A. TITEL

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Staten van Guernsey inzake de toegang tot onderlinge overlegprocedures in verband met de toerekening van winsten van verbonden ondernemingen en de toepassing van de Nederlandse deelnemingsvrijstelling;

St. Peter Port, 25 april 2008

B. TEKST

De Engelse tekst van het Verdrag is geplaatst in Trb. 2008, 114.

C. VERTALING


Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Staten van Guernsey inzake de toegang tot onderlinge overlegprocedures in verband met winstcorrecties tussen verbonden ondernemingen en de toepassing van de Nederlandse deelnemingsvrijstelling

Het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Staten van Guernsey

(„de Partijen”),

Geleid door de wens hun economische betrekkingen te versterken en de internationale handel aan te moedigen;

Zijn overeengekomen het volgende Verdrag te sluiten dat uitsluitend de verplichtingen van de Partijen bevat:

HOOFDSTUK I BELASTINGEN WAAROP HET VERDRAG VAN TOEPASSING IS EN BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN

Artikel 1 Belastingen waarop het Verdrag van toepassing is

Dit Verdrag is van toepassing op belastingen naar het inkomen en op winstbelastingen.

Artikel 2 Begripsomschrijvingen
  • 1. Voor de toepassing van dit Verdrag, tenzij anders is bepaald:

    • a. wordt verstaan onder „Nederland” het deel van het Koninkrijk der Nederlanden dat in Europa is gelegen, met inbegrip van zijn territoriale zee en elk gebied buiten de territoriale zee waarbinnen Nederland, in overeenstemming met het internationale recht, rechtsmacht heeft of soevereine rechten uitoefent;

    • b. wordt verstaan onder „Guernsey” de eilanden Guernsey, Alderney en Herm, met inbegrip van de hen omringende territoriale zee, in overeenstemming met het internationale recht;

    • c. wordt verstaan onder „bevoegde autoriteit”,

      • i. in het geval van Nederland, de Minister van Financiën of zijn bevoegde vertegenwoordiger;

      • ii. in het geval van Guernsey, de Administrator of Income Tax of zijn afgevaardigde;

    • d. heeft de uitdrukking „onderneming” betrekking op het uitoefenen van een bedrijf.

  • 2. Voor de toepassing van dit Verdrag door een Partij op enig moment, heeft, tenzij de context anders vereist, elke daarin niet omschreven uitdrukking de betekenis welke die uitdrukking op dat moment heeft volgens de wetgeving van die Partij, waarbij elke betekenis volgens de toepasselijke belastingwetgeving van die Partij prevaleert boven een betekenis die volgens andere wetgeving van die Partij aan die uitdrukking wordt gegeven.

HOOFDSTUK II WINSTCORRECTIES TUSSEN VERBONDEN ONDERNEMINGEN

Artikel 3 Reikwijdte van Hoofdstuk II
  • 1. Hoofdstuk II van dit Verdrag is van toepassing indien, ten behoeve van de belastingheffing, winsten die zijn begrepen in de winst van een onderneming van een Partij, tevens zijn begrepen of waarschijnlijk zullen worden begrepen in de winst van een onderneming van de andere Partij vanwege het feit dat de grondbeginselen die worden uiteengezet in artikel 4, en die hetzij rechtstreeks, hetzij via vergelijkbare wettelijke bepalingen van de desbetreffende Partij worden toegepast, niet in acht zijn genomen.

  • 2. Het eerste lid is eveneens van toepassing, indien een van de betrokken ondernemingen geen winst heeft gemaakt maar verlies heeft geleden.

Artikel 4 Toepasselijke grondbeginselen voor winstcorrecties tussen verbonden ondernemingen

Indien:

  • a. een onderneming van een Partij onmiddellijk of middellijk deelneemt aan de leiding van, aan het toezicht op dan wel in het kapitaal van een onderneming van de andere Partij, of

  • b. dezelfde personen onmiddellijk of middellijk deelnemen aan de leiding van, aan het toezicht op dan wel in het kapitaal van een onderneming van een Partij en een onderneming van de andere Partij, en in het ene of in het andere geval tussen de beide ondernemingen in hun handelsbetrekkingen of financiële betrekkingen voorwaarden worden overeengekomen of opgelegd, die afwijken van die welke zouden worden overeengekomen tussen onafhankelijke ondernemingen, mogen alle voordelen die een van de ondernemingen zonder deze voorwaarden zou hebben behaald, maar ten gevolge van die voorwaarden niet heeft behaald, worden begrepen in de voordelen van die onderneming en dienovereenkomstig worden belast.

Artikel 5 Algemene bepaling

Indien een Partij voornemens is de winsten van een onderneming in overeenstemming met de beginselen van artikel 4 te corrigeren, stelt zij de onderneming daarvan tijdig op de hoogte en stelt zij haar in de gelegenheid de andere onderneming op de hoogte te stellen, teneinde die andere onderneming op haar beurt in de gelegenheid te stellen de andere Partij op de hoogte te stellen. Dit belet de Partij die een dergelijke kennisgeving doet uitgaan evenwel niet de voorgestelde correctie te verrichten.

Artikel 6 Procedures voor onderling overleg
  • 1. Indien een onderneming van oordeel is dat, in gevallen waarop dit Verdrag van toepassing is, de beginselen vervat in artikel 4 niet zijn geëerbiedigd, kan zij, onverminderd de in het nationale recht van de betrokken Partij voorziene rechtsmiddelen, haar zaak voorleggen aan de bevoegde autoriteit van de Partij waarvan zij een onderneming is. De zaak dient binnen drie jaar na de eerste kennisgeving van de maatregel die in strijd is of mogelijk in strijd is met de grondbeginselen vervat in artikel 4 te worden voorgelegd. De bevoegde autoriteit stelt vervolgens de bevoegde autoriteit van de andere Partij onverwijld in kennis.

  • 2. De bevoegde autoriteit tracht, indien het bezwaar haar gegrond voorkomt en indien zij niet zelf in staat is tot een bevredigende oplossing te komen, de aangelegenheid in onderlinge overeenstemming met de bevoegde autoriteit van de andere Partij te regelen teneinde belastingheffing die niet in overeenstemming is met het Verdrag te vermijden. De overeengekomen regeling wordt uitgevoerd ongeacht in de nationale wetgeving van de Partijen voorkomende verjaringstermijnen.

  • 3. De bevoegde autoriteiten van de Partijen kunnen zich rechtstreeks met elkaar in verbinding stellen teneinde de in het voorgaande lid bedoelde overeenstemming te bereiken.

  • 4. De bevoegde autoriteit van een Partij is niet verplicht de procedure voor onderling overleg in gang te zetten, indien een gerechtelijke of administratieve procedure heeft geleid tot een definitieve uitspraak dat een van de betrokken ondernemingen, wegens handelingen die aanleiding geven tot een correctie van de overdracht van winsten uit hoofde van artikel 4, een aanmerkelijke boete verschuldigd is. De bevoegde autoriteit van een Partij is voorts niet verplicht een procedure voor onderling overleg in gang te zetten, indien de onderneming, voordat de aanslag waarvan de correctie deel uitmaakt definitief werd, niet heeft voldaan aan de nationale vereisten inzake documentatie en/of informatie van de Partij die de correctie verricht.

  • 5. De Partijen kunnen ook andere vormen van geschillenbeslechting, met inbegrip van arbitrage, overeenkomen.

  • 6. Onverminderd de voorgaande leden van dit artikel, kunnen de bevoegde autoriteiten van de Partijen onderling overeenkomen de uit hoofde van dit artikel te volgen procedures te wijzigen, met inachtneming van de ontwikkelingen ten aanzien van het Verdrag ter afschaffing van dubbele belasting in geval van winstcorrecties tussen verbonden ondernemingen van de Europese Unie en de ontwikkelingen in de discussie omtrent de procedure voor onderling overleg binnen de OESO.

HOOFDSTUK III DE TOEPASSING VAN DE NEDERLANDSE DEELNEMINGSVRIJSTELLING

Artikel 7 Specifieke regels voor de toepassing van de Nederlandse deelnemingsvrijstelling

De bevoegde autoriteiten van de Partijen kunnen de voorwaarden overeenkomen voor de toepassing van de deelnemingsvrijstelling van Nederland ten aanzien van deelnemingen op Guernsey met het oog op het vermijden van dubbele belasting.

HOOFDSTUK IV SLOTBEPALINGEN

Artikel 8 Inwerkingtreding
  • 1. Dit Verdrag treedt in werking 30 dagen na de ontvangst door de laatste Partij van een schriftelijke kennisgeving dat alle wettelijke formaliteiten voor de inwerkingtreding zijn afgerond. Het Verdrag is van toepassing op de procedures bedoeld in artikel 6, eerste lid, die ingesteld zijn na de inwerkingtreding ervan.

  • 2. Onverminderd het eerste lid van dit artikel, treedt het Verdrag uitsluitend in werking indien het Verdrag tussen de Staten van Guernsey en het Koninkrijk der Nederlanden inzake de uitwisseling van informatie betreffende belastingzaken van kracht is voor zowel strafrechtelijke als civiele belastingzaken.

Artikel 9 Beëindiging
  • 1. Dit Verdrag wordt gesloten voor een tijdvak van vijf jaar. Zes maanden voor het einde van dat tijdvak komen de Partijen bijeen teneinde te beslissen over verlenging van dit Verdrag en andere relevante maatregelen.

  • 2. Onverminderd het eerste lid van dit artikel, wordt dit Verdrag zonder kennisgeving van beëindiging beëindigd op de datum van beëindiging van het Verdrag tussen de Staten van Guernsey en het Koninkrijk der Nederlanden inzake de uitwisseling van informatie betreffende belastingzaken.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd door de onderscheiden Partijen, het Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN in tweevoud te St. Peter Port op 25 april 2008, in de Engelse taal.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden

J. C. DE JAGER

Voor de Staten van Guernsey

MICHAEL WILLIAM TORODE


D. PARLEMENT

Zie Trb. 2008, 114.

G. INWERKINGTREDING

Zie Trb. 2008, 114.

Uitgegeven de drieëntwintigste februari 2009.

De Minister van Buitenlandse Zaken,

M. J. M. VERHAGEN

Naar boven