A. TITEL

Verdrag inzake de doorvoerhandel van en naar Staten zonder zeekust;

New York, 8 juli 1965

B. TEKST

De Engelse en de Franse tekst van het Verdrag zijn geplaatst in Trb. 1966, 168.

C. VERTALING

Zie Trb. 1966, 168 en Trb. 1972, 4.

D. PARLEMENT

Zie Trb. 1972, 4.

E. BEKRACHTIGING

Zie Trb. 1972, 41.

Behalve de aldaar genoemde hebben nog de volgende Staten in overeenstemming met artikel 18 van het Verdrag een akte van bekrachtiging bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties nedergelegd:

Wit-Rusland211 juli 1972
de Oekraïne321 juli 1972
de Sowjet-Unie421 juli 1972
Chili25 oktober 1972
Centrafrikaanse Republiek9 augustus 1989

F. TOETREDING

Zie Trb. 1972, 41.

Behalve de aldaar genoemde hebben nog de volgende Staten in overeenstemming met artikel 19 van het Verdrag een akte van toetreding bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties nedergelegd:

Australië 2 mei 1972
Senegal 5 augustus 1985
Burkina Faso23 maart 1987

Verklaring van voortgezette gebondenheid

De volgende Staten hebben aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties medegedeeld zich gebonden te achten aan het Verdrag:

Kroatië 3 augustus 1992
Slowakije228 mei 1993
de Tsjechische Republiek230 september 1993

G. INWERKINGTREDING

Zie Trb. 1972, 4.

J. GEGEVENS

Zie Trb. 1966, 168 en Trb. 1972, 4.

Voor het op 26 juni 1945 te San Francisco tot stand gekomen Handvest der Verenigde Naties zie ook, laatstelijk, Trb. 1994, 277.

Voor het op 26 juni 1945 te San Francisco tot stand gekomen Statuut van het Internationale Gerechtshof zie ook, laatstelijk, Trb. 1987, 114.

Voor het op 6 maart 1948 te Genève tot stand gekomen Verdrag nopens de Intergouvernementele Maritieme Consultatieve Organisatie zie ook, laatstelijk, Trb. 1994, 44.

Voor het op 9 april 1965 te Londen tot stand gekomen Verdrag inzake het vergemakkelijken van het internationale verkeer ter zee, zie ook, laatstelijk, Trb. 1994, 209.

Uitgegeven de zeventiende oktober 1995

De Minister van Buitenlandse Zaken,

H. A. F. M. O. VAN MIERLO


XNoot
1

De Regering van Hongarije heeft op 8 december 1989 het bij de bekrachtiging gemaakte voorbehoud ingetrokken.

XNoot
2

Onder het volgende voorbehoud:“The Byelorussian Soviet Socialist Republic does not consider itself bound by the provisions of article 16 of the Convention on Transit Trade of Land-locked States, under which members of the arbitration commission may be appointed by the President of the International Court of Justice, and declares that, in each individual case, the consent of the contending States is necessary for the appointment of members of the arbitration commission by the President of the International Court of Justice." (vertaling)en met dezelfde verklaring als afgelegd bij de ondertekening (zie Trb. 1966, 168, blz. 37).

XNoot
3

Onder hetzelfde voorbehoud en dezelfde verklaring als gemaakt bij de ondertekening (zie Trb. 1966, 168, blz. 35 en 37).

XNoot
4

Onder hetzelfde voorbehoud als gemaakt en dezelfde verklaring als afgelegd bij de ondertekening (zie Trb. 1966, 168, blz. 35 en 37).

XNoot
1

De Regering van Mongolië heeft op 19 juli 1990 het bij de toetreding gemaakte voorbehoud ingetrokken.

XNoot
2

Onder handhaving van het door Tsjechoslowakije bij de ondertekening gemaakte en bij de bekrachtiging bevestigde voorbehoud met betrekking tot artikel 16 (zie Trb. 1966, 168, blz. 25).

Naar boven