Tractatenblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum totstandkoming
Ministerie van Buitenlandse ZakenTractatenblad 2019, 94Verdrag

8 (2010) Nr. 3

A. TITEL

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Zwitserse Bondsstaat tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen (met Protocol);

’s-Gravenhage, 26 februari 2010

Voor een overzicht van de verdragsgegevens, zie verdragsnummers 009989 en 013377 in de Verdragenbank.

B. TEKST

Op 12 juni 2019 is te ’s-Gravenhave een Protocol tot wijziging van het Verdrag tot stand gekomen. De Nederlandse, Franse en Engelse tekst van het Protocol luiden als volgt:


Protocol tot wijziging van het Verdrag van 26 februari 2010 tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Zwitserse Bondsstaat tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Zwitserse Bondsraad,

Geleid door de wens een Protocol te sluiten tot wijziging van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Zwitserse Bondsstaat tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen, met Protocol, ondertekend te 's-Gravenhage op 26 februari 2010, (hierna respectievelijk te noemen „het Verdrag” en „het Protocol bij het Verdrag”),

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1

De titel en preambule van het Verdrag worden vervangen door de volgende titel en preambule:

„Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Zwitserse Bondsstaat tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en het voorkomen van het ontduiken en ontwijken van belasting

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Zwitserse Bondsraad,

Geleid door de wens hun economische betrekkingen verder te ontwikkelen en hun samenwerking op het gebied van belastingzaken te verbeteren,

Voornemens een verdrag te sluiten tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen, zonder mogelijkheden te scheppen voor niet-heffing of verminderde heffing van belasting door middel van het ontduiken of ontwijken van belasting (onder andere door treaty-shopping-structuren met het oog op het indirect ten voordele van inwoners van derde Staten verkrijgen van de in dit verdrag voorziene fiscale voordelen),

Zijn het volgende overeengekomen:”.

Artikel 2

1. In Artikel 3, eerste lid, onderdeel h, punt i van het Verdrag wordt een komma toegevoegd na „Nederland”.

2. Artikel 3, eerste lid, onderdeel h, punt ii van het Verdrag wordt vervangen door het volgende punt:

  • „ii. in Zwitserland, het hoofd van het Federale Ministerie van Financiën of zijn bevoegde vertegenwoordiger;”.

3. Na artikel 3, eerste lid, onderdeel i van het Verdrag wordt het volgende onderdeel ingevoegd:

  • „j. betekent de uitdrukking „een pensioenfonds” een plan, regeling, fonds, trust of andere regeling ingesteld in een Verdragsluitende Staat dat of die:

    • i. gereguleerd wordt door en in het algemeen is vrijgesteld van belastingen naar het inkomen in die Staat; en

    • ii. voornamelijk wordt geëxploiteerd voor het beheer of het verstrekken van pensioenen of pensioenuitkeringen of voor het verwerven van inkomsten ten behoeve van een of meer van dergelijke regelingen.”.

Artikel 3

1. Artikel 10, derde lid, onderdeel b, van het Verdrag wordt vervangen door het volgende onderdeel:

  • „b. de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden een pensioenfonds is.”.

2. Artikel 10, derde lid, onderdeel c, van het Verdrag wordt geschrapt.

Artikel 4

Artikel 18 wordt geschrapt en vervangen door het volgende artikel:

„Artikel 18 Pensioenen, lijfrenten en socialezekerheidsuitkeringen
  • 1. Pensioenen en andere soortgelijke beloningen, alsmede lijfrenten, waaronder afkoopsommen betaald in plaats van een pensioen of andere soortgelijke beloning of lijfrente, afkomstig uit een Verdragsluitende Staat en betaald aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat en betalingen krachtens de bepalingen van de socialezekerheidswetgeving van de eerstgenoemde Verdragsluitende Staat en betaald aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat mogen in de eerstgenoemde Verdragsluitende Staat worden belast. Indien echter dergelijke betalingen een periodiek karakter dragen (met uitzondering van afkoopsommen betaald in plaats van een pensioen of andere soortgelijke beloning of lijfrente) mag de aldus geheven belasting niet meer bedragen dan 15 percent van het brutobedrag van de betaling.

  • 2. Een pensioen of andere soortgelijke beloning of lijfrente wordt geacht afkomstig te zijn uit een Verdragsluitende Staat voor zover de met het pensioen of een andere soortgelijke beloning of lijfrente samenhangende bijdragen of betalingen, dan wel de aanspraken op dit pensioen of andere soortgelijke beloning of lijfrente in die Staat in aanmerking zijn gekomen voor een fiscale tegemoetkoming.

  • 3. De uitdrukking „lijfrente” betekent een vaste som, periodiek betaalbaar op vaste tijdstippen, hetzij gedurende het leven, hetzij gedurende een vastgesteld of voor vaststelling vatbaar tijdvak, ingevolge een verbintenis tot het doen van betalingen, welke tegenover een voldoende en volledige tegenprestatie in geld of geldswaarde staat en voor zover de aanspraak of de met de lijfrente samenhangende bijdrage in de Verdragsluitende Staat waaruit de lijfrente afkomstig is, in aanmerking is gekomen voor een fiscale tegemoetkoming.”

Artikel 5

Artikel 22 (Vermijding van dubbele belasting) wordt geschrapt en vervangen door het volgende artikel:

„Artikel 22 Vermijding van dubbele belasting
  • 1. Nederland is bevoegd, bij het heffen van belasting van zijn inwoners, in de grondslag waarnaar de belasting wordt geheven, de bestanddelen van het inkomen te begrijpen die overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag in Zwitserland mogen worden belast.

  • 2. Indien echter een inwoner van Nederland bestanddelen van het inkomen verkrijgt die volgens artikel 6, eerste, derde en vierde lid, artikel 7, eerste lid, artikel 8, eerste en tweede lid, artikel 10, zevende lid, artikel 11, vierde lid, artikel 12, vierde lid, artikel 13, eerste, tweede, derde en vierde lid, artikel 14, eerste lid, artikel 15, eerste en derde lid, artikel 19, eerste lid, onderdeel a, en artikel 21, tweede lid, van dit Verdrag in Zwitserland mogen worden belast en die in de in het eerste lid bedoelde grondslag zijn begrepen, stelt Nederland dergelijke bestanddelen van het inkomen vrij door een vermindering van zijn belasting toe te staan. Deze vermindering wordt berekend overeenkomstig de bepalingen in de Nederlandse wetgeving tot het vermijden van dubbele belasting. Daartoe worden bedoelde bestanddelen van het inkomen geacht te zijn begrepen in het bedrag van de bestanddelen van het inkomen die ingevolge die bepalingen van Nederlandse belasting zijn vrijgesteld.

  • 3. Nederland verleent voorts een aftrek op de aldus berekende Nederlandse belasting voor de bestanddelen van het inkomen die volgens artikel 10, tweede lid, artikel 16, eerste lid, artikel 17, eerste en tweede lid, en artikel 18, eerste lid, van dit Verdrag in Zwitserland mogen worden belast, voor zover deze bestanddelen in de in het eerste lid bedoelde grondslag zijn begrepen. Het bedrag van deze aftrek is gelijk aan de in Zwitserland over deze bestanddelen van het inkomen betaalde belasting, maar bedraagt, indien de bepalingen in de Nederlandse wetgeving tot het vermijden van dubbele belasting daarin voorzien, niet meer dan het bedrag van de aftrek die zou zijn verleend indien de aldus in het inkomen begrepen bestanddelen van het inkomen de enige bestanddelen van het inkomen zouden zijn geweest die uit hoofde van de bepalingen in de Nederlandse wetgeving tot het vermijden van dubbele belasting van Nederlandse belasting zijn vrijgesteld.

    Dit lid beperkt een tegemoetkoming nu of in de toekomst verleend uit hoofde van de bepalingen in de Nederlandse wetgeving tot het vermijden van dubbele belasting niet, echter uitsluitend voor zover het de berekening van het bedrag van de aftrek van de Nederlandse belasting betreft met betrekking tot de som van inkomsten afkomstig uit meer dan één rechtsgebied en de voortwenteling van de belasting betaald in Zwitserland op bedoelde bestanddelen van het inkomen naar de volgende jaren.

  • 4. Niettegenstaande de bepalingen van het tweede lid verleent Nederland een aftrek op de Nederlandse belasting voor de in Zwitserland betaalde belasting op bestanddelen van het inkomen die volgens artikel 7, eerste lid, artikel 10, zevende lid, artikel 11, vierde lid, artikel 12, vierde lid, artikel 13, vierde lid, en artikel 21, tweede lid, van dit Verdrag in Zwitserland mogen worden belast, voor zover deze bestanddelen in de in het eerste lid bedoelde grondslag zijn begrepen, voor zover Nederland uit hoofde van de bepalingen in de Nederlandse wetgeving tot het vermijden van dubbele belasting een aftrek verleent op de Nederlandse belasting voor de in een ander rechtsgebied over die bestanddelen van het inkomen geheven belasting. Voor de berekening van deze aftrek zijn de bepalingen van het derde lid van dit artikel van overeenkomstige toepassing.

  • 5. In het geval van Zwitserland wordt dubbele belasting als volgt vermeden:

    • a. Indien een inwoner van Zwitserland inkomsten verkrijgt, die in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag in Nederland mogen worden belast, stelt Zwitserland, onder voorbehoud van de bepalingen van onderdelen b en c, deze inkomsten vrij van belasting, maar kan Zwitserland bij het berekenen van de belasting over de resterende inkomsten van die inwoner het belastingtarief toepassen dat van toepassing zou zijn geweest, indien de vrijgestelde inkomsten niet aldus waren vrijgesteld. Deze vrijstelling is evenwel slechts van toepassing op de voordelen en inkomsten bedoeld in artikel 13, vierde lid, en artikel 17, eerste en tweede lid, indien bewijs wordt overgelegd van de werkelijke belasting over deze voordelen en inkomsten in Nederland.

    • b. Indien een inwoner van Zwitserland dividenden verkrijgt die in overeenstemming met de bepalingen van artikel 10 in Nederland mogen worden belast, verleent Zwitserland deze inwoner op verzoek een vermindering. De vermindering kan bestaan uit:

      • i. een aftrek op de belasting over het inkomen van die inwoner tot een bedrag dat gelijk is aan de belasting die in Nederland is geheven in overeenstemming met de bepalingen van artikel 10; deze aftrek is evenwel niet hoger dan het deel van de Zwitserse belasting, berekend voordat de aftrek is verleend, dat is toe te rekenen aan de inkomsten die in Nederland mogen worden belast; of

      • ii. een forfaitaire aftrek van de Zwitserse belasting; of

      • iii. een gedeeltelijke vrijstelling van de Zwitserse belasting op deze dividenden, die in elk geval bestaat uit ten minste een aftrek op het brutobedrag van de dividenden van de in Nederland geheven belasting.

        Zwitserland stelt de toepasselijke vermindering vast en past de procedure toe in overeenstemming met de Zwitserse voorschriften ter zake van de uitvoering van internationale verdragen van de Zwitserse Bondsstaat tot het vermijden van dubbele belasting.

    • c. Indien een inwoner van Zwitserland periodieke uitkeringen verkrijgt in overeenstemming met de bepalingen van de tweede zin van artikel 18, eerste lid, die in Nederland mogen worden belast, verleent Zwitserland deze inwoner op verzoek een vermindering van een derde van het nettobedrag van dergelijke pensioenen of lijfrenten.

  • 6. De bepalingen van het tweede lid en van het vijfde lid, onderdeel a, zijn niet van toepassing op inkomensbestanddelen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat wanneer de andere Verdragsluitende Staat de bepalingen van dit Verdrag toepast om deze inkomensbestanddelen vrij te stellen van belasting of de bepalingen van artikel 10, tweede lid, op deze inkomensbestanddelen toepast.”.

Artikel 6

Artikel 24, zesde en zevende lid, van het Verdrag wordt vervangen door het volgende:

  • „6. Bijdragen die door of namens een natuurlijke persoon die in een Verdragsluitende Staat een dienstbetrekking uitoefent of als zelfstandige werkzaam is („het gastland”), worden betaald aan een in de andere Verdragsluitende Staat voor de belastingheffing erkend pensioenfonds („het thuisland”), worden

    • a. voor het vaststellen van de door de natuurlijke persoon in het gastland verschuldigde belasting; en

    • b. voor het vaststellen van de winst van zijn werkgever die in het gastland mag worden belast;

      in het gastland op dezelfde wijze en onder dezelfde voorwaarden en beperkingen behandeld als bijdragen die zijn betaald aan een pensioenfonds dat in die Staat voor de belastingheffing erkend is, voor zover zij niet zo worden behandeld door het thuisland.

  • 7. Het zesde lid is slechts van toepassing indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

    • a. op de natuurlijke persoon is de wetgeving van het thuisland van toepassing in overeenstemming met de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, over het vrije verkeer van personen, ondertekend op 21 juni 1999; en

    • b. de natuurlijke persoon was onmiddellijk voorafgaand aan het uitoefenen van de dienstbetrekking of zijn werkzaamheden als zelfstandige in het gastland geen inwoner van het gastland en nam deel in het pensioenfonds (of een ander soortgelijk pensioenfonds ter vervanging van het eerstgenoemde pensioenfonds); en

    • c. het pensioenfonds wordt door de bevoegde autoriteit van het gastland aanvaard als zijnde over het algemeen gelijkwaardig aan een door die Staat voor de belastingheffing met betrekking tot natuurlijke personen als zodanig erkend pensioenfonds.

  • 8. De bepalingen van het zesde en zevende lid zijn van overeenkomstige toepassing op bijdragen aan Nederlandse pensioen(verzekerings)regelingen, waaronder regelingen met verzekeringsmaatschappijen waarin een persoon deelneemt om een pensioenuitkering veilig te stellen.

  • 9. De bepalingen van dit artikel zijn, niettegenstaande de bepalingen van artikel 2, van toepassing op belastingen van elke soort en benaming.”.

Artikel 7

Artikel 25, eerste lid, van het Verdrag wordt vervangen door het volgende:

  • „1. Indien een persoon van oordeel is dat de maatregelen van een of van beide Verdragsluitende Staten voor hem leiden of zullen leiden tot een belastingheffing die niet in overeenstemming is met de bepalingen van dit Verdrag, kan hij, ongeacht de rechtsmiddelen waarin de nationale wetgeving van die Staten voorziet, zijn zaak voorleggen aan de bevoegde autoriteit van een van de Verdragsluitende Staten. De zaak dient te worden voorgelegd binnen drie jaar na de eerste kennisgeving omtrent de maatregel die leidt tot een belastingheffing die niet in overeenstemming is met de bepalingen van het Verdrag.”.

Artikel 8

Het volgende artikel wordt ingevoegd na artikel 27 van het Verdrag:

„Artikel 27a Recht op voordelen

Niettegenstaande de overige bepalingen van dit Verdrag, wordt een voordeel uit hoofde van dit Verdrag niet toegekend met betrekking tot een inkomensbestanddeel indien, alle relevante feiten en omstandigheden in aanmerking genomen, redelijkerwijs kan worden geconcludeerd dat het verkrijgen van dit voordeel een van de voornaamste redenen was voor een constructie of transactie die direct of indirect tot dat voordeel heeft geleid, tenzij wordt vastgesteld dat toekenning van dit voordeel in deze omstandigheden in overeenstemming zou zijn met het voorwerp en doel van de relevante bepalingen van dit Verdrag.”.

Artikel 9

De preambule van het Protocol bij het Verdrag wordt vervangen door de volgende preambule van het Protocol bij het Verdrag:

„Ter zake van het tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Zwitserse Bondsstaat gesloten Verdrag tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en het voorkomen van het ontduiken en ontwijken van belasting, zijn de ondergetekenden overeengekomen dat de volgende bepalingen een integrerend deel van het Verdrag vormen.”.

Artikel 10

1. De huidige artikelen II, III, IV, V, VI en VII van het Protocol bij het Verdrag worden vernummerd tot artikelen III, IV, V, VI, VII en VIII.

2. Het volgende nieuwe artikel II wordt ingevoegd in het Protocol bij het Verdrag:

„II. Ad artikel 3 eerste lid, onderdeel j

Het is wel te verstaan dat de uitdrukking „pensioenfonds” de volgende fondsen en alle daaraan gelijke of grotendeels daaraan gelijke fondsen omvat die zijn opgericht ingevolge wetgeving die is ingevoerd na 1 januari 2018:

  • a. in Nederland, elk pensioenfonds dat valt onder:

    • i. de Pensioenwet;

    • ii. de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000;

    • iii. de Wet verplichte beroepspensioenregeling;

    • iv. de Wet op het notarisambt;

    • v. de Wet op het financieel toezicht;

  • b. in Zwitserland, elk pensioenfonds dat valt onder:

    • i. de Federale Wet van 20 december 1946 inzake ouderdoms- en nabestaandenverzekering;

    • ii. de Federale Wet van 19 juni 1959 inzake invaliditeitsverzekering;

    • iii. de Federale Wet van 6 oktober 2006 inzake aanvullende pensioenen wegens ouderdoms-, nabestaanden- en invaliditeitsverzekering;

    • iv. de Federale Wet van 25 september 1952 inzake vergoedingen voor verlies van inkomen in geval van het vervullen van de dienstplicht en in geval van moederschap;

    • v. de Federale Wet van 25 juni 1982 inzake ouderdoms-, nabestaanden- en invaliditeitsverzekering voor werknemers en zelfstandigen, waaronder pensioenfondsen die individuele erkende pensioenregelingen aanbieden die vergelijkbaar zijn met de beroepsgebonden pensioenregelingen en niet-geregistreerde pensioenfondsen die beroepsgebonden pensioenregelingen bieden in de zin van:

      • de Federale Wet van 17 december 1993 inzake onvoorwaardelijk toegezegde beloningen;

      • artikel 89a, zesde en zevende lid, van het Zwitserse Burgerlijk Wetboek van 10 december 1907;

      • artikel 331, eerste lid, van de Federale wet inzake wijziging van het Zwitserse Burgerlijk Wetboek (Deel vijf: het Wetboek van verbintenissenrecht) van 30 maart 1911.”

Artikel 11

Het huidige artikel III (het vernummerde artikel IV) van het Protocol bij het Verdrag wordt vervangen door het volgende artikel:

„IV. Ad artikel 4, eerste lid
  • 1. De uitdrukking „inwoner van een Verdragsluitende Staat” omvat een organisatie die uitsluitend voor religieuze, liefdadige, wetenschappelijke, culturele, sportieve of educatieve doeleinden (of voor meer dan een van deze doeleinden) is opgericht en wordt beheerd, en die een inwoner is van die Staat overeenkomstig de wetgeving daarvan, niettegenstaande het feit dat de inkomsten of voordelen geheel of gedeeltelijk zijn vrijgesteld van belasting ingevolge de nationale wetgeving van die Staat.

  • 2. De uitdrukking „inwoner van een Verdragsluitende Staat” omvat tevens een pensioenfonds.”.

Artikel 12

Het huidige artikel VIII van het Protocol bij het Verdrag wordt geschrapt.

Artikel 13

Artikel IX het Protocol bij het Verdrag wordt vervangen door het volgende artikel:

„IX. Ad artikel 4, artikel 10, eerste en tweede lid, en artikel 21
  • 1. Het is wel te verstaan dat een voor de Nederlandse vrijgestelde beleggingsinstelling, een Zwitsers bij overeenkomst opgericht fonds („fonds commun de placement”), een Zwitsers open-end beleggingsfonds („société d’investissement à capital variable”) en een Zwitserse commanditaire vennootschap voor collectieve beleggingen („société en commandite de placements collectifs”) geen inwoners zijn van een of van beide Verdragsluitende Staten.

  • 2. Niettegenstaande het eerste lid en artikel 10, eerste en tweede lid, en artikel 21:

    • a. zal Nederland niet worden belet om zijn nationale belastingwetgeving toe te passen met betrekking tot een belang in een vrijgestelde beleggingsinstelling, maar indien de uiteindelijk gerechtigde tot een dergelijk belang inwoner is van Zwitserland, mag de aldus geheven belasting niet meer bedragen dan 15 percent van het brutobedrag van het aldus belaste inkomen.

    • b. zal Zwitserland niet worden belet om zijn nationale belastingwetgeving toe te passen met betrekking tot een belang in een Zwitsers bij overeenkomst opgericht fonds („fonds commun de placement”), een Zwitsers open-end beleggingsfonds („société d’investissement à capital variable”) en een Zwitserse commanditaire vennootschap voor collectieve kapitaalbeleggingen („société en commandite de placements collectifs”) krachtens de Federale wet van 23 juni 2006 inzake collectieve investeringsregelingen, maar indien de uiteindelijke gerechtigde tot een dergelijk inkomen inwoner is van Nederland, mag de aldus geheven belasting niet meer bedragen dan 15 percent van het brutobedrag van het aldus belaste inkomen.

  • 3. Met betrekking tot het tweede lid, onderdelen a en b, gelden de bepalingen van artikel XIII en artikel 22 dienovereenkomstig.”.

Artikel 14

De huidige artikelen X, XI, XII, XIII, XIV, XV en XVI van het Protocol bij het Verdrag worden vernummerd tot artikelen XI , XII, XIII, XIV, XV, XVI en XVII.

Artikel 15

Het volgende nieuwe artikel X wordt na artikel IX van het Protocol bij het Verdrag ingevoegd:

„X. Ad Artikel 10, derde lid
  • 1. De bepalingen van artikel 10, derde lid, zijn niet van toepassing op een persoon die voor de toepassing van de Nederlandse vennootschapsbelasting een fiscale beleggingsinstelling is.

  • 2. Voorts zijn de bepalingen van artikel 10, derde lid, uitsluitend van toepassing op een premiepensioeninstelling voor zover de inkomsten uit dividenden betrekking hebben op een pensioenregeling van een werkgever die inwoner is van Nederland.”.

Artikel 16

Dit Protocol treedt in werking op de laatste dag van de maand volgend op de maand waarin de laatste kennisgeving is ontvangen waarin de Verdragsluitende Staten elkaar schriftelijk ervan in kennis hebben gesteld dat aan de in hun onderscheiden Staten grondwettelijk vereiste formaliteiten is voldaan, en de bepalingen ervan vinden toepassing voor belastingjaren en –tijdvakken die aanvangen op of na 1 januari van het kalenderjaar dat volgt op dat waarin het Protocol in werking is getreden.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd, dit Protocol hebben ondertekend.

GEDAAN in tweevoud te ’s-Gravenhage op 12 juni 2019, in de Nederlandse, de Franse en de Engelse taal, waarbij de drie teksten gelijkelijk authentiek zijn. Ingeval de Nederlandse en de Franse tekst verschillend kunnen worden uitgelegd, is de Engelse tekst doorslaggevend.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden, MENNO SNEL

Voor de Zwitserse Bondsstaat, HEINZ WALKER-NEDERKOORN



Protocole modifiant la Convention du 26 février 2010 entre le royaume des Pays-Bas et la Confédération Suisse en vue d’éviter les doubles impositions en matière d’impôts sur le revenu

Le Gouvernement du Royaume des Pays-Bas

et

le Conseil fédéral suisse,

désireux de conclure un protocole modifiant la Convention entre le Royaume des Pays-Bas et la Confédération suisse en vue d’éviter les doubles impositions en matière d’impôts sur le revenu et son Protocole, signés à La Haye le 26 février 2010 (ci-après désignée par «la Convention» et, respectivement par «le protocole à la Convention»),

sont convenus des dispositions suivantes:

Art. 1

Le titre et le préambule de la Convention sont remplacés par les dispositions suivantes:

«Convention entre le Royaume des Pays-Bas et la Confederation Suisse en vue d'eviter les doubles impositions en matiere d'impots sur le revenu et de prevenir la fraude et l’evasion fiscales

Le Gouvernement du Royaume des Pays-Bas

et

le Conseil fédéral suisse,

désireux de promouvoir leurs relations économiques et d’améliorer leur coopération en matière fiscale,

entendant conclure une Convention en vue d'éviter les doubles impositions en matière d'impôts sur le revenu sans créer de possibilités de non-imposition ou d’imposition réduite par la fraude ou l’évasion fiscales (y compris par des mécanismes de chalandage fiscal destinés à obtenir les allégements prévus dans la présente Convention au bénéfice indirect de résidents d’États tiers),

sont convenus des dispositions suivantes:»

Art. 2

1. Une virgule est ajoutée après l’expression «the Netherlands» à l’art. 3, par. 1, let. h, ch. i. (ne concerne pas la version française).

2. L’art. 3, par. 1, let. h, ch. ii de la Convention est remplacé par les dispositions suivantes:

  • «(ii) en Suisse, le Chef du Département fédéral des finances ou son représentant autorisé;»

3. La let. j suivante sera ajoutée après la let. i de l’art. 3, par. 1 de la Convention:

  • « j) l’expression «institution de prévoyance» désigne tout plan, programme, fonds, trust ou autre arrangement établi dans un Etat contractant, qui:

    • (i) est réglementé par, et généralement exempté de l’imposition sur le revenu dans, cet Etat; et

    • (ii) exerce une activité principalement en vue d’administrer ou de verser des pensions ou des prestations de retraite ou pour générer des revenus au profit d’un ou de plusieurs de ces arrangements.»

Art. 3

1. L’art. 10, par. 3, let. b de la Convention est remplacé par les dispositions suivantes :

  • « b) le bénéficiaire effectif des dividendes est une institution de prévoyance.»

2. L’art. 10, par. 3, let. c de la Convention est supprimé.

Art. 4

L’art. 18 (Pensions, rentes et allocations de sécurité sociale) est supprimé et remplacé par les dispositions suivantes:

« Art. 18 Pensions, rentes et allocations de sécurité sociale
  • 1. Les pensions et autres rémunérations similaires, ainsi que les rentes, y compris les prestations en capital effectuées à la place d’une pension, d’autres rémunérations similaires ou d’une rente, provenant d’un Etat contractant et payées à un résident de l’autre Etat contractant, de même que les paiements versés au titre des dispositions relatives au système de sécurité sociale du premier Etat, à un résident de l’autre Etat contractant, sont imposables dans le premier Etat. Toutefois, si ces paiements sont de nature périodique (à l’exception de prestations en capital effectuées à la place d’une pension ou d’autres rémunérations similaires ou de rente), l’impôt ainsi établi ne peut excéder 15 pour cent du montant brut du paiement.

  • 2. Une pension ou autre rémunération similaire ou rente est considérée comme provenant d'un Etat contractant dans la mesure où les cotisations ou paiements relatifs à cette pension ou autre rémunération similaire ou rente, ou les droits reçus à ce titre, ont été pris en compte pour un allègement fiscal dans cet Etat.

  • 3. Le terme «rente» désigne une somme prédéterminée, payable périodiquement à échéances fixes, la vie durant ou pendant un laps de temps déterminé ou déterminable, en vertu d'un engagement d'effectuer les paiements en échange d'une pleine et adéquate contre-valeur en argent ou son équivalent, dans la mesure où le droit ou la cotisation associée à la rente a été pris en considération pour un allégement fiscal dans l'Etat contractant d'où provient la rente.»

Art. 5

L’art. 22 (Elimination des doubles impositions) est supprimé et remplacé par les dispositions suivantes:

«Art. 22 Elimination des doubles impositions
  • 1. Les Pays-Bas peuvent, lors de l'imposition de leurs résidents, inclure dans la base imposable pour le calcul du montant de l'impôt, les éléments du revenu qui, conformément aux dispositions de la présente Convention, sont imposables en Suisse.

  • 2. Toutefois, lorsqu'un résident des Pays-Bas reçoit des éléments de revenu qui sont imposables en Suisse conformément aux par. 1, 3 et 4 de l'art. 6, au par. 1 de l'art. 7, aux par. 1 et 2 de l’art. 8, au par. 7 de l'art. 10, au par. 4 de l'art. 11, au par. 4 de l'art. 12, aux par. 1, 2, 3 et 4 de l'art. 13, au par. 1 de l'art. 14, aux par. 1 et 3 de l'art. 15, au par. 1 (let. a) de l'art. 19 et au par. 2 de l'art. 21 de la présente Convention, et qui sont compris dans la base imposable visée au par. 1, les Pays-Bas exemptent ces éléments de revenu en accordant une réduction de leur impôt. Cette réduction est calculée conformément aux dispositions de la législation néerlandaise visant à éviter la double imposition. A cette fin, les éléments de revenu précités sont censés être compris dans les éléments de revenu qui sont exemptés d'impôt néerlandais en vertu de ces dispositions.

  • 3. Les Pays-Bas accordent en outre, sur l'impôt néerlandais ainsi calculé, une déduction pour les éléments de revenu qui sont imposables en Suisse conformément au par. 2 de l'art. 10, au par. 1 de l'art. 16, aux par. 1 et 2 de l'art. 17 et au par. 1 de l'art. 18 de la présente Convention, dans la mesure où ces éléments de revenus sont compris dans la base imposable visée au par. 1. Le montant de cette déduction est égal à l'impôt payé en Suisse sur ces éléments de revenu, mais ne peut en aucun cas, si les dispositions de la législation néerlandaise en vue d'éviter la double imposition le prévoient ainsi, excéder le montant de la déduction qui serait accordée si les éléments de revenus inclus ainsi étaient les seuls éléments de revenus exemptés de l'impôt néerlandais conformément aux dispositions de la législation néerlandaise en vue d'éviter la double imposition.

    Le présent paragraphe ne limite pas les allègements actuels ou futurs accordés par les dispositions de la législation néerlandaise en vue d'éviter la double imposition, mais seulement dans la mesure où le calcul du montant de la déduction de l'impôt néerlandais est concerné par l'addition de revenus provenant de plus d'une seule juridiction ainsi que par le report sur les années suivantes de l'impôt payé en Suisse sur les éléments de revenus en question.

  • 4. Nonobstant les dispositions du par. 2, les Pays-Bas accordent, au titre de l'impôt payé en Suisse sur les éléments de revenu qui sont imposables en Suisse conformément au par. 1 de l'art. 7, au par. 7 de l'art. 10, au par. 4 de l'art. 11, au par. 4 de l'art. 12, au par. 4 de l’art. 13 et au par. 2 de l'art. 21 de la présente Convention et dans la mesure où ces éléments de revenu sont compris dans la base imposable visée au par. 1, une déduction sur l'impôt néerlandais, si et dans la mesure où les Pays-Bas, en vertu de la législation néerlandaise visant à éviter la double imposition, accordent une déduction sur l'impôt néerlandais au titre de l'impôt perçu dans une autre juridiction sur ces éléments de revenu. Pour le calcul de cette déduction, les dispositions du par. 3 du présent article s'appliquent mutatis mutandis.

  • 5. En ce qui concerne la Suisse, la double imposition est évitée de la manière suivante:

    • a) lorsqu'un résident de Suisse reçoit des revenus qui, conformément aux dispositions de la présente Convention, sont imposables aux Pays-Bas, la Suisse exempte de l'impôt ces revenus, sous réserve des dispositions des let. b et c, mais peut, pour calculer le montant de l'impôt sur le reste des revenus de ce résident, appliquer le même taux que si les revenus en question n'avaient pas été exemptés. Toutefois, cette exemption ne s'applique aux gains et revenus visés au par. 4 de l'art. 13 et aux par. 1 et 2 de l'art. 17 qu'après justification de l'imposition de ces gains aux Pays-Bas.

    • b) lorsqu'un résident de Suisse reçoit des dividendes qui, conformément aux dispositions de l'art. 10 sont imposables aux Pays-Bas, la Suisse accorde un dégrèvement à ce résident à sa demande. Ce dégrèvement consiste:

      • (i) en l'imputation de l'impôt payé aux Pays-Bas conformément aux dispositions de l'art. 10 sur l'impôt qui frappe les revenus de ce résident; la somme ainsi imputée ne peut toutefois excéder la fraction de l'impôt suisse, calculé avant l'imputation, correspondant aux revenus imposables aux Pays-Bas; ou

      • (ii) en une réduction forfaitaire de l'impôt suisse; ou

      • (iii) en une exemption partielle des dividendes en question de l'impôt suisse, mais au moins en une déduction de l'impôt payé aux Pays-Bas du montant brut des dividendes.

        La Suisse déterminera le genre de dégrèvement et réglera la procédure selon les prescriptions suisses concernant l'exécution des conventions internationales conclues par la Confédération en vue d'éviter les doubles impositions.

    • c) lorsqu'un résident de Suisse reçoit des paiements périodiques qui, conformément aux dispositions de la deuxième phrase du par. 1 de l'art. 18 sont imposables aux Pays-Bas, la Suisse accorde sur demande un dégrèvement consistant en une déduction d'un tiers du montant net des pensions ou rentes en question.

  • 6. Les dispositions du par. 2 et de la let. a du par. 5 ne s’appliquent pas au revenu reçu par un résident d’un Etat contractant lorsque l’autre Etat contractant applique les dispositions de la Convention pour exempter d’impôt ce revenu ou applique les dispositions du par. 2 de l’art. 10 à ce revenu.»

Art. 6

L’art. 24, par. 6 et 7 de la Convention sont remplacés par les dispositions suivantes:

  • «6. Les cotisations payées par ou pour le compte d'une personne physique, exerçant une activité dépendante ou indépendante dans un Etat contractant («Etat d'accueil»), à une institution de prévoyance reconnue fiscalement dans l'autre Etat contractant («Etat d'origine») sont, aux fins de:

    • a) la détermination de l'impôt dû par cette personne physique dans l'Etat d'accueil; et de

    • b) la détermination des bénéfices de son employeur qui sont imposables dans l'Etat d'accueil;

      traitées dans cet Etat de la même manière et soumises aux mêmes conditions et restrictions que les cotisations faites à une institution de prévoyance reconnue fiscalement dans l'Etat d'accueil, dans la mesure où elles ne sont pas traitées ainsi par l'Etat d'origine.

  • 7. Le par. 6 ne s'applique que si les conditions suivantes sont remplies:

    • a) la personne physique est assujettie à la législation de l'Etat d'origine conformément à l'Accord sur la libre circulation des personnes signé le 21 juin 1999 entre la Confédération suisse, d'une part, et la Communauté européenne et ses Etats membres, d'autre part; et

    • b) la personne physique n'était pas un résident de l'Etat d'accueil, et participait au plan d’une institution de prévoyance (ou d’une autre institution de prévoyance similaire qui a remplacé la première institution de prévoyance mentionnée), immédiatement avant le début de l'exercice de son activité dépendante ou indépendante dans l'Etat d'accueil; et

    • c) l’institution de prévoyance est reconnue par l'autorité compétente de l'Etat d'accueil comme correspondant généralement à une institution de prévoyance reconnue fiscalement comme telle pour les personnes physiques par cet Etat.

  • 8. Les dispositions des par. 6 et 7 sont applicables en conséquence aux cotisations à un régime de retraite néerlandais, qui inclut un plan de prévoyance proposé par une compagnie d’assurance auquel participe une personne physique en vue de s’assurer des pensions ou des prestations de retraite.

  • 9. Les dispositions du présent article s'appliquent, nonobstant les dispositions de l'art. 2, aux impôts de toute nature ou dénomination.»

Art. 7

L’art. 25 par. 1 de la Convention est remplacé par les dispositions suivantes :

  • «1. Lorsqu'une personne estime que les mesures prises par un État contractant ou par les deux États contractants entraînent ou entraîneront pour elle une imposition non conforme aux dispositions de la présente Convention, elle peut, indépendamment des recours prévus par le droit interne de ces États, soumettre son cas à l'autorité compétente de l’un ou l’autre État contractant. Le cas doit être soumis dans les trois ans qui suivent la première notification de la mesure qui entraîne une imposition non conforme aux dispositions de la Convention.»

Art. 8

L’article suivant est ajouté à la Convention après l’art. 27 :

« Art. 27a Droit aux avantages

Nonobstant les autres dispositions de la présente Convention, un avantage au titre de celle-ci ne sera pas accordé au titre d’un élément de revenu s’il est raisonnable de conclure, compte tenu de l’ensemble des faits et circonstances propres à la situation, que l’octroi de cet avantage était l’un des objets principaux d’un montage ou d’une transaction ayant permis, directement ou indirectement, de l’obtenir, à moins qu’il soit établi que l’octroi de cet avantage dans ces circonstances serait conforme à l’objet et au but des dispositions pertinentes de la présente Convention.»

Art. 9

Le préambule du protocole à la Convention est remplacé par les dispositions suivantes:

«S’agissant de la Convention en vue d'éviter les doubles impositions en matière d'impôts sur le revenu et de prévenir la fraude et l’évasion fiscales conclue entre le Royaume des Pays-Bas et la Confédération suisse, les soussignés sont convenus des dispositions suivantes qui font partie intégrante de cette Convention.»

Art. 10

1. Les ch. II, III, IV, V, VI et VII existants du protocole à la Convention sont renumérotés pour devenir les ch. III, IV, V, VI, VII et VIII.

2. Le nouveau ch. II suivant sera ajouté au protocole à la Convention:

«II. Ad art. 3, par. 1, let. J

Il est entendu que l’expression «institution de prévoyance» désigne les institutions suivantes ainsi que toute institution identique ou substantiellement similaire qui est établie conformément à la législation introduite après le 1er janvier 2018:

  • a) aux Pays-Bas, toutes les institutions de prévoyance au sens

    • (i) de la loi sur les pensions (Pensioenwet),

    • (ii) de la loi sur la participation obligatoire à une institution de prévoyance d’entreprise (Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000),

    • (ііi) de la loi sur la prévoyance obligatoire pour branches professionnelles (Wet verplichte beroepspensioenregeling),

    • (iv) de la loi sur la profession de notaire (Wet op het notarisambt);

    • (v) de la loi sur la surveillance financière (Wet op financieel toezicht);

  • b) en Suisse, toutes les institutions de prévoyance au sens

    • (i) de la loi fédérale du 20 décembre 1946 sur l’assurance-vieillesse et survivants,

    • (ii) de la loi fédérale du 19 juin 1959 sur l’assurance-invalidité,

    • (iii) de la loi fédérale du 6 octobre 2006 sur les prestations complémentaires à l’AVS et à l’AI,

    • (iv) de la loi fédérale du 25 septembre 1952 sur les allocations pour perte de gain en cas de service et de maternité,

    • (v) de la loi fédérale du 25 juin 1982 sur la prévoyance professionnelle vieillesse, survivants et invalidité, y compris les formes de prévoyance individuelle reconnues comparables aux plans de prévoyance professionnelle, ainsi que les institutions de prévoyance non enregistrées proposant des plans de prévoyance professionnelle, au sens

      • de la loi fédérale du 17 décembre 1993 sur le libre passage dans la prévoyance professionnelle vieillesse, survivants et invalidité,

      • de l’art. 89a al. 6 et 7 du Code civil suisse du 10 décembre 1907,

      • de l’art. 331 al. 1 de la loi fédérale du 30 mars 1911 complétant le Code civil suisse.

Art. 11

Le ch. III existant (renuméroté ch. IV) du protocole à la Convention est remplacé par les dispositions suivantes :

«IV. Ad art. 4, par. 1
  • 1. L’expression «résident d’un Etat contractant» comprend un organisme constitué et géré à des fins exclusivement religieuses, charitables, scientifiques, culturelles, sportives ou éducatives (ou pour plusieurs de ces buts) et qui est un résident d’un Etat contractant conformément à sa législation, nonobstant le fait que la totalité ou une partie de ses revenus ou gains puisse être exonérée d’impôt selon le droit interne de cet Etat.

  • 2. L’expression «résident d’un Etat contractant» comprend également une institution de prévoyance.»

Art. 12

Le ch. VIII existant du protocole à la Convention est supprimé.

Art. 13

Le ch. IX du protocole à la Convention est remplacé par la disposition suivante :

«IX. Ad art. 4, art. 10, par 1 et 2 et art. 21
  • 1. Il est entendu qu’un fonds d’investissement néerlandais exempté d’impôt « VBI » (vrijgestelde beleggingsinstelling), un fonds commun de placement suisse « FCP », une société d’investissement à capital variable suisse « SICAV » et une société en commandite de placement collectif suisse « SCPC » ne sont pas des résidents d’un ou des deux Etats contractants.

  • 2. Nonobstant le par. 1, l’art. 10, par 1 et 2 et l’art. 21:

    • a) Les Pays-Bas peuvent appliquer leur droit fiscal interne en ce qui concerne un droit ou une participation dans un fonds d’investissement néerlandais exempté d’impôt «VBI» (vrijgestelde beleggingsinstelling), mais si le bénéficiaire effectif de ce droit ou cette participation est résident de Suisse, l’impôt ainsi établi ne peut excéder 15 pour cent du montant brut du revenu imposé.

    • b) La Suisse peut appliquer son droit fiscal interne en ce qui concerne un droit ou une participation dans un fonds commun de placement suisse «FCP», une société d’investissement à capital variable suisse «SICAV» ou une société en commandite de placement collectif suisse «SCPC», tels que définis par la loi fédérale du 23 juin 2006 sur les placements collectifs de capitaux, mais si le bénéficiaire effectif de ce droit ou cette participation est résident des Pays-Bas, l’impôt ainsi établi ne peut excéder 15 pour cent du montant brut du revenu imposé.

  • 3. Eu égard au par. 2, let. a et b, le ch. XIII et l’art. 22 sont le cas échéant applicables.»

Art. 14

Les ch. X, XI, XII, XIII, XIV, XV et XVI existants du protocole à la Convention sont renumérotés pour devenir les ch. XI, XII, XIII, XIV, XV, XVI et XVII.

Art. 15

Le nouveau ch. X suivant sera ajouté au protocole à la Convention:

«X. Ad art. 10, par. 3
  • 1. Les dispositions du par. 3 de l’art. 10 ne s’appliquent pas à une personne qui est un fonds d’investissement « FBI » (fiscale beleggingsinstelling) conformément à la loi néerlandaise d’impôt sur les bénéfices des sociétés.

  • 2. En outre, les dispositions du par. 3 de l’art. 10 s’appliquent aux institutions néerlandaises PPI (premiepensioeninstelling) uniquement dans la mesure où les dividendes sont payés à un plan de prévoyance d’un employeur résident des Pays-Bas.».

Art. 16

Le présent protocole entrera en vigueur le dernier jour du mois qui suit le mois pendant lequel aura été reçue la dernière des notifications par lesquelles les Etats contractants se seront réciproquement confirmé par écrit que les formalités constitutionnelles requises dans chaque Etat ont été remplies, et ses dispositions seront applicables aux années fiscales commençant le 1er janvier de l’année civile suivant celle au cours de laquelle le protocole entrera en vigueur, ou après cette date.

En foi de quoi, les soussignés, dûment autorisés, ont signé le présent protocole.

Fait en deux exemplaires à La Haye, le 12 juin 2019, en langues néerlandaise, française et anglaise, chaque texte faisant également foi. En cas d’interprétation divergente entre le texte néerlandais et le texte français, le texte anglais fera foi.

Pour le Royaume des Pays-Bas: MENNO SNEL

Pour la Confédération suisse: HEINZ WALKER-NEDERKOORN



Protocol amending the Convention of 26 february 2010 between the Kingdom of the Netherlands and the Swiss Confederation for the avoidance of double taxation with respect to taxes on income

The Government of the Kingdom of the Netherlands

and

the Swiss Federal Council,

Desiring to conclude a Protocol to amend the Convention between the Kingdom of the Netherlands and the Swiss Confederation for the avoidance of double taxation with respect to taxes on income, with Protocol, signed at The Hague on 26 February 2010, (hereinafter referred to as “the Convention” and “the Protocol to the Convention”, respectively),

Have agreed as follows:

Article 1

The Title and Preamble of the Convention shall be replaced by the following Title and Preamble:

“Convention between the Kingdom of the Netherlands and the Swiss Confederation for the elimination of double taxation with respect to taxes on income and the prevention of tax evasion and avoidance

The Government of the Kingdom of the Netherlands

and

the Swiss Federal Council,

Desiring to further develop their economic relationship and to enhance their cooperation in tax matters,

Intending to conclude a Convention for the elimination of double taxation with respect to taxes on income without creating opportunities for non-taxation or reduced taxation through tax evasion or avoidance (including through treaty-shopping arrangements aimed at obtaining reliefs provided in this Convention for the indirect benefit of residents of third States),

Have agreed as follows:”.

Article 2

1. In clause (i) of subparagraph h) of paragraph 1 of Article 3 of the Convention a comma shall be added after ”Netherlands”.

2. Clause (ii) of subparagraph h) of paragraph 1 of Article 3 of the Convention shall be replaced by the following clause:

  • “(ii) in Switzerland, the Head of the Federal Department of Finance or his authorised representative;”.

3. The following subparagraph shall be inserted after subparagraph i) of paragraph 1 of Article 3 of the Convention:

  • “j) the term “pension fund” means any plan, scheme, fund, trust or other arrangement established in a Contracting State which is:

    • (i) regulated by and generally exempt from taxes on income in that State; and

    • (ii) operated principally to administer or provide pension or retirement benefits or to earn income for the benefit of one or more such arrangements.”.

Article 3

1. Subparagraph b) of paragraph 3 of Article 10 of the Convention shall be replaced by the following subparagraph:

  • “b) the beneficial owner of the dividends is a pension fund.”.

2. Subparagraph c) of paragraph 3 of Article 10 of the Convention shall be deleted.

Article 4

Article 18 shall be deleted and replaced by the following Article:

“Article 18 Pensions, annuities and social security payments
  • 1. Pensions and other similar remuneration, as well as annuities, including lump-sum payments made in lieu of a pension or another similar remuneration or an annuity, arising in a Contracting State and paid to a resident of the other Contracting State, and payments under the provisions of the social security legislation of the first-mentioned State and paid to a resident of the other Contracting State, may be taxed in the first-mentioned State. However, if such payments are periodic in nature (except lump-sum payments made in lieu of a pension or another similar remuneration or an annuity), the tax so charged shall not exceed 15 per cent of the gross amount of the payment.

  • 2. A pension, other similar remuneration or an annuity shall be deemed to arise in a Contracting State insofar as the contributions or payments associated with that pension or other similar remuneration or annuity, or the entitlements received from that pension or other similar remuneration or annuity, qualified for relief from tax in that State.

  • 3. The term “annuity” means a stated sum payable periodically at stated times during life or during a specified or ascertainable period of time under an obligation to make the payments in return for adequate and full consideration in money or money’s worth and to the extent that the entitlement or the contribution associated with the annuity qualified for tax relief in the Contracting State from which the annuity is derived.”

Article 5

Article 22 (Elimination of double taxation) shall be deleted and replaced by the following Article:

“Article 22 Elimination of double taxation
  • 1. The Netherlands, when imposing tax on its residents, may include in the basis upon which such taxes are imposed the items of income which, according to the provisions of this Convention, may be taxed in Switzerland.

  • 2. However, where a resident of the Netherlands derives items of income which according to paragraphs 1, 3 and 4 of Article 6, paragraph 1 of Article 7, paragraphs 1 and 2 of Article 8, paragraph 7 of Article 10, paragraph 4 of Article 11, paragraph 4 of Article 12, paragraphs 1, 2, 3 and 4 of Article 13, paragraph 1 of Article 14, paragraphs 1 and 3 of Article 15, paragraph 1 (subparagraph a) of Article 19 and paragraph 2 of Article 21 of this Convention may be taxed in Switzerland and are included in the basis referred to in paragraph 1, the Netherlands shall exempt such items of income by allowing a reduction of its tax. This reduction shall be computed in conformity with the provisions of the Netherlands law for the elimination of double taxation. For that purpose the said items of income shall be deemed to be included in the amount of the items of income which are exempt from Netherlands tax under those provisions.

  • 3. Further, the Netherlands shall allow a deduction from the Netherlands tax so computed for the items of income which according to paragraph 2 of Article 10, paragraph 1 of Article 16, paragraphs 1 and 2 of Article 17 and paragraph 1 of Article 18 of this Convention may be taxed in Switzerland to the extent that these items are included in the basis referred to in paragraph 1. The amount of this deduction shall be equal to the tax paid in Switzerland on these items of income, but shall, in case the provisions of the Netherlands law for the elimination of double taxation provide so, not exceed the amount of the deduction which would be allowed if the items of income so included were the sole items of income which are exempt from Netherlands tax under the provisions of the Netherlands law for the elimination of double taxation.

    This paragraph shall not restrict allowance now or hereafter accorded by the provisions of the Netherlands law for the elimination of double taxation, but only as far as the calculation of the amount of the deduction of Netherlands tax is concerned with respect to the aggregation of income from more than one jurisdiction and the carry forward of the tax paid in Switzerland on the said items of income to subsequent years.

  • 4. Notwithstanding the provisions of paragraph 2, the Netherlands shall allow a deduction from the Netherlands tax for the tax paid in Switzerland on items of income which according to paragraph 1 of Article 7, paragraph 7 of Article 10, paragraph 4 of Article 11, paragraph 4 of Article 12, paragraph 4 of Article 13 and paragraph 2 of Article 21 of this Convention may be taxed in Switzerland to the extent that these items are included in the basis referred to in paragraph 1, insofar as the Netherlands under the provisions of the Netherlands law for the elimination of double taxation allows a deduction from the Netherlands tax of the tax levied in another jurisdiction on such items of income. For the computation of this deduction the provisions of paragraph 3 of this Article shall apply accordingly.

  • 5. In the case of Switzerland, double taxation shall be eliminated as follows:

    • a) Where a resident of Switzerland derives income which, in accordance with the provisions of this Convention, may be taxed in the Netherlands, Switzerland shall, subject to the provisions of subparagraphs b) and c), exempt such income from tax but may, in calculating tax on the remaining income of that resident, apply the rate of tax which would have been applicable if the exempted income had not been so exempted. However, such exemption shall apply to gains and income referred to in paragraph 4 of Article 13 and paragraphs 1 and 2 of Article 17 only if actual taxation of such gains and income in the Netherlands is demonstrated.

    • b) Where a resident of Switzerland derives dividends which, in accordance with the provisions of Article 10, may be taxed in the Netherlands, Switzerland shall allow, upon request, a relief to such resident. The relief may consist of:

      • (i) a deduction from the tax on the income of that resident of an amount equal to the tax levied in the Netherlands in accordance with the provisions of Article 10; such deduction shall not, however, exceed that part of the Swiss tax, as computed before the deduction is given, which is appropriate to the income which may be taxed in the Netherlands; or

      • (ii) a lump sum reduction of the Swiss tax; or

      • (iii) a partial exemption of such dividends from Swiss tax, in any case consisting at least of the deduction of the tax levied in the Netherlands from the gross amount of the dividends.

        Switzerland shall determine the applicable relief and regulate the procedure in accordance with the Swiss provisions relating to the carrying out of international conventions of the Swiss Confederation for the elimination of double taxation.

    • c) Where a resident of Switzerland derives periodic payments in accordance with the provisions of the second sentence of paragraph 1 of Article 18, which may be taxed in the Netherlands, Switzerland shall allow, upon request, a relief consisting of the deduction of one-third of the net amount of such pensions or annuities.

  • 6. The provisions of paragraph 2 and of subparagraph a of paragraph 5 shall not apply to items of income derived by a resident of a Contracting State where the other Contracting State applies the provisions of this Convention to exempt such items of income from tax or applies the provisions of paragraph 2 of Article 10 to such income.”.

Article 6

Paragraphs 6 and 7 of Article 24 of the Convention shall be replaced by the following:

  • “6. Contributions made by or on behalf of an individual who exercises employment or self-employment in a Contracting State (“the host state”) to a pension fund that is recognised for tax purposes in the other Contracting State (“the home state”) shall, for the purposes of:

    • a) determining the individual’s tax payable in the host state; and

    • b) determining the profits of his employer which may be taxed in the host state;

      be treated in the host state in the same way and subject to the same conditions and limitations as contributions made to a pension fund that is recognised for tax purposes in that State, to the extent that they are not so treated by the home state.

  • 7. Paragraph 6 shall apply only if the following conditions are met:

    • a) the individual is subject to the legislation of the home state in accordance with the Agreement on Freedom of the Movement of Persons signed on 21 June 1999, between the Swiss Confederation on one side and the European Community and its Member States on the other side; and

    • b) the individual was not a resident of the host state, and was participating in the pension fund (or in another similar pension fund for which the first-mentioned pension fund was substituted), immediately before he began to exercise employment or self-employment in the host state; and

    • c) the pension fund is accepted by the competent authority of the host state as generally corresponding to a pension fund recognised as such for tax purposes with respect to individuals by that State.

  • 8. The provisions of paragraph 6 and 7 shall apply accordingly to contributions to Dutch pension (insurance) schemes, which include arrangements with an insurance company in which an individual participates in order to secure pension or retirement benefits.

  • 9. The provisions of this Article shall, notwithstanding the provisions of Article 2, apply to taxes of every kind and description.”.

Article 7

Paragraph 1 of Article 25 of the Convention shall be replaced by the following:

  • “1. Where a person considers that the actions of one or both of the Contracting States result or will result for him in taxation not in accordance with the provisions of this Convention, he may, irrespective of the remedies provided by the domestic law of those States, present his case to the competent authority of either Contracting State. The case must be presented within three years from the first notification of the action resulting in taxation not in accordance with the provisions of the Convention.”.

Article 8

The following Article shall be inserted after Article 27 of the Convention:

“Article 27A Entitlement to benefits

Notwithstanding the other provisions of this Convention, a benefit under this Convention shall not be granted in respect of an item of income if it is reasonable to conclude, having regard to all relevant facts and circumstances, that obtaining that benefit was one of the principal purposes of any arrangement or transaction that resulted directly or indirectly in that benefit, unless it is established that granting that benefit in these circumstances would be in accordance with the object and purpose of the relevant provisions of this Convention.”.

Article 9

The Preamble of the Protocol to the Convention shall be replaced by the following Preamble of the Protocol to the Convention:

“With respect to the Convention concluded between the Kingdom of the Netherlands and the Swiss Confederation for the elimination of double taxation with respect to taxes on income and the prevention of tax evasion and avoidance, the undersigned have agreed that the following provisions shall form an integral part of the Convention.”.

Article 10

1. The existing Articles II, III, IV, V, VI and VII of the Protocol to the Convention shall be renumbered Articles III, IV, V, VI, VII and VIII.

2. The following new Article II shall be added to the Protocol to the Convention:

“II. Ad Article 3 paragraph 1 j)

It is understood that the term “pension fund” includes the following funds and any identical or substantially similar funds which are established pursuant to legislation introduced after 1 January 2018:

  • a) in the Netherlands, any pension fund covered by:

    • (i) the Pension Act (Pensioenwet);

    • (ii) the Mandatory Participation in an Industry-wide Pension Fund (Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000);

    • (iii) the Mandatory Pensions for Professional Groups Act (Wet verplichte beroepspensioenregeling);

    • (iv) the Act on the Notary Office (Wet op het notarisambt);

    • (v) the Act on Financial Supervision (Wet op het financieel toezicht);

  • b) in Switzerland, any pension fund covered by:

    • (i) the Federal Act on old age and survivors’ insurance of 20 December 1946;

    • (ii) the Federal Act on disabled persons’ insurance of 19 June 1959;

    • (iii) the Federal Act on supplementary pensions in respect of old age, survivors’ and disabled persons’ insurance of 6 October 2006;

    • (iv) the Federal Act on income compensation allowances in case of service and in case of maternity of 25 September 1952;

    • (v) the Federal Act on old age, survivors’ and disabled persons’ insurance payable in respect of employment or self-employment of 25 June 1982, including pension funds which offer individual recognised pension plans comparable with occupational pension plans and non-registered pension funds which offer occupational pension plans in the meaning of:

      • the Federal Act on Vested Benefits of 17 December 1993;

      • paragraph 6 and paragraph 7 of Article 89a of the Swiss Civil Code of 10 December 1907;

      • paragraph 1 of Article 331 of the Federal Act on the Amendment of the Swiss Civil Code (Part Five: The Code of Obligations) of 30 March 1911.”

Article 11

The existing Article III (renumbered Article IV) of the Protocol to the Convention shall be replaced by the following Article:

“IV. Ad Article 4, paragraph 1
  • 1. The term “resident of a Contracting State” shall include an organisation that is established and is operated exclusively for religious, charitable, scientific, cultural, sporting or educational purposes (or for more than one of those purposes) and that is a resident of that State according to its laws, notwithstanding that all or part of its income or gains may be exempt from tax under the domestic law of that State.

  • 2. The term “resident of a Contracting State” shall also include a pension fund.”.

Article 12

The existing Article VIII of the Protocol to the Convention shall be deleted.

Article 13

Article IX of the Protocol to the Convention shall be replaced by the following Article:

“IX. Ad Article 4, Article 10, paragraphs 1 and 2 and Article 21
  • 1. It is understood that a Dutch tax exempt Investment Institution (“vrijgestelde beleggingsinstelling”), a Swiss contractual fund (“fonds commun de placement”), a Swiss open ended investment fund (“société d’investissement à capital variable”) and a Swiss limited partnership for collective capital investment (“société en commandite de placements collectifs”) are not residents of one or both of the Contracting States.

  • 2. Notwithstanding paragraph 1 and paragraphs 1 and 2 of Article 10 and Article 21:

    • a) the Netherlands shall not be prevented from applying its domestic tax law with respect to an interest in a tax exempt Investment Institution (“vrijgestelde beleggingsinstelling”), but if the beneficial owner of such an interest is a resident of Switzerland, the tax so charged shall not exceed 15 per cent of the gross amount of the income so taxed.

    • b) Switzerland shall not be prevented from applying its domestic tax law with respect to income on an interest in a Swiss contractual fund (“fonds commun de placement”), a Swiss open ended investment fund (“société d’investissement à capital variable”) and a Swiss limited partnership for collective capital investment (“société en commandite de placements collectifs”) under the Federal Act on Collective Investment Schemes of 23 June 2006, but if the beneficial owner of such income is a resident of the Netherlands, the tax so charged shall not exceed 15 per cent of the gross amount of the income so taxed.

  • 3. In respect to paragraph 2, subparagraphs a and b, the provisions of Article XIII and Article 22 shall apply accordingly.”.

Article 14

The existing Articles X, XI, XII, XIII, XIV, XV and XVI of the Protocol to the Convention shall be renumbered Articles XI, XII, XIII, XIV, XV, XVI and XVII.

Article 15

The following new Article X shall be inserted after Article IX of the Protocol to the Convention:

“X. Ad Article 10, paragraph 3
  • 1. The provisions of paragraph 3 of Article 10 shall not apply to a person who is a fiscal investment institution (“fiscale beleggingsinstelling”) for the purposes of the Netherlands company tax.

  • 2. Further, the provisions of paragraph 3 of Article 10 shall apply to a premium pension institution only to the extent that the dividend income relates to a pension plan of an employer which is a resident of the Netherlands.”.

Article 16

This Protocol shall enter into force on the last day of the month following the month in which the later of the notifications has been received in which the Contracting States have notified each other in writing that the formalities constitutionally required in their respective States have been complied with, and its provisions shall have effect for taxable years and periods beginning on or after the first day of January in the calendar year following that in which the Protocol has entered into force.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, duly authorised thereto, have signed this Protocol.

DONE at The Hague, this 12th day of June 2019, in duplicate, in the Netherlands, French and English languages, the three texts being equally authentic. In case there is any divergence of interpretation between the Netherlands and French texts, the English text shall prevail.

For the Kingdom of the Netherlands, MENNO SNEL

For the Swiss Confederation, HEINZ WALKER-NEDERKOORN


D. PARLEMENT

Het Protocol behoeft ingevolge artikel 91 van de Grondwet de goedkeuring van de Staten-Generaal, alvorens het Koninkrijk aan het Protocol kan worden gebonden.

G. INWERKINGTREDING

De bepalingen van het Protocol zullen ingevolge artikel 16 in werking treden op de laatste dag van de maand volgend op de maand waarin de laatste kennisgeving is ontvangen waarin de verdragsluitende staten elkaar schriftelijk ervan in kennis hebben gesteld dat aan de in hun onderscheiden staten grondwettelijk vereiste formaliteiten is voldaan.

Uitgegeven de eenentwintigste juni 2019.

De Minister van Buitenlandse Zaken, S.A. BLOK