Tractatenblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum totstandkoming
Ministerie van Buitenlandse ZakenTractatenblad 1998, 90Verdrag

A. TITEL

Vierde Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, tot het waarborgen van bepaalde rechten en vrijheden die niet reeds in het Verdrag en in het eerste Protocol daarbij zijn opgenomen;

Straatsburg, 16 september 1963

B. TEKST

De tekst van het Protocol is geplaatst in Trb. 1964, 15.

Het Protocol wordt op 1 november 1998 gewijzigd door het in rubriek J hieronder genoemde Protocol nr. 11 bij bovengenoemd Verdrag.

Voor de ondertekeningen zie Trb. 1964, 15, Trb. 1969, 241, Trb. 1978, 174 en Trb. 1990, 159.

Het Protocol is in overeenstemming met artikel 7, eerste lid, voorts nog ondertekend voor:

Hongarije 6 november 1990
de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek21 februari 1991
Polen14 september 1992
Turkije19 oktober 1992
Estland14 mei 1993
Litouwen14 mei 1993
Slovenië14 mei 1993
Bulgarije 3 november 1993
Roemenië 4 november 1993
Rusland28 februari 1996
Moldavië 2 mei 1996
De Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië14 juni 1996
Albanië 2 oktober 1996
Kroatië 6 november 1996
Oekraïne19 december 1996
Letland21 maart 1997

C. VERTALING

Voor de herziene vertaling zie Trb. 1990, 159.

D. PARLEMENT

Zie Trb. 1982, 102.

E. BEKRACHTIGING

Zie Trb. 1969, 2411, Trb. 1978, 174, Trb. 1982, 102 en Trb. 1990, 159.

Behalve de aldaar genoemde hebben in overeenstemming met arti- kel 7, tweede lid, van het Protocol nog de volgende Staten een akte van bekrachtiging nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa:

de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek218 maart 1992
Hongarije 5 november 1992
Roemenië20 juni 1994
Slovenië28 juni 1994
Polen10 oktober 1994
Litouwen20 juni 1995
Estland16 april 1996
Albanië 2 oktober 1996
De Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië10 april 1997
Letland27 juni 1997
Oekraïne11 september 1997
Moldavië12 september 1997
Kroatie 5 november 1997

G. INWERKINGTREDING

Zie Trb. 1969, 241, Trb. 1978, 174, Trb. 1982, 102 en Trb. 1990, 159.

J. GEGEVENS

Zie Trb. 1964, 15 en 77, Trb. 1969, 241, Trb. 1978, 174, Trb. 1982, 102 en Trb. 1990, 159.

Voor het op 5 mei 1949 te Londen tot stand gekomen Statuut van de Raad van Europa zie ook, laatstelijk, Trb. 1996, 335.

Voor het op 4 mei 1950 te Rome tot stand gekomen Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden zie ook, laatstelijk, Trb. 1998, 87.

Voor het op 20 maart 1952 te Parijs tot stand gekomen Eerste Protocol bij genoemd Verdrag zie ook Trb. 1998, 88.

Voor het op 6 mei 1963 te Straatsburg tot stand gekomen Tweede Protocol bij genoemd Verdrag zie ook Trb. 1998, 89.

Op 11 mei 1994 is te Straatsburg tot stand gekomen het Elfde Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, betreffende herstructurering van het bij dat Verdrag ingestelde controlemechanisme. Protocol nr. 11 zal per 1 november 1998 onder meer het onderhavige Protocol wijzigen. De tekst van Protocol nr. 11 is geplaatst in Trb. 1994, 141 en de vertaling is geplaatst in Trb. 1994, 165; zie ook Trb. 1998, 95.

Verklaringen overeenkomstig artikel 6, tweede lid, van het Protocol

Albanië 2 oktober 1996

“The Republic of Albania declares that it recognizes the competence of the European Commission of human rights to receive petitions from any person, non-governmental organisation or group of individuals, claiming to be victims of a violation of the rights set forth in the Convention for the protection of human rights and fundamental freedoms, as well as in its Additional Protocols No. 1, No. 4 and No. 7, in cases when the violation of the rights guaranteed in these documents has occurred after they have come into force for the Republic of Albania.

The Republic of Albania declares that under the condition of reciprocity, it recognizes the jurisdiction of the European Court of human rights to interpret and apply the Convention for the protection of human rights and fundamental freedoms, and its Additional Protocols No. 1, No. 4 and No. 7, in cases when the violation of the rights guaranteed in these documents has occurred after they have come into force for the Republic of Albania.".

België

Verlenging van de verklaringen voor 5 jaar vanaf 30 en 20 juni 1992 en wederom voor 5 jaar vanaf 30 en 29 juni 1997.

Cyprus16 juli 1992

“I have the honour to declare in accordance with the provisions of Article 6.2 of Protocol No. 4 to the European Convention on human rights, signed in Strasbourg on 16 September 1963, that the Cyprus Government recognises for the period between 1 August 1992 and 31 July 1995 the competence of the European Commission of human rights to receive petitions presented by any person, non-governmental organisation or group of individuals claiming, as the result of an act, decision, fact or event after the date of 31 July 1992, to be the victim of violation of the rights set forth in Protocol No. 4 to the Convention.

I have the honour to declare in accordance with the provisions of Article 6.2 of Protocol No. 4 to the European Convention on human rights, signed in Strasbourg on 16 September 1963, that the Cyprus Government recognises for the period between 1 August 1992 and 31 July 1995 as compulsory ipso facto and without special agreement, on condition of reciprocity, the jurisdiction of the European Court of human rights in all matters concerning the interpretation and application of Protocol No. 4 to the Convention.".

Verlenging van de verklaringen voor de periode 1 augustus 1995–31 december 1997 en vervolgens vanaf 1 januari 1998 tot 1 november 1998.

Denemarken

Verlenging van de verklaringen voor 5 jaar vanaf 5 april 1992 en voor onbepaalde tijd vanaf 5 april 1997.

Duitsland

Verlenging van de verklaringen voor 5 jaar vanaf 1 juli 1994.

Estland16 april 1996

“1. In accordance with Article 25, Estonia, for a period of three years after the instruments of ratification are deposited, recognises the competence of the European Commission of human rights to receive petitions addressed to the Secretary General of the Council of Europe from any person, non-governmental organisation or group of individuals claiming to be the victim of a violation by the Republic of Estonia of the rights set forth in this Convention, as well as in Articles 1 to 4 and Articles 1 to 5 of Protocol No. 7.

2. In accordance with Article 46, Estonia, for a period of three years after the instruments of ratification are deposited, and on the condition of reciprocity by the High Contracting Parties, recognises as compulsory ipso facto and without special agreement the jurisdiction of the European Court of human rights in all matters concerning the interpretation and application of the present Convention as well as Articles 1 to 4 of Protocol No. 4 and Articles 1 to 5 of Protocol No. 7.".

Frankrijk

Verlenging van de verklaringen voor 5 jaar vanaf 22 september 1994.

Hongarije 5 november 1992

“The Republic of Hungary declares that for a period of five years, which will be tacitly renewed for further periods of five years, unless the Republic of Hungary withdraws its declaration before the expiration of the appropriate term:

  • a) it recognises in accordance with Article 25 of the Convention, Article 6 of Protocol No. 4 and Article 7 of Protocol No. 7 the competence of the European Commission of human rights to receive petitions from any person, non-governmental organisation or group of individuals claiming to be the victim of a violation of the rights set forth in the Convention and its Protocols, where the facts of the alleged violation of these rights occur after the Convention and its Protocols have come into force in respect of the Republic of Hungary;

  • b) it recognises in accordance with Article 46 of the Convention, Article 6 of Protocol No. 4 and Article 7 of Protocol No. 7 as compulsary ipso facto and without special agreement, on condition of reciprocity, the jurisdiction of the European Court of human rights in all matters concerning the interpretation and application of the Convention and its Protocols and relating to facts occurring after the Convention and its Protocols have come into force in respect of the Republic of Hungary.

    The above declaration is interpreted by the Government of the Republic of Hungary, that measures taken by the Hungarian Republic for the reparation of the violation of the aforesaid rights which had taken place prior to the entry into force of the Convention and its Protocols shall not be considered as facts of the alleged violation of these rights.".

Italië

Verlenging van de verklaringen voor 3 jaar vanaf 1 januari 1991, voor 3 jaar vanaf 1 januari 1994 en wederom voor 3 jaar vanaf 1 januari 1997.

Kroatië 5 november 19971

The Republic of Croatia recognizes for an indefinite period of time, in accordance with Article 25 of the Convention for the protection of human rights and fundamental freedoms, Article 6 of Protocol No. 4 and Article 7 of Protocol No. 7, the competence of the European Commission of human rights to deal with petitions addressed to the Secretary General of the Council of Europe by any person, non-governmental organisation or group of individuals claiming to be the victim of a violation of the rights set forth in the Convention and its Protocols, where the facts of the alleged violation of these rights occur after the Convention and its Protocols have come into force in respect of the Republic of Croatia.

The Republic of Croatia recognizes for an indefinite period of time, in accordance with Article 46 of the Convention for the protection of human rights and fundamental freedoms, Article 6 of Protocol No. 4 and Article 7 of Protocol No. 7, as compulsory ipso facto and without special agreement, the jurisdiction of the European Court of human rights in all matters concerning the interpretation and application of the Convention and its Protocols and relating to facts occurring after the Convention and its Protocols have come into force in respect of the Republic of Croatia.".

Letland27 juni 1997

“In accordance with Article 25 of the Convention for the protection of human rights and fundamental freedoms of 1950, the Republic of Latvia recognises for a period of three years after the instruments of ratification are deposited, the competence of the European Commission of human rights to receive petitions addressed to the Secretary General of the Council of Europe from any person, non-governmental organisation or group of individuals claiming to be the victim of a violation by the Republic of Latvia of the rights set forth in this Convention, as well as in Articles 1 to 4 of Protocol No. 4 and Articles 1 to 5 of Protocol No. 7.

In accordance with Article 46 of the Convention for the protection of human rights and fundamental freedoms of 1950, the Republic of Latvia recognises for a period of three years after the instruments of ratification are deposited, and on the condition of reciprocity by the High Contracting Parties, as compulsory ipso facto and without special agreement the jurisdiction of the European Court of human rights in all matters concerning the interpretation and application of the present Convention as well as Articles 1 to 4 of Protocol No. 4 and Articles 1 to 5 of Protocol No. 7.".

Litouwen20 juni 1995

“article 25: The Republic of Lithuania declares that for the period of three years it recognizes the competence of the Commission to receive petitions from any person.

article 46: The Republic of Lithuania declares that for the period of three years it recognizes as compulsory, ipso facto, jurisdiction of the Court in all matters concerning the interpretation and application of the Convention.

The Declarations of the Republic of Lithuania in respect of Arti- cles 25 and 46 of the Convention shall also apply to the Fourth and Seventh Protocols of the Convention.".

Luxemburg

Verlenging van de verklaringen voor 5 jaar vanaf 28 april 1991 en wederom voor 5 jaar vanaf 28 april 1996.

De Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië10 april 1997

“The Republic of Macedonia does hereby declare that in the period from January 1, 1998 to the day of entry into force of Protocol No. 11 to the Convention for the protection of human rights and fundamental freedoms, restructuring the control machinery established thereby, it recognises the competence of the European Commission of human rights, in accordance with Article 25 of the Convention, to receive petitions from any person, non-governmental organisation or group of individuals claiming to be the victim of a violation of the rights set forth in the Convention for the protection of human rights and fundamental freedoms, in Articles 1 to 4 of Protocol No. 4 and in Articles 1 to 5 of Protocol No. 7, in cases where the violation of the rights guaranteed in these instruments occurred after these instruments came into force for the Republic of Macedonia.

The Republic of Macedonia does hereby declare that in the period from January 1, 1998 to the day of entry into force of Protocol No. 11 to the Convention for the protection of human rights and fundamental freedoms, restructuring the control machinery established thereby, on condition of reciprocity, it recognises as compulsory ipso facto the jurisdiction of the European Court of human rights, in accordance with Article 46 of the Convention for the protection of human rights and fundamental freedoms, to interpret and apply the Convention for the protection of human rights and fundamental freedoms, in Articles 1 to 4 of Protocol No. 4 and Articles 1 to 5 of Protocol No. 7, in cases where the violation of the rights guaranteed in these instruments occurred after these instruments came into force for the Republic of Macedonia.".

Moldavië12 september 1997

«Conformément aux articles 25 et 46 de la Convention de sauvegarde des droits de l'homme et libertés fondamentales, la République de Moldova reconnaît le droit de recours individuel devant la Commission européenne des droits de l'homme et la juridiction de la Cour européenne des droits de l'homme, de plein droit et sans convention spéciale, sous condition de réciprocité des Hautes Parties Contractantes pour toute affaire concernant l'interprétation et l'application de la Convention de sauvegarde des droits de l'homme et des libertés fondamentales, de même que des Protocoles N° 4 et N° 7 pour les affaires dans lesquelles la violation des droits garantis par ces instruments est commise après leur entrée en vigueur pour la République de Moldova.».

Noorwegen

Verlenging van de verklaringen voor 5 jaar vanaf 29 juni 1992 en wederom voor 5 jaar vanaf 29 juni 1997.

Oekraïne11 september 1997

“Ukraine recognises without reservations on its territory the validity of Article 25 of the Convention for the protection of human rights and fundamental freedoms of 1950 in regard to the recognition of the competence of the European Commission of human rights to receive petitions from any person, non-governmental organisation or group of individuals addressed to the Secretary General of the Council of Europe concerning the violation by Ukraine of the rights set forth in the Convention; and of Article 46 of the Convention for the protection of human rights and fundamental freedoms of 1950 in regard to the recognition of the jurisdiction of the European Court of human rights, as compulsory ipso facto without special agreement, in all matters concerning the interpretation and application of the Convention.

Ukraine recognises without reservations on its territory the validity of Articles 25 and 46 of the Convention for the protection of human rights and fundamental freedoms of 1950 in regard to the Protocols Nos. 4 and 7 thereto.".

Oostenrijk

Verlenging van de verklaring voor 3 jaar vanaf 3 september 1991, voor 3 jaar vanaf 3 september 1994 en vanaf 3 september 1997 tot de datum van inwerkingtreding van Protocol nr. 11.

Polen15 februari 1995

«Au nom du Gouvernement de la République de Pologne, je reconnais par la présente, conformément à l'article 25 de la Convention de sauvegarde des droits de l'homme et des libertés fondamentales, ouverte à la signature à Rome le 4 novembre 1950 et conformément au paragraphe 2 de l'article 6 du Protocole No 4 à ladite Convention, la compétence de la Commission européenne des droits de l'homme d'être saisie d'une requête adressée au Secrétaire Général du Conseil de l'Europe par toute personne physique, toute organisation non-gouvernementale ou tout groupe de particuliers, qui se prétend victime d'une violation par la Pologne des droits reconnus dans les articles 1 à 4 du Protocole No. 4 fait à Strasbourg, le 16 septembre 1963 en raison de tout acte, de toute décision et de tout fait intervenant après le 31 janvier 1995.

Au nom du Gouvernement de la République de Pologne, j'ai l'honneur de déclarer conformément à l'article 46 de la Convention de sauvegarde des droits de l'homme et des libertés fondamentales, ouverte à la signature à Rome le 4 novembre 1950 et conformément au paragraphe 2 de l'article 6 du Protocole No 4 à ladite Convention, ouvert à la signature à Strasbourg, le 16 septembre 1963 reconnaître pour une période de trois ans à partir du 1er février 1995 comme obligatoire de plein droit et sans convention spéciale, sous condition de réciprocité de la part des autres Hautes Parties contractantes, la juridiction de la Cour européenne des droits de l'homme sur toutes les affaires concernant l'interprétation et l'application des articles 1 à 4 du Protocole No. 4.».

Beide verklaringen worden besloten met:

La validité de la présente déclaration est renouvelable par tacite reconduction pour les périodes de trois ans, si le Gouvernement de la République de Pologne, par une notification adressée au Secrétaire Général du Conseil de l'Europe, ne dénonce pas cette déclaration, moyennant un préavis d'au moins six mois avant l'expiration de la première période et des périodes successives.».

Roemenië20 juni 1994

«J'ai l'honneur de déclarer, au nom de mon Gouvernement, que la Roumanie, conformément à l'article 25 de la Convention de sauvegarde des droits de l'homme et des libertés fondamentales, reconnaît la compétence de la Commission européenne des droits de l'homme à être saisie d'une requête par toute personne physique, toute organisation non-gouvernementale ou tout groupe de particuliers qui se prétend victime d'une violation par la Roumanie des droits contenus dans la Convention européenne des droits de l'homme ainsi que dans le Protocole no 4 reconnaissant certains droits et libertés autres que ceux figurant dans la Convention et dans le premier Protocole additionnel à la Convention, Strasbourg, 16 septembre 1963, et dans le Protocole no 7, Strasbourg, 22 novembre 1984, relatif aux affaires issues des violations des droits garantis par ces textes intervenant après leur entrée en vigueur pour la Roumanie.

J'ai l'honneur de déclarer, au nom de mon Gouvernement, que la Roumanie, conformément à l'article 46 de la Convention de sauvegarde des droits de l'homme et des libertés fondamentales, reconnaît comme obligatoire et de plein droit et sans convention spéciale, la juridiction de la Cour européenne des droits de l'homme, en ce qui concerne les droits contenus dans la Convention européenne des droits de l'homme ainsi que dans le Protocole no. 4 reconnaissant certains droits et libertés autres que ceux figurant dans la Convention et dans le premier Protocole additionnel à la Convention, Strasbourg, 16 septembre 1963, et dans le Protocole no 7, Strasbourg, 22 novembre 1984, relatif aux affaires issues des violations des droits garantis par ces textes intervenant après leur entrée en vigueur pour la Roumanie.".

San Marino

Verlenging van de verklaringen voor 3 jaar vanaf 22 maart 1992 en wederom voor 3 jaar vanaf 22 maart 1995.

Slovenië28 juni 1994

“The Republic of Slovenia declares that it recognizes for an indefinite period of time, in accordance with Article 25 of the Convention for the protection of human rights and fundamental freedoms, Article 6 of Protocol No. 4 and Article 7 of Protocol No. 7, the competence of the European Commission of human rights to deal with petitions addressed to the Secretary General of the Council of Europe by any person, non-governmental organisation or group of individuals claiming to be the victim of violation of the rights set forth in the Convention and its Protocols, where the facts of the alleged violation of these rights occur after the Convention and its Protocols have come into force in respect of the Republic of Slovenia.

The Republic of Slovenia declares that it recognizes for an indefinite period of time, in accordance with Article 46 of the Convention for the protection of human rights and fundamental freedoms, Article 6 of Protocol No. 4 and Article 7 of Protocol No. 7, as compulsory ipso facto and without special agreement, on condition of reciprocity, the jurisdiction of the European Court of human rights in all matters concerning the interpretation and application of the Convention and its Protocols and relating to facts occurring after the Convention and its Protocols have come into force in respect of the Republic of Slovenia.".

Slowakije

Voortzetting van de verklaringen door de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek d.d. 18 maart 1992 voor 5 jaar, welke verklaringen stilzwijgend worden verlengd.

Tsjechië

Voortzetting van de verklaringen door de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek d.d. 18 maart 1992 voor 5 jaar, welke verklaringen stilzwijgend worden verlengd.

IJsland

Verlenging van de verklaring inzake de erkenning van de verplichte rechtsmacht van het Hof voor onbepaalde tijd vanaf 2 september 1994, tenzij een verklaring van het tegendeel wordt afgelegd.

Zweden

Verlenging van de verklaring inzake de erkenning van de verplichte rechtsmacht van het Hof voor 5 jaar vanaf 13 mei 1991 en verlenging voor onbepaalde tijd vanaf 13 mei 1996

Uitgegeven de zeventiende april 1998

De Minister van Buitenlandse Zaken,

H. A. F. M. O. VAN MIERLO


XNoot
1

De Bondsrepubliek Duitsland zond op 2 oktober 1990 een nota aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa inzake de voortgezette toepassing vanaf 3 oktober 1990 van de verdragen waarbij de Bondsrepubliek Duitsland op die datum partij was. Het voor het Protocol relevante gedeelte van de nota luidt als volgt:

“The Permanent Representation of the Federal Republic of Germany to the Council of Europe presents its compliments to the General Secretariat of the Council of Europe and has the honour to inform the Secretariat that, with regard to the continued application of treaties of the Federal Republic of Germany and the treatment of treaties of the German Democratic Republic following its accession to the Federal Republic of Germany with effect from 3 October 1990, the Treaty of 31 August 1990 between the Federal Republic of Germany and the German Democratic Republic on the establishment of German unity (Unification Treaty) contains the following relevant provisions.

1. Article 11 Treaties of the Federal Republic of Germany.

The contracting parties proceed on the understanding that international treaties and agreements to which the Federal Republic of Germany is a contracting party, including treaties establishing membership of international organizations or institutions, shall retain their validity and that the rights and obligations arising therefrom, with the exception of the treaties named in Annex I, shall also relate to the territory specified in Article 3 of this Treaty, where adjustments become necessary in individual cases, the all-German Government shall consult with the respective contracting parties.

(The treaties listed in Annex I concern matters of status and security.)

.................................

The Federal Republic of Germany will proceed in accordance with these provisions.".

XNoot
2

Op 30 juni 1993 is door het Comité van Ministers van de Raad van Europa besloten dat Tsjechië en Slowakije dienen te worden beschouwd, vanaf 1 januari 1993 als partij bij o.a. het onderhavige Protocol.

Tsjechië heeft het bovenstaande nog eens bevestigd op 2 augustus 1993.

Slowakije heeft het bovenstaande nog eens bevestigd op 6 april 1994.

XNoot
1

Bij de ondertekening op 6 november 1996 werd een soortgelijke verklaring afgelegd.