Tractatenblad van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum totstandkoming |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Buitenlandse Zaken | Tractatenblad 1996, 137 | Verdrag |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum totstandkoming |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Buitenlandse Zaken | Tractatenblad 1996, 137 | Verdrag |
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Uganda inzake het project „Programma voor de ontwikkeling van het district Lira";
Kampala, 18 maart 1996
Agreement between the Kingdom of the Netherlands and the Republic of Uganda concerning the Project “Lira District Development Programme"
The Kingdom of the Netherlands and the Republic of Uganda have entered into the following Agreement:
1. The Parties shall jointly execute a first phase of a long term programme to be known as “Lira District Development Programme", Netherlands activity-number UG004201.
2. The overall long term development objective of the project is to improve the quality of life in Soroti district, particularly for the lower income groups, through sustainable broad-based economic growth and available and accessible basic social services. The development will be equitable and sustainable for the members of the communities.
3. The first phase of the project is planned to last three years, from 1 January 1996 till 31 December 1998.
4. The value of the Netherlands contribution is estimated at NLG 10,085,355 (ten million, eighy-five thousand, three hundred fifty-five Dutch guilders).
The Parties shall establish by common consent a Project Document indicating in detail the contribution of either Party, the number of Netherlands personnel and their job-descriptions, the duration of their stay on the Project and a description of the equipment and materials to be made available.
The Republic of Uganda shall take any measures which may be necessary to exempt the Netherlands personnel from regulations or other legal provisions which may interfere with operations under this Agreement, and shall grant them such other facilities as may be necessary for the speedy and efficient execution of the project, as described in the Plan of Operations approved by the Parties. The Republic of Uganda shall:
1. grant the Netherlands personnel, their spouses and dependents, the prompt issuance free of charge of necessary visas, licences or permits;
2. grant the Netherlands personnel access to the site of work and all necessary rights of way;
3. grant the Netherlands personnel free movement, whether within or to or from the country;
4. grant the Netherlands personnel, their spouses and their dependants repatriation facilities in time of national and international crisis;
5. grant the Netherlands personnel, their spouses and dependents exemption from national service obligations;
6. exempt the Netherlands personnel from taxes, duties or fees on:
a) the salaries, emoluments or wages in connection with this Agreement paid by the Netherlands Government;
b) any property, for their personel use (including one motor vehicle) imported in or exported from Uganda;
7. grant the Netherlands personnel immunity from legal action in respect of words spoken or written and in respect of all acts performed by them in their official capacity.
Privileges and immunities are not granted to the Netherlands personnel for the personal benefit of the individuals themselves. The Kingdom of the Netherlands shall waive the immunity in any case where, in its opinion, the immunity would impede the course of justice and can be waived without prejudice to its interests.
1. The Republic of Uganda shall indemnify and hold harmless the Kingdom of the Netherlands and the personnel supplied by the Kingdom of the Netherlands against any liability, arising from any act of omission made in the course of the performance of the duties of the Netherlands personnel and causing the death or physical injury to a third party or damage to the property of a third party, unless such liability derives from wilful misconduct or from gross negligence on the part of one or more of the experts.
2. If the Republic of Uganda has to deal with any claim in accordance with the preceding paragraph, it will be entitled to exercise all rights to which the Kingdom of the Netherlands or the Netherlands personnel are entitled.
1. The Republic of Uganda shall exempt from all import and export duties and other official charges the equipment (including motor-vehicles) and other supplies provided by the Kingdom of the Netherlands in connection with the project.
2. The ownership of all equipment and materials supplied by the Kingdom of the Netherlands will be transferred to the Republic of Uganda at the end of the project, unless both Parties agree otherwise.
1. This Agreement will enter into force for the period of one year on the day of its signature.
2. Unless this Agreement is denounced 30 days before the end of the year it is deemed to be prolonged indefinitely.
3. In case this Agreement is prolonged indefinitely the Agreement will end on the date on which the project has been completed.
4. After termination of the Agreement in conformity with the paragraph 2 and 3 of this Article the provisions of the Agreement will be applied for a further period of 6 months maximum, with a view to the administrative completion of the project.
DONE in duplicate at Kampala on 18 March 1996 in the English language.
For the Kingdom of the Netherlands
(sd.) P. V. LINSSEN
Mrs. P. V. Linssen
Chargé d'Affaires
Royal Netherlands Embassy
For the Republic of Uganda
(sd.) E. TUMUSIIME-MUTEBILE
Mr. E. Tumusiime-Mutebile
Permanent Secretary
Ministry of Finance and Economic Planning
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Uganda inzake het project "Programma voor de ontwikkeling van het district Lira"
Het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Uganda zijn het volgende overeengekomen:
1. De Partijen voeren gezamenlijk een eerste fase uit van een langlopend programma onder de naam „Programma voor de ontwikkeling van het district Lira", Nederlands activiteitennummer UG004201.
2. De algemene ontwikkelingsdoelstelling op lange termijn van het project is verbetering van de kwaliteit van het leven in het district Lira, met name voor de lagere-inkomensgroepen, via duurzame economische groei op brede grondslag en via beschikbare en toegankelijke sociale basisvoorzieningen. De ontwikkeling zal rechtvaardig en duurzaam zijn voor de leden van de gemeenschappen.
3. Volgens het plan zal de eerste fase van het project drie jaar duren, van 1 januari 1996 tot en met 31 december 1998.
4. De Nederlandse bijdrage wordt geraamd op NLG 10.085.355 (tien miljoen vijfentachtigduizend driehonderdvijfenvijftig Nederlandse gulden).
De Partijen stellen in gezamenlijk overleg een projectdocument op, waarin de bijdrage van elk van beide Partijen, het aantal Nederlandse personeelsleden en hun taakomschrijving, de duur van hun verblijf in het kader van het project en een beschrijving van de beschikbaar te stellen uitrusting en materialen nader worden vermeld.
De Republiek Uganda neemt alle maatregelen die noodzakelijk kunnen zijn om de Nederlandse personeelsleden ontheffing te verlenen van voorschriften of andere wettelijke bepalingen die een belemmering kunnen vormen voor de handelingen uit hoofde van dit Verdrag en verleent hun de faciliteiten die noodzakelijk kunnen zijn voor een spoedige en doelmatige uitvoering van het project, zoals omschreven in het door beide Partijen goedgekeurde werkplan. De Republiek Uganda verleent:
1. de Nederlandse personeelsleden, hun echtgenoten en gezinsleden onmiddellijk en kosteloos de noodzakelijke visa, vergunningen of machtigingen;
2. de Nederlandse personeelsleden toegang tot de werklocatie en alle noodzakelijke rechten van doorgang;
3. de Nederlandse personeelsleden vrijheid van beweging, zowel in als naar of vanuit het land;
4. de Nederlandse personeelsleden, hun echtgenoten en hun gezinsleden repatriëringsfaciliteiten ten tijde van nationale en internationale crisis;
5. de Nederlandse personeelsleden, hun echtgenoten en gezinsleden vrijstelling van nationale dienstplicht;
6. de Nederlandse personeelsleden vrijstelling van belastingen, rechten of heffingen op:
a. het salaris, emolumenten of loon, in verband met dit Verdrag betaald door de Nederlandse Regering;
b. alle goederen voor persoonlijk gebruik (met inbegrip van een motorvoertuig) die worden ingevoerd in of uitgevoerd uit Uganda;
7. de Nederlandse personeelsleden immuniteit van rechtsvervolging met betrekking tot gesproken of geschreven woorden en met betrekking tot alle handelingen die door hen worden verricht in hun officiële hoedanigheid.
De voorrechten en immuniteiten worden de Nederlandse personeelsleden niet tot persoonlijk voordeel van henzelf verleend. Het Koninkrijk der Nederlanden doet afstand van immuniteit in alle gevallen waarin, naar zijn oordeel, de immuniteit de loop van het recht zou belemmeren en hiervan afstand kan worden gedaan zonder dat zijn belangen worden geschaad.
1. De Republiek Uganda stelt het Koninkrijk der Nederlanden en de door het Koninkrijk der Nederlanden ter beschikking gestelde personeelsleden schadeloos en vrijwaart ze van elke aansprakelijkheid voortvloeiend uit enig handelen of nalaten in de verrichting van de taken van de Nederlandse personeelsleden dat de dood of lichamelijk letsel van een derde of schade aan goederen van een derde tot gevolg heeft, tenzij deze aansprakelijkheid het gevolg is van opzettelijk onjuist handelen of grove nalatigheid van een of meer deskundigen.
2. Indien de Republiek Uganda een vordering moet behandelen overeenkomstig het voorgaande lid, is zij gerechtigd alle rechten uit te oefenen die het Koninkrijk der Nederlanden of de Nederlandse personeelsleden kunnen doen gelden.
1. De Republiek Uganda verleent vrijstelling van alle in- en uitvoerrechten en andere officiële heffingen op de uitrusting (met inbegrip van motorvoertuigen) en andere door het Koninkrijk der Nederlanden verstrekte goederen in verband met het project.
2. De eigendom van de door het Koninkrijk der Nederlanden verstrekte uitrusting en materialen wordt aan het einde van het project overgedragen aan de Republiek Uganda, tenzij de Partijen anders overeenkomen.
1. Dit Verdrag treedt op de dag van ondertekening in werking voor de duur van een jaar.
2. Indien dit Verdrag niet 30 dagen voor het einde van het jaar wordt opgezegd, wordt het geacht voor onbepaalde tijd te zijn verlengd.
3. Ingeval dit Verdrag voor onbepaalde tijd wordt verlengd, eindigt het Verdrag op de datum waarop het project is voltooid.
4. Na beëindiging van het Verdrag in overeenstemming met het tweede en derde lid van dit artikel, zullen de bepalingen van het Verdrag gedurende een extra termijn van ten hoogste 6 maanden worden toegepast met het oog op de administratieve afhandeling van het project.
GEDAAN in tweevoud te Kampala op 18 maart 1996 in de Engelse taal.
Voor het Koninkrijk der Nederlanden,
(w.g.) P. V. LINSSEN
P. V. Linssen
Tijdelijk Zaakgelastigde
Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden
Voor de Republiek Uganda,
(w.g.) E. TUMUSIIME-MUTEBILE
E. Tumusiime-Mutebile
Permanent Secretaris
Ministerie van Financiën en Economische Planning
Het Verdrag behoefde ingevolge artikel 7, onderdeel c, van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen niet de goedkeuring der Staten-Generaal alvorens in werking te kunnen treden.
Het Verdrag behoeft ingevolge artikel 91 van de Grondwet de goedkeuring der Staten-Generaal, alvorens op 18 maart 1997 voor onbepaalde tijd te kunnen worden verlengd.
De bepalingen van het Verdrag zijn ingevolge artikel VII, eerste lid, op 18 maart 1996 in werking getreden.
Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, geldt het Verdrag alleen voor Nederland.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/trb-1996-137.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.