Tractatenblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum totstandkoming
Ministerie van Buitenlandse ZakenTractatenblad 1996, 253Verdrag

A. TITEL

Overeenkomst inzake watergebieden van internationale betekenis, in het bijzonder als verblijfplaats voor watervogels;

Ramsar (Iran), 2 februari 1971

B. TEKST

De Engelse en de Franse tekst van de Overeenkomst zijn geplaatst in Trb. 1975, 84. De Overeenkomst is gewijzigd bij het hieronder in rubriek J genoemde Protocol van 3 december 1982.

Zie voor de ondertekeningen ook Trb. 1980, 90, Trb. 1986, 132 en Trb. 1990, 141.

C. VERTALING

Zie Trb. 1975, 84.

D. PARLEMENT

Zie Trb. 1980, 90 en rubriek J hieronder.

E. BEKRACHTIGING

Zie Trb. 1975, 84, Trb. 1980, 90, Trb. 1986, 132 en rubriek J van Trb. 1990, 141.

Behalve de aldaar genoemde hebben nog de volgende Staten in overeenstemming met artikel 9, derde lid, een akte van bekrachtiging nedergelegd bij de Directeur-Generaal van de Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur:

Costa Rica27 december 1991
Peru30 maart 1992
Argentinië1 4 mei 1992

F. TOETREDING

Zie Trb. 1980, 90, Trb. 1986, 132 en Trb. 1990, 141.

Behalve de aldaar genoemde hebben nog de volgende Staten in overeenstemming met artikel 9, derde lid, van de Overeenkomst een akte van toetreding1 nedergelegd bij de Directeur-Generaal van de Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur:

Kenya 5 juni 1990
Sri Lanka15 juni 1990
Guatemala26 juni 1990
Bolivia27 juni 1990
Burkina Faso27 juni 1990
Ecuador 7 september 1990
Panama26 november 1990
Roemenië21 mei 1991
Zambia28 augustus 1991
China31 maart 1992
Indonesië 8 april 1992
Bangladesh21 mei 1992
Guinee18 november 1992
Trinidad en Tobago21 december 1992
Papoea-Nieuw-Guinea16 maart 1993
Namibië23 augustus 1995
Albanië31 oktober 1995
Zaïre18 januari 1996
Ivoorkust27 februari 1996

Verklaring van voortgezette gebondenheid

De volgende Staat heeft verklaard zich gebonden te achten aan de bepalingen van de Overeenkomst:

De Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië 4 april 1995

G. INWERKINGTREDING

Zie Trb. 1980, 90, Trb. 1986, 132 en Trb. 1990, 141.

H. TOEPASSELIJKVERKLARING

Zie Trb. 1980, 90.

Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland heeft de bepalingen van de Overeenkomst mede van toepassing verklaard op:

Anguilla15 februari 1991
de Britse Maagdeneilanden15 februari 1991
het eiland Man 1 juni 1992

Inwerkingtreding voor Anguilla en de Britse Maagdeneilanden op 15 juni 1991 en voor het eiland Man op 1 oktober 1992

J. GEGEVENS

Verwijzingen

Zie Trb. 1975, 84, Trb. 1980, 90, Trb. 1986, 132 en Trb. 1990, 1411.

Voor het op 26 juni 1945 te San Francisco tot stand gekomen Handvest der Verenigde Naties zie ook, laatstelijk, Trb. 1994, 277.

Voor het op 16 november 1945 te Londen tot stand gekomen Statuut van de Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur zie ook Trb. 1996, 167.

Voor het op 26 oktober 1956 te New York tot stand gekomen Statuut van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie zie Trb. 1990, 51.

Voor het op 3 december 1982 te Parijs tot stand gekomen Protocol tot wijziging van de onderhavige Overeenkomst zie ook Trb. 1996, 254.

Wijziging d.d. 3 juni 1987

De Engelse en de Franse tekst alsmede de vertaling van de op 3 juni 1987 te Regina (Canada) tot stand gekomen wijzigingen van de onderhavige Overeenkomst zijn geplaatst in Trb. 1990, 141.

Bij brieven van 19 juli 1991 (Kamerstukken II 1990/91, 22 204 (R 1417), nr. 1) zijn de wijzigingen van de Overeenkomst in overeenstemming met artikel 91, juncto additioneel artikel XXI, eerste lid, onderdeel a, van de Grondwet op de voet van artikel 61, derde lid, van de Grondwet naar de tekst van 1972 overgelegd aan de Eerste en de Tweede Kamer der Staten-Generaal en in overeenstemming met artikel 24, eerste lid, van het Statuut voor het Koninkrijk aan de Staten van de Nederlandse Antillen en van Aruba.

De toelichtende nota die de brieven vergezelde, is ondertekend door de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij J. D. GABOR en de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken P. DANKERT.

De goedkeuring door de Staten-Generaal is verleend op 17 september 1991.

Behalve de in rubriek J van Trb. 1990, 1411 genoemde hebben nog de volgende Staten in overeenstemming met artikel 10 bis, zesde lid, een akte van aanvaarding van de wijzigingen nedergelegd bij de Directeur-Generaal van de Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur:

Australië25 juli 1990
Ierland28 augustus 1990
Hongarije20 september 1990
Liechtenstein 6 augustus 1991
het Koninkrijk der Nederlanden19 november 1991
(voor het gehele Koninkrijk)
de Russische Federatie11 februari 1992
Zuid-Afrika14 februari 1992
Indonesië 8 april 1992
Bangladesh21 mei 1992
Griekenland22 mei 1992
Mexico 2 november 1992
Oostenrijk18 december 1992
Trinidad en Tobago21 december 1992
Tunesië26 januari 1993
IJsland18 juni 1993
Armenië 6 juli 1993
Nieuw-Zeeland 7 juli 1993
Polen19 augustus 1993
Litouwen20 augustus 1993
Jordanië27 augustus 1993
Denemarken 3 januari 1994
Senegal 1 april 1994
Frankrijk 1 juli 1994
Turkije13 juli 1994
Iran20 juli 1994
Ecuador21 februari 1995
Paraguay 7 juni 1995
Togo 4 juli 1995
Namibië23 augustus 1995
Letland 5 september 1995
Chili15 september 1995
Albanië31 oktober 1995
Zaïre18 januari 1996

De wijzigingen van de Overeenkomst zijn ingevolge artikel 10 bis, zesde lid, op 1 mei 1994 in werking getreden voor de Staten die voor of op 3 januari 1994 een akte van aanvaarding van de wijzigingen hebben nedergelegd. Voor elke Staat die na deze datum zijn akte van aanvaarding van de wijzigingen nederlegt, treden de wijzigingen in werking op de eerste dag van de vierde maand volgend op de datum van nederlegging van zijn akte.

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, zijn de wijzigingen voor het gehele Koninkrijk op 1 mei 1994 in werking getreden.

Uitgegeven de drieëntwintigste september 1996

De Minister van Buitenlandse Zaken a.i.,

W. KOK


XNoot
1

Onder de volgende verklaring:

“The Argentine Republic rejects the extension by the United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland of the application of the “Convention on Wetlands of International Importance especially as Waterfowl Habitat", signed at Ramsar on 2 February 1971 and amended by the Protocol of Paris of 3 December 1982, to the Malvinas [Falkland Islands], South Georgia and South Sandwich Islands and reasserts its sovereignty over those islands, which are an integral part of its national territory.

The Argentine Republic draws attention to the fact that the United Nations General Assembly adopted resolutions 2065 (XX), 3160 (XXVIII), 31/49, 37/9, 39/6, 40/21, 41/40, 42/19 and 43/25 by which it recognizes the existence of a dispute over sovereignty and invites the Governments of the Argentine Republic and the United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland to enter into negotiations in order to find ways of achieving a peaceful and definitive solution to the problems still outstanding between the two countries, including all matters relating to the future of the Malvinas Islands, in accordance with the Charter of the United Nations.

The Argentine Republic also rejects the extension to the so-called “British Antarctic Territories" and reasserts its legitimate rights to territorial sovereignty over the Argentinian Sector of Antarctica, which lies between the meridians of 25° and 74° of longitude West and between the parallel of 60° latitude South and the South Pole, and its rights in Antarctica as a riparian State under international law. These rights, well-established on historical and geographical grounds, are protected by Article IV of the Antarctic Treaty."

Hierop heeft het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland op 22 februari 1993 de volgende mededeling gedaan:

“The Government of the United Kingdom have no doubt about the sovereignty of the United Kingdom over the Falkland Islands, South Georgia, and South Sandwich Islands and the British Antarctic Territory, nor about their consequent right to extend the application of the above Convention to those territories. The right was exercised on 5 January 1976 in respect of the Falkland Islands and South Georgia and South Sandwich Islands. Accordingly the Government of the United Kingdom do not accept or regard as having any legal effect the declaration made by the Government of the Argentine Republic. At the same time, the Embassy wish to recall that no extension of the Convention to the British Antarctic Territory has been made."

XNoot
1

Toetreding tot de Overeenkomst zoals gewijzigd door het Protocol van 1982.

XNoot
1

Bij de vermelding van Malta op blz. 4 is de verwijzing naar noot 1) op dezelfde bladzijde weggevallen.

Op 3 oktober 1990 is de Duitse Democratische Republiek toegetreden tot de Bondsrepubliek Duitsland.

XNoot
1

In het overzicht van Staten die een akte van aanvaarding van de wijzigingen hebben nedergelegd dienen de volgende correcties te worden aangebracht:

de Bondsrepubliek Duitsland* 20 juni 1990

Bulgarije 21 juni 1990

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland** 27 juni 1990

* Onder de volgende verklaring:

In connection with this deposit of today of the instrument of acceptance to the above-mentioned amendments, I have the honour to declare on behalf of the Government of the Federal Republic of Germany that the said amendments shall also apply to Berlin (West) with effect from the date on which they enter into force for the Federal Republic of Germany."

** Onder de vermelding dat de aanvaarding betrekking heeft op:

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland

het baljuwschap Jersey

Bermuda

de Caymaneilanden

de Falklandeilanden

Gibraltar

Hongkong

Montserrat

de Pitcairn-, Henderson, Ducie- en Oeno-eilanden

Sint-Helena met onderhorigheden

South Georgia en de South Sandwich eilanden

de Turks- en Caicoseilanden.