Tractatenblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum totstandkoming
Ministerie van Buitenlandse ZakenTractatenblad 2020, 66Verdrag

51 (2006) Nr. 8

A. TITEL

Maritiem arbeidsverdrag, 2006;

Genève, 23 februari 2006

Voor een overzicht van de verdragsgegevens, zie verdragsnummers 010842 en 013611 in de Verdragenbank.

B. TEKST

Tijdens haar 107de zitting op 5 juni 2018 te Genève heeft de Algemene Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie in overeenstemming met artikel XV, vijfde lid, van het verdrag wijzigingen van de code bij het verdrag goedgekeurd. De Engelse tekst1) van de wijzigingen luidt als volgt:


Amendments of 2018 to the Code of the Maritime Labour Convention, 2006, as amended (MLC, 2006)

Amendment to the Code of the MLC, 2006, relating to Regulation 2.1

Standard A2.1 – Seafarers' employment agreements

Insert a new paragraph 7:

  • 7. Each Member shall require that a seafarer's employment agreement shall continue to have effect while a seafarer is held captive on or off the ship as a result of acts of piracy or armed robbery against ships, regardless of whether the date fixed for its expiry has passed or either party has given notice to suspend or terminate it. For the purpose of this paragraph, the term:

    • a) piracy shall have the same meaning as in the United Nations Convention on the Law of the Sea, 1982;

    • b) armed robbery against ships means any illegal act of violence or detention or any act of depredation, or threat thereof, other than an act of piracy, committed for private ends and directed against a ship or against persons or property on board such a ship, within a State's internal waters, archipelagic waters and territorial sea, or any act of inciting or of intentionally facilitating an act described above.

Amendment to the Code of the MLC, 2006, relating to Regulation 2.2

Standard A2.2 – Wages

Insert a new paragraph 7:

  • 7. Where a seafarer is held captive on or off the ship as a result of acts of piracy or armed robbery against ships, wages and other entitlements under the seafarers' employment agreement, relevant collective bargaining agreement or applicable national laws, including the remittance of any allotments as provided in paragraph 4 of this Standard, shall continue to be paid during the entire period of captivity and until the seafarer is released and duly repatriated in accordance with Standard A2.5.1 or, where the seafarer dies while in captivity, until the date of death as determined in accordance with applicable national laws or regulations. The terms piracy and armed robbery against ships shall have the same meaning as in Standard A2.1, paragraph 7.

Amendment to the Code of the MLC, 2006, relating to Regulation 2.5

Guideline B2.5.1 – Entitlement

Replace paragraph 8 by the following:

  • 8. The entitlement to repatriation may lapse if the seafarers concerned do not claim it within a reasonable period of time to be defined by national laws or regulations or collective agreements, except where they are held captive on or off the ship as a result of acts of piracy or armed robbery against ships. The terms piracy and armed robbery against ships shall have the same meaning as in Standard A2.1, paragraph 7.


C. VERTALING

In Trb. 2007, 93 dient in de vertaling de volgende correctie te worden aangebracht.

Op blz. 128, in artikel XV, vierde lid, vijfde regel, dient het woord „aanvaard” te worden vervangen door „aangenomen”.


De vertaling van de tijdens de 107de zitting van de Algemene Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie op 5 juni 2018 te Genève goedgekeurde wijzigingen van de code bij het verdrag luidt als volgt:


Wijzigingen van 2018 van de Code van het Maritiem Arbeidsverdrag, 2006, zoals gewijzigd (MLC, 2006)

Wijziging van de Code van het Maritiem Arbeidsverdrag (MLC, 2006), met betrekking tot Voorschrift 2.1

Norm A2.1 – Arbeidsovereenkomsten voor zeevarenden

Voeg een nieuwe paragraaf 7 in:

  • 7. Elk Lid vereist dat een arbeidsovereenkomst voor zeevarenden van kracht blijft wanneer een zeevarende gevangen wordt gehouden op of buiten het schip als gevolg van een daad van piraterij of een gewapende overval op schepen, ongeacht of de vastgestelde beëindigingsdatum van de arbeidsovereenkomst is verstreken of een van de partijen kennisgeving van opschorting of beëindiging heeft gedaan. Voor de toepassing van deze paragraaf:

    • a. wordt onder piraterij hetzelfde verstaan als in het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, 1982;

    • b. wordt onder gewapende overval op schepen verstaan iedere wederrechtelijke daad van geweld of vasthouding, alsmede iedere daad van plundering, of dreiging daarvan, anders dan een daad van piraterij, die voor persoonlijke doeleinden wordt gepleegd en die gericht is tegen een schip of tegen personen of eigendommen aan boord van een dergelijk schip, in de binnenwateren, archipelwateren en territoriale zee van een staat, of elke opruiing tot of opzettelijke vergemakkelijking van een bovenbeschreven handeling.

Wijziging van de Code van het Maritiem Arbeidsverdrag (MLC, 2006), met betrekking tot Voorschrift 2.2

Norm A2.2 – Lonen

Voeg een nieuwe paragraaf 7 in:

  • 7. Wanneer een zeevarende gevangen wordt gehouden op of buiten het schip als gevolg van een daad van piraterij of een gewapende overval op schepen, wordt de betaling van loon en andere aanspraken uit hoofde van de arbeidsovereenkomst van de zeevarende, de desbetreffende collectieve arbeidsovereenkomst of toepasselijke nationale wetgeving, met inbegrip van de overmakingen zoals voorzien in paragraaf 4 van deze Norm, voortgezet tijdens de gehele periode van gevangenschap en totdat de zeevarende wordt vrijgelaten en naar behoren is gerepatrieerd in overeenstemming met Norm A2.5.1 of, indien de zeevarende tijdens zijn gevangenschap overlijdt, tot de datum van overlijden zoals vastgesteld in overeenstemming met de toepasselijke nationale wetten of voorschriften. De begrippen piraterij en gewapende overval op schepen hebben dezelfde betekenis als in Norm A2.1, paragraaf 7.

Wijziging van de Code van het Maritiem Arbeidsverdrag (MLC, 2006), met betrekking tot Voorschrift 2.5

Leidraad B2.5.1 – Recht

Vervang paragraaf 8 door de volgende:

  • 8. Het recht op repatriëring kan vervallen indien de betrokken zeevarenden hier niet binnen een redelijke termijn, zoals vast te stellen in de nationale wetten of voorschriften of collectieve overeenkomsten, een beroep op doen, tenzij zij gevangen worden gehouden op of buiten het schip als gevolg van een daad van piraterij of een gewapende overval op schepen. De begrippen piraterij en gewapende overval op schepen hebben dezelfde betekenis als in Norm A2.1, paragraaf 7.


D. PARLEMENT

De wijzigingen van 5 juni 2018 van de code bij het verdrag behoeven ingevolge artikel 7, onderdeel f, van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen niet de goedkeuring van de Staten-Generaal.

G. INWERKINGTREDING

De wijzigingen van 5 juni 2018 van de code bij het verdrag zullen ingevolge artikel XV, negende lid, van het verdrag in werking treden zes maanden nadat het Koninkrijk der Nederlanden de Directeur-Generaal van de Internationale Arbeidsorganisatie kennis heeft gegeven van de aanvaarding van de wijzigingen.

Uitgegeven de achtste juli 2020.

De Minister van Buitenlandse Zaken, S.A. BLOK


X Noot
1)

De Franse tekst is niet opgenomen.