A. TITEL
Internationale Cacao-Overeenkomst, 1993, met Bijlagen;
Genève, 16 juli 1993
B. TEKST
De Engelse en de Franse tekst zijn geplaatst in Trb. 1994, 135.
Zie voor ondertekeningen ook Trb. 1995, 11. De Overeenkomst is voorts
nog ondertekend voor de volgende staten1:
| Oostenrijk | 30 juni 1995 |
| Sao Tomé en Principe | 6 maart 1995 |
C. VERTALING
Zie Trb. 1995, 11.
D. PARLEMENT
Bij brieven van 12 januari 1995 (Kamerstukken II 1994-1995, 24 059, nr.
1) is de Overeenkomst in overeenstemming met artikel 10, eerste lid, en artikel
5, eerste lid, van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen overgelegd
aan de Eerste en de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
De toelichtende nota die de brieven vergezelde, is ondertekend door de
Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij J. J. VAN AARTSEN, de Staatssecretaris
van Buitenlandse Zaken M. PATIJN, de Minister van Economische Zaken G. J.
WIJERS en de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking J. P. PRONK.
In een brief gedateerd 16 februari 1995 heeft de Voorzitter van de Tweede
Kamer der Staten-Generaal aan de Minister van Buitenlandse Zaken medegedeeld
dat 55 leden van de Kamer de wens te kennen hadden gegeven dat de Overeenkomst
aan de uitdrukkelijke goedkeuring van de Staten-Generaal zou worden onderworpen
(vergelijk Kamerstukken II 1994/95, 24 059, nr. 2).
Artikel 1 van de Wet van 30 oktober 1997 (Stb.
571) luidt:
„De op 16 juli 1993 te Genève tot stand gekomen Internationale
Cacao-Overeenkomst 1993, met bijlagen, waarvan de Engelse en Franse tekst
is geplaatst in Tractatenblad 1994, 135 en de vertaling in het Nederlands
in Tractatenblad 1995, 11, wordt goedgekeurd voor Nederland.".
Deze Wet is gecontrasigneerd door de Minister van Landbouw, Natuurbeheer
en Visserij J. J. VAN AARTSEN, de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken
M. PATIJN, de Minister van Economische Zaken G. J. WIJERS en de Minister voor
Ontwikkelingssamenwerking J. P. PRONK.
Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal: Kamerstukken II 1994/95,
1996/97, 1997/98, 24 059; Handelingen II 1996/97, blz. 7460–7474; 1997/98,
blz. 215–216; Kamerstukken I 1997/98, 24 059 (48) en Handelingen
I 1997/98, blz. 70.
E. BEKRACHTIGING
Zie Trb. 1994, 1351 en Trb. 1995, 11.
Behalve de aldaar genoemde hebben nog de volgende staten in overeenstemming
met artikel 53, tweede lid, juncto artikel 51, van de Overeenkomst een akte
van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring bij de Secretaris-Generaal van
de Verenigde Naties nedergelegd:
| Benin | 13 juli 1998 |
| Brazilië | 10 december 1996 |
| Denemarken2 | 28 september 1998 |
| Duitsland | 28 september 1998 |
| Ecuador | 26 oktober 1994 |
| de Europese Gemeenschap | 28 september 1998 |
| Frankrijk | 16 mei 1996 |
| Griekenland | 28 september 1998 |
| Ierland | 30 september 1998 |
| Italië | 28 september 1998 |
| Japan | 18 januari 1995 |
| het Koninkrijk der Nederlanden (voor Nederland)
| 21 juli 1998 |
| Nigeria | 2 december 1994 |
| Oostenrijk | 23 april 1996 |
| Portugal | 31 augustus 1995 |
| de Russische Federatie | 2 november 1994 |
| Spanje | 29 september 1994 |
| Venezuela | 8 mei 1996 |
| het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland3 | 6 november 1998 |
F. TOETREDING
In overeenstemming met artikel 54, vierde lid, van de Overeenkomst hebben
de volgende staten een akte van toetreding bij de Secretaris-Generaal van
de Verenigde Naties nedergelegd:
| Egypte | 20 juli 2000 |
| Papua-Nieuw Guinea | 1 september 1995 |
| Peru | 21 augustus 2000 |
G. INWERKINGTREDING
Zie Trb. 1994, 135 en Trb. 1995, 111.
In overeenstemming met artikel 56, vierde lid, van de Overeenkomst zijn
de bepalingen van de Overeenkomst op 22 februari 1994 voorlopig in werking
getreden voor Brazilië, Denemarken, Duitsland, Ecuador, de Europese Gemeenschap,
Frankrijk, Griekenland, Japan, hetKoninkrijk der Nederlanden, Nigeria, Spanje en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië
en Noord-Ierland.
In overeenstemming met artikel 56, vierde lid, van de Overeenkomst zijn
de bepalingen van de Overeenkomst voorlopig in werking getreden voor Benin,
Egypte, Oostenrijk, Papua-Nieuw Guinea, Portugal, de Russische Federatie en
Venezuela op de in rubriek E of F daarbij vermelde datum.
In overeenstemming met artikel 56, vierde lid, van de Overeenkomst zijn
de bepalingen van de Overeenkomst voorlopig in werking getreden voor de Dominicaanse
Republiek, Ierland, Italië, Peru en Sao Tomé en Principe op respectievelijk
6 februari 1997, 16 augustus 1994, 6 januari 1995, 21 augustus 2000 en 6 maart
1995.
Ingevolge artikel 66 van de in rubriek J hieronder genoemde Overeenkomst
van 2 maart 2001 is de onderhavige Overeenkomst, die op 22 februari 1994 voorlopig
in werking is getreden, op 30 september 2003 buiten werking getreden.
Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, geldt de Overeenkomst alleen
voor Nederland.
J. GEGEVENS
Zie Trb. 1994, 135 en Trb. 1995, 11.
De onderhavige Overeenkomst wordt vervangen door:
| Titel | : | Internationale
Cacao-Overeenkomst 2001; Genève, 2 maart 2001 |
| Tekst | : | Zal binnenkort in de UNTS worden
bekendgemaakt. |
Verwijzingen
| Titel | : | Verdrag tot
oprichting van de Europese Gemeenschap; Rome, 25 maart 1957 |
| Laatste Trb. | : | Trb. 2003, 150 (geconsolideerde versie) |
| Voor
wijzigingen van bovengenoemd Verdrag van 25 maart 1957, zie rubriek J van Trb. 2003,
152. |
| Titel | : | Overeenkomst betreffende het Internationale
Monetaire Fonds; Washington, 27 december 1945 |
| Laatste Trb. | : | Trb. 1998,
72 |
| Titel | : | Handvest van de Verenigde Naties;
San Francisco, 26 juni 1945 |
| Laatste Trb. | : | Trb. 2001, 179 |
| Titel | : | Statuut van de Voedsel- en Landbouworganisatie
van de Verenigde Naties; Quebec, 16 oktober 1945 |
| Laatste Trb. | : | Trb. 1996, 341 (geconsolideerde tekst) |