Tractatenblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum totstandkoming
Ministerie van Buitenlandse ZakenTractatenblad 1995, 205Verdrag

A. TITEL

Verdrag tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen, gericht tegen de veiligheid van de burgerluchtvaart;

Montreal, 23 september 1971

B. TEKST

De Engelse en de Franse tekst van het Verdrag zijn geplaatst in Trb. 1971, 218. Voor ondertekeningen zie ook Trb. 1973, 159.

C. VERTALING

Zie Trb. 1971, 218.

D. PARLEMENT

Zie Trb. 1973, 159.

E. BEKRACHTIGING

Zie Trb. 1973, 1591, Trb. 1974, 169 en Trb. 1981, 115.

Behalve de aldaar genoemde hebben voorts nog de volgende Staten in overeenstemming met artikel 15, tweede lid, van het Verdrag een akte van bekrachtiging nedergelegd:

 te Londente Moskoute Washington
Congo19- 3-1987   
Haïti  9- 5-1984
India12-11-198225-11-198212-11-19822
Jamaica  16- 9-1983
Jemen (Noord-)11- 8-1987 30- 9-1986
Laos  6- 4-1989
Luxemburg18- 5-198218- 5-198218- 5-1982
Ruanda   3-11-1987
Venezuela  21-11-19833

2) Onder een voorbehoud met betrekking tot artikel 14, eerste lid, van het Verdrag.

3) Onder het volgende voorbehoud met betrekking tot de artikelen 4, 7 en 8:“Venezuela will take into consideration clearly political motives and the circumstances under which offences described in Article 1 of this Convention are committed, in refusing to extradite or prosecute an offender, unless financial extortion or injury to the crew, passengers, or other persons has occurred."(vertaling)

Naar aanleiding van het door Venezuela gemaakte voorbehoud heeft de Regering van Groot-Brittannië en Noord-Ierland op 6 augustus 1985 het volgende bezwaar gemaakt:

“The Government of the United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland do not regard as valid the reservation made by the Government of the Republic of Venezuela insofar as it purports to limit the obligation under Article 7 of the Convention to submit the case against an offender to the competent authorities of the State for the purpose of prosecution."

Daarop heeft de Regering van Venezuela op 21 november 1985 het volgende medegedeeld:

“The reserve made by the Government of Venezuela to Articles 4, 7 and 8 of the Convention is based on the fact that the principle of asylum is contemplated in Article 116 of the Constitution of the Republic of Venezuela. Article 116 reads:

`The Republic grants asylum to any person subject to persecution or which finds itself in danger, for political reasons, within the conditions and requirements established by the laws and norms of international law.'

It is for this reason dat the Government of Venezuela considers that in order to protect this right, which would be diminished by the application without limits of the said articles, it was necessary to request the formulation of the declaration contemplated in Art. 2 of the Law approving the Convention for the Suppression of Unlawful Acts Against the Security of Civil Aviation."

Naar aanleiding van het door Venezuela gemaakte voorbehoud heeft de Regering van Italië op 21 november 1985 het volgende bezwaar gemaakt:

“The Government of Italy does not consider as valid the reservation formulated by the Government of the Republic of Venezuela due to the fact that it may be considered as aiming to limit the obligation under Article 7 of the Convention to submit the case against an offender to the competent authorities of the State for the purpose of prosecution."

F. TOETREDING

Zie Trb. 1973, 159, Trb. 1974, 169 en Trb. 1981, 115.

Behalve de aldaar genoemde hebben voorts nog de volgende Staten in overeenstemming met artikel 15, tweede lid, van het Verdrag een akte van toetreding nedergelegd:

 te Londente Moskoute Washington
Afghanistan  26- 9-19841
Antigua en Barbuda22- 7-1985   
Bahamas  27-12-1984
Bahrein20- 2-19841  
Bhutan28-12-1988   
Brunei Darussalam16- 4-1986 1- 8-198613- 5-1986
Burkina Faso  19-10-1987
de Centraalafrikaanse Republiek   1- 7-1991
de Comoren   1- 8-1991
Djibouti  24-11-1992
Equatoriaal-Guinea   3- 1-1991
Estland10- 1-199414- 1-199422-12-1993
Georgïe 20- 4-1994 
Guinee   2- 5-1984
Honduras  13- 4-1987
Jemen (Noord-) 29- 9-1986  
Jemen (Zuid-) 19- 5-19881 
Kazachstan  4- 4-1995  
Liberia   1- 2-1982
Madagaskar  18-11-1986
de Maldiven1- 9-1987   
Maleisië 4- 5-1985 4- 5-1985 4- 5-1985
Malta14- 6-1991   
de Marshalleilanden  31- 5-1989
Mauritius  25- 4-1983
Monaco 3- 6-1983   
Nauru  17- 5-1984
Oeganda  19- 7-1982
Oezbekistan 7- 2-1994  
Qatar  26- 8-19811
Saint Lucia   8-11-1983
Saint Vincent en de Grenadines29-11-1991   
Tanzania   9- 8-1983
Tunesië16-11-19812 4-12-198122-12-19811
Vanuatu   6-11-1989
de Verenigde Arabische Emiraten14- 4-19813  
Zambia  3- 3-1987
Zimbabwe 6- 2-1989  8- 2-1989

1) Onder een voorbehoud met betrekking tot artikel 14, eerste lid, van het Verdrag.

2) Onder het volgende voorbehoud:

«..la réserve suivante concernant la deuxième phrase du paragraphe 1er de l'article 14 de la Convention de Montréal: <le différend pourra être soumis à la Cour Internationale de Justice avec l'accord de toutes les Parties au différend>.»

3) Onder de volgende verklaring:

“In accepting the said Convention, the Government of the United Arab Emirates takes the view that its acceptance of the said Convention does not in any way imply its recognition of Israel, nor does it oblige to apply the provisions of the Convention in respect of the said country.

The Government of the United Arab Emirates wishes further to indicate that its understanding described above is in conformity with general practice existing in the United Arab Emirates regarding signature, ratification or acceptance to a Convention of which a country not recognised by the United Arab Emirates is a party."

Naar aanleiding van bovenstaande door de Verenigde Arabische Emiraten afgelegde verklaring heeft de Regering van Israël op 5 januari 1982 de volgende verklaring afgelegd:

“The Government of Israel takes note that an Instrument of Accession to the Convention for the Suppression of Unlawful Acts Against the Safety of Civil Aviation, done at Montreal on 23 September 1971, was received from the Government of the United Arab Emirates and placed in the archives of Her Majesty's Government on 14 April 1981.

The instrument deposited by the Government of the United Arab Emirates contains a statement of a political character in respect to Israel. In the view of the Government of the State of Israel this Convention is not the proper place for making such political pronouncements, which are, moreover, in flagrant contradiction to the principles, objects and purposes of the Convention. This statement by the Government of the United Arab Emirates cannot, in any way, affect whatever obligations are binding upon the United Arab Emirates under general international law or under particular conventions. The Government of the State of Israel will, in so far as concerns the substance of the matter, adopt towards the Government of the United Arab Emirates an attitude of complete reciprocity."

Verklaring van voortgezette gebondenheid

De volgende Staten hebben verklaard zich gebonden te achten aan het Verdrag:

 te Londente Moskoute Washington
Bosnië-Herzegowina  22- 7-1994
de Salomonseilanden  6- 5-1982 3- 5-1982
Slovenië27- 5-1992 20- 8-1992
de Tsjechische Republiek14-11-199414-11-19946-12-1994
de Voormalige Joegoslavi sche Republiek van Macedonië  4-1-1995

G. INWERKINGTREDING

Zie Trb. 1973, 159 en Trb. 1974, 169.

H. TOEPASSELIJKVERKLARING

Het Verdrag is toepasselijk verklaard door het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland te Londen op Anguilla met ingang van 15 december 1982.

J. GEGEVENS

Zie Trb. 1971, 218, Trb. 1973, 159, Trb. 1974, 169 en Trb. 1981, 115.

Voor het op 7 december 1944 te Chicago tot stand gekomen Verdrag inzake de Internationale Burgerluchtvaart zie ook Trb. 1985, 45.

Voor het op 26 juni 1945 te San Francisco tot stand gekomen Statuut van het Internationale Gerechtshof zie ook Trb. 1987, 114.

Voor het op 26 juni 1945 te San Francisco tot stand gekomen Handvest der Verenigde Naties zie ook, laatstelijk, Trb. 1994, 277.

Voor het op 14 september 1963 te Tokio tot stand gekomen Verdrag inzake strafbare feiten en bepaalde andere handelingen begaan aan boord van luchtvaartuigen zie ook Trb. 1995, 203.

Voor het op 16 december 1970 te 's-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag tot bestrijding van het wederrechtelijk in zijn macht brengen van luchtvaartuigen zie ook Trb. 1995, 204.

Op 24 februari 1988 is te Montreal een Protocol bij het onderhavige Verdrag tot stand gekomen. De Engelse en de Franse tekst van dat Protocol en de vertaling zijn geplaatst in Trb. 1988, 88. Zie ook Trb. 1995, 230.

Uitgegeven de zeventiende augustus 1995

De Minister van Buitenlandse Zaken,

H. A. F. M. O. VAN MIERLO


XNoot
1

De regering van Hongarije heeft op 10 januari 1990 het bij de bekrachtiging van het Verdrag te Londen op 27 november 1972 gemaakte voorbehoud met betrekking tot artikel 14 van het Verdrag ingetrokken.

De Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek heeft op 25 april 1991 het voorbehoud met betrekking tot artikel 14, eerste lid van het Verdrag, gemaakt bij de bekrachtiging van het Verdrag op 10 augustus 1973, ingetrokken.

De Regering van Bulgarije heeft op 4 september 1994 het bij de bekrachtiging gemaakte voorbehoud met betrekking tot artikel 14 ingetrokken.

De Regering van Denemarken heeft op 21 september 1994 het bij de bekrachtiging gemaakte voorbehoud met betrekking tot de Faeröer met ingang van 1 oktober 1994 ingetrokken.