A. TITEL

Kaderovereenkomst inzake handel en samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds, met verklaringen en bijlage;

Luxemburg, 28 oktober 1996

B. TEKST1

Kaderovereenkomst inzake handel en samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds

Het Koninkrijk België,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

Ierland,

de Italiaanse Republiek,

het Groothertogdom Luxemburg,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Portugese Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en het Verdrag betreffende de Europese Unie, hierna „Lid-Staten" te noemen, en

de Europese Gemeenschap,

enerzijds, en

de Republiek Korea,

anderzijds,

Rekening houdend met de traditionele vriendschapsbanden tussen de Republiek Korea, de Europese Gemeenschap en haar Lid-Staten;

Opnieuw bevestigend dat Partijen gehecht zijn aan de democratische beginselen en de fundamentele rechten van de mens, zoals die zijn vastgelegd in de Universele Verklaring van de rechten van de mens;

Bevestigend dat Partijen een regelmatige politieke dialoog tot stand wensen te brengen tussen de Europese Unie en de Republiek Korea, gebaseerd op gemeenschappelijke waarden en ambities;

Erkennende dat de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel (GATT) een belangrijke rol heeft gespeeld bij de bevordering van de internationale handel in het algemeen en de bilaterale handel in het bijzonder, en dat zowel de Republiek Korea als de Europese Gemeenschap grote waarde hechten aan de beginselen van vrijhandel en markteconomie waarop de bovengenoemde Overeenkomst is gebaseerd;

Opnieuw bevestigend dat zowel de Republiek Korea als de Europese Gemeenschap en haar Lid-Staten plechtig beloofd hebben dat zij zich zullen houden aan de verplichtingen die voor hen voortvloeien uit de ratificatie van de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (WTO);

Rekening houdende met de noodzaak bij te dragen tot de volledige tenuitvoerlegging van de resultaten van de Uruguay-Ronde van de GATT en de noodzaak alle regels die van toepassing zijn op de internationale handel op transparante en niet-discriminerende grondslag toe te passen;

Erkennende dat de verbetering van de betrekkingen tussen beide Partijen van groot belang is ter stimulering van de samenwerking, en zich bewust van hun gemeenschappelijke streven om de betrekkingen op gebieden van wederzijds belang te consolideren, te verdiepen en te diversifiëren, op basis van gelijkwaardigheid, op niet-discriminerende grondslag, met inachtneming van het milieu en wederzijds tot voordeel strekkend;

Verlangende een gunstig klimaat tot stand te brengen voor duurzame ontwikkeling en diversifiëring van de handel en voor de economische samenwerking op verschillende gebieden van wederzijds belang;

Ervan overtuigd dat Partijen voordeel zullen hebben bij de institutionalisering van de betrekkingen en de totstandbrenging van wederzijdse economische samenwerking, aangezien samenwerking de verdere ontwikkeling van handel en investeringen zal stimuleren;

Zich ervan bewust dat het van groot belang is de rechtstreeks betrokkenen, met name ondernemingen en organisaties die het bedrijfsleven vertegenwoordigen, meer te betrekken bij de samenwerking,

Hebben besloten deze Overeenkomst te sluiten en hebben te dien einde als hun gevolmachtigden aangewezen:

het Koninkrijk België:

Erik Derycke,

Minister van Buitenlandse Zaken,

het Koninkrijk Denemarken:

Niels Helveg Petersen,

Minister van Buitenlandse Zaken,

de Bondsrepubliek Duitsland:

Werner Hoyer,

Staatsminister van Buitenlandse Zaken,

de Helleense Republiek:

Georgios Papandreou,

Onderminister van Buitenlandse Zaken,

het Koninkrijk Spanje:

Abel Matutes,

Minister van Buitenlandse Zaken,

de Franse Republiek:

Michel Barnier,

Onderminister van Europese Zaken,

Ierland:

Gay Mitchell,

Onderminister voor Europese Zaken,

de Italiaanse Republiek:

Lamberto Dini,

Minister van Buitenlandse Zaken,

het Groothertogdom Luxemburg:

Jacques F. Poos,

Minister van Buitenlandse Zaken,

het Koninkrijk der Nederlanden:

Hans Van Mierlo,

Minister van Buitenlandse Zaken,

de Republiek Oostenrijk:

Wolfgang Schüssel,

Minister van Buitenlandse Zaken,

de Portugese Republiek:

Jaime Gama,

Minister van Buitenlandse Zaken,

de Republiek Finland:

Tarja Halonen,

Minister van Buitenlandse Zaken,

het Koninkrijk Zweden:

Lena Hjelm-Wallén,

Minister van Buitenlandse Zaken,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland:

David Davis,

Onderminister van Buitenlandse Zaken en Gemenebestzaken,

de Europese Gemeenschap:

Dick Spring,

Minister van Buitenlandse Zaken (Ierland),

Fungerend Voorzitter van de Raad van de Europese Unie,

Sir Leon Brittan,

Vice-voorzitter van de Commissie van de Europese Gemeenschappen,

de Republiek Korea:

Ro-Myung Gong,

Minister van Buitenlandse Zaken,

Die, na overlegging van hun in goede en behoorlijke vorm bevonden volmachten, overeenstemming hebben bereikt omtrent de volgende bepalingen:

Artikel 1 Grondslag van de samenwerking

De eerbiediging van de democratische beginselen en de mensenrechten, zoals gedefinieerd in de Universele Verklaring van de rechten van de mens, vormt de grondslag van het binnenlandse en buitenlandse beleid van de Partijen en is een essentieel onderdeel van onderhavige Overeenkomst.

Artikel 2 Doelstellingen van de samenwerking

Ter bevordering van hun onderlinge samenwerking streven de Partijen naar de verdere ontwikkeling van hun wederzijdse economische betrekkingen. Hun inspanningen in dit verband zijn met name gericht op:

  • a. de bevordering en de totstandbrenging van samenwerking op handelsgebied en de diversifiëring van de handel in wederzijds belang;

  • b. de totstandbrenging van economische samenwerking op gebieden van wederzijds belang, waaronder wetenschappelijke en technologische samenwerking en industriële samenwerking;

  • c. de bevordering van de samenwerking tussen ondernemingen door de vergemakkelijking van de wederzijdse investeringen en de stimulering van het wederzijds begrip.

Artikel 3 Politieke dialoog

Er zal een regelmatige politieke dialoog tot stand worden gebracht tussen de Europese Unie en de Republiek Korea, gebaseerd op gemeenschappelijke waarden en ambities. Deze dialoog zal plaatsvinden overeenkomstig de procedures die zijn overeengekomen in de gemeenschappelijke verklaring van de Europese Unie en de Republiek Korea op dit punt.

Artikel 4 Behandeling als meestbegunstigde natie

Overeenkomstig hun rechten en verplichtingen als leden van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), zullen de Partijen elkaar als meestbegunstigde natie behandelen.

Artikel 5 Commerciële samenwerking

1. De Partijen zullen ernaar streven de verdere ontwikkeling en diversifiëring van hun handelsbetrekkingen zo sterk mogelijk en tot wederzijds voordeel te bevorderen.

De Partijen zullen de voorwaarden voor de toegang tot elkaars markt zoveel mogelijk verbeteren. Zij zullen erop toezien dat de douanerechten voor de meestbegunstigde natie worden toegepast, daarbij rekening houdend met verschillende elementen, waaronder de situatie op de binnenlandse markt van de ene Partij en de exportbelangen van de andere Partij. Zij zullen streven naar de afschaffing van de handelsbelemmeringen, met name door middel van de tijdige opheffing van niet-tarifaire belemmeringen en door het nemen van maatregelen ter verbetering van de transparantie, rekening houdende met de werkzaamheden van de internationale organisaties op dit gebied.

2. De Partijen zullen de nodige maatregelen nemen om een beleid te voeren dat gericht is op:

  • a. multilaterale en bilaterale samenwerking met betrekking tot onderwerpen die verband houden met de verdere ontwikkeling van de handel op gebieden van wederzijds belang, waaronder de toekomstige werkzaamheden van de WTO. Daartoe werken zij op internationaal niveau en in bilateraal verband samen aan de oplossing van handelsproblemen van gemeenschappelijk belang;

  • b. de bevordering van de uitwisseling van informatie tussen ondernemingen en industriële samenwerking tussen ondernemingen met het oog op de diversifiëring en stimulering van de bestaande handelsstromen;

  • c. de bestudering van maatregelen ter bevordering van de handel en de formulering van aanbevelingen voor maatregelen ter stimulering van de handel;

  • d. de bevordering van de samenwerking tussen de bevoegde douanediensten van de Europese Gemeenschap, haar Lid-Staten en de Republiek Korea;

  • e. de verbetering van de markttoegang voor industrie-, landbouw- en visserijprodukten;

  • f. de verbetering van de markttoegang voor diensten, zoals financiële diensten en telecommunicatiediensten;

  • g. de verbetering van de samenwerking op het gebied van normalisatie en technische voorschriften;

  • h. de effectieve bescherming van intellectuele, industriële en commerciële eigendom;

  • i. de organisatie van verkenningsmissies voor handel en investeringen;

  • j. de organisatie van algemene en gespecialiseerde handelsbeurzen.

3. De Partijen bevorderen de eerlijke concurrentie der economische activiteiten door naleving van de desbetreffende wet- en regelgeving.

4. Overeenkomstig hun verplichtingen in het kader van de WTO-Overeenkomst inzake overheidsopdrachten, zien de Partijen erop toe dat de deelname aan opdrachten geschiedt op niet-discriminerende grondslag en op basis van wederkerigheid.

De Partijen zetten hun besprekingen voort met het oog op de verdere openstelling van hun markten voor opdrachten in andere sectoren, zoals de opdrachten in de telecommunicatiesector.

Artikel 6 Landbouw en visserij

1. De Partijen komen overeen de samenwerking op het gebied van landbouw en visserij, waaronder tuinbouw en aquicultuur, te bevorderen. Op basis van besprekingen over hun wederzijdse landbouw- en visserijbeleid bestuderen beide Partijen:

  • a. de mogelijkheden om de handel in landbouw- en visserijprodukten uit te breiden;

  • b. de gevolgen van sanitaire en fytosanitaire maatregelen en milieumaatregelen voor de handel;

  • c. het raakvlak van landbouw en plattelandsmilieu;

  • d. de research op het gebied van landbouw en visserij, waaronder tuinbouw en aquicultuur.

2. De bepalingen van lid 1 van onderhavig artikel zijn van overeenkomstige toepassing op de produkten en diensten van de landbouwprodukten verwerkende industrie.

3. De Partijen verbinden zich tot het naleven van de WTO-Overeenkomst inzake sanitaire en fytosanitaire maatregelen en zijn bereid, op verzoek van een der Partijen, overleg te plegen over de voorstellen van de andere Partij met betrekking tot de toepassing en de harmonisatie van sanitaire en fytosanitaire maatregelen, daarbij rekening houdende met de normen die zijn overeengekomen in andere internationale organisaties, zoals IOE, IPPC en Codex Alimentarius.

Artikel 7 Maritiem vervoer

1. De Partijen zullen streven naar de toepassing van het beginsel van onbeperkte toegang tot de internationale maritieme markt en het internationaal maritiem vervoer op commerciële basis, overeenkomstig de bepalingen van dit artikel.

  • a. Bovenstaande bepaling doet geen afbreuk aan de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de gedragscode van de Verenigde Naties voor Lijnvaartconferences en voor de ene of de andere van de Partijen bij deze Overeenkomst van toepassing zijn. De niet bij conferences aangesloten lijnvaartmaatschappijen kunnen vrij met een conference concurreren zolang zij zich aan het beginsel van eerlijke concurrentie op commerciële basis houden.

  • b. Beide Partijen beschouwen eerlijke concurrentie als een fundamentele noodzaak voor het handelsverkeer in droge en vloeibare bulkgoederen. In dit verband zal de Republiek Korea de nodige stappen zetten met het oog op de geleidelijke afschaffing van ladingreservering van bepaalde bulkgoederen voor onder Koreaanse vlag varende schepen gedurende een overgangsperiode die zal verstrijken op 31 december 1998.

2. De Partijen verbinden zich er met het oog op de in lid 1 genoemde doelstelling toe:

  • a. geen bepalingen inzake vrachtverdeling op te nemen in toekomstige bilaterale overeenkomsten met derde landen die betrekking hebben op het handelsverkeer in droge en vloeibare bulkgoederen en van lijnvaartmaatschappijen, tenzij in die uitzonderlijke gevallen waarin de lijnvaartmaatschappijen van de ene of de andere Partij bij deze Overeenkomst anders geen reële kans zouden krijgen om aan het handelsverkeer van en naar het betrokken derde land deel te nemen;

  • b. bij het in werking treden van deze Overeenkomst alle administratieve, technische en juridische belemmeringen op te heffen die een onderscheid maken tussen eigen onderdanen of bedrijven en die van de andere Partij bij het verrichten van diensten in het internationaal maritiem vervoer;

  • c. geen minder gunstige behandeling te verlenen aan schepen welke de vlag van de andere Partij voeren, dan die welke zij aan hun eigen schepen verlenen, ten aanzien van de toegang tot de voor het internationale handelsverkeer bestemde havens, het gebruik van de infrastructuur en van de maritieme hulpdiensten van de havens evenals de daarmee verband houdende vergoedingen en kosten, de douanefaciliteiten en de toewijzing van aanlegplaatsen en installaties voor het laden en lossen.

3. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder toegang tot de internationale maritieme markt, onder andere, verstaan dat internationale maritieme vervoersondernemingen van beide Partijen het recht hebben om „door-to-door"-vervoersdiensten aan te bieden waarin een gedeelte van het traject over zee wordt afgelegd, en dat zij daartoe rechtstreeks overeenkomsten mogen sluiten met lokale niet-maritieme vervoersondernemingen op het grondgebied van de andere Partij, behoudens nationaliteitsbeperkingen betreffende het vervoer van goederen en personen met andere vervoermiddelen.

4. De bepalingen van dit artikel zijn van toepassing op ondernemingen uit de Europese Gemeenschap en de Republiek Korea. Zij zijn tevens van toepassing op scheepvaartondernemingen die niet in de Europese Gemeenschap of de Republiek Korea zijn gevestigd en onder controle staan van onderdanen van een Lid-Staat of van de Republiek Korea, mits hun schepen in de betreffende Lid-Staat of in de Republiek Korea overeenkomstig de geldende wetgeving zijn geregistreerd.

5. De activiteiten in de Europese Gemeenschap of in de Republiek Korea van scheepvaartagentschappen worden, voor zover noodzakelijk, in specifieke overeenkomsten geregeld.

Artikel 8 Scheepsbouw

1. De Partijen komen overeen op het gebied van de scheepsbouw samen te werken ter bevordering van de eerlijke concurrentie en nemen nota van het ernstig verstoorde structurele evenwicht tussen vraag en aanbod en de markttrend waardoor de wereldmarkt voor de scheepsbouw in ernstige moeilijkheden is geraakt. De Partijen komen derhalve overeen geen maatregelen te nemen ter ondersteuning van hun scheepsbouw waardoor de eerlijke concurrentie wordt verstoord, of die hun scheepsbouw in staat stelt toekomstige moeilijke situaties te boven te komen, zulks in overeenstemming met de OESO-Overeenkomst inzake de scheepsbouw.

2. De Partijen komen overeen, op verzoek van een der Partijen, overleg te plegen over de tenuitvoerlegging van de OESO-Overeenkomst inzake de scheepsbouw, de uitwisseling van informatie over de ontwikkeling van de wereldmarkt voor schepen en de scheepsbouw en over enig ander probleem in deze sector.

De vertegenwoordigers van de scheepsbouwsector kunnen, na overleg tussen beide Partijen, worden uitgenodigd als waarnemers op te treden bij bovengenoemd overleg.

Artikel 9 Bescherming van intellectuele, industriële en commerciële eigendom

1. De Partijen verbinden zich ertoe alle intellectuele, industriële en commerciële eigendom passend en doeltreffend te beschermen en zullen de benodigde middelen ontwikkelen om de bescherming van deze rechten te garanderen.

2. De Partijen komen overeen de WTO-Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom, uiterlijk op 1 juli 1996 ten uitvoer te leggen1.

3. De Partijen bevestigen het belang dat zij hechten aan de verplichtingen die voortvloeien uit de multilaterale overeenkomsten voor de bescherming van de intellectuele-eigendomsrechten. De Partijen zullen het nodige in het werk stellen om zo spoedig mogelijk toe te treden tot de in bijlage genoemde Overeenkomsten waartoe zij nog niet zijn toegetreden.

Artikel 10 Technische voorschriften, normen en conformiteitsbeoordeling

1. Onverminderd hun internationale verplichtingen nemen de Partijen, binnen de grenzen van hun bevoegdheden en overeenkomstig hun respectieve wetgeving, maatregelen ter bevordering van het gebruik van internationaal erkende normen en stelsels voor conformiteitsbeoordeling.

Te dien einde besteden zij bijzondere aandacht aan:

  • a. de uitwisseling van informatie en technische deskundigen op het gebied van normalisatie, erkenning, metrologie en certificatie, alsmede aan gezamenlijke research, voor zover mogelijk;

  • b. de bevordering van uitwisselingen en contacten tussen in deze onderwerpen gespecialiseerde instanties en instellingen;

  • c. het sectoriële overleg;

  • d. de samenwerking bij activiteiten op het gebied van kwaliteitsbeheer;

  • e. de verbetering van de samenwerking op het gebied van technische voorschriften, met name door het sluiten van een overeenkomst voor de wederzijdse erkenning van de resultaten van de conformiteitsbeoordeling, ter bevordering van de handel en ter voorkoming van enige onderbreking van het handelsverkeer;

  • f. de deelname aan en de samenwerking in het kader van belangrijke internationale overeenkomsten met het oog op de bevordering van de goedkeuring van geharmoniseerde normen.

2. De Partijen zorgen ervoor dat de normen en activiteiten op het gebied van de conformiteitsbeoordeling geen onnodige belemmeringen vormen voor het handelsverkeer.

Artikel 11 Overleg

1. De Partijen komen overeen de uitwisseling van informatie over handelsmaatregelen te bevorderen.

Elke Partij verplicht zich ertoe de andere Partij tijdig te informeren over de toepassing van maatregelen die een wijziging betekenen van de invoerrechten die worden toegepast op grond van de meestbegunstiging en die van invloed zijn op de uitvoer van de andere Partij.

Elke Partij kan verzoeken om overleg over handelsmaatregelen. Indien een der Partijen een daartoe strekkend verzoek indient, wordt op zo kort mogelijke termijn overleg gepleegd, zodat zo snel mogelijk een voor elk der Partijen aanvaardbare, constructieve oplossing kan worden gevonden.

2. Elke Partij verplicht zich ertoe de andere Partij te informeren wanneer er een anti-dumpingprocedure wordt ingesteld tegen produkten van de andere Partij.

Indien een Partij een verzoek indient voor overleg over anti-dumpingprocedures of anti-subsidieprocedures, wordt dit verzoek door de andere Partij in welwillende overweging genomen en wordt daartoe voldoende gelegenheid geboden, zulks overeenkomstig de WTO-Overeenkomsten inzake de maatregelen tegen invoer met dumping of met subsidiëring.

3. De Partijen komen overeen met elkaar overleg te plegen over eventuele geschillen die voortvloeien uit de tenuitvoerlegging van de onderhavige Overeenkomst. Dit overleg wordt, zodra een der Partijen een daartoe strekkend verzoek heeft ingediend, zo spoedig mogelijk gepleegd. De Partij die het overleg voorstelt, verschaft de andere Partij alle gegevens welke voor de gedetailleerde analyse van de situatie benodigd zijn. Via het genoemde overleg wordt gepoogd het handelsgeschil binnen de kortst mogelijke termijn op te lossen.

4. De bepalingen van dit artikel vormen geen beletsel voor de interne procedures van elke Partij inzake de goedkeuring en wijziging van handelsmaatregelen of de procedures voor de aanmelding, het overleg over en de beslechting van geschillen, overeenkomstig de WTO-Overeenkomsten.

Artikel 12 Economische en industriële samenwerking

1. Rekening houdende met hun wederzijds belang en hun economische beleid en doelstellingen, verbinden de Partijen zich ertoe de economische en industriële samenwerking op alle gebieden van wederzijds belang te stimuleren.

2. De doelstellingen van deze samenwerking zijn met name:

– de bevordering van de uitwisseling van informatie tussen ondernemingen en de ontwikkeling en verbetering van de bestaande netwerken, waarbij erop wordt toegezien dat de bescherming van de persoonlijke gegevens niet in het gedrang komt;

– de uitwisseling van gegevens over de samenwerkingsvoorwaarden op het gebied van alle diensten en de informatie-infrastructuur;

– de bevordering van investeringen die voor beide Partijen van voordeel zijn en het scheppen van een gunstig investeringsklimaat;

– de verbetering van het economisch klimaat en het handelsklimaat.

3. Te dien einde streven de Partijen, onder andere, naar:

  • a. de diversifiëring en versterking van hun onderlinge banden;

  • b. de totstandbrenging van specifieke samenwerkingsmogelijkheden voor de industrie;

  • c. de bevordering van de industriële samenwerking tussen ondernemingen, met name het midden- en kleinbedrijf;

  • d. de bevordering van de duurzame ontwikkeling van hun economieën;

  • e. de bevordering van milieuvriendelijke produktiemethoden;

  • f. de bevordering van investeringen en technologische uitwisseling;

  • g. de versterking van het wederzijds begrip en de wederzijdse kennis over hun bedrijfsleven.

Artikel 13 Bestrijding van drugs en witwassen van geld

1. De Partijen verbinden zich ertoe samen te werken bij de vergroting van de doeltreffendheid en de efficiëntie van het beleid en de maatregelen ter bestrijding van de illegale produktie en de verkoop van en de handel in drugs en verdovende middelen en psychotrope stoffen, inclusief de controle op de precursoren van verdovende middelen, alsmede bij de bevordering van de preventie van drugsgebruik en de vermindering van de vraag naar drugs. De samenwerking op dit gebied is gebaseerd op wederzijds overleg en nauwe coördinatie tussen de Partijen over de doelstellingen en maatregelen op de verschillende gebieden die verband houden met drugs.

2. De Partijen zijn het met elkaar eens dat samenwerking dringend gewenst is om te voorkomen dat hun financiële stelsels worden gebruikt voor het witwassen van in de criminele sfeer verworven inkomsten in het algemeen en van in de drugshandel verworven gelden in het bijzonder.

Doel van de samenwerking op dit gebied is de totstandbrenging van passende normen voor de bestrijding van het witwassen van geld, rekening houdende met de normen die op dit gebied door de internationale fora zijn overeengekomen, met name de FATF (Financial Action Task Force).

Artikel 14 Samenwerking op het gebied van wetenschap en technologie

1. In hun beider belang en overeenkomstig de doelstellingen van hun beleid op wetenschappelijk gebied, streven de Partijen naar de bevordering van de samenwerking op het gebied van wetenschap en technologie. De samenwerking op dit vlak is met name gericht op:

– de uitwisseling van informatie en know-how op het gebied van wetenschap en technologie;

– de dialoog inzake de opstelling en de tenuitvoerlegging van hun beleid op het gebied van de ontwikkeling van wetenschap en technologie;

– de samenwerking op het gebied van de informatietechnologie, alsmede betreffende de technologieën en industrietakken die van belang zijn voor de interoperabiliteit in de wereldwijde informatiemaatschappij;

– de samenwerking op het gebied van energie en milieubescherming;

– de wetenschappelijke en technologische samenwerking in sectoren van wederzijds belang.

2. Met het oog op de doelstellingen van hun beider beleid streven de Partijen onder andere naar de bevordering van:

– de uitwisseling van informatie over onderzoekprojecten op het gebied van energie, milieubescherming, telecommunicatie en informatietechnologie en de desbetreffende industrie;

– de adequate opleiding van wetenschappers;

– de overdracht van technologie die voor beide Partijen van voordeel is;

– de gezamenlijke organisatie van seminars voor topwetenschappers van beide Partijen, en

– gezamenlijk onderzoek door wetenschappers van beide Partijen op gebieden van wederzijds belang.

3. De Partijen komen overeen dat alle samenwerkings- en gezamenlijke activiteiten op het gebied van wetenschap en technologie plaatsvinden op basis van wederkerigheid.

De Partijen komen overeen alle informatie en de intellectuele eigendom die voortvloeien uit hun samenwerking, effectief te beschermen tegen misbruik of onrechtmatig gebruik door anderen dan de rechtmatige eigenaars daarvan.

Wanneer instellingen, instanties en ondernemingen van de ene Partij deelnemen aan specifieke onderzoeks- en technologische ontwikkelingsprogramma's van de andere Partij, zoals bijvoorbeeld het kaderprogramma van de Europese Gemeenschap, vindt de deelname en de exploitatie van de resultaten daarvan plaats overeenkomstig de algemene regels die in dat verband door de andere Partij zijn vastgesteld.

4. De prioriteiten voor de samenwerking worden in onderling overleg tussen de Partijen vastgesteld. Wanneer instellingen, instanties en ondernemingen uit de particuliere sector deelnemen aan samenwerkingsactiviteiten en specifieke onderzoekprojecten van gemeenschappelijk belang, geschiedt een en ander overeenkomstig het bepaalde in de vorige alinea.

Artikel 15 Samenwerking op milieugebied

De Partijen komen overeen de onderlinge samenwerking te bevorderen met het oog op de bescherming en het behoud van het milieu. Daartoe zullen zij met name streven naar:

– de uitwisseling van informatie over het milieubeleid en de tenuitvoerlegging daarvan tussen ambtenaren van de Commissie van de Europese Gemeenschappen en de bevoegde autoriteiten in de Republiek Korea;

– de uitwisseling van informatie over milieuvriendelijke technologieën;

– de uitwisseling van personeel;

– de bevordering van de samenwerking op milieugebied in de internationale fora waaraan zowel door de Europese Gemeenschap als de Republiek Korea wordt deelgenomen, met name de VN-Commissie Duurzame Ontwikkeling en andere fora waarin overleg wordt gepleegd over internationale milieu-overeenkomsten;

– de bespreking van de praktische aspecten van het streven naar duurzame ontwikkeling en met name de samenwerking bij de tenuitvoerlegging van Agenda 21 en andere activiteiten in het verlengde van de VN-Conferentie over Milieu en Ontwikkeling (UNCED);

– samenwerking aan gezamenlijke milieuprojecten.

Artikel 16 Energie

De Partijen erkennen het belang van de energiesector voor de economische en sociale ontwikkeling en zijn bereid, binnen de grenzen van hun bevoegdheden, de samenwerking op dit gebied te bevorderen. De doelstellingen op dit vlak zijn met name:

– de bevordering van het beginsel van de markteconomie om de consumentenprijzen in overeenstemming te brengen met de marktbeginselen;

– de diversifiëring van de energievoorziening;

– de ontwikkeling van nieuwe en hernieuwbare energiebronnen;

– de stimulering van rationeel energiegebruik, met name door de bevordering van de beheersing van de vraagzijde, en

– de totstandkoming van een zo optimaal mogelijk klimaat voor de overdracht van technologie, met het oog op een efficiënt energiegebruik.

Daartoe komen de Partijen overeen gezamenlijk onderzoek te verrichten, alsmede de contacten te stimuleren tussen degenen die verantwoordelijk zijn voor de planning van het energieverbruik.

Artikel 17 Samenwerking op het gebied van cultuur, informatie en communicatie

De Partijen komen overeen samen te werken op het gebied van informatie en communicatie, ter bevordering van het wederzijds begrip, rekening houdende met de culturele dimensie van hun onderlinge betrekkingen.

Deze maatregelen omvatten met name:

– de uitwisseling van informatie over onderwerpen van wederzijds belang op het gebied van cultuur en informatie;

– de organisatie van culturele evenementen;

– uitwisseling op het gebied van cultuur;

– uitwisseling op academisch niveau.

Artikel 18 Ontwikkelingssamenwerking ten behoeve van derde landen

De Partijen komen overeen informatie uit te wisselen over hun respectieve beleid op het gebied van ontwikkelingssamenwerking. Doel hiervan is de totstandkoming van een regelmatige dialoog over de doelstellingen van dit beleid en over de respectieve ontwikkelingsprogramma's ten behoeve van derde landen. De Partijen bestuderen in hoeverre meer ontwikkelingshulp haalbaar is, overeenkomstig hun respectieve wetgeving en de voorwaarden die van toepassing zijn op de tenuitvoerlegging van deze programma's.

Artikel 19 Gemengde Commissie

1. De Partijen stellen een Gemengde Commissie in, bestaande uit vertegenwoordigers van de leden van de Raad van de Europese Unie en vertegenwoordigers van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, enerzijds, en vertegenwoordigers van de Republiek Korea, anderzijds. Deze Gemengde Commissie pleegt overleg over de tenuitvoerlegging van de onderhavige Overeenkomst en streeft ernaar de doelstellingen van de Overeenkomst zoveel mogelijk te bevorderen.

2. De Gemengde Commissie is verantwoordelijk voor:

– de goede werking van de Overeenkomst;

– de bestudering van de ontwikkeling van de handel en de samenwerking tussen beide Partijen;

– het zoeken van passende middelen om vooruit te lopen op problemen die zich kunnen voordoen op de terreinen waarop de Overeenkomst betrekking heeft;

– het uitwerken van maatregelen voor de verdere ontwikkeling en diversifiëring van de handel;

– het uitwisselen van ideeën en het formuleren van voorstellen met betrekking tot alle kwesties van gemeenschappelijk belang op het gebied van handel en samenwerking, waaronder in de toekomst te nemen maatregelen en de daarvoor beschikbare middelen;

– het opstellen van aanbevelingen ter bevordering van de groei van het handelsverkeer en de intensivering van de samenwerking, alsmede de coördinatie van de voorgenomen maatregelen.

3. De Gemengde Commissie komt eenmaal per jaar bijeen, afwisselend in Brussel en Seoel. Speciale vergaderingen vinden plaats wanneer een van de Partijen daarom verzoekt. De Gemengde Commissie wordt afwisselend voorgezeten door een van beide Partijen.

4. De Gemengde Commissie kan gespecialiseerde subcommissies instellen die haar bij de uitvoering van haar taken ondersteunen. Deze subcommissies brengen op elke vergadering van de Gemengde Commissie gedetailleerd verslag uit over hun werkzaamheden.

Artikel 20 Definities

Voor de toepassing van de onderhavige Overeenkomst wordt onder „de Partijen" verstaan de Europese Gemeenschap of haar Lid-Staten, dan wel de Europese Gemeenschap en haar Lid-Staten, overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds.

Artikel 21 Inwerkingtreding en duur

1. De onderhavige Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de maand volgende op de datum waarop de Partijen elkaar in kennis hebben gesteld van de voltooiing van de daartoe vereiste juridische procedures.

2. De onderhavige Overeenkomst wordt gesloten voor een periode van vijf jaar. Zij wordt van jaar tot jaar stilzwijgend verlengd, tenzij een van beide Partijen haar door kennisgeving aan de andere Partij zes maanden vóór de vervaldatum schriftelijk opzegt.

Artikel 22 Kennisgeving

De in artikel 21 bedoelde kennisgeving wordt toegezonden aan het Secretariaat-Generaal van de Raad van de Europese Unie of van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van de Republiek Korea.

Artikel 23 Niet-uitvoering van de Overeenkomst

Indien een van beide Partijen van oordeel is dat de andere Partij een verplichting die voortvloeit uit de Overeenkomst niet is nagekomen, mag zij passende maatregelen nemen. Alvorens dit te doen, verstrekt zij, behalve in bijzonder dringende gevallen, de andere Partij alle ter zake doende informatie die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie, om een voor beide Partijen aanvaardbare oplossing te vinden. Bij voorrang moeten die maatregelen worden gekozen die de goede werking van de Overeenkomst het minst verstoren. Deze maatregelen worden onmiddellijk ter kennis van de andere Partij gebracht; op verzoek van de andere Partij wordt daaromtrent overleg gepleegd.

Artikel 24 Toekomstige ontwikkelingen

De Partijen kunnen deze Overeenkomst met wederzijdse instemming uitbreiden, ten einde de samenwerking te intensiveren en aan te vullen door middel van overeenkomsten met betrekking tot specifieke sectoren of activiteiten.

Wat de toepassing van deze Overeenkomst betreft, kan elke Partij voorstellen formuleren met het oog op de uitbreiding van de wederzijdse samenwerking, rekening houdend met de bij de uitvoering van de Overeenkomst opgedane ervaring.

Artikel 25 Verklaringen en bijlage

De gemeenschappelijke verklaringen en de bijlage bij deze Overeenkomst maken een integrerend deel uit van deze Overeenkomst.

Artikel 26 Clausule inzake de territoriale toepassing van de Overeenkomst

Deze Overeenkomst is van toepassing op het grondgebied waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap van toepassing is, enerzijds, en het grondgebied van de Republiek Korea, anderzijds, onder de in genoemd Verdrag neergelegde voorwaarden.

Artikel 27 Authentieke teksten

Deze Overeenkomst is opgesteld in twee exemplaren, in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Italiaanse, de Nederlandse, de Portugese, de Spaanse, de Zweedse en de Koreaanse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende gevolmachtigden hun handtekening onder deze Kaderovereenkomst hebben gesteld.

GEDAAN te Luxemburg, de achtentwintigste oktober negentienhon- derdzesennegentig.


De Overeenkomst is op 28 oktober 1996 ondertekend voor:

België1)

Denemarken

Duitsland

de Europese Gemeenschappen

Finland

Frankrijk

Griekenland

Ierland

Italië

het Koninkrijk der Nederlanden

Luxemburg

Oostenrijk

Portugal

Spanje

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland

Zweden

en

Korea


1) Deze handtekening verbindt eveneens de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest.

Bijlage

Intellectuele, industriële en commerciële eigendom als bedoeld in artikel 9

– Berner Conventie ter bescherming van werken van letterkunde en kunst (Akte van Parijs, 1971);

– Internationaal Verdrag inzake de bescherming van uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen en omroeporganisaties (Rome, 1961);

– Overeenkomst van Parijs voor de bescherming van industriële eigendom (Akte van Stockholm, 1967, aangepast in 1979);

– Verdrag tot samenwerking inzake octrooien (Washington, 1970, aangepast en gewijzigd in 1979 en 1984);

– Schikking van Madrid betreffende de internationale inschrijving van merken (Akte van Stockholm, 1967, aangepast in 1979);

– Protocol van Madrid inzake de internationale inschrijving van merken (Madrid, 1989);

– Overeenkomst van Nice betreffende de internationale classificatie van de waren en diensten ten behoeve van de inschrijving van merken (Genève, 1977, aangepast in 1979);

– Verdrag van Boedapest inzake de internationale erkenning van het depot van micro-organismen ten dienste van de octrooiverlening (1977, gewijzigd in 1980);

– Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekprodukten (Akte van Genève, 1991).


Gemeenschappelijke verklaringen

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 7

De Partijen gaan ermee akkoord dat scheepvaartondernemingen van de andere Partij zich op hun grondgebied kunnen vestigen voor de uitoefening van hun scheepvaartactiviteiten, onder dezelfde voorwaarden voor de vestiging en de uitoefening van hun activiteiten als die welke gelden voor hun eigen ondernemingen of voor filialen of vestigingen van ondernemingen uit derde landen, al naar gelang welke voorwaarden gunstiger zijn.


Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 9

De Partijen komen overeen dat, voor de toepassing van deze Overeenkomst, intellectuele en commerciële eigendom met name auteursrechten omvat, waaronder auteursrechten van computerprogramma's en naburige rechten, rechten op octrooien, industriële ontwerpen, geografische aanduidingen, met inbegrip van oorsprongsbenamingen, handelsmerken en dienstmerken, topografieën van geïntegreerde schakelingen, alsmede de bescherming tegen oneerlijke concurrentie, zoals bedoeld in artikel 10 bis van de Overeenkomst van Parijs voor de bescherming van industriële eigendom en de bescherming van niet-openbaar gemaakte informatie over know-how.


Gemeenschappelijke interpretatieve verklaring betreffende artikel 23

De Partijen komen, met het oog op de juiste interpretatie en de praktische toepassing van de Overeenkomst, in onderling overleg, overeen dat onder „bijzonder dringende gevallen" in artikel 23 van de Overeenkomst worden verstaan „gevallen waarin sprake is van een materiële schending van de Overeenkomst door een van beide Partijen". Een materiële schending van de Overeenkomst is:

  • a. een verwerping van de Overeenkomst die in strijd is met de algemene regels van het internationaal recht of

  • b. een schending van een essentieel onderdeel van de Overeenkomst, zoals bedoeld in artikel 1.

    De Partijen komen overeen dat de in artikel 23 bedoelde „passende maatregelen" in overeenstemming dienen te zijn met het internationaal recht.


D. PARLEMENT

De Overeenkomst behoeft ingevolge artikel 91 van de Grondwet de goedkeuring van de Staten-Generaal, alvorens het Koninkrijk aan de Overeenkomst kan worden gebonden.

G. INWERKINGTREDING

De bepalingen van Overeenkomst, verklaringen en bijlage zullen ingevolge artikel 21, eerste lid, juncto artikel 25 van de Overeenkomst in werking treden op de eerste dag van de tweede maand volgende op de dag waarop de Partijen elkaar in kennis hebben gesteld van de voltooiing van de daartoe vereiste juridische procedures.

J. GEGEVENS

Bij gelegenheid van de ondertekening van de onderhavige Overeenkomst werden op 28 oktober 1996 in het proces-verbaal van ondertekening van de Overeenkomst unilaterale verklaringen afgelegd. De Nederlandse tekst1 van het proces-verbaal luidt als volgt:

Proces-verbaal van ondertekening van de Kaderovereenkomst inzake Handel en Samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds

De gevolmachtigden van de verdragsluitende partijen zijn heden overgegaan tot de ondertekening van de kaderovereenkomst inzake handel en samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds, en hebben kennis genomen van de bij dit proces-verbaal gevoegde bijlagen.

GEDAAN te Luxemburg, de achtentwintigste oktober negentienhonderd zesennegentig.


Het proces-verbaal van ondertekening van de onderhavige Overeenkomst is ondertekend voor:

de Europese Gemeenschap

en

Korea


Unilaterale verklaringen

Verklaring van de Europese Gemeenschap betreffende artikel 8

De Europese Gemeenschap spreekt haar bezorgdheid uit over en is erg begaan met de problemen die zijn ontstaan en waarschijnlijk nog zullen ontstaan door de huidige groei van de capaciteit van de scheepsbouwindustrie op de wereldmarkt.

In dit verband vestigt zij de aandacht op de verklaring die zij in Parijs heeft afgelegd naar aanleiding van de afsluiting van de besprekingen over de OESO-Overeenkomst inzake de scheepsbouw op 21 december 1994, die op dit punt van kracht blijft.

De Europese Gemeenschap verzoekt de Republiek Korea samen te werken met de Europese Gemeenschap en de andere Partijen bij de OESO-Overeenkomst inzake de scheepsbouw, ten einde het ernstig verstoorde structurele evenwicht tussen vraag en aanbod van de scheepsbouw op de wereldmarkt terug te dringen.


Verklaring van de Republiek Korea betreffende artikel 7, lid 2

De Republiek Korea verklaart met betrekking tot de bepalingen inzake maritiem vervoer in artikel 7, lid 2, sub a, dat zij in toekomstige bilaterale overeenkomsten met derde landen die betrekking hebben op het handelsverkeer in droge en vloeibare bulkgoederen, slechts in uitzonderlijke gevallen bepalingen zal opnemen inzake vrachtverdeling, namelijk wanneer Koreaanse scheepvaartmaatschappijen anders geen reële kans zouden krijgen om aan het handelsverkeer van en naar het betrokken derde land deel te nemen.


Interpretatieve verklaring

Verklaring van de Republiek Korea betreffende artikel 9, lid 2

„Law on Protection of Geographical Indications, die op 1 juli 1998 in werking treedt, onder voorbehoud van de wetgevingsprocedure" betekent dat de Republiek Korea uiterlijk op 1 juli 1998 alle noodzakelijke, juridisch bindende maatregelen zal treffen om te voldoen aan de bepalingen betreffende de bescherming van geografische aanduidingen, uit hoofde van de WTO/TRIP's-Overeenkomst.


Verwijzingen

Van het op 25 maart 1957 te Rome tot stand gekomen Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, naar welk Verdrag wordt verwezen in onder meer de preambule tot de onderhavige Overeenkomst, is de Franse tekst geplaatst in Trb. 1957, 74 en de Nederlandse tekst in Trb. 1957, 91; zie ook, laatstelijk, Trb. 1995, 76.

Van het op 7 februari 1992 te Maastricht tot stand gekomen Verdrag betreffende de Europese Unie, naar welk Verdrag wordt verwezen in de preambule tot de onderhavige Overeenkomst, is de Nederlandse tekst geplaatst in Trb. 1992, 74; zie ook, laatstelijk, Trb. 1994, 28.

Het Oprichtingsverdrag van de Europese Gemeenschap is gewijzigd bij de volgende verdragen:

– het op 8 april 1965 te Brussel tot stand gekomen Verdrag tot instelling van één Raad en één Commissie welke de Europese Gemeenschappen gemeen hebben, met Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Gemeenschappen, waarvan de Nederlandse en de Franse tekst zijn geplaatst in Trb. 1965, 130; zie ook, laatstelijk, Trb. 1994, 266.

– de op 17/28 februari 1986 te Luxemburg/'s-Gravenhage tot stand gekomen Europese Akte, waarvan de Nederlandse tekst is geplaatst in Trb. 1986, 63; zie ook, laatstelijk, Trb. 1995, 79.

– en het hogergenoemde Verdrag betreffende de Europese Unie.

Van de op 15 april 1994 te Marrakesh tot stand gekomen Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel (GATT), als gewijzigd bij de Uruguay-ronde, naar welke Overeenkomst onder meer wordt verwezen in de preambule tot de onderhavige Overeenkomst, is de Engelse tekst geplaatst in Trb. 1994, 235 (blz. 16 e.v.) en de vertaling in Trb. 1995, 130 (blz. 19 e.v.); zie ook, laatstelijk, Trb. 1996, 325.

De Wereldhandelsorganisatie (WTO), naar welke Organisatie onder meer wordt verwezen in de preambule tot de onderhavige Overeenkomst is opgericht bij de op 15 april 1994 te Marrakesh tot stand gekomen Overeenkomst, waarvan de Engelse tekst is geplaatst in Trb. 1994, 235 en de vertaling in Trb. 1995, 130; zie ook, laatstelijk, Trb. 1996, 325.

Van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, naar welke Verklaring wordt verwezen in de preambule tot de onderhavige Overeenkomst, zijn de Engelse tekst, alsmede de vertaling afgedrukt in rubriek J van Trb. 1969, 99.

Van de op 15 april 1994 te Marrakesh tot stand gekomen Overeenkomst inzake overheidsopdrachten, naar welke Overeenkomst wordt verwezen in artikel 5, vierde lid, van de onderhavige Overeenkomst, is de Engelse tekst geplaatst in Trb. 1994, 235 (blz. 406) en de vertaling in Trb. 1995, 130 (blz. 438); zie ook, laatstelijk, Trb. 1996, 325.

Van het op 6 april 1974 te Genève tot stand gekomen Verdrag inzake een gedragscode voor Lijnvaartconferenties, naar welk Verdrag wordt verwezen in artikel 7, eerste lid, letter a, van de onderhavige Overeenkomst, is de tekst geplaatst in Trb. 1979, 177. De vertaling is geplaatst in Trb. 1980, 165; zie ook, laatstelijk, Trb. 1995, 245.

De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling is ingesteld bij een op 14 december 1960 te Parijs tot stand gekomen Verdrag, waarvan de tekst is geplaatst in Trb. 1961, 42 en de vertaling in Trb. 1961, 60. Zie ook, laatstelijk, Trb. 1994, 193.

Van de op 15 april 1994 te Marrakesh tot stand gekomen Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de Intellectuele Eigendom, naar welke Overeenkomst wordt verwezen in artikel 9, tweede lid, van de onderhavige Overeenkomst, is de Engelse tekst geplaatst in Trb. 1994, 235 (blz. 337) en de vertaling in Trb. 1995, 130 (blz. 361); zie ook, laatstelijk, Trb. 1996, 325.

In de Bijlage bij de onderhavige Overeenkomst wordt verwezen naar de volgende verdragen

– de op 26 oktober 1961 te Rome tot stand gekomen Internationale Overeenkomst ter bescherming van uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen en radio-omroeporganisaties, waarvan tekst en vertaling zijn geplaatst in Trb. 1986, 192; zie ook Trb. 1995, 16.

– de op 24 juli 1971 te Parijs tot stand gekomen Herziene Berner Conventie van 9 september 1886 voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst, waarvan de Franse en de Engelse tekst zijn geplaatst in Trb. 1972, 157; zie ook, laatstelijk, Trb. 1996, 312.

– het op 14 juli 1967 te Stockholm tot stand gekomen Herzien Ver-drag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom, waarvan de Franse tekst is geplaatst in Trb. 1969, 144 en de vertaling in Trb. 1970, 187; zie ook, laatstelijk, Trb. 1996, 308.

– het op 19 juni 1970 te Washington tot stand gekomen Verdrag tot samenwerking inzake octrooien, waarvan de Engelse en de Franse tekst, alsmede de vertaling, zijn geplaatst in Trb. 1973, 20; zie ook, laatstelijk, Trb. 1996, 25.

– de op 14 april 1891 te Madrid tot stand gekomen Schikking van Madrid betreffende de internationale inschrijving van merken, zoals herzien te Stockholm op 14 juli 1967. Van de herziening van 14 juli 1967 is de Franse tekst geplaatst in Trb. 1969, 143 en de vertaling in Trb. 1970, 180; zie ook, laatstelijk, Trb. 1996, 126.

– het op 27 juni 1989 te Madrid tot stand gekomen Protocol bij de Schikking van Madrid betreffende de internationale inschrijving van merken, waarvan de Engelse en de Franse tekst, alsmede de vertaling, zijn geplaatst in Trb. 1990, 44.

– de Overeenkomst van Nice van 15 juni 1957 betreffende de internationale classificatie van de waren en diensten ten behoeve van de inschrijving van merken, zoals herzien te Genève op 13 mei 1977. De Engelse en de Franse tekst, alsmede de vertaling, van de herziening van 1977 zijn geplaatst in Trb. 1978, 60; zie ook, laatstelijk, Trb. 1996, 313.

– het op 28 april 1977 te Boedapest tot stand gekomen Verdrag van Boedapest inzake de internationale erkenning van het depot van micro-organismen ten dienste van de octrooiverlening, waarvan de Engelse en de Franse tekst, alsmede de vertaling, zijn geplaatst in Trb. 1978, 90; zie ook, laatstelijk, Trb. 1996, 314.

– het Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekprodukten van 2 december 1961, zoals herzien te Genève op 10 november 1972, 23 oktober 1978 en 19 maart 1991, waarvan de Engelse en de Franse tekst van de herziening van 1991 zijn geplaatst in Trb. 1992, 52 en de vertaling in Trb. 1993, 153.

Uitgegeven de tiende april 1997

De Minister van Buitenlandse Zaken,

H. A. F. M. O. VAN MIERLO


XNoot
1

De Deense, de Duitse, de Engelse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Italiaanse, de Portugese, de Spaanse, de Zweedse en de Koreaanse tekst zijn niet afgedrukt.

XNoot
1

Voor de Republiek Korea met uitzondering van de Agrochemical Management Law, die op 1 januari 1997 in werking treedt, en de Seedlings Industry Law, (alsmede de Law on Protection of Geographical Indications), die op 1 juli 1998 in werking treden, onder voorbehoud van de wetgevingsprocedure.

XNoot
1

De Deense, de Duitse, de Engelse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Italiaanse, de Portugese, de Spaanse, de Zweedse en de Koreaanse tekst zijn niet afgedrukt.

Naar boven