A. TITEL
Verdrag inzake de samenwerking op het gebied van cultuur, onderwijs,
wetenschappen en welzijn tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Vlaamse
Gemeenschap in het Koninkrijk België;
Antwerpen, 17 januari 1995
B. TEKST
Verdrag inzake de samenwerking op het gebied van cultuur,
onderwijs, wetenschappen en welzijn tussen het Koninkrijk der Nederlanden
en de Vlaamse Gemeenschap in het Koninkrijk België
Het Koninkrijk der Nederlanden
en
de Vlaamse Gemeenschap in het Koninkrijk België,
hierna te noemen de „Verdragsluitende Partijen",
Gelet op hun verbondenheid op het gebied van geschiedenis en cultuur alsmede
hun gemeenschappelijke taal,
Gelet op het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk
België inzake de Nederlandse Taalunie,
Gelet op hun gemeenschappelijke belangen, inzonderheid in Europa,
Geleid door de wil de culturele samenwerking in de ruimste zin te bevorderen
en te ontwikkelen alsmede in dit kader internationaal gezamenlijk op te treden,
Ervan overtuigd dat deze samenwerking zal bijdragen tot meer wederzijds
begrip en vriendschap,
Zijn het volgende overeengekomen:
Artikel 1
De Verdragsluitende Partijen werken zo nauw mogelijk samen op het gebied
van cultuur, onderwijs, wetenschappen en welzijn.
Artikel 2
Tot dit doel voeren de Verdragsluitende Partijen een beleid dat zoveel
mogelijk en op basis van wederkerigheid de rechtstreekse samenwerking op deze
gebieden tussen overheden, personen, instellingen en organisaties bevordert.
Dit geldt in het bijzonder voor de samenwerking in de grensgebieden.
Artikel 3
De Verdragsluitende Partijen streven naar onderlinge afstemming en coördinatie
en waar mogelijk en wenselijk naar een gemeenschappelijk beleid.
Artikel 4
De Verdragsluitende Partijen streven naar samenwerking in en met derde
landen.
Artikel 5
De Verdragsluitende Partijen voeren, waar mogelijk, vooraf overleg over
in Europese organen en multilaterale fora in te nemen standpunten.
Artikel 6
Voor de bevordering van de wederzijdse bekendheid stimuleren de Verdragsluitende
Partijen de uitwisseling van informatie en documentatie. Tevens wordt de uitwisseling
van deskundigen aangemoedigd.
Artikel 7
De Verdragsluitende Partijen stellen een Commissie in, paritair samengesteld
en bestaande uit ambtelijke en niet-ambtelijke leden.
De Commissie stelt een huishoudelijk reglement vast.
De Commissie evalueert de uitvoering van dit Verdrag en brengt terzake
advies uit.
Artikel 8
De Commissie overlegt periodiek met de Algemeen Secretaris van de Nederlandse
Taalunie met het oog op afstemming van de samenwerking, zoals voorzien in
dit Verdrag, op de in het Taalunieverdrag geregelde samenwerking op het gebied
van de Nederlandse taal en letteren.
Artikel 9
Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand, volgend
op de dag waarop de Verdragsluitende Partijen elkaar schriftelijk ervan in
kennis hebben gesteld, dat aan de constitutionele vereisten hiervoor is voldaan.
Artikel 10
Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, kan de toepassing van dit
Verdrag tot de Nederlandse Antillen en Aruba worden uitgebreid door middel
van schriftelijke kennisgeving van de Nederlandse Regering aan de Vlaamse
Regering.
Artikel 11
1. Bij inwerkingtreding van dit Verdrag eindigt, wat de Vlaamse Gemeenschap
betreft, de samenwerking in het kader van het Verdrag betreffende de culturele
en intellectuele betrekkingen tussen Nederland en België van 16 mei 1946.
2. Indien de toepassing van dit Verdrag wordt uitgebreid tot de Nederlandse
Antillen en/of Aruba eindigt de samenwerking in het kader van de Overeenkomst
betreffende de culturele betrekkingen en het Protocol van Uitvoering van 4
juni 1975 tussen het desbetreffende deel van het Koninkrijk der Nederlanden
en de Vlaamse Gemeenschap.
Artikel 12
1. Indien één der Verdragsluitende Partijen dit Verdrag
opzegt, stelt zij de andere Verdragsluitende Partij daarvan schriftelijk in
kennis; de opzegging van het Verdrag wordt van kracht zes maanden na de datum
van ontvangst van een dergelijke kennisgeving door de andere Verdragsluitende
Partij.
2. Indien de toepassing van dit Verdrag tot de Nederlandse Antillen en/of
Aruba is uitgebreid, is het Koninkrijk der Nederlanden gerechtigd de toepassing
van dit Verdrag ten aanzien van een deel van het Koninkrijk afzonderlijk te
beëindigen.
TEN BLIJKE WAARVAN de vertegenwoordigers van de Regeringen der Verdragsluitende
Partijen, daartoe naar behoren gemachtigd, dit Verdrag hebben ondertekend.
OPGEMAAKT in Antwerpen, op 17 januari 1995, in twee originele exemplaren.
Voor het Koninkrijk der Nederlanden
(w.g.) J. M. M. RITZEN
(w.g.) M. PATIJN
Voor de Vlaamse Gemeenschap in het Koninkrijk België
(w.g.) H. WECKX
(w.g.) L. VAN DEN BOSSCHE
D. PARLEMENT
Het Verdrag behoeft ingevolge artikel 91 van de Grondwet de goedkeuring
van de Staten-Generaal, alvorens het Koninkrijk aan het Verdrag kan worden
gebonden.
G. INWERKINGTREDING
De bepalingen van het Verdrag zullen ingevolge artikel 9 in werking treden
op de eerste dag van de tweede maand, volgend op de dag waarop de Verdragsluitende
Partijen elkaar schriftelijk ervan in kennis hebben gesteld, dat aan de onderscheiden
constitutionele vereisten hiervoor is voldaan.
J. GEGEVENS
Van het op 16 mei 1946 te 's-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag tussen
het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België betreffende de
culturele en intellectuele betrekkingen, naar welk Verdrag in artikel 11 van
het onderhavige Verdrag wordt verwezen, zijn de Nederlandse en de Franse tekst
bekendgemaakt in Stb. I 9. Zie voorts Trb. 1957, 133; zie ook,
laatstelijk, Trb. 1969, 103.
Van de op 4 juni 1975 te 's-Gravenhage tot stand gekomen Overeenkomst
tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België betreffende
de culturele betrekkingen tussen de Nederlandse Antillen en België en
van het Protocol van Uitvoering naar welke Overeenkomst en welk Protocol eveneens
in artikel 11 van het onderhavige Verdrag wordt verwezen, is de tekst geplaatst
in Trb. 1975, 64; zie ook Trb. 1976, 21.