Tractatenblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum totstandkoming
Ministerie van Buitenlandse ZakenTractatenblad 2020, 9Verdrag

23 (2019) Nr. 2

A. TITEL

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Singapore inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken;

Singapore, 14 oktober 2019

Voor een overzicht van de verdragsgegevens, zie verdragsnummer 013613 in de Verdragenbank.

C. VERTALING


Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Singapore inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken

Preambule

Het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Republiek Singapore,

hierna gezamenlijk te noemen „de verdragsluitende partijen” en elk afzonderlijk de „verdragsluitende partij”,

Gelet op het belang van een juiste vaststelling van de douanerechten en van het waarborgen van een juiste handhaving door hun douaneadministraties van verboden, beperkingen en controlemaatregelen met betrekking tot bepaalde goederen;

Overwegend dat inbreuken op de douanewetgeving schadelijk zijn voor de economische, fiscale, sociale en culturele belangen en de belangen op het gebied van de volksgezondheid, openbare orde en handel van de verdragsluitende partijen;

Erkennend de noodzaak van internationale samenwerking ter zake van aangelegenheden die verband houden met de toepassing en handhaving van hun douanewetgeving;

Ervan overtuigd dat het optreden tegen inbreuken op de douanewetgeving doeltreffender kan worden gemaakt door middel van samenwerking, met name door uitwisseling van informatie tussen hun douaneadministraties op basis van wederzijds overeengekomen wettelijke bepalingen;

Erkennende de bilaterale overeenkomsten en regelingen inzake douanesamenwerking tussen de verdragsluitende partijen;

Gelet op internationale overeenkomsten die verboden, beperkingen en bijzondere controlemaatregelen met betrekking tot bepaalde goederen bevatten;

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK I BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN

Artikel 1

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:

a. „douaneadministratie”:
  • wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft: de centrale administratie die verantwoordelijk is voor de toepassing van de douanewetgeving;

  • wat de Republiek Singapore betreft: de douanedienst van Singapore;

b. „douanerechten”:

alle rechten, belastingen of heffingen die geheven worden op de grondgebieden van de verdragsluitende partijen bij toepassing van de douanewetgeving, maar met uitzondering van vergoedingen of heffingen voor verleende diensten;

c. „douanewetgeving”:

alle wettelijke en administratieve bepalingen die door een van de douaneadministraties worden toegepast of gehandhaafd in verband met de invoer, uitvoer, doorvoer of het vervoer van goederen, die gerelateerd zijn aan douanerechten en belastingen, alsmede verboden, beperkingen en andere soortgelijke controles op het vervoer van aan regulering onderworpen goederen over de landsgrenzen heen;

d. „inbreuk op de douanewetgeving”:

elke schending of poging tot schending van de douanewetgeving;

e. „informatie”:

alle gegevens, al dan niet bewerkt of geanalyseerd, en documenten, rapporten en andere mededelingen ongeacht in welke vorm, met inbegrip van de elektronische vorm, of gewaarmerkte of gelegaliseerde afschriften daarvan;

f. „internationale logistieke keten”:

alle processen die van toepassing zijn bij het grensoverschrijdend verkeer van goederen van de plaats van herkomst naar de uiteindelijke plaats van bestemming;

g. „functionaris”:

elke douaneambtenaar of andere regeringsambtenaar aangewezen door een van de douaneadministraties;

h. „persoon”:

elke natuurlijke persoon of rechtspersoon;

i. „persoonsgegevens”:

alle gegevens betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon;

j. „aangezochte administratie”:

de douaneadministratie die om bijstand wordt verzocht;

k. „verzoekende administratie”:

de douaneadministratie die om bijstand verzoekt;

l. „aangezochte partij”:

de verdragsluitende partij wier douaneadministratie om bijstand wordt verzocht;

m. „verzoekende partij”:

de verdragsluitende partij wier douaneadministratie om bijstand verzoekt.

HOOFDSTUK II REIKWIJDTE VAN HET VERDRAG

Artikel 2
  • 1. De verdragsluitende partijen verlenen elkaar door tussenkomst van hun douaneadministraties administratieve bijstand onder de in dit Verdrag genoemde voorwaarden ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving, met het oog op het voorkomen, onderzoeken en bestrijden van inbreuken op die wetgeving, alsmede om de veiligheid van de internationale logistieke keten te waarborgen.

  • 2. Niets in dit Verdrag verplicht een aangezochte administratie informatie te verstrekken die niet in haar bezit is. Een aangezochte administratie neemt verzoeken van een verzoekende administratie om informatie te verstrekken die niet in het bezit is van de aangezochte administratie in overweging.

  • 3. Elke douaneadministratie voert ingevolge dit Verdrag gedane verzoeken om bijstand uit in overeenstemming met en onderworpen aan de beperkingen van de nationale wet- en regelgeving en binnen de grenzen van haar wettelijke bevoegdheden, competentie en beschikbare middelen. Uit dit Verdrag vloeien geen verplichtingen voort voor de verdragsluitende partijen om een verzoek uit te voeren waarbij de verzochte bijstand valt binnen de wettelijke bevoegdheden en competentie van een orgaan buiten de aangezochte administratie.

  • 4. Dit Verdrag laat onverlet:

    • a. de verplichtingen van het Koninkrijk der Nederlanden ingevolge de wetgeving van de Europese Unie inzake zijn huidige en toekomstige verplichtingen als lidstaat van de Europese Unie en alle wetgeving die is vastgesteld om die verplichtingen na te komen, alsmede zijn huidige en toekomstige verplichtingen die voortvloeien uit internationale overeenkomsten tussen de lidstaten van de Europese Unie; of

    • b. de huidige en toekomstige verplichtingen van de Republiek Singapore die voortvloeien uit internationale overeenkomsten waarbij Singapore partij is en alle wetgeving die is vastgesteld om die verplichtingen na te komen.

  • 5. Dit Verdrag heeft uitsluitend betrekking op de wederzijdse administratieve bijstand tussen de verdragsluitende partijen en laat onverlet de eventuele wederzijdse rechtshulpverdragen of -regelingen tussen hen.

  • 6. Dit Verdrag is uitsluitend bedoeld voor wederzijdse administratieve bijstand tussen de verdragsluitende partijen; personen kunnen aan de bepalingen van dit Verdrag niet het recht ontlenen bewijsmateriaal te doen verkrijgen, te doen achterhouden of ontoelaatbaar te doen verklaren dan wel de uitvoering van een verzoek te doen beletten.

HOOFDSTUK III INFORMATIE

Artikel 3
  • 1. Een douaneadministratie verstrekt, op verzoek of uit eigen beweging, voor zover mogelijk, en indien nodig, via toezicht, bijstand in de vorm van informatie ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving met het oog op het voorkomen, onderzoeken en bestrijden van inbreuken op die wetgeving alsmede om de veiligheid van de internationale logistieke keten te waarborgen. Deze informatie kan betrekking hebben op:

    • a. nieuwe rechtshandhavingstechnieken die hun doeltreffendheid hebben bewezen;

    • b. nieuwe trends, middelen of werkwijzen bij het maken van inbreuken op de douanewetgeving;

    • c. goederen waarvan bekend is dat zij het voorwerp vormen van inbreuken op de douanewetgeving, alsmede de voor deze goederen toegepaste vervoer- en opslagmethoden;

    • d. personen van wie bekend is dat zij een inbreuk op de douanewetgeving hebben gemaakt of van wie wordt vermoed dat zij een inbreuk op de douanewetgeving gaan maken;

    • e. alle andere gegevens die de douaneadministraties van nut kunnen zijn bij de risicobeoordeling voor controle- en facilitatiedoeleinden.

  • 2. Op verzoek verstrekt de aangezochte administratie de verzoekende administratie informatie die betrekking heeft op het vervoeren en verzenden van goederen onder vermelding van waarde, bestemming en andere relevante informatie met betrekking tot de goederen.

Artikel 4
  • 1. Op verzoek of uit eigen beweging verstrekken de douaneadministraties aan elkaar informatie over activiteiten die kunnen leiden tot een inbreuk op de douanewetgeving op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij.

  • 2. In gevallen die aanzienlijke schade voor de economie, volksgezondheid, openbare orde, met inbegrip van de veiligheid van de internationale logistieke keten, of voor andere vitale belangen van een verdragsluitende partij met zich kunnen meebrengen, verstrekt de douaneadministratie van de andere verdragsluitende partij, waar mogelijk, uit eigen beweging en onverwijld zulke informatie.

Artikel 5

Op verzoek informeert de aangezochte administratie de verzoekende administratie of:

  • a. goederen die werden uitgevoerd uit het grondgebied van de verzoekende partij op rechtmatige wijze zijn ingevoerd in het grondgebied van de aangezochte partij en onder welke douaneregeling de goederen eventueel zijn geplaatst;

  • b. goederen die zijn ingevoerd in het grondgebied van de verzoekende partij op rechtmatige wijze werden uitgevoerd uit het grondgebied van de aangezochte partij en onder welke douaneregeling de goederen eventueel zijn geplaatst.

Artikel 6
  • 1. De douaneadministraties kunnen elkaar, door middel van een wederzijdse regeling, automatisch informatie ten behoeve van specifieke doeleinden verstrekken. De regeling zal vervat worden in een Memorandum van Overeenstemming uit hoofde van Artikel 16 en kan het type van de uitgewisselde informatie, de vorm, frequentie en timing van de verzending ervan en alle andere voorwaarden bevatten zoals door de douaneadministraties kan worden vastgelegd.

  • 2. Automatisch zoals bedoeld in het eerste lid van dit artikel verwijst naar het gepland of volgens een scenario verzenden van informatie tussen de verdragsluitende partijen voor specifieke doeleinden zoals omschreven in een regeling die is vervat in een Memorandum van Overeenstemming uit hoofde van artikel 16.

HOOFDSTUK IV BIJZONDERE VORMEN VAN BIJSTAND

Artikel 7

De douaneadministraties kunnen elkaar bijstand verlenen door het uitvoeren van benchmarks, uitwisselen van kennis, ervaring en beste praktijken met betrekking tot zaken als:

  • a. training van personeel;

  • b. douaneprocedures;

  • c. risicobeheersing;

  • d. gebruik van technische apparatuur bij controles;

  • e. management en administratieve organisatie.

HOOFDSTUK V TOEZENDING VAN VERZOEKEN

Artikel 8
  • 1. Verzoeken om bijstand uit hoofde van dit Verdrag worden rechtstreeks aan de douaneadministratie van de andere verdragsluitende partij gericht. Verzoeken worden schriftelijk of elektronisch gedaan en gaan vergezeld van alle informatie die voor de inwilliging van het verzoek nuttig wordt geacht. De aangezochte administratie kan schriftelijke bevestiging van elektronische verzoeken verlangen. Wanneer de omstandigheden dit vereisen, kunnen verzoeken mondeling worden gedaan. Dergelijke verzoeken worden zo spoedig mogelijk hetzij schriftelijk, hetzij, indien beide douaneadministraties daarmee instemmen, elektronisch bevestigd.

  • 2. Verzoeken bevatten zoveel mogelijk informatie om de aangezochte administratie te helpen bij het beantwoorden ervan, met inbegrip van, maar niet beperkt tot de volgende gegevens:

    • a. de naam van de verzoekende administratie;

    • b. het onderwerp van en de reden voor het verzoek, alsmede de aard van de verzochte bijstand;

    • c. een korte beschrijving van de desbetreffende zaak en van de wettelijke en administratieve bepalingen die erop van toepassing zijn;

    • d. de namen en adressen van de personen op wie het verzoek betrekking heeft, indien bekend.

  • 3. Om originele dossiers, documenten of andere materialen wordt slechts verzocht in gevallen waarin niet met afschriften kan worden volstaan en deze worden zo spoedig mogelijk teruggezonden. De rechten van de aangezochte administratie of van derden ter zake blijven onverlet.

HOOFDSTUK VI UITVOERING VAN VERZOEKEN

Artikel 9
  • 1. Indien de aangezochte administratie niet over de gevraagde informatie beschikt, kan zij stappen ondernemen om die informatie te vergaren.

  • 2. Indien de aangezochte administratie niet de bevoegde autoriteit is om de verzochte informatie te vergaren, kan zij, naast het aanwijzen van de bevoegde autoriteit, het verzoek aan die autoriteit doorzenden.

Artikel 10

Met instemming van de aangezochte administratie en onder de door laatstgenoemde hieraan verbonden voorwaarden, kunnen door de verzoekende administratie hiertoe aangewezen functionarissen, op verzoek, ten behoeve van de opsporing van een inbreuk op de douanewetgeving, ten kantore van de aangezochte administratie documenten en alle andere informatie met betrekking tot die inbreuk op douanewetgeving onderzoeken, en daarvan afschriften verkrijgen.

Artikel 11

Indien de aangezochte administratie het wenselijk acht dat functionarissen van de verzoekende partij aanwezig zijn wanneer, overeenkomstig een verzoek, bijstandsmaatregelen worden uitgevoerd, kan zij de verzoekende partij uitnodigen daartoe functionarissen ter beschikking te stellen, met inachtneming van alle door haar daaraan verbonden voorwaarden.

Artikel 12
  • 1. Indien functionarissen van de ene verdragsluitende partij aanwezig zijn op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij uit hoofde van dit Verdrag, dienen zij te allen tijde in staat te zijn hun identiteit en officiële hoedanigheid aan te tonen.

  • 2. Functionarissen van de ene verdragsluitende partij, die gedurende hun verblijf uit hoofde van dit Verdrag op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij aanwezig zijn,

    • a. genieten de bescherming die wordt toegekend aan douaneambtenaren van de andere verdragsluitende partij voor zover dit uit hoofde van de wettelijke en administratieve bepalingen van die verdragsluitende partij mogelijk is, en

    • b. zijn verantwoordelijk voor de strafbare feiten die zij eventueel begaan.

HOOFDSTUK VII GEBRUIK, VERTROUWELIJKHEID EN BESCHERMING VAN INFORMATIE

Artikel 13
  • 1. Uit hoofde van dit Verdrag ontvangen informatie mag slechts door de douaneadministraties van de verdragsluitende partijen en slechts voor de doeleinden die in dit Verdrag beschreven zijn worden gebruikt.

  • 2. Niettegenstaande het eerste lid van dit artikel kan de verdragsluitende partij die de informatie heeft verstrekt, op verzoek, haar goedkeuring hechten aan het gebruik ervan door andere autoriteiten of voor andere doeleinden, met inachtneming van alle door haar daaraan verbonden voorwaarden. Dergelijk gebruik dient in overeenstemming te zijn met de wettelijke en administratieve bepalingen van de verdragsluitende partij die de informatie wil gebruiken. Het gebruik van informatie voor andere doeleinden omvat het gebruik bij strafrechtelijk onderzoek, strafrechtelijke vervolging en strafrechtelijke procedures.

  • 3. Uit hoofde van dit Verdrag ontvangen informatie wordt vertrouwelijk behandeld en daarvoor geldt ten minste hetzelfde vertrouwelijkheids- en beschermingsniveau als voor soortgelijke informatie geldt krachtens de wettelijke en administratieve bepalingen van de verdragsluitende partij waar zij wordt ontvangen.

  • 4. Op uit hoofde van dit Verdrag uitgewisselde persoonsgegevens is een vertrouwelijkheids- en beschermingsniveau van toepassing dat ten minste gelijk is aan het vertrouwelijkheids- en beschermingsniveau voor persoonsgegevens dat gehanteerd wordt in de nationale wettelijke en administratieve bepalingen van de verdragsluitende partij wier douaneadministratie deze persoonsgegevens heeft verstrekt.

  • 5. De verdragsluitende partijen verschaffen elkaar alle wetgeving welke van belang is voor dit artikel. Persoonsgegevens worden pas uitgewisseld nadat de wetgeving is ontvangen. Wanneer de wetgeving wordt gewijzigd stellen beide verdragsluitende partijen elkaar onverwijld in kennis van de wijzigingen.

HOOFDSTUK VIII UITSLUITINGSGRONDEN

Artikel 14
  • 1. Indien de bijstand waar uit hoofde van dit Verdrag om wordt verzocht een inbreuk zou kunnen vormen op de soevereiniteit, de veiligheid, de openbare orde of een ander wezenlijk nationaal belang van de aangezochte partij, of rechtmatige handels- of beroepsbelangen zou kunnen schaden, kan deze bijstand door die aangezochte partij worden geweigerd of worden verstrekt onder de voorwaarden die zij kan stellen.

  • 2. Indien de verzoekende administratie niet in staat zou zijn een soortgelijk verzoek van de aangezochte administratie in te willigen, wijst zij daarop in haar verzoek. Inwilliging van een dergelijk verzoek wordt overgelaten aan het oordeel van de aangezochte administratie.

  • 3. De aangezochte administratie kan bijstand uitstellen indien er gronden zijn om aan te nemen dat een lopend onderzoek of een lopende vervolging of procedure hiermee wordt doorkruist. In een dergelijk geval pleegt de aangezochte administratie overleg met de verzoekende administratie om te bepalen of de bijstand kan worden verleend onder de voorwaarden die de aangezochte administratie kan stellen.

  • 4. Indien de aangezochte administratie van mening is dat de inspanningen die moeten worden verricht om aan het verzoek te voldoen duidelijk niet in verhouding staan tot het beoogde nut voor de verzoekende administratie, kan zij de gevraagde bijstand weigeren.

  • 5. In het geval dat een verzoek niet kan worden uitgevoerd wordt de verzoekende administratie hiervan onverwijld in kennis gesteld, en heeft de aangezochte administratie de keuze om een verklaring te verstrekken met de redenen voor het uitstel of weigering van het verzoek.

HOOFDSTUK IX KOSTEN

Artikel 15
  • 1. Behoudens het bepaalde in het tweede en derde lid van dit artikel zien de verdragsluitende partijen af van alle vorderingen tot vergoeding van ter uitvoering van dit Verdrag gemaakte kosten.

  • 2. Bedragen en vergoedingen betaald aan deskundigen en getuigen, alsook de kosten van vertalers en tolken die niet in dienst zijn van de regering, worden gedragen door de verzoekende partij.

  • 3. Indien met de uitvoering van het verzoek aanmerkelijke kosten of kosten van buitengewone aard zullen zijn gemoeid, plegen de verdragsluitende partijen overleg om de voorwaarden te bepalen waaronder het verzoek zal worden uitgevoerd, alsmede de wijze waarop de kosten worden gedragen.

HOOFDSTUK X UITVOERING EN TOEPASSING VAN HET VERDRAG

Artikel 16

De douaneadministraties besluiten gezamenlijk, binnen het kader van dit Verdrag, over een Memorandum van Overeenstemming ter vergemakkelijking van de uitvoering en toepassing van dit Verdrag.

HOOFDSTUK XI TERRITORIALE TOEPASSING

Artikel 17
  • 1. Wat de Republiek Singapore betreft, is dit Verdrag van toepassing op haar grondgebied.

  • 2. Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is dit Verdrag van toepassing op:

    • a. zijn grondgebied in Europa en het Caribisch deel van Nederland (de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba);

    • b. Aruba;

    • c. Curaçao;

    • d. Sint Maarten.

  • 3. Niettegenstaande het tweede lid van dit artikel is, wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, het vierde lid van artikel 2 uitsluitend van toepassing op zijn grondgebied in Europa.

HOOFDSTUK XII BESLECHTING VAN GESCHILLEN

Artikel 18
  • 1. De douaneadministraties streven ernaar geschillen of andere problemen betreffende de interpretatie of toepassing van dit Verdrag in onderlinge overeenstemming op te lossen.

  • 2. Geschillen of problemen waarvoor geen oplossing wordt gevonden, worden langs diplomatieke weg geregeld.

HOOFDSTUK XIII SLOTBEPALINGEN

Artikel 19

Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand nadat de verdragsluitende partijen elkaar langs diplomatieke weg schriftelijk ervan in kennis hebben gesteld dat aan de grondwettelijke of nationale vereisten voor de inwerkingtreding van dit Verdrag is voldaan.

Artikel 20

Op verzoek komen de verdragsluitende partijen bijeen om het Verdrag te herzien.

Artikel 21
  • 1. Dit Verdrag wordt in beginsel voor onbepaalde tijd gesloten, maar elk van beide verdragsluitende partijen kan het te allen tijde door middel van een kennisgeving langs diplomatieke weg beëindigen.

  • 2. De beëindiging wordt van kracht drie maanden na de datum van de kennisgeving aan de andere verdragsluitende partij. Lopende procedures op het tijdstip van beëindiging worden niettemin voltooid in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN te Singapore op 14 oktober 2019, in tweevoud in de Engelse taal.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden, H.E. MARGRIET VONNO Ambassadeur van het Koninkrijk der Nederlanden

Voor de Republiek Singapore, Dhr. HO CHEE PONG Directeur-Generaal Douanedienst van Singapore


Uitgegeven de achtentwintigste januari 2020.

De Minister van Buitenlandse Zaken, S.A. BLOK