46 (1963) Nr. 3
Op 30 november 2009 is te Brussel de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en
de West-Afrikaanse economische en monetaire unie inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten
tot stand gekomen. De bepalingen van deze Overeenkomst zijn op 21 februari 2011 in
werking getreden. Door de inwerkingtreding van deze Overeenkomst wordt de bilaterale
Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Ivoorkust inzake
het luchtvervoer van 9 oktober 1963 als volgt gewijzigd.
Ingevolge artikel 1, derde lid, van de Overeenkomst van 30 november 2009 zal, wanneer
in de tekst van de bilaterale Overeenkomst wordt verwezen naar de onderdanen van het
Koninkrijk der Nederlanden, dit worden verstaan als een verwijzing naar de onderdanen
van de lidstaten van de Europese Unie. Wanneer in de tekst van de bilaterale Overeenkomst
wordt verwezen naar de onderdanen van de Republiek Ivoorkust, zal dit worden verstaan
als een verwijzing naar de onderdanen van de lidstaten van de West-Afrikaanse economische
en monetaire unie.
Ingevolge artikel 1, vierde lid, van de Overeenkomst van 30 november 2009 zal, wanneer
in de tekst van de bilaterale Overeenkomst wordt verwezen naar de vervoerders of de
luchtvaartmaatschappijen van het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Ivoorkust,
dit worden verstaan als een verwijzing naar de door het Koninkrijk der Nederlanden
en de Republiek Ivoorkust aangeduide vervoerders of luchtvaartmaatschappijen.
Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Overeenkomst van 30 november 2009 hebben de
bepalingen van artikel 2, tweede lid, van deze Overeenkomst voorrang op de overeenkomstige
bepalingen van artikel 10 van de bilaterale Overeenkomst.
Ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Overeenkomst van 30 november 2009 hebben de
bepalingen van artikel 3, tweede lid, van deze Overeenkomst voorrang op de overeenkomstige
bepalingen van artikel 11 van de bilaterale Overeenkomst.
Ingevolge artikel 4, eerste lid, van de Overeenkomst van 30 november 2009 vormen de
bepalingen van artikel 4, tweede en derde lid, van deze Overeenkomst een aanvulling
op de overeenkomstige bepalingen van artikel 10 van de bilaterale Overeenkomst.
Ingevolge artikel 5, eerste lid, van de Overeenkomst van 30 november 2009 vormen de
bepalingen van artikel 5, tweede en derde lid, van deze Overeenkomst een aanvulling
op de overeenkomstige bepalingen van artikel 3 van de bilaterale Overeenkomst.
Ingevolge artikel 6, tweede lid, van de Overeenkomst van 30 november 2009 worden de
bepalingen in de bilaterale Overeenkomst die niet verenigbaar zijn met artikel 6,
eerste lid, van de Overeenkomst van 30 november 2009 niet toegepast.