Tractatenblad van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum totstandkoming |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Buitenlandse Zaken | Tractatenblad 1995, 143 | Verdrag |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum totstandkoming |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Buitenlandse Zaken | Tractatenblad 1995, 143 | Verdrag |
Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Wit-Rusland, anderzijds, met Bijlagen en Protocol;
Brussel, 6 maart 1995
Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Wit-Rusland, anderzijds
Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst waarbij een partnerschap tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Wit-Rusland, anderzijds,
het Koninkrijk België,
het Koninkrijk Denemarken,
de Bondsrepubliek Duitsland,
de Helleense Republiek,
het Koninkrijk Spanje,
de Franse Republiek,
Ierland,
de Italiaanse Republiek,
het Groothertogdom Luxemburg,
het Koninkrijk der Nederlanden,
de Republiek Oostenrijk,
de Portugese Republiek,
de Republiek Finland,
het Koninkrijk Zweden,
het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,
Verdragsluitende Partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,
hierna „Lid-Staten" te noemen, en
de Europese Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,
hierna „de Gemeenschap" te noemen,
enerzijds, en
de Republiek Wit-Rusland,
anderzijds,
hierna „de Partijen" te noemen,
Gelet op de banden tussen de Gemeenschap, haar Lid-Staten en de Republiek Wit-Rusland, en hun gemeenschappelijke waarden,
Erkennende dat de Gemeenschap en de Republiek Wit-Rusland deze banden wensen te verstevigen en partnerschap en samenwerking tot stand willen brengen om te komen tot versterking en verbreding van de betrekkingen die in het verleden zijn aangeknoopt, inzonderheid bij de op 18 december 1989 ondertekende Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken inzake handel en commerciële en economische samenwerking,
Gelet op de verbintenis van de Gemeenschap en haar Lid-Staten en van de Republiek Wit-Rusland tot versterking van de politieke en economische vrijheden, die de grondslag van het partnerschap vormen,
Gelet op de verbintenis van de Partijen om de internationale vrede en veiligheid en de vreedzame oplossing van geschillen te bevorderen, en om op dit gebied samen te werken in het kader van de Verenigde Naties en de Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa,
Op prijs stellende het besluit van de Republiek Wit-Rusland partij te worden bij het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens en het Verdrag inzake de vermindering van strategische wapens en het Protocol van Lissabon,
Gelet op de vaste verbintenis van de Gemeenschap en haar Lid-Staten en van de Republiek Wit-Rusland tot volledige uitvoering van alle beginselen en bepalingen van de Slotakte van de Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa (CVSE), de slotdocumenten van de vervolgvergaderingen van Madrid en Wenen, het document van de CVSE-Conferentie van Bonn betreffende economische samenwerking, het Handvest van Parijs voor een Nieuw Europa en het CVSE-document van Helsinki 1992 „Uitdagingen van het Veranderingsproces",
Erkennende in dit verband dat ondersteuning van de onafhankelijkheid, soevereiniteit en territoriale integriteit van de Republiek Wit-Rusland zal bijdragen tot de instandhouding van vrede en stabiliteit in Midden- en Oost-Europa en in Europa als geheel,
Bevestigende het grote belang dat de Gemeenschap en haar Lid-Staten en de Republiek Wit-Rusland hechten aan het Europees Energiehandvest en aan de Verklaring van de Conferentie van Luzern van april 1993,
Overtuigd van het allesoverheersende belang van de beginselen van de rechtsstaat en de eerbiediging van de mensenrechten, inzonderheid de rechten van minderheden, de totstandbrenging van een meerpartijenstelsel met vrije en democratische verkiezingen, en economische liberalisering met het oog op de totstandbrenging van een markteconomie,
Van oordeel zijnde dat de volledige uitvoering van deze Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst zowel zal afhangen van, als bijdragen tot de voortzetting en de verwezenlijking van hervormingen in de Republiek Wit-Rusland op politiek, economisch en juridisch vlak, en de invoering van de factoren die vereist zijn voor samenwerking, met name in het licht van de conclusies van de CVSE-Conferentie van Bonn,
Verlangende het proces van regionale samenwerking met de buurlanden op de door deze Overeenkomst bestreken gebieden te stimuleren om welvaart en stabiliteit in deze regio te bevorderen,
Verlangende regelmatige politieke dialoog over bilaterale en internationale vraagstukken van wederzijds belang tot stand te brengen en te ontwikkelen,
Rekening houdende met het feit dat de Gemeenschap bereid is tot het ontplooien van economische samenwerking en passende technische bijstand,
Herinnerend aan het nut van de Overeenkomst voor de verdere betrokkenheid van de Republiek Wit-Rusland bij het proces naar een uitgestrekter samenwerkingsgebied in naburige regio's en in Europa, en de integratie van de Republiek Wit-Rusland in de wereldmarkteconomie,
Erkennende dat veranderingen plaatsvinden in het politieke en economische stelsel van de Republiek Wit-Rusland en dat het land streeft naar een overgang van de economie naar een markteconomie,
Gelet op de verbintenis van de Partijen tot vrijmaking van de handel op grond van de beginselen die zijn vervat in de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel (GATT) en die de Wereldhandelsorganisatie (WTO) beheersen,
Zich bewust zijnde van de noodzaak geleidelijk verbetering te brengen in de voorwaarden voor bedrijfsleven en investeringen, en de voorwaarden voor, onder andere, de vestiging van ondernemingen, werknemers, het verrichten van diensten en kapitaalverkeer,
Ervan overtuigd zijnde dat deze Overeenkomst een nieuw klimaat zal scheppen voor de economische betrekkingen tussen de Partijen, en vooral voor de ontwikkeling van handel en investeringen, die onontbeerlijk zijn voor economische herstructurering en technologische modernisering,
Verlangende nauwe samenwerking op het gebied van milieubescherming tot stand te brengen, gezien de onderlinge afhankelijkheid van de Partijen op dit gebied,
Verlangende culturele samenwerking tot stand te brengen en de doorstroming van informatie te verbeteren,
Zijn als volgt overeengekomen:
Er wordt een partnerschap tot stand gebracht tussen de Gemeenschap en haar Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Wit-Rusland anderzijds. Dit partnerschap heeft ten doel:
– een passend kader voor de politieke dialoog tussen de Partijen tot stand te brengen met het oog op de bevordering van nauwe politieke betrekkingen;
– tot wederzijds voordeel strekkende handel en investeringen en harmonische economische betrekkingen tussen de Partijen te bevorderen en aldus hun duurzame ontwikkeling te stimuleren;
– de grondslag te leggen voor samenwerking op economisch, sociaal, financieel en cultureel gebied;
– de inspanningen van de Republiek Wit-Rusland om haar democratie te consolideren, haar economie te ontwikkelen en de overgang naar een markteconomie te voltooien, te ondersteunen.
ALGEMENE BEGINSELEN
De eerbiediging van de democratische beginselen, de beginselen van het volkenrecht en de mensenrechten, inzonderheid als vastgelegd in de Slotakte van Helsinki en het Handvest van Parijs voor een Nieuw Europa, alsmede de beginselen van de markteconomie, waaronder de beginselen die zijn opgenomen in de documenten van de CVSE-Conferentie van Bonn, vormen de grondslag van het binnenlands en buitenlands beleid van de Partijen en zijn een essentieel onderdeel van het partnerschap en van deze Overeenkomst.
De Partijen zijn van oordeel dat het van wezenlijk belang is voor de toekomstige welvaart en stabiliteit van het gebied van de voormalige Sovjet-Unie, dat de nieuwe onafhankelijke staten die als gevolg van de ontbinding van de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken zijn ontstaan (hierna „Onafhankelijke Staten" te noemen), de onderlinge samenwerking in stand houden en ontwikkelen overeenkomstig de beginselen van de Slotakte van Helsinki en het Volkenrecht en in een geest van goede nabuurschap, en alles in het werk stellen om dit proces te stimuleren.
De Partijen verbinden zich ertoe, met name wanneer de Republiek Wit-Rusland verder gevorderd zal zijn in het economisch hervormingsproces, ontwikkelingen in het kader van de desbetreffende titels van deze Overeenkomst, in het bijzonder titel III en artikel 50 te bekijken met het oog op het tot stand brengen van een onderlinge vrijhandelszone. De in artikel 85 genoemde Samenwerkingsraad kan de Partijen aanbevelingen met betrekking tot deze ontwikkelingen doen. Aan deze ontwikkelingen wordt slechts uitvoering gegeven in een Overeenkomst tussen de Partijen in overeenstemming met hun onderscheiden procedures. De Partijen plegen in 1998 overleg om na te gaan of de omstandigheden, inzonderheid met betrekking tot de vorderingen van de Republiek Wit-Rusland op het gebied van marktgerichte economische hervormingen en de op dat ogenblik aldaar heersende economische omstandigheden, van dien aard zijn dat kan worden begonnen met onderhandelingen over de totstandbrenging van een vrijhandelszone.
De Partijen verbinden zich ertoe samen, in onderlinge overeenstemming, na te gaan welke wijzigingen eventueel in een onderdeel van de Overeenkomst dienen te worden aangebracht in verband met gewijzigde omstandigheden, inzonderheid de situatie als gevolg van de toetreding van de Republiek Wit-Rusland tot de GATT/WTO. Het eerste onderzoek vindt plaats drie jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst, of wanneer de Republiek Wit-Rusland Overeenkomstsluitende Partij bij de GATT/WTO wordt, indien dat eerder plaatsvindt.
POLITIEKE DIALOOG
Er wordt een regelmatige politieke dialoog tot stand gebracht tussen de Partijen, die zij voornemens zijn te ontwikkelen en te intensiveren. Deze dialoog begeleidt en consolideert het proces waarbij de Gemeenschap en de Republiek Wit-Rusland nader tot elkaar komen, ondersteunt de democratische veranderingen in het politieke leven evenals het proces van economische hervormingen die in de Republiek Wit-Rusland aan de gang zijn en draagt bij tot de totstandkoming van nieuwe vormen van samenwerking. De politieke dialoog strekt ertoe
– de banden van de Republiek Wit-Rusland met de Gemeenschap en haar Lid-Staten, en aldus met de gemeenschap van democratische naties als geheel, te versterken; de economische convergentie die door middel van deze Overeenkomst wordt bewerkstelligd, zal leiden tot hechtere politieke betrekkingen;
– de standpunten over internationale vraagstukken van wederzijds belang nader tot elkaar te brengen en aldus meer veiligheid en stabiliteit te bewerkstelligen;
– ervoor te zorgen dat de Partijen streven naar samenwerking voor aangelegenheden op het gebied van de versterking van stabiliteit en veiligheid in Europa, de naleving van de democratische beginselen, de eerbiediging en bevordering van de mensenrechten, vooral die van minderheden, waarbij zo nodig overleg wordt gepleegd over de desbetreffende aangelegenheden.
Op ministerieel niveau vindt een politieke dialoog plaats in het kader van de Samenwerkingsraad en, in onderlinge overeenstemming, bij andere gelegenheden.
De Partijen voorzien in andere procedures en regelingen voor politieke dialoog, met name in de volgende vormen:
– regelmatige vergaderingen op het niveau van hoge ambtenaren tussen vertegenwoordigers van de Gemeenschap en haar Lid-Staten, enerzijds, en vertegenwoordigers van de Republiek Wit-Rusland, anderzijds;
– het optimaal gebruik maken van alle diplomatieke kanalen tussen de Partijen, met inbegrip van passende contacten op bilateraal en multilateraal vlak, onder meer bij de Verenigde Naties, op CVSE-vergaderingen en elders;
– het uitwisselen van informatie over aangelegenheden van wederzijds belang met betrekking tot de politieke samenwerking in Europa;
– alle andere middelen die bijdragen tot het consolideren en ontwikkelen van de politieke dialoog.
Op parlementair niveau vindt de politieke dialoog plaats in het kader van het bij artikel 90 opgerichte Parlementair Samenwerkingscomité.
GOEDERENVERKEER
1. De Partijen passen ten aanzien van elkaar de meestbegunstigingsclausule toe overeenkomstig artikel I, lid 1, van de GATT.
2. De bepalingen van lid 1 zijn niet van toepassing op:
a. voordelen die met het oog op de oprichting van een douane-unie of vrijhandelszone of ingevolge de oprichting van een dergelijke unie of zone worden toegekend;
b. voordelen die aan bepaalde landen worden toegekend overeenkomstig de GATT en andere internationale regelingen ten gunste van ontwikkelingslanden;
c. voordelen die aan buurlanden worden toegekend ten einde het grensverkeer te vergemakkelijken.
3. De bepalingen van lid 1 en van artikel 11, lid 2, zijn gedurende een overgangsperiode die eindigt op de datum waarop de Republiek Wit-Rusland partij wordt bij de GATT of, indien dit vroeger is, op 31 december 1998, niet van toepassing op de in bijlage I bedoelde voordelen die door de Republiek Wit-Rusland worden toegekend aan andere Onafhankelijke Staten met ingang van de dag voorafgaande aan de datum waarop de Overeenkomst in werking treedt.
1. De Partijen zijn het erover eens dat het beginsel van de vrije doorvoer van goederen een essentiële voorwaarde is voor het bereiken van de doelstellingen van deze Overeenkomst.
Met het oog hierop waarborgt elke Partij de vrije doorgang over zijn grondgebied van goederen die herkomstig zijn uit of bestemd zijn voor het douanegebied van de andere Partij.
2. De in artikel V, leden 2, 3, 4 en 5 van de GATT vastgestelde regels zijn tussen de twee Partijen van toepassing.
3. De bepalingen van dit artikel doen geen afbreuk aan de tussen de Partijen overeengekomen bijzondere regelingen voor specifieke sectoren, zoals vervoer, of produkten.
Onverminderd de rechten en verplichtingen uit de beide Partijen bindende internationale Overeenkomsten betreffende de tijdelijke invoer van goederen, verleent elke Partij de andere Partij, in de gevallen en volgens de procedures die zijn vastgesteld in enige andere voor haar bindende internationale overeenkomst op dit gebied en overeenkomstig haar nationale wettelijke regeling ter zake, vrijstelling van invoerrechten en -heffingen op goederen die tijdelijk worden ingevoerd. Hierbij wordt rekening gehouden met de voorwaarden waaronder de uit een dergelijke overeenkomst voortvloeiende verplichtingen door de betrokken Partij zijn aanvaard.
Onverminderd het bepaalde in de artikelen 17, 20 en 21 en bijlage II van deze Overeenkomst, en in de artikelen 77, 81, 244, 249 en 280 van de Akte van Toetreding van Spanje en Portugal tot de Gemeenschap worden bij de invoer van goederen van oorsprong uit de Republiek Wit-Rusland en de Gemeenschap in respectievelijk de Gemeenschap en de Republiek Wit-Rusland geen kwantitatieve beperkingen toegepast.
1. De uit het grondgebied van een Partij herkomstige produkten die op het grondgebied van de andere Partij worden ingevoerd, worden direct noch indirect onderworpen aan enige interne belastingen of andere interne heffingen die hoger zijn dan die welke direct of indirect op soortgelijke binnenlandse produkten van toepassing zijn.
2. Voorts worden deze produkten niet minder gunstig behandeld dan soortgelijke nationale produkten ten aanzien van alle wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften en vereisten met betrekking tot hun verkoop op de binnenlandse markt, aanbieding ten verkoop, aankoop, vervoer, distributie of gebruik. De bepalingen van dit lid vormen geen beletsel voor de toepassing van gedifferentieerde binnenlandse vervoertarieven die uitsluitend gebaseerd zijn op de economisch verantwoorde exploitatie van het vervoermiddel en niet op de nationaliteit van het produkt.
3. Artikel III, leden 8, 9 en 10 van de GATT zijn van overeenkomstige toepassing tussen de Partijen.
De hierna volgende artikelen van de GATT zijn van overeenkomstige toepassing tussen de beide Partijen:
i) artikel VII, leden 1, 2, 3, 4 a, 4 b, 4 d, en 5;
ii) artikel VIII;
iii) artikel IX;
iv) artikel X.
Goederen worden tegen marktgerelateerde prijzen tussen de Partijen verhandeld.
1. Wanneer een bepaald produkt op het grondgebied van een Partij wordt ingevoerd in dermate toegenomen hoeveelheden en onder voorwaarden die ernstige schade toebrengen of dreigen toe te brengen aan de eigen producenten van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende produkten, dan kan de benadeelde Partij – de Gemeenschap dan wel de Republiek Wit-Rusland – passende maatregelen nemen overeenkomstig de hierna volgende procedures en voorwaarden.
2. Vóór zij maatregelen nemen, of, in de gevallen waarin lid 4 van toepassing is, zo spoedig mogelijk nadat zij maatregelen hebben genomen, verstrekken de Gemeenschap of de Republiek Wit-Rusland, al naargelang van het geval, het Samenwerkingscomité alle relevante informatie ten einde dit in staat te stellen een voor beide Partijen aanvaardbare oplossing te zoeken.
3. Indien, na dit overleg, de Partijen niet binnen 30 dagen nadat de kwestie naar het Samenwerkingscomité is verwezen een akkoord bereiken over maatregelen om het probleem op te lossen, dan kan de Partij die om het overleg heeft verzocht maatregelen ter beperking van de invoer van de betrokken produkten nemen in de mate en voor de tijd die nodig zijn om de schade te voorkomen of te verhelpen of kan zij andere passende maatregelen nemen.
4. In hoogdringende omstandigheden, waarin uitstel moeilijk herstelbare schade zou veroorzaken, kunnen de Partijen maatregelen nemen vóór het overleg heeft plaatsgevonden, op voorwaarde dat onmiddellijk daarna een voorstel tot overleg wordt gedaan.
5. Bij de keuze van de in het kader van dit artikel toe te passen maatregelen geven de Partijen de voorkeur aan maatregelen die het bereiken van de doelstellingen van deze Overeenkomst het minst in de weg staan.
Niets in deze titel, inzonderheid in artikel 17 daarvan, staat in de weg aan of heeft gevolgen voor het nemen door de Partijen van anti-dumpingmaatregelen of compenserende maatregelen overeenkomstig artikel VI van de GATT, de Overeenkomst inzake de uitlegging en de toepassing van de artikelen VI, XVI en XXIII van de GATT of aanverwante nationale wetgeving. Elke Partij verklaart zich bereid de door de andere Partij naar voren gebrachte argumenten in verband met antidumping- of antisubsidieprocedures te onderzoeken en de betrokken belanghebbenden in kennis te stellen van de belangrijkste feiten en overwegingen die aan de definitieve beslissing ten grondslag zullen liggen. Voor definitieve anti-dumpingrechten en compenserende rechten worden ingesteld, doet de betrokken Partij al het mogelijke om het probleem tot een constructieve oplossing te brengen.
De Overeenkomst vormt geen beletsel voor verboden of beperkingen op de invoer, de uitvoer of de doorvoer van goederen die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de bescherming van de openbare zedelijkheid, de openbare orde en veiligheid, de gezondheid en het leven van personen en dieren of het behoud van planten, de bescherming van natuurlijke hulpbronnen, de bescherming van het nationaal artistiek, historisch of archeologisch erfgoed of uit hoofde van de bescherming van de intellectuele, industriële of commerciële eigendom, noch voor voorschriften betreffende goud en zilver. Deze verboden of beperkingen mogen echter geen middel tot willekeurige discriminatie, noch een verkapte beperking van de handel tussen de Partijen vormen.
Deze titel is niet van toepassing op de handel in textielprodukten van de hoofdstukken 50 tot en met 63 van de Gecombineerde Nomenclatuur. De handel in deze produkten is geregeld bij een afzonderlijke Overeenkomst die op 1 april 1993 werd geparafeerd en die voorlopig van toepassing is sedert 1 januari 1993.
1. De handel in produkten die onder het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal vallen, wordt geregeld bij de bepalingen van deze titel, met uitzondering van artikel 13.
2. Een contactgroep voor kolen- en staalkwesties wordt ingesteld bestaande uit vertegenwoordigers van de Gemeenschap enerzijds en vertegenwoordigers van de Republiek Wit-Rusland anderzijds.
De contactgroep wisselt op gezette tijden informatie uit over alle kolen- en staalkwesties die voor de Partijen van belang zijn.
Op de handel in kernmaterialen zijn de bepalingen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie van toepassing. Zo nodig wordt deze handel geregeld bij een tussen de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Republiek Wit-Rusland te sluiten bijzondere overeenkomst.
BEPALINGEN INZAKE HET HANDELSVERKEER EN DE INVESTERINGEN
1. Onverminderd de in elke Lid-Staat geldende wettelijke regelingen, voorwaarden en procedures zorgen de Gemeenschap en de Lid-Staten ervoor dat onderdanen van de Republiek Wit-Rusland die wettig tewerkgesteld zijn op het grondgebied van een Lid-Staat, niet op grond van nationaliteit worden gediscrimineerd ten opzichte van de onderdanen van deze Lid-Staat wat werkomstandigheden, beloning en ontslag betreft.
2. Onverminderd de in de Republiek Wit-Rusland geldende wettelijke regelingen, voorwaarden en procedures zorgt de Republiek Wit-Rusland ervoor dat onderdanen van een Lid-Staat die wettig tewerkgesteld zijn op het grondgebied van de Republiek Wit-Rusland niet op grond van nationaliteit worden gediscrimineerd ten opzichte van onderdanen van de Republiek Wit-Rusland wat werkomstandigheden, beloning en ontslag betreft.
De Partijen verbinden zich ertoe overeenkomsten te sluiten met het doel:
i) onverminderd de in elke Lid-Staat geldende voorwaarden en bepalingen, regelingen te treffen voor de coördinatie van de stelsels van sociale zekerheid voor werknemers van Witrussische nationaliteit die wettig tewerkgesteld zijn op het grondgebied van een Lid-Staat. Deze bepalingen zullen er met name in voorzien dat:
– alle door deze werknemers in de onderscheidene Lid-Staten vervulde tijdvakken van verzekering, arbeid of wonen worden samengeteld ten behoeve van de ouderdoms-, invaliditeits- en overlevingspensioenen en de ziektekostenverzekering van deze werknemers;
– alle ouderdoms-, overlevings- en invaliditeitspensioenen en verzekeringen tegen arbeidsongevallen of beroepsziekten, met uitzondering van de premievrije prestaties, vrij overdraagbaar zijn tegen de koers waarin de wetgeving van de betrokken Lid-Staat of Lid-Staten voorziet;
ii) onverminderd de voorwaarden en bepalingen welke in de Republiek Wit-Rusland van toepassing zijn, de nodige bepalingen vast te stellen opdat werknemers die onderdaan zijn van een Lid-Staat en die wettig tewerkgesteld zijn in de Republiek Wit-Rusland een gelijksoortige behandeling krijgen als deze vermeld onder het tweede streepje van punt i).
De overeenkomstig artikel 24 te nemen maatregelen laten de uit bilaterale overeenkomsten tussen de Republiek Wit-Rusland en de Lid-Staten voortvloeiende rechten en verplichtingen onverlet wanneer deze overeenkomsten in een gunstiger behandeling van onderdanen van de Republiek Wit-Rusland of de Lid-Staten voorzien.
De Samenwerkingsraad gaat na welke gemeenschappelijke actie kan worden ondernomen om de illegale immigratie tegen te gaan, met inachtneming van het beginsel en de praktijk van wedertoelating.
De Samenwerkingsraad gaat na welke verbeteringen kunnen worden aangebracht in de werkomstandigheden van zakenlieden, rekening houdende met de internationale verbintenissen van de Partijen, met inbegrip van die welke in het document van de Conferentie van Bonn van de CVSE zijn neergelegd.
De Samenwerkingsraad doet aanbevelingen voor de tenuitvoerlegging van de artikelen 23, 26 en 27.
BEPALINGEN INZAKE DE VESTIGING EN DE WERKING VAN ONDERNEMINGEN
1. a. De Gemeenschap en haar Lid-Staten kennen voor de vestiging van Witrussische vennootschappen op hun grondgebied geen minder gunstige behandeling toe dan die welke zij aan vennootschappen uit enig derde land toekennen, overeenkomstig hun wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen.
b. Onverminderd de in bijlage III genoemde voorbehouden kennen de Gemeenschap en haar Lid-Staten de op hun grondgebied gevestigde dochterondernemingen van Witrussische vennootschappen, wat de werking daarvan betreft, geen minder gunstige behandeling toe dan die welke zij aan enige vennootschap uit de Gemeenschap toekennen, overeenkomstig hun wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen.
c. De Gemeenschap en haar Lid-Staten kennen de op hun grondgebied gevestigde filialen van Witrussische vennootschappen, wat de werking daarvan betreft, geen minder gunstige behandeling toe dan die welke zij aan filialen van vennootschappen uit enig derde land toekennen, overeenkomstig hun wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen.
2. a. Onverminderd de in bijlage V genoemde voorbehouden kent de Republiek Wit-Rusland voor de vestiging van vennootschappen uit de Gemeenschap op haar grondgebied geen minder gunstige behandeling toe dan de meest voordelige behandeling die zij aan haar eigen vennootschappen of aan vennootschappen uit enig derde land toekent, overeenkomstig haar wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen.
b. De Republiek Wit-Rusland kent de op haar grondgebied gevestigde dochterondernemingen en filialen van vennootschappen uit de Gemeenschap, wat de werking daarvan betreft, geen minder gunstige behandeling toe dan de meest voordelige behandeling die zij toekent aan haar eigen vennootschappen of filialen respectievelijk aan vennootschappen of filialen van Witrussische vennootschappen uit enig derde land, overeenkomstig haar wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen.
3. De bepalingen van de leden 1, onder b), en 2, onder b), mogen door de op het grondgebied van een Partij gevestigde dochterondernemingen of filialen van vennootschappen uit de andere Partij niet worden gebruikt om de wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften van de eerstgenoemde Partij in verband met de toegang tot specifieke sectoren of activiteiten te ontduiken.
Aan vennootschappen die op de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst in de Gemeenschap of in de Republiek Wit-Rusland gevestigd zijn, wordt de in de leden 1, onder b) en c), en 2, onder b) en c), bedoelde behandeling toegekend met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst en aan vennootschappen die zich na deze datum in de Gemeenschap of in de Republiek Wit-Rusland vestigen, met ingang van de datum van vestiging.
1. Onverminderd het bepaalde in artikel 104 is artikel 29 niet van toepassing op het vervoer door de lucht, over binnenwateren en over zee.
2. Wat evenwel de activiteiten van scheepvaartondernemingen op het gebied van het internationale vervoer over zee betreft, met inbegrip van het intermodale vervoer dat ten dele over zee plaatsvindt, biedt elke Partij aan vennootschappen van de andere Partij de mogelijkheid op haar grondgebied een handelsvertegenwoordiging in de vorm van dochterondernemingen of filialen te vestigen, onder voorwaarden, wat de vestiging en de werking betreft, die niet minder gunstig zijn dan de meest voordelige voorwaarden die zij aan haar eigen vennootschappen of aan dochterondernemingen of filialen van vennootschappen uit enig derde land toekent.
Deze activiteiten omvatten onder meer:
a. het op de markt brengen en de verkoop van maritieme vervoerdiensten en aanverwante diensten door rechtstreekse contacten met klanten, van prijsopgave tot facturering, ongeacht of deze diensten worden verricht of aangeboden door de dienstverlener zelf dan wel door dienstverleners waarmee de verkoper van de diensten een permanent handelsakkoord heeft;
b. aankoop en gebruik, voor eigen rekening of voor rekening van hun klanten (en de wederverkoop aan hun klanten) van alle vervoerdiensten en aanverwante diensten, met inbegrip van alle vormen van binnenlands vervoer, in het bijzonder over binnenwateren, over de weg en per spoor, die voor een geïntegreerde dienstverlening vereist zijn;
c. voorbereiding van documentatie betreffende vervoersdocumenten, douanedocumenten of andere documenten in verband met de oorsprong en de aard van de vervoerde goederen;
d. het verschaffen van handelsinformatie, op enigerlei wijze, onder meer door middel van geautomatiseerde informatiesystemen en systemen voor elektronische gegevensuitwisseling (onverminderd alle niet-discriminatoire beperkingen op het telecommunicatieverkeer);
e. het opzetten van enigerlei handelstransactie, met inbegrip van participaties in ondernemingen en het in dienst nemen van plaatselijk aangeworven personeel (of, wanneer het buitenlands personeel betreft, met inachtneming van de desbetreffende bepalingen van deze Overeenkomst), met een in het betrokken land gevestigde scheepvaartonderneming;
f. optreden namens ondernemingen, het organiseren van de afroep van aanvragen om scheepsruimte of, indien nodig, het overnemen van vracht.
Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt verstaan onder:
a. „vennootschap uit de Gemeenschap" of „Witrussische vennootschap": een overeenkomstig het recht van een Lid-Staat respectievelijk de Republiek Wit-Rusland opgerichte vennootschap die haar statutaire zetel, hoofdbestuur of hoofdvestiging op het grondgebied van respectievelijk de Gemeenschap of de Republiek Wit-Rusland heeft. Indien een overeenkomstig het recht van een Lid-Staat respectievelijk de Republiek Wit-Rusland opgerichte vennootschap enkel haar statutaire zetel op het grondgebied van de Gemeenschap respectievelijk de Republiek Wit-Rusland heeft, wordt deze vennootschap als een vennootschap uit de Gemeenschap of als een Witrussische vennootschap beschouwd indien uit haar transacties een werkelijke en permanente band met de economie van een Lid-Staat respectievelijk de Republiek Wit-Rusland naar voren treedt;
b. „dochteronderneming": een vennootschap waarover een andere vennootschap daadwerkelijk zeggenschap heeft;
c. „filiaal" van een vennootschap: een handelsvestiging zonder rechtspersoonlijkheid die kennelijk een permanent karakter bezit – zoals een agentschap van een moedermaatschappij –, een eigen management heeft en over de nodige materiële voorzieningen beschikt om zakelijk overleg te voeren met derden, in dier voege dat laatstgenoemden, hoewel zij ervan op de hoogte zijn dat indien nodig er een rechtsverhouding zal bestaan met de moedermaatschappij waarvan het hoofdkantoor zich in het buitenland bevindt, geen rechtstreeks contact dienen te hebben met deze moedermaatschappij doch hun transacties kunnen afhandelen met de genoemde handelsvestiging die het vorengenoemde agentschap vormt;
d. „vestiging": het recht van vennootschappen uit de Gemeenschap of Witrussische vennootschappen als bedoeld onder a) om economische activiteiten uit te oefenen door de oprichting van dochterondernemingen en filialen in de Republiek Wit-Rusland respectievelijk de Gemeenschap;
e. „transacties": het verrichten van economische activiteiten;
f. „economische activiteiten": activiteiten met een industrieel of commercieel karakter of activiteiten van personen die een vrij beroep uitoefenen.
Wat het internationale vervoer over zee betreft, met inbegrip van het intermodale vervoer dat ten dele over zee plaatsvindt, zijn de bepalingen van dit hoofdstuk en van hoofdstuk III eveneens van toepassing op onderdanen van de Lid-Staten of van de Republiek Wit-Rusland die buiten het grondgebied van respectievelijk de Gemeenschap of de Republiek Wit-Rusland gevestigd zijn en op buiten de Gemeenschap of de Republiek Wit-Rusland gevestigde scheepvaartmaatschappijen waarover onderdanen van respectievelijk de Gemeenschap of de Republiek Wit-Rusland zeggenschap hebben, indien de vaartuigen van deze scheepvaartmaatschappijen respectievelijk in die Lid-Staat of in de Republiek Wit-Rusland geregistreerd zijn overeenkomstig de respectieve wettelijke regelingen van de Gemeenschap en de Republiek Wit-Rusland.
1. Geen enkele bepaling van deze Overeenkomst verzet zich ertegen dat een Partij prudentiële maatregelen neemt, onder meer ter bescherming van investeerders, depositogevers, verzekeringnemers of personen jegens wie een financiële dienstverlener fiduciaire verplichtingen heeft of ten einde de integriteit en de stabiliteit van het financiële systeem te waarborgen. Wanneer dergelijke maatregelen in strijd zijn met de bepalingen van deze Overeenkomst, mogen zij niet worden gebruikt als middel om de uit deze Overeenkomst voortvloeiende verplichtingen van een Partij te ontduiken.
2. Geen enkele bepaling van deze Overeenkomst wordt op zodanige wijze geïnterpreteerd dat zij een Partij ertoe verplicht zakelijke of financiële informatie betreffende individuele klanten dan wel vertrouwelijke of gepatenteerde informatie die in het bezit is van overheidsinstanties te verstrekken.
3. Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt onder „financiële diensten" verstaan de in bijlage V omschreven activiteiten.
De bepalingen van deze Overeenkomst beletten een Partij niet de maatregelen te nemen die zij noodzakelijk acht om te voorkomen dat de door haar genomen maatregelen in verband met de toegang van derde landen tot haar markten door middel van deze Overeenkomst worden ontdoken.
1. In afwijking van het bepaalde in hoofdstuk I heeft een op het grondgebied van de Republiek Wit-Rusland of de Gemeenschap gevestigde vennootschap uit de Gemeenschap respectievelijk de Republiek Wit-Rusland het recht, met inachtneming van de wetgeving van het gastland van vestiging, op het grondgebied van de Gemeenschap respectievelijk de Republiek Wit-Rusland werknemers die onderdaan zijn van een Lid-Staat of van de Republiek Wit-Rusland in dienst te nemen of deze door een van haar dochterondernemingen of filialen in dienst te laten nemen, mits deze werknemers een sleutelpositie in de zin van lid 2 bekleden en zij uitsluitend door vennootschappen, dochterondernemingen of filialen tewerkgesteld worden. De verblijfs- en werkvergunningen van deze werknemers dekken slechts de tijd van die tewerkstelling.
2. Werknemers met een sleutelpositie die in dienst zijn van de bovengenoemde vennootschappen, hierna „organisaties" genoemd, zijn „binnen de onderneming overgeplaatste personen" als omschreven onder c) van de hierna volgende categorieën, met dien verstande dat de organisatie een rechtspersoon is en de betrokkenen gedurende tenminste het onmiddellijk aan de overplaatsing voorafgaande jaar in dienst waren van deze organisatie of daarin partners (doch geen aandeelhouders met een meerderheidsparticipatie) waren:
a. leden van het hogere kader van een organisatie die in de eerste plaats verantwoordelijk zijn voor het management van de organisatie, onder het algemene toezicht en de leiding van de raad van bestuur of de aandeelhouders of daarmee gelijkgestelde personen. Hun taken omvatten:
– de leiding van de organisatie of een afdeling of onderafdeling daarvan;
– toezicht en controle op de werkzaamheden van andere toezichthoudende, hooggespecialiseerde of leidinggevende werknemers;
– de persoonlijke bevoegdheid werknemers in dienst te nemen en te ontslaan of de indienstneming of het ontslag van werknemers of andere maatregelen in het kader van het personeelsbeleid aan te bevelen;
b. binnen een organisatie werkzame personen die beschikken over ongewone kennis die van wezenlijk belang is voor de dienstverlening van het bedrijf, de onderzoeksuitrusting, de technische werkzaamheden of het management. Afgezien van de voor het functioneren van het betrokken bedrijf vereiste specifieke kennis, kan deze kennis bestaan in een hoog bekwaamheidsniveau met betrekking tot bepaalde werkzaamheden of van het uitoefenen van een bepaald beroep waarvoor specifieke technische vaardigheden vereist zijn, met inbegrip van, in voorkomend geval, het lidmaatschap van een erkende beroepsgroep;
c. een „binnen de onderneming overgeplaatste persoon" is een natuurlijke persoon die voor een organisatie op het grondgebied van een Partij werkzaam is en die tijdelijk wordt overgeplaatst in het kader van economische activiteiten op het grondgebied van de andere Partij. De hoofdvestiging van de betrokken organisatie dient op het grondgebied van een Partij te zijn gevestigd en de overplaatsing dient te geschieden naar een dochteronderneming of filiaal van deze organisatie die op het grondgebied van de andere Partij daadwerkelijk soortgelijke economische activiteiten verricht.
1. De Partijen vermijden in zoverre mogelijk het nemen van maatregelen of het ontplooien van activiteiten die de voorwaarden voor de vestiging en de werking van vennootschappen uit de andere Partij restrictiever maken dan op de dag voorafgaande aan de datum van ondertekening van deze Overeenkomst het geval was.
2. De bepalingen van dit artikel laten die van artikel 45 onverlet: de omstandigheden waarop artikel 45 van toepassing is, worden uitsluitend geregeld door de bepalingen van dat artikel, met uitsluiting van elk ander artikel.
3. In een geest van partnerschap en samenwerking en in het licht van de bepalingen van artikel 52 geeft de Regering van de Republiek Wit-Rusland de Gemeenschap kennis van door haar voorgestelde nieuwe wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen die de voorwaarden voor de vestiging of de werking van dochterondernemingen of filialen van vennootschappen uit de Gemeenschap in de Republiek Wit-Rusland restrictiever kunnen maken dan op de dag voorafgaande aan de datum van ondertekening van deze Overeenkomst het geval is. De Gemeenschap kan van de Republiek Wit-Rusland verlangen dat dit land haar het ontwerp van deze regelingen doet toekomen en dat daarover overleg wordt gepleegd.
4. Wanneer nieuwe wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen in de Republiek Wit-Rusland de voorwaarden voor de vestiging van vennootschappen uit de Gemeenschap op het grondgebied van de Republiek Wit-Rusland en voor de werking van in de Republiek Wit-Rusland gevestigde dochterondernemingen en filialen van vennootschappen uit de Gemeenschap restrictiever maken dan op de dag voorafgaande aan de datum van ondertekening van deze Overeenkomst het geval is, zijn deze bepalingen gedurende de eerste drie jaren volgende op de datum van inwerkingtreding van het desbetreffende besluit niet van toepassing op de dochterondernemingen en filialen die op de datum van inwerkingtreding van dat besluit reeds in de Republiek Wit-Rusland gevestigd waren.
GRENSOVERSCHRIJDEND DIENSTENVERKEER TUSSEN DE GEMEENSCHAP EN DE REPUBLIEK WIT-RUSLAND
1. De Partijen verbinden zich overeenkomstig het bepaalde in dit hoofdstuk ertoe de nodige stappen te ondernemen om geleidelijk het grensoverschrijdend verlenen van diensten mogelijk te maken door vennootschappen uit de Gemeenschap of Witrussische vennootschappen die zijn gevestigd op het grondgebied van een andere Partij dan die van de persoon voor wie de diensten worden verricht, met inachtneming van de ontwikkeling van de dienstverlenende sectoren op het grondgebied van de Partijen.
2. De Samenwerkingsraad doet aanbevelingen met betrekking tot de tenuitvoerlegging van lid 1.
3. De Partijen werken samen met het oog op de ontwikkeling van een marktgerichte dienstensector in de Republiek Wit-Rusland.
Voor de in bijlage VI vermelde sectoren verlenen de Partijen elkaar een behandeling welke niet minder gunstig is dan die welke zij aan om het even welk derde land toekennen ten aanzien van de voorwaarden voor de grensoverschrijdende dienstverlening door vennootschappen uit de Gemeenschap of Witrussische vennootschappen op het grondgebied van Wit-Rusland respectievelijk de Gemeenschap, in overeenstemming met de op het grondgebied van de respectieve Partijen toepasselijke wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen.
Behoudens het bepaalde in artikel 43 van deze Overeenkomst staan de Partijen voor de in bijlage VI vermelde sectoren het tijdelijke verkeer toe van natuurlijke personen die een vennootschap uit de Gemeenschap of een Witrussische vennootschap vertegenwoordigen en om tijdelijke toegang verzoeken voor onderhandelingen over de verkoop van grensoverschrijdende diensten of voor het sluiten van overeenkomsten betreffende de verkoop van grensoverschrijdende diensten voor die vennootschap, onder de voorwaarde dat die vertegenwoordigers niet zelf betrokken zijn bij de rechtstreekse verkoop aan de gewone afnemer of bij het verstrekken van diensten.
1. Voor de in bijlage VI vermelde sectoren kan elke Partij de voorwaarden vaststellen voor het grensoverschrijdend dienstverkeer naar haar grondgebied. Voor zover de desbetreffende voorschriften algemeen toepasselijk zijn, worden zij op billijke, objectieve en onpartijdige wijze toegepast.
2. Lid 1 laat het bepaalde in artikel 37 en artikel 48 onverlet.
3. Uiterlijk tegen het einde van het derde jaar na de ondertekening van deze Overeenkomst onderzoeken de Partijen in het kader van de Samenwerkingsraad:
– de door beide Partijen sedert de ondertekening van de Overeenkomst genomen maatregelen die gevolgen hebben voor het grensoverschrijdend dienstenverkeer waarop artikel 37 betrekking heeft; en
– of het voor de Partijen mogelijk is:
= de verplichting op zich te nemen geen maatregelen te treffen of acties op te zetten die de voorwaarden voor het grensoverschrijdend dienstenverkeer waarop artikel 37 betrekking heeft, restrictiever kunnen maken dan zij zijn in de op het ogenblik van het onderzoek bestaande situatie, of
= andere verplichtingen op zich te nemen die hun vrijheid van handelen kunnen beperken
op de met betrekking tot de in het kader van artikel 37 aangegane verbintenissen door de Partijen overeengekomen gebieden.
Indien naar aanleiding van een dergelijk onderzoek een Partij van mening is dat door de andere Partij sedert de ondertekening van de Overeenkomst genomen maatregelen een situatie tot gevolg hebben die met betrekking tot het grensoverschrijdend dienstenverkeer waarop artikel 37 betrekking heeft, veel restrictiever is dan die welke op de datum van ondertekening van deze Overeenkomst bestond, kan de eerste Partij de andere Partij verzoeken overleg te plegen. In dat geval zijn de bepalingen van deel A van bijlage VII van toepassing.
4. Ter verwezenlijking van de doelstellingen van dit artikel worden maatregelen zoals omschreven in deel B van bijlage VII genomen.
5. De bepalingen van dit artikel laten het bepaalde in artikel 45 onverlet. Met betrekking tot de in artikel 45 bedoelde situaties, zijn alleen de bepalingen van dat artikel, met uitsluiting van alle andere, van toepassing.
1. De Partijen verbinden zich ertoe het beginsel van onbeperkte toegang tot de internationale maritieme markt en het internationaal maritiem vervoer op commerciële basis daadwerkelijk toe te passen.
a. Deze bepaling laat onverlet de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de Gedragscode van de Verenigde Naties voor Lijnvaartconferences die voor een Partij bij deze Overeenkomst van toepassing zijn. De niet bij conferences aangesloten lijnvaartmaatschappijen kunnen vrij met een conference concurreren zolang zij zich aan het beginsel van eerlijke concurrentie op commerciële basis houden.
b. De Partijen bevestigen dat zij de vrije concurrentie fundamenteel achten voor het handelsverkeer in droge en vloeibare bulkgoederen.
2. De Partijen verbinden zich ertoe bij de toepassing van de beginselen van lid 1:
a. vanaf het in werking treden van deze Overeenkomst geen bepalingen inzake vrachtverdeling van bilaterale overeenkomsten tussen een Lid-Staat en de voormalige Sovjet-Unie toe te passen;
b. geen bepalingen inzake vrachtverdeling op te nemen in toekomstige bilaterale overeenkomsten met derde landen, tenzij in die uitzonderlijke gevallen waarin de lijnvaartmaatschappijen van een Partij bij deze Overeenkomst anders geen reële kans zouden krijgen om aan het handelsverkeer van en naar het betrokken derde land deel te nemen;
c. het opnemen van vrachtverdelingsregelingen in toekomstige bilaterale overeenkomsten betreffende het vervoer van droge en vloeibare bulkladingen niet toe te staan;
d. bij het in werking treden van deze Overeenkomst alle unilaterale maatregelen en administratieve, technische en andere belemmeringen op te heffen die een beperkende of discriminerende werking kunnen hebben ten aanzien van de vrije dienstverrichting in het internationaal maritiem vervoer.
Elke Partij verleent aan de schepen welke door onderdanen of vennootschappen van de andere Partij worden geëxploiteerd, inter alia, geen minder gunstige behandeling dan die welke zij aan haar eigen schepen verleent, ten aanzien van de toegang tot de voor het internationale handelsverkeer bestemde havens, het gebruik van de infrastructuur en van de maritieme hulpdiensten van de havens evenals de daarmee verband houdende vergoedingen en kosten, de douanefaciliteiten en de toewijzing van aanlegplaatsen en installaties voor het laden en lossen.
3. De onderdanen en vennootschappen van de Gemeenschap die voorzien in internationale maritieme vervoerdiensten, kunnen onbelemmerd voorzien in de op het internationaal zeevervoer aansluitende diensten op de binnenwateren van de Republiek Wit-Rusland en vice versa.
Met het oog op een gecoördineerde ontwikkeling van het vervoer tussen de Partijen in overeenstemming met hun commerciële behoeften, kunnen de voorwaarden voor de wederzijdse toegang tot elkaars markten en het verlenen van diensten met betrekking tot het vervoer over de weg, per spoor en over de binnenwateren, en eventueel het luchtvervoer, worden vastgelegd in bijzondere overeenkomsten, waarover in voorkomend geval tussen de Partijen als gedefinieerd in artikel 99 na het in werking treden van deze Overeenkomst wordt onderhandeld.
1. De bepalingen van deze titel worden toegepast behoudens beperkingen die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de openbare orde, de openbare veiligheid en de volksgezondheid.
2. Zij zijn niet van toepassing op de werkzaamheden die op het grondgebied van een Partij verband houden met de uitoefening van het openbaar gezag, zelfs indien deze slechts voor een bepaalde gelegenheid geschieden.
Voor de toepassing van deze Titel belet geen enkele bepaling van deze Overeenkomst de Partijen hun wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende toelating en verblijf, het verrichten van werk, arbeidsvoorwaarden, de vestiging van natuurlijke personen en het verrichten van diensten toe te passen, mits zij dat niet op zodanige wijze doen dat de voor een Partij uit een specifieke bepaling van deze Overeenkomst voortvloeiende voordelen teniet worden gedaan of beperkt. Deze bepaling doet geen afbreuk aan de toepassing van artikel 42.
Vennootschappen waarover de zeggenschap berust bij of die de exclusieve eigendom zijn van Witrussische vennootschappen en vennootschappen uit de Gemeenschap gezamenlijk, komen eveneens in aanmerking voor de bepalingen van de hoofdstukken II, III en IV.
De in het kader van deze Overeenkomst door een Partij aan de andere toegekende behandeling is met ingang van een termijn van een maand vóór het in werking treden van de daarop betrekking hebbende voorschriften van de Algemene Overeenkomst inzake de Handel in Diensten (GATS), met betrekking tot de sectoren of maatregelen waarop de GATS betrekking heeft, in geen enkel geval gunstiger dan die welke door de eerstbedoelde Partij in het kader van de GATS en met betrekking tot om het even welke dienstensector, dienstensubsector en wijze van dienstverlening wordt toegekend.
Voor de toepassing van de hoofdstukken II, III en IV wordt geen rekening gehouden met de behandeling welke door de Gemeenschap, haar Lid-Staten of de Republiek Wit-Rusland wordt toegekend op grond van de verbintenissen welke in het kader van overeenkomsten inzake economische integratie overeenkomstig de beginselen van artikel V van de GATS zijn aangegaan.
1. De overeenkomstig de bepalingen van deze titel toegekende meestbegunstigingsregeling is niet van toepassing op de belastingvoordelen waarin de Partijen voorzien of in de toekomst zullen voorzien in het kader van overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belasting of andere fiscale regelingen.
2. Niets in deze titel kan worden uitgelegd als een beletsel voor het vaststellen of doen naleven door de Partijen van maatregelen ter voorkoming van belastingvermijding of -ontduiking overeenkomstig de bepalingen van overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belasting en andere fiscale regelingen, of de nationale fiscale wetgeving.
3. Niets in deze titel kan worden uitgelegd als een beletsel voor de Lid-Staten of de Republiek Wit-Rusland om bij de toepassing van de desbetreffende bepalingen van hun fiscaal recht een onderscheid te maken tussen belastingplichtigen die zich niet in identieke situaties bevinden, vooral met betrekking tot hun woonplaats.
Onverminderd artikel 34 kan geen enkele bepaling van de hoofdstukken II, III en IV worden uitgelegd als zou zij het recht verlenen:
– aan onderdanen van de Lid-Staten, respectievelijk de Republiek Wit-Rusland, zich op het grondgebied van de Republiek Wit-Rusland, respectievelijk de Gemeenschap, te begeven of daar te verblijven in ongeacht welke hoedanigheid en met name als aandeelhouder of partner, beheerder of werknemer van een vennootschap dan wel als verstrekker of ontvanger van diensten;
– aan dochterondernemingen of filialen van Witrussische vennootschappen in de Gemeenschap tot het op het grondgebied van de Gemeenschap in dienst nemen of hebben van onderdanen van de Republiek Wit-Rusland;
– aan dochterondernemingen of filialen van vennootschappen uit de Gemeenschap in de Republiek Wit-Rusland tot het op het grondgebied van de Republiek Wit-Rusland in dienst nemen of hebben van onderdanen van de Lid-Staten;
– aan Witrussische vennootschappen dan wel dochterondernemingen of filialen van Witrussische vennootschappen in de Gemeenschap tot het namens of onder het toezicht van andere personen laten optreden van Witrussische onderdanen door middel van tijdelijke arbeidsovereenkomsten;
– aan vennootschappen uit de Gemeenschap dan wel dochterondernemingen of filialen van vennootschappen uit de Gemeenschap in de Republiek Wit-Rusland tot het door middel van tijdelijke arbeidsovereenkomsten voorzien in arbeidskrachten die onderdanen van Lid-Staten zijn.
BETALINGS- EN KAPITAALVERKEER
1. De Partijen verbinden zich ertoe machtiging te verlenen tot alle betaalverrichtingen op de lopende rekening van de betalingsbalans in vrije convertibele valuta tussen inwoners van de Gemeenschap en van de Republiek Wit-Rusland voor zover deze verrichtingen betrekking hebben op het verkeer van goederen, diensten of personen in overeenstemming met de bepalingen van deze Overeenkomst.
2. Met betrekking tot de verrichtingen op de kapitaalrekening van de betalingsbalans worden vanaf de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst het vrije verkeer van kapitaal met betrekking tot directe investeringen in vennootschappen die in overeenstemming met de wetten van het gastland zijn opgericht, en investeringen in overeenstemming met hoofdstuk II van titel IV, alsook de liquidatie of de repatriëring van die investeringen en van alle opbrengsten daarvan gegarandeerd.
3. Onverminderd de leden 2 en 5 worden met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst geen nieuwe beperkingen ingesteld op de valutatransacties in het kader van het kapitaalverkeer en de daarmee verband houdende betalingsverrichtingen tussen inwoners van de Gemeenschap en van de Republiek Wit-Rusland, en worden in de bestaande regelingen geen verdere restricties aangebracht.
4. De Partijen raadplegen elkaar met het oog op de vergemakkelijking van andere kapitaalverrichtingen dan die bedoeld in lid 2 tussen de Gemeenschap en de Republiek Wit-Rusland gericht op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze Overeenkomst.
5. In het kader van dit artikel kan de Republiek Wit-Rusland, in afwachting van een volledige convertibiliteit van de Witrussische munteenheid in de zin van artikel VIII van de Overeenkomst betreffende het Internationaal Monetair Fonds (IMF), in uitzonderlijke omstandigheden deviezenbeperkingen in verband met het verlenen of opnemen van financieel krediet op korte en middellange termijn toepassen, voor zover deze beperkingen aan de Republiek Wit-Rusland voor het verlenen van dergelijke kredieten worden opgelegd en op grond van de IMF-status van de Republiek Wit-Rusland zijn toegestaan. De Republiek Wit-Rusland past deze beperkingen op een niet-discriminerende wijze toe. Zij dienen zodanig te worden toegepast dat zij de uitvoering van deze Overeenkomst zo weinig mogelijk verstoren. De Republiek Wit-Rusland doet aan de Samenwerkingsraad onverwijld mededeling van de invoering en van alle wijzigingen van dergelijke maatregelen.
6. Onverminderd de leden 1 en 2 kunnen de Gemeenschap en de Republiek Wit-Rusland in uitzonderlijke omstandigheden, wanneer kapitaalverkeer tussen de Gemeenschap en de Republiek Wit-Rusland oorzaak is of dreigt te zijn van ernstige moeilijkheden voor de toepassing van het wisselkoersbeleid of het monetaire beleid in de Gemeenschap of in de Republiek Wit-Rusland, elk voor zich vrijwaringsmaatregelen nemen met betrekking tot het kapitaalverkeer tussen de Gemeenschap en de Republiek Wit-Rusland voor een periode van niet meer dan zes maanden, indien deze maatregelen volstrekt nodig zijn.
MEDEDINGING, BESCHERMING VAN INTELLECTUELE, INDUSTRIËLE EN COMMERCIËLE EIGENDOM, SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN DE WETGEVING
1. De Partijen komen overeen, door de toepassing van hun mededingingsvoorschriften of anderszins, te bewerkstelligen dat beperkingen van de mededinging door ondernemingen of ten gevolge van overheidsmaatregelen, voor zover zij de handel tussen de Gemeenschap en de Republiek Wit-Rusland ongunstig kunnen beïnvloeden, ongedaan worden gemaakt of worden opgeheven.
2. Met het oog op de verwezenlijking van de in lid 1 genoemde doelstellingen:
2.1. zorgen de Partijen ervoor dat zij over wetgeving beschikken ter bestrijding van mededingingsbeperkingen door de onder hun rechtsbevoegdheid vallende ondernemingen en op de naleving ervan toezien;
2.2. zien de Partijen af van de toekenning van staatssteun aan bepaalde ondernemingen, voor de produktie van goederen die geen basisprodukten zijn als bedoeld in de GATT, of voor diensten, voor zover hierdoor de mededinging wordt vervalst of dreigt te worden vervalst en in de mate dat deze steun de handel tussen de Gemeenschap en de Republiek Wit-Rusland ongunstig beïnvloedt;
2.3. verstrekt de ene Partij de andere op haar verzoek informatie over haar steunprogramma's of over bepaalde afzonderlijke gevallen van staatssteun. De Partijen dienen geen informatie te verstrekken waarop wettelijke voorschriften inzake het beroeps- of bedrijfsgeheim van toepassing zijn;
2.4. verklaren de Partijen zich met betrekking tot de staatsmonopolies van commerciële aard, bereid vanaf het vierde jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst erop toe te zien dat niet wordt gediscrimineerd tussen onderdanen van de Partijen met betrekking tot de voorwaarden waaronder goederen worden aangeschaft of verkocht;
2.5. verklaren de Partijen zich met betrekking tot de overheidsbedrijven en de ondernemingen waaraan de Lid-Staten of de Republiek Wit-Rusland uitsluitende rechten verlenen, bereid vanaf het vierde jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst erop toe te zien dat geen maatregelen worden vastgesteld of gehandhaafd die voor de respectieve belangen van de Partijen nadelige distorsies van de handel tussen de Gemeenschap en de Republiek Wit-Rusland tot gevolg hebben. Deze bepaling vormt geen juridische of feitelijke belemmering voor de vervulling van de aan de bedoelde ondernemingen opgedragen bijzondere taken;
2.6. kan de in lid 2, punten 4) en 5), genoemde termijn bij onderlinge overeenstemming tussen de Partijen worden verlengd.
3. Op verzoek van de Gemeenschap of de Republiek Wit-Rusland kan binnen het Samenwerkingscomité overleg plaatshebben over de in leden 1 en 2 bedoelde beperkingen of vervalsing van de mededinging en over het doen naleven van de mededingingsvoorschriften, met inachtneming van de wettelijke beperkingen betreffende de bekendmaking van gegevens, de vertrouwelijkheid van informatie en het bedrijfsgeheim. Het overleg kan eveneens betrekking hebben op problemen in verband met de uitlegging van de leden 1 en 2.
4. De Partijen met ervaring op het gebied van de toepassing van mededingingsvoorschriften stellen alles in het werk om de andere Partijen, op hun verzoek en binnen de grenzen van de beschikbare middelen, technische bijstand te verlenen met betrekking tot de uitwerking en tenuitvoerlegging van mededingingsvoorschriften.
5. Bovenstaande bepalingen doen op geen enkele wijze afbreuk aan de rechten van de Partijen om afdoende maatregelen, en met name die bedoeld in artikel 18, te nemen met betrekking tot distorsies van de handel in goederen of diensten.
1. In overeenstemming met de bepalingen van dit artikel en van bijlage VIII ziet de Republiek Wit-Rusland verder toe op de verbetering van de bescherming van intellectuele, industriële en commerciële eigendomsrechten, ten einde tegen het einde van het vijfde jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst te kunnen voorzien in een bescherming overeenkomend met die welke bestaat in de Gemeenschap, met inbegrip van doeltreffende middelen om deze rechten af te dwingen.
2. Uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst, treedt de Republiek Wit-Rusland toe tot de multilaterale overeenkomsten betreffende intellectuele, industriële en commerciële eigendomsrechten bedoeld in punt 1 van bijlage VIII, waarbij de Lid-Staten Partij zijn of die de facto door de Lid-Staten worden toegepast in overeenstemming met de desbetreffende bepalingen van die overeenkomsten.
1. De Partijen erkennen dat een voorname voorwaarde voor het versterken van de economische banden tussen de Republiek Wit-Rusland en de Gemeenschap de aanpassing van de bestaande en toekomstige wetgeving van de Republiek Wit-Rusland aan die van de Gemeenschap is. De Republiek Wit-Rusland doet het nodige om ervoor te zorgen dat zijn wetgeving geleidelijk in overeenstemming met die van de Gemeenschap wordt gebracht.
2. De aanpassing van de wetgeving omvat in het bijzonder de volgende terreinen: douanewetgeving, vennootschapsrecht, bankrecht, boekhoudkundige regels voor vennootschappen, vennootschapsbelastingen, intellectuele eigendom, bescherming van werknemers op de arbeidsplaats, financiële diensten, mededingingsregels, overheidsopdrachten, bescherming van de gezondheid en het leven van personen, dieren en planten, milieu, consumentenbescherming, indirecte belastingen, technische voorschriften en normen, wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften inzake kernenergie, voorschriften betreffende het verkeer en het gebruik van goud en zilver, vervoer.
3. De Gemeenschap verstrekt de Republiek Wit-Rusland zo nodig technische bijstand bij de uitvoering van deze maatregelen, onder meer door:
– de uitwisseling van deskundigen,
– het verstrekken van tijdige informatie, vooral over relevante wetgeving,
– de organisatie van seminars,
– opleidingsactiviteiten,
– bijstand voor de vertaling van communautaire wetgeving in de desbetreffende sectoren.
ECONOMISCHE SAMENWERKING
1. De Gemeenschap en de Republiek Wit-Rusland brengen een economische samenwerking tot stand die erop gericht is het economisch hervormings- en herstelproces en de duurzame ontwikkeling van de Republiek Wit-Rusland te bevorderen. Die samenwerking versterkt en ontwikkelt de economische banden ten voordele van beide Partijen.
2. Het beleid en de andere maatregelen zijn gericht op de totstandbrenging van economische en sociale hervormingen, en van de herstructurering van het economische systeem in de Republiek Wit-Rusland, en gaan uit van de eisen van een duurzame en harmonische sociale ontwikkeling; ook de milieu-aspecten dienen volledig in de maatregelen te zijn geïntegreerd.
3. Te dien einde wordt de samenwerking in het bijzonder gericht op de industriële samenwerking, de bevordering en bescherming van de investeringen, overheidsopdrachten, normen en overeenstemmingsbeoordelingen, mijnbouw en grondstoffen, wetenschap en technologie, onderwijs en opleiding, de landbouw en de agro-industriële sector, energie, het milieu, vervoer, ruimtetechnologie, post en telecommunicatie, financiële diensten, monetair beleid, het witwassen van geld, regionale ontwikkeling, sociale samenwerking, toerisme, het midden- en kleinbedrijf, informatie en communicatie, consumentenbescherming, douane, statistieken, economie, verdovende middelen en smokkel van kernmateriaal.
4. In voorkomend geval kunnen de economische samenwerking en de andere vormen van samenwerking waarin deze Overeenkomst voorziet, worden gesteund door technische bijstand van de Gemeenschap, met inachtneming van de op de technische bijstand in de Onafhankelijke Staten betrekking hebbende verordening van de Raad van de Europese Unie, de in het kader van het indicatieve programma voor de technische bijstand van de Gemeenschap aan de Republiek Wit-Rusland overeengekomen prioriteiten, en de vastgestelde coördinatie- en tenuitvoerleggingsprocedures. Er wordt speciale aandacht besteed aan maatregelen ter bevordering van de samenwerking tussen de Onafhankelijke Staten met het oog op een harmonische ontwikkeling van de regio.
5. De Samenwerkingsraad doet aanbevelingen met betrekking tot de ontwikkeling van de samenwerking op de in lid 3 genoemde gebieden.
1. Bij de samenwerking wordt in het bijzonder de bevordering nagestreefd van:
– de ontwikkeling van commerciële banden tussen het bedrijfsleven aan beide zijden;
– de deelneming van de Gemeenschap aan het streven van de Republiek Wit-Rusland om zijn industrie te herstructureren;
– de verbetering van de bedrijfsvoering;
– de uitwerking van degelijke handelsvoorschriften en -praktijken;
– de milieubescherming;
– de aanpassing van de structuur van de industriële produktie aan de normen van een moderne markteconomie;
– de omschakeling van het militair-industrieel complex.
2. De bepalingen van dit artikel laten de tenuitvoerlegging van de op ondernemingen toepasselijke mededingingsvoorschriften van de Gemeenschap onverlet.
1. Met inachtneming van de respectieve bevoegdheden van de Gemeenschap en de Lid-Staten is de samenwerking gericht op het creëren van een gunstig klimaat voor binnen- en buitenlandse particuliere investeringen, met name door betere voorwaarden voor de bescherming van investeringen, en door de mogelijkheid van kapitaalovermakingen en de uitwisseling van informatie over investeringsmogelijkheden.
2. De samenwerking is in het bijzonder gericht op de volgende doelstellingen:
– de sluiting, waar nodig, van overeenkomsten voor de bevordering en bescherming van investeringen tussen de Lid-Staten en de Republiek Wit-Rusland;
– de sluiting, waar nodig, van overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belasting tussen de Lid-Staten en de Republiek Wit-Rusland;
– het scheppen van gunstige voorwaarden voor buitenlandse investeringen in de Witrussische economie;
– de vaststelling van stabiel en doeltreffend handelsrecht en een stabiele en geschikte handelsomgeving en de uitwisseling van informatie over wetgeving en administratieve praktijken op investeringsgebied;
– de uitwisseling van informatie over investeringsmogelijkheden in de vorm van onder andere handelsbeurzen, tentoonstellingen, handelsweken en andere manifestaties.
De Partijen werken samen met het oog op de vaststelling van voorwaarden voor de gunning via openbare en op mededinging gebaseerde procedures van contracten voor het leveren van goederen en verrichten van diensten, met name door middel van aanbestedingen.
1. De samenwerking tussen de Partijen is gericht op de aanpassing aan de internationaal overeengekomen criteria, beginselen en richtsnoeren inzake kwaliteit. De te ondernemen acties dienen bevorderlijk te zijn voor de wederzijdse erkenning op het gebied van de overeenstemmingsbeoordeling en voor de verbetering van de kwaliteit van de Witrussische produkten.
2. Daartoe streven de Partijen het volgende na:
– de bevordering van passende samenwerking met de op deze gebieden gespecialiseerde organisaties en instellingen;
– de bevordering van het gebruik van communautaire technische voorschriften en de toepassing van Europese normen en procedures voor overeenstemmingsbeoordeling;
– de uitwisseling van praktische en technische informatie met betrekking tot de kwaliteitszorg.
1. De Partijen streven naar een uitbreiding van de investeringen en van de handel op het gebied van mijnbouw en grondstoffen.
2. De samenwerking heeft vooral betrekking op:
– de uitwisseling van informatie over de vooruitzichten voor de sectoren mijnbouw en non-ferrometalen;
– de vaststelling van een juridisch kader voor de samenwerking;
– met de handel verband houdende aangelegenheden;
– de vaststelling en uitvoering van wettelijke maatregelen op milieugebied;
– de opleiding;
– de uitwerking van wettelijke en andere maatregelen op het gebied van de milieubescherming;
– de veiligheid in de mijnindustrie.
1. De Partijen bevorderen de samenwerking op het gebied van civielwetenschappelijk onderzoek en technologische ontwikkeling (O & TO) op basis van het wederzijdse voordeel daarvan, en met inachtneming van de omvang van de beschikbare middelen, van de nodige toegankelijkheid van hun respectieve programma's en van een passend beschermingsniveau van de intellectuele, industriële en commerciële eigendomsrechten (IER).
2. De samenwerking op het gebied van wetenschappen en technologie heeft betrekking op:
– de uitwisseling van wetenschappelijke en technische informatie;
– gezamenlijke O & TO-activiteiten;
– opleidingsactiviteiten en programma's ter bevordering van de mobiliteit ten behoeve van aan beide zijden bij O & TO betrokken wetenschappers, onderzoekers en technici.
Voor activiteiten in het kader van deze samenwerking die betrekking hebben op onderwijs en/of opleiding, dienen de bepalingen van artikel 60 te worden inachtgenomen.
De Partijen kunnen bij wederzijds akkoord andere vormen van samenwerking op het gebied van wetenschap en technologie aangaan.
Bij de uitvoering van deze samenwerkingsactiviteiten wordt bijzondere aandacht besteed aan de tewerkstelling elders van wetenschappers, ingenieurs, onderzoekers en technici die zich bezig hebben gehouden met onderzoek naar en/of de produktie van massavernietigingswapens.
3. De samenwerking waarop dit artikel betrekking heeft wordt ten uitvoer gelegd via afzonderlijke akkoorden waarvoor de onderhandelingen en de sluiting verlopen overeenkomstig de door elke Partij vastgestelde procedures en waarin onder andere de passende IER-bepalingen worden opgenomen.
1. De Partijen werken samen voor het optrekken van het peil van het algemene onderwijs en de beroepskwalificaties in de Republiek Wit-Rusland, zowel in de openbare als in de particuliere sector.
2. De samenwerking wordt in het bijzonder gericht op de volgende terreinen:
– de modernisering van het hoger onderwijs en de opleidingsstelsels in de Republiek Wit-Rusland;
– de opleiding van leidinggevend personeel in de openbare en de particuliere sector alsook van ambtenaren op vast te stellen prioritaire terreinen;
– de samenwerking tussen onderwijsinstellingen onderling en tussen onderwijsinstellingen en ondernemingen;
– de mobiliteit van het onderwijzend personeel, afgestudeerden, administratief personeel, jonge wetenschappers en onderzoekers, en jongeren in het algemeen;
– de bevordering van het onderwijs op het gebied van Europese studies in de relevante instellingen;
– het aanleren van communautaire talen;
– de opleiding van journalisten;
– de postuniversitaire opleiding van conferentietolken;
– de opleiding van opleiders.
3. De mogelijke deelneming van een Partij aan de respectieve programma's op onderwijs- en opleidingsgebied van de andere Partij zou kunnen worden overwogen in overeenstemming met hun respectieve procedures, en eventueel worden institutionele kaders en samenwerkingsprojecten opgezet in aansluiting op de deelneming van de Republiek Wit-Rusland aan het TEMPUS-programma van de Gemeenschap.
De samenwerking op dit terrein is gericht op de landbouwhervorming, de modernisering, privatisering en herstructurering van de landbouwsector, van de agro-industriële sector en van de dienstensector in de Republiek Wit-Rusland, en het vergroten van de binnenlandse en buitenlandse afzet voor Witrussische produkten, onder voorwaarden die de bescherming van het milieu waarborgen en met inachtneming van de noodzaak de continuïteit van de voedselvoorziening te verbeteren. De Partijen streven eveneens naar een geleidelijke aanpassing van de Witrussische normen aan de communautaire technische voorschriften betreffende al dan niet industrieel verwerkte voedingsprodukten uit de landbouw met inbegrip van de sanitaire en fytosanitaire normen.
1. De samenwerking vindt plaats met inachtneming van de beginselen van de markteconomie en het Europese Energiehandvest tegen de achtergrond van de geleidelijke integratie van de energiemarkten in Europa.
2. De samenwerking strekt zich onder meer over de volgende terreinen uit:
– het milieu-effect van energieproduktie, -voorziening en -verbruik ten einde milieuschade als gevolg van deze activiteiten tot een minimum te beperken;
– verbetering van de kwaliteit en de continuïteit van de energievoorziening, inclusief diversificatie van de leveranciers, op een wijze die uit economisch en milieuoogpunt verantwoord is;
– de uitstippeling van het energiebeleid;
– verbetering van het beheer en de regulering van de energiesector in overeenstemming met de eisen van een markteconomie;
– de totstandbrenging van de institutionele, wettelijke, fiscale en andere voorwaarden die nodig zijn om verhoogde handel en investeringen in energie te stimuleren;
– de bevordering van energiebesparing en een efficiënt energiegebruik;
– de modernisering, ontwikkeling en diversificatie van de energie-infrastructuur;
– verbetering van de technologieën bij de levering en het eindverbruik van de verschillende vormen van energie;
– het beheer en de technische opleiding in de energiesector.
1. Met inachtneming van het Europese Energiehandvest en de Verklaring van de Conferentie van Luzern van 1993 ontwikkelen en versterken Partijen hun samenwerking op het brede gebied van de milieubescherming, met inbegrip van het opstellen van plannen bij rampen en andere noodsituaties, en de aanpak van de gevolgen van de ramp bij Tsjernobyl.
2. De samenwerking beoogt bestrijding van het milieubederf en met name:
– daadwerkelijke controle van de verontreinigingsniveaus en beoordeling van het milieu; informatiesysteem met betrekking tot de toestand van het milieu;
– bestrijding van lokale, regionale en grensoverschrijdende lucht- en waterverontreiniging;
– ecologisch herstel;
– duurzame, doeltreffende en uit milieuoogpunt doelmatige energieproduktie en -gebruik;
– de veiligheid van industriële installaties;
– de classificatie en veilige behandeling van chemische produkten;
– verbetering van de kwaliteit van het water;
– beperking, recycling en veilige verwijdering van afval; tenuitvoerlegging van het Verdrag van Bazel;
– onderzoek van de milieu-effecten van de landbouw, bodemerosie en chemische verontreiniging;
– de bescherming van bossen;
– de instandhouding van de biodiversiteit, beschermde gebieden en duurzaam gebruik en beheer van biologische rijkdommen;
– stedebouw, met inbegrip van nieuwbouwplanning en stadsplanning;
– aanwending van economische en fiscale instrumenten;
– onderzoek van klimaatsveranderingen op wereldniveau;
– milieu-opvoeding en -bewustmaking;
– tenuitvoerlegging van het Verdrag van Espoo inzake milieu-effectrapportage in grensoverschrijdend verband.
3. De samenwerking vindt met name plaats via:
– de opstelling van plannen voor het optreden bij rampen en andere noodsituaties;
– uitwisseling van informatie en deskundigen, onder meer op het gebied van de overdracht van schone technologieën en het veilige en uit milieuoogpunt verantwoorde gebruik van biotechnologieën;
– gezamenlijke onderzoeksactiviteiten;
– verbetering van wetgeving om deze meer in overeenstemming te brengen met de communautaire normen;
– samenwerking in regionaal verband, met inbegrip van samenwerking in het kader van het Europees Milieubureau en op internationaal niveau;
– uitstippeling van strategieën, vooral in verband met wereldomvattende en klimatologische kwesties en tevens met het oog op de totstandbrenging van duurzame ontwikkeling;
– milieu-effectstudies.
1. De Partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking op vervoergebied.
2. De samenwerking beoogt onder meer de herstructurering en modernisering van de vervoersystemen en -netwerken in de Republiek Wit-Rusland en de ontwikkeling en verzekering, in voorkomend geval, van de compatibiliteit van de vervoersystemen in het kader van de verwezenlijking van een meer geïntegreerd vervoerstelsel.
De samenwerking omvat onder meer:
– de modernisering van het beheer en de exploitatie van het wegvervoer, de spoorwegen, havens en luchthavens;
– de modernisering en ontwikkeling van de spoorweg-, waterweg-, weg-, haven-, luchthaven- en luchtvaartinfrastructuur, inclusief de modernisering van de belangrijkste verbindingen van gemeenschappelijk belang en de transeuropese verbindingen voor voornoemde vervoertakken;
– de bevordering en ontwikkeling van het multimodale vervoer;
– de bevordering van gezamenlijke onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma's;
– de totstandbrenging van het wettelijk en institutioneel kader voor beleidsontwikkeling en -uitvoering, inclusief privatisering van de vervoersector.
3. De partijen komen overeen, door middel van technische bijstand, zich in te spannen voor de verbetering van de voorwaarden, de verkorting van de wachttijden en het vergemakkelijken van transitovervoer aan de grensovergangen van de trajecten in Wit-Rusland die deel uitmaken van de in Kreta geïdentificeerde multimodale verbindingen nr. 2 en nr. 9.
Deze technische bijstand kan bestaan uit passende opleidingsprogramma's en onderzoek naar de vereiste infrastructuur, en naar de administratieve, organisatorische en personele behoeften.
De partijen komen overeen zich te houden aan de normen die zijn neergelegd in de internationale overeenkomsten waarbij de Gemeenschap partij is voor de verzekering van de interoperabiliteit.
4. Ten einde gunstige voorwaarden voor het vervoer per spoor tussen de partijen te scheppen, is overeengekomen dat beide partijen, in het kader van deze overeenkomst en via de passende bilaterale en multilaterale mechanismen, zullen streven naar:
– vergemakkelijking van de douane- en andere verrekeningsprocedures voor vracht en voor rollend materieel;
– samenwerking bij de ontwikkeling van passend rollend materieel dat voldoet aan de eisen van het internationaal verkeer;
– onderlinge aanpassing van voorschriften en procedures voor internationaal vervoer;
– de ontwikkeling van het internationaal personenvervoer tussen Lid-Staten en de Republiek Wit-Rusland.
Binnen de grenzen van hun respectieve bevoegdheden verruimen en versterken Partijen hun samenwerking op de volgende terreinen:
– de uitstippeling van strategieën en richtsnoeren voor de ontwikkeling van de sector telecommunicatie en de post;
– de ontwikkeling van de beginselen van een tariefbeleid en marketing op het gebied van telecommunicatie en post;
– de bevordering van de ontwikkeling van projecten voor telecommunicatie en post en het aantrekken van investeringen;
– verhoging van de efficiëntie en kwaliteit van telecommunicatie en post, onder meer via de liberalisatie van de activiteiten in subsectoren;
– de geavanceerde toepassing van telecommunicatie, met name op het gebied van de elektronische overdracht van kapitaal;
– beheer van telecommunicatienetwerken en hun optimalisering;
– een passend regelgevend kader voor de verstrekking van telecommunicatie- en postdiensten en voor het gebruik van een radiofrequentiespectrum;
– opleiding op het gebied van telecommunicatie en post met het oog op exploitatie onder marktvoorwaarden.
De samenwerking beoogt met name vergemakkelijking van het betrekken van de Republiek Wit-Rusland bij algemeen erkende onderlinge verrekeningssystemen. De technische bijstand is toegespitst op:
– de ontwikkeling van het bankwezen en de financiële diensten, de ontwikkeling van een gemeenschappelijke markt van kredietmiddelen, het betrekken van de Republiek Wit-Rusland bij een algemeen erkend onderling verrekeningssysteem;
– de ontwikkeling van een belastingstelsel en institutionele ontwikkeling op belastinggebied in de Republiek Wit-Rusland en de uitwisseling van ervaringen en personeelsopleiding op dit gebied;
– de ontwikkeling van het verzekeringswezen, hetgeen onder meer een gunstig kader zal vormen voor de deelneming van vennootschappen uit de Gemeenschap aan de oprichting van joint ventures in de verzekeringssector in de Republiek Wit-Rusland alsmede de ontwikkeling van de exportkredietverzekering.
Deze samenwerking draagt met name bij tot de bevordering van het aanknopen van betrekkingen tussen de Republiek Wit-Rusland en de Lid-Staten in de sector van de financiële diensten.
Op verzoek van de Witrussische autoriteiten verstrekt de Gemeenschap technische bijstand ter ondersteuning van het streven van de Republiek Wit-Rusland naar de versterking van het eigen monetair stelsel, hetgeen uiteindelijk zal leiden tot de convertibiliteit van de Witrussische munteenheid, en de geleidelijke aanpassing van zijn beleid aan het Europees Monetair Stelsel. Deze bijstand omvat de informele gedachtenwisseling over de beginselen en de werking van het Europees Monetair Stelsel.
1. De Partijen zijn het eens over de noodzaak al het nodige te doen en samen te werken ten einde te voorkomen dat hun financiële systemen worden gebruikt voor het witwassen van inkomsten uit criminele activiteiten in het algemeen en drugsmisdrijven in het bijzonder.
2. De samenwerking op dit gebied omvat administratieve en technische bijstand met het oog op de vaststelling van passende normen ter voorkoming van het witwassen van geld die gelijkwaardig zijn aan de in deze door de Gemeenschap en internationale fora, in het bijzonder de Financial Action Task Force (FATF), gehanteerde.
1. De Partijen versterken hun samenwerking op het gebied van regionale ontwikkeling en ruimtelijke ordening.
2. Daartoe stimuleren zij de uitwisseling door de nationale, regionale en plaatselijke overheden van informatie over beleid inzake regionale planning en ruimtelijke ordening en over methoden voor het uitstippelen van regionaal beleid met speciale aandacht voor de ontwikkeling van probleemgebieden.
Zij moedigen tevens directe contacten aan tussen de respectieve regio's en openbare organisaties die verantwoordelijk zijn voor de planning van de regionale ontwikkeling ten einde onder meer methoden en wijzen van stimulering van regionale ontwikkeling uit te wisselen.
1. De Partijen ontwikkelen hun samenwerking op het gebied van de gezondheid en veiligheid met het oog op de verbetering van het beschermings- en veiligheidsniveau van de werknemers.
De samenwerking omvat met name:
– vorming en opleiding op het gebied van gezondheids- en veiligheidszaken waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan de bedrijfssectoren met grote risico's;
– de ontwikkeling en bevordering van preventieve maatregelen ter bestrijding van beroepsziekten en andere met het beroep samenhangende aandoeningen;
– de voorkoming van risico's voor ernstige ongevallen en het beheer van giftige chemische stoffen;
– onderzoek ter ontwikkeling van fundamentele kennis omtrent de werkomgeving en de gezondheid en veiligheid van werknemers.
2. Op het gebied van de werkgelegenheid omvat de samenwerking met name technische bijstand met het oog op:
– optimalisering van de arbeidsmarkt;
– modernisering van de arbeidsbemiddelings- en adviseringsdiensten;
– planning en beheer van de herstructureringsprogramma's;
– stimulering van de ontwikkeling van lokale werkgelegenheid;
– uitwisseling van informatie over programma's inzake soepele tewerkstelling, inclusief programma's die het oprichten van eigen ondernemingen bevorderen.
3. De Partijen besteden bijzondere aandacht aan samenwerking op het gebied van de sociale bescherming, die onder meer samenwerking bij het plannen en ten uitvoer leggen van hervormingen op het gebied van de sociale bescherming in de Republiek Wit-Rusland omvat.
Deze hervormingen beogen de ontwikkeling in de Republiek Wit-Rusland van aan markteconomieën inherente beschermingsmethoden en omvatten alle terreinen van de sociale bescherming.
De Partijen versterken en ontwikkelen hun samenwerking met name door de volgende maatregelen:
– vergemakkelijking van het toerisme;
– verhoging van de informatiestroom;
– overdracht van know-how;
– bestudering van de mogelijkheden voor gezamenlijke acties;
– samenwerking tussen officiële vreemdelingenverkeersorganen.
1. De partijen scheppen voorwaarden voor de ontwikkeling, versterking en ondersteuning van het midden- en kleinbedrijf en de samenwerking tussen het midden- en kleinbedrijf in de Gemeenschap en in de Republiek Wit-Rusland.
2. De samenwerking omvat technische bijstand, met name op de volgende terreinen:
– de ontwikkeling van een wettelijk kader voor het midden- en kleinbedrijf;
– de ontwikkeling van een passende infrastructuur (een bureau ter ondersteuning van het midden- en kleinbedrijf, communicatie, bijstand voor de oprichting van een fonds voor het midden- en kleinbedrijf);
– de ontwikkeling van technologieparken.
De Partijen steunen de ontwikkeling van moderne methoden van informatiebeheersing, met inbegrip van de media, en stimuleren een doeltreffende onderlinge uitwisseling van informatie. Er wordt prioriteit verleend aan programma's die het grote publiek basisinformatie over de Gemeenschap en de Republiek Wit-Rusland verstrekken, waarbij, waar mogelijk, toegang wordt verleend tot databanken in de Gemeenschap met volledige eerbiediging van de intellectuele eigendomsrechten.
De Partijen werken nauw samen met het oog op de verwezenlijking van verenigbaarheid tussen hun consumentenbeschermingssystemen. De samenwerking kan met name omvatten het uitwisselen van informatie inzake wettelijke en institutionele hervormingen, de totstandbrenging van permanente systemen van wederzijdse informatie over gevaarlijke produkten, verbetering van de aan de consument verstrekte informatie, met name over prijzen, kenmerken van produkten en geboden diensten, de bevordering van uitwisselingen tussen de vertegenwoordigers van de belangen van consumenten en de verhoging van de verenigbaarheid van de verschillende vormen van consumentenbeschermingsbeleid, alsmede de organisatie van seminars en opleidingsperioden.
1. Het doel van de samenwerking is ervoor te zorgen dat alle op goedkeuring wachtende bepalingen betreffende de handel en eerlijke handel worden nageleefd en dat het Witrussische douanesysteem aan dat van de Gemeenschap wordt aangepast.
2. De samenwerking omvat in het bijzonder de volgende elementen:
– uitwisseling van informatie;
– verbetering van de werkmethoden;
– invoering van een gecombineerde nomenclatuur en het enig administratief document;
– onderlinge aansluiting van de doorvoersystemen van de Gemeenschap en de Republiek Wit-Rusland ;
– vereenvoudiging van controles op en formaliteiten bij het goederenvervoer;
– steun bij de invoering van moderne douane-informatiesystemen;
– de organisatie van seminars en opleidingsperioden.
Waar nodig wordt technische bijstand verleend.
3. Onverminderd de overige in deze Overeenkomst en met name in artikel 78 overeengekomen samenwerking vindt de wederzijdse bijstand tussen de douane-instanties van Partijen plaats overeenkomstig de bepalingen van het aan deze Overeenkomst gehechte Protocol.
De samenwerking op dit gebied beoogt de ontwikkeling van een efficiënt statistiekstelsel dat de betrouwbare statistieken kan leveren die nodig zijn om het proces van economische hervorming te ondersteunen en te controleren en een bijdrage kan leveren aan de ontwikkeling van het particulier ondernemerschap in de Republiek Wit-Rusland.
Partijen werken met name op de volgende terreinen samen:
– aanpassing van het Witrussische statistisch systeem aan internationale methoden, normen en classificaties;
– uitwisseling van statistische gegevens;
– het leveren van de nodige statistische macro- en micro-economische gegevens om economische hervormingen uit te voeren en te beheren.
De Gemeenschap verleent technische bijstand aan de Republiek Wit-Rusland om dit doel te verwezenlijken.
De Partijen vergemakkelijken het proces van economische hervorming en de coördinatie van hun economisch beleid door hun samenwerking die gericht is op het verkrijgen van een beter inzicht in de grondslagen van hun respectieve economieën en de uitstippeling en tenuitvoerlegging van economisch beleid in markteconomieën. Daartoe wisselen Partijen informatie uit over macro-economische resultaten en vooruitzichten.
De Gemeenschap verstrekt technische bijstand om:
– de Republiek Wit-Rusland bij te staan in zijn economisch hervormingsproces door het verstrekken van deskundige en technische adviezen,
– samenwerking tussen economen aan te moedigen ten einde de overdracht van know-how voor de uitstippeling van economisch beleid te bespoedigen en te zorgen voor ruime verspreiding van onderzoek dat voor het beleid van belang kan zijn.
De Partijen werken in het kader van hun respectieve bevoegdheden samen aan verhoging van de efficiëntie van het beleid en de maatregelen om de illegale produktie en levering van en de handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen, inclusief voorkoming van het oneigenlijk gebruik van precursoren, tegen te gaan, alsmede aan bevordering van de preventie en terugdringing van de vraag naar verdovende middelen. De samenwerking op dit gebied is gebaseerd op onderling overleg en nauwe coördinatie tussen Partijen over de doelstellingen en maatregelen op de verschillende met verdovende middelen verband houdende terreinen.
De partijen zijn het eens over de noodzaak van samenwerking, binnen het kader van hun respectieve bevoegdheden, bij de bestrijding van de smokkel van kernmateriaal. De samenwerking op dit gebied houdt onder andere in: uitwisseling van informatie, technische bijstand bij analyse en identificatie van het materiaal, administratieve en technische bijstand bij het opzetten van een efficiënte douanecontrole. Verdere samenwerking op dit gebied kan naar behoefte worden bepaald.
De Partijen verbinden zich ertoe de culturele samenwerking te bevorderen, aan te moedigen en te vergemakkelijken. In voorkomend geval kunnen de culturele samenwerkingsprogramma's van de Gemeenschap of de programma's van een of meer Lid-Staten het voorwerp van samenwerking vormen en kunnen verdere activiteiten van wederzijds belang worden ontwikkeld.
Met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze Overeenkomst en in overeenstemming met de artikelen 82, 83 en 84 ontvangt de Republiek Wit-Rusland tijdelijk financiële bijstand van de Gemeenschap die de vorm aanneemt van technische bijstand in de vorm van schenkingen ten einde de economische hervorming van de Republiek Wit-Rusland te bespoedigen.
Deze financiële bijstand wordt geleverd in het kader van TACIS, zoals in de desbetreffende verordening van de Raad van de Europese Unie bepaald.
De doelstellingen en terreinen van de financiële bijstand van de Gemeenschap worden vastgesteld in een indicatief programma dat de door de beide Partijen vast te stellen prioriteiten weerspiegelt, waarbij rekening wordt gehouden met de behoeften van de Republiek Wit-Rusland, zijn sectoriële opnemingscapaciteiten en de met de hervorming geboekte voortgang. De Partijen stellen de Samenwerkingsraad van een en ander in kennis.
Om optimaal profijt te kunnen trekken uit de beschikbare middelen zorgen de Partijen ervoor dat de technische bijstandsbijdragen van de Gemeenschap worden toegekend in nauwe coördinatie met die uit andere financieringsbronnen, zoals de Lid-Staten, andere landen en internationale organisaties, zoals de Internationale Bank voor Herstel en Ontwikkeling, de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling, het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP) en het IMF.
INSTITUTIONELE, ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN
Hierbij wordt een Samenwerkingsraad opgericht, die toezicht houdt op de tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst. Deze Samenwerkingsraad komt eens per jaar of telkens wanneer de omstandigheden zulks vereisen op Ministersniveau bijeen. Hij behandelt alle belangrijke vraagstukken die zich in het kader van deze Overeenkomst voordoen, en alle andere, bilaterale of internationale vraagstukken van gemeenschappelijk belang om de doelstellingen van deze Overeenkomst te bereiken. De Samenwerkingsraad kan tevens passende aanbevelingen doen in onderlinge overeenstemming tussen de Partijen.
1. De Samenwerkingsraad bestaat uit de leden van de Raad van de Europese Unie en leden van de Commissie van de Europese Gemeenschappen enerzijds en uit leden van de Regering van de Republiek Wit-Rusland anderzijds.
2. De Samenwerkingsraad stelt zijn reglement van orde vast.
3. De Samenwerkingsraad wordt beurtelings voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Gemeenschap en door een lid van de Regering van de Republiek Wit-Rusland.
1. De Samenwerkingsraad wordt bij de vervulling van zijn taken bijgestaan door een Samenwerkingscomité, bestaande uit vertegenwoordigers van de leden van de Raad van de Europese Unie en van leden van de Commissie van de Europese Gemeenschappen enerzijds, en uit vertegenwoordigers van de Regering van de Republiek Wit-Rusland anderzijds. In beginsel zullen dit hogere ambtenaren zijn. Het Samenwerkingscomité wordt beurtelings voorgezeten door de Gemeenschap en de Republiek Wit-Rusland.
De Samenwerkingsraad bepaalt in zijn reglement van orde de taken van het Samenwerkingscomité. Deze omvatten onder meer de voorbereiding van de vergaderingen van de Samenwerkingsraad en de vaststelling van de werkwijze van het Comité.
2. De Samenwerkingsraad mag ongeacht welke van zijn bevoegdheden aan het Samenwerkingscomité delegeren, dat voor de continuïteit zal zorgen tussen de vergaderingen van de Samenwerkingsraad in.
De Samenwerkingsraad kan tot de oprichting besluiten van ieder ander speciaal comité of lichaam dat hem bij de uitvoering van zijn taken kan bijstaan en bepaalt de samenstelling en taken van deze comités of lichamen alsmede hun werkwijze.
Bij het onderzoek van ongeacht welke kwestie die zich voordoet in het kader van deze Overeenkomst met betrekking tot een bepaling betreffende een artikel van de GATT houdt de Samenwerkingsraad zoveel mogelijk rekening met de algemeen gebruikelijke interpretatie van het artikel van de GATT in kwestie door de overeenkomstsluitende Partijen bij de GATT.
Er wordt een Parlementair Samenwerkingscomité opgericht. Dit zal als forum dienen waar leden van het Witrussische Parlement en leden van het Europees Parlement elkander kunnen ontmoeten en met elkander van gedachten kunnen wisselen. Het Comité komt met door hem zelf te bepalen tussenpozen bijeen.
1. Het Parlementair Samenwerkingscomité bestaat uit leden van het Europees Parlement enerzijds, en uit leden van het Witrussische Parlement anderzijds.
2. Het Parlementair Samenwerkingscomité stelt zijn reglement van orde vast.
3. Het Parlementair Samenwerkingscomité wordt bij toerbeurt door het Europees Parlement en door het Witrussische Parlement voorgezeten, volgens de in zijn reglement van orde op te nemen bepalingen.
Het Parlementair Samenwerkingscomité kan de Samenwerkingsraad om ter zake doende inlichtingen over de tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst verzoeken. De Samenwerkingsraad verstrekt het Samenwerkingscomité de verlangde informatie.
Het Parlementair Samenwerkingscomité wordt ingelicht over de aanbevelingen van de Samenwerkingsraad.
Het Parlementair Samenwerkingscomité kan aanbevelingen doen aan de Samenwerkingsraad.
1. Binnen het toepassingsgebied van deze Overeenkomst verbindt elk van de Partijen zich ertoe erop toe te zien dat natuurlijke personen en rechtspersonen van de andere Partij, zonder discriminatie ten opzichte van de eigen onderdanen, toegang hebben tot de ter zake bevoegde rechterlijke en administratieve instanties van de Partijen ter bescherming van hun persoonlijkheids- en eigendomsrechten, waaronder ook die betreffende intellectuele, industriële en commerciële eigendom.
2. Binnen de grenzen van hun respectieve bevoegdheden zetten beide Partijen zich in om:
– arbitrage aan te moedigen bij geschillen die voortkomen uit handels- en samenwerkingstransacties tussen ondernemers van de Gemeenschap en van de Republiek Wit-Rusland;
– overeen te komen dat wanneer een geschil ter arbitrage wordt voorgelegd elke Partij bij het geschil, behalve wanneer de regels van de arbitrage-instantie die door de Partijen is gekozen anders bepalen, haar eigen scheidsrechter kiest ongeacht diens nationaliteit en dat de voorzitter de derde scheidsrechter of de enige scheidsrechter een ingezetene van een derde staat mag zijn;
– hun ondernemers aan te bevelen in onderling overleg het recht te kiezen dat op hun contracten van toepassing is;
– aan te moedigen dat een beroep wordt gedaan op de arbitragevoorschriften die zijn uitgewerkt door de Commissie van de Verenigde Naties inzake Internationaal Handelsrecht (Uncitral) en arbitrage door een instantie van een Staat die het Verdrag over de erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse arbitrale uitspraken dat op 10 juni 1958 in New York werd gesloten, heeft ondertekend.
Niets in deze Overeenkomst belet een Partij maatregelen te nemen:
a. die zij nodig acht om de bekendmaking te beletten van informatie die haar vitale veiligheidsbelangen in gevaar brengt;
b. die verband houden met de produktie van of de handel in wapens, munitie of oorlogsmateriaal of met onderzoek, ontwikkeling of produktie die absoluut vereist zijn voor defensiedoeleinden, mits deze maatregelen niet de concurrentievoorwaarden wijzigen voor produkten die niet voor specifiek militaire doeleinden bestemd zijn;
c. die zij van vitaal belang acht voor haar eigen veiligheid in geval van ernstige binnenlandse beroeringen die de openbare rust in gevaar brengen, in tijden van oorlog of ernstige internationale spanningen die een oorlogsdreiging inhouden of om verplichtingen na te komen die zij voor de instandhouding van de vrede en de internationale veiligheid is aangegaan;
d. die zij nodig acht om haar internationale verplichtingen en verbintenissen na te komen met betrekking tot de controle op het tweeledig gebruik van industriële goederen en technologieën.
1. Op de door deze Overeenkomst bestreken terreinen en onverminderd eventuele bijzondere bepalingen daarvan, zullen
– de regelingen die de Republiek Wit-Rusland ten opzichte van de Gemeenschap toepast geen aanleiding geven tot discriminatie tussen de Lid-Staten, hun onderdanen dan wel hun vennootschappen;
– de regelingen die de Gemeenschap ten opzichte van de Republiek Wit-Rusland toepast geen aanleiding geven tot discriminatie tussen onderdanen of vennootschappen van de Republiek Wit-Rusland.
2. Het bepaalde in lid 1 doet geen afbreuk aan het recht van de Partijen om de ter zake doende bepalingen van hun belastingwetgeving toe te passen op belastingplichtigen die niet in dezelfde situatie verkeren ten aanzien van hun woonplaats.
1. Elk van beide Partijen mag ieder geschil dat verband houdt met de toepassing of de uitlegging van deze Overeenkomst aan de Samenwerkingsraad voorleggen.
2. De Samenwerkingsraad kan het geschil bij aanbeveling beslechten.
3. Indien het geschil niet overeenkomstig lid 2 kan worden beslecht, mag elk van beide Partijen de andere van de benoeming van een bemiddelaar in kennis stellen; de andere Partij moet dan binnen twee maanden een tweede bemiddelaar benoemen. Voor de toepassing van deze procedure worden de Gemeenschap en haar Lid-Staten geacht één der beide Partijen bij het geschil te zijn.
De Samenwerkingsraad benoemt een derde bemiddelaar.
De aanbevelingen van de bemiddelaars worden met meerderheid van stemmen genomen. Deze aanbevelingen zijn niet bindend voor de Partijen.
De Partijen komen overeen op verzoek van elk van de Partijen onmiddellijk overleg te plegen via passende kanalen om kwesties met betrekking tot de uitlegging of tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst en andere relevante aspecten van de betrekkingen tussen de Partijen te bespreken.
De bepalingen van dit artikel doen geen afbreuk aan en gelden onder voorbehoud van de artikelen 17, 18, 96 en 102.
De bij deze Overeenkomst verleende behandeling van de Republiek Wit-Rusland zal niet gunstiger zijn dan die welke de Lid-Staten onderling toepassen.
In de Overeenkomst wordt onder de term „Partijen" verstaan de Republiek Wit-Rusland enerzijds, en de Gemeenschap, of de Lid-Staten, of de Gemeenschap en de Lid-Staten, overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden, anderzijds.
Het Verdrag inzake het Energiehandvest en de bijlagen daarbij zijn vanaf de inwerkingtreding ervan van toepassing op zaken die ook onder deze Overeenkomst ressorteren in de mate waarin het Verdrag en de protocollen in die toepassing voorzien.
Deze Overeenkomst wordt gesloten voor een aanvankelijke periode van tien jaar. Zij wordt automatisch telkens met een jaar verlengd tenzij één van beide Partijen de andere Partij zes maanden voor het verstrijken ervan schriftelijk ervan in kennis stelt dat zij deze Overeenkomst opzegt.
1. De Partijen treffen alle algemene en bijzondere maatregelen die vereist zijn om aan hun verplichtingen krachtens deze Overeenkomst te voldoen. Zij zullen erop toezien dat de in deze Overeenkomst aangegeven doelstellingen worden bereikt.
2. Indien een van beide Partijen van mening is dat de andere Partij een verplichting krachtens deze Overeenkomst niet is nagekomen, kan zij passende maatregelen treffen. Alvorens dit te doen, verstrekt zij, behalve in bijzonder dringende gevallen, de Samenwerkingsraad alle ter zake doende informatie die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie, ten einde een voor beide Partijen aanvaardbare oplossing te vinden.
Bij voorrang moeten die maatregelen worden gekozen die de goede werking van deze Overeenkomst het minst verstoren. Deze maatregelen worden onmiddellijk ter kennis van de Samenwerkingsraad gebracht; op verzoek van de andere Partij wordt daaromtrent in de Samenwerkingsraad overleg gepleegd.
De bijlagen I, II, III, IV, V, VI, VII en VIII en het Protocol vormen een integrerend bestanddeel van deze Overeenkomst.
Zolang onder deze Overeenkomst geen gelijkwaardige rechten voor personen en ondernemers zijn verwezenlijkt, zal deze Overeenkomst geen afbreuk doen aan de rechten die hun worden verzekerd door bestaande overeenkomsten, welke bindend zijn voor één of meer Lid-Staten enerzijds en voor de Republiek Wit-Rusland anderzijds, met uitzondering van gebieden die tot de bevoegdheid van de Gemeenschap behoren en zonder afbreuk te doen aan de verplichtingen van de Lid-Staten die voortvloeien uit deze Overeenkomst op gebieden die tot hun bevoegdheid behoren.
Deze Overeenkomst is van toepassing, enerzijds, op de gebieden waar de Verdragen tot oprichting van de Europese Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal van toepassing zijn en onder de in die verdragen neergelegde voorwaarden en, anderzijds, op het grondgebied van de Republiek Wit-Rusland.
De Secretaris-Generaal van de Raad van de Europese Unie is de depositaris van deze Overeenkomst.
Deze Overeenkomst is opgesteld in één exemplaar, in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Italiaanse, de Nederlandse, de Portugese, de Spaanse, de Zweedse en de Witrussische taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.
Deze Overeenkomst wordt door de Partijen volgens hun eigen procedures goedgekeurd.
Deze Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op de dag waarop de Partijen elkaar kennisgeving doen van het feit dat de in de eerste alinea bedoelde procedures zijn voltooid.
Bij haar inwerkingtreding vervangt deze Overeenkomst, wat de betrekkingen tussen de Republiek Wit-Rusland en de Gemeenschap betreft, de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken inzake handel en commerciële en economische samenwerking die op 18 december 1989 in Brussel werd ondertekend.
Indien de bepalingen van bepaalde onderdelen van deze Overeenkomst in afwachting van de voltooiing van de procedures die noodzakelijk zijn voor de inwerkingtreding van deze Overeenkomst in werking treden bij wege van een Interimovereenkomst tussen de Gemeenschap en de Republiek Wit-Rusland, komen de Partijen overeen dat de term „datum van inwerkingtreding van de(deze) Overeenkomst" in dat geval betekent de datum van inwerkingtreding van de Interimovereenkomst.
Gedaan te Brussel, de negende februari negentienhonderd vijfennegentig.
De Overeenkomst is op 9 februari 1995 ondertekend voor:
België
Denemarken
Duitsland
Finland
Frankrijk
Griekenland
Ierland
Italië
het Koninkrijk der Nederlanden
Luxemburg
Oostenrijk
Portugal
Spanje
Zweden
het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland
de Europese Gemeenschappen
Wit-Rusland
Lijst van aan de Overeenkomst gehechte documenten
Bijlage I
Indicatieve lijst van voordelen die de Republiek Wit-Rusland overeenkomstig artikel 10, lid 3, aan de Onafhankelijke Staten toekent
Bijlage II
Uitzonderingsmaatregelen die afwijken van het bepaalde in artikel 13
Bijlage III
Voorbehouden van de Gemeenschap overeenkomstig artikel 29, lid 1, onder b)
Bijlage IV
Voorbehouden van de Republiek Wit-Rusland overeenkomstig artikel 29, lid 2, onder a)
Bijlage V
Financiële diensten – Definities als bedoeld in artikel 32, lid 3
Bijlage VI
Grensoverschrijdende dienstverlening – Diensten waarvoor de partijen elkaar meestbegunstiging toekennen overeenkomstig artikel 37
Bijlage VII
Bepalingen in verband met artikel 39
Bijlage VIII
Overeenkomsten inzake intellectuele, industriële en commerciële eigendom als bedoeld in artikel 51, lid 2
Protocol betreffende wederzijdse bijstand tussen de administratieve autoriteiten in douanezaken
Indicatieve lijst van voordelen die de Republiek Wit-Rusland overeenkomstig artikel 10, lid 3, aan de Onafhankelijke Staten toekent
1. Armenië, Azerbeidzjan, Georgië, Kazachstan, Kirgizstan, Moldavië, Oekraïne, Oezbekistan, Rusland, Tadzjikistan, Turkmenistan.
Er worden geen invoerrechten geheven.
Er worden geen uitvoerrechten geheven van goederen die in het kader van verrekeningsovereenkomsten en overeenkomsten tussen de Staten worden geleverd, tot de hoeveelheden die in deze overeenkomsten zijn vastgesteld.
Bij uitvoer en bij invoer wordt geen BTW geheven. Bij uitvoer worden geen accijnzen geheven.
Armenië, Azerbeidzjan, Georgië, Kazachstan, Kirgizstan, Moldavië, Oekraïne, Oezbekistan, Rusland, Tadzjikistan, Turkmenistan: uitvoercontingenten voor de leverantie van produkten in het kader van de jaarlijkse overeenkomsten inzake handel en samenwerking tussen de Staten worden op dezelfde wijze geopend als die voor leveringen ten behoeve van de Staten.
2. Armenië, Azerbeidzjan, Georgië, Kazachstan, Kirgizstan, Moldavië, Oekraïne, Oezbekistan, Rusland, Tadzjikistan, Turkmenistan.
Betalingen kunnen worden verricht in de nationale munteenheid van deze landen of in elke andere valuta die door de Republiek Wit-Rusland of door deze landen wordt aanvaard.
Armenië, Azerbeidzjan, Estland, Georgië, Kazachstan, Litouwen, Moldavië, Oekraïne, Oezbekistan, Rusland, Tadzjikistan, Turkmenistan: speciaal systeem voor niet-commerciële transacties, met inbegrip van de uit deze transacties voortvloeiende betalingen.
3. Armenië, Azerbeidzjan, Georgië, Kazachstan, Kirgizstan, Moldavië, Oekraïne, Oezbekistan, Rusland, Tadzjikistan, Turkmenistan: speciaal systeem van lopende rekeningen.
4. Armenië, Azerbeidzjan, Georgië, Kazachstan, Kirgizstan, Moldavië, Oekraïne, Oezbekistan, Rusland, Tadzjikistan, Turkmenistan: speciaal prijzenstelsel voor de handel in bepaalde grondstoffen en halffabrikaten.
5. Armenië, Azerbeidzjan, Georgië, Kazachstan, Kirgizstan, Moldavië, Oekraïne, Oezbekistan, Rusland, Tadzjikistan, Turkmenistan: speciale voorwaarden voor het transitoverkeer.
6. Armenië, Azerbeidzjan, Georgië, Kazachstan, Kirgizstan, Moldavië, Oekraïne, Oezbekistan, Rusland, Tadzjikistan, Turkmenistan: bijzondere douaneprocedures.
Uitzonderingsmaatregelen die afwijken van het bepaalde in artikel 13
1. Uitzonderingsmaatregelen die afwijken van het bepaalde in artikel 13 kunnen door de Republiek Wit-Rusland worden genomen in de vorm van kwantitatieve beperkingen op niet-discriminatoire grondslag.
2. Deze maatregelen mogen uitsluitend worden genomen ten behoeve van jonge industrieën of bepaalde sectoren die worden geherstructureerd of die met ernstige moeilijkheden te kampen hebben, in het bijzonder wanneer deze moeilijkheden met belangrijke sociale problemen gepaard gaan.
3. De totale waarde van de ingevoerde produkten waarop deze maatregelen van toepassing zijn mag niet meer bedragen dan 15 % van de totale invoer uit de Gemeenschap gedurende het laatste jaar voorafgaande aan de invoering van kwantitatieve beperkingen en waarvoor statistische gegevens beschikbaar zijn.
Deze bepalingen mogen niet worden ontdoken door verhoogde tariefbescherming op de betrokken ingevoerde goederen.
4. Behoudens andersluidende afspraken van de partijen mogen deze maatregelen uitsluitend worden toegepast gedurende een overgangsperiode die eindigt op 31 december 1998 of, indien dit vroeger is, wanneer de Republiek Wit-Rusland partij wordt bij de GATT.
5. De Republiek Wit-Rusland stelt de Samenwerkingsraad in kennis van alle maatregelen die zij voornemens is te treffen in het kader van deze bijlage. Voorts zal, indien de Gemeenschap daarom verzoekt en vóór zij van kracht worden, in de Samenwerkingsraad overleg plaatsvinden over deze maatregelen en de sectoren waarop zij van toepassing zijn.
Voorbehouden van de Gemeenschap overeenkomstig artikel 29, lid 1, onder b)
Mijnbouw
In sommige Lid-Staten kan voor de ontginning van ertsen door vennootschappen waarover personen van buiten de Gemeenschap zeggenschap hebben, een vergunning vereist zijn.
Visserij
Tenzij anders bepaald is de toegang tot en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen en visserijgronden die zich bevinden in maritieme wateren die onder de soevereiniteit of de jurisdictie van Lid-Staten vallen, beperkt tot vissersvaartuigen die de vlag van een Lid-Staat voeren en die op het grondgebied van de Gemeenschap geregistreerd zijn.
Aankoop van onroerend goed
In sommige Lid-Staten is de aankoop van onroerend goed door niet-EG-vennootschappen aan beperkingen onderworpen.
Audiovisuele diensten met inbegrip van de radio-omroep
Wat produktie en distributie betreft, met inbegrip van het uitzenden en andere vormen van transmissie aan het publiek, kan de nationale behandeling beperkt zijn tot audiovisuele werken die aan bepaalde criteria ten aanzien van de oorsprong voldoen.
Telecommunicatiediensten, met inbegrip van mobiele diensten en satellietverbindingen
Gereserveerde diensten
In sommige Lid-Staten is de markttoegang voor complementaire diensten en infrastructuur beperkt.
Professionele diensten
Beperkt tot natuurlijke personen die onderdaan zijn van een Lid-Staat. Onder bepaalde voorwaarden kan aan deze personen toestemming tot het oprichten van een vennootschap worden verleend.
Landbouw
In bepaalde Lid-Staten wordt de nationale behandeling niet toegekend aan vennootschappen waarover onderdanen van niet-EG-landen zeggenschap hebben en die een landbouwbedrijf wensen op te richten. De aankoop van wijngaarden door dergelijke vennootschappen is afhankelijk gesteld van een kennisgeving of, in voorkomend geval, een vergunning.
Persagentschappen
In sommige Lid-Staten is de deelneming van buitenlanders in uitgeverijen en omroeporganisaties aan beperkingen onderworpen.
Voorbehouden van Wit-Rusland overeenkomstig artikel 29, lid 2, onder a)
De Republiek Wit-Rusland behoudt zich het recht voor beperkte uitzonderingen op de nationale behandeling te handhaven, zoals bepaald in artikel 29, lid 2,onder a), in onderstaande sectoren of zaken:
– Het minimum toegelaten kapitaal voor banken en andere financiële instellingen met buitenlandse aandeelhouders bedraagt het equivalent van 5 miljoen ecu
– Eigendom van verzekeringsmaatschappijen voor buitenlanders is beperkt tot 49 % van het kapitaal
– Elektrische centrales die verbonden zijn met het United Energy System
– Eigendom van land, exploratie en exploitatie van natuurlijke hulpbronnen; eigendom van onroerend goed:
Op het grondgebied van Wit-Rusland gevestigde vennootschappen uit de Gemeenschap hebben met ingang van de inwerkingtreding van deze Overeenkomst het recht onroerend goed te verwerven, te gebruiken, te huren en te verkopen, en met betrekking tot natuurlijke hulpbronnen, landbouwgrond en bosbouw, het recht te pachten, waar deze van direct belang zijn voor het uitoefenen van de economische activiteit waarvoor zij zijn opgericht. Dit recht houdt niet in het recht op vestiging met als doel handel en bemiddeling op het gebied van onroerend goed en natuurlijke hulpbronnen.
– Verwerving van staats- en gemeente-eigendom bij denationalisering en privatisering
– Speciale vergunningen zijn vereist voor het handelen in staatspapieren van de Republiek Wit-Rusland
– Speciale vergunningen voor het verstrekken van openbare telefoon- en telegraafnetwerkdiensten
– Eigendom en specifieke vergunningen voor het exploiteren van omroep- of openbare radio- en televisiediensten
– Douane-expediteurs
– Detective- en veiligheidsdiensten.
Deze voorbehouden zijn van toepassing tijdens een overgangsperiode van niet langer dan vijf jaar te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst. Ze worden op niet-discriminerende wijze toegepast.
Financiële diensten – Definities als bedoeld in artikel 32, lid 3
Een financiële dienst is een dienst van financiële aard die door een financiële dienstverlener van een van de Partijen wordt aangeboden. Financiële diensten omvatten de volgende activiteiten:
A. Alle verzekeringsdiensten en daarmee verband houdende diensten
1. Directe verzekering (met inbegrip van co-assurantie)
i) levensverzekering
ii) niet-levensverzekering
2. Herverzekering en retrocessie
3. Verzekeringsbemiddeling zoals diensten van makelaars en agenten
4. Nevendiensten van het verzekeringsbedrijf, zoals diensten op het gebied van advisering, actuariaat, risicobeoordeling en schaderegeling
B. Bancaire en andere financiële diensten (verzekeringen niet inbegrepen)
1. In ontvangst nemen van deposito's en andere terugbetaalbare gelden van het publiek
2. Verstrekken van leningen, met inbegrip van met name consumentenkrediet, hypothecair krediet, factoring en financiering van handelstransacties
3. Financiële leasing
4. Alle betalings- en geldovermakingsdiensten, met inbegrip van krediet- en betaalkaarten, reischeques en kredietbrieven
5. Verlenen van garanties en stellen van borgtochten
6. Transacties voor eigen rekening of voor rekening van cliënten, hetzij ter beurze, hetzij op een markt buiten de beurs, hetzij anderszins, met betrekking tot:
a. geldmarktinstrumenten (cheques, wissels, depositocertificaten, enz.)
b. vreemde valuta's
c. afgeleide produkten, zoals bijvoorbeeld futures en opties
d. wisselkoers- en rente-instrumenten, met inbegrip van produkten zoals swaps, rentetermijncontracten, enz.
e. effecten
f. andere waardepapieren en financiële activa, met inbegrip van ongemunt goud en zilver
7. Deelneming aan emissies van diverse soorten effecten, met inbegrip van het overnemen en plaatsen van emissies als agent (openbaar of particulier) en het verlenen van daarmee verband houdende diensten
8. Bemiddeling op de interbankmarkten
9. Beheer van activa, bijvoorbeeld geld- of vermogensbeheer, alle vormen van beheer van collectieve belegging, beheer van pensioenfondsen alsmede bewaar-, deposito- en trustdiensten
10. Vereffenings- en verrekeningsdiensten voor financiële activa met inbegrip van effecten, afgeleide produkten en andere waardepapieren
11. Verstrekken en overdragen van financiële informatie, financiële gegevensverwerking en bijbehorende software door verleners van andere financiële diensten
12. Advisering en andere financiële nevendiensten in verband met de in de punten 1 tot 11 genoemde activiteiten, met inbegrip van kredietreferenties en -analyse, onderzoek en advies in verband met beleggingen en portefeuillesamenstelling, alsmede advies over overnames en over bedrijfsreorganisatie en -strategie
De volgende activiteiten zijn van de definitie van financiële diensten uitgesloten:
a. activiteiten van centrale banken of andere overheidsinstellingen voor de tenuitvoerlegging van het monetair beleid of het wisselkoersbeleid
b. activiteiten die voor rekening of met garanties van de Staat worden verricht door centrale banken, overheidsinstanties of -organisaties of openbare instellingen, behalve wanneer die activiteiten door financiële dienstverleners in concurrentie met die overheidslichamen mogen worden uitgevoerd
c. activiteiten die deel uitmaken van een wettelijk stelsel van sociale zekerheid of van wettelijke pensioenregelingen, behalve wanneer die activiteiten door financiële dienstverleners in concurrentie met overheidslichamen of particuliere instellingen mogen worden uitgevoerd.
Grensoverschrijdende dienstverlening
Diensten waarvoor de Partijen elkaar meestbegunstiging toekennen overeenkomstig artikel 37
Sectoren volgens de Central Product Classification (CPC) van de Verenigde Naties:
Advies inzake beoordeling van de boekhouding: onderdeel van CPC 86212 anders dan accountantscontrole
Advies op het gebied van boekhouddiensten CPC 86220
Diensten van ingenieurs CPC 8672
Geïntegreerde diensten van ingenieurs CPC 8673
Diensten van architecten: advies en voorontwerp CPC 86711
Diensten van architecten: bouwkundig ontwerp CPC 86712
Diensten in verband met stedebouw en landschapsarchitectuur CPC 8674
Diensten in verband met computers:
Advies met betrekking tot de installatie van computerapparatuur CPC 841
Installatie van programmatuur CPC 842
Databanken CPC 844
Reclame CPC 871
Markt- en opinieonderzoek CPC 864
Managementadvies CPC 866
Technische beproeving en analyse CPC 8676
Advies en consultancy inzake landbouw, jacht en bosbouw
Advies en consultancy inzake visserij
Advies en consultancy inzake mijnbouw
Drukkerij en uitgeverij CPC 88442
Congresdienstverlening
Vertalingen CPC 87905
Interieurarchitectuur CPC 87907
Telecommunicatie:
Diensten met toegevoegde waarde, met inbegrip van, echter niet beperkt tot: elektronische post, voice mail, on-line raadpleging van databases en andere informatiebronnen, gegevensverwerking, EDI, code- en protocolconversie
Pakketgeschakelde en circuitgeschakelde datadiensten
Bouwwerkzaamheden en gerelateerde technische werkzaamheden: onderzoek van bouwterreinen CPC 5111
Franchising CPC 8929
Volwasseneneducatie: schriftelijk onderwijs (onderdeel van CPC 924)
Persagentschappen CPC 962
Verhuur en leasing van auto's en andere vervoermiddelen zonder chauffeur (CPC 83101 personenauto's, CPC 83102 voertuigen voor goederenvervoer, CPC 83105); van overige machines, apparatuur en werktuigen zonder bedieningspersoneel (CPC 83106, 83107, 83108, 83109)
Handelsbemiddeling en groothandel met betrekking tot de in- en uitvoerhandel (onderdeel van CPC 621 en CPC 622)
Onderzoek en ontwikkeling op het gebied van computerprogrammatuur
Herverzekering en retrocessie, alsmede ondersteunende diensten op verzekeringsgebied, zoals advies, actuariële diensten, risicobeoordeling en schaderegeling
Verzekering van risico's met betrekking tot:
i) zeevaart, commerciële luchtvaart en ruimtelanceringen plus lading (met inbegrip van satellieten), daaronder begrepen de verzekering van: de vervoerde personen, de ingevoerde of uitgevoerde goederen, het voertuig waarmee de goederen vervoerd worden en elke aansprakelijkheid die hieruit voortvloeit;
ii) goederen in het internationaal vervoer.
Gegevensverwerking CPC 843
Verstrekking en doorzending van financiële informatie; verwerking van financiële gegevens (zie de punten B11 en B12 van bijlage V).
Bepalingen in verband met artikel 39
Deel A
Het overleg vangt binnen dertig dagen aan na het verzoek daartoe door de eerste partij. Het wordt gehouden om overeenstemming te bereiken over:
– de intrekking door de andere partij van de maatregelen die tot een aanmerkelijk restrictievere situatie hebben geleid; of
– aanpassingen van de verplichtingen van beide partijen; of
– aanpassingen door de eerste partij ter compensatie van de meer restrictieve situatie die door toedoen van de andere partij is ontstaan.
Indien binnen zestig dagen na het verzoek om overleg door de eerste partij geen overeenstemming is bereikt, mag deze partij zijn verplichtingen aanpassen, in de mate en voor zolang dit nodig is om de aanmerkelijk restrictievere situatie te compenseren die door toedoen van de andere partij is ontstaan. Prioriteit moet worden gegeven aan die maatregelen die de werking van de overeenkomst het minst verstoren. Deze aanpassingen mogen geen afbreuk doen aan de rechten die ondernemingen ten tijde van deze aanpassingen op grond van de overeenkomst hebben verworven.
Deel B
1. Tijdens de overgansperiode van drie jaar die op de ondertekening van de overeenkomst volgt, stelt de Regering van Wit-Rusland, in een geest van partnerschap en samenwerking, de Gemeenschap van haar voornemen in kennis nieuwe wetten in te voeren of nieuwe voorschriften goed te keuren die beperkingen kunnen inhouden van de voorwaarden voor de vestiging of werking van Witrussische filialen of dochterondernemingen van ondernemingen van de Gemeenschap ten opzichte van de situatie op de dag voorafgaande aan de datum van ondertekening van de overeenkomst. De Gemeenschap kan de Republiek Wit-Rusland verzoeken haar de ontwerp-teksten van deze wetten of voorschriften mede te delen en overleg te houden over deze teksten.
2. Indien nieuwe wetten of voorschriften die tijdens de in lid 1 bedoelde overgangsperiode in de Republiek Wit-Rusland worden ingevoerd ertoe leiden dat de voorwaarden voor de werking van Witrussische filialen en dochterondernemingen van ondernemingen van de Gemeenschap restrictiever worden ten opzichte van de situatie op de dag voorafgaande aan de datum van ondertekening van de overeenkomst, dan zijn deze wetten of voorschriften gedurende drie jaar vanaf hun inwerkingtreding niet van toepassing op die filialen en dochterondernemingen die bij de inwerkingtreding van bedoelde besluiten reeds in Wit-Rusland waren gevestigd.
Overeenkomsten inzake intellectuele, industriële en commerciële eigendom als bedoeld in artikel 51, lid 2
1. Artikel 51, lid 2, heeft betrekking op de volgende multilaterale overeenkomsten:
Berner-Conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst (Akte van Parijs, 1971);
Internationaal Verdrag inzake de bescherming van uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen en omroeporganisaties (Rome, 1961);
Protocol bij de Schikking van Madrid betreffende de internationale inschrijving van merken (Madrid, 1989);
Overeenkomst van Nice betreffende de internationale classificatie van de waren en diensten ten behoeve van de inschrijving van merken (Genève 1977, gewijzigd 1979);
Verdrag van Boedapest inzake de internationale erkenning van het depot van micro-organismen ten dienste van de octrooiverlening (1977, gewijzigd 1980);
Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekprodukten (UPOV) (Akte van Genève, 1991).
2. De Samenwerkingsraad kan aanbevelen dat artikel 51, lid 2, voor andere multilaterale overeenkomsten geldt. Indien zich problemen voordoen op het gebied van de intellectuele, de industriële en de commerciële eigendom die de handel ongunstig beïnvloeden, wordt op verzoek van een der Partijen ten spoedigste overleg gepleegd ten einde een voor beide Partijen bevredigende oplossing te vinden voor het probleem.
3. De Partijen bevestigen het belang dat zij hechten aan de verplichtingen die voortvloeien uit de hiernavolgende multilaterale overeenkomsten:
Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom (Akte van Stockholm, 1967, gewijzigd 1979);
Schikking van Madrid betreffende de internationale inschrijving van merken (Akte van Stockholm, 1967, gewijzigd 1979);
Verdrag tot samenwerking inzake octrooien (Octrooisamenwerkingsverdrag) (Washington 1970, aangepast in 1979 en gewijzigd in 1984).
4. Vanaf de inwerkingtreding van de Overeenkomst kent de Republiek Wit-Rusland aan vennootschappen en onderdanen van de Gemeenschap wat de erkenning en de bescherming van intellectuele, industriële en commerciële eigendom betreft, een behandeling toe die niet minder gunstig is dan die welke dit land uit hoofde van bilaterale overeenkomsten aan enig ander derde land toekent.
5. De bepalingen van punt 4 zijn niet van toepassing op de voordelen die de Republiek Wit-Rusland op een daadwerkelijke grondslag van reciprociteit aan enig derde land toekent of op de voordelen die de Republiek Wit-Rusland aan een ander land van de voormalige Sovjet-Unie toekent.
Protocol betreffende wederzijdse bijstand tussen de administratieve autoriteiten in douanezaken
Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder:
a. douanewetgeving: de op het grondgebied van de Partijen geldende voorschriften betreffende de invoer, de uitvoer en de doorvoer van goederen en de plaatsing daarvan onder een douaneregeling, met inbegrip van de door de Partijen ingestelde verboden, beperkingen en controlemaatregelen;
b. douanerechten: alle rechten, belastingen, vergoedingen en andere heffingen die ter uitvoering van de douanewetgeving op het grondgebied van de Partijen worden toegepast en ingevorderd, met uitzondering van de vergoedingen en heffingen waarvan het bedrag bij benadering gelijk is aan de kosten van de verleende diensten;
c. verzoekende autoriteit: een bevoegde administratieve autoriteit die hiertoe door een Partij is aangewezen en die een verzoek om administratieve bijstand in douanezaken indient;
d. aangezochte autoriteit: een bevoegde administratieve autoriteit welke hiertoe door een Partij is aangewezen en die een verzoek om administratieve bijstand in douanezaken ontvangt;
e. overtreding: elke inbreuk op de douanewetgeving en elke poging daartoe.
1. De Partijen verlenen elkaar, binnen hun bevoegdheden, bijstand, op de wijze en onder de voorwaarden vastgesteld in dit protocol, met het oog op de correcte toepassing van de douanewetgeving, in het bijzonder wat de preventie, de opsporing en het onderzoek van overtredingen van deze wetgeving betreft.
2. De bijstand in douanezaken waarin dit protocol voorziet, geldt voor elke administratieve autoriteit van de Partijen die bevoegd is voor de toepassing van dit protocol. De bijstand in douanezaken doet geen afbreuk aan de regels betreffende de wederzijdse bijstand in strafzaken en geldt niet voor informatie die is verkregen krachtens bevoegdheden welke op verzoek van de rechterlijke autoriteiten worden uitgeoefend, tenzij deze autoriteiten hiermee instemmen.
1. Op aanvraag van de verzoekende autoriteit verschaft de aangezochte autoriteit eerstgenoemde alle ter zake dienende informatie die deze nodig heeft voor de correcte toepassing van de douanewetgeving, met inbegrip van informatie betreffende verrichtingen die geconstateerd of gepland zijn en die een overtreding vormen of zouden vormen van deze wetgeving.
2. Op aanvraag van de verzoekende autoriteit deelt de aangezochte autoriteit haar mede of goederen die uit het grondgebied van een der Partijen zijn uitgevoerd, op regelmatige wijze in de andere Partij zijn ingevoerd, onder vermelding, in voorkomend geval, van de douaneregeling waaronder deze goederen zijn geplaatst.
3. Op aanvraag van de verzoekende autoriteit zorgt de aangezochte autoriteit ervoor dat toezicht wordt gehouden op:
a. natuurlijke personen of rechtspersonen ten aanzien waarvan redelijkerwijs mag worden aangenomen dat zij de douanewetgeving overtreden of overtreden hebben;
b. goederenbewegingen waarvan wordt bericht dat zij aanleiding kunnen geven tot ernstige overtredingen van de douanewetgeving;
c. vervoermiddelen waarvan redelijkerwijs mag worden aangenomen dat zij voor het plegen van inbreuken op de douanewetgeving werden gebruikt, worden gebruikt of zouden kunnen worden gebruikt;
d. plaatsen waar voorraden goederen zo zijn samengebracht dat er redenen zijn om aan te nemen dat zij bedoeld zijn voor leveranties ten behoeve van transacties die in strijd zijn met de douanewetgeving van de andere Partij.
De Partijen verlenen elkaar, overeenkomstig hun wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, zonder voorafgaande aanvraag en binnen hun bevoegdheid, bijstand, indien zij zulks noodzakelijk achten voor de correcte toepassing van de douanewetgeving, in het bijzonder wanneer zij informatie verkrijgen omtrent:
– verrichtingen die een inbreuk vormden, vormen of zouden vormen op deze wetgeving en die van belang kunnen zijn voor andere Partijen;
– nieuwe middelen of methoden die bij dergelijke verrichtingen worden gebruikt;
– goederen waarvan bekend is dat zij het voorwerp vormen van een ernstige overtreding van de douanewetgeving.
Op aanvraag van de verzoekende autoriteit neemt de aangezochte autoriteit, overeenkomstig haar nationale wet, de nodige maatregelen voor:
– de afgifte van alle documenten, en
– de kennisgeving van alle besluiten
waarop het bepaalde in dit protocol van toepassing is, aan een geadresseerde die op haar grondgebied verblijft of gevestigd is. In dit geval is artikel 6, lid 3, van toepassing.
1. Verzoeken in het kader van dit protocol worden schriftelijk gedaan en gaan vergezeld van de voor de behandeling ervan noodzakelijke bescheiden. In spoedeisende gevallen kunnen verzoeken mondeling worden gedaan, mits zij onmiddellijk schriftelijk worden bevestigd.
2. De overeenkomstig het bepaalde in lid 1 ingediende verzoeken bevatten de hierna volgende gegevens:
a. de naam van de verzoekende autoriteit;
b. de gevraagde maatregel;
c. het voorwerp en de reden van het verzoek;
d. de relevante wetten, reglementen en andere voorschriften;
e. zo nauwkeurig en volledig mogelijke informatie betreffende de natuurlijke personen of rechtspersonen waarop het onderzoek betrekking heeft;
f. een overzicht van de relevante feiten, behalve in de in artikel 5 bedoelde gevallen.
3. De verzoeken worden ingediend in een officiële taal van de aangezochte autoriteit of in een voor deze autoriteit aanvaardbare taal.
4. Indien een verzoek niet in de juiste vorm wordt gedaan, kan om correctie of aanvulling daarvan worden verzocht. Er kunnen echter vrijwaringsmaatregelen worden genomen.
1. De aangezochte autoriteit of, indien deze niet tot zelfstandig handelen bevoegd is, de administratieve dienst waaraan zij het verzoek toestuurt, behandelt het verzoek om bijstand, binnen de grenzen van haar bevoegdheden en met de middelen waarover zij beschikt, alsof zij voor eigen rekening of in opdracht van een andere autoriteit van dezelfde Partij handelde, met name door de gegevens waarover zij reeds beschikt mee te delen en door het nodige onderzoek te verrichten of te doen verrichten.
2. Verzoeken om bijstand worden behandeld overeenkomstig de wetten, reglementen en andere rechtsvoorschriften van de aangezochte Partij.
3. Naar behoren gemachtigde ambtenaren van een Partij kunnen met instemming van de andere betrokken Partij en onder de door deze laatste vastgestelde voorwaarden, van de diensten van de aangezochte autoriteit of van een andere autoriteit die onder de aangezochte autoriteit ressorteert, informatie betreffende overtredingen van de douanewetgeving verkrijgen die de verzoekende autoriteit nodig heeft ter uitvoering van het bepaalde in dit protocol.
4. Ambtenaren van een Partij kunnen, met instemming van de andere betrokken Partij, aanwezig zijn bij onderzoekverrichtingen op het grondgebied van laatstgenoemde Partij.
1. De aangezochte autoriteit deelt de uitslag van het ingestelde onderzoek aan de verzoekende autoriteit mede in de vorm van bescheiden, voor echt gewaarmerkte afschriften van bescheiden, rapporten en dergelijke.
2. De in lid 1 bedoelde bescheiden kunnen worden vervangen door informatie die met behulp van systemen voor automatische gegevensverwerking in om het even welke vorm voor hetzelfde doeleinde wordt verstrekt.
1. De Partijen kunnen de in dit protocol bedoelde bijstand weigeren wanneer het verlenen daarvan:
a. hun soevereiniteit, openbare orde, veiligheid of andere wezenlijke belangen in het gedrang zou kunnen brengen;
b. de toepassing inhoudt van deviezen- of belastingregelingen andere dan die inzake de doaunerechten; of
c. zou leiden tot de schending van een industrieel geheim, een handelsgeheim of een beroepsgeheim.
2. Wanneer de verzoekende autoriteit om een vorm van bijstand verzoekt die zij desgevraagd zelf niet zou kunnen verlenen, vermeldt zij dit in haar verzoek. De aangezochte autoriteit bepaalt zelf hoe zij op een dergelijk verzoek reageert.
3. Indien bijstand wordt geweigerd, dienen het daartoe strekkende besluit en de redenen die eraan ten grondslag liggen onverwijld aan de verzoekende autoriteit te worden medegedeeld.
1. Alle informatie die ter uitvoering van dit protocol in om het even welke vorm wordt verstrekt, heeft een vertrouwelijk karakter. Zij valt onder de geheimhoudingsplicht en geniet de bescherming van de ter zake geldende wettelijke voorschriften van de Partij die ze heeft ontvangen en van de overeenkomstige bepalingen die voor de communautaire instanties gelden.
2. Persoonsgebonden gegevens worden niet verstrekt wanneer er redelijke gronden zijn om aan te nemen dat de mededeling of het gebruik daarvan strijdig zouden zijn met de fundamentele rechtsbeginselen van een der partijen en, in het bijzonder, indien de betrokken persoon hiervan onrechtmatig nadeel zou ondervinden. De Partij die de gegevens ontvangt, deelt de Partij die de gegevens verstrekt desgevraagd mede voor welk doel deze zijn gebruikt en welke resultaten ermee zijn bereikt.
3. Persoonsgebonden gegevens mogen uitsluitend worden medegedeeld aan douaneautoriteiten en, indien vereist ten behoeve van rechtsvervolging, aan het openbaar ministerie en de rechterlijke instanties. Andere personen of autoriteiten kunnen de informatie uitsluitend verkrijgen na voorafgaande toestemming van de autoriteit die ze verstrekt.
4. De partij die de gegevens verstrekt, controleert de juistheid daarvan. Wanneer blijkt dat verstrekte gegevens onjuist zijn of dienen te worden weggelaten, wordt de ontvangende partij daarvan onverwijld in kennis gesteld. Deze laatste is gehouden de correctie of weglating uit te voeren.
5. Behalve in gevallen waarin zulks strijdig is met het algemeen belang, kan de betrokkene, op zijn verzoek, informatie verkrijgen omtrent opgeslagen gegevens en de redenen welke aan deze opslag ten grondslag liggen.
1. De verkregen informatie mag uitsluitend worden gebruikt voor de toepassing van dit protocol. Het gebruik ervan voor andere doeleinden door een Partij vereist de voorafgaande schriftelijke toestemming van de administratieve autoriteit die ze heeft verstrekt en is aan de door deze autoriteit vastgestelde beperkingen onderworpen.
2. Het bepaalde in lid 1 vormt geen beletsel voor het gebruik van de informatie in gerechtelijke of administratieve procedures die naderhand worden ingesteld wegens niet-naleving van de douanewetgeving.
3. De Partijen kunnen de overeenkomstig het bepaalde in dit protocol verkregen informatie en geraadpleegde bescheiden als bewijsmateriaal gebruiken in hun rapporten, getuigenverklaringen en in gerechtelijke procedures.
Een onder een aangezochte autoriteit ressorterende ambtenaar kan worden gemachtigd, binnen de perken van de hem verleende machtiging, in het rechtsgebied van een andere Partij als getuige of deskundige op te treden in gerechtelijke of administratieve procedures die betrekking hebben op aangelegenheden waarop dit protocol van toepassing is en daarbij de voor deze procedures noodzakelijke voorwerpen, bescheiden of voor echt gewaarmerkte afschriften van bescheiden voor te leggen. In de convocatie dient uitdrukkelijk te worden vermeld over welk onderwerp en in welke functie of hoedanigheid de betrokken ambtenaar zal worden ondervraagd.
De Partijen brengen elkaar geen kosten in rekening voor uitgaven die ter uitvoering van het bepaalde in dit protocol zijn gemaakt, met uitzondering, in voorkomend geval, van de uitgaven voor deskundigen, getuigen, tolken en vertalers die niet in overheidsdienst zijn.
1. De uitvoering van dit protocol wordt opgedragen aan de centrale douaneautoriteiten van de Republiek Wit-Rusland enerzijds, en de bevoegde diensten van de Commissie en, in voorkomend geval, de douaneautoriteiten van de Lid-Staten, anderzijds. Deze instanties stellen alle praktische maatregelen en regelingen voor de toepassing van dit protocol vast, rekening houdend met de voorschriften op het gebied van de gegevensbescherming. Zij kunnen de bevoegde instanties aanbevelingen doen voor wijzigingen die huns inziens in dit protocol dienen te worden aangebracht.
2. De Partijen plegen overleg en geven elkaar vervolgens kennis van alle uitvoeringsbepalingen die overeenkomstig dit artikel worden vastgesteld.
1. Dit protocol vult de overeenkomsten inzake wederzijdse bijstand aan die zijn gesloten of kunnen worden gesloten tussen een of meer Lid-Staten en de Republiek Wit-Rusland. Het staat niet in de weg aan de ruimere wederzijdse bijstand die eventueel in deze overeenkomsten is voorzien.
2. Onverminderd het bepaalde in artikel 11 doen deze overeenkomsten geen afbreuk aan de communautaire bepalingen betreffende de uitwisseling, tussen de bevoegde diensten van de Commissie en de douaneautoriteiten van de Lid-Staten, van alle met betrekking tot douanezaken verkregen informatie die voor de Gemeenschap van belang kan zijn.
De Overeenkomst behoeft ingevolge artikel 91 van de Grondwet de goedkeuring van de Staten-Generaal, alvorens het Koninkrijk aan de Overeenkomst kan worden gebonden.
De bepalingen van de Overeenkomst zullen ingevolge artikel 108 in werking treden op de eerste dag van de tweede maand volgende op de dag waarop de Partijen elkaar kennisgeving hebben gedaan van het feit dat de Overeenkomst volgens hun eigen procedures is goedgekeurd.
Bij gelegenheid van de ondertekening van de onderhavige Overeenkomst werd op 6 maart 1995 te Brussel een Slotakte ondertekend, waarvan de Nederlandse tekst1 als volgt luidt:
De gevolmachtigden van:
het Koninkrijk België,
het Koninkrijk Denemarken,
de Bondsrepubliek Duitsland,
de Helleense Republiek,
het Koninkrijk Spanje,
de Franse Republiek,
Ierland,
de Italiaanse Republiek,
het Groothertogdom Luxemburg,
het Koninkrijk der Nederlanden,
de Republiek Oostenrijk,
de Portugese Republiek,
de Republiek Finland,
het Koninkrijk Zweden,
het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,
Verdragsluitende Partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,
hierna de „Lid-Staten" te noemen, en van
de Europese Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, hierna „de Gemeenschap" te noemen,
enerzijds, en
de gevolmachtigden van de Republiek Wit-Rusland,
anderzijds,
bijeengekomen te Brussel, op zes maart negentienhonderd vijfennegentig, voor de ondertekening van de Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst, tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Wit-Rusland, anderzijds, hierna „Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst" te noemen, hebben de volgende teksten aangenomen:
De Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst, met bijlagen, en het volgende Protocol:
Protocol betreffende wederzijdse bijstand tussen de administratieve autoriteiten in douanezaken
De gevolmachtigden van de Lid-Staten en van de Gemeenschap en de gevolmachtigden van de Republiek Wit-Rusland hebben de volgende gemeenschappelijke verklaringen aangenomen, die aan deze Slotakte zijn gehecht:
Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 17 van de Overeenkomst
Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 18 van de Overeenkomst
Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 29 van de Overeenkomst
Gemeenschappelijke verklaring betreffende de artikelen 36 en 37 van de Overeenkomst
Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 37 van de Overeenkomst
Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 43 van de Overeenkomt
Gemeenschappelijke verklaring betreffende het begrip „zeggenschap" in artikel 31, onder b), en artikel 44 van de Overeenkomst
Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 51 van de Overeenkomst
Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 102 van de Overeenkomst
De gevolmachtigden van de Lid-Staten en van de Gemeenschap en de gevolmachtigden van de Republiek Wit-Rusland hebben tevens kennis genomen van de eenzijdige verklaring van de Franse Regering, die aan deze Slotakte is gehecht:
Eenzijdige verklaring van de Franse Regering betreffende de landen en gebieden overzee.
De gevolmachtigden van de Lid-Staten en van de Gemeenschap en de gevolmachtigden van de Republiek Wit-Rusland hebben tevens kennis genomen van de volgende briefwisseling, die aan deze Slotakte is gehecht:
Briefwisseling tussen de Gemeenschap en de Republiek Wit-Rusland met betrekking tot de vestiging van vennootschappen.
Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 17
De Gemeenschap en de Republiek Wit-Rusland verklaren dat de tekst van de vrijwaringsclausule geen GATT-vrijwaringsbehandeling toekent.
Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 18
Overeengekomen wordt dat de bepalingen van artikel 18 niet ten doel hebben, noch tot gevolg mogen hebben dat de in de onderscheiden wetgeving van de Partijen vervatte procedures voor onderzoek inzake antidumping en subsidies worden vertraagd, gehinderd of belet.
Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 29
Onverminderd de in de bijlagen III en IV genoemde voorbehouden en de bepalingen van de artikelen 45 en 48, komen de Partijen overeen dat de woorden „overeenkomstig hun/zijn wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen" in de leden 1 en 2 van artikel 29 betekenen dat elke Partij voorschriften voor de vestiging en werking van vennootschappen op haar grondgebied mag vaststellen, op voorwaarde dat deze voorschriften met betrekking tot de vestiging en werking van vennootschappen van de andere Partij niet leiden tot nieuwe voorbehouden die in een behandeling resulteren die minder gunstig is dan die welke wordt toegekend aan hun eigen vennootschappen dan wel aan vennootschappen of filialen of dochterondernemingen van vennootschappen uit een derde land.
Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikelen 36 en 37
De Gemeenschap verklaart dat het in de artikelen 36 en 37 genoemd grensoverschrijdend dienstenverkeer niet inhoudt dat de dienstverlener zich begeeft op het grondgebied van het land waarvoor de dienst is bestemd, noch dat de ontvanger van de dienst zich begeeft op het grondgebied van het land van waaruit de dienst wordt verricht.
Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 37
De Partijen komen overeen dat de woorden „in overeenstemming met de op het grondgebied van de respectieve Partijen toepasselijke wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen" betekenen dat elke Partij de voorwaarden voor grensoverschrijdend dienstenverkeer naar haar grondgebied kan reguleren, op voorwaarde dat dit niet leidt tot behandeling van de vennootschappen van de andere Partij die minder gunstig is dan de behandeling die zij aan vennootschappen van een derde land toekent.
Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 43
Het feit dat een visum wordt vereist voor natuurlijke personen van bepaalde partijen en niet voor die van andere, wordt niet op zichzelf geacht uit een specifieke verbintenis voortvloeiende voordelen teniet te doen of daaraan afbreuk te doen.
Gemeenschappelijke verklaring betreffende het begrip „zeggenschap" in artikel 31, onder b., en artikel 44
1. De Partijen bevestigen dat zij het onderling eens zijn dat het bestaan van „zeggenschap" afhangt van de feitelijke omstandigheden van elk geval.
2. Een vennootschap wordt bijvoorbeeld geacht onder „zeggenschap" van een andere vennootschap te staan, en dus een dochteronderneming van de betrokken vennootschap te zijn, indien:
– de andere vennootschap rechtstreeks of middellijk beschikt over een meerderheid van de stemrechten, of
– de andere vennootschap het recht heeft de meerderheid van de leden van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan aan te stellen of af te zetten, en terzelfder tijd aandeelhouder of lid van de dochteronderneming is.
3. Beide Partijen verklaren dat de in punt 2 vermelde criteria niet limitatief zijn.
Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 51
De Partijen zijn het erover eens dat voor de toepassing van de Overeenkomst intellectuele, industriële en commerciële eigendom inzonderheid het volgende omvat: auteursrechten, met inbegrip van de auteursrechten op computerprogramma's, en naburige rechten, de rechten voor octrooien, industriële ontwerpen, geografische aanduidingen, met inbegrip van benamingen van oorsprong, warenmerken en dienstmerken, topografieën van geïntegreerde schakelingen, alsmede bescherming tegen oneerlijke mededinging als bedoeld in artikel 10 bis van het Verdrag van Parijs voor de bescherming van industriële eigendom en bescherming van niet-openbaargemaakte informatie over know-how.
Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 102
De Partijen komen met het oog op de juiste uitlegging en toepassing van de Overeenkomst overeen dat onder de in artikel 102 van de Overeenkomst bedoelde „bijzonder dringende gevallen" wordt verstaan: gevallen van wezenlijke inbreuk op de Overeenkomst door één van de Partijen. Wezenlijke inbreuk op de Overeenkomst houdt in:
a. afwijzing van de Overeenkomst die niet in overeenstemming is met de algemene regels van het volkenrecht,
of
b. schending van de essentiële elementen van de Overeenkomst als vermeld in artikel 2.
Eenzijdige verklaring van de Franse Regering
De Franse Republiek merkt op dat de Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst met de Republiek Wit-Rusland niet van toepassing is op de landen en gebieden overzee die uit hoofde van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap met de Europese Unie zijn geassocieerd.
Briefwisseling tussen de Gemeenschap en de Republiek Wit-Rusland met betrekking tot de vestiging van vennootschappen
A. Brief van de Republiek Wit-Rusland
Mijnheer,
Ik verwijs naar de op 22 december 1994 geparafeerde Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst.
Tijdens de onderhandelingen heb ik erop gewezen dat de Republiek Wit-Rusland vennootschappen uit de Gemeenschap die zich in de Republiek Wit-Rusland vestigen en er activiteiten uitoefenen, in bepaalde opzichten een voorkeursbehandeling verleent. Ik heb daarbij opgemerkt dat dit het Witrussische beleid weerspiegelt om zoveel mogelijk de vestiging van vennootschappen uit de Gemeenschap in de Republiek Wit-Rusland te bevorderen.
Dit betekent naar mijn oordeel dat de Republiek Wit-Rusland in de periode tussen de datum van parafering van de Overeenkomst en de inwerkingtreding van de desbetreffende artikelen inzake de vestiging van vennootschappen, geen maatregelen of voorschriften zal vaststellen tot invoering of verzwaring van discriminatie van vennootschappen uit de Gemeenschap ten opzichte van Witrussische vennootschappen of vennootschappen van een derde land in vergelijking met de situatie op de datum van parafering van de Overeenkomst.
Ik moge U verzoeken mij de ontvangst van deze brief te willen bevestigen.
Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden.
Voor de Regering van de Republiek Wit-Rusland
B. Brief van de Gemeenschap
Mijnheer,
Ik dank U voor uw brief van heden, die als volgt luidt:
„Ik verwijs naar de op 22 december 1994 geparafeerde Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst.
Tijdens de onderhandelingen heb ik erop gewezen dat de Republiek Wit-Rusland vennootschappen uit de Gemeenschap die zich in de Republiek Wit-Rusland vestigen en er activiteiten uitoefenen, in bepaalde opzichten een voorkeursbehandeling verleent. Ik heb daarbij opgemerkt dat dit het Witrussische beleid weerspiegelt om zoveel mogelijk de vestiging van vennootschappen uit de Gemeenschap in de Republiek Wit-Rusland te bevorderen.
Dit betekent naar mijn oordeel dat de Republiek Wit-Rusland in de periode tussen de datum van parafering van de Overeenkomst en de inwerkingtreding van de desbetreffende artikelen inzake de vestiging van vennootschappen, geen maatregelen of voorschriften zal vaststellen tot invoering of verzwaring van discriminatie van vennootschappen uit de Gemeenschap ten opzichte van Witrussische vennootschappen of vennootschappen van een derde land in vergelijking met de situatie op de datum van parafering van de Overeenkomst.
Ik moge U verzoeken mij de ontvangst van deze brief te willen bevestigen.".
Ik heb de eer U de ontvangst van deze brief te bevestigen.
Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden.
Namens de Europese Gemeenschappen
Buiten het kader van de Overeenkomst:
Briefwisseling betreffende de gevolgen van de uitbreiding
A. Brief van de Gemeenschap
Mijnheer,
Onder verwijzing naar de vandaag ondertekende Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst bevestig ik U dat indien wijzigingen in deze Overeenkomst nodig mochten blijken als gevolg van een uitbreiding van de Gemeenschap, hierover overeenkomstig artikel 85 overleg zou worden gepleegd tussen de Partijen en in dit verband zoveel mogelijk rekening zou worden gehouden met het karakter van de bilaterale handels- en economische betrekkingen tussen de Republiek Wit-Rusland en de toetredende Staten.
Ik moge U verzoeken mij te willen bevestigen dat de Republiek Wit-Rusland met de inhoud van dit schrijven instemt.
Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden.
Namens de Europese Gemeenschap
B. Brief van de Republiek Wit-Rusland
Mijnheer,
Ik dank U voor uw brief van heden, die als volgt luidt:
„Onder verwijzing naar de vandaag ondertekende Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst bevestig ik U dat indien wijzigingen in deze Overeenkomst nodig mochten blijken als gevolg van een uitbreiding van de Gemeenschap, hierover overeenkomstig artikel 85 overleg zou worden gepleegd tussen de Partijen en in dit verband zoveel mogelijk rekening zou worden gehouden met het karakter van de bilaterale handels- en economische betrekkingen tussen de Republiek Wit-Rusland en de toetredende Staten.
Ik moge U verzoeken mij te willen bevestigen dat de Republiek Wit-Rusland met de inhoud van dit schrijven instemt.".
Ik heb de eer U de ontvangst van deze brief te bevestigen.
Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden.
Voor de Regering van de Republiek Wit-Rusland
GEDAAN te Brussel, de zesde maart negentienhonderd vijfennegentig.
De Slotakte is op 9 februari 1995 ondertekend voor:
België
Denemarken
Duitsland
Finland
Frankrijk
Griekenland
Ierland
Italië
het Koninkrijk der Nederlanden
Luxemburg
Oostenrijk
Portugal
Spanje
het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland
Zweden
de Europese Gemeenschappen
Wit-Rusland
Van het op 25 maart 1957 te Rome tot stand gekomen Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, waarnaar onder meer wordt verwezen in de preambule tot de onderhavige Overeenkomst, is de Franse tekst geplaatst in Trb. 1957, 74 en de Nederlandse tekst in Trb. 1957, 91; zie ook, laatstelijk, Trb. 1995, 76.
Van het op 18 april 1951 te Parijs tot stand gekomen Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, waarnaar onder meer wordt verwezen in de preambule tot de onderhavige Overeenkomst, zijn de Franse tekst en de vertaling geplaatst in Trb. 1951, 82; zie ook, laatstelijk, Trb. 1995, 77.
Van het op 25 maart 1957 te Rome tot stand gekomen Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, waarnaar onder meer wordt verwezen in de preambule tot de onderhavige Overeenkomst, is de Franse tekst geplaatst in Trb. 1957, 75 en de Nederlandse tekst in Trb. 1957, 92; zie ook, laatstelijk, Trb. 1995, 78.
De drie Oprichtingsverdragen van de Europese Gemeenschappen zijn gewijzigd bij de volgende verdragen:
– Het Verdrag tot instelling van één Raad en één Commissie welke de Europese Gemeenschappen gemeen hebben, met Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Gemeenschappen, waarvan de Nederlandse en de Franse tekst zijn geplaatst in Trb. 1965, 130; zie ook, laatstelijk Trb. 1993, 14.
– De op 17/28 februari 1986 te Luxemburg/'s-Gravenhage tot stand gekomen Europese Akte, waarvan de Nederlandse tekst is geplaatst in Trb. 1986, 63; zie ook, laatstelijk, Trb. 1995, 79.
– Het op 7 februari 1992 te Maastricht tot stand gekomen Verdrag betreffende de Europese Unie, waarvan de Nederlandse tekst is geplaatst in Trb. 1992, 74; zie ook, laatstelijk, Trb. 1994, 28.
Van de op 18 december 1989 te Brussel tot stand gekomen Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken inzake handel en commerciële en economische samenwerking, waarnaar onder meer wordt verwezen in de preambule tot de onderhavige Overeenkomst, is de Nederlandse tekst geplaatst in Pb. EG L 68/90.
De Organisatie van de Verenigde Naties, waarnaar verwezen in de preambule tot de onderhavige Overeenkomst, is opgericht bij het op 26 juni 1945 te San Francisco tot stand gekomen Handvest van de Verenigde Naties. Van dat Handvest zijn de gewijzigde Engelse en Franse tekst geplaatst in Trb. 1979, 37 en is de herziene vertaling geplaatst in Trb. 1987, 113; zie ook, laatstelijk, Trb. 1994, 277.
Van de op 1 juli 1968 te Londen/Moskou/Washington tot stand gekomen Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens, waarnaar wordt verwezen in de preambule tot de onderhavige Overeenkomst, zijn de Franse en de Engelse tekst, alsmede de vertaling, geplaatst in Trb. 1968, 126; zie ook, laatstelijk, Trb. 1978, 164.
Van de op 15 april 1994 te Marrakesh tot stand gekomen Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel (GATT), als gewijzigd bij de Urugay-ronde, waarnaar onder meer wordt verwezen in de preambule tot de onderhavige Overeenkomst is de Engelse tekst geplaatst in Trb. 1994, 235 (blz. 16 e.v.) en de vertaling in Trb. 1995, 130.
Van de op 12 juni 1985 te Lissabon/Madrid tot stand gekomen Akte van Toetreding van Spanje en Portugal tot de Gemeenschap, waarnaar wordt verwezen in artikel 13 van de onderhavige Overeenkomst, is de Nederlandse tekst geplaatst in Trb. 1985, 135; zie ook, laatstelijk, Trb. 1988, 158.
Van het op 6 april 1974 te Genève tot stand gekomen Verdrag van de Verenigde Naties inzake een gedragscode voor lijnvaartconferences, naar welke gedragscode wordt verwezen in artikel 40, eerste lid, onder a, van de onderhavige Overeenkomst, zijn de Engelse en de Franse tekst geplaatst in Trb. 1979, 177 en de vertaling in Trb. 1980, 165; zie ook laatstelijk, Trb. 1987, 130.
Van de op 15 april 1994 te Marrakesh tot stand gekomen Algemene Overeenkomst inzake de Handel in Diensten (GATS), waarnaar onder meer wordt verwezen in artikel 45 van de onderhavige Overeenkomst, is de Engelse tekst geplaatst in Trb. 1994, 235 (blz. 304 e.v.) en de vertaling in Trb. 1995, 130.
Van de op 27 december 1945 te Washington tot stand gekomen Overeenkomst betreffende het Internationale Monetaire Fonds (IMF), waarnaar onder meer wordt verwezen in artikel 49, vijfde lid, van de onderhavige Overeenkomst, zijn de Engelse tekst en de vertaling geplaatst inStb. 278, respectievelijk op blz. 4–106 en blz. 5–107; zie ook, laatstelijk, Trb. 1991, 70.
Van het op 22 maart 1989 te Bazel tot stand gekomen Verdrag van Bazel inzake de beheersing van de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen en de verwijdering ervan, waarnaar wordt verwezen in artikel 63, tweede lid, van de onderhavige Overeenkomst, zijn de Engelse en de Franse tekst, alsmede de vertaling geplaatst in Trb. 1990, 12; zie ook, laatstelijk, Trb. 1994, 253.
Van het op 25 februari 1991 te Espoo tot stand gekomen Verdrag inzake milieu-effectrapportage in grensoverschrijdend verband, waarnaar wordt verwezen in artikel 63, tweede lid, van de onderhavige Overeenkomst, zijn de Engelse en de Franse tekst geplaatst in Trb. 1991, 104 en de vertaling in Trb. 1991, 174.
Het Europees Monetair Stelsel, waarnaar wordt verwezen in artikel 67 van de onderhavige Overeenkomst, is opgericht bij artikel 109 F van het op 7 februari 1992 te Maastricht tot stand gekomen Verdrag betreffende de Europese Unie. Van dat Verdrag is de Nederlandse tekst geplaatst in Trb. 1992, 74; zie ook, laatstelijk, Trb. 1994, 28.
De Internationale Bank voor Herstel en Ontwikkeling, waarnaar wordt verwezen in artikel 84 van de onderhavige Overeenkomst, is opgericht bij de op 27 december 1945 te Washington tot stand gekomen Overeenkomst betreffende de Internationale Bank voor Herstel en Ontwikkeling. Van dat Verdrag zijn de Engelse tekst en de vertaling geplaatst inStb. G. 278, respectievelijk op blz. 108–182 en 109–183; zie ook, laatstelijk, Trb. 1989, 121.
De Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling, waarnaar wordt verwezen in artikel 84 van de onderhavige Overeenkomst, is opgericht bij de op 29 mei 1990 te Parijs tot stand gekomen Overeenkomst tot oprichting van de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling. Van die Overeenkomst zijn de Engelse en de Franse tekst, alsmede de vertaling geplaatst in Trb. 1990, 143; zie ook Trb. 1991, 81.
Het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP), waarnaar wordt verwezen in artikel 84 van de onderhavige Overeenkomst, is ingesteld bij resolutie 2029 (XX) van de Algemene Vergadering der Verenigde Naties.
Van het op 10 juni 1958 te New York tot stand gekomen Verdrag over de erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse arbitrale uitspraken, waarnaar wordt verwezen in artikel 93, tweede lid, van de onderhavige Overeenkomst, zijn de Engelse en de Franse tekst geplaatst in Trb. 1958, 145 en de vertaling in Trb. 1959, 58; zie ook, laatstelijk, Trb. 1980, 27.
Van het op 17 december 1994 te Lissabon tot stand gekomen Verdrag inzake het Europees Energiehandvest, waarnaar wordt verwezen in artikel 100 van de onderhavige Overeenkomst, zijn de Engelse en de Franse tekst geplaatst in Trb. 1995, 108.
Van de op 24 juli 1971 te Parijs tot stand gekomen Herziene Berner Conventie van 9 september 1886 voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst, waarnaar wordt verwezen in Bijlage VIII, eerste lid, bij de onderhavige Overeenkomst, zijn de Engelse en de Franse tekst, alsmede de vertaling geplaatst in Trb. 1972, 157; zie ook, laatstelijk, Trb. 1985, 151.
Van het op 26 oktober 1961 te Rome tot stand gekomen Internationaal Verdrag inzake de bescherming van uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen en omroeporganisaties, waarnaar wordt verwezen in Bijlage VIII, eerste lid, bij de onderhavige Overeenkomst, zijn de Engelse en de Franse tekst, alsmede de vertaling geplaatst in Trb. 1986, 182; zie ook, laatstelijk, Trb. 1993, 133.
Van het op 28 juni 1989 te Madrid tot stand gekomen Protocol bij de Schikking van Madrid betreffende de internationale inschrijving van merken, waarnaar wordt verwezen in Bijlage VIII, eerste lid, bij de onderhavige Overeenkomst, zijn de Franse en de Engelse tekst, alsmede de vertaling geplaatst in Trb. 1994, 40.
Van de op 13 mei 1977 te Genève tot stand gekomen Herziene Overeenkomst van Nice van 15 juni 1957 betreffende de internationale classificatie van de waren en diensten ten behoeve van de inschrijving van merken, waarnaar wordt verwezen in Bijlage VIII, eerste lid, bij de onderhavige Overeenkomst, zijn de Franse en de Engelse tekst, alsmede de vertaling geplaatst in Trb. 1978, 60; zie ook, laatstelijk, Trb. 1989, 55.
Van het op 28 april 1977 te Boedapest tot stand gekomen Verdrag inzake de internationale erkenning van het depot van micro-organismen ten dienst van de octrooiverlening, waarnaar wordt verwezen in Bijlage VIII, eerste lid, bij de onderhavige Overeenkomst, zijn de Engelse en de Franse tekst, alsmede de vertaling geplaatst in Trb. 1978, 90; zie ook, laatstelijk, Trb. 1987, 62.
Van de op 23 oktober 1978 te Genève tot stand gekomen Herziene Akte houdende wijziging van het Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekprodukten, waarnaar wordt verwezen in Bijlage VIII, eerste lid, bij de onderhavige Overeenkomst, zijn de Franse en de Engelse tekst geplaatst in Trb. 1979, 75 en de Nederlandse tekst in Trb. 1981, 205; zie ook laatstelijk, Trb. 1986, 143. Deze Akte is herzien bij de Akte van 19 maart 1991 (Tekst van die herziening in Trb. 1992, 52, vertaling in Trb. 1993, 153).
Van het op 14 juli 1967 te Stockholm tot stand genomen Herziene Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom, waarnaar wordt verwezen in Bijlage VIII, derde lid, bij de onderhavige Overeenkomst, is de Franse tekst geplaatst in Trb. 1969, 144 en de vertaling in Trb. 1970, 187; zie ook, laatstelijk, Trb. 1988, 22.
Van de op 14 juli 1967 te Stockholm tot stand gekomen Herziene Schikking van Madrid betreffende de internationale inschrijving van merken, waarnaar wordt verwezen in Bijlage VIII, derde lid, bij de onderhavige Overeenkomst, is de Franse tekst geplaatst in Trb. 1969, 143 en de vertaling in Trb. 1970, 186; zie ook, laatstelijk, Trb. 1989, 54.
Van het op 19 juni 1970 te Washington tot stand genomen Verdrag tot samenwerking inzake octrooien, waarnaar wordt verwezen in Bijlage VIII, derde lid, bij de onderhavige Overeenkomst, zijn de Engelse en de Franse tekst, alsmede de vertaling geplaatst in Trb. 1973, 20; zie ook, laatstelijk, Trb. 1995, 113.
Het voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van de Overeenkomst is nog niet ontvangen. In de hierna volgende tekst kunnen derhalve onjuistheden voorkomen, die in een volgend Tractatenblad zullen worden gecorrigeerd.
De Deense, de Duitse, de Engelse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Italiaanse, de Portugese, de Spaanse, de Zweedse en de Witrussische tekst zijn niet afgedrukt.
De Deense, de Duitse, de Engelse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Italiaanse, de Portugese, de Spaanse, de Zweedse, en de Witrussische tekst zijn niet afgedrukt.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/trb-1995-143.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.