Tractatenblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum totstandkoming
Ministerie van Buitenlandse ZakenTractatenblad 2021, 21Verdrag

12 (2014) Nr. 4

A. TITEL

Overeenkomst betreffende de overdracht en mutualisatie van de bijdragen aan het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds (met intentieverklaringen);

Brussel, 21 mei 2014

Voor een overzicht van de verdragsgegevens, zie verdragsnummers 013018 en 013753 in de Verdragenbank.

B. TEKST

Op 27 januari 2021 is te Brussel een wijzigingsovereenkomst inzake de Overeenkomst tot stand gekomen. De Nederlandse tekst van de wijzigingsovereenkomst luidt als volgt:1)


Overeenkomst tot wijziging van de Overeenkomst betreffende de overdracht en mutualisatie van de bijdragen aan het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds tussen het Koninkrijk België, de Republiek Bulgarije, de Tsjechische Republiek, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Republiek Estland, Ierland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, de Republiek Kroatië, de Italiaanse Republiek, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg, Hongarije, de Republiek Malta, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Polen, de Portugese Republiek, Roemenië, de Republiek Slovenië, de Slowaakse Republiek en de Republiek Finland

Preambule

De overeenkomstsluitende partijen, het Koninkrijk België, de Republiek Bulgarije, de Tsjechische Republiek, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Republiek Estland, Ierland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, de Republiek Kroatië, de Italiaanse Republiek, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg, Hongarije, de Republiek Malta, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Polen, de Portugese Republiek, Roemenië, de Republiek Slovenië, de Slowaakse Republiek en de Republiek Finland (de „ondertekenaars”);

Herinnerend aan de verklaring van de Eurogroep en de Ecofin-ministers van 18 december 2013 over het achtervangmechanisme voor het gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme met betrekking tot een toezegging om uiterlijk na tien jaar een volledig operationeel gemeenschappelijk achtervangmechanisme te ontwikkelen;

Tevens herinnerend aan het feit dat de staatshoofden en regeringsleiders van de lidstaten die de euro als munt hebben tijdens de bijeenkomst van de Eurotop van 14 december 2018 in inclusieve samenstelling een uitgebreid pakket hebben onderschreven met het oog op het versterken van de economische en monetaire unie, waaronder de voorwaarden voor het gemeenschappelijk achtervangmechanisme voor het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds (het „Fonds”). Op grond van die voorwaarden zou het gemeenschappelijke achtervangmechanisme via beperkte wijzigingen van de Overeenkomst betreffende de overdracht en de mutualisatie van bijdragen aan het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds worden ingevoerd voordat de overgangsperiode verstrijkt, op voorwaarde dat voldoende vooruitgang is geboekt met risicovermindering, na een politiek besluit geïnformeerd door een risicoverminderingsbeoordeling door de instellingen en bevoegde autoriteiten in 2020. Daarnaast zouden de risicoverminderingsvereisten in verhouding staan tot het ambitieniveau van het gemeenschappelijk achtervangmechanisme in de overgangsperiode, vergeleken met het ambitieniveau van de stabiele toestand;

Erkennend dat, indien het gemeenschappelijke achtervangmechanisme wordt ingevoerd vóór het einde van de overgangsperiode, tijdens welke vooraf te betalen bijdragen aan het fonds worden toegewezen aan verschillende compartimenten die geleidelijk aan in toenemende mate worden gemutualiseerd, een soortgelijke mutualisatie van buitengewone achteraf te betalen bijdragen een vlotte overgang van een Fondsstructuur met compartimenten naar een volledige gemutualiseerde structuur zou bevorderen;

Tevens herinnerend aan het feit dat de ministers van Financiën tijdens de Eurogroep van 4 december 2019 in inclusieve samenstelling hun goedkeuring hebben verleend aan de technische uitvoeringsbepalingen voor de mutualisatie van buitengewone achteraf te betalen bijdragen aan het Fonds;

Voorts herinnerend aan het feit dat deze wijzigingsovereenkomst niet van kracht mag worden totdat alle overeenkomstsluitende partijen die deelnemen aan het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme en aan het gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme, hebben geconcludeerd dat voldoende vooruitgang is geboekt met risicovermindering, als bedoeld in de voorwaarden voor het gemeenschappelijk achtervangmechanisme voor het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds, die zijn onderschreven door de staatshoofden en regeringsleiders van de lidstaten die de euro als munt hebben tijdens de Eurotop van 14 december 2018 in inclusieve samenstelling, en totdat een resolutie van de Raad van gouverneurs van het Europees stabiliteitsmechanisme tot toekenning van de achtervangfaciliteit in werking is getreden.

Zijn overeengekomen hetgeen volgt:

Artikel 1 Wijzigingen van de Overeenkomst betreffende de overdracht en mutualisatie van de bijdragen aan het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds

De Overeenkomst betreffende de overdracht en mutualisatie van de bijdragen aan het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds wordt als volgt gewijzigd:

1. in artikel 5 wordt lid 1 als volgt gewijzigd:

a) de punten d) en e) worden vervangen door:

  • „d. In vierde instantie en onverminderd de in punt e) bedoelde bevoegdheden van de afwikkelings-raad, worden, indien de in punt c) bedoelde financiële middelen niet volstaan om de kosten van een specifieke afwikkelingsmaatregel te dekken, door de overeenkomstsluitende partijen de buitengewone achteraf te betalen bijdragen die zij overeenkomstig de in artikel 71 van de GAM-verordening neergelegde criteria hebben geïnd bij de instellingen waaraan op hun respectieve grondgebied vergunning is verleend, aan het Fonds overgedragen overeenkomstig het volgende:

    • als een eerste stap dragen de in punt a) bedoelde betrokken overeenkomstsluitende partijen of, bij een grensoverschrijdende groepsafwikkeling, de betrokken overeenkomstsluitende partijen die in het kader van de punten a), b) en c) niet voldoende financiële middelen hebben verstrekt in verband met de afwikkeling van entiteiten waaraan op hun grondgebied vergunning is verleend, aan het Fonds buitengewone achteraf te betalen bijdragen over tot aan het bedrag dat is berekend als het maximumbedrag van buitengewone achteraf te betalen bijdragen die overeenkomstig artikel 71, lid 1, tweede alinea, van de GAM-verordening kunnen worden geïnd bij instellingen waaraan op hun grondgebied vergunning is verleend, vermenigvuldigd met het relevante percentage („het maximumbedrag”). Voor de toepassing van dit streepje wordt het percentage bepaald afhankelijk van de datum van inwerkingtreding van de afwikkelingsregeling. Het bedraagt 30 % vanaf de datum van toepassing van dit streepje en gedurende het resterende deel van het kalenderkwartaal waarin die datum valt. Het percentage neemt op kwartaalbasis af met 30 procentpunten gedeeld door het aantal resterende kalenderkwartalen van de overgangsperiode, met inbegrip van het kwartaal waarin de datum van toepassing van dit streepje valt. Voor de toepassing van dit streepje wordt de som van buitengewone achteraf te betalen bijdragen die reeds tijdens hetzelfde jaar zijn geïnd en nog tijdens hetzelfde jaar krachtens dit streepje moeten worden geïnd met betrekking tot eerdere afwikkelingsmaatregelen, in mindering gebracht op het maximumbedrag;

    • als een tweede stap, indien de in het kader van het eerste streepje beschikbare financiële middelen niet volstaan, dragen alle overeenkomstsluitende partijen aan het Fonds de buitengewone achteraf te betalen bijdragen over die noodzakelijk zijn om het resterende deel van de kosten van de specifieke afwikkelingsmaatregel te dekken tot het bedrag dat is berekend als het maximumbedrag van buitengewone achteraf te betalen bijdragen die overeenkomstig artikel 71, lid 1, tweede alinea, van de GAM-verordening kunnen worden geïnd bij instellingen waaraan op hun grondgebied vergunning is verleend, vermenigvuldigd met een percentage van 100 % min het overeenkomstig het eerste streepje toegepaste percentage („het gemutualiseerde maximumbedrag”). Voor de toepassing van dit streepje wordt de som van buitengewone achteraf te betalen bijdragen die reeds tijdens hetzelfde jaar zijn geïnd en nog tijdens hetzelfde jaar krachtens dit streepje moeten worden geïnd met betrekking tot eerdere afwikkelingsmaatregelen, in mindering gebracht op het gemutualiseerde maximumbedrag.

  • e. Indien de in punt c) bedoelde financiële middelen niet volstaan om de kosten van een specifieke afwikkelingsmaatregel te dekken, en zolang de in punt d) bedoelde buitengewone achteraf te betalen bijdragen niet onmiddellijk toegankelijk zijn, onder meer om redenen die verband houden met de stabiliteit van de betrokken instellingen, kan de afwikkelingsraad gebruikmaken van zijn bevoegdheid om conform de artikelen 73 en 74 van de GAM-verordening voor het Fonds leningen of andere vormen van steun af te sluiten, of van zijn bevoegdheid om conform artikel 7 van deze overeenkomst tot tijdelijke overdrachten tussen compartimenten te besluiten.

    Indien de afwikkelingsraad besluit gebruik te maken van de in de eerste alinea van dit punt bedoelde bevoegdheden, dragen de overeenkomstsluitende partijen, onverminderd de derde alinea van dit punt, de buitengewone achteraf te betalen bijdragen aan het Fonds over met het oog op de terugbetaling van de leningen of andere vormen van steun, of de tijdelijke overdracht tussen compartimenten, overeenkomstig het eerste en het tweede streepje van punt d) tijdens de looptijd en tot de volledige terugbetaling. Om verwarring te vermijden geldt gedurende de hele looptijd hetzelfde relevante, overeenkomstig punt d) bepaalde, percentage.

    Voor een specifieke afwikkelingsregeling die tijdens de overgangsfase in werking is getreden geldt het volgende:

    • de som van de buitengewone achteraf te betalen bijdragen die moeten worden overdragen met betrekking tot die specifieke afwikkelingsmaatregel en die welke nog moeten worden overgedragen met betrekking tot eerdere afwikkelings-maatregelen van de betrokken overeenkomstsluitende partijen i) uit hoofde van punt d), eerste streepje, en ii) uit hoofde van dit punt e) toegepast overeenkomstig punt d), eerste streepje, bedraagt niet meer dan het maximumbedrag vermenigvuldigd met drie;

    • vervolgens bedraagt de som van de buitengewone achteraf te betalen bijdragen die moeten worden overdragen met betrekking tot die specifieke afwikkelingsmaatregel en die welke nog moeten worden overgedragen met betrekking tot eerdere afwikkelings-maatregelen van alle overeenkomstsluitende partijen i) uit hoofde van punt d), tweede streepje, en ii) uit hoofde van dit punt e) toegepast overeenkomstig punt d), tweede streepje, niet meer dan het bedrag gelijk aan de som van alle op de datum van inwerkingtreding van die specifieke afwikkelings-regeling vooraf betaalde bijdragen, met uitzondering van bijdragen die verband houden met eerdere uitbetalingen van het Fonds (het daadwerkelijke niveau van het Fonds, afgezien van mogelijke uitbetalingen).”;

b) het volgende punt wordt ingevoegd:

  • „f. Indien de in punt e) bedoelde financiële middelen niet volstaan om de kosten van een specifieke afwikkelingsmaatregel te dekken, dragen de betrokken overeenkomstsluitende partijen gedurende de looptijd en tot de volledige terugbetaling de buitengewone achteraf te betalen bijdragen over die nog bij instellingen waaraan op hun grondgebied vergunning is verleend kunnen worden geïnd binnen de overeenkomstig artikel 71, lid 1, tweede alinea, van de GAM-verordening vastgestelde limiet, om de leningen of andere vormen van steun die de afwikkelingsraad overeenkomstig de artikelen 73 en 74 van de GAM-verordening kan afsluiten, terug te betalen.”;

2. in artikel 7 wordt lid 1 vervangen door:

  • „1. Onverminderd de in artikel 5, lid 1, punten a) tot en met d), bedoelde verplichtingen kunnen de bij de afwikkeling betrokken overeenkomstsluitende partijen gedurende de overgangsperiode een verzoek richten aan de afwikkelingsraad om tijdelijk gebruik te mogen maken van de financiële middelen die beschikbaar zijn in het gedeelte van de met de andere overeenkomstsluitende partijen overeenstemmende compartimenten van het Fonds dat nog niet is gemutualiseerd. In dat geval is artikel 5, lid 1, punt e), van toepassing.”.

Artikel 2 Neerlegging

Deze wijzigingsovereenkomst wordt neergelegd bij het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie („de depositaris”), dat alle ondertekenaars voor eensluidend gewaarmerkte afschriften doet toekomen.

Artikel 3 Consolidatie

De depositaris stelt een geconsolideerde versie van de Overeenkomst betreffende de overdracht en mutualisatie van de bijdragen aan het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds op en doet deze aan alle ondertekenaars toekomen.

Artikel 4 Bekrachtiging, goedkeuring of aanvaarding

  • 1. Deze wijzigingsovereenkomst wordt bekrachtigd, goedgekeurd of aanvaard door de ondertekenaars. De akten van bekrachtiging, goedkeuring of aanvaarding worden neergelegd bij de depositaris.

  • 2. De depositaris stelt de andere ondertekenaars in kennis van elke neerlegging en van de datum waarop deze heeft plaatsgevonden.

Artikel 5 Inwerkingtreding, toepassing en toetreding

  • 1. Deze wijzigingsovereenkomst treedt in werking op de datum waarop de akten van bekrachtiging, goedkeuring of aanvaarding zijn neergelegd door alle ondertekenaars die deelnemen aan het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme en aan het gemeenschappelijk afwikkelings-mechanisme. Onverminderd lid 2 is zij van toepassing vanaf de datum van haar inwerkingtreding.

  • 2. Mits deze wijzigingsovereenkomst in werking is getreden overeenkomstig lid 1 en tenzij vóór de inwerkingtreding van deze wijzigingsovereenkomst aan de onderstaande voorwaarden is voldaan, is deze wijzigingsovereenkomst van toepassing met ingang van de datum volgend op de datum waarop aan de volgende voorwaarden is voldaan:

    • a. de overeenkomstsluitende partijen die deelnemen aan het gemeenschappelijk toezichts-mechanisme en aan het gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme hebben, geïnformeerd door de beoordeling van de instellingen en de bevoegde autoriteiten in 2020, geconcludeerd dat voldoende vooruitgang is geboekt met risicovermindering als bedoeld in de voorwaarden voor het gemeenschappelijk achtervangmechanisme voor het gemeenschappelijk afwikkelings-fonds, als onderschreven door de staatshoofden en regeringsleiders van de lidstaten die de euro als munt hebben tijdens de Eurotop van 14 december 2018 in inclusieve samenstelling; en

    • b. er is een resolutie van de Raad van gouverneurs van het Europees stabiliteitsmechanisme tot toekenning van de achtervangfaciliteit uit hoofde van artikel 18 bis, lid 1, van het Verdrag tot instelling van het Europees Stabiliteitsmechanisme in werking getreden.

  • 3. Vóór haar inwerkingtreding staat deze wijzigingsovereenkomst open voor toetreding door lidstaten van de Europese Unie die tot de Overeenkomst betreffende de overdracht en mutualisatie van de bijdragen aan het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds toetreden overeenkomstig artikel 13 van die overeenkomst.

    Artikel 13 van de Overeenkomst betreffende de overdracht en mutualisatie van de bijdragen aan het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds is ook van toepassing op de toetreding tot deze wijzigings-overeenkomst.

    De toetredende lidstaat moet het verzoek om toetreding tot deze wijzigingsovereenkomst tegelijk met het verzoek om toetreding tot de Overeenkomst betreffende de overdracht en mutualisatie van de bijdragen aan het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds indienen. De toetreding wordt van kracht na gelijktijdige neerlegging van de akten van toetreding tot zowel de Overeenkomst betreffende de overdracht en mutualisatie van de bijdragen aan het gemeenschappelijk afwikkelings-fonds als deze wijzigingsovereenkomst.

GEDAAN in één oorspronkelijk exemplaar, waarvan de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Ierse, de Italiaanse, de Kroatische, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse tekst gelijkelijk authentiek zijn.



Gezamenlijke verklaring

Het Koninkrijk België, de Bondsrepubliek Duitsland, de Republiek Estland, Ierland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, de Italiaanse Republiek, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg, de Republiek Malta, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Portugese Republiek, de Republiek Slovenië, de Slowaakse Republiek en de Republiek Finland zullen zich ervoor inspannen om het ratificatieproces betreffende deze wijzigingsovereenkomst tegelijkertijd met dat van de Overeenkomst tot wijziging van het Verdrag tot instelling van het Europees Stabiliteitsmechanisme te voltooien, waar mogelijk en rekening houdend met hun nationale vereisten, en in ieder geval zo spoedig als nodig voor de vroegtijdige invoering van het gemeenschappelijk achtervangmechanisme zoals werd bevestigd bij het politiek besluit als bedoeld in de voorwaarden voor het gemeenschappelijk achtervangmechanisme voor het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds.


D. PARLEMENT

De wijzigingsovereenkomst behoeft ingevolge artikel 91 van de Grondwet de goedkeuring van de Staten-Generaal, alvorens het Koninkrijk aan de wijzigingsovereenkomst kan worden gebonden.

G. INWERKINGTREDING

De bepalingen van de wijzigingsovereenkomst zullen ingevolge artikel 5, eerste lid, in werking treden op de datum waarop de akten van bekrachtiging, goedkeuring of aanvaarding zijn neergelegd door alle ondertekenaars die deelnemen aan het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme en aan het gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme.

Uitgegeven de twaalfde februari 2021.

De Minister van Buitenlandse Zaken, S.A. BLOK


X Noot
1)

De Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Ierse, de Italiaanse, de Kroatische, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse tekst zijn niet opgenomen.

Het voor eensluidend gewaarmerkt afschrift is nog niet ontvangen. In de tekst kunnen derhalve onjuistheden voorkomen die in een volgend Tractatenblad zullen worden gecorrigeerd.