevergoedingscommissie voor Oekraïne wordt opgericht, die het tweede onderdeel vormt van het internationale compensatiemechanisme dat, als derde onderdeel, ook een toekomstig compensatiefonds kan omvatten dat belast zal zijn met de vergoeding van schade, verlies of letsel veroorzaakt door de internationaal onrechtmatige daden van de Russische Federatie in of tegen Oekraïne;
Erop wijzend dat dit verdrag weliswaar betrekking heeft op internationaal onrechtmatige daden van de Russische Federatie die op of na 24 februari 2022 in of tegen Oekraïne zijn gepleegd, maar dat dit de Russische Federatie niet ontslaat van aansprakelijkheid voor internationaal onrechtmatige daden die zij op of na 20 februari 2014 in of tegen Oekraïne heeft gepleegd, noch de mogelijkheid uitsluit van een toekomstige wijziging van dit verdrag waardoor de temporele werkingssfeer ervan kan worden uitgebreid tot 20 februari 2014;
Zich ertoe verbindend de bepalingen van dit verdrag uit te voeren overeenkomstig het internationaal recht,
Zijn in dit open verdrag van de Raad van Europa het volgende overeengekomen:
Voor de toepassing van dit verdrag wordt verstaan onder:
de overeenkomstig artikel 7 van dit verdrag ingestelde vergadering van de leden van de schadevergoedingscommissie;
in de zin van artikel 3 van dit verdrag: vorderingen die overeenkomstig de regels van het register van schade die is aangericht door de agressie van de Russische Federatie tegen Oekraïne, zijn ingediend bij dat register, en – na de overdracht van de werkzaamheden van het register aan de commissie op grond van deel VII van dit verdrag – vorderingen die overeenkomstig de in artikel 25 van dit verdrag bedoelde regels en procedures zijn ingediend;
de bij dit verdrag opgerichte internationale schadevergoedingscommissie voor Oekraïne;
een persoon die overeenkomstig artikel 11 van dit verdrag als lid van een panel is benoemd;
de overeenkomstig artikel 10 van dit verdrag ingestelde raad van de commissie;
de overeenkomstig artikel 14 van dit verdrag benoemde uitvoerend directeur van de commissie;
het overeenkomstig artikel 8 van dit verdrag ingestelde financieel comité van de commissie;
elk lid van de commissie dat in enig begrotingsjaar het hoogste niveau van verplichte bijdragen aan de begroting van de commissie heeft afgedragen op basis van de criteria vastgesteld in Resolutie (94)31 van het Comité van Ministers van de Raad van Europa van 4 november 1994;
elke staat of regionale organisatie voor integratie die lid van de commissie is geworden door partij te worden bij dit verdrag overeenkomstig artikel 27, 28, 30 of 31 van dit verdrag;
elke staat, regionale organisatie voor integratie of internationale organisatie die overeenkomstig artikel 27, lid 2, van dit verdrag waarnemer bij de commissie is geworden;
een panel van commissarissen dat overeenkomstig artikel 12 van dit verdrag is ingesteld;
een organisatie die is opgericht door soevereine staten van een bepaalde regio waaraan haar lidstaten de bevoegdheid hebben overgedragen ter zake van aangelegenheden waarop dit verdrag van toepassing is;
het register van schade die is aangericht door de agressie van de Russische Federatie tegen Oekraïne dat is ingesteld bij Resolutie CM/Res(2023)3 van het Comité van Ministers van de Raad van Europa van 12 mei 2023, zoals bevestigd bij Resolutie CM/Res(2025)3 van het Comité van Ministers van de Raad van Europa van 9 juli 2025;
de regels en voorschriften betreffende de werkzaamheden van de commissie die overeenkomstig artikel 10, lid 2, punt c), van dit verdrag zijn aangenomen door de raad en overeenkomstig artikel 7, lid 4, punt c), van dit verdrag zijn goedgekeurd door de vergadering;
het overeenkomstig artikel 13 van dit verdrag ingestelde secretariaat van de commissie.
De internationale schadevergoedingscommissie voor Oekraïne wordt hierbij opgericht als een onafhankelijk orgaan binnen het institutionele kader van de Raad van Europa.
1. De commissie is een administratief orgaan dat beslist over vorderingen tot vergoeding van schade, verlies of letsel veroorzaakt door internationaal onrechtmatige daden van de Russische Federatie in of tegen Oekraïne, met inbegrip van agressie van de Russische Federatie die in strijd is met het Handvest van de Verenigde Naties, alsook schendingen door de Russische Federatie van het internationaal humanitair recht en het internationaal recht inzake de mensenrechten,
a. op of na 24 februari 2022,
b.
i. op het grondgebied van Oekraïne – binnen zijn internationaal erkende grenzen, waaronder het land, het luchtruim, de binnenwateren en de territoriale zee van Oekraïne,
ii. in de exclusieve economische zone van Oekraïne en op zijn continentaal plat, overeenkomstig het internationaal recht en, voor zover van toepassing, de nationale wetgeving van Oekraïne, of
iii. op luchtvaartuigen of vaartuigen die onder de jurisdictie van Oekraïne vallen, en
c. aan alle betrokken natuurlijke en rechtspersonen, alsmede aan de staat Oekraïne, met inbegrip van Oekraïense regionale en lokale overheden en entiteiten die eigendom zijn of onder zeggenschap staan van de staat Oekraïne.
2. Voor de toepassing van dit verdrag behelst het mandaat dat de commissie krachtens lid 1 heeft, dat de commissie vorderingen onderzoekt en beoordeelt, over deze vorderingen beslist en per geval het bedrag van de verschuldigde vergoeding vaststelt.
3. De commissie behandelt alle administratieve, financiële, procedurele, feitelijke, juridische en beleidskwesties die nodig zijn om een besluit te nemen over vorderingen en per geval het bedrag van de verschuldigde vergoeding vast te stellen.
4. De commissie gaat er bij haar werkzaamheden van uit dat de Russische Federatie, onder internationaal recht, overeenkomstig lid 1 aansprakelijk is voor alle schade, verlies of letsel veroorzaakt door internationaal onrechtmatige daden die door haar in of tegen Oekraïne zijn gepleegd.
5. De besluiten van de commissie, met inbegrip van de overeenkomstig dit verdrag vastgestelde en toegekende bedragen aan schadevergoeding, zijn definitief. De besluiten over de hoogte van een schadevergoeding zijn de uitkomst van een eerlijke en rechtvaardige beoordeling en bepaling van de waarde van een vordering.
6. Wat het functioneren van de commissie betreft, worden de besluiten van de commissie door alle leden van de commissie beschouwd als de definitieve uitspraak over alle feitelijke en juridische vragen met betrekking tot een vordering.
1. De commissie bezit internationale rechtspersoonlijkheid.
2. Bijgevolg beschikt de commissie over de rechtsbevoegdheid die nodig is voor de uitoefening van haar taken, de vervulling van haar mandaat en de bescherming van haar belangen, met name de bevoegdheid om overeenkomsten te sluiten, roerende en onroerende goederen te verwerven en te vervreemden, en in rechte op te treden.
1. De commissie vestigt haar zetel op het grondgebied van een van de partijen bij dit verdrag.
2. De status en het functioneren van de commissie in het gastland worden geregeld in een overeenkomst tussen het gastland en de commissie.
3. De commissie heeft een bureau in Oekraïne om de vergadering, de raad en de panels bij te staan bij de uitvoering van hun taken.
4. De commissie sluit met Oekraïne regelingen en/of overeenkomsten waarin de status en het functioneren van het bureau van de commissie in Oekraïne worden geregeld.
5. De vergadering kan besluiten om bureaus van de commissie in een andere staat te vestigen, mits de betreffende staat daarmee instemt.
1. De commissie, met inbegrip van haar bureau in Oekraïne en eventuele bureaus in andere staten, geniet op het grondgebied van elke staat die lid is, de voorrechten en immuniteiten die nodig zijn voor de uitoefening van haar taken en de vervulling van haar mandaat.
2. De staten die lid zijn, passen op hun grondgebied ten aanzien van de commissie, haar bureaus, de uitvoerend directeur en de andere leden van het secretariaat, en de door de commissie aangestelde deskundigen de regels van het Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa toe, met name:
a. ten aanzien van de commissie, met inbegrip van haar bureaus, eigendommen en bezittingen, de artikelen 3 tot en met 7 van het Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa;
b. ten aanzien van de uitvoerend directeur en de andere leden van het secretariaat, artikel 18 van het Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa;
c. ten aanzien van de door de commissie aangestelde deskundigen, artikel 18, punten a) en e), van het Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa.
3. De staten die lid zijn, verlenen de commissarissen bij de uitoefening van de werkzaamheden van de commissie op hun grondgebied dezelfde voorrechten en immuniteiten als die welke zijn vastgesteld in artikel 16 van het Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa.
4. De vertegenwoordigers van de leden in de organen van de commissie, de commissarissen, de uitvoerend directeur en de andere leden van het secretariaat, en de door de commissie aangestelde deskundigen worden op het grondgebied van iedere staat die lid is, vrijgesteld van rechtsvervolging van welke aard ook voor hetgeen zij in hun officiële hoedanigheid hebben gezegd, geschreven of gedaan, en genieten deze immuniteit ook na afloop van hun ambtstermijn.
5. Elke staat die lid is, kan door middel van een aan de secretaris-generaal van de Raad van Europa gerichte kennisgeving verklaren dat een op grond van de leden 2, 3 en 4 verleende immuniteit van rechtsvervolging niet geldt voor een inbreuk op de voorschriften inzake het verkeer van motorvoertuigen of in geval van schade veroorzaakt door een motorvoertuig dat eigendom is van of is bestuurd door een persoon aan wie bedoelde immuniteit is verleend.
6. De voorrechten en immuniteiten van:
a. de commissarissen kunnen door de vergadering worden opgeheven;
b. de uitvoerend directeur, de andere leden van het secretariaat en de door de commissie aangestelde deskundigen kunnen door de secretaris-generaal van de Raad van Europa worden opgeheven.
7. De in lid 2, punt a), bedoelde immuniteit kan door de vergadering worden opgeheven. De werkingssfeer van bedoelde opheffing van immuniteit strekt zich niet uit tot tenuitvoerleggings- of confiscatiemaatregelen met betrekking tot eigendommen van de commissie, met inbegrip van haar digitale platform en alle gegevens over vorderingen en bewijsmateriaal, waarvoor een afzonderlijke opheffing door de vergadering is vereist.
8. In het geval dat een lid zijn lidmaatschap opzegt of dit verdrag wordt beëindigd, blijven de leden de in dit artikel bedoelde immuniteiten verlenen.
1. De vergadering is samengesteld uit alle leden van de commissie.
2. De vergadering komt bijeen op de zetel van de commissie, tenzij de vergadering anders beslist. De eerste bijeenkomst van de vergadering wordt bijeengeroepen door de depositaris van dit verdrag binnen een jaar na de inwerkingtreding van dit verdrag.
3. De vergadering kiest een voorzitter en twee vicevoorzitters voor een periode van drie jaar. De voorzitter van de vergadering of, bij afwezigheid van de voorzitter, een van de vicevoorzitters leidt de werkzaamheden van de vergadering en voert andere taken uit overeenkomstig het door de vergadering vastgestelde reglement van orde.
4. De vergadering:
a. draagt de algemene verantwoordelijkheid voor de vervulling van het mandaat van de commissie en houdt toezicht op de werkzaamheden van de organen van de commissie;
b. beveelt de leden en de organen van de commissie, alsook de in punt i) bedoelde hulporganen, maatregelen aan om de doelstellingen van de commissie te verwezenlijken;
c. verleent haar goedkeuring aan de door de raad overeenkomstig artikel 10, lid 2, punt c), van dit verdrag aangenomen regels en voorschriften betreffende de werkzaamheden van de commissie;
d. wijst de leden van de raad aan overeenkomstig artikel 10 van dit verdrag;
e. verleent ten minste eenmaal per jaar haar goedkeuring aan de lijst van kandidaten voor de functie van commissaris en werkt deze lijst bij;
f. kiest tijdens haar eerste bijeenkomst, en indien nodig daarna, de uitvoerend directeur van de commissie voor benoeming door de secretaris-generaal van de Raad van Europa;
g. machtigt de uitvoerend directeur tot het overdragen van het register aan de commissie overeenkomstig de artikelen 24 en 25 van dit verdrag op een tijdstip dat de vergadering passend acht, rekening houdend met de gevolgen voor de jaarlijks vastgestelde bijdragen van de leden;
h. machtigt de raad, op aanbeveling van diezelfde raad, tot het instellen van panels en het benoemen van de vereiste commissarissen op een tijdstip dat de vergadering passend acht, rekening houdend met de gevolgen voor de jaarlijks vastgestelde bijdragen van de leden;
i. stelt op aanbeveling van de raad en/of de uitvoerend directeur alle hulporganen in die nodig zijn voor de uitoefening van de taken van de commissie;
j. stelt de jaarlijkse verdeelsleutel voor de bijdragen vast;
k. stelt de jaarlijkse begroting van de commissie vast;
l. stelt het jaarlijks financieel verslag van de commissie vast;
m. stelt het jaarlijks activiteitenverslag van de commissie vast, en
n. vervult elke andere taak die haar bij dit verdrag is opgedragen, alsook elke andere taak die nodig is voor de vervulling van het mandaat van de commissie en die niet bij dit verdrag is opgedragen aan de raad, de panels van commissarissen, de uitvoerend directeur of het secretariaat. De vergadering kan al deze andere taken of een deel ervan aan de raad delegeren.
5. De vergadering komt bijeen zo vaak als nodig is, maar ten minste eenmaal per jaar. De vergadering komt bijeen wanneer zij daartoe besluit, op verzoek van de raad of op verzoek van een lid indien een dergelijk verzoek wordt gesteund door een derde van de leden. De voorzitter heeft het recht om de vergadering in dringende gevallen bijeen te roepen voor een buitengewone bijeenkomst. Met inachtneming van lid 6, is voor besluitvorming door de vergadering de aanwezigheid van een meerderheid van alle leden vereist.
6. De vergadering kan besluiten nemen via een schriftelijke procedure en langs elektronische weg, zoals bepaald in het reglement van orde van de vergadering.
7. De vergadering kan voor specifieke gebieden die van belang zijn voor de vergadering of de commissie als geheel, adviescomités instellen om bijstand te verlenen bij de werkzaamheden van de vergadering.
8. De vergadering stelt haar reglement van orde vast en alle andere regels of regelingen die nodig zijn voor de uitvoering van haar taken.
9. Het secretariaat fungeert als het secretariaat van de vergadering.
1. De vergadering stelt het financieel comité in als hulporgaan van de vergadering. Het financieel comité:
a. stelt de jaarlijkse bijdragen van de leden vast overeenkomstig artikel 23, lid 3, van dit verdrag;
b. adviseert het secretariaat bij het opstellen van de begroting van de commissie;
c. toetst de door het secretariaat voor het volgend jaar opgestelde ontwerpbegroting van de commissie en brengt verslag uit aan de vergadering;
d. toetst en geeft toestemming voor de aanvaarding van de bijdragen van andere entiteiten dan leden en waarnemers overeenkomstig artikel 23, lid 4, van dit verdrag;
e. doet aanbevelingen aan de vergadering met betrekking tot andere relevante financiële kwesties, en
f. verricht alle andere taken in verband met financiële kwesties die haar door de vergadering zijn toegewezen.
2. Het financieel comité is samengesteld uit vertegenwoordigers van:
a. alle leden die grote contribuanten aan de begroting van de commissie zijn;
b. andere leden en waarnemers die een bedrag bijdragen aan de begroting van de commissie dat ten minste gelijk is aan de verplichte bijdrage van de grote contribuanten voor het begrotingsjaar waarvoor zij die bijdrage hebben gedaan;
c. andere door de vergadering gekozen leden.
3. De vergadering bepaalt het aantal leden en het aantal waarnemers als bedoeld in lid 2, punt b), en lid 2, punt c). De vergadering herziet deze aantallen jaarlijks. Het aantal waarnemers mag niet groter zijn dan het aantal leden.
4. In het geval dat de commissie voldoende middelen uit andere bronnen dan de vastgestelde bijdragen ontvangt om in haar begrotingsbehoeften te voorzien, bestaat het financieel comité alleen uit vertegenwoordigers van door de vergadering gekozen leden.
5. Het financieel comité streeft ernaar zijn besluiten bij consensus te nemen. Indien geen consensus wordt bereikt, en tenzij in dit verdrag anders is bepaald, neemt het financieel comité zijn besluiten met een tweederdemeerderheid van de uitgebrachte stemmen, waarbij elk lid van het financieel comité één stem heeft. Voor de besluitvorming van het financieel comité is de aanwezigheid van een meerderheid van de leden van het financieel comité vereist.
6. Besluiten over procedurele aangelegenheden worden genomen met een meerderheid van de uitgebrachte stemmen. In geval van twijfel of onzekerheid over de vraag of het om een procedurele aangelegenheid gaat, wordt het besluit genomen overeenkomstig lid 5.
7. Het financieel comité vergadert zo vaak als nodig is en brengt verslag uit aan de vergadering. Het financieel comité kan leden, waarnemers en andere staten en entiteiten die de commissie tijdens de desbetreffende verslagperiode financieel hebben ondersteund, uitnodigen om de bijeenkomsten van het financieel comité bij te wonen.
8. Het secretariaat verleent het financieel comité de nodige administratieve ondersteuning.
1. Tenzij dit verdrag uitdrukkelijk een andere drempel voorschrijft, stelt de vergadering met een tweederdemeerderheid van de uitgebrachte stemmen haar besluiten vast.
2. De in artikel 7, lid 4, punten g) en h), van dit verdrag bedoelde besluiten worden genomen met een tweederdemeerderheid van de uitgebrachte stemmen, met inbegrip van de voorstemmen van alle grote contribuanten.
3. Besluiten over procedurele aangelegenheden worden genomen met een meerderheid van de uitgebrachte stemmen. In geval van twijfel of onzekerheid over de vraag of het om een procedurele aangelegenheid gaat, wordt het besluit genomen overeenkomstig lid 1.
4. Elk lid beschikt in de vergadering over één stem.
1. De samenstelling van de raad wordt als volgt bepaald:
a. de raad bestaat uit ten minste negen en ten hoogste vijftien leden. Tenzij de vergadering anders besluit, hebben de leden van de raad bij toerbeurt zitting voor een periode van drie jaar. De vergadering bepaalt de samenstelling van de raad op basis van een lijst van leden die blijk hebben gegeven van belangstelling voor het lidmaatschap van de raad, waarbij wordt uitgegaan van de volgorde waarin deze leden lid zijn geworden;
b. de vergadering bepaalt op haar eerste bijeenkomst, of zo spoedig mogelijk daarna, welke de initiële negen leden van de raad zijn;
c. de vergadering wijst drie extra leden van de raad aan op de eerstvolgende bijeenkomst na de neerlegging van de dertigste akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van dit verdrag of van toetreding daartoe, en drie extra leden na de neerlegging van de veertigste akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van dit verdrag of van toetreding daartoe;
d. wanneer Oekraïne en/of de Russische Federatie lid zijn van de raad overeenkomstig het bepaalde in punt a), onthouden zij zich van stemmingen op basis van lid 2, punt b), punt c), ii) tot en met v), en punt d). Wanneer Oekraïne en/of de Russische Federatie wel lid zijn, maar geen lid van de raad, worden zij uitgenodigd om deel te nemen aan de bijeenkomsten van de raad, met het recht om hun standpunt uiteen te zetten, maar zonder stemrecht;
e. de vergadering stelt de regels vast voor het rouleren van het lidmaatschap van de raad overeenkomstig de bepalingen van dit artikel, met inbegrip van regels die zien op de continuïteit van de werkzaamheden van de raad wanneer het lidmaatschap rouleert.
2. De raad, onverminderd artikel 7 van dit verdrag:
a. is verantwoordelijk voor de uitoefening van het mandaat van de commissie;
b. benoemt de commissarissen uit de overeenkomstig artikel 7, lid 4, punt e), van dit verdrag door de vergadering goedgekeurde kandidatenlijst en stelt overeenkomstig artikel 12 van dit verdrag panels in;
c. neemt de regels en voorschriften betreffende de werkzaamheden van de commissie aan, die vervolgens ter goedkeuring aan de vergadering worden voorgelegd, welke regels en voorschriften onder meer zien op de vaststelling van:
i. de regels en procedures voor de benoeming van commissarissen in en hun ontslag uit panels;
ii. de regels en procedures voor de indiening, toetsing en beoordeling van en besluitvorming over vorderingen, en voor de vaststelling per geval van het bedrag van de verschuldigde vergoeding;
iii. de normen en vereisten waaraan bewijs moet voldoen;
iv. de regels voor de beoordeling van schade, verlies of letsel;
v. de normen en benaderingswijzen met betrekking tot vergoedingen;
vi. de procedures voor het oplossen van betwiste kwesties;
vii. de volgorde waarin vorderingen worden getoetst en beoordeeld en erover wordt beslist;
viii. de regels en procedures die nodig zijn voor de voortzetting van de werkzaamheden van het register in het kader van de commissie, en
ix. andere aangelegenheden die onder de bevoegdheid van de raad vallen;
d. heeft de bevoegdheid tot het aannemen of terugzenden van de aanbevelingen van de panels voor besluiten die zien op de bedragen aan schadevergoeding die in verband met door de panels behandelde vorderingen zijn verschuldigd, alsook voor besluiten die zien op de juridische en feitelijke grondslag van die aanbevelingen, met inachtneming van de artikelen 17 en 18 van dit verdrag, en
e. verricht alle andere taken die de vergadering aan de raad heeft gedelegeerd.
3. De raad komt regelmatig bijeen voor het behandelen van de aanbevelingen van de panels voor besluiten betreffende behandelde vorderingen en het nemen van alle andere besluiten die nodig zijn voor de uitvoering van zijn taken. Het secretariaat kan met raadgevende stem aan de bijeenkomsten van de raad deelnemen.
4. De raad streeft ernaar zijn besluiten bij consensus te nemen. Indien geen consensus wordt bereikt, en tenzij in dit verdrag anders is bepaald, neemt de raad zijn besluiten met een tweederdemeerderheid van de uitgebrachte stemmen, waarbij elk lid van de raad één stem heeft. Met inachtneming van lid 5, is voor de besluitvorming van de raad de aanwezigheid van een meerderheid van de leden van de raad vereist.
5. De raad kan besluiten nemen via een schriftelijke procedure en langs elektronische weg, zoals bepaald in zijn reglement van orde.
6. Besluiten over procedurele aangelegenheden worden genomen met een meerderheid van de uitgebrachte stemmen. In geval van twijfel of onzekerheid over de vraag of het om een procedurele aangelegenheid gaat, wordt het besluit genomen overeenkomstig lid 4.
7. De raad stelt zijn reglement van orde vast en alle andere regelingen die nodig zijn voor de uitvoering van zijn taken. De raad kiest uit zijn midden een voorzitter en één of twee vicevoorzitters voor een ambtstermijn van één jaar, met de mogelijkheid tot herverkiezing.
8. De raad brengt tweemaal per jaar verslag uit aan de vergadering. Dit verslag bevat het aantal door de raad behandelde vorderingen en het totale bedrag aan schadevergoeding dat in elke categorie is toegekend, alsook een samenvatting van alle andere belangrijke feitelijke of juridische kwesties die relevant zijn voor de werkzaamheden van de commissie.
1. De commissarissen worden benoemd op basis van inclusiviteit, waarbij wordt gelet op onafhankelijkheid, onpartijdigheid, integriteit, een sterk moreel karakter, ervaring, professionele multidisciplinaire deskundigheid, brede geografische vertegenwoordiging en genderevenwicht. De commissarissen zijn deskundig op gebieden als internationaal recht, geschillenbeslechting, financiën, boekhouding, verzekering of schadebeoordeling. De raad kan aanvullende vereisten voor de benoeming van commissarissen vaststellen om tegemoet te komen aan specifieke behoeften van de panels.
2. De kandidaten voor de functie van commissaris kunnen door de leden worden voorgedragen. Personen kunnen zich ook rechtstreeks kandidaat stellen voor deze functie. Het secretariaat organiseert de procedure van voordracht en sollicitatie, screent de kandidaten en stelt een lijst op van kandidaten die in aanmerking komen voor de functie.
3. Het secretariaat legt de lijst van kandidaten ter goedkeuring voor aan de vergadering. Het secretariaat legt jaarlijks of op verzoek van de vergadering of de raad een bijgewerkte lijst ter goedkeuring voor aan de vergadering.
4. Kandidaten kunnen niet worden uitgesloten louter op grond van hun nationaliteit.
5. De voorwaarden voor de aanstelling van commissarissen, met inbegrip van hun bezoldiging, worden vastgesteld door de raad.
6. De commissarissen nemen op persoonlijke titel zitting en zijn beschikbaar om hun taken op doeltreffende wijze uit te voeren.
1. De raad stelt panels in om vorderingen te toetsen en te beoordelen en om per geval het bedrag van de verschuldigde vergoeding vast te stellen. De panels doen aanbevelingen voor besluiten die ter goedkeuring aan de raad worden voorgelegd.
2. De raad bepaalt, op aanbeveling van het secretariaat en rekening houdend met overwegingen van doelmatigheid, flexibiliteit en werklast, het aantal in te stellen panels en het mandaat van elk panel.
3. Elk panel bestaat uit drie commissarissen, die door de raad in dat panel zijn benoemd.
4. De commissarissen van elk panel kiezen uit hun midden bij consensus de voorzitter van het panel. Indien zij geen consensus bereiken, wijst de raad de voorzitter aan.
1. De commissie heeft een secretariaat onder leiding van een uitvoerend directeur.
2. Het secretariaat verleent, onder het gezag van de uitvoerend directeur, inhoudelijke, technische en administratieve ondersteuning voor het onderhoud en functioneren van de commissie.
3. Het secretariaat beschikt over of verwerft de nodige deskundigheid voor de uitvoering van zijn taken, met inbegrip van voldoende deskundigheid in het toepasselijke nationale recht en beheersing van de relevante talen.
4. Het statuut van het personeel van de Raad van Europa is van toepassing op het secretariaat. De onderdanen van alle lidstaten van de Raad van Europa en de onderdanen van alle leden komen in aanmerking voor aanstelling als personeelslid van de commissie. De vergadering kan voorts afwijken van de toepasselijke regels en voorschriften van de Raad van Europa, met inbegrip van de regels en voorschriften betreffende de nationaliteit van het personeel, indien dit ten goede komt aan de uitvoering van de taken van de commissie. Bedoelde goedgekeurde afwijkingen worden meegedeeld aan het Comité van Ministers en de secretaris-generaal van de Raad van Europa.
1. De uitvoerend directeur vertegenwoordigt de commissie en is gemachtigd om namens de commissie op te treden.
2. De uitvoerend directeur is gemachtigd om namens de commissie contracten, overeenkomsten en regelingen te sluiten. Internationale overeenkomsten worden door de uitvoerend directeur namens de commissie gesloten na voorafgaande goedkeuring door de vergadering. Regelingen met nationale of internationale organen betreffende de uitwisseling van informatie over vorderingen of bewijsmateriaal worden door de uitvoerend directeur namens de commissie gesloten na voorafgaande goedkeuring door de raad.
3. De secretaris-generaal van de Raad van Europa delegeert aan de uitvoerend directeur de bevoegdheden die nodig zijn voor de uitoefening van de taken van de uitvoerend directeur met betrekking tot het secretariaat.
4. De uitvoerend directeur:
a. heeft de dagelijkse verantwoordelijkheid voor het toezicht op en het beheer van de werkzaamheden van het secretariaat;
b. zorgt voor de inhoudelijke, technische, administratieve en organisatorische ondersteuning van de werkzaamheden van de vergadering, de raad en de panels, onder meer door het organiseren van geregelde contacten en het voorbereiden van hun bijeenkomsten;
c. is verantwoordelijk voor het ter behandeling doorsturen van vorderingen naar de panels en het doorsturen van aanbevelingen van de panels naar de raad;
d. onderhoudt contacten met betrokken nationale en internationale organen over uiteenlopende kwesties in verband met de werkzaamheden van de commissie, met inbegrip van kwesties in verband met vorderingen en bewijsmateriaal, en
e. verricht alle andere taken die bij dit verdrag aan de uitvoerend directeur zijn opgedragen of door de vergadering en/of de raad aan de uitvoerend directeur worden gedelegeerd.
5. De uitvoerend directeur wordt verkozen door de vergadering. Na zijn of haar verkiezing door de vergadering wordt de uitvoerend directeur benoemd door de secretaris-generaal van de Raad van Europa en wordt verwacht dat hij of zij deze functie vier jaar bekleedt, welke termijn kan worden verlengd.
6. De leden worden uitgenodigd om kandidaten voor de functie voor te dragen, waarbij rekening wordt gehouden met de aard van de vorderingen die bij de commissie worden ingediend.
7. Kandidaten moeten personen zijn van integriteit, met een sterk moreel karakter, passende ervaring en beroepskwalificaties die passen bij de functie.
1. De commissarissen, alsmede de uitvoerend directeur en de andere leden van het secretariaat, oefenen hun taken onafhankelijk uit.
2. Bij de uitoefening van hun taken vragen noch aanvaarden de commissarissen, alsmede de uitvoerend directeur en de andere leden van het secretariaat, instructies van regeringen of van andere autoriteiten of entiteiten buiten de commissie. Zij onthouden zich van handelingen die afbreuk kunnen doen aan hun positie als internationaal ambtenaar die uitsluitend aan de commissie verantwoording verschuldigd is.
3. Alle leden, alsmede de Raad van Europa en zijn organen, verbinden zich ertoe het volledig onafhankelijke karakter van de verantwoordelijkheden van de commissarissen, alsook van die van de uitvoerend directeur en de andere leden van het secretariaat, te eerbiedigen en niet te pogen hen te beïnvloeden bij de vervulling van hun taken.
4. De commissarissen, alsmede de uitvoerend directeur en de andere leden van het secretariaat, hebben geen persoonlijk of financieel belang bij aangelegenheden die aan de commissie worden voorgelegd. Eventuele belangenconflicten worden openbaar gemaakt en aangepakt overeenkomstig de regels van de commissie.
5. De regels inzake belangenconflicten en openbaarmaking voor de commissarissen, en voor zover van toepassing de uitvoerend directeur en de andere leden van het secretariaat, worden vastgesteld door de raad.
1. De panels onderzoeken vorderingen, stellen vast of vorderingen gegrond zijn, bepalen het bedrag van de in verband met elke vordering verschuldigde vergoeding en doen aanbevelingen voor besluiten die ter goedkeuring aan de raad worden voorgelegd, overeenkomstig de toepasselijke regels en voorschriften.
2. Wanneer gespecialiseerde kennis, deskundigheid of ervaring vereist is, kunnen de panels het secretariaat verzoeken om deskundigen aan te stellen om hen bij te staan.
3. Het onderzoek van vorderingen vindt plaats overeenkomstig de regels en voorschriften. De panels bepalen hun eigen werkmethode.
4. Het secretariaat verleent de panels administratieve, technische, juridische en andere bijstand bij de uitvoering van hun taken, maar is niet betrokken bij de uiteindelijke besluitvorming van de panels.
1. De panels streven ernaar om hun aanbevelingen bij consensus aan te nemen. Indien geen consensus wordt bereikt, worden aanbevelingen voor besluiten aangenomen bij een meerderheid van de commissarissen in het panel. Het secretariaat legt vast of een besluit van een panel bij consensus dan wel bij meerderheid is aangenomen en wat de uitslag van eventuele stemmingen is.
2. De aanbevelingen van de panels voor besluiten worden met redenen omkleed.
1. De raad behandelt de aanbevelingen van de panels met betrekking tot vorderingen zo spoedig mogelijk nadat die aanbevelingen aan de raad zijn toegezonden. Bij zijn beoordeling van de aanbevelingen volgt de raad, indien van toepassing, de door de panels gebruikte groepering van de vorderingen.
2. Nadat de raad een aanbeveling volledig heeft behandeld, wordt deze geacht te zijn goedgekeurd door de raad, tenzij de raad op in de regels en voorschriften genoemde gronden besluit de aanbeveling terug te zenden naar het panel, vergezeld van een opgave van de redenen voor zijn besluit en eventuele aanvullende richtsnoeren, die een integrerend deel uitmaken van het besluit van de raad.
3. Het panel neemt de richtsnoeren van de raad in overweging en doet zo nodig een nieuwe aanbeveling.
4. In de uitzonderlijke situaties als bedoeld in de regels en voorschriften, kan de raad een aanbeveling van een panel voorleggen aan een daartoe door de raad ingesteld ad-hocbeoordelingspanel.
5. Een ad-hocbeoordelingspanel bestaat uit drie voorzitters van panels. De artikelen 16 en 17 van dit verdrag zijn tevens van toepassing op ad-hocbeoordelingspanels en hun werkzaamheden.
6. Nadat de raad alle onderdelen van de aanbeveling van het ad-hocbeoordelingspanel heeft behandeld, wordt deze geacht te zijn goedgekeurd door de raad, tenzij de raad de zaak voorlegt aan de vergadering, die in de plaats van de raad definitief over de zaak beslist.
7. Een overeenkomstig dit artikel goedgekeurde aanbeveling wordt het definitieve besluit van de commissie met betrekking tot de betreffende vordering en is niet vatbaar voor verder beroep of herziening.
8. Het secretariaat houdt een register bij van het besluitvormingsproces van de vergadering, de raad en eventuele ad-hocbeoordelingspanels.
1. Bij hun besluitvorming houden de panels en de raad in voorkomend geval rekening met toepasselijke vonnissen of uitspraken van gerechten en andere krachtens internationaal recht ingestelde rechtsprekende instanties.
2. De panels en de raad kunnen ook rekening houden met toepasselijke vonnissen of uitspraken van nationale rechterlijke instanties.
3. De commissie neemt via haar organen passende maatregelen om ervoor te zorgen dat geen enkele eiser tweemaal wordt vergoed voor dezelfde schade, hetzelfde verlies of hetzelfde letsel. De leden streven ernaar de commissie hierbij te ondersteunen, met name door waar nodig informatie uit te wisselen met de commissie.
1. De commissie, met inbegrip van de raad, de panels en het secretariaat, verrichten hun werkzaamheden volgens de hoogste normen van onafhankelijkheid, onpartijdigheid, billijkheid en objectiviteit.
2. De commissie werkt op transparante wijze, informeert het publiek regelmatig over haar activiteiten en beschermt persoonsgegevens naar behoren. De regels inzake transparantie, met inbegrip van de regels voor de bekendmaking van de besluiten van de commissie, worden vastgesteld door de raad.
3. De raad stelt regels vast betreffende de bescherming van persoonsgegevens en vertrouwelijkheid.
4. Alle procedures van de commissie worden uitgevoerd met inachtneming van passende procedurele waarborgen.
1. De leden erkennen dat de Russische Federatie de juridische gevolgen moet dragen van al haar internationaal onrechtmatige daden, met inbegrip van het herstel van alle schade die door die daden is veroorzaakt. Daarom wordt verwacht dat de Russische Federatie de door de commissie krachtens dit verdrag vastgestelde en toegekende vergoedingen zal financieren.
2. De leden, met uitzondering van de Russische Federatie, zijn niet gehouden de door de commissie vastgestelde en toegekende vergoeding te financieren.
3. Besluiten van de commissie kunnen niet ten uitvoer worden gelegd via gerechten of andere gerechtelijke of quasi-gerechtelijke instanties die onder de nationale jurisdictie van de leden vallen, tenzij een betrokken lid dit uitdrukkelijk toestaat op grond van zijn nationaal recht.
De vergadering kan zich buigen over mechanismen voor de betaling van toegekende vergoedingen zodra de financiering beschikbaar is, met inbegrip van betaling uit een compensatiefonds dat daarvoor is ingesteld of aangewezen op een tijdstip dat de vergadering passend acht.
1. Zodra de Russische Federatie lid wordt, draagt zij vanaf de inwerkingtreding van dit verdrag de kosten van de commissie.
2. Totdat de Russische Federatie de kosten van de commissie draagt, wordt de commissie gefinancierd uit de jaarlijks vastgestelde bijdragen van de leden en vrijwillige bijdragen. Betaling van deze bijdragen laat de mogelijkheid van terugvordering bij de Russische Federatie onverlet.
3. De jaarlijkse bijdragen van de leden worden vastgesteld door het financieel comité, op basis van de criteria voor de vaststelling van de jaarlijkse verdeelsleutel voor de bijdragen aan de algemene begroting van de Raad van Europa, en kunnen door de vergadering worden aangepast overeenkomstig de beginselen waarop die verdeelsleutel is gebaseerd.
4. De commissie kan vrijwillige bijdragen voor haar werkzaamheden ontvangen en gebruiken, waaronder bijdragen in natura. Deze bijdragen zijn in overeenstemming met het mandaat en de taken van de commissie. Voor bijdragen van andere entiteiten dan leden en waarnemers is voorafgaande toestemming van het financieel comité vereist.
5. De commissie beschikt in het kader van de Raad van Europa over een eigen begroting. De vergadering stelt jaarlijks de begroting van de commissie voor het volgend jaar vast, die door het secretariaat wordt opgesteld en door het financieel comité wordt gecontroleerd.
6. Met inachtneming van de bepalingen van dit verdrag, is het financieel reglement van de Raad van Europa van toepassing.
7. De vergadering kan de rechten van een lid opschorten wanneer zij van oordeel is dat het lid zijn financiële verplichtingen uit hoofde van dit verdrag niet is nagekomen.
1. Zo spoedig mogelijk na de oprichting van de commissie en de benoeming van haar uitvoerend directeur neemt de uitvoerend directeur contact op met het register en/of de Raad van Europa om de nodige voorbereidingen te treffen voor de overdracht van de werkzaamheden van het register aan de commissie, welke overdracht op zodanige wijze gebeurt dat de ononderbroken werking van het register tot de ontbinding ervan wordt gewaarborgd en informatie over vorderingen en bewijsmateriaal die in het register wordt bewaard, ter beschikking van de commissie wordt gesteld. Bedoelde overdracht betreft tevens het digitale platform van het register, met inbegrip van alle daarin opgenomen informatie over vorderingen en bewijsmateriaal, overige documentatie, de archieven daarvan, de roerende en onroerende goederen daarvan, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, bankrekeningen, informatietechnologieapparatuur, software en eventuele licenties daarop, overeenkomsten en regelingen die door het register zijn gesloten, alsook alle daarmee verband houdende gegevens, en zulks op zodanige wijze dat de commissie de rechtsopvolger van het register wordt.
2. De vergadering, de raad en de leden ondersteunen de uitvoerend directeur bij de voorbereiding van de overdracht van de werkzaamheden van het register aan de commissie wanneer dit noodzakelijk en gepast is.
3. Nadat de vergadering de uitvoerend directeur krachtens artikel 7, lid 4, punt g), van dit verdrag de daartoe strekkende machtiging heeft verleend, draagt de uitvoerend directeur de werkzaamheden van het register aan de commissie over en geeft hij of zij aan de vergadering te kennen wanneer de overdracht is voltooid en de commissie haar werkzaamheden met betrekking tot vorderingen kan aanvangen.
1. De werkzaamheden van het register, met inbegrip van de organisatie van de indiening van vorderingen, worden voortgezet in het kader van de commissie.
2. De raad stelt, op voorstel van de uitvoerend directeur, de daarvoor toepasselijke regels en procedures vast.
In geval van een geschil tussen de leden over de uitlegging of toepassing van dit verdrag, streven de leden ernaar om hun geschil op te lossen door middel van onderhandelingen of met andere vreedzame middelen van hun keuze, zoals via de vergadering, die zich inspant om het bereiken van een minnelijke schikking te vergemakkelijken.
1. Met inachtneming van artikel 28 van dit verdrag, kan elke staat, de Europese Unie en elke andere regionale organisatie voor integratie lid worden van de commissie door partij te worden bij dit verdrag overeenkomstig de daarin beschreven procedures.
2. De vergadering kan elke staat, regionale organisatie voor integratie of internationale organisatie uitnodigen om waarnemer bij de commissie te worden, onder de door de vergadering vastgestelde voorwaarden. Elke staat, regionale organisatie voor integratie of internationale organisatie kan verzoeken om te worden uitgenodigd om waarnemer te worden.
3. Onverminderd artikel 7 van dit verdrag, kunnen waarnemers zonder stemrecht deelnemen aan de bijeenkomsten van de vergadering en tijdens die bijeenkomsten mondelinge of schriftelijke verklaringen afleggen.
4. Waarnemers die een vrijwillige bijdrage aan de begroting van de commissie hebben geleverd voor een bedrag dat ten minste gelijk is aan het bedrag dat door de vergadering overeenkomstig artikel 7, lid 4, punt j), van dit verdrag is vastgesteld, hebben overeenkomstig artikel 7, lid 4, punten k) tot en met m), van dit verdrag het recht deel te nemen aan de vaststelling van de jaarlijkse begroting, het jaarlijks financieel verslag en het jaarlijks activiteitenverslag van de commissie, met stemrecht in de vergadering gedurende het begrotingsjaar waarvoor zij die bijdrage hebben geleverd.
5. Elk lid dat handelt op een wijze die niet in overeenstemming is met het mandaat van de commissie of dat de commissie belemmert in de uitoefening van haar taken, kan worden geschorst in zijn rechten en door de vergadering worden verzocht zich overeenkomstig artikel 35 van dit verdrag terug te trekken. Indien het betreffende lid niet aan dit verzoek voldoet, kan de vergadering besluiten dat het vanaf een door de vergadering bepaalde datum niet langer lid is.
6. Wanneer een waarnemer handelt op een wijze die niet in overeenstemming is met het mandaat van de commissie of de commissie belemmert in de uitoefening van haar taken, kan de vergadering overeenkomstig de door haar vastgestelde procedures diens status van waarnemer opschorten of intrekken.
1. De Russische Federatie kan op elk moment lid worden door kenbaar te maken dat zij ermee instemt door dit verdrag gebonden te zijn, overeenkomstig artikel 31 van dit verdrag en op voorwaarde dat zij een aan een akte van toetreding tot dit verdrag te hechten verklaring aflegt die ertoe strekt dat:
a. de Russische Federatie aanvaardt dat zij krachtens het internationaal recht aansprakelijk is voor schade, verlies en letsel veroorzaakt door internationaal onrechtmatige daden die zij in of tegen Oekraïne heeft gepleegd, met inbegrip van haar agressie in strijd met het Handvest van de Verenigde Naties, alsook voor haar schendingen van het internationaal humanitair recht en het internationaal recht inzake de mensenrechten,
i. op het grondgebied van Oekraïne – binnen zijn internationaal erkende grenzen, waaronder het land, het luchtruim, de binnenwateren en de territoriale zee van Oekraïne,
ii. in de exclusieve economische zone van Oekraïne en op zijn continentaal plat, overeenkomstig het internationaal recht en, voor zover van toepassing, de nationale wetgeving van Oekraïne,
iii. op luchtvaartuigen of vaartuigen die onder de jurisdictie van Oekraïne vallen,
iv. aan alle betrokken natuurlijke en rechtspersonen, alsmede aan de staat Oekraïne, met inbegrip van Oekraïense regionale en lokale overheden en entiteiten die eigendom zijn of onder zeggenschap staan van de staat Oekraïne;
b. de Russische Federatie ermee instemt zich te houden aan de besluiten van de commissie inzake vergoedingen en de nodige middelen te verschaffen voor de betaling van toegekende vergoedingen of van andere bedragen waarmee Oekraïne heeft ingestemd, en
c. de Russische Federatie ermee instemt de leden en, in voorkomend geval, de waarnemers te vergoeden voor hun bijdrage in de kosten van de commissie.
2. De vergadering vergewist zich ervan dat de verklaring van de Russische Federatie die aan haar akte van toetreding is gehecht, voldoet aan de voorwaarden van lid 1.
3. Zodra de Russische Federatie belangstelling toont voor het lidmaatschap van de commissie, stelt de raad nadere regels vast voor de deelname van de Russische Federatie aan de werkzaamheden van de commissie. Deze regels worden door de vergadering bij consensus goedgekeurd.
4. De Russische Federatie kan overeenkomstig artikel 27 van dit verdrag op elk moment verzoeken om waarnemer bij de commissie te worden.
De secretaris-generaal van de Raad van Europa is depositaris van dit verdrag.
1. Dit verdrag staat open voor ondertekening door alle lidstaten van de Raad van Europa, alle andere staten en de Europese Unie die hebben deelgenomen aan de diplomatieke conferentie voor de aanneming van dit verdrag, alsmede elke andere staat die heeft gestemd voor Resolutie ES-11/5 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties van 14 november 2022, getiteld „Bevordering van rechtsmiddelen en herstel voor de agressie tegen Oekraïne”.
2. Dit verdrag moet worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd. De akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring worden neergelegd bij de secretaris-generaal van de Raad van Europa.
3. Dit verdrag treedt in werking op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de datum waarop aan beide onderstaande voorwaarden is voldaan:
a. vijfentwintig ondertekenaars hebben overeenkomstig de bepalingen van lid 2 kenbaar gemaakt dat zij ermee instemmen door dit verdrag gebonden te zijn, en
b. de totale individuele bijdragen van deze ondertekenaars aan de begroting van het register voor 20251) zijn goed voor ten minste 50 % van de totale begroting van het register voor 2025.
4. Met inachtneming van artikel 28 van dit verdrag betreffende de Russische Federatie, geldt ten aanzien van elke in lid 1 bedoelde ondertekenaar die daarna zijn of haar instemming tot uitdrukking brengt om door dit verdrag te worden gebonden, dat dit verdrag in werking treedt op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de datum van de neerlegging van de akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring.
1. Na de inwerkingtreding van dit verdrag kunnen de partijen bij dit verdrag, via de vergadering, elke staat of regionale organisatie voor integratie die niet heeft deelgenomen aan de diplomatieke conferentie voor de aanneming van dit verdrag en die niet heeft gestemd voor Resolutie ES-11/5 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties van 14 november 2022, getiteld „Bevordering van rechtsmiddelen en herstel voor de agressie tegen Oekraïne”, uitnodigen tot dit verdrag toe te treden.
2. Onverminderd lid 1 en overeenkomstig artikel 28 van dit verdrag, kan de Russische Federatie op elk moment tot dit verdrag toetreden.
3. Voor iedere toetredende staat of regionale organisatie voor integratie treedt dit verdrag in werking op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een termijn van drie maanden na de datum van neerlegging van de akte van toetreding bij de secretaris-generaal van de Raad van Europa.
1. Elke staat kan, op het moment van ondertekening of bij de neerlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, aangeven op welk gebied of welke gebieden van die staat dit verdrag van toepassing zal zijn.
2. Elke staat kan op een later tijdstip door middel van een verklaring gericht aan de secretaris-generaal van de Raad van Europa de toepassing van dit verdrag uitbreiden tot elk ander gebied van die staat dat in de verklaring wordt genoemd en voor de internationale betrekkingen waarvan die staat verantwoordelijk is of waarvoor hij bevoegd is verbintenissen aan te gaan. Ten aanzien van een dergelijk gebied treedt dit verdrag in werking op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de datum van ontvangst van bedoelde verklaring door de secretaris-generaal van de Raad van Europa.
3. Elke krachtens de leden 1 en 2 gedane verklaring kan, met betrekking tot elk in die verklaring genoemd gebied, worden ingetrokken door middel van een aan de secretaris-generaal van de Raad van Europa gerichte kennisgeving. De intrekking wordt van kracht op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de datum van ontvangst van deze kennisgeving door de secretaris-generaal van de Raad van Europa.
1. Wijzigingen van dit verdrag kunnen door elk lid worden voorgesteld.
2. Voorstellen tot wijziging van dit verdrag kunnen een voorstel behelzen om de temporele werkingssfeer van dit verdrag uit te breiden tot vorderingen tot vergoeding van schade, verlies of letsel veroorzaakt door de internationaal onrechtmatige daden die de Russische Federatie op of na 20 februari 2014 in of tegen Oekraïne heeft gepleegd.
3. Elk voorstel tot wijziging wordt door de secretaris-generaal van de Raad van Europa aan de leden meegedeeld. De secretaris-generaal van de Raad van Europa stelt de vergadering daarvan in kennis.
4. De vergadering behandelt het voorstel tot wijziging en kan het aannemen.
5. De tekst van een door de vergadering aangenomen wijziging wordt door de secretaris-generaal van de Raad van Europa ter bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring aan de leden toegezonden.
6. Elke overeenkomstig dit artikel aangenomen wijziging treedt in werking op de dertigste dag na de datum waarop alle leden de secretaris-generaal van de Raad van Europa ervan in kennis hebben gesteld dat zij de wijziging hebben bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd.
Er mag geen voorbehoud worden gemaakt ten aanzien van de bepalingen van dit verdrag.
1. Na de datum waarop dit verdrag overeenkomstig artikel 30 van dit verdrag in werking is getreden, kan het door elk lid op elk moment door middel van een kennisgeving aan de secretaris-generaal van de Raad van Europa worden opgezegd.
2. Deze opzegging wordt van kracht op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een tijdvak van twaalf maanden na de datum van ontvangst van de kennisgeving door de secretaris-generaal van de Raad van Europa. In geval van opzegging door de Russische Federatie wordt de opzegging van kracht na het verstrijken van een tijdvak van tien jaar of totdat dit verdrag overeenkomstig artikel 36 van dit verdrag wordt beëindigd.
3. Opzegging uit hoofde van dit artikel heeft geen terugwerkende kracht op de verbintenissen en verplichtingen die gedurende de periode van het lidmaatschap van het opzeggende lid voortvloeien uit dit verdrag.
1. Onverminderd lid 4, blijft dit verdrag van kracht voor een periode van ten minste tien jaar vanaf de inwerkingtreding ervan.
2. Dit verdrag blijft daarna van kracht voor opeenvolgende perioden van maximaal vijf jaar indien de vergadering vóór het einde van de dan lopende periode, bij een meerderheid van ten minste driekwart van alle leden, besluit dat het van kracht moet blijven.
3. Tien jaar na de inwerkingtreding van dit verdrag kan de vergadering het op elk moment bij een meerderheid van ten minste drie kwart van alle leden beëindigen en de commissie ontbinden.
4. De vergadering beëindigt dit verdrag indien:
a. als gevolg van opzeggingen overeenkomstig artikel 35 van dit verdrag het aantal partijen bij dit verdrag onder de in artikel 30, lid 3, punt a), van dit verdrag genoemde drempel daalt, of
b. er onvoldoende middelen zijn om de verwachte operationele uitgaven van de commissie voor de volgende twaalf maanden te financieren en de commissie niet in staat is om alternatieve financiering te vinden.
5. Beëindiging op grond van lid 4, punt a), treedt in werking twaalf maanden na de datum van ontvangst door de secretaris-generaal van de Raad van Europa van de kennisgeving van opzegging die de aanleiding vormt voor deze gebeurtenis, tenzij de vergadering binnen drie maanden na de datum waarop het aantal partijen bij dit verdrag onder de in artikel 30, lid 3, punt a), van dit verdrag genoemde drempel daalt, bij consensus besluit dat dit verdrag van kracht moet blijven en de commissie voor een bepaalde periode moet blijven bestaan.
6. Beëindiging op grond van lid 4, punt b), wordt zo spoedig mogelijk na de datum van het daartoe strekkende besluit van de vergadering van kracht.
7. In geval van beëindiging van dit verdrag en ontbinding van de commissie zorgt de vergadering ervoor dat alle door de commissie ontvangen informatie over vorderingen en bewijsmateriaal, haar besluiten en andere documentatie, met inbegrip van haar archieven, worden bewaard.
8. Voordat dit verdrag op grond van dit artikel wordt beëindigd en de commissie wordt ontbonden, stelt de vergadering de nodige overgangsregelingen vast.
De secretaris-generaal van de Raad van Europa stelt de lidstaten van de Raad van Europa, de andere staten en de Europese Unie die aan de diplomatieke conferentie voor de aanneming van dit verdrag hebben deelgenomen, alsmede elke ondertekenaar, elke partij en elke andere staat of regionale organisatie voor integratie die is uitgenodigd om tot dit verdrag toe te treden, in kennis van:
a. elke ondertekening;
b. de neerlegging van elke akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding;
c. de datum van inwerkingtreding van dit verdrag overeenkomstig artikel 30 van dit verdrag;
d. elke wijziging die overeenkomstig artikel 33 van dit verdrag is aangenomen en de datum waarop die wijziging in werking treedt;
e. elke verklaring die overeenkomstig artikel 6, lid 5, van dit verdrag is afgelegd;
f. elke opzegging overeenkomstig artikel 35 van dit verdrag;
g. elke andere akte, kennisgeving of mededeling met betrekking tot dit verdrag.
TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd, dit verdrag hebben ondertekend.
GEDAAN te Den Haag, op 16 december 2025, in de Engelse, de Franse en de Spaanse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek, in een enkel exemplaar dat wordt neergelegd in het archief van de Raad van Europa. De secretaris-generaal van de Raad van Europa doet een gewaarmerkt afschrift toekomen aan elke lidstaat van de Raad van Europa, alle andere staten en de Europese Unie die aan de diplomatieke conferentie voor de aanneming van dit verdrag hebben deelgenomen, alsmede aan elke staat of regionale organisatie voor integratie die is uitgenodigd om tot dit verdrag toe te treden.
Uitgegeven de vierentwintigste maart 2026.
De Minister van Buitenlandse Zaken, T.B.W. BERENDSEN
Overeenkomstig de aangepaste begroting voor 2025 (document RD4U-COP(2024)16, blz. 6, tabel 7), zoals vastgesteld door de conferentie van deelnemers aan het register op 11 oktober 2024 (document RD4U-COP(2024)18, blz. 3), komt 50 % van de totale begroting van het register voor 2025 overeen met 3 692 150 EUR. Wat betreft de ondertekenaars die niets aan de begroting van het register voor 2025 hebben bijgedragen, wordt het bedrag dat zij als bijdrage aan de begroting van het register hadden moeten afdragen wanneer zij deelnemer aan het register waren geweest, gebruikt voor de berekening van de totale individuele bijdragen als bedoeld in punt b).
Overeenkomstig de aangepaste begroting voor 2025 (document RD4U-COP(2024)16, blz. 6, tabel 7), zoals vastgesteld door de conferentie van deelnemers aan het register op 11 oktober 2024 (document RD4U-COP(2024)18, blz. 3), komt 50 % van de totale begroting van het register voor 2025 overeen met 3 692 150 EUR. Wat betreft de ondertekenaars die niets aan de begroting van het register voor 2025 hebben bijgedragen, wordt het bedrag dat zij als bijdrage aan de begroting van het register hadden moeten afdragen wanneer zij deelnemer aan het register waren geweest, gebruikt voor de berekening van de totale individuele bijdragen als bedoeld in punt b).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/trb-2026-24.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.