A. TITEL

Briefwisseling tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Venezuela houdende een verdrag inzake de tewerkstelling van gezinsleden van diplomaten;

Caracas, 1/8 februari 1995

B. TEKST

Nr. I

Caracas, 1 februari 1995

Excellentie,

Ik heb de eer mij tot Uwe Excellentie te richten en te refereren aan onlangs gehouden besprekingen tussen vertegenwoordigers van de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Venezuela aangaande een verdrag inzake betaalde beroeps- of commerciële werkzaamheden van gezinsleden van personeel van diplomatieke vertegenwoordigingen, consulaire posten en permanente vertegenwoordigingen in beide landen.

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden stelt het volgende voor:

1. Toestemming om beroeps- of commerciële werkzaamheden te verrichten

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Venezuela komen overeen gezinsleden van diplomaten, van beroepsconsulaire ambtenaren en van leden van het administratief, technisch en bedienend personeel, werkzaam bij diplomatieke vertegenwoordigingen, consulaire posten en permanente vertegenwoordigingen van de Republiek Venezuela in het Koninkrijk der Nederlanden en van het Koninkrijk der Nederlanden in de Republiek Venezuela wederzijds toe te staan beroeps- of commerciële werkzaamheden te verrichten in de ontvangende staat, zulks met inachtneming van de volgende bepalingen.

2. Begripsomschrijving

Voor de toepassing van dit verdrag wordt verstaan onder:

    • i. „Verdrag inzake diplomatiek verkeer": het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer van 18 april 1961;

    • ii. „Verdrag inzake consulaire betrekkingen": Het Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen van 24 april 1963;

    • iii. „gezinsleden": leden van het gezin die deel uitmaken van het huishouden van een diplomaat, beroepsconsulair ambtenaar of lid van het administratief, technisch of bedienend personeel van de zendstaat, die als zodanig zijn opgegeven door de zendstaat en die als zodanig zijn aanvaard door de ontvangende staat.

3. Procedures

De Ambassade van de zendstaat dient het Ministerie van Buitenlandse Zaken van de ontvangende staat officieel te verzoeken om toestemming voor gezinsleden om beroeps- of commerciële werkzaamheden te mogen verrichten. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken van de ontvangende staat stelt de Ambassade van de zendstaat er terstond van in kennis dat het gezinslid toestemming heeft beroeps- of commerciële werkzaamheden te verrichten. Eventuele eisen verband houdende met werkvergunningen en andere vergelijkbare formaliteiten zullen welwillend worden toegepast.

4. Immuniteit ten aanzien van de rechtsmacht in strafzaken

  • a. Indien een gezinslid dat beroeps- of commerciële werkzaamheden heeft verricht in overeenstemming met de bepalingen van dit verdrag, in het kader van die arbeid wordt beschuldigd van het begaan van een strafbaar feit, gelden de bepalingen inzake immuniteit ten aanzien van de rechtsmacht in strafzaken van het Verdrag inzake diplomatiek verkeer, het Verdrag inzake consulaire betrekkingen, dan wel enige andere van toepassing zijnde overeenkomst, met inachtneming van de volgende bepalingen.

  • b. In de in letter a) bedoelde gevallen doet de zendstaat, indien de ontvangende staat daarom verzoekt, afstand van de immuniteit van het betrokken gezinslid ten aanzien van de rechtsmacht in strafzaken van de ontvangende staat, behoudens in bijzondere gevallen, wanneer de zendstaat van oordeel is dat bedoelde afstand in strijd is met zijn belangen.

  • c. Het doen van afstand van immuniteit van strafrechtelijke procedures mag niet worden geacht mede betrekking te hebben op de immuniteit ten aanzien van de tenuitvoerlegging van het vonnis, waarvan uitdrukkelijk afstand moet worden gedaan; in dergelijke gevallen neemt de zendstaat het doen van afstand van laatstbedoelde immuniteit ernstig in overweging.

5. Immuniteit ten aanzien van de rechtsmacht in civiel- en administratiefrechtelijke zaken

  • a. Indien een gezinslid beroeps- of commerciële werkzaamheden heeft verricht in overeenstemming met de bepalingen van dit verdrag en zijn rechtspositie is geregeld in het Verdrag inzake diplomatiek verkeer of het Verdrag inzake consulaire betrekkingen, zijn de bepalingen van die laatste Verdragen van toepassing ten aanzien van de werkzaamheden van dat gezinslid, hetgeen inhoudt dat betrokkene deze immuniteit niet geniet met betrekking tot andere uit zijn beroeps- of commerciële werkzaamheden voortvloeiende zaken.

  • b. Indien een gezinslid immuniteit geniet ten aanzien van de rechtsmacht van de ontvangende staat in civiel- en administratiefrechtelijke zaken krachtens een ander van toepassing zijnd verdrag, wordt door de zendstaat afstand gedaan van die immuniteit met betrekking tot alle uit beroeps- of commerciële werkzaamheden van het gezinslid voortvloeiende zaken.

6. Belasting en sociale zekerheid

  • a. Een gezinslid dat beroeps- of commerciële werkzaamheden verricht in overeenstemming met de bepalingen van dit verdrag, blijft vrijgesteld van belastingen, met uitzondering van de belastingen geheven op inkomsten uit die beroeps- of commerciële werkzaamheden.

  • b. Een gezinslid dat beroeps- of commerciële werkzaamheden verricht in overeenstemming met de bepalingen van dit verdrag, is onderworpen aan de wetgeving inzake sociale zekerheid van de ontvangende staat.

7. Niet van toepassing zijn van nationale wetten

  • a. De wettelijke bepalingen van het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Venezuela inzake de beroeps- of commerciële werkzaamheden van vreemdelingen zijn niet van toepassing op gezinsleden die toestemming hebben beroeps- of commerciële werkzaamheden te verrichten in het Koninkrijk der Nederlanden of in de Republiek Venezuela in overeenstemming met dit verdrag.

  • b. De wettelijke bepalingen van het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Venezuela inzake de toelating en het verblijf van vreemdelingen zijn niet van toepassing op gezinsleden die in het Koninkrijk der Nederlanden of de Republiek Venezuela beroeps- of commerciële werkzaamheden hebben verricht in overeenstemming met dit verdrag.

8. Einde van de beroeps- of commerciële werkzaamheden

  • a. De toestemming van een gezinslid om beroeps- of commerciële werkzaamheden te verrichten of voort te zetten vervalt aan het einde van de plaatsing van het personeelslid van de diplomatieke vertegenwoordiging, consulaire post of permanente vertegenwoordiging.

  • b. Een gezinslid dat beroeps- of commerciële werkzaamheden verricht in overeenstemming met de bepalingen van dit verdrag is op grond daarvan niet gerechtigd nog te verblijven in de ontvangende staat of die werkzaamheden te blijven verrichten of andere werkzaamheden te starten, nadat de toestemming is vervallen in overeenstemming met het in letter a) van dit artikel bepaalde.

9. Territoriale toepassing

De toepassing van dit verdrag kan worden uitgebreid tot de Nederlandse Antillen en/of Aruba door middel van een kennisgeving van de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden aan de Regering van de Republiek Venezuela.

10. Inwerkingtreding en beëindiging

Elk van beide Verdragsluitende Partijen kan dit verdrag te allen tijde beëindigen door middel van een schriftelijke kennisgeving, waarna het verdrag niet langer van kracht is vanaf de eerste dag van de zevende maand na de dag waarop de kennisgeving werd gedaan.

Indien de bovenstaande bepalingen aanvaardbaar zijn voor de Regering van de Republiek Venezuela, stel ik voor dat deze brief, tezamen met het antwoord van dezelfde strekking, een verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Venezuela zal vormen, dat in werking treedt op de eerste dag van de tweede maand na de dag waarop Partijen elkaar schriftelijk er van in kennis hebben gesteld dat aan hun wettige en constitutionele vereisten terzake is voldaan.

Ik maak van deze gelegenheid gebruik om aan Uwe Excellentie opnieuw mijn zeer hoge achting kenbaar te maken.

Hoogachtend,

(w.g.) C. M. M. H. R. VAN HANSWIJCK DE JONGE

C. M. M. H. R. van Hanswijck de Jonge

Hr. Ms. Ambassadeur te Caracas

Zijne Excellentie

Dr. Miguel Angel Burelli Rivas

Minister van Buitenlandse Zaken

Caracas.


Nr. I

Caracas, 1 de febrero de 1995

Excelentisimo Señor,

Tengo el honor de dirigirme a Vuestra Excelencia en ocasión de hacer referencia a las recientes conversaciones entre los representantes del Gobierno del Reino de los Países Bajos y el Gobierno de la República de Venezuela relativas a celebrar un Acuerdo sobre el desempeño de trabajos profesionales o comerciales remunerados por parte de los dependientes de los funcionarios adscritos a las misiones diplomáticas, oficinas consulares y misiones permanentes, en ambos países.

El Gobierno del Reino de los Países Bajos propone el texto siguiente:

1. Autorización para desempeñar trabajos profesionales o comerciales

El Gobierno del Reino de los Países Bajos y el Gobierno de la República de Venezuela convienen en autorizar, en base a reciprocidad, a los dependientes de diplomáticos, funcionarios consulares de carrera y miembros del personal administrativo, técnico y de servicio asignados a las misiones diplomáticas, oficinas consulares y misiones permanentes de la República de Venezuela en El Reino de los Países Bajos y del Reino de los Países Bajos en la República de Venezuela, a desempeñar trabajos profesionales o comerciales en el Estado receptor, sujeto a las siguientes disposiciones.

2. Definiciones

A los fines de presente Acuerdo, se entiende por:

  • i) «Convención Diplomática», la Convención de Viena sobre Relaciones Diplomáticas del 18 de abril de 1961;

  • ii) «Convención Consular», la Convención de Viena sobre Relaciones Consulares del 24 de abril de 1963;

  • iii) «Dependientes», miembros de la familia que forman parte del hogar de un diplomático, funcionario consular de carrera o miembro del personal administrativo, técnico y de servicio del Estado acreditante, y quienes hayan sido notificados así por el Estado acreditante y hayan sido aceptados así por el Estado receptor.

3. Procedimientos

La Embajada del Estado acreditante solicitará, oficialmente, al Ministerio de Relaciones Exteriores del Estado receptor la autorización para que los dependientes puedan desempeñar trabajos profesionales o comerciales. El Ministerio de Relaciones Exteriores del Estado receptor notificará a la Embajada del Estado acreditante con prontitud que el dependiente está autorizado a desempeñar trabajos profesionales o comerciales. Cualquier requisito sobre permisos laborales y formalidades similares se aplicará favorablemente.

4. Inmunidad de jurisdicción penal

  • a) En el caso de un dependiente que haya desempeñado trabajos de conformidad con las disposiciones del presente Acuerdo y esté acusado de haber cometido un delito en el curso del desempeño de su trabajo, se aplicarán las disposiciones sobre inmunidad de jurisdicción penal de la Convención Diplomática, de la Convención Consular, o las de cualquier otro acuerdo aplicable, sujetas a las siguientes estipulaciones;

  • b) En los casos previstos en el punto a), el Estado acreditante, si así lo solicitara el Estado receptor, renunciará a la inmunidad del dependiente interesado, a la jurisdicción penal del Estado receptor, salvo en casos especiales en que el Estado acreditante juzgue que dicha renuncia es contraria a sus intereses;

  • c) La renuncia a la inmunidad del proceso penal no será interpretada como extensiva a la inmunidad de ejecución de sentencia, para la cual se requerirá una renuncia específica; en tales casos el Estado acreditante analizará seriamente la renuncia a esta última inmunidad.

5. Inmunidad de jurisdicción civil y administrativa

  • a) En el caso del dependiente que haya desempeñado trabajos profesionales o comerciales de conformidad con lo establecido en el presente Acuerdo, y cuya situación esté regulada por la Convención Diplomática o la Convención Consular, se aplicarán las disposiciones de esas Convenciones respecto a los trabajos profesionales o comerciales del dependiente, por lo tanto, dicha inmunidad no existirá en relación con otras cuestiones que surjan de los trabajos profesionales o comerciales del dependiente.

  • b) En el caso de un dependiente que goce de inmunidad de jurisdicción civil y administrativa del Estado receptor bajo cualquier otro acuerdo internacional aplicable, el Estado acreditante renunciará a dicha inmunidad en relación con todas las cuestiones que surjan de los trabajos del dependiente.

6. Impuestos y seguridad social

  • a) El dependiente que desempeñe trabajos profesionales o comerciales de conformidad con las disposiciones del presente Acuerdo continuará exento de impuestos, con excepción de los impuestos a los ingresos provenientes de dichos trabajos profesionales o comerciales.

  • b) El dependiente que desempeñe trabajos profesionales o comerciales de conformidad con las disposiciones del presente Acuerdo estará sujeto a las leyes sobre seguridad social del Estado receptor.

7. Inaplicabilidad de leyes nacionales

  • a) Las disposiciones legales del Reino de los Países Bajos y de la República de Venezuela que regulan el desempeño de trabajos profesionales o comerciales de extranjeros no serán aplicables a los dependientes que estén autorizados a desempeñar trabajos profesionales o comerciales en el Reino de los Países Bajos o en la República de Venezuela según el presente Acuerdo.

  • b) La disposiciones legales del Reino de los Países Bajos y de la República de Venezuela que regulan el ingreso y la residencia de extranjeros no se aplicarán a los dependientes que desempeñen trabajos profesionales o comerciales en el Reino de los Países Bajos o en la República de Venezuela según el presente Acuerdo.

8. Terminación de los trabajos profesionales o comerciales

  • a) La autorización al dependiente para desempeñar o continuar trabajos profesionales o comerciales finalizará al término de la misión de los funcionarios adscritos a las misiones diplomáticas, oficinas consulares y misiones permanentes.

  • b) El dependiente que desempeñe trabajos profesionales o comerciales de conformidad con las disposiciones del presente Acuerdo, no tendrá por lo tanto derecho a continuar residiendo en el Estado receptor, ni a continuar en el trabajo, ni a iniciar uno nuevo, luego que la autorización haya concluido de acuerdo con el párrafo a) de este Artículo.

9. Aplicación territorial

La aplicación del presente Acuerdo podrá ser extendida a las Antillas Neerlandesas y/o Aruba mediante notificación del Gobierno del Reino de los Países Bajos al Gobierno de la República de Venezuela.

10. Entrada en vigor y terminación

Cualquiera de las Partes Contratantes podrá dar por finalizado el presente Acuerdo por medio de una notificación por escrito, y en cualquier momento; el Acuerdo cesará de tener vigencia al primer día del séptimo mes a partir de la fecha en que fue hecha la notificación.

En caso de que el Gobierno de la República de Venezuela esté conforme con las estipulaciones antes indicadas, propongo que la presente Nota y la repuesta de idéntico tenor, constituyan un Acuerdo entre el Reino de los Países Bajos y la República de Venezuela, que entrará en vigor el primer día del segundo mes en que las Partes se comuniquen pro escrito haber cumplido con sus procedimientos legales y constitucionales.

Hago propicia la ocasión para reiterar a Vuestra Excelencia las seguridades de mi más alta consideración y estima.

Atentamente,

(fdo.) C. M. M. H. R. VAN HANSWIJCK DE JONGE

C. M. M. H. R. van Hanswijck de Jonge Embajador del Reino de los Países Bajos

Excelentísimo Señor:

Dr. Miguel Angel Burelli Rivas

Ministro de Relaciones Exteriores

Su Despacho.


Nr. II

REPUBLICA DE VENEZUELA

MINISTERIO DE RELACIONES EXTERIORES

00202

Caracas, 8 de febrero de 1995

Honorable Embajador:

Tengo el agrado de dirigirme a usted en la oportunidad de dar respuesta a su atenta Nota de fecha 1° de febrero de 1995, en la cual propone en nombre de su Gobierno el Acuerdo siguiente:

(Zoals in Spaanse tekst Nr. I)

Me complazco en confirmarle que el Gobierno de la República de Venezuela está de acuerdo con el contenido de su Nota, la cual junto con la presente comunicación constituyen un Acuerdo entre el Gobierno de la República de Venezuela y el Gobierno del Reino de los Países Bajos.

Hago propicia la ocasión para renovarle las seguridades de mi más alta consideración.

(fdo.) M. A. BURELLI RIVAS

Miguel Angel Burelli Rivas

Ministro de Relaciones Exteriores

Al Honorable Señor

C. M. M. H. R. van Hanswijck de Jonge

Embajador Extraordinario y Plenipotenciario

del Reino de los Paises Bajos

D. PARLEMENT

Het in de brieven vervatte verdrag behoeft ingevolge artikel 91 van de Grondwet de goedkeuring der Staten-Generaal, alvorens het Koninkrijk aan het verdrag kan worden gebonden.

G. INWERKINGTREDING

De bepalingen van het in de brieven vervatte verdrag zullen ingevolge punt 10 van de brieven in werking treden op de eerste dag van de tweede maand na de dag waarop Partijen elkaar schriftelijk ervan in kennis hebben gesteld dat aan hun wettige en constitutionele vereisten terzake is voldaan.

J. GEGEVENS

Van het op 18 april 1961 tot stand gekomen Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer, naar welk Verdrag onder meer in punt 2 van de brieven wordt verwezen, is de tekst geplaatst in Trb. 1962, 101 en de vertaling in Trb. 1962, 159; zie ook, laatstelijk, Trb. 1994, 212.

Van het op 24 april 1963 tot stand gekomen Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen, naar welk Verdrag onder meer in punt 2 van de brieven wordt verwezen, is de tekst geplaatst in Trb. 1965, 40 en de vertaling in Trb. 1981, 143; zie ook, laatstelijk, Trb. 1994, 213.

Uitgegeven de zevende april 1995

De Minister van Buitenlandse Zaken,

H. A. F. M. O. VAN MIERLO

Naar boven