21 (2015) Nr. 2

A. TITEL

Verdrag betreffende de Aziatische Infrastructuurinvesteringsbank;

Beijing, 29 juni 2015

B. TEKST

De Engelse tekst van het Verdrag is geplaatst in Trb. 2015, 110.

C. VERTALING


Verdrag betreffende de Aziatische Infrastructuurinvesteringsbank

De landen namens welke dit Verdrag wordt ondertekend, komen het volgende overeen:

Gelet op het belang van regionale samenwerking om groei te bestendigen, de economische en sociale ontwikkeling van de economieën in Azië te bevorderen en daarbij bij te dragen aan de weerbaarheid van de regio tegen mogelijke financiële crises en andere externe schokken in het kader van de globalisering;

Erkennende het belang van de ontwikkeling van infrastructuur bij de uitbreiding van de regionale verbindingen en verbetering van de regionale integratie, waarbij de economische groei wordt bevorderd en sociale ontwikkeling van de bevolking in Azië wordt bestendigd en waarbij wordt bijgedragen aan de mondiale economische dynamiek;

Zich ervan bewust dat adequater kan worden voorzien in de aanmerkelijke behoefte op de lange termijn aan financiering voor de ontwikkeling van infrastructuur in Azië door een partnerschap tussen bestaande multilaterale ontwikkelingsbanken en de Aziatische Infrastructuurinvesteringsbank (hierna te noemen de „Bank”);

Ervan overtuigd dat de oprichting van de Bank als een multilaterale financiële instelling gericht op de ontwikkeling van infrastructuur zal helpen de noodzakelijke additionele middelen vanuit Azië zelf en daarbuiten te mobiliseren en de financiële knelpunten weg te nemen waarmee individuele economieën in Azië geconfronteerd worden en de bestaande multilaterale ontwikkelingsbanken zal complementeren om duurzame en stabiele groei in Azië te bevorderen;

Zijn overeengekomen de Bank op te richten die in overeenstemming met het volgende zal opereren:

HOOFDSTUK I DOEL, TAKEN EN LIDMAATSCHAP

Artikel 1 Doel
  • 1. Het doel van de Bank is: i. het bevorderen van duurzame economische groei, het creëren van welvaart en het verbeteren van de aansluiting van de infrastructuur in Azië door te investeren in infrastructuur en andere productieve sectoren; en ii. het bevorderen van regionale samenwerking en partnerschappen door nauw samen te werken met andere multilaterale en bilaterale ontwikkelingsinstellingen bij het aanpakken van ontwikkelingsuitdagingen.

  • 2. Verwijzingen naar „Azië” en „regio” in dit Verdrag omvatten de geografische regio’s en samenstelling die door de Verenigde Naties zijn aangeduid als Azië en Oceanië, tenzij anders is besloten door de Raad van Gouverneurs.

Artikel 2 Taken

Teneinde haar doel te verwezenlijken, vervult de Bank de volgende taken:

  • i. bevorderen van publieke en private investeringen in de regio voor ontwikkelingsdoeleinden, in het bijzonder voor de ontwikkeling van infrastructuur en andere productieve sectoren;

  • ii. aanwenden van de haar ter beschikking staande middelen voor de financiering van dergelijke ontwikkelingen in de regio, met inbegrip van projecten en programma’s die het meest effectief zullen bijdragen aan de harmonische economische groei in de regio als geheel, waarbij in het bijzonder gelet zal worden op de behoeften van de minderontwikkelde leden in de regio;

  • iii. aanmoedigen van private investeringen in projecten, ondernemingen en activiteiten die bijdragen aan de economische ontwikkeling in de regio, in het bijzonder in de infrastructuur en andere productieve sectoren, en aanvullen van private investeringen wanneer geen privaat kapitaal tegen redelijke voorwaarden beschikbaar is; en

  • iv. verrichten van andere activiteiten en verlenen van andere diensten die kunnen bijdragen aan deze taken.

Artikel 3 Lidmaatschap
  • 1. Het lidmaatschap van de Bank staat open voor leden van de Internationale Bank voor Herstel en Ontwikkeling en voor leden van de Aziatische Ontwikkelingsbank.

    • a. Regionale leden zijn de leden vermeld in Deel A van Schema A en de overige leden die deel uitmaken van de Aziatische regio in overeenstemming met artikel 1, tweede lid. Alle overige leden zijn niet-regionale leden.

    • b. Oprichtende leden zijn de leden vermeld in Schema A die op of voor de datum genoemd in artikel 57 dit Verdrag hebben ondertekend en aan alle overige voorwaarden voor het lidmaatschap hebben voldaan voor de uiterste datum vermeld in artikel 58, eerste lid.

  • 2. De leden van de Internationale Bank voor Herstel en Ontwikkeling en de leden van de Aziatische Ontwikkelingsbank die geen lid worden in overeenstemming met artikel 58 kunnen onder door de Bank te bepalen voorwaarden worden toegelaten tot het lidmaatschap van de Bank bij een bijzondere meerderheid van stemmen van de Raad van Gouverneurs zoals voorzien in artikel 28.

  • 3. In het geval van kandidaten die niet soeverein zijn of niet zelf hun internationale betrekkingen regelen, wordt de aanvraag van het lidmaatschap van de Bank voorgelegd of goedgekeurd door het lid van de Bank dat verantwoordelijk is voor diens internationale betrekkingen.

HOOFDSTUK II KAPITAAL

Artikel 4 Maatschappelijk kapitaal
  • 1. Het maatschappelijk kapitaal van de Bank bedraagt honderd miljard Amerikaanse dollar ($100.000.000.000), verdeeld in één miljoen (1.000.000) aandelen met een pari-waarde van 100.000 dollar ($100.000) elk, waarop uitsluitend door leden kan worden ingeschreven in overeenstemming met de bepalingen van artikel 5.

  • 2. Het aanvankelijke maatschappelijk kapitaal wordt verdeeld in volgestorte aandelen en niet-volgestorte aandelen. Tot een totale pari-waarde van twintig miljard dollar ($20.000.000.000) bestaat het uit volgestorte aandelen en tot een totale pari-waarde van tachtig miljard dollar ($80.000.000.000) uit niet-volgestorte aandelen.

  • 3. Het maatschappelijk kapitaal van de Bank kan door de Raad van Gouverneurs bij een supermeerderheid van stemmen, zoals voorzien in artikel 28, worden verhoogd op een tijdstip en onder de voorwaarden die hem goeddunken, met inbegrip van de verhouding tussen volgestorte en niet-volgestorte aandelen.

  • 4. Onder de uitdrukking „dollar” en het symbool „$” zoals gebruikt in dit Verdrag wordt het officiële betaalmiddel van de Verenigde Staten van Amerika verstaan.

Artikel 5 Inschrijving op aandelen
  • 1. Elk lid schrijft in op aandelen van het kapitaal van de Bank. Elke inschrijving op het aanvankelijke maatschappelijk kapitaal heeft betrekking op volgestorte aandelen en niet-volgestorte aandelen in de verhouding twee (2) staat tot acht (8). Het aantal aandelen waarvoor aanvankelijk door landen die lid worden in overeenstemming met artikel 58 dient te worden ingeschreven is vermeld in Schema A.

  • 2. Het aantal aandelen waarvoor aanvankelijk dient te worden ingeschreven door landen die tot het lidmaatschap worden toegelaten overeenkomstig artikel 3, tweede lid, wordt vastgesteld door de Raad van Gouverneurs, echter met dien verstande dat inschrijving niet is toegestaan indien dit tot gevolg zou hebben dat het percentage kapitaal in handen van regionale leden wordt teruggebracht tot minder dan vijfenzeventig (75) percent van het totale geplaatste kapitaal, tenzij anders overeengekomen door de Raad van Gouverneurs bij een supermeerderheid van stemmen zoals voorzien in artikel 28.

  • 3. De Raad van Gouverneurs kan op verzoek van een lid de inschrijving van dat lid uitbreiden op door de Raad bij een supermeerderheid van stemmen, zoals voorzien in artikel 28, vast te stellen voorwaarden, echter met dien verstande dat uitbreiding van de inschrijving van een lid niet is toegestaan indien dit tot gevolg zou hebben dat het percentage van het kapitaal in handen van de regionale leden wordt teruggebracht tot minder dan vijfenzeventig (75) percent van het totale geplaatste kapitaal, tenzij anders wordt overeengekomen door de Raad van Gouverneurs bij een supermeerderheid van stemmen zoals voorzien in artikel 28.

  • 4. De Raad van Gouverneurs herziet het kapitaal van de Bank met tussenpozen van ten hoogste vijf (5) jaar. In geval van verhoging van het maatschappelijk kapitaal krijgt elk lid een redelijke gelegenheid om, onder door de Raad van Gouverneurs vast te stellen voorwaarden, in te schrijven voor een deel van het bedrag waarmee het kapitaal wordt verhoogd, dat gelijk is aan de verhouding waarin de aandelen waarvoor het reeds heeft ingeschreven staan tot het totale geplaatste kapitaal onmiddellijk voor de verhoging. De leden zijn niet verplicht in te schrijven op een gedeelte van een verhoging van het kapitaal.

Artikel 6 Betaling van de inschrijvingen
  • 1. Het bedrag waarvoor door de ondertekenaars van dit Verdrag die lid worden overeenkomstig het bepaalde in artikel 58, op het gestorte kapitaal van de Bank aanvankelijk is ingeschreven wordt betaald in vijf (5) termijnen, elk van twintig (20) percent van dat bedrag, behalve zoals voorzien in het vijfde lid van dit artikel. De eerste termijn wordt door de leden betaald hetzij binnen dertig (30) dagen na de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag, hetzij op of voor de datum van nederlegging namens dat lid van de akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring overeenkomstig artikel 58, eerste lid, al naargelang van wat het laatst is. De tweede termijn vervalt een (1) jaar na de inwerkingtreding van dit Verdrag. De resterende drie (3) termijnen vervallen achtereenvolgens telkens een (1) jaar na de datum waarop de voorgaande termijn verviel.

  • 2. Elke termijnbetaling van de aanvankelijke inschrijvingen op het aanvankelijke volgestorte kapitaal wordt betaald in dollars of in een andere convertibele valuta, behalve als voorzien in het vijfde lid van dit artikel. De Bank kan deze betalingen te allen tijde inwisselen voor dollars. Alle rechten, met inbegrip van stemrecht, verworven ter zake van volgestorte en de bijbehorende niet-volgestorte aandelen waarvoor deze betalingen verschuldigd zijn maar die niet zijn ontvangen, worden opgeschort totdat de volledige betaling is ontvangen door de Bank.

  • 3. Betaling van het bedrag waarvoor is ingeschreven op het niet-volgestorte kapitaal van de Bank kan slechts worden gevorderd, indien en voor zover de Bank dit nodig heeft om te voldoen aan haar verplichtingen. Indien een dergelijke storting wordt gevorderd, kan deze naar keuze van het lid geschieden in dollars of in de valuta die nodig is om te voldoen aan de verplichtingen van de Bank ten behoeve waarvan het verzoek tot storting wordt gedaan. Verzoeken tot storting op niet-betaalde inschrijvingen dienen een gelijk percentage van alle niet-volgestorte aandelen te betreffen.

  • 4. De Bank bepaalt de plaats voor betalingen ingevolge dit artikel, met dien verstande dat tot het tijdstip van de oprichtingsvergadering van de Raad van Gouverneurs de betaling van de eerste termijn bedoeld in het eerste lid van dit artikel dient te geschieden aan de Regering van de Volksrepubliek China als trustee voor de Bank.

  • 5. Een lid dat voor de toepassing van dit lid wordt aangemerkt als een minderontwikkeld land, kan zijn inschrijving uit hoofde van het eerste of tweede lid van dit artikel bij wijze van alternatief voldoen:

    • a. volledig in dollars of andere convertibele valuta in ten hoogste tien (10) termijnen gelijk aan ten hoogste tien (10) percent van het totale bedrag, waarbij de eerste en tweede termijn vervallen zoals voorzien in het eerste lid en de derde tot en met tiende termijn achtereenvolgens vervallen twee jaar na de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag en vervolgens telkens een jaar later; of

    • b. voor een deel in dollars of andere convertibele valuta en voor een deel, tot ten hoogste vijftig (50) percent, per termijn in de valuta van het lid, conform het schema van termijnen voorzien in het eerste lid van dit artikel. De volgende bepalingen zijn van toepassing op betalingen uit hoofde van onderdeel b van dit lid:

      • i. Het lid stelt de Bank ten tijde van de inschrijving uit hoofde van het eerste lid van dit artikel in kennis van de omvang van de betalingen die in zijn eigen valuta zullen geschieden.

      • ii. Elke betaling van een lid in zijn eigen valuta ingevolge dit vijfde lid beloopt een zodanig bedrag als de Bank acht gelijkwaardig te zijn aan de volledige waarde van het gedeelte van de inschrijving dat wordt betaald uitgedrukt in dollars. De aanvankelijke betaling beloopt een bedrag dat het lid op grond van deze bepalingen juist acht, doch wordt op zodanige wijze aangepast als de Bank nodig oordeelt teneinde de volledige tegenwaarde in dollars van die betaling te vormen, en wel binnen negentig (90) dagen na de datum waarop die betaling was verschuldigd.

      • iii. Indien naar het oordeel van de Bank de wisselkoers van de valuta van een lid aanmerkelijk gedaald is, betaalt het lid binnen een redelijke termijn een aanvullend bedrag van zijn eigen valuta aan de Bank om de waarde te handhaven van de bedragen aan de valuta van dat lid, die door de Bank gehouden worden voor zijn inschrijving.

      • iv. Indien naar het oordeel van de Bank de wisselkoers van de valuta van een lid aanmerkelijk gestegen is, betaalt de Bank binnen een redelijke termijn een bedrag van die valuta aan het lid om de waarde aan te passen van alle valuta van dat lid, die door de Bank gehouden worden voor zijn inschrijving.

      • v. De Bank kan afstand doen van haar recht op betaling uit hoofde van punt iii. en het lid kan afstand doen van zijn recht op betaling uit hoofde van punt iv.

  • 6. De Bank accepteert van elk lid door de regering van dat lid of door de door dat lid aangewezen plaats van bewaring uitgegeven promessen of andere schuldbrieven ter betaling van zijn inschrijving uit hoofde van het vijfde lid, onderdeel b, van dit artikel in plaats van het bedrag te betalen in de valuta van het lid, mits de Bank het bedrag niet nodig heeft voor de uitvoering van haar werkzaamheden. De bedoelde promessen of schuldbrieven zijn niet verhandelbaar, niet rentedragend en op verzoek tegen pari-waarde betaalbaar aan de Bank.

Artikel 7 Voorwaarden voor aandelen
  • 1. Aandelen waarop leden aanvankelijk hebben ingeschreven worden uitgegeven a pari. De overige aandelen worden uitgegeven a pari, tenzij de Raad van Gouverneurs bij een bijzondere meerderheid van stemmen zoals voorzien in artikel 28 onder bijzondere omstandigheden besluit ze op andere voorwaarden uit te geven.

  • 2. De aandelen worden op generlei wijze verpand of bezwaard en zijn slechts overdraagbaar aan de Bank.

  • 3. De aansprakelijkheid van de leden uit hoofde van aandelen is beperkt tot het niet-betaalde gedeelte van de prijs van uitgifte.

  • 4. Geen lid is op grond van zijn lidmaatschap aansprakelijk voor verplichtingen van de Bank.

Artikel 8 Gewone middelen

In dit Verdrag wordt onder de term „gewone middelen” van de Bank mede verstaan:

  • i. het maatschappelijk kapitaal van de Bank, bestaande uit volgestorte en niet-volgestorte aandelen, ingeschreven ingevolge artikel 5;

  • ii. fondsen verkregen door de Bank krachtens de ingevolge artikel 16, eerste lid, verleende bevoegdheden waarop de verplichting te voldoen aan verzoeken tot volstorting, voorzien in artikel 6, derde lid, van toepassing is;

  • iii. fondsen ontvangen als terugbetaling van leningen of garanties die zijn verstrekt met de onder i en ii van dit artikel genoemde middelen of opbrengsten van beleggingen in aandelen en andere vormen van financiering goedgekeurd overeenkomstig artikel 11, onder 2, punt vi, met deze middelen;

  • iv. inkomsten afkomstig van leningen uit bovengenoemde fondsen of van garanties waarop de verplichting te voldoen aan verzoeken tot volstorting vervat in artikel 6, derde lid, van toepassing is; en

  • v. andere door de bank ontvangen fondsen of inkomsten die geen deel uitmaken van de middelen van haar bijzondere fondsen bedoeld in artikel 17 van dit Verdrag.

HOOFDSTUK III WERKZAAMHEDEN VAN DE BANK

Artikel 9 Gebruik van middelen

De middelen en faciliteiten van de Bank worden uitsluitend gebruikt om het doel en de taken, vervat in de artikelen 1 en 2 van dit Verdrag,te vervullen overeenkomstig met de beginselen van gezond bankbeleid.

Artikel 10 Gewone en bijzondere werkzaamheden
  • 1. De werkzaamheden van de Bank bestaan uit:

    • i. de gewone werkzaamheden die worden gefinancierd uit de gewone middelen van de Bank, bedoeld in artikel 8; en

    • ii. de bijzondere werkzaamheden die worden gefinancierd uit de middelen van de bijzondere fondsen, bedoeld in artikel 17.

    Met de twee soorten werkzaamheden kunnen elementen van hetzelfde project of programma afzonderlijk gefinancierd worden.

  • 2. De gewone middelen en de middelen van de bijzondere fondsen van de Bank worden te allen tijde en in alle opzichten volledig van elkaar gescheiden gehouden, gebruikt, belast, belegd of anderszins aangewend. In de financiële verslagen van de Bank worden de gewone werkzaamheden en haar bijzondere werkzaamheden gescheiden opgenomen.

  • 3. De gewone middelen van de Bank mogen in geen geval worden belast met of gebruikt tot betaling van verliezen of verplichtingen die voortvloeien uit bijzondere werkzaamheden of andere activiteiten waarvoor oorspronkelijk middelen van de bijzondere fondsen waren gebruikt of belast.

  • 4. Uitgaven die rechtstreeks verband houden met de gewone werkzaamheden worden ten laste van de gewone middelen van de Bank gebracht. Uitgaven die rechtstreeks verband houden met de bijzondere werkzaamheden worden ten laste van de middelen van de bijzondere fondsen gebracht. Alle andere uitgaven worden betaald op door de Bank te bepalen wijze.

Artikel 11 Ontvangers en werkwijzen
  • 1.

    • a. De Bank kan zorgen voor of bemiddeling verlenen bij het verschaffen van gelden aan een lid, of aan een agentschap, orgaan of een staatkundig onderdeel daarvan, of aan een instelling of onderneming dat of die werkzaam is op het grondgebied van een lid, alsmede aan internationale of regionale organen of instellingen die betrokken zijn bij de economische ontwikkeling van de regio.

    • b. Onder bijzondere omstandigheden kan de Bank uitsluitend assistentie verlenen aan een niet in onderdeel a van dit lid genoemde ontvanger indien de Raad van Gouverneurs bij een supermeerderheid van stemmen zoals voorzien in artikel 28: i. heeft vastgesteld dat deze ondersteuning bedoeld is om bij te dragen aan de verwezenlijking van het doel van de Bank, binnen haar taken valt en in het belang is van de leden van de Bank; en ii. de vormen van assistentie uit hoofde van het tweede lid van dit artikel heeft omschreven die aan een dergelijke ontvanger mogen worden verstrekt.

  • 2. De Bank verricht haar werkzaamheden op de volgende wijze(n):

    • i. door het uitgeven, cofinancieren van of deelnemen in directe leningen;

    • ii. door te beleggen in het aandelenkapitaal van een instelling of onderneming;

    • iii. door als primaire of secundaire schuldenaar, volledig of gedeeltelijk, garanties af te geven op leningen voor economische ontwikkeling;

    • iv. door het aanwenden van middelen van de bijzondere fondsen in overeenstemming met de overeenkomsten waarin het gebruik daarvan wordt bepaald;

    • v. door het verlenen van technische assistentie in overeenstemming met artikel 15; of

    • vi. via andere vormen van financiering die bij een bijzondere meerderheid van stemmen zoals voorzien in artikel 28 kunnen worden vastgesteld door de Raad van Gouverneurs.

Artikel 12 Beperkingen ten aanzien van gewone werkzaamheden
  • 1. Het totale uitstaande bedrag aan leningen, beleggingen in aandelen, garanties en andere vormen van financiering die door de Bank zijn verstrekt, gedaan dan wel gegeven in het kader van haar gewone werkzaamheden uit hoofde van artikel 11, tweede lid, onder i, ii, iii en vi, mag nimmer worden verhoogd, indien door de verhoging het totale bedrag van haar onaangetaste geplaatste kapitaal, waarbij de reserves en de ingehouden winst zijn begrepen in haar gewone middelen, zou worden overschreden. Onverminderd het bepaalde in de voorgaande volzin kan de Raad van Gouverneurs bij een supermeerderheid zoals voorzien in artikel 28, te allen tijde bepalen dat op basis van de financiële positie en draagkracht van de Bank, de beperking uit hoofde van dit lid verhoogd mag worden tot ten hoogste 250 percent van het onaangetaste geplaatste kapitaal, de reserves en de winst van de Bank begrepen in haar gewone middelen,

  • 2. Het bedrag dat is gemoeid met beleggingen van de Bank in aandelen mag nimmer een bedrag te boven gaan dat overeenkomt met het totaal van het onaangetaste volgestorte kapitaal en de algemene reserves.

Artikel 13 Beginselen die bij de werkzaamheden in acht dienen te worden genomen

De Bank laat zich bij het verrichten van haar werkzaamheden leiden door de volgende beginselen:

  • 1. De Bank laat zich bij haar werkzaamheden leiden door beginselen van gezond bankbeleid.

  • 2. De werkzaamheden van de Bank voorzien voornamelijk in de financiering van specifieke projecten of specifieke investeringsprogramma’s, in kapitaalinvesteringen, en in technische assistentie overeenkomstig artikel 15.

  • 3. De Bank financiert geen ondernemingen op het grondgebied van een lid, indien dat lid tegen de financiering bezwaar maakt.

  • 4. De Bank ziet erop toe dat elk van haar werkzaamheden voldoet aan het operationele en financiële beleid van de Bank, met inbegrip van alle beleid ten behoeve van maatschappelijke en milieugevolgen.

  • 5. Bij de beoordeling van een verzoek om financiering overweegt de Bank terdege de mogelijkheid van de verzoeker financiering of faciliteiten elders te verkrijgen op voorwaarden die de Bank redelijk acht voor de ontvanger, daarbij alle relevante factoren in aanmerking nemend.

  • 6. Bij het verstrekken of garanderen van een financiering overweegt de Bank terdege de kansen dat de leningnemer en degene die zich eventueel voor hem garant stelt, bij machte zullen zijn hun verplichtingen die voortvloeien uit de financieringsovereenkomst na te komen.

  • 7. Bij het verstrekken of garanderen van een financiering dient ten genoegen van de Bank te zijn aangetoond dat de financiële voorwaarden zoals de rentevoet en andere kosten redelijk zijn en dat deze en de regeling voor terugbetaling van de hoofdsom passend zijn voor de desbetreffende financiering en het risico voor de Bank.

  • 8. De Bank legt geen beperkingen op ten aanzien van het land van herkomst bij de aanschaf van goederen en diensten uit de opbrengsten van een lening, belegging of andere financiering aangegaan in het kader van de gewone of de bijzondere werkzaamheden van de Bank.

  • 9. De Bank neemt de nodige maatregelen om te verzekeren dat de opbrengsten van een financiering die is verstrekt of gegarandeerd door de Bank, of waarin door de Bank wordt deelgenomen, uitsluitend worden gebruikt voor de doeleinden waarvoor de lening of de belegging werd verstrekt, waarbij zij de nodige aandacht besteedt aan overwegingen van zuinigheid en doelmatigheid.

  • 10. De Bank geeft zich terdege rekenschap van de wenselijkheid te voorkomen dat een onevenredig deel van haar middelen wordt aangewend ten behoeve van een bepaald lid.

  • 11. De Bank tracht een redelijke spreiding in al haar investeringen te handhaven. Bij haar beleggingen in aandelen aanvaardt de Bank geen verantwoordelijkheid voor het beheer van een instelling of onderneming waarin zij heeft belegd en tracht zij geen meerderheidsbelang te verkrijgen in de betrokken instelling of onderneming, tenzij zulks noodzakelijk is om de belegging van de Bank veilig te stellen.

Artikel 14 Voorwaarden voor financiering
  • 1. Bij leningen die door de Bank worden verstrekt, waarin door de Bank wordt deelgenomen of die door de Bank worden gegarandeerd, worden overeenkomstig de beginselen die bij de werkzaamheden in acht dienen te worden genomen, vervat in artikel 13 en onder toepassing van de overige bepalingen van dit Verdrag, de voorwaarden vastgesteld voor de desbetreffende lening of garantie. Bij de vaststelling van deze voorwaarden geeft de Bank zich ten volle rekenschap van de noodzaak haar inkomsten en financiële positie veilig te stellen.

  • 2. Indien de ontvanger van leningen of garanties van leningen zelf geen lid is, kan de Bank, wanneer zulks wenselijk lijkt, verlangen dat het lid op het grondgebied waarvan het desbetreffende project dient te worden uitgevoerd, of een voor de Bank aanvaardbaar openbare instantie of andere instantie van dat lid de terugbetaling van de hoofdsom en de betaling van de rente en overige kosten waarborgt in overeenstemming met de voorwaarden daarvan.

  • 3. Het bedrag van een belegging in aandelen mag niet hoger zijn dan het percentage van het desbetreffende aandelenkapitaal van de entiteit of onderneming toegestaan volgens door de Raad van Gouverneurs goedgekeurd beleid.

  • 4. De Bank kan bij haar werkzaamheden financiering verstrekken in de valuta van het desbetreffende land in overeenstemming met beleid waarmee valutarisico’s tot een minimum beperkt worden.

Artikel 15 Technische assistentie
  • 1. De Bank kan technisch advies en technische assistentie en andere soortgelijke vormen van assistentie verstrekken die bijdragen aan haar doelstellingen en binnen haar taken vallen.

  • 2. Indien met het verlenen van dergelijke diensten kosten gemoeid zijn die niet vergoed worden, brengt de Bank deze kosten ten laste van de inkomsten van de Bank.

HOOFDSTUK IV FINANCIËN VAN DE BANK

Artikel 16 Algemene bevoegdheden

Naast de elders in dit Verdrag omschreven bevoegdheden, heeft de Bank de hieronder omschreven bevoegdheden.

  • 1. De Bank kan in lidstaten of elders fondsen verwerven door middel van leningen of op andere wijze in overeenstemming met de relevante juridische bepalingen.

  • 2. De Bank kan waardepapieren die de Bank heeft uitgegeven of gegarandeerd, of waarin zij heeft belegd, kopen en verkopen.

  • 3. De Bank kan waardepapieren, waarin zij heeft belegd teneinde de verkoop daarvan te vergemakkelijken, garanderen.

  • 4. De Bank kan emissiegaranties geven, of daarin deelnemen, voor waardepapieren die worden uitgegeven door een entiteit of onderneming voor doeleinden die verenigbaar zijn met het doel van de Bank.

  • 5. De Bank kan fondsen die niet benodigd zijn voor haar werkzaamheden beleggen of in bewaring geven.

  • 6. De Bank ziet erop toe dat elk waardepapier dat door de Bank is uitgegeven of gegarandeerd op de voorzijde duidelijk zichtbaar een verklaring draagt, inhoudende dat het geen schuldbrief van een regering is, tenzij dit wel het geval is, in welk geval dit dient te worden vermeld.

  • 7. De Bank kan fondsen instellen of het beheer ervan aanvaarden voor andere partijen, mits deze trustfondsen bedoeld zijn bij te dragen aan het doel en vallen binnen de taken van de Bank binnen een kader voor trustfondsen dat dient te zijn goedgekeurd door de Raad van Gouverneurs.

  • 8. De Bank kan dochterentiteiten oprichten die bedoeld zijn bij te dragen aan het doel en vallen binnen de taken van de Bank, mits zij zijn goedgekeurd door de Raad van Gouverneurs bij een bijzondere meerderheid van stemmen zoals voorzien in artikel 28.

  • 9. De Bank kan alle andere bevoegdheden uitoefenen en alle regels en voorschriften aannemen die nodig of geschikt zijn voor de bevordering van haar doel en taken, overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag.

Artikel 17 Bijzondere fondsen
  • 1. De Bank kan bijzondere fondsen aanvaarden die bedoeld zijn om bij te dragen aan de verwezenlijking van het doel van de Bank en die binnen haar taken vallen; deze bijzondere fondsen zijn middelen van de Bank. De volledige kosten van het beheer van bijzondere fondsen worden ten laste van het desbetreffende bijzondere fonds gebracht.

  • 2. Bijzondere fondsen die door de Bank zijn aanvaard, kunnen worden gebruikt op voorwaarden die verenigbaar zijn met het doel en de taken van de Bank en met de overeenkomsten die betrekking hebben op de bedoelde fondsen.

  • 3. De Bank neemt de regels en voorschriften aan die noodzakelijk zijn voor het instellen, het beheer en het gebruik van elk bijzonder fonds. Die regels en voorschriften dienen verenigbaar te zijn met de bepalingen van dit Verdrag, met uitzondering van de bepalingen die uitdrukkelijk uitsluitend van toepassing zijn op de gewone werkzaamheden van de Bank.

  • 4. Met middelen van bijzondere fondsen worden bedoeld de middelen van elk bijzonder fonds en deze omvatten

    • i. fondsen die zijn aanvaard door de Bank voor opneming in een bijzonder fonds;

    • ii. fondsen ontvangen ter zake van leningen of garanties en de opbrengsten van beleggingen in aandelen, gefinancierd uit de middelen van een bijzonder fonds die dat bijzondere fonds ingevolge de regels en voorschriften van de Bank ontvangt;

    • iii. inkomsten uit beleggingen van middelen van een bijzonder fonds; en

    • iv. overige middelen die ter beschikking zijn gesteld van een bijzonder fonds.

Artikel 18 Allocatie en uitkering van het netto inkomen
  • 1. De Raad van Gouverneurs stelt ten minste eenmaal per jaar vast welk deel van het netto inkomen van de Bank, na voorziening van de reserves wordt toegewezen aan de winst of aan andere doeleinden, en welk gedeelte eventueel wordt uitgekeerd aan de leden. Een besluit ter zake van de toewijzing van het netto inkomen van de Bank aan andere doeleinden wordt genomen bij een supermeerderheid van stemmen van de Raad van Gouverneurs zoals voorzien in artikel 28.

  • 2. Uitkering zoals bedoeld in het voorgaande lid vindt plaats naar rato van het aantal aandelen gehouden door elk lid en betalingen geschieden op de wijze en in de valuta te bepalen door de Raad van Gouverneurs.

Artikel 19 Valuta
  • 1. De leden mogen geen beperkingen opleggen ten aanzien van onder meer het ontvangen, houden, gebruiken of overmaken van valuta door de Bank of door een ontvanger van de Bank voor betalingen in om het even welk land.

  • 2. Telkens wanneer het ingevolge dit Verdrag nodig is de waarde vast te stellen van een valuta ten opzichte van een andere valuta dan wel te bepalen of een valuta convertibel is, geschiedt dit door de Bank.

Artikel 20 Wijzen waarop de Bank haar verliezen dekt
  • 1. In geval van betalingsachterstanden en in gebreke blijven van debiteuren ten aanzien van leningen die door de Bank zijn verstrekt of gegarandeerd, of waarin door de Bank wordt deelgenomen, en in geval van verliezen bij beleggingen in aandelen of andere vormen van financiering ingevolge artikel 11, tweede lid, onder vi, neemt de Bank in het kader van haar gewone werkzaamheden de maatregelen die zij passend acht. De Bank treft passende voorzieningen tegen mogelijke verliezen.

  • 2. Verliezen voortvloeiend uit de gewone werkzaamheden van de Bank worden ten laste gebracht van

    • i. ten eerste, de in het eerste lid van dit artikel bedoelde voorzieningen;

    • ii. ten tweede, het netto inkomen;

    • iii. ten derde, de reserves en ingehouden winsten;

    • iv. ten vierde het onaangetaste volgestorte kapitaal; en

    • v. ten slotte, een passend bedrag van het niet-volgestorte geplaatste kapitaal, waarvan de volstorting wordt gevorderd in overeenstemming met de bepalingen van artikel 6, derde lid.

HOOFDSTUK V BESTUUR

Artikel 21 Structuur

De Bank heeft een Raad van Gouverneurs, een Raad van Bewindvoerders, een president, een of meer vicepresidenten en al het overige leidinggevende en andere personeel dat noodzakelijk wordt geacht.

Artikel 22 Raad van Gouverneurs: Samenstelling
  • 1. Elk lid is vertegenwoordigd in de Raad van Gouverneurs en benoemt een gouverneur en een plaatsvervangende gouverneur. Elke gouverneur en elke plaatsvervangende gouverneur behartigt de belangen van het lid dat hem heeft benoemd. Een plaatsvervangende gouverneur heeft geen stemrecht, behalve bij afwezigheid van zijn principaal.

  • 2. Tijdens elke jaarvergadering kiest de Raad van Gouverneurs een van de gouverneurs tot voorzitter die zijn functie bekleedt tot de verkiezing van de volgende voorzitter.

  • 3. Gouverneurs en plaatsvervangende gouverneurs bekleden hun functies zonder beloning van de Bank. De Bank kan hun evenwel een redelijke onkostenvergoeding voor het bijwonen van vergaderingen toekennen.

Artikel 23 Raad van Gouverneurs: Bevoegdheden
  • 1. Alle bevoegdheden van de Bank berusten bij de Raad van Gouverneurs.

  • 2. De Raad van Gouverneurs kan aan de Raad van Bewindvoerders al zijn bevoegdheden of enkele daarvan overdragen, met uitzondering van de bevoegdheid:

    • i. nieuwe leden toe te laten en voorwaarden voor hun toelating vast te stellen;

    • ii. het maatschappelijk kapitaal van de Bank te verhogen of te verlagen;

    • iii. een lid te schorsen;

    • iv. te beslissen omtrent beroepen die zijn ingesteld naar aanleiding van interpretaties of toepassingen van dit Verdrag door de Raad van Bewindvoerders;

    • v. de bewindvoerders van de Bank te kiezen en de onkosten die betaald dienen worden aan de bewindvoerders en hun plaatsvervangers alsmede een eventuele beloning uit hoofde van artikel 25, zesde lid, vast te stellen;

    • vi. de president te kiezen, deze te schorsen of uit zijn functie te ontheffen en zijn beloning en overige arbeidsvoorwaarden vast te stellen;

    • vii. de balans en de winst- en verliesrekening van de Bank goed te keuren na kennisneming van het rapport van de accountants;

    • viii. de reserves en de allocatie en uitkering van de netto-winst van de Bank vast te stellen;

    • ix. dit Verdrag te wijzigen;

    • x. te besluiten de werkzaamheden van de Bank te beëindigen en haar activa te verdelen; en

    • xi. alle overige bevoegdheden uit te oefenen die in dit Verdrag uitdrukkelijk zijn voorbehouden aan de Raad van Gouverneurs.

  • 3. De Raad van Gouverneurs behoudt de volledige bevoegdheid gezag uit te oefenen over aangelegenheden die ingevolge het bepaalde in het tweede lid van dit artikel zijn overgedragen aan de Raad van Bewindvoerders.

Artikel 24 Raad van Gouverneurs: Procedure
  • 1. De Raad van Gouverneurs houdt een jaarvergadering en alle andere vergaderingen die de Raad nodig acht of die door de Raad van Bewindvoerders worden bijeengeroepen. Vergaderingen van de Raad van Gouverneurs worden door de Raad van Bewindvoerders bijeengeroepen wanneer daarom wordt verzocht door vijf (5) leden van de Bank.

  • 2. Een meerderheid van de gouverneurs vormt een quorum voor een vergadering van de Raad van Gouverneurs, mits deze meerderheid ten minste twee derde van het totale aantal stemmen van de leden vertegenwoordigt.

  • 3. De Raad van Gouverneurs stelt via een voorschrift procedures vast waarbij de Raad van Bewindvoerders zonder een vergadering een stemming door de gouverneurs ten aanzien van een bepaald vraagstuk kan bewerkstelligen en voorzieningen kan treffen voor elektronische vergaderingen van de Raad van Gouverneurs onder bijzondere omstandigheden.

  • 4. De Raad van Gouverneurs en, voor zover hij daartoe is gemachtigd, de Raad van Bewindvoerders, kunnen dochterentiteiten instellen en de regels en voorschriften aannemen die nodig of dienstig zijn voor de uitoefening van de werkzaamheden van de Bank.

Artikel 25 Raad van Bewindvoerders: Samenstelling
  • 1. De Raad van Bewindvoerders bestaat uit twaalf (12) leden die geen lid zijn van de Raad van Gouverneurs en van wie er:

    • i. negen (9) worden gekozen door de gouverneurs die regionale leden vertegenwoordigen; en

    • ii. drie (3) worden gekozen door de gouverneurs die niet-regionale leden vertegenwoordigen.

    Bewindvoerders dienen personen te zijn die in hoge mate competent zijn in economische en financiële zaken en zij worden gekozen in overeenstemming met Schema B. Bewindvoerders vertegenwoordigen de leden van wie de gouverneurs hen hebben gekozen, alsmede de leden van wie de gouverneurs hun stemrecht aan hen hebben overgedragen.

  • 2. De Raad van Gouverneurs kan de omvang van de Raad van Bewindvoerders van tijd tot tijd vergroten of verkleinen, of de samenstelling daarvan herzien indien daartoe wordt besloten bij een supermeerderheid zoals voorzien in artikel 28.

  • 3. Elke bewindvoerder wijst een plaatsvervanger aan met de volledige bevoegdheid voor hem op te treden wanneer hij niet aanwezig is. De Raad van Gouverneurs neemt voorschriften aan die een bewindvoerder die door meer dan een omschreven aantal leden is gekozen in staat stellen een aanvullende plaatsvervanger te benoemen.

  • 4. Bewindvoerders en plaatsvervangers dienen onderdanen van lidstaten te zijn. Twee of meer bewindvoerders mogen niet dezelfde nationaliteit hebben, noch mogen twee of meer plaatsvervangers dezelfde nationaliteit hebben. Een plaatsvervanger mag deelnemen aan vergaderingen van de Raad, doch mag alleen zijn stem uitbrengen wanneer hij optreedt in plaats van zijn principaal.

  • 5. Bewindvoerders oefenen hun functie uit gedurende een tijdvak van twee (2) jaar en kunnen worden herkozen.

    • a. Bewindvoerders blijven in functie totdat hun opvolger is gekozen en zijn functie heeft aanvaard.

    • b. Indien de functie van een bewindvoerder meer dan honderdtachtig (180) dagen voor het einde van zijn ambtstermijn openvalt, wordt in overeenstemming met Schema B voor het resterende deel van de termijn een opvolger gekozen door de gouverneurs die de vorige bewindvoerder hebben gekozen. Voor deze verkiezing is een meerderheid van de door deze gouverneurs uitgebrachte stemmen vereist. Indien de functie van een bewindvoerder honderdtachtig (180) dagen of minder voor het einde van zijn ambtstermijn openvalt, kan op gelijke wijze door de gouverneurs die de vorige bewindvoerder hebben gekozen een opvolger worden gekozen.

    • c. Zolang de functie van een bewindvoerder onvervuld blijft, oefent de plaatsvervanger van de vorige bewindvoerder de bevoegdheden van laatstgenoemde uit, met uitzondering van de bevoegdheid een plaatsvervanger te benoemen.

  • 6. Bewindvoerders en plaatsvervangers bekleden hun functies zonder beloning van de Bank, tenzij de Raad van Gouverneurs anders besluit; de Bank kan hun evenwel een redelijke onkostenvergoeding voor het bijwonen van vergaderingen toekennen.

Artikel 26 Raad van Bewindvoerders: Bevoegdheden

De Raad van Bewindvoerders is verantwoordelijk voor de leiding van de algemene werkzaamheden van de Bank en dient daartoe, naast de bevoegdheden die hem in dit Verdrag uitdrukkelijk zijn toegewezen, alle bevoegdheden uit te oefenen die door de Raad van Gouverneurs aan hem zijn overgedragen, en in het bijzonder:

  • i. het voorbereiden van het werk van de Raad van Gouverneurs;

  • ii. het vaststellen van het beleid van de Bank en, bij een meerderheid die ten minste drie vierde van het totale aantal stemmen van de leden vertegenwoordigt, het nemen van besluiten betreffende belangrijke operationele en financiële beleidslijnen en delegatie van bevoegdheid aan de president in overeenstemming met het beleid van de Bank;

  • iii. het nemen van besluiten betreffende werkzaamheden van de Bank ingevolge artikel 11, tweede lid, en bij een meerderheid die ten minste drie vierde van het totale aantal stemmen van de leden vertegenwoordigt, besluiten over delegatie van deze bevoegdheid aan de president;

  • iv. het op regelmatige basis toezicht uitoefenen op het management en de werking van de Bank, en het vaststellen van een toezichtsmechanisme daartoe, in lijn met de beginselen van transparantie, openheid, onafhankelijkheid en controleerbaarheid;

  • v. het goedkeuren van de strategie, het jaarplan en de begroting van de Bank;

  • vi. benoemen van commissies wanneer dit raadzaam wordt geacht; en

  • vii. het per financieel jaar ter goedkeuring voorleggen van de gecontroleerde jaarstukken aan de Raad van Gouverneurs.

Artikel 27 Raad van Bewindvoerders: Procedure
  • 1. De Raad van Bewindvoerders vergadert zo vaak als de werkzaamheden van de Bank dit vereisen, periodiek gedurende het jaar. De Raad van Bewindvoerders heeft geen permanente zetel, tenzij anders wordt besloten door de Raad van Gouverneurs bij een supermeerderheid zoals voorzien in artikel 28. Vergaderingen worden bijeengeroepen door de voorzitter of op verzoek van drie (3) bewindvoerders.

  • 2. Een meerderheid van de bewindvoerders vormt een quorum voor elke vergadering van de Raad van Bewindvoerders, mits deze meerderheid ten minste twee derde van het totale aantal stemmen van de leden vertegenwoordigt.

  • 3. De Raad van Gouverneurs stelt regels vast volgens welke een lid, indien er geen bewindvoerder van zijn nationaliteit is, elke vergadering van de Raad van Bewindvoerders door een vertegenwoordiger kan doen bijwonen, zij het zonder stemrecht, wanneer wordt beraadslaagd over een vraagstuk waarbij dit lid ten nauwste is betrokken.

  • 4. De Raad van Bewindvoerders stelt procedures vast uit hoofde waarvan de Raad elektronisch kan vergaderen of stemmen over vraagstukken zonder een vergadering te beleggen.

Artikel 28 Stemmen
  • 1. Het totale aantal stemmen van elk lid wordt gevormd door de som van zijn basisstemmen, zijn aandeelstemmen en, in het geval van oprichtende leden, zijn stemmen als oprichtend lid.

    • i. De basisstemmen van elk lid worden gevormd door het aantal stemmen dat wordt verkregen uit de gelijke verdeling over alle leden van twaalf (12) procent van het totale aantal basisstemmen, aandeelstemmen en stemmen als oprichtend lid van alle leden.

    • ii. Het aantal aandeelstemmen van elk lid is gelijk aan het aantal aandelen in het kapitaal van de Bank waarvan dat lid houder is.

    • iii. Aan elk oprichtend lid worden zeshonderd (600) stemmen als oprichtend lid toegewezen.

    Indien een lid verzuimt een deel van het bedrag verschuldigd ter zake van zijn verplichtingen uit hoofde van volgestorte aandelen ingevolge artikel 6 te betalen, wordt het aantal aandeelstemmen gedurende het verzuim naar rato verlaagd met het percentage dat het verschuldigde niet-betaalde bedrag vertegenwoordigt van de totale pari-waarde van volgestorte aandelen waarvoor dat lid heeft ingeschreven.

  • 2. Bij stemming in de Raad van Gouverneurs is elke gouverneur gerechtigd de stemmen uit te brengen van het lid dat hij vertegenwoordigt.

    • i. Tenzij in dit Verdrag uitdrukkelijk anders is bepaald, worden alle besluiten van de Raad van Gouverneurs genomen bij een meerderheid van de uitgebrachte stemmen.

    • ii. Een supermeerderheid van de Raad van Gouverneurs dient te worden bevestigd bij stemming door ten minste twee derden van het totale aantal gouverneurs die ten minste drie vierde van het totale aantal stemmen van de leden vertegenwoordigen.

    • iii. Een bijzondere meerderheid van de Raad van Gouverneurs dient te worden bevestigd bij stemming door een meerderheid van het totale aantal gouverneurs die ten minste een meerderheid van het totale aantal stemmen van de leden vertegenwoordigt.

  • 3. Bij stemming in de Raad van Bewindvoerders is elke bewindvoerder gerechtigd het aantal stemmen uit te brengen waarop de gouverneurs die hem hebben gekozen recht hebben, alsmede die waarop gouverneurs die in overeenstemming met Schema B, hun stemmen aan hem hebben overgedragen, recht hebben.

    • i. Een bewindvoerder die de stemmen van meer dan een lid mag uitbrengen mag de stemmen voor deze leden afzonderlijk uitbrengen.

    • ii. Tenzij in dit Verdrag uitdrukkelijk anders is bepaald worden besluiten van de Raad van Bewindvoerders genomen bij een meerderheid van de uitgebrachte stemmen.

Artikel 29 De president
  • 1. De Raad van Gouverneurs kiest via een open, transparant en op merites gebaseerd proces een president voor de Bank bij een supermeerderheid zoals voorzien in artikel 28. Hij dient onderdaan te zijn van een regionaal lid. De president mag tijdens het bekleden van zijn functie geen gouverneur, bewindvoerder of plaatsvervanger van een van beiden zijn.

  • 2. De ambtstermijn van de president is vijf (5) jaar. Hij kan eenmaal worden herkozen. De president kan worden geschorst of uit zijn functie worden ontheven wanneer de Raad van Gouverneurs zulks besluit bij een supermeerderheid zoals voorzien in artikel 28.

    • a. Indien door enige oorzaak de functie van president openvalt, kiest de Raad van Gouverneurs, in overeenstemming met de bepalingen van het eerste lid van dit artikel, een tijdelijke president ad interim of een nieuwe president.

  • 3. De president is voorzitter van de Raad van Bewindvoerders, maar heeft behoudens een beslissende stem bij het staken der stemmen, geen stemrecht. Hij mag deelnemen aan vergaderingen van de Raad van Gouverneurs, maar heeft geen stemrecht.

  • 4. De president vertegenwoordigt de Bank in rechte. Hij is het hoofd van de staf van de Bank en leidt de lopende zaken van de Bank volgens de aanwijzingen van de Raad van Bewindvoerders.

Artikel 30 Leidinggevend en ander personeel van de Bank
  • 1. De Raad van Bewindvoerders benoemt op aanbeveling van de president een of meer vicepresidenten op basis van een open, transparant en op merites gebaseerd proces. De Raad van Bewindvoerders bepaalt de ambtstermijn van de vicepresident, diens bevoegdheden en diens taken bij het besturen van de Bank. Bij afwezigheid of onvermogen van de president oefent een vicepresident de bevoegdheden van de president uit en vervult hij diens taken.

  • 2. De president is verantwoordelijk voor de organisatie, de aanstelling en het ontslag van het leidinggevend en ander personeel overeenkomstig de door de Raad van Bewindvoerders aangenomen voorschriften, met uitzondering van de vicepresidenten in de mate voorzien in het eerste lid van dit artikel.

  • 3. Bij het aanstellen van leidinggevend en ander personeel en het aanbevelen van vicepresidenten schenkt de president, rekening houdend met het primordiale belang van de hoogste normen qua doelmatigheid en technische bekwaamheid, de nodige aandacht aan werving van personeel op basis van een zo breed mogelijke regionale geografische spreiding.

Artikel 31 Het internationale karakter van de Bank
  • 1. De Bank aanvaardt geen bijzondere fondsen, leningen of assistentie die op enigerlei wijze haar doel of taken zouden schaden, daarvan zouden afwijken of deze anderszins zouden veranderen.

  • 2. De Bank, haar president en het leidinggevend en ander personeel dienen zich niet in de politieke aangelegenheden van een lid te mengen, noch zich bij hun besluiten door het politieke karakter van het betrokken lid te laten leiden. Bij het nemen van hun besluiten mogen zij zich uitsluitend door economische overwegingen laten leiden. Deze overwegingen worden onpartijdig tegen elkaar afgewogen teneinde het doel en de taken van de Bank te verwezenlijken en uit te voeren.

  • 3. De president en het leidinggevend en ander personeel van de Bank staan in de uitoefening van hun functie uitsluitend in dienst van de Bank en stellen hun diensten aan geen enkele andere autoriteit ter beschikking. Elk lid van de Bank eerbiedigt het internationale karakter van deze dienstbetrekking en onthoudt zich van alle pogingen hen bij de uitoefening van hun functies te beïnvloeden.

HOOFDSTUK VI ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 32 Vestigingen van de Bank
  • 1. Het hoofdkantoor van de Bank is gevestigd in Beijing, Volksrepubliek China.

  • 2. De Bank kan elders agentschappen of kantoren vestigen.

Artikel 33 Communicatiekanalen en plaatsen van bewaring
  • 1. Elk lid wijst een officiële instantie aan waarmee de Bank in verbinding kan treden over aangelegenheden die voortvloeien uit dit Verdrag.

  • 2. Elk lid wijst zijn centrale bank of een andere met de Bank overeen te komen instelling aan als plaats waar de Bank haar bezit aan valuta van dat lid alsmede andere activa van de Bank kan bewaren.

  • 3. De Bank kan haar activa bewaren op door de Raad van Bewindvoerders te bepalen plaatsen van bewaargeving.

Artikel 34 Verslagen en informatie
  • 1. De voertaal van de Bank is de Engelse taal en de Bank baseert zich op de Engelse tekst van dit Verdrag voor alle besluiten en voor interpretaties ingevolge artikel 54.

  • 2. De leden doen de Bank de informatie toekomen die zij redelijkerwijs van hen kan verlangen teneinde de uitvoering van haar taken te vergemakkelijken.

  • 3. De Bank doet haar leden een jaarverslag toekomen met een door accountants gecontroleerde balans en winst- en verliesrekening en publiceert dit verslag. De Bank doet haar leden elk kwartaal voorts een beknopt overzicht toekomen van haar financiële positie en een opgave van winst en verlies waaruit het resultaat van haar werkzaamheden blijkt.

  • 4. De Bank stelt beleid vast inzake de bekendmaking van informatie teneinde transparantie bij haar werkzaamheden te bevorderen. De Bank kan andere verslagen publiceren die zij voor de vervulling van haar doel en taken wenselijk acht.

Artikel 35 Samenwerking met leden en internationale organisaties
  • 1. De Bank werkt nauw samen met al haar leden en, op een wijze die zij passend acht binnen de voorwaarden van dit Verdrag, met andere internationale financiële instellingen en internationale organisaties die betrokken zijn bij de economische ontwikkeling van de regio of de werkterreinen van de Bank.

  • 2. De Bank kan na goedkeuring van de Raad van Bewindvoerders met dergelijke organisaties regelingen aangaan voor doeleinden die verenigbaar zijn met dit Verdrag.

Artikel 36 Verwijzingen
  • 1. Verwijzingen in dit Verdrag naar een artikel of een Schema verwijzen tenzij anders aangegeven naar artikelen en Schema’s van dit Verdrag.

  • 2. Verwijzingen in dit Verdrag naar een specifieke sekse gelden gelijkelijk voor beide seksen.

HOOFDSTUK VII OPZEGGING EN SCHORSING VAN LEDEN

Artikel 37 Opzegging van lidmaatschap
  • 1. Elk lid kan te allen tijde zijn lidmaatschap van de Bank opzeggen door middel van een aan het hoofdkantoor van de Bank gerichte schriftelijke kennisgeving.

  • 2. De opzegging door een lid wordt van kracht en het lidmaatschap eindigt op de datum vermeld in zijn kennisgeving, doch in geen geval eerder dan zes (6) maanden na de datum waarop die kennisgeving door de Bank is ontvangen. Zolang de opzegging niet definitief van kracht is geworden, kan het lid evenwel de Bank te allen tijde schriftelijk ervan in kennis stellen dat het de kennisgeving van zijn voorgenomen opzegging intrekt.

  • 3. Een uittredend lid blijft aansprakelijk voor alle directe en indirecte verplichtingen tegenover de Bank waaraan het was gebonden op het tijdstip waarop de kennisgeving van opzegging werd ontvangen. Indien de opzegging definitief van kracht wordt, is het lid niet verantwoordelijk voor verplichtingen voortvloeiend uit werkzaamheden van de Bank die zijn verricht na het tijdstip waarop de kennisgeving van opzegging door de Bank werd ontvangen.

Artikel 38 Schorsing van het lidmaatschap
  • 1. Indien een lid zijn verplichtingen tegenover de Bank niet nakomt, kan de Raad van Gouverneurs zijn lidmaatschap schorsen bij een supermeerderheid zoals voorzien in artikel 28.

  • 2. Een aldus geschorst lid houdt een (1) jaar na zijn schorsing automatisch op lid te zijn, tenzij de Raad van Gouverneurs bij een supermeerderheid zoals voorzien in artikel 28 besluit het lid in ere te herstellen.

  • 3. Zolang de schorsing duurt, is een lid niet bevoegd enig recht uit hoofde van dit Verdrag uit te oefenen, met uitzondering van het recht van opzegging en blijft het gebonden aan al zijn verplichtingen.

Artikel 39 Vereffening van rekeningen
  • 1. Na de datum waarop een land ophoudt lid te zijn, blijft het aansprakelijk voor zijn directe en zijn indirecte verplichtingen jegens de Bank, zolang enig deel van de leningen, garanties, beleggingen in aandelen en andere vormen van financiering ingevolge artikel 11, tweede lid, onder vi, (hierna te noemen „andere vormen van financiering”) die werden aangegaan voordat het ophield lid te zijn, nog uitstaat; doch het is niet langer aansprakelijk met betrekking tot leningen, garanties, beleggingen in aandelen of andere vormen van financiering die daarna door de Bank werden aangegaan en het deelt niet in de inkomsten of uitgaven van de Bank.

  • 2. Op het tijdstip waarop een land ophoudt lid te zijn, treft de Bank ten behoeve van de vereffening van de rekeningen van dat land bij de Bank in overeenstemming met de bepalingen van het derde en vierde lid van dit artikel maatregelen voor de terugkoop van de aandelen van dat land. Voor dat doel is de prijs waarvoor de aandelen worden teruggekocht gelijk aan de waarde die is aangegeven in de boeken van de Bank op de datum waarop het land ophoudt lid te zijn.

  • 3. De betaling van aandelen die krachtens dit artikel door de Bank worden teruggekocht, is aan de volgende voorwaarden gebonden:

    • i. Alle bedragen die aan het land voor zijn aandelen verschuldigd zijn, worden ingehouden zolang het land, zijn centrale bank of één van zijn agentschappen, instanties of staatkundige onderdelen daarvan als leningnemer, borg of andere partij verplichtingen heeft ter zake van beleggingen in aandelen of andere vormen van financiering jegens de Bank en deze bedragen kunnen, naar keuze van de Bank, op de vervaldag op elke verplichting van die aard in mindering worden gebracht. Er wordt geen bedrag ingehouden uit hoofde van een betalingsverplichting van het land voortvloeiende uit toekomstige verzoeken tot storting ter zake van zijn inschrijving op aandelen in overeenstemming met artikel 6, derde lid. In geen geval wordt een bedrag dat aan een lid voor zijn aandelen is verschuldigd, eerder uitbetaald dan zes (6) maanden na de datum waarop het land ophoudt lid te zijn.

    • ii. Betalingen voor aandelen kunnen van tijd tot tijd worden gedaan tegen inlevering van de overeenkomende aandelen-certificaten door het betrokken land tot de omvang waarmee het bedrag van de in het tweede lid van dit artikel bedoelde terugkoopprijs het totaal van de verplichtingen ten aanzien van de leningen, garanties, beleggingen in aandelen en overige vormen van financiering bedoeld onder punt i van dit lid te boven gaat, totdat het voormalige lid de volledige terugkoopprijs heeft ontvangen.

    • iii. Betalingen geschieden in de beschikbare valuta die de Bank bepaalt, rekening houdend met haar financiële positie.

    • iv. Indien door de Bank verliezen worden geleden op leningen, garanties, beleggingen in aandelen of andere vormen van financiering die uitstonden op de datum waarop een land ophield lid te zijn, en het bedrag van deze verliezen het bedrag van de met het oog op verliezen gevormde reserves te boven gaat op die datum, betaalt het desbetreffende land op verzoek het bedrag terug waarmee de terugkoopprijs van zijn aandelen zou zijn verminderd indien met de verliezen rekening zou zijn gehouden bij de bepaling van de terugkoopprijs. Bovendien blijft het voormalige lid aansprakelijk voor elk verzoek tot betaling voor niet-volgestorte inschrijvingen ingevolge artikel 6, derde lid, tot het bedrag waarvoor het verplicht zou zijn op te komen indien het kapitaalverlies zou hebben plaatsgevonden en het verzoek zou zijn gedaan op het tijdstip waarop de terugkoopprijs van zijn aandelen werd vastgesteld.

  • 4. Indien de Bank in overeenstemming met artikel 41 haar werkzaamheden beëindigt binnen zes (6) maanden na de datum waarop een land ophoudt lid te zijn, worden alle rechten van het desbetreffende land vastgesteld in overeenstemming met de bepalingen van de artikelen 41 tot en met 43. Het betrokken land wordt geacht nog lid te zijn voor de toepassing van deze artikelen maar heeft geen stemrecht.

HOOFDSTUK VIII OPSCHORTING EN BEËINDIGING VAN DE WERKZAAMHEDEN VAN DE BANK

Artikel 40 Tijdelijke opschorting van de werkzaamheden

Bij onvoorziene omstandigheden kan de Raad van Bewindvoerders de werkzaamheden tijdelijk opschorten ten aanzien van nieuwe leningen, garanties, beleggingen in aandelen en andere vormen van financiering, ingevolge artikel 11, tweede lid, onder vi, in afwachting van een gelegenheid tot verder overleg en maatregelen van de Raad van Gouverneurs.

Artikel 41 Beëindiging van de werkzaamheden
  • 1. De Bank kan haar werkzaamheden beëindigen bij een besluit genomen met een supermeerderheid van de Raad van Gouverneurs zoals voorzien in artikel 28.

  • 2. Bij bedoelde beëindiging staakt de Bank terstond alle activiteiten, behalve die welke nodig zijn voor het naar behoren te gelde maken, het in stand houden en het beschermen van haar activa en het vereffenen van haar schulden.

Artikel 42 Verplichtingen van leden en betaling van vorderingen
  • 1. In geval van beëindiging van de werkzaamheden van de Bank blijft de verplichting van alle leden uit hoofde van niet-volgestorte inschrijvingen op het kapitaal van de Bank en de waardevermindering van hun valuta bestaan totdat alle vorderingen van crediteuren, met inbegrip van alle voorwaardelijke vorderingen, zijn voldaan.

  • 2. Crediteuren die directe vorderingen hebben, worden in de eerste plaats betaald uit de activa van de Bank en in de tweede plaats uit betalingen te verrichten aan de Bank ten aanzien van niet betaalde volgestorte aandelen of uit betalingen te verrichten aan de Bank ten aanzien van het niet-volgestorte kapitaal. Alvorens betalingen te verrichten aan crediteuren die directe vorderingen hebben, treft de Raad van Bewindvoerders de naar zijn oordeel nodige maatregelen ter verzekering van een verdeling pro rata onder de houders van directe en voorwaardelijke vorderingen.

Artikel 43 Verdeling van de activa
  • 1. Er vindt geen verdeling van activa plaats onder de leden uit hoofde van hun inschrijving in het kapitaal van de Bank voordat:

    • i. aan alle verplichtingen tegenover crediteuren is voldaan of deze verplichtingen zijn geregeld; en

    • ii. de Raad van Gouverneurs tot verdeling heeft besloten bij een supermeerderheid zoals voorzien in artikel 28.

  • 2. Elke verdeling van activa van de Bank onder de leden dient te geschieden in verhouding tot de deelneming van elk van de leden in het kapitaal en vindt plaats op het tijdstip en onder de voorwaarden die de Bank redelijk en billijk acht. De aandelen in de verdeelde activa behoeven niet eenvormig te zijn wat de soort activa betreft. Geen enkel lid is gerechtigd zijn aandeel in een verdeling van activa te ontvangen voordat het al zijn verplichtingen tegenover de Bank is nagekomen.

  • 3. Elk lid dat activa ontvangt die ingevolge dit artikel worden verdeeld, geniet ten aanzien van deze activa dezelfde rechten als de Bank vóór de verdeling daarvan genoot.

HOOFDSTUK IX RECHTSPOSITIE, IMMUNITEITEN, VOORRECHTEN EN VRIJSTELLINGEN

Artikel 44 Doel van dit hoofdstuk
  • 1. Teneinde de Bank in staat te stellen haar doel te verwezenlijken en de haar toevertrouwde taken te vervullen, worden op het grondgebied van elk lid de in dit hoofdstuk vermelde rechtspositie, immuniteiten, voorrechten en vrijstellingen toegekend.

  • 2. Elk lid neemt onverwijld de maatregelen die nodig zijn om op zijn eigen grondgebied de in dit hoofdstuk vervatte bepalingen uit te voeren en stelt de Bank in kennis van de maatregelen die het heeft getroffen.

Artikel 45 Rechtspositie van de Bank

De Bank bezit volledige rechtspersoonlijkheid en is in het bijzonder volledig bevoegd:

  • i. overeenkomsten te sluiten;

  • ii. roerende en onroerende zaken te verwerven en te vervreemden;

  • iii. rechtsgedingen te voeren; en

  • iv. andere handelingen te verrichten die noodzakelijk of nuttig zijn voor haar doel en activiteiten.

Artikel 46 Immuniteit van gerechtelijke procedures
  • 1. De Bank geniet immuniteit van elke vorm van rechtsvervolging met uitzondering van zaken die voortvloeien uit de uitoefening van haar bevoegdheid tot het verwerven van fondsen, door leningen of op andere wijze ter waarborging van verplichtingen, of voor het kopen, verkopen of garanderen van de verkoop van waardepapieren, in welk geval rechtsgedingen tegen de Bank uitsluitend kunnen worden ingesteld bij een bevoegde rechter op het grondgebied van een land waar de Bank een kantoor heeft, of een vertegenwoordiger heeft aangewezen voor de betekening van dagvaardingen, of waardepapieren heeft uitgegeven of gegarandeerd heeft.

  • 2. Onverminderd het eerste lid van dit artikel mag er evenwel geen vordering tegen de Bank worden ingesteld door een lid of een agentschap of instantie van een lid, of door een entiteit of een persoon die direct of indirect optreedt namens of een vordering ontleent aan een lid of een agentschap of instantie van een lid. Ter regeling van geschillen tussen de Bank en haar leden dienen deze laatste gebruik te maken van daartoe in dit Verdrag, in de verordeningen en voorschriften van de Bank of in met de Bank gesloten overeenkomsten opgenomen bijzondere procedures.

  • 3. De bezittingen en activa van de Bank, ongeacht waar deze zich bevinden en wie deze in bezit heeft, worden gevrijwaard van elke vorm van inbeslagname, beslaglegging of executie voordat een definitief vonnis tegen de Bank is uitgesproken.

Artikel 47 Immuniteit van activa en archieven
  • 1. Eigendommen en activa van de Bank worden gevrijwaard van onderzoek, vordering, inbeslagneming, onteigening of andere vormen van beslaglegging of uitsluiting op last van de uitvoerende of wetgevende macht, ongeacht waar deze zich bevinden en ongeacht wie deze in bezit heeft.

  • 2. De archieven van de Bank en, in het algemeen, alle documenten die zij bezit, of die bij haar berusten, zijn onschendbaar, ongeacht waar deze zich bevinden en wie deze in bezit heeft.

Artikel 48 Vrijstelling van de activa van beperkende bepalingen

Voor zover noodzakelijk ter verwezenlijking van het doel en ter vervulling van de taken van de Bank, en behoudens de bepalingen van dit Verdrag, zijn alle eigendommen en activa van de Bank vrijgesteld van beperkingen, regelingen, controles en moratoria van welke aard ook.

Artikel 49 Geprivilegieerde behandeling van aanzeggingen van de Bank

Officiële aanzeggingen van de Bank worden door elk lid op dezelfde wijze behandeld als officiële aanzeggingen van enig ander lid.

Artikel 50 Immuniteiten van het leidinggevend en ander personeel

Alle gouverneurs, bewindvoerders, plaatsvervangers, de president, vicepresidenten en het leidinggevend en ander personeel van de Bank, alsmede deskundigen en adviseurs die een missie of dienst voor de Bank vervullen:

  • i. genieten immuniteit van rechtsvervolging in verband met handelingen die zij uit hoofde van hun ambt hebben verricht, tenzij de Bank deze immuniteit opheft, en genieten onschendbaarheid ten aanzien van al hun officiële papieren, documenten en archieven;

  • ii. genieten indien zij geen burgers of onderdanen zijn van het land waar zij zich bevinden, dezelfde onschendbaarheid ten aanzien van immigratiebeperkingen, registratieplichten voor buitenlanders, nationale dienstplicht en dezelfde faciliteiten ten aanzien van deviezenvoorschriften, als de leden toekennen aan de vertegenwoordigers, functionarissen en personeel van vergelijkbare rang in dienst van andere leden; en

  • iii. genieten dezelfde behandeling ten aanzien van reisfaciliteiten als de vertegenwoordigers, functionarissen en personeel van vergelijkbare rang, in dienst van andere leden wordt toegekend.

Artikel 51 Vrijstelling van belasting
  • 1. De Bank, haar activa, bezittingen, inkomsten en haar werkzaamheden en transacties uit hoofde van dit Verdrag zijn vrijgesteld van alle belastingen en alle douanerechten. De Bank is voorts vrijgesteld van elke verplichting met betrekking tot het betalen, inhouden of heffen van belastingen of heffingen.

  • 2. Er wordt geen belasting geheven op of ten aanzien van salarissen, vergoedingen en onkosten die naargelang van het geval worden betaald door de Bank aan bewindvoerders, plaatsvervangers, de president, vicepresidenten en leidinggevend en ander personeel van de Bank, met inbegrip van deskundigen en adviseurs, die missies of diensten voor de Bank verrichten, behalve ingeval een lid bij de akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring een verklaring overlegt dat het voor zichzelf en zijn staatkundige onderdelen het recht voorbehoudt salarissen en vergoedingen naargelang van het geval, door de Bank aan zijn burgers of onderdanen betaald, te belasten.

  • 3. Er wordt geen belasting van welke aard ook geheven op door de Bank uitgegeven schuld- of waardepapieren, met inbegrip van de dividenden en interesten daarvan, ongeacht wie deze in zijn bezit heeft:

    • i. die discriminatie inhoudt van een dergelijk schuld- of waardepapier, uitsluitend omdat deze door de Bank zijn uitgegeven; of

    • ii. indien de plaats waar, of de valuta waarin de papieren zijn uitgegeven of waarin zij luiden of betaalbaar gesteld of betaald zijn, of de plaats waar een kantoor van de Bank is gevestigd of waar zij haar bedrijf uitoefent, de enige rechtsgrond voor een dergelijke belasting zou zijn.

  • 4. Er wordt geen belasting van welke aard ook geheven op door de Bank gegarandeerde schuld- of waardepapieren, met inbegrip van de dividenden en interesten daarvan, ongeacht wie deze in zijn bezit heeft:

    • i. die discriminatie inhoudt van een dergelijk schuld- of waardepapier, uitsluitend omdat deze door de Bank zijn gegarandeerd; of

    • ii. indien de plaats waar een kantoor van de Bank is gevestigd of waar zij haar bedrijf uitoefent, de enige rechtsgrond voor een dergelijke belasting zou zijn.

Artikel 52 Afstand van voorrechten, immuniteiten en vrijstellingen
  • 1. De Bank kan naar eigen inzicht afstand doen van de in dit hoofdstuk omschreven voorrechten, immuniteiten en vrijstellingen in de gevallen en op de wijze en voorwaarden die de Bank in haar belang acht.

HOOFDSTUK X WIJZIGING, INTERPRETATIE EN ARBITRAGE

Artikel 53 Wijzigingen
  • 1. Dit Verdrag kan uitsluitend worden gewijzigd bij een besluit van de Raad van Gouverneurs bij een supermeerderheid zoals voorzien in artikel 28.

  • 2. Niettegenstaande het bepaalde in het eerste lid van dit artikel is de unanieme instemming van de Raad van Gouverneurs vereist wanneer het een voorstel betreft tot wijziging van:

    • i. het recht om het lidmaatschap van de Bank op te zeggen;

    • ii. de beperking van aansprakelijkheid, vermeld in artikel 7, derde en vierde lid; en

    • iii. de rechten betreffende de aankoop van kapitaal, vermeld in artikel 5, vierde lid.

  • 3. Elk voorstel dit Verdrag te wijzigen, afkomstig hetzij van een lid, hetzij van de Raad van Bewindvoerders, wordt ingediend bij de voorzitter van de Raad van Gouverneurs, die het voorstel aan de Raad van Gouverneurs voorlegt. Wanneer een wijziging is aanvaard, legt de Bank dit in een officiële aanzegging aan alle leden vast. Wijzigingen worden voor alle leden 3 (drie) maanden na de datum van de officiële aanzegging van kracht, tenzij de Raad van Gouverneurs daarin een ander tijdvak omschrijft.

Artikel 54 Interpretatie
  • 1. Kwesties omtrent de interpretatie of toepassing van de bepalingen van dit Verdrag die rijzen tussen een lid en de Bank, of tussen twee of meer leden van de Bank onderling, worden ter beslissing voorgelegd aan de Raad van Bewindvoerders. Indien een lid dat niet in de Raad is vertegenwoordigd door een bewindvoerder van zijn eigen nationaliteit in bijzondere mate bij de desbetreffende kwestie is betrokken, is het gerechtigd zich gedurende de behandeling in de Raad van Bewindvoerders te doen vertegenwoordigen; de vertegenwoordiger van dit lid heeft echter geen stem. Deze rechten van vertegenwoordiging worden geregeld door de Raad van Gouverneurs.

  • 2. In elk geval waarin de Raad van Bewindvoerders volgens het eerste lid van dit artikel een besluit heeft genomen, kan een lid verzoeken de zaak naar de Raad van Gouverneurs te verwijzen, wiens oordeel bindend is. Hangende het besluit van de Raad van Gouverneurs, kan de Bank, voor zover zij dit nodig acht, op grond van het besluit van de Raad van Bewindvoerders handelen.

Artikel 55 Arbitrage

Wanneer een geschil ontstaat tussen de Bank en een land dat heeft opgehouden lid te zijn, of tussen de Bank en een lid nadat is beslist dat de werkzaamheden van de Bank zullen worden beëindigd, wordt het geschil onderworpen aan arbitrage door een scheidsgerecht van drie scheidslieden. Een van de scheidslieden wordt door de Bank benoemd, een andere door het betrokken land en de derde door de President van het Internationale Gerechtshof of een andere autoriteit die volgens daarvoor door de Raad van Gouverneurs aangenomen voorschriften is aangewezen, tenzij de partijen anders beslissen. Een meerderheid van stemmen van de scheidslieden is voldoende om tot een onherroepelijk en voor de partijen bindend besluit te komen. De derde scheidsman is bevoegd te beslissen over alle procedurekwesties waarover de partijen van mening verschillen.

Artikel 56 Wanneer toestemming wordt geacht te zijn gegeven

Steeds wanneer de toestemming van een lid is vereist voordat een handeling door de Bank, behalve ingevolge artikel 53, tweede lid, mag worden verricht, wordt die toestemming geacht te zijn gegeven, tenzij het lid binnen een redelijke termijn die de Bank bij het mededelen aan het lid voor de voorgestelde handeling kan vaststellen, daartegen bezwaar maakt.

HOOFDSTUK XI SLOTBEPALINGEN

Artikel 57 Ondertekening en nederlegging
  • 1. Dit Verdrag, nedergelegd bij de Regering van de Volksrepubliek China (hierna te noemen „depositaris”), staat open voor ondertekening tot 31 december 2015 door de Regeringen van de landen vervat in Schema A.

  • 2. De depositaris doet aan alle ondertekenaars en andere landen die lid van de Bank worden gewaarmerkte afschriften van dit Verdrag toekomen.

Artikel 58 Bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring
  • 1. Dit Verdrag dient te worden bekrachtigd of aanvaard door de ondertekenaars. De akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring worden uiterlijk op 31 december 2016 nedergelegd bij de depositaris of zo nodig op een latere datum vast te stellen door de Raad van Gouverneurs bij een supermeerderheid zoals voorzien in artikel 28. De depositaris stelt de andere ondertekenaars naar behoren op de hoogte van elke nederlegging en van de datum waarop die heeft plaats gevonden.

  • 2. Een ondertekenaar, wiens akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring wordt nedergelegd vóór de datum waarop dit Verdrag in werking treedt, wordt op die datum lid van de Bank. Elke andere ondertekenaar, die voldoet aan de bepalingen van het voorgaande lid, wordt lid van de Bank op de datum waarop zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring wordt nedergelegd.

Artikel 59 Inwerkingtreding

Dit Verdrag treedt in werking wanneer de akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van ten minste tien (10) ondertekenaars, wier aanvankelijke inschrijving, als vervat in Schema A van dit Verdrag, niet minder bedraagt dan vijftig (50) procent van het totaal van deze inschrijvingen, zijn nedergelegd.

Artikel 60 Oprichtingsvergadering en aanvang van de werkzaamheden
  • 1. Zodra dit Verdrag in werking treedt, benoemt elk lid een gouverneur en de depositaris belegt de oprichtingsvergadering van de Raad van Gouverneurs.

  • 2. De Raad van Gouverneurs gaat tijdens zijn oprichtingsvergadering over tot:

    • i. verkiezing van de president;

    • ii. verkiezing van de bewindvoerders van de Bank in overeenstemming met artikel 25, eerste lid, van dit Verdrag met dien verstande dat de Raad van Gouverneurs kan besluiten voor een aanvangstermijn korter dan twee jaar minder bewindvoerders te kiezen gelet op het aantal leden en ondertekenaars dat nog geen lid is geworden;

    • iii. het treffen van regelingen voor het vaststellen van de datum waarop de Bank haar werkzaamheden aanvangt; en

    • iv. het treffen van andere regelingen die noodzakelijk blijken ter voorbereiding op de aanvang van de werkzaamheden van de Bank.

  • 3. De Bank stelt de leden in kennis van de datum, waarop zij haar werkzaamheden zal aanvangen.

GEDAAN te Beijing, Volksrepubliek China op 29 juni 2015, in een enkel oorspronkelijk exemplaar dat zal worden nedergelegd in de archieven van de depositaris en waarvan de Engelse, Chinese en Franse teksten gelijkelijk authentiek zijn.


Schema A
Aanvankelijke inschrijvingen op het maatschappelijk kapitaal voor landen die mogelijk die lid worden in overeenstemming met artikel 58

 

Aantal aandelen

Inschrijving op kapitaal

(in miljoen $)

DEEL A

   

REGIONALE LEDEN

   

Australië

36.912

3.691,2

Azerbeidzjan

2.541

254,1

Bangladesh

6.605

660,5

Brunei Darussalam

524

52,4

Cambodja

623

62,3

China

297.804

29.780,4

Georgië

539

53,9

India

83.673

8.367,3

Indonesië

33.607

3.360,7

Iran

15.808

1.580,8

Israël

7.499

749,9

Jordanië

1.192

119,2

Kazachstan

7.293

729,3

Korea

37.388

3.738,8

Kuwait

5.360

536,0

Kirgizische Republiek

268

26.8

Democratische Volksrepubliek Laos

430

43,0

Maleisië

1.095

109,5

Maldiven

72

7,2

Mongolië

411

41,1

Myanmar

2.645

264,5

Nepal

809

80,9

Nieuw-Zeeland

4.615

461,5

Oman

2.592

259,2

Pakistan

10.341

1.034,1

Filipijnen

9.791

979,1

Qatar

6.044

604,4

Rusland

65.362

6.536,2

Saoedi-Arabië

25.446

2.544,6

Singapore

2.500

250,0

Sri Lanka

2.690

269,0

Tadzjikistan

309

30,9

Thailand

14.275

1.427,5

Turkije

26.099

2.609,9

Verenigde Arabische Emiraten

11.857

1.185,7

Oezbekistan

2.198

219,8

Vietnam

6.633

663,3

Niet toegewezen

16.150

1.615,0

TOTAAL

750.000

75.000,0

     

DEEL B

   

NIET-REGIONALE LEDEN

   

Oostenrijk

5.008

500,8

Brazilië

31.810

3.181,0

Denemarken

3.695

369,5

Egypte

6.505

650,5

Finland

3.103

310,3

Frankrijk

33.756

3.375,6

Duitsland

44.842

4.484,2

IJsland

176

17,6

Italië

25.718

2.571,8

Luxemburg

697

69,7

Malta

136

13,6

Nederland

10.313

1.031,3

Noorwegen

5.506

550,6

Polen

8.318

831,8

Portugal

650

65,0

Zuid-Afrika

5.905

590,5

Spanje

17.15

1.761,5

Zweden

6.300

630,0

Zwitserland

7.064

706,4

Verenigd Koninkrijk

30.547

3.054,7

Niet toegewezen

2.336

233,6

TOTAAL

250.000

25.000,0

TOTAAL GENERAAL

1.000.000

100.000,0


Schema B
Verkiezing van bewindvoerders

De Raad van Gouverneurs stelt in overeenstemming met de volgende bepalingen regels vast voor de verkiezing van bewindvoerders.

  • 1. Kiesgroepen

    Elke bewindvoerder vertegenwoordigt een of meer leden in een kiesgroep. Het totale aantal stemmen van elke kiesgroep bestaat uit de stemmen die de bewindvoerder gerechtigd is uit te brengen ingevolge artikel 28, derde lid.

  • 2. Stemgewicht per kiesgroep

    Voor elke verkiezing stelt de Raad van Gouverneurs een minimumpercentage vast voor het aantal stemmen per kiesgroep waarmee bewindvoerders dienen te worden gekozen door gouverneurs die regionale leden vertegenwoordigen (regionale bewindvoerders) alsmede het minimumpercentage voor het aantal stemmen per kiesgroep waarmee bewindvoerders dienen te worden gekozen door gouverneurs die niet-regionale leden vertegenwoordigen (niet-regionale bewindvoerders).

    • a. Het minimumpercentage voor regionale bewindvoerders wordt uitgedrukt als een percentage van het totale aantal bij de verkiezing uit te brengen stemmen door de gouverneurs die regionale leden vertegenwoordigen (regionale gouverneurs). Het aanvankelijke minimumpercentage voor regionale bewindvoerders bedraagt 6%.

    • b. Het minimumpercentage voor niet-regionale bewindvoerders wordt uitgedrukt als een percentage van het totale aantal bij de verkiezing uit te brengen stemmen door de gouverneurs die niet-regionale leden vertegenwoordigen (niet-regionale gouverneurs). Het aanvankelijke minimumpercentage voor niet-regionale bewindvoerders bedraagt 15%.

  • 3. Wijzigingspercentage

    Teneinde het aantal stemmen van de kiesgroepen aan te passen indien volgende stemrondes nodig zijn ingevolge punt 7 van dit Schema, stelt de Raad van Gouverneurs voor elke verkiezing een wijzigingspercentage vast voor regionale bewindvoerders en een wijzigingspercentage voor niet-regionale bewindvoerders. De wijzigingspercentages dienen hoger te zijn dan de desbetreffende minimumpercentages.

    • a. Het wijzigingspercentage voor regionale bewindvoerders wordt uitgedrukt als een percentage van het totale aantal bij de verkiezing uit te brengen stemmen door de regionale gouverneurs. Het aanvankelijke wijzigingspercentage voor regionale bewindvoerders bedraagt 15%.

    • b. Het wijzigingspercentage voor niet-regionale bewindvoerders wordt uitgedrukt als een percentage van het totale aantal bij de verkiezing uit te brengen stemmen door de niet-regionale gouverneurs. Het aanvankelijke wijzigingspercentage voor niet-regionale bewindvoerders bedraagt 60%.

  • 4. Aantal kandidaten

    Voor elke verkiezing stelt de Raad van Gouverneurs het aantal regionale bewindvoerders en het aantal niet-regionale bewindvoerders vast dat gekozen dient te worden in het kader van zijn besluiten inzake de omvang en samenstelling van de Raad van Bewindvoerders ingevolge artikel 25, tweede lid.

    • a. Het aanvankelijke aantal regionale bewindvoerders bedraagt negen.

    • b. Het aanvankelijke aantal niet-regionale bewindvoerders bedraagt drie.

  • 5. Voordrachten

    Elke gouverneur mag slechts één persoon voordragen. Kandidaten voor een zetel als regionale bewindvoerder worden voorgedragen door regionale gouverneurs. Kandidaten voor een zetel als niet-regionale bewindvoerder worden voorgedragen door niet-regionale gouverneurs.

  • 6. Stemmen

    Elke gouverneur mag op één kandidaat stemmen waarbij hij alle stemmen uitbrengt waarop het lid dat hem benoemd heeft recht heeft ingevolge artikel 28, eerste lid. Regionale bewindvoerders worden gekozen door regionale gouverneurs. Niet-regionale bewindvoerders worden gekozen door niet-regionale gouverneurs.

  • 7. Eerste stemronde

    In de eerste stemronde worden de kandidaten die het hoogste aantal stemmen hebben gekregen, tot aan het aantal te kiezen bewindvoerders, gekozen tot bewindvoerder, mits de kandidaten voldoende stemmen hebben gekregen om het minimumpercentage te bereiken.

    • a. Indien het vereiste aantal bewindvoerders niet bereikt wordt in de eerste stemronde en het aantal kandidaten gelijk was aan het aantal te kiezen bewindvoerders, bepaalt de Raad van Gouverneurs welke maatregelen vervolgens dienen te worden getroffen om de verkiezing van de regionale of niet-regionale bewindvoerders, naargelang van het geval, af te ronden.

  • 8. Volgende stemrondes

    Indien het vereiste aantal bewindvoerders niet behaald wordt in de eerste stemronde en er in de eerste stemronde meer kandidaten waren dan het aantal te kiezen bewindvoerders, vinden zoveel volgende stemrondes plaats als nodig. Voor de volgende stemrondes:

    • a. is de kandidaat die in de voorgaande stemronde het laagste aantal stemmen op zich verenigd heeft geen kandidaat in de volgende stemronde.

    • b. kunnen stemmen uitsluitend worden uitgebracht door: i. gouverneurs die in de vorige stemronde op een kandidaat hebben gestemd die niet gekozen is; en ii. gouverneurs wier stemmen op een kandidaat die gekozen is geacht worden het aantal op die kandidaat uitgebrachte stemmen boven het van toepassing zijnde wijzigingspercentage genoemd onder c hieronder te hebben gebracht.

    • c. worden de stemmen van alle gouverneurs die stemmen hebben uitgebracht op elke kandidaat in aflopende volgorde toegevoegd tot het aantal stemmen gelijk aan het van toepassing zijnde wijzigingspercentage wordt overschreden. Gouverneurs wier stemmen bij deze berekening zijn meegeteld worden geacht al hun stemmen op die bewindvoerder te hebben uitgebracht, met inbegrip van de gouverneur met wiens stemmen het totaal boven het wijzigingspercentage uitkomt. De overige gouverneurs wier stemmen niet bij deze berekening zijn meegeteld, worden geacht het totale aantal stemmen op de kandidaat boven het wijzigingspercentage te hebben gebracht en de stemmen van deze gouverneurs tellen niet mee voor de verkiezing van die kandidaat. Deze overige gouverneurs mogen stemmen in de volgende ronde.

    • d. indien in een volgende stemronde nog slechts één bewindvoerder dient te worden gekozen, wordt de bewindvoerder gekozen met een eenvoudige meerderheid van de resterende stemmen. Alle resterende stemmen worden geacht te zijn meegeteld voor de verkiezing van de laatste bewindvoerder.

  • 9. Toewijzing van stemmen

    Elke gouverneur die niet deelneemt aan de stemming voor de verkiezing of wiens stemmen niet bijdragen aan de verkiezing van een bewindvoerder kan de stemmen waarop hij recht heeft toewijzen aan een gekozen bewindvoerder, mits deze gouverneur vooraf de instemming voor deze toewijzing heeft verkregen van alle gouverneurs die die bewindvoerder hebben gekozen.

  • 10. Voorrechten van oprichtende leden

    Bij het voordragen van en stemmen door gouverneurs op bewindvoerders en de benoeming door bewindvoerders van hun plaatsvervangers dient als beginsel te worden gerespecteerd dat elk oprichtend lid het voorrecht heeft in zijn kiesgroep een vaste of roulerende bewindvoerder of diens plaatsvervanger aan te wijzen.


D. PARLEMENT

Zie Trb. 2015, 110.

E. PARTIJGEGEVENS

Zie Trb. 2015, 110.

Partij

Ondertekening

Voorlopige toepassing

Ratificatie

Type*

In werking

Opzegging

Buiten werking

Australië

29-06-2015

           

Azerbeidzjan

29-06-2015

           

Bangladesh

29-06-2015

           

Brazilië

29-06-2015

           

Brunei

29-06-2015

           

Cambodja

29-06-2015

           

China

29-06-2015

           

Duitsland

29-06-2015

           

Egypte

29-06-2015

           

Finland

29-06-2015

           

Frankrijk

29-06-2015

           

Georgië

29-06-2015

           

IJsland

29-06-2015

           

India

29-06-2015

           

Indonesië

29-06-2015

           

Iran

29-06-2015

           

Israël

29-06-2015

           

Italië

29-06-2015

           

Jordanië

29-06-2015

           

Kazachstan

29-06-2015

           

Kirgistan

29-06-2015

           

Laos

29-06-2015

           

Luxemburg

29-06-2015

           

Malediven

29-06-2015

           

Maleisië

21-08-2015

           

Malta

29-06-2015

           

Mongolië

29-06-2015

           

Myanmar

29-06-2015

 

01-07-2015

R

     

Nederlanden, het Koninkrijk der

29-06-2015

           

Nepal

29-06-2015

           

Nieuw-Zeeland

29-06-2015

           

Noorwegen

29-06-2015

           

Oezbekistan

29-06-2015

           

Oman

29-06-2015

           

Oostenrijk

29-06-2015

           

Pakistan

29-06-2015

           

Portugal

29-06-2015

           

Qatar

29-06-2015

           

Russische Federatie

29-06-2015

           

Saudi-Arabië

29-06-2015

           

Singapore

29-06-2015

 

07-09-2015

R

     

Spanje

29-06-2015

           

Sri Lanka

29-06-2015

           

Tadzjikistan

29-06-2015

           

Turkije

29-06-2015

           

Verenigd Koninkrijk

29-06-2015

           

Verenigde Arabische Emiraten

29-06-2015

           

Vietnam

29-06-2015

           

Zuid-Korea

29-06-2015

           

Zweden

29-06-2015

           

Zwitserland

29-06-2015

           

* O=Ondertekening zonder voorbehoud of vereiste van ratificatie, R=Bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of kennisgeving, T=Toetreding, VG=Voortgezette gebondenheid, NB=Niet bekend

Verklaringen, voorbehouden en bezwaren

Georgië, 29 juni 2015

The Government of Georgia declares that Georgia's signature and subsequent ratification of the Articles of Agreement (AOA) of the Asian Infrastructure Investment Bank (AIIB) is without prejudice to Georgia's position on the status of recognition of any other member of the AIIB and that membership of the AIIB shall not per se be interpreted as implying any support to and/or the recognition of statehood of any other AIIB member by Georgia.

G. INWERKINGTREDING

Zie Trb. 2015, 110.

J. VERWIJZINGEN

Zie Trb. 2015, 110.

Uitgegeven de vierentwintigste september 2015.

De Minister van Buitenlandse Zaken, A.G. KOENDERS

Naar boven