A. TITEL

Verdrag inzake het verhaal in het buitenland van uitkeringen tot onderhoud;

New York, 20 juni 1956

B. TEKST

De Engelse en de Franse tekst van het Verdrag zijn geplaatst in Trb. 1957, 121.

C. VERTALING

Zie Trb. 1957, 121.

D. PARLEMENT

Zie Trb. 1962, 106.

E. BEKRACHTIGING

Zie Trb. 1957, 121, Trb. 1962, 1061, Trb. 1969, 22, Trb. 1970, 31 en Trb. 1980, 28.

Behalve de aldaar genoemde Staten heeft nog de volgende Staat in overeenstemming met artikel 13, tweede lid, van het Verdrag een akte van bekrachtiging bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties nedergelegd:

Mexico323 juli 1992

F. TOETREDING

Zie Trb. 1957, 121, Trb. 1962, 1061, Trb. 1969, 22, Trb. 1970, 31 en Trb. 1980, 283.

Behalve de aldaar genoemde hebben nog de volgende Staten in overeenstemming met artikel 13, derde lid, van het Verdrag een akte van toetreding bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties nedergelegd:

Australië412 februari 1985
Kaapverdië513 september 1985
Nieuw-Zeeland626 februari 1986
Cyprus7 8 mei 1986
Roemenië810 april 1991

Verklaring van voortgezette gebondenheid

De volgende Staten hebben de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties medegedeeld zich gebonden te achten aan het Verdrag:

Slovenië 1 juli 1992
Slowakije928 mei 1993
Kroatië1020 september 1993
Bosnië-Herzegowina111 september 1993
de Tsjechische Republiek30 september 1993
De Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië10 maart 1994

G. INWERKINGTREDING

Zie Trb. 1957, 121, Trb. 1962, 106, Trb. 1970, 31 en Trb. 1980, 28.

H. TOEPASSELIJKVERKLARING

Zie Trb. 1970, 31.

De Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland heeft op 29 november 1984 de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties medegedeeld, dat de bepalingen van het Verdrag overeenkomstig artikel 12 van toepassing zullen zijn op het eiland Man vanaf 1 december 1984.

Voorts heeft de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland ingevolge artikel 2, derde lid, van het Verdrag medegedeeld, dat als verzendende en ontvangende instelling voor het eiland Man is aangewezen:

The Secretary of State

Home Office (C2 Division)

Queen Anne's Gate

Londen SW1H 9AT

J. GEGEVENS

Zie Trb. 1957, 121, Trb. 1962, 106, Trb. 1969, 2, Trb. 1970, 31 en Trb. 1980, 28.

Voor het op 26 juni 1945 te San Francisco tot stand gekomen Handvest der Verenigde Naties zie ook, laatstelijk, Trb. 1994, 277.

Voor het op 26 juni 1945 te San Francisco tot stand gekomen Statuut van het Internationale Gerechtshof zie ook, laatstelijk, Trb. 1987, 114.

Voor het op 24 oktober 1956 te 's-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag nopens de wet welke op alimentatieverplichtingen jegens kinderen toepasselijk is zie ook, laatstelijk, Trb. 1987, 50.

Voor het op 15 april 1958 te 's-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag nopens de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen over onderhoudsverplichtingen jegens kinderen zie ook, laatstelijk, Trb. 1994, 89.

Voor het op 2 oktober 1973 te 's-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag inzake de wet die van toepassing is op onderhoudsverplichtingen zie ook, laatstelijk, Trb. 1994, 99.

De tekst van mededelingen op grond van artikel 3, tweede lid, van het Verdrag door Suriname, Nieuw-Zeeland, Cyprus en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland kan worden opgevraagd bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken, Directie Verdragen.

Uitgegeven de twaalfde februari 1996

De Minister van Buitenlandse Zaken,

H. A. F. M. O. VAN MIERLO


XNoot
1

De Regering van Zweden heeft op 14 april 1981 aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties medegedeeld, dat als verzendende instelling voortaan ook is aangewezen „the Stockholm County Social Insurance Office".

Voorts heeft de Regering van Zweden op 11 november 1988 de volgende mededeling gedaan met betrekking tot de gedeeltelijke intrekking van een bij de bekrachtiging van het Verdrag op 1 oktober 1958 gemaakte voorbehoud (zie Trb. 1962, 106).„Sweden withdraws the reservations made in respect of Article 9, paragraph 2 in the Convention done at New York on 20 June 1956 on the recovering abroad of maintenance, and makes the following limited reservations in respect of paragraph 1 of the same Article:

Where the proceedings are pending in Sweden, the exemptions in the payment of costs and the facilities provided in paragraph 1 shall be granted only to persons resident in a State Party to the Convention or to any person who would otherwise enjoy such advantages under an agreement concluded with the State of which he is a national."

De intrekking heeft effect gekregen op 11 november 1988.De Regering van de Bondsrepubliek Duitsland heeft ingevolge artikel 2, derde lid, van het Verdrag op 3 november 1982 medegedeeld, dat voortaan als ontvangende instelling vanaf 1 november 1982 optreedt:

Bundesverwaltungsamt (Federal Office of Administration)

Aussenstelle Bad Homburg (Bad Homburg field office)

Postfach 12 54

D-6380 Bad Homburg v.d. Höhe

Federal Republic of Germany

Voorts heeft de Regering van Duitsland op 21 februari 1991, overeenkomstig artikel 2 van het Verdrag de volgende mededeling gedaan:

„The Federal Republic of Germany declares that the Convention on the Recovery Abroad of Maintenance of 20 June 1956 remains fully valid for the Federal Republic of Germany following the establishment of German unity on 3 October 1990. With effect from 3 October 1990, the rights and obligations deriving from the Convention relate to the entire territory of the united Germany. With regard to paragraph 3 of Article 2 of the said Convention, it is hereby communicated by way of clarification that the Receiving Agency designated, namely

Bundesverwaltungsamt

Aussenstelle Bad Homburg

Postfach 1254

D-6380 Bad Homburg

is the Receiving Agency for the entire territory of the united Germany.

The transmitting Agencies for the five new Länder of the Federal Republic of Germany will be communicated as soon as they have been designated under the domestic law of the Federal Republic of Germany.

"De Regering van Duitsland heeft op 29 oktober 1992, overeenkomstig artikel 2, eerste lid, van het Verdrag medegedeeld dat als verzendende autoriteiten van de nieuwe vijf deelstaten zijn aangewezen:

Land Brandenburg: Brandenburg Ministry of Justice, Potsdam

Land Mecklenburg - Ministry of Justice, Federal and European

Western Pomerania: Affairs of Mecklenburg-Western Pomerania, Schwerin

Land Saxony: Saxon Ministry of Justice, Dresden

Land Saxony-Anhalt: Ministry of Justice of Saxony-Anhalt, Magdeburg

Land Thuringia: Thuringian Ministry of Justice, Erfurt

De Regering van Joegoslavië heeft op 8 augustus 1991 medegedeeld dat in overeenstemming met artikel 2, derde lid, van het Verdrag, vanaf 1 juli 1991 de naam van de verzendende instelling „the Federal Secretariat for Finance, the Office for Protection of the Yugoslav Property Abroad" is veranderd in „Federal Secretariat for Finance, the Treasury of the Federation, the Office for the Protection of the Yugoslav Property Abroad".

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden heeft overeenkomstig artikel 2, eerste en tweede lid, van het Verdrag met ingang van 18 oktober 1993 als verzendende en ontvangende instelling aangewezen:

Raad voor de Kinderbescherming 's-Gravenhage

Dependance Gouda, LBIO

Bureau Verdrag van New York

Postbus 800

2800 AV Gouda.

XNoot
2

De Regering van Griekenland heeft ingevolge artikel 2, derde lid, van het Verdrag op 13 april 1982 medegedeeld dat als verzendende instelling is aangewezen:

„Ministry of Foreign Affairs" en als ontvangende instelling:

„Direction of Judiciary Affairs,

Ministry of Justice".

XNoot
3

De Regering van Mexico heeft overeenkomstig artikel 2, eerste en tweede lid, van het Verdrag medegedeeld dat als verzendende en ontvangende instelling is aangewezen:

„Secretaría de Relaciones Exteriores, Consultoría Jurídica

Homero 213, Piso 16, Col. Chapultepec Morales

Mexico, D.F.

Tels. (525) 254-7306 and 254-7318

Telefax (525) 327-3201

Telex 1 76 34 79".

XNoot
1

De Regering van Noorwegen heeft op 6 juli 1990 medegedeeld dat als de nieuwe verzendende instelling is aangewezen:

The Maintenance Enforcement Office in Oslo

International Division

Sagveien 21

0458 OSLO 4

Norway

Op 5 maart 1992 heeft de Regering van Noorwegen medegedeeld dat met ingang van 1 januari 1992 bovengenoemde instelling als verzendende en ontvangende instelling is aangewezen.

Voorts heeft de Regering van Noorwegen op 6 juni 1995 medegedeeld dat met ingang van 1 oktober 1992 als verzendende en ontvangende instelling is aangewezen:

Folketrygdkontoret for Utenlandssaker

(The National Insurance Office for Social Insurance Abroad)

Bidragskontoret (Child Maintenance Division)

PB 8138 Dep.

0032 Oslo

XNoot
2

De Regering van de Centraalafrikaanse Republiek heeft ingevolge artikel 2, derde lid, van het Verdrag op 2 november 1985 het volgende medegedeeld:

„...... a distinction should be drawn between two situations:

A. First situation: The Central African Republic has concluded a judicial convention:

1. With France, under the Agreement on Co-operation in Judicial Matters, dated 18 January 1965, the Agency which transmits or receives the maintenance claims is the Minister of Justice, Keeper of the Seals. Claims are received or sent in the form of writs of debt, judgements or decrees, and the Ministers of Justice of the two States transmit them to the competent official, in this case the Procureur Général at the Court of Appeals of the respondent's residence, for execution.

2. With the African countries signatories of the Tananarive Convention of 12 September 1961, the exchanges are made through theProcureurs Généraux at the Court of Appeals.

B. Second situation: The Central African Republic has not concluded a judicial convention with a particular country.

Claims for recovery of maintenance are transmitted by theProcureur Général at the Court of Appeals or the Minister of Justice, who refers them to the Minister for Foreign Affairs of the Central African Republic, who refers them to the Minister for Foreign Affairs of the country where the respondent resides.

Claims originating abroad follow the same procedure."(VN-vertaling)

Overeenkomstig artikel 3, tweede lid, van het Verdrag heeft de Regering van de Centraalafrikaanse Republiek op 2 november 1985 het volgende medegedeeld:

„– The name of the agency which issued the document

– The nature of the document in question

– The name and capacity of the parties

– The name and address of the addressee.

Proof of delivery of the document shall take the form of either a receipt dated and signed by the addressee or a certificate issued by the Receiving Agency which states the fact of receipt and the month and date of the delivery. One or the other of these proofs shall be sent directly to the Transmitting Agency." (VN-vertaling)

XNoot
3

De Regering van Suriname heeft ingevolge artikel 2, derde lid, van het Verdrag op 1 februari 1982 medegedeeld, dat als verzendende en ontvangende instelling is aangewezen:

De Voogdijraad te Paramaribo

(Paramaribo Guardianship Board)

7 Grote Combeweg

Paramaribo

SurinameVoorts heeft de Regering van Suriname ingevolge artikel 2, derde lid, van het Verdrag op 19 juli 1985 medegedeeld, dat de naam van de verzendende en ontvangende instelling van de „De Voogdijraad te Paramaribo" is veranderd in „Bureau for Family Law Affairs".

De Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland heeft ingevolge artikel 2, derde lid, van het Verdrag op 19 april 1982 medegedeeld, dat als verzendende en ontvangende instelling voor Noord-Ierland met ingang van 1 april 1982 is aangewezen:

The Lord Chancellor's Department

Windsor House

9/15 Bedford Street

Belfast BT2 7EA

Voorts heeft de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland ingevolge artikel 2, derde lid, van het Verdrag op 29 november 1984 medegedeeld, dat als verzendende en ontvangende instelling is aangewezen:

Voor Schotland: The Scottish Courts Administration 26/27 Royal Terrace Edinburgh EH7 5AH

Voor Engeland en Wales: The Secretary of State Home Office (C2 Division) Queen Anne's Gate London SW1H 9AT

De Regering van Barbados heeft overeenkomstig artikel 3, tweede lid, van het Verdrag op 6 augustus 1985 aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties medegedeeld, dat „the laws of Barbados require no further evidence for the proof of maintenance claims than that which is provided for by the Convention".

De Regering van Luxemburg heeft op 25 april 1991 medegedeeld dat in plaats van het Ministerie van Justitie thans als verzendende en ontvangende instelling is aangewezen:

M. le Procureur général d'Etat

12, Côte d'Eich

Boîte postale 15

L-2010 Luxembourg

De Regering van Turkije heeft op 13 juli 1994 medegedeeld dat als verzendende en ontvangende instelling is aangewezen:

The General Directorate for International Law and Foreign Affairs of the Ministry of Justice.

XNoot
4

Onder de volgende verklaring:„Australia wishes to declare, in accordance with Article 12, that with the exception of the Territory of Norfolk Island, the Convention shall not be applicable to the territories for the international relations of which Australia is responsible."

XNoot
5

De Regering van Kaapverdië heeft involge artikel 2, derde lid, van het Verdrag medegedeeld, dat als verzendende instellingen zijn aangewezen „Regional Courts" en dat als ontvangende instelling is aangewezen „Procuradoria-General da Republica".

Overeenkomstig artikel 3, tweede lid, van het Verdrag heeft de Regering van Kaapverdië medegedeeld, dat "the evidence normally required under the law of the State of the Receiving Agency for the proof of maintenance claims, the manner in which such evidence should be submitted, and other requirements to be complied with under such law, are as follows:

(a) Certification of the degree of relationship: marriage certificate, where the claimant is the spouse and birth certificate in the case of children entitled to a maintenance allowance.

(b) A declaration from the employer of the claimant stating his income if he is employed; if not, a declaration issued by the administrative authorities of the place of residence certifying that the claimant does not have an income." (VN-vertaling)

XNoot
6

Onder de volgende verklaring:

De Regering van Nieuw-Zeeland heeft op 26 februari 1986 verklaard dat de bepalingen van het Verdrag overeenkomstig artikel 12 niet van toepassing zullen zijn op het eiland Niue en de Tokelau-eilanden.

De Regering van Nieuw-Zeeland heeft ingevolge artikel 2, derde lid, van het Verdrag op 8 mei 1986 medegedeeld, dat als verzendende en ontvangende instelling is aangewezen „the Department of Justice, Private Bag, Postal Centre, Wellington, New Zealand".

Voorts heeft de Regering van Nieuw-Zeeland overeenkomstig artikel 3, tweede lid, van het Verdrag op 8 mei 1986 medegedeeld dat „concerning the evidence normally required in New Zealand for proof of a maintenance claim, that each maintenance application transmitted to New Zealand should include:

– the details stated in Article 3, paragraphs 3 and 4, of the Convention

– where possible, relevant marriage and birth certificates

– an information sheet as in Form 3 which is part of the hereinafter mentioned Annex

– a declaration of financial means as in Forms 1 and 4 which are part of the hereinafter mentioned Annex

– one original and two copies of all the above-mentioned documents

– English translations of all documents, together with the translator's qualifications.

De tekst van de mededeling ingevolge artikel 3, tweede lid, van het Verdrag met alle hierboven bedoelde bijlagen kan worden opgevraagd bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken, Directie Verdragen.

XNoot
7

Onder de mededeling, overeenkomstig artikel 2, derde lid, van het Verdrag, dat als verzendende en ontvangende instelling is aangewezen „the Ministry of Justice of the Republic".

XNoot
8

De Regering van Roemenië heeft als verzendende autoriteit aangewezen:

Ministry of Justice of Romania

Bd. Mihail Kogalniceanu 33

Bucharest 70749

en als ontvangende autoriteit:

Baroul de Avocati al Municipiului Bucuresti

Bd. Magheru 22

Bucharest 70158

XNoot
9

De Regering van Slowakije heeft overeenkomstig artikel 2 van het Verdrag medegedeeld dat met ingang van 1 januari 1993 als verzendende en ontvangende instelling is aangewezen:

Centrum pre medziárodnosprávnu ochranu deté a mládeže

(Centre for the international legal protection of children and youth)

Spitálska 6

P.O. Box 57

81499 BRATISLAVA

Slovakia

XNoot
10

De Regering van Kroatië heeft overeenkomstig artikel 2, eerste lid, van het Verdrag medegedeeld dat als verzendende autoriteit „Ministry of Finance" en als ontvangende autoriteit „Ministry of Work and Welfare" zijn aangewezen.

XNoot
11

De Regering van Bosnië-Herzegowina heeft „the Ministry of Health" aangewezen als de bevoegde autoriteit.

Voorts heeft de Regering van Bosnië-Herzegowina op 22 maart 1994 medegedeeld het „Ministry for Refugees, Employment and Social Protection" te hebben aangewezen ter vervanging van de eerder aangewezen autoriteit.

Naar boven