A. TITEL

Europa-Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Estland, anderzijds, met Bijlagen en Protocollen;

Luxemburg, 12 juni 1995

B. TEKST

De Nederlandse tekst van de Overeenkomst is geplaatst in Trb. 1996, 8.

D. PARLEMENT

Bij brieven van 4 oktober 1996 (Kamerstukken II 1996/97, 25 043, nr. 1) is de Overeenkomst in overeenstemming met artikel 2, eerste lid, en artikel artikel 5, eerste lid, van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen overgelegd aan de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal.

De toelichtende nota die de brieven vergezelde, is ondertekend door De Minister van Buitenlandse Zaken H. A. F. M. O. VAN MIERLO en de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken M. PATIJN.

De goedkeuring door de Staten-Generaal is verleend op 7 november 1996.

E. BEKRACHTIGING

In overeenstemming met artikel 130 van de Overeenkomst hebben de volgende Staten en Internationale Organisatie kennisgeving gedaan van het feit dat de noodzakelijke procedures ter goedkeuring van de Overeenkomst zijn voltooid:

Estland 3 oktober 1995
Denemarken28 november 1995
Zweden30 november 1995
Finland 8 februari 1996
Oostenrijk30 april 1996
Ierland24 mei 1996
Duitsland 7 november 1996
het Koninkrijk der Nederlanden (voor Nederland)20 november 1996
Luxemburg 6 december 1996
Spanje 7 januari 1997
het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland18 maart 1997
Portugal 7 mei 1997
Italië24 juli 1997
Griekenland29 juli 1997
België25 november 1997
Frankrijk15 december 1997
de Europese Gemeenschap19 december 1997
de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal22 december 1997
de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie22 december 1997

G. INWERKINGTREDING

De bepalingen van de Overeenkomst, alsmede van de Protocollen en bijlagen, zijn ingevolge artikel 132, tweede lid, juncto artikel 127 van de Overeenkomst op 1 februari 1998 in werking getreden.

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, geldt de Overeenkomst alleen voor Nederland.

J. GEGEVENS

Voor het op 25 maart 1957 te Rome tot stand gekomen Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap zie ook Trb. 1998, 13.

Voor de op 15 juni 1957 tot stand gekomen Overeenkomst van Nice betreffende de internationale classificatie van de waren en diensten ten behoeve van de inschrijving van merken, zoals herzien te Genève op 13 mei 1977 zie ook Trb. 1996, 313.

Voor de op 26 oktober 1961 te Rome tot stand gekomen Internationale Overeenkomst ter bescherming van uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen en radio-omroeporganisaties zie ook Trb. 1996, 16.

Voor het op 19 juni 1970 te Washington tot stand gekomen Verdrag tot samenwerking inzake octrooien zie ook, laatstelijk, Trb. 1998, 26.

Voor het op 24 juli 1971 te Parijs tot stand gekomen Herziene Berner Conventie van 9 september 1886 voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst zie ook Trb. 1996, 312.

Voor de op 29 oktober 1971 te Genève tot stand gekomen Overeenkomst ter bescherming van producenten van fonogrammen tegen het ongeoorloofd kopiëren van hun fonogrammen zie ook Trb. 1996, 17.

Voor het op 14 juli 1967 te Stockholm tot stand gekomen Herzien Internationaal Verdrag van Parijs van 20 maart 1883 tot bescherming van de industriële eigendom zie ook Trb. 1996, 308.

Voor het op 7 februari 1992 te Maastricht tot stand gekomen Verdrag betreffende de Europese Unie zie ook, laatstelijk, Trb. 1998, 12.

Voor het op 15 april 1994 te Marrakesh tot stand gekomen Verdrag tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) zie ook Trb. 1996, 325.

Uitgegeven de vijfentwintigste februari 1998

De Minister van Buitenlandse Zaken,

H. A. F. M. O. VAN MIERLO

Naar boven