A. TITEL

Notawisseling tussen de Nederlandse Regering en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland houdende een verdrag inzake voorrechten en immuniteiten te verlenen aan verbindingsambtenaren en andere personeelsleden die vanwege de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland bij de Europol Drugs Eenheid te 's-Gravenhage worden tewerkgesteld;

Bonn, 30 november/22 december 1994

B. TEKST

De tekst van de nota's is geplaatst in Trb. 1995, 24.

D. PARLEMENT

Zie Trb. 1995, 24.

Het in de nota's vervatte verdrag is bij brieven van 15 maart 1995 in overeenstemming met artikel 13, eerste lid, van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen ter kennis gebracht van de Eerste en de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

G. INWERKINGTREDING

Zie Trb. 1995, 24.

Het in de nota's vervatte verdrag is voor onbepaalde tijd verlengd ingevolge de in rubriek J hieronder afgedrukte nota's.

J. GEGEVENS

Zie Trb. 1995, 24.

Op 8 december 1995 en 11 januari 1996 zijn te Bonn tussen de Nederlandse en de Duitse Regering nota's gewisseld tot verlenging van het onderhavige verdrag. De tekst van bedoelde nota's luidt als volgt:

Nr. I

Nr. Bon-37258

Sträßchensweg 10 53113 Bonn

NOTA

De Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden biedt het Ministerie van Buitenlandse Zaken van de Bondsrepubliek Duitsland zijn complimenten aan en heeft de eer, onder verwijzing naar haar nota nr. Bon-35183 van 30 november 1994 betreffende het verdrag met betrekking tot de voorlopige status van bij Europol 's-Gravenhage gedetacheerd personeel en de nota nr. A2: 301-511.11/3 van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van de Bondsrepubliek Duitsland van 22 december 1994 namens de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden voor te stellen het verdrag dat door genoemde nota's wordt gevormd te verlengen voor onbepaalde duur.

De Ambassade maakt van deze gelegenheid gebruik om het Ministerie van Buitenlandse Zaken van de Bondsrepubliek Duitsland de hernieuwde verzekering van zijn zeer bijzondere hoogachting te geven.

Bonn, 8 december 1995

Ministerie van Buitenlandse Zaken van de Bondsrepubliek Duitsland Referaat 701 53113 Bonn


Nr. II

AUSWÄRTIGES AMT Az.: 301/E13-511.11/3

Verbalnote

Das Auswärtige Amt beehrt sich, den Eingang der Verbalnote der Königlich Niederländischen Botschaft vom 8. Dezember 1995 zu bestätigen, die in deutscher Übersetzung wie folgt lautet:

»Die Königlich Niederländische Botschaft beehrt sich, dem Auswärtigen Amt unter Bezugnahme auf ihre Verbalnote vom 30. November 1994 – Nr. Bon-35183 über den Vertrag zwischen der Regierung des Königreichs der Niederlande und der Regierung der Bundesrepublik Deutschland über den vorläufigen Status des im Namen der Regierung der Bundesrepublik Deutschland zu Europol in Den Haag abgeordneten Personals und die Verbalnote des Auswärtigen Amts vom 22. Dezember 1994, Az.: 301-511.11/3 im Namen des Königreichs der Niederlande vorzuschlagen, den Vertrag, der von den obengenannten Verbalnoten gebildet wird, auf unbestimmte Zeit zu verlängern.«

Das Auswärtige Amt beehrt sich, der Königlich Niederländischen Botschaft mitzuteilen, daß sich die Regierung der Bundesrepublik Deutschland mit dem Inhalt der vorgenannten Note der Königlich Niederländischen Botschaft einverstanden erklärt. Demgemäß bilden die Verbalnote der Königlich Niederländischen Botschaft vom 8. Dezember 1995 und diese Antwortnote eine Vereinbarung zwischen der Regierung der Bundesrepublik Deutschland und der Regierung des Königreichs der Niederlande, die am fünfzehnten Tag nach Eingang bei der Königlich Niederländischen Botschaft in Kraft tritt und für einen unbestimmten Zeitraum, längstens jedoch bis zum Inkrafttreten der in Artikel 41 des Europol-Übereinkommens vorgesehenen Vereinbarungen, gelten wird.

Das Auswärtige Amt benutzt diesen Anlaß, die Königlich Niederländische Botschaft erneut seiner ausgezeichneten Hochachtung zu versichern.

Bonn, den 11. Januar 1996

An die Königlich Niederländische Botschaft Sträßchensweg 10 53 113 Bonn


Ingevolge het in de derde alinea van Nota Nr. II gestelde is het verlengingsverdrag op 31 januari 1996 in werking getreden.

Ingevolge artikel 7, onderdeel e, van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen behoeft het verdrag tot verlenging geen goedkeuring van de Staten-Generaal.

Uitgegeven de zesentwintigste februari 1996

De Minister van Buitenlandse Zaken,

H. A. F. M. O. VAN MIERLO

Naar boven