A. TITEL

Verdrag tussen Nederland en België betreffende de uitoefening der geneeskunst in de grensgemeenten;

Brussel, 28 april 1947

B. TEKST

De tekst van het Verdrag is bij Koninklijk besluit van 20 september 1949 bekendgemaakt in Stb. J 437.

D. PARLEMENT

Artikel 1 van de Wet van 1 december 1948 (Stb. I 531) luidt als volgt:

„Het op 28 april 1947 te Brussel ondertekende verdrag tussen Nederland en België, betreffende de uitoefening van de geneeskunst in de grensgemeenten, welk verdrag in afdruk bij deze wet is gevoegd, en het bij de uitwisseling der bekrachtigingsoorkonden te ondertekenen proces-verbaal, strekkende tot nadere bepaling van hetgeen moet worden verstaan onder de woorden „vrije uitvoer van inkomsten" genoemd in artikel 6 van dit verdrag, worden goedgekeurd.".

Deze wet is gecontrasigneerd door de Minister van Sociale Zaken A. M. JOEKES en de Minister van Buitenlandse Zaken a.i. W. DREES.

Voor de behandeling in de Staten-Generaal zie: Bijl. Hand. II 1948, 1948/49, 924; Hand. II 1948/49, blz. 236; Bijl. Hand. I 48/49, 924; Hand. I 1948/49, blz. 80.

Het voornemen tot opzegging van het Verdrag is in overeenstemming met het bepaalde in artikel 14, eerste lid, juncto artikel 2, eerste lid, en artikel 5, eerste lid, van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen, voorgelegd aan de Eerste en de Tweede Kamer der Staten-Generaal bij brieven van 21 augustus 2000 (kamerstukken II 1999/2000, 27 264, nr. 1).

De toelichtende nota die de brieven vergezelde, is ondertekend door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport E. BORST-EILERS en de Minister van Buitenlandse Zaken J. J. VAN AARTSEN.

De goedkeuring door de Staten-Generaal is verleend op 25 september 2000.

E. BEKRACHTIGING

Het Verdrag is bekrachtigd en de akten van bekrachtiging zijn in overeenstemming met artikel 10 op 22 maart 1949 te 's-Gravenhage uitgewisseld.

G. INWERKINGTREDING

De bepalingen van het Verdrag zijn ingevolge artikel 10, laatste zin, op 21 april 1949 in werking getreden.

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, geldt het Verdrag alleen voor Nederland.

Het Verdrag zal ingevolge artikel 10, laatste zin, op 4 april 2001 buiten werking treden.

I. OPZEGGING

Het Verdrag is in overeenstemming met artikel 10, laatste zin, opgezegd door het Koninkrijk der Nederlanden door nederlegging van een akte van opzegging (voor Nederland) bij de Belgische Regering op 4 oktober 2000.

J. GEGEVENS

Van de op 7 december 1868 te Brussel tot stand gekomen Overeenkomst tussen Nederland en België betreffende de wederzijdse toelating van geneeskundigen in grensgemeenten van het eene Rijk, tot uitoefening der geneeskunst of van een harer takken in die van het andere, welke Overeenkomst door het onderhavige Verdrag is herzien, zijn tekst en vertaling bij Koninklijk besluit van 18 juni 1869 bekendgemaakt inStb. 104.

In het proces-verbaal opgesteld ter gelegenheid van de uitwisseling van de akten van bekrachtiging van het onderhavige Verdrag te 's-Gravenhage op 22 maart 1949, is opgenomen een beschrijving van de betekenis die de regeringen voorlopig wensten te geven aan de bepalingen van artikel 6 van het Verdrag. In artikel 1 van de Wet tot goedkeuring van het onderhavige Verdrag wordt naar het nog te tekenen proces-verbaal verwezen (zie rubriek D hierboven). De tekst van het proces-verbaal is eveneens bekendgemaakt bij Koninklijk besluit van 20 september 1949 in Stb. J 437 (blz. 10 en 11).

Het onderhavige Verdrag is in overeenstemming met artikel 102 van het Handvest der Verenigde Naties op 14 september 1949 geregistreerd bij het Secretariaat van de Verenigde Naties onder nr. 577. De tekst van het Verdrag, alsmede een vertaling in het Engels, zijn afgedrukt in „Recueil des Traités" van de Verenigde Naties, deel 37, blz. 200 e.v.

Uitgegeven de eerste december 2000

De Minister van Buitenlandse Zaken,

J. J. VAN AARTSEN

Naar boven