50 (1974) Nr. 43

A. TITEL

Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974 (met Bijlage);

Londen, 1 november 1974

Voor een overzicht van de verdragsgegevens, zie verdragsnummers 002225 en 013858 in de Verdragenbank.

B. TEKST

Resolutie MSC.482(103) van 13 mei 2021

Bij Resolutie MSC.482(103) heeft de Maritieme Veiligheidscommissie van de Internationale Maritieme Organisatie op 13 mei 2021 in overeenstemming met artikel VIII(b)(iv) van het Verdrag wijzigingen aangenomen. De Engelse tekst1) van de Resolutie en de wijzigingen luidt als volgt:

Resolution MSC.482(103)
(adopted on 13 May 2021)

Amendments to the International Convention for the Safety of Life at Sea, 1974 (SOLAS 1974)

The Maritime Safety Committee,

Recalling Article 28(b) of the Convention on the International Maritime Organization concerning the functions of the Committee,

Recalling also Article VIII(b) of the International Convention for the Safety of Life at Sea, 1974 (“the Convention”), concerning the amendment procedure applicable to the Annex to the Convention, other than to the provisions of chapter I,

Having considered, at its 103rd session, amendments to the Convention proposed and circulated in accordance with Article VIII(b)(i) of the Convention,

  • 1. Adopts, in accordance with Article VIII(b)(iv) of the Convention, amendments to the Convention, the text of which is set out in the annex to the present resolution;

  • 2. Determines, in accordance with Article VIII(b)(vi)(2)(aa) of the Convention, that the said amendments shall be deemed to have been accepted on 1 July 2023, unless, prior to that date, more than one third of the Contracting Governments to the Convention, or Contracting Governments the combined merchant fleets of which constitute not less than 50% of the gross tonnage of the world's merchant fleet, have notified the Secretary-General of their objections to the amendments;

  • 3. Invites Contracting Governments to the Convention to note that, in accordance with Article VIII(b)(vii)(2) of the Convention, the amendments shall enter into force on 1 January 2024, upon their acceptance, in accordance with paragraph 2 above;

  • 4. Requests the Secretary-General, for the purposes of Article VIII(b)(v) of the Convention, to transmit certified copies of the present resolution and the text of the amendments contained in the annex to all Contracting Governments to the Convention;

  • 5. Requests also the Secretary-General to transmit copies of this resolution and its annex to Members of the Organization which are not Contracting Governments to the Convention.


Annex
Amendments to the International Convention for the Safety of Life at Sea, 1974 (SOLAS 1974)

CHAPTER II-1 CONSTRUCTION – STRUCTURE, SUBDIVISION AND STABILITY, MACHINERY AND ELECTRICAL INSTALLATIONS

PART B-4 STABILITY MANAGEMENT
  • 1. The following new regulation 25-1 is added after existing regulation 25 with the associated footnotes:

“Regulation 25-1 Water level detectors on multiple hold cargo ships other than bulk carriers and tankers
  • 1. Multiple hold cargo ships other than bulk carriers and tankers constructed on or after 1 January 2024 shall be fitted with water level detectors1) in each cargo hold intended for dry cargoes. Water level detectors are not required for cargo holds located entirely above the freeboard deck.

  • 2. The water level detectors required by paragraph 1 shall:

    • .1. give audible and visual alarms at the navigation bridge, one when the water level above the bottom of the cargo hold reaches a height of not less than 0.3 m, and another at a height not less than 15% of the depth of the cargo hold but not more than 2 m; and

    • .2. be fitted at the aft end of the cargo holds. For cargo holds which are occasionally used for water ballast, an alarm overriding device may be installed. The visual alarms shall clearly discriminate between the two different water levels detected in each hold.

  • 3. As an alternative to the water level detector at a height of not less than 0.3 m as per sub-paragraph 2.1, a bilge level sensor2) serving the bilge pumping arrangements required by regulation 35-1 and installed in the cargo hold bilge wells or other suitable location is considered acceptable, subject to:

    • .1. the fitting of the bilge level sensor at a height of not less than 0.3 m at the aft end of the cargo hold; and

    • .2. the bilge level sensor giving audible and visual alarm at the navigation bridge which is clearly distinctive from the alarm given by the other water level detector fitted in the cargo hold.

CHAPTER III LIFE-SAVING APPLIANCES AND ARRANGEMENTS

PART B REQUIREMENTS FOR SHIPS AND LIFE-SAVING APPLIANCES
Regulation 33 Survival craft embarkation and launching arrangements

1. Paragraph 33.2 is replaced by the following:

  • “2. On cargo ships of 20,000 gross tonnage and upwards, davit-launched lifeboats shall be capable of being launched, utilizing painters where necessary, with the ship making headway at speeds up to 5 knots in calm water.”


Codes1)

2011 ESP Code

Deze Code is gewijzigd bij Resolutie MSC.483(103) van 13 mei 2021.

FSS Code

Deze Code is gewijzigd bij Resolutie MSC.484(103) van 13 mei 2021.

LSA Code

Deze Code is gewijzigd bij Resolutie MSC.485(103) van 13 mei 2021.

C. VERTALING

Resolutie MSC.482(103)
(aangenomen op 13 mei 2021)

Wijzigingen van het Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974 (SOLAS 1974)

De Maritieme Veiligheidscommissie,

In herinnering brengend artikel 28(b) van het Verdrag inzake de Internationale Maritieme Organisatie betreffende de taken van de Commissie,

Tevens in herinnering brengend artikel VIII(b) van het Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974 („het Verdrag”), betreffende de wijzigingsprocedure die van toepassing is op de Bijlage bij het Verdrag, met uitzondering van de bepalingen van Hoofdstuk I,

Na bestudering, tijdens haar honderdenderde zitting, van wijzigingen van het Verdrag, voorgesteld en toegezonden overeenkomstig artikel VIII(b)(i) van het Verdrag,

  • 1. Neemt, overeenkomstig artikel VIII(b)(iv) van het Verdrag, wijzigingen van het Verdrag aan, waarvan de tekst is vervat in de bijlage bij deze resolutie,

  • 2. Bepaalt, in overeenstemming met artikel VIII(b)(vi)(2)(aa) van het Verdrag, dat genoemde wijzigingen worden geacht te zijn aanvaard op 1 juli 2023, tenzij vóór die datum meer dan een derde van de Verdragsluitende Regeringen bij het Verdrag, dan wel de Verdragsluitende Regeringen waarvan de gezamenlijke koopvaardijvloten ten minste vijftig procent van de brutotonnage van de wereldkoopvaardijvloot vormen, hun bezwaren tegen de wijzigingen kenbaar hebben gemaakt aan de Secretaris-Generaal,

  • 3. Nodigt de Verdragsluitende Regeringen bij het Verdrag uit er nota van te nemen dat, in overeenstemming met artikel VIII(b)(vii)(2) van het Verdrag, de wijzigingen na hun aanvaarding in overeenstemming met paragraaf 2 hierboven, in werking treden op 1 januari 2024,

  • 4. Verzoekt de Secretaris-Generaal, voor de toepassing van artikel VIII(b)(v) van het Verdrag, gewaarmerkte afschriften van deze resolutie en van de tekst van de in de bijlage vervatte wijzigingen te doen toekomen aan alle Verdragsluitende Regeringen bij het Verdrag,

  • 5. Verzoekt de Secretaris-Generaal voorts afschriften van deze resolutie en de bijlage daarbij te doen toekomen aan Leden van de Organisatie die geen Verdragsluitende Regeringen bij het Verdrag zijn.


Bijlage
Wijzigingen van het Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974 (SOLAS 1974)

HOOFDSTUK II-1 CONSTRUCTIE – STRUCTUUR, WATERDICHTE INDELING EN STABILITEIT, MACHINE-INSTALLATIES EN ELEKTRISCHE INSTALLATIES

DEEL B-4 STABILITEITSBEHEER
  • 1. Het volgende nieuwe voorschrift 25-1 wordt toegevoegd na het bestaande voorschrift 25 met de bijbehorende voetnoten:

„Voorschrift 25-1 Waterniveaudetectoren op schepen met meerdere laadruimen, anders dan bulkcarriers en tankschepen
  • 1. Schepen met meerdere laadruimen, anders dan bulkcarriers en tankschepen, gebouwd op of na 1 januari 2024 moeten zijn uitgerust met waterniveaudetectoren1) in elk ruim dat bestemd is voor droge lading. Waterniveaudetectoren zijn niet vereist in laadruimen die zich volledig boven het vrijboorddek bevinden.

  • 2. De in paragraaf 1 vereiste waterniveaudetectoren moeten:

    • .1. op de brug hoorbare en zichtbare alarmsignalen geven, een wanneer het waterniveau boven de bodem van het laadruim een hoogte van ten minste 0,3 m bereikt en een ander op een hoogte die niet minder is dan 15% van de diepte van het laadruim maar niet meer dan 2 m; en

    • .2. worden aangebracht aan het achterste einde van de laadruimen. Bij laadruimen die soms worden gebruikt voor waterballast mag een voorziening worden gemonteerd waarmee het alarm kan worden uitgeschakeld. De visuele alarmen moeten een duidelijk onderscheid maken tussen de twee verschillende waterniveaus die in elk ruim worden gemeten.

  • 3. Als alternatief voor de waterniveaudetector op een hoogte van ten minste 0,3 m conform sub-paragraaf 2.1, wordt ook een lenswateralarm2) voor de lenspompinrichtingen zoals vereist door voorschrift 35-1 en geïnstalleerd in de lensputten van de laadruimen of een andere geschikte locatie aanvaardbaar geacht, mits:

    • .1. het lenswateralarm wordt aangebracht op een hoogte van ten minste 0,3 m aan het achterste einde van het laadruim; en

    • .2. het lenswateralarm op de brug een hoorbaar en zichtbaar alarm geeft dat duidelijk afwijkt van het alarm dat wordt gegeven door de andere waterniveaudetector die in het laadruim is aangebracht.

HOOFDSTUK III REDDINGMIDDELEN EN -VOORZIENINGEN

DEEL B

VEREISTEN TEN AANZIEN VAN SCHEPEN EN REDDINGSMIDDELEN

Voorschrift 33 Voorzieningen voor inscheping en tewaterlating van reddingsboten en -vlotten

1. Paragraaf 33.2 wordt vervangen door:

  • „2. Op vrachtschepen met een bruto-tonnage van 20.000 ton en meer moeten strijkbare reddingsboten te water kunnen worden gelaten, waar nodig met gebruikmaking van een vanglijn, terwijl het schip met een snelheid tot 5 knopen in kalm water vooruit vaart.”


D. PARLEMENT

Resolutie MSC.482(103) van 13 mei 2021

De wijzigingen van 13 mei 2021 behoeven ingevolge artikel 7, onderdeel f, van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen niet de goedkeuring van de Staten-Generaal.

Codes

De in rubriek B genoemde codes en wijzigingen daarvan behoeven ingevolge artikel 7, onderdeel f, van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen niet de goedkeuring van de Staten-Generaal.

G. INWERKINGTREDING

Resolutie MSC.482(103) van 13 mei 2021

De wijzigingen van 13 mei 2021 zullen ingevolge artikel VIII(b)(vii)(2) juncto artikel VIII(b)(vi)(2)(aa) van het Verdrag op 1 januari 2024 in werking treden, tenzij vóór 1 juli 2023 meer dan een derde van de verdragsluitende regeringen, dan wel verdragsluitende regeringen waarvan de gezamenlijke koopvaardijvloten ten minste vijftig procent van de brutotonnage van de wereldkoopvaardijvloot vormen, de Secretaris-Generaal van de Internationale Maritieme Organisatie ervan in kennis stellen, dat zij bezwaar hebben tegen de wijzigingen.

Codes

2011 ESP Code

Resolutie MSC.483(103) van 13 mei 2021 waarbij de 2011 ESP Code is gewijzigd, zal op 1 januari 2023 in werking treden, tenzij vóór 1 juli 2022 meer dan een derde van de verdragsluitende regeringen, dan wel verdragsluitende regeringen waarvan de gezamenlijke koopvaardijvloten ten minste vijftig procent van de brutotonnage van de wereldkoopvaardijvloot vormen, bezwaar hebben gemaakt tegen de wijzigingen.

FSS Code

Resolutie MSC.484(103) van 13 mei 2021 waarbij de FSS Code is gewijzigd, zal op 1 januari 2024 in werking treden, tenzij vóór 1 juli 2023 meer dan een derde van de verdragsluitende regeringen, dan wel verdragsluitende regeringen waarvan de gezamenlijke koopvaardijvloten ten minste vijftig procent van de brutotonnage van de wereldkoopvaardijvloot vormen, bezwaar hebben gemaakt tegen de wijzigingen.

LSA Code

Resolutie MSC.485(103) van 13 mei 2021 waarbij de LSA Code is gewijzigd, zal op 1 januari 2024 in werking treden, tenzij vóór 1 juli 2023 meer dan een derde van de verdragsluitende regeringen, dan wel verdragsluitende regeringen waarvan de gezamenlijke koopvaardijvloten ten minste vijftig procent van de brutotonnage van de wereldkoopvaardijvloot vormen, bezwaar hebben gemaakt tegen de wijzigingen.

Uitgegeven de zestiende september 2021.

De Minister van Buitenlandse Zaken, S.A.M. KAAG


X Noot
1)

De Arabische, de Chinese, de Franse, de Russische en de Spaanse tekst zijn niet opgenomen. Het gewaarmerkt afschrift is nog niet ontvangen. In de tekst kunnen derhalve onjuistheden voorkomen die in een volgend Tractatenblad zullen worden gecorrigeerd.

X Noot
1)

Refer to the Performance standards for water level detectors on bulk carriers and single hold cargo ships other than bulk carriers (resolution MSC.188(79)), as may be amended.

X Noot
2)

Refer to the Performance standards for water level detectors on bulk carriers and single hold cargo ships other than bulk carriers (resolution MSC.188(79)), as may be amended.

X Noot
1)

De teksten van de Resoluties waarbij de Codes zijn gewijzigd, zijn niet opgenomen. Zij liggen ter inzage bij de bibliotheek van de Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken (HBJZ) van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

X Noot
1)

Verwezen wordt naar de Uitvoeringsnormen voor waterniveaudetectoren op bulkcarriers en op schepen met een enkel laadruim, anders dan bulkcarriers (resolutie MSC.188(79)), zoals eventueel gewijzigd.

X Noot
2)

Verwezen wordt naar de Uitvoeringsnormen voor waterniveaudetectoren op bulkcarriers en op schepen met een enkel laadruim, anders dan bulkcarriers (resolutie MSC.188(79)), zoals eventueel gewijzigd.

Naar boven