Tractatenblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum totstandkoming
Ministerie van Buitenlandse ZakenTractatenblad 2002, 217Verdrag

A. TITEL

Statuut van de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht;

's-Gravenhage, 31 oktober 1951

B. TEKST

De tekst van het Statuut is geplaatst in Trb. 1953, 80. Zie ook Trb. 1955, 150.

C. VERTALING

Zie Trb. 1953, 80 en Trb. 1955, 150.

D. PARLEMENT

Zie Trb. 1955, 150.

E. BEKRACHTIGING

Zie Trb. 1955, 1501, Trb. 1959, 181, Trb. 1960, 31, Trb. 1965, 169, Trb. 1968, 117, Trb. 1969, 94, Trb. 1973, 66, Trb. 1984, 141 en Trb. 1994, 87.

Behalve de aldaar genoemde staten is nog, in overeenstemming met artikel 2, eerste lid, en artikel 14, tweede lid, van het Statuut een verklaring van aanvaarding bij de regering van het Koninkrijk der Nederlanden nedergelegd door:

de Russische Federatie 6 december 2001

F. TOETREDING

Zie Trb. 1955, 150, Trb. 1963, 22, Trb. 1965, 169, Trb. 1978, 2, Trb. 1984, 141 en Trb. 1994, 871.

Behalve de aldaar genoemde zijn nog, in overeenstemming met artikel 2, tweede en derde lid, en artikel 14, derde lid, van het Statuut, de volgende staten als nieuwe leden toegelaten, door nederlegging van hun verklaring van aanvaarding bij de regering van het Koninkrijk der Nederlanden:

Albanië 4 juni 2002
Belarus12 juli 2001
Brazilië223 februari 2001
Bulgarije22 april 1999
Estland13 mei 1998
Georgië328 mei 2001
Jordanië13 juni 2001
Litouwen423 oktober 2001
Maleisië 2 oktober 2002
Malta30 januari 1995
Monaco 8 augustus 1996
Nieuw-Zeeland5 5 februari 2002
Panama29 mei 2002
Peru29 januari 2001
Sri Lanka627 september 2001
Zuid-Afrika14 februari 2002
Zuid-Korea20 augustus 1997

Behalve de in Trb. 1994, 87 genoemde hebben nog de volgende staten een verklaring, die beschouwd wordt als een aanvaarding (zie rubriek G hieronder), nedergelegd bij de regering van het Koninkrijk der Nederlanden:

Kroatië12 juni 1995
de Federale Republiek Joegoslavië26 april 2001
Bosnië en Herzegovina7 juni 2001

G. INWERKINGTREDING

Zie Trb. 1953, 80, Trb. 1955, 150, Trb. 1959, 181, Trb. 1960, 31, Trb. 1963, 22, Trb. 1965, 169, Trb. 1968, 117, Trb. 1969, 94, Trb. 1973, 66, Trb. 1978, 2, Trb. 1984, 141 en Trb. 1994, 87.

De bepalingen van het Statuut zijn ingevolge de artikelen 2 en 14 voor de onderstaande staten op de erbij vermelde datum in werking getreden:

Albanië4 juni 2002
Belarus12 juli 2001
Brazilië23 februari 2001
Bulgarije22 april 1999
Estland13 mei 1998
Georgië28 mei 2001
Jordanië13 juni 2001
Litouwen23 oktober 2001
Maleisië 2 oktober 2002
Malta30 januari 1995
Monaco 8 augustus 1996
Nieuw-Zeeland 5 februari 2002
Panama29 mei 2002
Peru29 januari 2001
de Russische Federatie 6 december 2001
Sri Lanka27 september 2001
Zuid-Afrika14 februari 2002
Zuid-Korea20 augustus 1997

De Secretaris-Generaal van de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht heeft de lidstaten van de Haagse Conferentie geconsulteerd over de in rubriek F genoemde gevallen van statenopvolging.

Op 1 oktober 1995 is door de depositaris geconstateerd datKroatië lid is geworden van de Conferentie met terugwerkende kracht tot 12 juni 1995, datum waarop de brief waarin Kroatië zich gebonden heeft verklaard aan het Statuut door de depositaris is ontvangen.

Op 1 juni 2001 is door de depositaris geconstateerd dat de Federale Republiek Joegoslavië lid is geworden van de Conferentie met terugwerkende kracht tot 26 april 2001, datum waarop de brief waarin de Fede-rale Republiek Joegoslavië zich gebonden heeft verklaard aan het Statuut door de depositaris is ontvangen.

Op 1 augustus 2001 is door de depositaris geconstateerd datBosnië en Herzegovina lid is geworden van de Conferentie met terugwerkende kracht tot 7 juni 2001, datum waarop de brief waarin Bosnië en Herzegovina zich gebonden heeft verklaard aan het Statuut door de depositaris is ontvangen.

I. OPZEGGING

Zie Trb. 1978, 2.

J. GEGEVENS

Zie Trb. 1953, 80, Trb. 1959, 181, Trb. 1960, 31 en 170, Trb. 1963, 22, Trb. 1965, 169, Trb. 1967, 32, Trb. 1968, 117, Trb. 1969, 94, Trb. 1973, 66, Trb. 1978, 2, Trb. 1984, 141 en Trb. 1994, 87.

Verwijzingen

Titel:Verdrag tot afschaffing van het vereiste van legalisatie voor buitenlandse openbare akten; 's-Gravenhage, 5 oktober 1961
Laatste Trb. :Trb. 1997, 272
Titel:Verdrag inzake de betekening en de kennisgeving in het buitenland van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke en in handelszaken; 's-Gravenhage, 15 november 1965
Laatste Trb. :Trb. 1997, 273
Titel:Verdrag inzake de verkrijging van bewijs in het buitenland in burgerlijke en in handelszaken; 's-Gravenhage, 18 maart 1970
Laatste Trb. :Trb. 1997, 274
Titel:Verdrag inzake de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen; 's-Gravenhage, 25 oktober 1980
Laatste Trb. :Trb. 1998, 236
Titel:Verdrag inzake de toegang tot de rechter in internationale gevallen; 's-Gravenhage, 25 oktober 1980
Laatste Trb. :Trb. 1996, 323
Titel:Verdrag inzake het recht dat toepasselijk is op trusts en inzake de erkenning van trusts; 's-Gravenhage, 1 juli 1985
Laatste Trb. :Trb. 1996, 9
Titel:Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op erfopvolging; 's-Gravenhage, 1 augustus 1989
Laatste Trb. :Trb. 1994, 168
Titel:Verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van de interlandelijke adoptie; 's-Gravenhage, 29 mei 1993
Laatste Trb. :Trb. 1998, 244
Titel:Verdrag inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen; 's-Gravenhage, 19 oktober 1996
Laatste Trb. :Trb. 1997, 299
Titel:Briefwisseling tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Secretaris-Generaal van de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht inzake de verlening van belastingvrijstelling; 's-Gravenhage, 2/10 mei 1989
Tekst:Trb. 1989, 73 (Frans)
Titel:Briefwisseling tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht inzake het verlenen van nadere voorrechten en immuniteiten; 's-Gravenhage, 16/17 december 1992
Tekst:Trb. 1993, 13 (Engels)
Titel:Briefwisseling houdende een verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht inzake het verlenen van nadere voorrechten en immuniteiten; 's-Gravenhage, 28 februari en 5 maart 2002
Tekst:Trb. 2002, 56

Zittingen

XXIII. Van 30 september tot en met 19 oktober 1996 werd de Achttiende Zitting der Haagse Conferentie gehouden waarop behalve het Koninkrijk der Nederlanden vertegenwoordigd waren: Argentinië, Australië, België, Canada, China, Duitsland, Egypte, Finland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Israël, Italië, Japan, Kroatië, Luxemburg, de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Malta, Marokko, Mexico, Monaco, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, Venezuela, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, de Verenigde Staten van Amerika, Zweden, Zwitserland. Burkina Faso, Colombia, Costa Rica, Ecuador, de Filipijnen, Georgië, de Heilige Stoel, Mauritius, Nieuw-Zeeland, Paraguay, Peru, de Russische Federatie, Sri Lanka, Zuid-Afrika en Zuid-Korea namen deel aan de Zitting op uitnodiging van de Nederlandse regering. Blijkens de Slotakte werd tijdens deze Zitting een aantal besluiten genomen en werd het volgende ontwerpverdrag opgesteld:

– Verdrag inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen.

Dit Verdrag werd op 19 oktober 1996 voor ondertekening opengesteld. De tekst van het Verdrag is geplaatst in Trb. 1997, 299.

XXIV. Van 20 september tot en met 2 oktober 1999 is een speciale commissie bijeengekomen, waarin behalve het Koninkrijk der Nederlanden vertegenwoordigd waren: Argentinië, Australië, België, Canada, Chili, China, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Ierland, Italië, Japan, Kroatië, Luxemburg, Marokko, Noorwegen, Oostenrijk, Portugal, Roemenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, de Verenigde Staten van Amerika, Zuid-Korea, Zweden, Zwitserland. Colombia, Georgië, de Heilige Stoel, Oekraïne, Paraguay en de Russische Federatie namen deel aan de commissie op uitnodiging van de Haagse Conferentie. Blijkens de Slotakte heeft de commissie een aantal aanbevelingen aangenomen en het volgende ontwerpverdrag opgesteld:

– Verdrag inzake de bescherming van volwassenen.

Dit Verdrag werd op 13 januari 2000 voor ondertekening opengesteld. De tekst van het Verdrag is geplaatst in Trb. 2000, 10.

Uitgegeven de twaalfde december 2002

De Minister van Buitenlandse Zaken,

J. G. DE HOOP SCHEFFER


XNoot
1

De Ambassade van Portugal heeft bij nota van 13 augustus 1999 de depositaris een verklaring toegezonden namens de regering van Portugal betreffende de deelname van vertegenwoordigers van Macau, opgenomen in de Portugese delegatie, aan de vergaderingen van de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht tot en met 19 december 1999. De verklaring luidt als volgt:

``Declaration by the Representative of the Government of the Portuguese Republic

Whereas the Portuguese Republic is responsible for the external relations of Macau, I was instructed by my Government to declare that representatives of Macau, Territory where the Statute of the Hague Conference on Private International Law is in force, have been participating in the meetings of the Conference integrated in the Portuguese Delegation.

I was further instructed to declare that, in conformity with the Joint Declaration of the Government of the Portuguese Republic and of the Government of the People's Republic of China on the question of Macau, signed in Beijing on the 13th of April 1987, the Portuguese Republic will remain, until 19 December 1999, responsible for the external relations of Macau. Until that date, Macau will continue to participate in the meetings of the Hague Conference on Private International Law integrated in the Portuguese Delegation. From 20 December 1999 on the People's Republic of China will resume the exercise of sovereignty over Macau.".

XNoot
1

De Chinese Ambassadeur te Den Haag heeft bij brief van 18 augustus 1999 de depositaris een verklaring van zijn regering d.d. 14 juli 1999 toegezonden. De verklaring betreft de toepassing van het Statuut op Macau Special Administrative Region vanaf 20 december 1999 en de deelname van vertegenwoordigers van Macau Special Administrative Region aan vergaderingen van de Haagse Conferentie als leden van de Chinese delegatie. De verklaring luidt als volgt:

``Statement of the Government of the People's Republic of China

In accordance with the Joint Declaration of the Government of the People's Republic of China and the Government of the Republic of Portugal on the Question of Macao signed in Beijing on 13 April 1987, the People's Republic of China shall resume the exercise of sovereignty over Macao as from 20 December 1999. As an inalienable part of the territory of the People's Republic of China, Macao shall become a special administrative region of the People's Republic of China as from that date. The People's Republic of China shall thereafter take charge of the foreign affairs related to the Macao Special Administrative Region.

The People's Republic of China is a member of the Hague Conference on Private International Law and with effect from 20 December 1999, its membership shall include the Macao Special Administrative Region and the Constitution of the Hague Conference on Private International Law shall apply to the Macao Special Administrative Region. Hence, the Government of the People's Republic of China declares that, with effect from 20 December 1999, representatives of the Macao Special Administrative Region may participate in the Hague Conference on Private International Law as members of the delegation of the Government of the People's Republic of China and express their views on matters relating to the Macao Special Administrative Region, in the name of 'Macao, China".

XNoot
2

Brazilië was lid van de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht van 27 januari 1972 tot 1 juli 1978. Op 13 mei 1977 heeft Brazilië het Statuut opgezegd en is het Statuut voor Brazilië op 30 juni 1978 buiten werking getreden (zie Trb. 1978, 2).

XNoot
3

Onder de volgende verklaring:

``According to Article 6 of the Statute the Ministry of Justice of Georgia is designated as the national office.".

XNoot
4

Onder de volgende verklaring:

``... the Republic of Lithuania designates the Ministry of Justice of the Republic of Lithuania as a national office with a view to facilitate communications between the Members and the Permanent Bureau".

XNoot
5

Onder de volgende verklaring:

``...that, consistent with the constitutional status of Tokelau and taking into account the commitment of the Government of New Zealand to the development of self-government for Tokelau through an act of self-determination under the Charter of the United Nations, this ratification shall not extend to Tokelau unless and until a Declaration to this effect is lodged by the Government of New Zealand with the Depositary on the basis of appropriate consultation with that territory.".

XNoot
6

Bij nota dd. 10 december 2001 heeft de Ambassade van Sri Lanka het Ministerie als volgt geïnformeerd:

``...the Ministry of Foreign Affairs of the Democratic Socialist Republic of Sri Lanka has been designated as the National Office according to Article 6 of the Statute...".

The address is as follows:

``Ministry of Foreign Affairs

Republic Building

Colombo 1

Tel: (00) 94 1 – 325371

Fax: (00) 94 1 – 446091, 436630".