Tractatenblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum totstandkoming
Ministerie van Buitenlandse ZakenTractatenblad 2021, 62Verdrag

8 (2020) Nr. 3

A. TITEL

Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland met betrekking tot grenscontroles op het treinverkeer tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk via de vaste kanaalverbinding (met Protocol en Annexen);

’s-Gravenhage, 10 juli 2020

Voor een overzicht van de verdragsgegevens, zie verdragsnummer 013596 in de Verdragenbank.

C. VERTALING


Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland met betrekking tot grenscontroles op het treinverkeer tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk via de vaste kanaalverbinding

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden,

en

de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

(hierna te noemen „de Overeenkomstsluitende Partijen”),

Geleid door de wens het treinverkeer tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk dat door de vaste kanaalverbinding gaat te vergemakkelijken;

Gelet op de noodzaak, te dien einde, de bevoegde autoriteiten van elk van de Overeenkomstsluitende Partijen in staat te stellen om grenscontroles uit te voeren of voorzieningen te treffen om dergelijke controles uit te voeren, op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij, ter zake van passagiers die per trein reizen tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk via de vaste kanaalverbinding;

Na hun verplichtingen (met de steun van de Regering van de Franse Republiek en de Regering van het Koninkrijk België), te hebben vastgelegd in een intentieverklaring van 18 juli 2018 om een Overeenkomst te sluiten waarin een voorziening wordt getroffen voor dergelijke controles;

Gelet op

  • het Verdrag tussen de Franse Republiek en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland betreffende de bouw en de exploitatie door privé-concessionarissen van een vaste kanaalverbinding, gedaan te Canterbury op 12 februari 1986, dat op 29 juli 1987 in werking is getreden;

  • de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk België, de Regering van de Franse Republiek en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland met betrekking tot het treinverkeer tussen België en het Verenigd Koninkrijk via de vaste kanaalverbinding met Protocol, gedaan te Brussel op 15 december 1993, die op 1 december 1997 in werking is getreden (de Tripartiete Overeenkomst);

  • de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden, de Regering van het Koninkrijk België, de Regering van de Franse Republiek en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland tot wijziging en aanvulling van de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk België, de Regering van de Franse Republiek en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland met betrekking tot het treinverkeer tussen België en het Verenigd Koninkrijk via de vaste kanaalverbinding met protocol, gedaan te Brussel op 15 december 1993, gedaan te Brussel op 7 juli 2020;

  • de Bijzondere Overeenkomst tussen de Regering van de Franse Republiek, de Regering van het Koninkrijk België, de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland inzake veiligheidsvraagstukken met betrekking tot de treinen via de vaste kanaalverbinding, gedaan te Brussel op 7 juli 2020;

  • de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk België en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland met betrekking tot immigratiecontroles op het treinverkeer tussen België en het Verenigd Koninkrijk via de vaste kanaalverbinding, gedaan te Londen op 3 december 2013 en Brussel op 18 december 2013, die op 1 oktober 2016 in werking is getreden;

  • de Overeenkomst ter uitvoering van het tussen de Regeringen van de Staten van de Benelux Economische Unie, de Bondsrepubliek Duitsland en de Franse Republiek op 14 juni 1985 te Schengen gesloten Akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen, gedaan te Schengen op 19 juni 1990, die op 1 september 1993 in werking is getreden.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden, tevens gelet op:

  • Verordening (EU) nr. 604/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend (herschikking);

  • Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende een Uniecode voor de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode);

  • Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens;

  • Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad.

Voor de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland tevens gelet op haar nationale wetgeving inzake de verwerking van informatie met betrekking tot individuen,

Zijn het volgende overeengekomen:

DEEL I ALGEMENE BEPALINGEN EN PERMANENTE MAATREGELEN

Artikel 1 Begripsomschrijvingen
  • 1. Voor de toepassing van deze Overeenkomst betekent:

    a. „Vaste verbinding”:

    de vaste kanaalverbinding als bepaald in artikel 1 van het Verdrag van Canterbury van 12 februari 1986, dat op 29 juli 1987 in werking is getreden.

    b. „de Quadripartiete Overeenkomst”:

    de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden, de Regering van het Koninkrijk België, de Regering van de Franse Republiek en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland tot wijziging en aanvulling van de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk België, de Regering van de Franse Republiek en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland met betrekking tot het treinverkeer tussen België en het Verenigd Koninkrijk via de vaste kanaalverbinding, gedaan te Brussel op 15 december 1993, gedaan te Brussel op 7 juli 2020.

    c. „de Bijzondere Overeenkomst”:

    de Bijzondere Overeenkomst tussen de Regering van de Franse Republiek, de Regering van het Koninkrijk België, de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland inzake veiligheidsvraagstukken met betrekking tot de treinen via de vaste kanaalverbinding, gedaan te Brussel op 7 juli 2020

    d. „Gaststaat”:

    de Staat op wiens grondgebied grenscontroles van de andere Overeenkomstsluitende Partij worden uitgevoerd.

    e. „Staat van bestemming”:

    de Overeenkomstsluitende Partij die niet de Gaststaat is, op wiens grondgebied de beoogde eindbestemming van de trein ligt.

    f. „Controlezone”:

    het deel van het grondgebied van de Gaststaat en de treinen waarbinnen de ambtenaren van de andere Staat gemachtigd zijn grenscontroles uit te voeren, zoals afgebakend in overeenstemming met regelingen die zijn getroffen tussen de Overeenkomstsluitende Partijen overeenkomstig artikel 4 van deze Overeenkomst.

    g. „Ambtenaren”:

    de personen die gemachtigd of bevoegd zijn om grenscontroles uit te voeren.

    h. „Bevoegde autoriteiten”:

    de organisaties, overheidsinstanties of personen aan wie wettelijke taken zijn toegewezen om een aangewezen functie te vervullen met betrekking tot de in deze Overeenkomst bedoelde grenscontroles.

    i. „Grenscontroles op personen”:

    controles die worden uitgevoerd om ervoor te zorgen dat personen toestemming kunnen krijgen om het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk of het Schengengebied binnen te komen of te verlaten overeenkomstig, naargelang van toepassing, de nationale wetgeving van de betrokken Overeenkomstsluitende Partij of de Schengengrenscode.

    j. „Trein”:

    een internationale trein die tussen het Nederlandse en Britse grondgebied reist via de vaste verbinding.

    k. „Exploitant”:

    een spoorwegmaatschappij die een internationale hogesnelheidsspoorwegdienst via de vaste verbinding aanbiedt.

    l. „Individuele dienst”:

    een enkele treinreis in een van beide richtingen tussen het Verenigd Koninkrijk en Nederland.

Artikel 2 Reikwijdte
  • 1. Deze Overeenkomst is uitsluitend van toepassing op het treinverkeer tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk via de vaste verbinding.

  • 2. Veiligheidsvraagstukken met betrekking tot het treinverkeer tussen het Verenigd Koninkrijk en Nederland via de vaste verbinding vallen onder de Bijzondere Overeenkomst.

  • 3. Het Protocol en de Bijlagen daarbij maken een integrerend onderdeel uit van deze Overeenkomst.

Artikel 3 Machtiging om grenscontroles uit te voeren
  • 1. Ambtenaren van het Verenigd Koninkrijk mogen grenscontroles uitvoeren of regelingen treffen voor het uitvoeren van dergelijke controles, in een controlezone die hiertoe is afgebakend op het grondgebied van Nederland, ter zake van passagiers die per trein reizen binnen de reikwijdte van deze Overeenkomst en waarvan de vermelde bestemming het Verenigd Koninkrijk is.

  • 2. Ambtenaren van Nederland mogen grenscontroles uitvoeren of regelingen treffen voor het uitvoeren van dergelijke controles, in een controlezone die hiertoe is afgebakend op het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk, ter zake van passagiers die per trein reizen binnen de reikwijdte van deze Overeenkomst en waarvan de vermelde bestemming Nederland is.

Artikel 4 Afbakening van controlezones
  • 1. De Overeenkomstsluitende Partijen of hun bevoegde autoriteiten:

    • a. wijzen de treinstations aan; en

    • b. bakenen de controlezones af waarbinnen de grenscontroles bedoeld in artikel 3 mogen worden uitgevoerd.

  • 2. De aanwijzing van de treinstations en de afbakening van de controlezones geschiedt door middel van een administratief akkoord krachtens artikel 15.

  • 3. In een noodsituatie, wanneer de aard van die noodsituatie zodanig is dat de plaatselijke vertegenwoordigers van de betrokken autoriteiten niet in staat zijn om in onderlinge overeenstemming de noodzakelijke wijzigingen in de afbakening van de controlezones voorlopig in werking te laten treden, kan de Gaststaat dergelijke noodzakelijke wijzigingen eenzijdig en met onmiddellijke ingang in werking doen treden. Dergelijke wijzigingen worden zo spoedig mogelijk ter kennis gebracht van de plaatselijke vertegenwoordigers van de autoriteiten van de Staat van bestemming, indien het niet mogelijk is dit onmiddellijk te doen.

Artikel 5 Bevoegdheden tot aanhouden of staande houden voor strafbare feiten
  • 1. De ambtenaren van de Staat van bestemming mogen, bij de uitoefening van hun nationale bevoegdheden, personen in de uitoefening van hun functie uitsluitend aanhouden of staande houden voor de in Bijlage A bij deze Overeenkomst genoemde strafbare feiten.

  • 2. Om twijfel weg te nemen, wanneer het Protocol ophoudt van toepassing te zijn vanaf de datum waarop de Quadripartiete overeenkomst in werking treedt, blijft het volgende van toepassing:

    • a. Ambtenaren van de Staat van bestemming kunnen van een persoon verlangen dat deze zich aan een nader onderzoek onderwerpt om zich ervan te vergewissen dat deze persoon toestemming kan krijgen om het grondgebied van de Staat van bestemming te betreden. Deze persoon kan dit onderzoek te allen tijde beëindigen door af te zien van zijn wens om het grondgebied van de Staat van bestemming te betreden; in dat geval wordt de persoon doorverwezen naar de ambtenaren van de Gaststaat, die de nodige maatregelen nemen om de persoon aan grenscontroles te onderwerpen.

    • b. Elke aangehouden of staande gehouden persoon wordt, samen met de eventueel in beslag genomen goederen, onmiddellijk overgedragen aan de bevoegde autoriteiten van de Gaststaat. De Gaststaat ziet erop toe dat de bevoegde autoriteiten beschikbaar zijn om een dergelijke persoon op te vangen en de nodige maatregelen te nemen.

Artikel 6 Identificatie van ambtenaren
  • 1. De Overeenkomstsluitende Partijen stellen elkaar langs diplomatieke weg in kennis van alle nieuwe procedurele vereisten met betrekking tot de identificatie van ambtenaren die zijn aangewezen om activiteiten uit te voeren in de controlezones op het grondgebied van de Gaststaat.

  • 2. De procedurele vereisten voor ambtenaren van het Verenigd Koninkrijk die zijn aangewezen voor het uitvoeren van activiteiten in de controlezones in Nederland zijn opgenomen in Bijlage B bij deze Overeenkomst. Het Koninkrijk der Nederlanden kan de inhoud van Bijlage B wijzigen door het Verenigd Koninkrijk daarvan overeenkomstig het eerste lid in kennis te stellen.

Artikel 7 Coördinatie en samenwerking tussen bevoegde autoriteiten
  • 1. De Overeenkomstsluitende Partijen:

    • a. wijzen de bevoegde autoriteiten aan en stellen elkaar in kennis van de bevoegde autoriteiten die bevoegd zijn om besluiten te nemen met betrekking tot de veiligheid van de treinen;

    • b. wijzen de bevoegde autoriteiten aan en stellen elkaar in kennis van de bevoegde autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de in artikel 3 bedoelde controles;

    • c. voeren met elkaar overleg om vast te stellen wat zij elk nodig hebben aan lokalen, installaties en uitrusting met het oog op de uitoefening van grenscontroles overeenkomstig artikel 16 van het Protocol bij deze Overeenkomst;

    • d. brengen operationele samenwerking tussen hun respectieve bevoegde autoriteiten tot stand, met inbegrip van het houden van periodieke coördinatievergaderingen, operationele vergaderingen en de aanwijzing van centrale aanspreekpunten;

    • e. zorgen ervoor dat de bevoegde autoriteiten beschikbaar zijn tijdens de uitvoering van de in artikel 3 bedoelde controles;

    • f. zorgen ervoor dat de passagiers toegang hebben tot de passende beroepsprocedures voor klachten die verband houden met de uitvoering van de in artikel 3 bedoelde controles; dergelijke klachten vallen onder de verantwoordelijkheid van de Staat van bestemming.

Artikel 8 Verwerking en uitwisseling van informatie
  • 1. Ambtenaren van een Overeenkomstsluitende Partij zijn, handelend in overeenstemming met deze Overeenkomst, te allen tijde onderworpen aan de van toepassing zijnde wetgeving betreffende de verwerking van persoonsgegevens bij de uitoefening van hun functie.

  • 2. Om de hun bij deze Overeenkomst opgedragen taken uit te voeren, delen de ambtenaren van de Overeenkomstsluitende Partijen, in overeenstemming met deze Overeenkomst en de relevante nationale wetgeving inzake de uitwisseling van informatie, tijdig en nauwkeurig alle noodzakelijke informatie.

Artikel 9 Dienstwapens, munitie en uitrusting
  • 1. Ambtenaren van de Staat van bestemming mogen in de Gaststaat de dienstwapens, munitie en uitrusting meenemen en dragen die met de Gaststaat zijn overeengekomen.

  • 2. Dienstwapens of munitie mogen alleen in een Gaststaat worden gedragen indien de betrokken Overeenkomstsluitende Partijen afzonderlijke overeenkomsten hebben gesloten en indien deze mogen worden gedragen door de ambtenaren in de Staat van vertrek op het grondgebied van hun eigen Staat.

Artikel 10 Verantwoordelijkheid voor ambtenaren in de Gaststaat
  • 1. De ambtenaren zijn uitsluitend verantwoording verschuldigd aan hun eigen bevoegde autoriteiten met betrekking tot de uitoefening van hun functie in een controlezone.

  • 2. De autoriteiten van de Gaststaat behouden zich het recht voor de autoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij te verzoeken hun ambtenaren terug te roepen of, met betrekking tot een ambtenaar van de Staat van bestemming die permanent in de Gaststaat verblijft, de uitoefening van zijn of haar functies uit hoofde van deze Overeenkomst te beëindigen. De Overeenkomstsluitende Partij die een dergelijk verzoek ontvangt, geeft onverwijld gevolg aan dit verzoek

Artikel 11 Verhalen van kosten
  • 1. Elke Overeenkomstsluitende Partij draagt de verantwoordelijkheid voor alle kosten in verband met de uitoefening van grenscontroles waarvoor deze verantwoordelijk is, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, de kosten voor de installatie van uitrusting en controlebureaus en de kosten in verband met de inzet van ambtenaren. Dit lid laat onverlet dat de Overeenkomstsluitende Partijen deze kosten kunnen verhalen op een exploitant, op grond van dit artikel.

  • 2. Elke Overeenkomstsluitende Partij kan nationale regels of regelingen vaststellen om ervoor te zorgen dat een exploitant de kosten moet betalen die verband houden met de uitoefening van grenscontroles met betrekking tot elke individuele dienst die hij uitvoert naar of van het grondgebied van een Gaststaat aan de Overeenkomstsluitende Partij die verantwoordelijk is voor deze kosten.

  • 3. Wanneer ambtenaren hun taken in de in artikel 3 bedoelde Gaststaat uitoefenen, is de Staat van bestemming overeenkomstig het nationaal recht aansprakelijk voor de schade die zij bij het uitvoeren van hun functie veroorzaken.

  • 4. Onverminderd de uitoefening van haar rechten tegenover derden, ziet elke Overeenkomstsluitende Partij af van al haar vorderingen tegen de andere Overeenkomstsluitende Partijen voor de schade die zij heeft geleden, behalve in gevallen van grove nalatigheid of opzettelijk wangedrag.

DEEL II SPECIFIEKE BEPALINGEN IN AFWACHTING VAN DE INWERKINGTREDING VAN DE QUADRIPARTIETE OVEREENKOMST

Artikel 12 Uitvoering van controles

Een Protocol betreffende de uitvoering van controles ter zake van passagiers die per trein reizen binnen de reikwijdte van deze Overeenkomst is bij deze Overeenkomst gevoegd.

Artikel 13 Verzoeken om bescherming
  • 1. Onverminderd de andere bepalingen die de Overeenkomstsluitende Partijen in deze Overeenkomst of het Protocol daarbij hebben vastgesteld, wordt, wanneer een persoon een verzoek om toekenning van de vluchtelingenstatus of enige andere vorm van bescherming waarin het internationale recht of het nationale recht van de Gaststaat voorziet, indient tijdens grenscontroles in een station van de Gaststaat door ambtenaren van de Staat van bestemming, dit verzoek door de autoriteiten van de Gaststaat onderzocht overeenkomstig de regels en procedures van het nationale recht.

  • 2. Dezelfde bepaling is van toepassing wanneer het verzoek wordt ingediend nadat de persoon de in het eerste lid bedoelde grenscontroles is gepasseerd en voordat de deuren van de trein bij de laatste geplande halte op een station op het grondgebied van de Gaststaat sluiten. Deze bepaling laat de regels van het internationaal recht die van toepassing zijn op verzoeken die worden ingediend nadat de deuren zijn gesloten, onverlet.

Artikel 14 Uniformen en onderscheidingstekens

Bij het uitoefenen van hun functies in de Gaststaat, zoals bedoeld in artikel 3, in een controlezone, dragen de ambtenaren hun nationale uniformen of andere zichtbare onderscheidingstekens.

DEEL III SLOTBEPALINGEN

Artikel 15 Implementatiemaatregelen

De voor de uitvoering van deze Overeenkomst of haar Protocol vereiste maatregelen kunnen het voorwerp zijn van overeenkomsten of technische of administratieve regelingen tussen de Overeenkomstsluitende Partijen of hun bevoegde autoriteiten.

Artikel 16 Wijzigingen
  • 1. Elk van de Overeenkomstsluitende Partijen kan te allen tijde verzoeken om overleg met het oog op het herzien van de bepalingen van deze Overeenkomst of van haar Protocol.

  • 2. De Overeenkomstsluitende Partijen kunnen, met wederzijdse instemming, wijzigingen die zij nodig achten in deze Overeenkomst of haar Protocol aanbrengen.

Artikel 17 Beslechting van geschillen

Geschillen met betrekking tot de uitlegging en de toepassing van deze Overeenkomst of haar Protocol worden beslecht door middel van overleg tussen de Overeenkomstsluitende Partijen.

Artikel 18 Territoriale toepassing

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is dit Verdrag van toepassing op het Europese deel van Nederland.

Artikel 19 Opschorting en beëindiging
  • 1. Elke Overeenkomstsluitende Partij kan deze Overeenkomst en haar Protocol geheel of gedeeltelijk opschorten na schriftelijke kennisgeving aan de andere Overeenkomstsluitende Partij langs diplomatieke weg. In deze kennisgeving worden de redenen voor de opschorting vermeld.

  • 2. De opschorting wordt van kracht op de eerste dag na het verstrijken van een tijdvak van zes maanden volgend op de datum waarop de kennisgeving is ontvangen, tenzij de Overeenkomstsluitende Partijen onderling overeenkomen om de opschorting eerder te laten ingaan of het derde lid van toepassing is.

  • 3. Elke Overeenkomstsluitende Partij kan deze Overeenkomst en haar Protocol geheel of gedeeltelijk opschorten met ingang van dezelfde datum als die waarop een Overeenkomstsluitende Partij bij de Bijzondere Overeenkomst die Overeenkomst opschort, na schriftelijke kennisgeving aan de andere Overeenkomstsluitende Partij langs diplomatieke weg.

  • 4. Elke Overeenkomstsluitende Partij kan deze Overeenkomst en haar Protocol beëindigen na schriftelijke kennisgeving aan de andere Overeenkomstsluitende Partij langs diplomatieke weg.

  • 5. De beëindiging wordt van kracht op de eerste dag na het verstrijken van een tijdvak van zes maanden volgend op de datum waarop de kennisgeving is ontvangen, tenzij de Overeenkomstsluitende Partijen onderling overeenkomen om de beëindiging eerder te laten ingaan of het zesde lid van toepassing is.

  • 6. Elke Overeenkomstsluitende Partij kan deze Overeenkomst en haar Protocol beëindigen met ingang van dezelfde datum als die waarop een Overeenkomstsluitende Partij bij de Bijzondere Overeenkomst zich uit die Overeenkomst terugtrekt, na schriftelijke kennisgeving aan de andere Overeenkomstsluitende Partij langs diplomatieke weg.

Artikel 20 Inwerkingtreding
  • 1. De Overeenkomstsluitende Partijen stellen elkaar langs diplomatieke weg schriftelijk in kennis van de voltooiing van hun respectieve interne procedures die vereist zijn voor de inwerkingtreding van deze Overeenkomst en haar Protocol.

  • 2. De Overeenkomst en haar Protocol treden in werking op de datum van ontvangst van de laatste van de in het eerste lid bedoelde twee kennisgevingen.

  • 3. Deel II van deze Overeenkomst houdt op van toepassing te zijn op de datum waarop de Quadripartiete Overeenkomst in werking treedt.

  • 4. Het Protocol bij deze Overeenkomst houdt op van toepassing te zijn op de datum waarop de Quadripartiete Overeenkomst in werking treedt.

Artikel 21 Voorlopige toepassing
  • 1. Elke Overeenkomstsluitende Partij kan bij de ondertekening of op enig tijdstip daarna, de andere Overeenkomstsluitende Partij er schriftelijk van in kennis stellen dat zij deze Overeenkomst en het Protocol daarbij, volledig of beperkt tot een aantal bepalingen, voorlopig zal toepassen, in afwachting van de inwerkingtreding ervan in overeenstemming met artikel 20. Een dergelijke voorlopige toepassing treedt in werking op de datum van de laatste kennisgeving van de Overeenkomstsluitende Partij.

  • 2. Een Overeenkomstsluitende Partij kan de voorlopige toepassing van deze Overeenkomst en het Protocol daarbij beëindigen door de andere Overeenkomstsluitende Partij daarvan schriftelijk in kennis te stellen. Een dergelijke beëindiging wordt van kracht op de eerste dag na het verstrijken van een tijdvak van twee maanden volgend op de datum waarop de kennisgeving is ontvangen, tenzij de Overeenkomstsluitende Partijen onderling overeenkomen om de beëindiging eerder te laten ingaan.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd door hun respectieve Regeringen, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN te Den Haag op deze tiende dag van juli 2020, in tweevoud, in de Engelse taal.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden A. BROEKERS-KNOL

Voor de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland P.M.A. WILSON CMG



Protocol betreffende de organisatie van grenscontroles in de controlezones

Artikel 1

Dit Protocol is van toepassing op het treinverkeer in beide richtingen tussen de Overeenkomstsluitende Partijen, dat via de vaste verbinding loopt.

Artikel 2

  • 1. De in de Gaststaat geldende wetgeving is te allen tijde van toepassing in de controlezone. Onverminderd de toepassing van de bepalingen van artikel 18, hebben de ambtenaren van de Gaststaat het recht om zich op elk ogenblik binnen de controlezone te verplaatsen en te interveniëren om hun door de nationale wetgeving toegekende bevoegdheden uit te oefenen.

  • 2. Bij het uitvoeren van grenscontroles in de Gaststaat passen de ambtenaren van de Staat van bestemming de wetten en voorschriften betreffende grenscontroles in hun Staat toe en voeren zij deze in de controlezone in de Gaststaat op dezelfde wijze uit als op hun eigen grondgebied, volgens de procedure en de modaliteiten als omschreven in artikel 3.

Artikel 3

  • 1. De ambtenaren van de Staat van bestemming mogen in de controlezone van de Gaststaat bij de uitoefening van hun nationale bevoegdheden uitsluitend personen voor strafbare feiten staande houden of aanhouden tijdens de uitvoering van een grenscontrole op personen, overeenkomstig de wetten en voorschriften betreffende grenscontroles van hun eigen Staat, of personen staande houden of aanhouden die door de autoriteiten van hun eigen Staat worden gezocht, en wel als volgt:

    • a. Er mag geen aanhouding of staandehouding plaatsvinden wegens een strafbaar feit waarvoor geen vergelijkbaar strafbaar feit bestaat naar het nationale recht van de Gaststaat.

    • b. Bij het uitvoeren van de in artikel 2 bedoelde controles kunnen de ambtenaren van de Staat van bestemming van een persoon verlangen dat deze zich aan een nader onderzoek onderwerpt om zich ervan te vergewissen dat deze persoon toestemming kan krijgen om het grondgebied van de Staat van bestemming te betreden. Personen die zich aan een nader onderzoek moeten onderwerpen, kunnen dit onderzoek te allen tijde beëindigen door af te zien van hun wens om het grondgebied van de Staat van bestemming te betreden. In dat geval wordt de persoon begeleid naar de ambtenaren van de Gaststaat, die de nodige maatregelen nemen om hem aan grenscontroles te onderwerpen.

    • c. Elke aangehouden of staande gehouden persoon wordt, samen met de eventueel in beslag genomen goederen, onmiddellijk overgedragen aan de bevoegde autoriteiten van de Gaststaat. De Gaststaat ziet erop toe dat de bevoegde autoriteiten beschikbaar zijn om een dergelijke persoon op te vangen en de nodige maatregelen te nemen.

Artikel 4

Onverminderd de wetgeving van de Gaststaat worden inbreuken op de wetten en voorschriften met betrekking tot grenscontroles van de Staat van bestemming welke in de in de Gaststaat gelegen controlezone worden vastgesteld, beheerst door de wetten en voorschriften van Staat van bestemming, als ware het dat deze inbreuken op het grondgebied van laatstbedoelde werden gemaakt

Artikel 5

  • 1. In de regel worden de grenscontroles door de Gaststaat vóór de grenscontroles door de Staat van bestemming verricht.

  • 2. De ambtenaren van de Staat van bestemming zijn niet gemachtigd tot zodanige controles over te gaan zolang de controles door de Gaststaat niet zijn beëindigd. Wanneer in welke zin ook wordt afgezien van de bedoelde controles, wordt zulks gelijkgesteld met een controle.

  • 3. De ambtenaren van de Gaststaat mogen geen controles meer verrichten zodra de ambtenaren van de Staat van bestemming hun eigen controlewerkzaamheden hebben aangevat, tenzij zij daarvoor de toestemming van de bevoegde ambtenaren van de Staat van bestemming krijgen.

  • 4. Indien de grenscontroles uitzonderlijkerwijs in een andere volgorde verlopen dan zoals bepaald in het eerste lid van dit artikel, mogen de ambtenaren van de Staat van bestemming geen staandehoudingen, aanhoudingen of inbeslagnemingen verrichten zolang de grenscontroles door de Gaststaat niet zijn beëindigd. In dat geval begeleiden de ambtenaren de personen, voertuigen, handelswaar, dieren of andere goederen waarvan de grenscontrole door de Gaststaat nog niet is beëindigd, tot bij de ambtenaren van deze Staat. Indien laatstgenoemde ambtenaren staandehoudingen, aanhoudingen of inbeslagnemingen wensen te verrichten, hebben zij voorrang.

Artikel 6

Indien de Staat van bestemming weigert personen, voertuigen, dieren of goederen toe te laten, of indien personen weigeren zich te onderwerpen aan grenscontroles door de Staat van bestemming, of indien deze personen de voertuigen, dieren of goederen die ze meevoeren terugsturen of terug meenemen, kunnen de autoriteiten van de Gaststaat de binnenkomst ervan niet weigeren. Hoe dan ook kunnen de autoriteiten van de Gaststaat alle maatregelen te hunnen opzichte nemen, overeenkomstig het toepasselijke recht van die Staat en wel zodanig dat er voor de Staat van bestemming geen verplichtingen uit voortvloeien.

Artikel 7

  • 1. De bepalingen van dit Protocol met betrekking tot de modaliteiten van de naast elkaar uitgevoerde grenscontroles, met name de uitbreiding of inkrimping van het toepassingsgebied ervan, kunnen in gemeenschappelijk overleg door de Regeringen worden gewijzigd in de vorm van akkoorden die bij diplomatieke notawisseling worden bevestigd

  • 2. In spoedeisende gevallen kunnen de plaatselijke vertegenwoordigers van de betrokken autoriteiten in gemeenschappelijk overleg voorlopig die wijzigingen aanbrengen die nodig blijken voor de afbakening van de controlezones. Het daartoe bereikte akkoord wordt onmiddellijk van kracht.

Artikel 8

Grenscontroles die in het belang van de volksgezondheid op personen worden verricht, worden binnen de in de Gaststaat gelegen controlezone uitgevoerd door de bevoegde autoriteiten van de Staat van bestemming, overeenkomstig de in die Staat van toepassing zijnde voorschriften.

Artikel 9

Wanneer bepaalde gegevens het vermoeden opleveren van een inbreuk, kunnen controles worden verricht op dieren, producten van dierlijke oorsprong, plantaardige producten en levensmiddelen voor menselijke en dierlijke consumptie

Het binnenbrengen in de Staat van bestemming van huisdieren die de reizigers bij zich hebben zonder enig winstoogmerk, kan het voorwerp zijn van controles op grond van de van kracht zijnde reglementering.

Artikel 10

  • 1. De in artikel 9 bedoelde controles omvatten:

    • a. onderzoek van de certificaten of begeleidende documenten, documentaire inspectie genaamd;

    • b. fysiek onderzoek, met inbegrip van het nemen van monsters, zo daartoe aanleiding bestaat;

    • c. de controle van de transportmiddelen.

  • 2. Dergelijke controles kunnen worden beperkt tot een documentaire inspectie, terwijl fysiek onderzoek kan worden uitgevoerd afhankelijk van de noodzaak.

Artikel 11

Naast de uitvoering van veterinaire inspecties van levende dieren kan de invoerende Staat eventueel quarantainemaatregelen opleggen.

Artikel 12

De ambtenaren van de Staat van bestemming mogen in de Gaststaat hun nationale uniformen of zichtbare onderscheidingstekens dragen.

Artikel 13

  • 1. De autoriteiten van de Gaststaat verlenen de ambtenaren van de Staat van bestemming tijdens de uitoefening van hun functie dezelfde bescherming en bijstand als hun eigen ambtenaren.

  • 2. De strafbepalingen die in de Gaststaat van kracht zijn voor de bescherming van ambtenaren tijdens de uitoefening van hun functie, zijn gelijkelijk van toepassing op de beteugeling van inbreuken die tegen ambtenaren van de Staat van bestemming worden gepleegd tijdens de uitoefening van hun functie.

Artikel 14

  • 1. Onverminderd de toepassing van het bepaalde in artikel 11 van de Overeenkomst worden de vorderingen tot vergoeding voor verlies, verwondingen of schade die ambtenaren van de Staat van bestemming hebben veroorzaakt of die zij hebben geleden tijdens de uitoefening van hun functie in de Gaststaat, beheerst door het recht en de rechtsmacht van de Staat waaronder deze ambtenaren ressorteren, als ware de schade in deze Staat ontstaan.

  • 2. De ambtenaren van de Staat van bestemming kunnen niet door de autoriteiten van de Gaststaat worden vervolgd voor handelingen die zij in de controlezone hebben verricht tijdens de uitoefening van hun functie. In dit geval vallen zij onder de rechtsmacht van hun Staat, als waren de handelingen in deze Staat verricht.

  • 3. De rechterlijke of de politieautoriteiten van de Gaststaat die akte opmaken van de klachten en de feiten die er verband mee houden vaststellen, dienen alle inlichtingen of bewijsgronden ter kennis te brengen van de bevoegde autoriteit van de Staat van bestemming teneinde eventueel vervolging te kunnen instellen op grond van de in die Staat geldende wetgeving.

Artikel 15

  • 1. De ambtenaren van de Staat van bestemming zijn gemachtigd naar hun Staat vrijelijk de bedragen over te maken die zij voor rekening van hun Regering hebben geïnd in de controlezone die is gelegen in de Gaststaat, alsmede de handelswaar en andere goederen die zij ter plaatse in beslag hebben genomen, over te brengen.

  • 2. Zij mogen deze handelswaar of andere goederen ook in de Gaststaat verkopen overeenkomstig de in de Gaststaat zijnde bepalingen, en de opbrengst ervan naar de eigen Staat overmaken.

Artikel 16

De bevoegde autoriteiten van elke Overeenkomstsluitende Partij bepalen, na onderling overleg, wat zij elk nodig hebben aan lokalen, installaties en uitrusting. Indien andere partijen voor deze benodigdheden dienen te zorgen, wordt hen daarvan mededeling gedaan door de bevoegde autoriteiten op wiens grondgebied die andere partij is gevestigd.

Artikel 17

  • 1. De autoriteiten van elke Overeenkomstsluitende Partij doen alles wat binnen hun bereik ligt om ervoor te zorgen dat de autoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij in de Gaststaat beschikken over de lokalen, installaties en uitrusting die zij voor de uitvoering van hun opdracht nodig hebben.

  • 2. De Gaststaat heeft het recht te bepalen dat een exploitant of een derde partij de voor de uitvoering van de opdracht van de andere Overeenkomstsluitende Partij noodzakelijke lokalen, installaties en uitrusting ter beschikking stelt en heeft eveneens het recht de kosten van een dergelijke terbeschikkingstelling te verhalen op een exploitant of een andere derde partij. Een dergelijke terbeschikkingstelling of inning geschiedt door middel van een administratieve overeenkomst tussen de desbetreffende Overeenkomstsluitende Partij en de exploitant of derde partij.

Artikel 18

  • 1. De ambtenaren van de Staat van bestemming zijn gemachtigd de goede orde te handhaven in de lokalen waarvan hen in de Gaststaat het alleengebruik is toegekend.

    2. De ambtenaren van de Gaststaat hebben geen toegang tot deze lokalen tenzij op uitnodiging van de ambtenaren van de Staat van bestemming of in overeenstemming met het nationale recht van de Gaststaat betreffende de toegang tot en het instellen van een onderzoek in privé-gebouwen.

Artikel 19

De goederen welke de ambtenaren van de Staat van bestemming nodig hebben voor de uitvoering van hun opdracht in de Gaststaat, zijn vrijgesteld van alle belastingen, heffingen en in- en uitvoerrechten.

Artikel 20

  • 1. De ambtenaren van de Staat van bestemming die hun functie in de Gaststaat uitoefenen hebben de toelating om met hun nationale autoriteiten in verbinding te staan.

  • 2. Daartoe beijveren de autoriteiten van de Gaststaat zich om elk verzoek van de autoriteiten van de Staat van bestemming aangaande de verbindingsmiddelen die zij nodig hebben voor de uitoefening van hun functie in te willigen en stellen zij de gebruiksvoorwaarden vast.

  • 3. De Gaststaat heeft het recht te bepalen dat een exploitant of een derde partij de voor de uitvoering van de taken van de andere Overeenkomstsluitende Partijen noodzakelijke lokalen, installaties en uitrusting ter beschikking stelt en heeft eveneens het recht de kosten van een dergelijke terbeschikkingstelling te verhalen op een exploitant of een andere derde partij. Een dergelijke terbeschikkingstelling of inning geschiedt door middel van een administratieve overeenkomst tussen de relevante Overeenkomstsluitende Partij en de exploitant of derde partij.


Annex A.
Artikel 5

Strafbare feiten

De strafbare feiten waarnaar in artikel 5 van de Overeenkomst wordt verwezen, zijn de volgende:

Strafbare feiten waarvoor ambtenaren van een van de Overeenkomstsluitende Partijen een aanhouding kunnen verrichten

  • door middel van misleiding de Staat van bestemming betreden

  • bijstand verlenen bij onrechtmatige binnenkomst

  • met winstoogmerk een asielzoeker helpen om de Staat van bestemming te betreden

  • bijstand verlenen bij binnenkomst in de Staat van bestemming in strijd met een uitzettings- of uitsluitingsbevel

  • belemmeren van een immigratieambtenaar die controles uitvoert

Strafbare feiten waarvoor ambtenaren van het Verenigd Koninkrijk in afwachting van de komst van ambtenaren van Nederland gebruik mogen maken van bevoegdheden voor staandehouding in de controlezone

  • elk strafbaar feit waarvoor een persoon door een politieagent kan worden aangehouden wegens een handeling of een nalatigheid die een strafbaar feit zou vormen in het kader van een immigratiecontrolebesluit indien dit in het Verenigd Koninkrijk zou hebben plaatsgevonden

  • elk strafbaar feit waarvoor een persoon het voorwerp is van een aanhoudingsbevel


Annex B.
Artikel 6

Meldings- en identificatievoorschriften voor ambtenaren van het Verenigd Koninkrijk die in Nederland werkzaam zijn

  • 1. Het Verenigd Koninkrijk stelt het Ministerie van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk der Nederlanden onverwijld, doch uiterlijk binnen acht (8) werkdagen, in kennis van de datum van aankomst van de ambtenaren en van de datum waarop een ambtenaar aanvangt met zijn of haar taken.

  • 2. Het Verenigd Koninkrijk stelt het Ministerie van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk der Nederlanden onverwijld, doch uiterlijk binnen acht (8) werkdagen, in kennis van de datum van beëindiging van hun functies en de datum van hun definitieve vertrek.

  • 3. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk der Nederlanden verstrekt een identiteitskaart waarmee de houder zich bij de bevoegde autoriteiten kan identificeren als ambtenaar van het Verenigd Koninkrijk

  • 4. Bij het definitieve vertrek van de ambtenaren van het Verenigd Koninkrijk of wanneer zij hun functie definitief hebben beëindigd, wordt de in het derde lid van deze bijlage B bedoelde identiteitskaart onverwijld en uiterlijk binnen vijftien (15) dagen door het Verenigd Koninkrijk aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk der Nederlanden geretourneerd.

  • 5. Indien niet op individuele basis aan het in het vierde lid genoemde vereiste kan worden voldaan, stelt het Verenigd Koninkrijk het Ministerie van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk der Nederlanden daarvan zo spoedig mogelijk in kennis.


Uitgegeven de vierde mei 2021.

De Minister van Buitenlandse Zaken, S.A. BLOK