Regeling van de Staatsecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 1 maart 2026 met nr. 51423651, tot wijziging van de Regeling modellen diploma’s VO en de Regeling modellen schooldiploma’s vso in verband met het repareren van technische onvolkomenheden

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op de artikelen 2.58, vijfde lid en 2.80, derde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020, de artikelen 3.49, derde lid, 3.67, vijfde lid en 4.9, vijfde lid, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 en de artikelen 14d, derde lid, en 14g, derde lid, van de Wet op de expertisecentra;

Besluit:

ARTIKEL I

De Regeling modellen diploma’s VO wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 4 wordt ‘(en de bijlagen behorend bij de cijferlijsten)’ vervangen door ‘en de bijlagen behorend bij de cijferlijsten’ en wordt ‘de bijlagen 3a en 3c2 voor vwo, 3b en 3c2 voor havo, respectievelijk’ vervangen door ‘respectievelijk de bijlagen 3a voor vwo, 3b en 3c2 voor havo en’.

B

In artikel 5 wordt ‘de bijlagen 4a en 4c2 voor vwo, 4b en 4c2 voor havo, respectievelijk 4c en 4c2 ’ vervangen door ‘respectievelijk de bijlagen 4a voor vwo, 4b voor havo, en 4c’.

C

In artikel 9, onderdeel a, wordt ‘voor havo en 8c voor vmbo’ vervangen door ‘en 8b1 voor havo en 8c en 8c1 voor vmbo’.

D

1. In artikel 10, eerste lid, onderdeel b, wordt ‘en 11c2 voor vwo’ vervangen door ‘voor vwo’.

2. In artikel 10, tweede lid, onderdeel c, wordt ‘bijlagen 12a en 12c2 voor vwo, 12b en 12c2 voor havo, respectievelijk 12c en 12c2 voor vmbo’ vervangen door ‘bijlagen 12a voor vwo, 12b voor havo, respectievelijk 12c voor vmbo’

E

In artikel 11a wordt ‘die wordt uitgereikt aan de leerling die de school verlaat en aan wie geen diploma kan worden uitgereikt als bedoeld in artikel 2.59, eerste lid, WVO 2020’ vervangen door ‘bedoeld in 2.59 van de WVO 2020, die wordt uitgereikt aan de leerling die de school verlaat en aan wie geen diploma, als bedoeld in artikel 2.58, tweede en derde lid, van de WVO 2020 kan worden uitgereikt’.

F

Artikel 12, derde lid, komt te vervallen.

G

Bijlage 12c2 vervalt.

H

Bijlage 1 komt te luiden:

BIJLAGE 1. RICHTLIJNEN VOOR HET INVULLEN VAN DE MODELLEN EN BEVEILIGEN WAARDEPAPIER

Richtlijnen voor het invullen van de modellen en beveiligen waardepapier

Algemeen

Veiligheidseisen papier waardedocumenten

Het is noodzakelijk dat de waardedocumenten gedrukt worden op papier dat namaak en vervalsing tegengaat. Het papier dient daarom te beschikken over:

  • een uniek watermerk,

  • UV-vezels,

  • een vloeiend kleurverloop,

  • microtekst en

  • een beschermlaag die verkleurt bij mechanische of chemische aantasting.

Met dit papier moet zorgvuldig worden omgegaan om te borgen dat het niet in handen van onbevoegden komt.

Gebruik van de modellen

Er bestaan verschillende modellen voor verschillende diploma’s (bijvoorbeeld een regulier diploma, een diploma met het judicium cum laude of een diploma met een of meerdere vakken op een hoger niveau). Afhankelijk van het diploma dat wordt uitgereikt, dient het juiste model te worden gekozen. Let op dat er bij het invullen van de modellen per vak één regel wordt gebruikt. Afhankelijk van het aantal vakken worden de regels voor de vermelding van de vakken op de cijferlijst ongeldig gemaakt voor zover ze niet worden gebruikt, of wordt hun aantal aangepast aan het aantal vakken waarin de examenkandidaat examen heeft gedaan.

Naamvermelding van de school

Op de examendocumenten wordt steeds – voor zover van toepassing – achter het woord ‘aan’ vermeld: de naam van de school voor voortgezet onderwijs of instelling voor educatie en beroepsonderwijs (ROC). Indien het een ROC betreft komt er na ‘aan’ te staan: de opleiding vavo van ...

De naam van de school of de instelling is de naam zoals gebruikt door het bestuur in het dagelijks maatschappelijk verkeer en zoals geregistreerd bij DUO. Indien een school een hoofdvestiging en tenminste één nevenvestiging heeft, waarbij het niet om een tijdelijke nevenvestiging mag gaan, is het toegestaan dat na de officiële naam van de school een komma volgt en het woord ‘locatie’, gevolgd door de naam van de locatie. Indien de onderwijsaanbieder in het dagelijkse verkeer een andere naam hanteert dan bij DUO is geregistreerd, is het toegestaan deze naam te vermelden, echter alleen onder toevoeging van: ‘onderdeel van’ met daaropvolgend de naam zoals bij DUO geregistreerd, met inachtneming van artikel 2.93 WVO 2020. Omdat alle diploma’s en cijferlijsten worden opgenomen in het diplomaregister is het belangrijk dat de naamgeving van de school op het daadwerkelijk uitgereikte diploma direct te relateren is aan de naam van de school zoals opgenomen in het diplomaregister. Scholen moeten er voor zorgen dat de correcte naam van de school bij DUO staat geregistreerd, waarbij in het geval van een (neven)vestiging duidelijk wordt uit de naam van welke school c.q. scholengemeenschap deze deel uit maakt.

Naamvermelding examenkandidaat

Er is niet voorgeschreven dat de naam van de examenkandidaat op exact dezelfde wijze vermeld wordt als in het BRP c.q. zoals op ID/paspoort is vermeld. Als de examenkandidaat in de praktijk wil aantonen dat het diploma van hem/haar is, is dit echter wel aan te bevelen. Slechts het hanteren van voorletter(s) of de roepnaam is ook toegestaan.

Vermelding geboorteplaats/ -gemeente

Achter ‘te’ wordt geacht de officiële gemeentenaam geplaatst te worden, waar de aangifte van geboorte destijds is gedaan. Dit is geen voorschrift, maar wel aan te raden, vanwege de gegevens op het ID (waar immers deze gemeentenaam ook op staat).

Datering

Op de examendocumenten wordt steeds achter het woord ‘datum’ vermeld: de datum (dd-mm-jjjj) waarop het document is ondertekend. Wanneer het examendocument een diploma, getuigschrift of certificaat betreft wordt in de regel de datum van uitreiking aan en ondertekening door de kandidaat gebruikt. Bij het staatsexamen, of in andere gevallen waar het niet mogelijk is om als directeur bij de ondertekening van de kandidaat aanwezig te zijn, wordt wanneer het examendocument een diploma, getuigschrift of certificaat betreft de datum van de vaststelling van de uitslag en/of de ondertekening van het examendocument door de Staatsexamencommissie (hierna: ‘het college’) dan wel de directeur gebruikt.

Wanneer het examendocument een (voorlopige) cijferlijst, bewijs van ontheffing, of verklaring behorend bij het bewijs van ontheffing betreft wordt de datum van de ondertekening door de directeur dan wel het college gebruikt. Dit kan betekenen dat een cijferlijst een andere datering heeft dan het bijbehorende diploma.

Ondertekening

Ingevolge de artikelen 3.40, derde lid, en 3.46, derde lid, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 ondertekenen de directeur en de secretaris van het eindexamen de diploma’s en de cijferlijsten. Ingevolge de artikelen 4.25, vierde lid, 4.26, tweede lid, 4.29, tweede lid, en 4.32, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit WVO ondertekent het college de diploma’s, de certificaten en bijbehorende cijferlijsten.

De functionarissen die de examendocumenten moeten tekenen zijn en blijven onder alle omstandigheden verantwoordelijk voor de ondertekening. Tenzij anders bepaald door het bevoegd gezag, mogen zij, mits het bevoegd gezag hen die bevoegdheid heeft gegeven, een andere functionaris, die door hen daartoe schriftelijk gemandateerd is, laten tekenen, doch slechts met vermelding van ‘namens deze’ gevolgd door de handtekening, de naam en de functie van de ondertekenaar. De handtekening moet feitelijk (met pen) geschreven worden. Een gescande of gekopieerde handtekening is niet toegestaan.

Bovenstaande geldt ook in het geval een school geen directeur kent maar een centrale directie. Op het diploma dient dan voor directeur te worden gelezen de centrale directie. De centrale directie is in dat geval verantwoordelijk voor het ondertekenen van de diploma’s. Het is echter ook mogelijk dat de centrale directie de tekenbevoegdheid overdraagt. Dit dient dan in het examenreglement van de school te worden vermeld, zodat examenkandidaten en ouders hiervan op de hoogte zijn.

Vaknamen

De te hanteren wettelijke benamingen van de vakken staan opgenomen in de vakcodetabel, een bijlage bij de Regeling codetabellen vo, vso en mbo.

Cijferlijsten algemeen

De afgifte van cijferlijsten is voor scholen voor voortgezet onderwijs en instellingen voor educatie en beroepsonderwijs, voor zover het betreft de door die instellingen verzorgde opleidingen vavo, geregeld in de artikelen 3.40 tot en met 3.43, en 3.72 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 en voor staatsexamens in de artikelen 4.25 tot en met 4.28 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020.

Teksten in de cijferlijsten die niet van toepassing zijn worden weggelaten en het aantal regels wordt aangepast aan het aantal vakken.

Op de cijferlijst wordt in de cijfer- en beoordelingstabel voor zover van toepassing vermeld:

  • wanneer een vak zowel een schoolexamen/ college-examen en een centraal examen bevat moeten beide cijfers op één decimaal nauwkeurig worden opgenomen. De eindcijfers moeten zonder decimalen worden opgenomen. Zie de artikelen 3.13, 3.32, 4.11, 4.16 en 4.18 van het Uitvoeringsbesluit WVO.

  • wanneer het vak alleen een schoolexamen/ college-examen bevat en geen centraal examen kent moet het afgeronde schoolexamen- of college-examencijfer zonder decimalen worden opgenomen. Dit cijfer wordt ook opgenomen als eindcijfer. Zie de artikelen 3.13, tweede lid, 3.32, derde lid, 4.11, tweede lid en 4.18, derde lid, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020.

  • het vak of de vakken en het onderwerp of de titel van het profielwerkstuk havo of vwo,

  • het thema of de titel van het profielwerkstuk en de beoordeling van het profielwerkstuk in het vmbo,

  • de beoordeling van het vak lichamelijke opvoeding in het havo of vwo,

  • de beoordeling van het vak ‘kunstvakken inclusief ckv’ en het vak lichamelijke opvoeding in het vmbo,

  • de cijfers voor de examenvakken met inbegrip van de vakken die deel uitmaken van het combinatiecijfer en het eindcijfer voor het combinatiecijfer (voor havo en vwo inclusief het profielwerkstuk),

  • de beoordeling van de maatschappelijke stage, en

  • de uitslag van het eindexamen/staatsexamen (zie voor de uitslagbepaling de artikelen 3.34 en 3.35 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 of de artikelen 4.20 en 4.21 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020).

Extra vakken

Indien in meer examenvakken examen is afgelegd dan in de vakken die ten minste samen een eindexamen of staatsexamen vormen, en deze vakken betrokken worden bij de uitslag, worden ze vermeld in het vrije deel. Extra vakken die niet bij de vaststelling van de uitslag zijn betrokken worden (op grond van de artikelen 3.40, tweede lid en 4.25, derde lid, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020) in het vrije deel op de cijferlijst vermeld, tenzij de examenkandidaat daartegen bedenkingen heeft geuit.

Vrijstelling of ontheffing

De artikelen 3.42, 3.43, 4.27 en 4.28 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 regelen de vermelding op de cijferlijst van vakken waarvoor de kandidaat vrijstelling heeft of ontheffing is verleend bij het eindexamen/staatsexamen. Op de plaats van het cijfer wordt bij de vakken waarbij er sprake is van vrijstelling zonder vermelding van een cijfer op de cijferlijst ‘Vr’ vermeld (zie ook profielen vwo en havo). Het is ook toegestaan op de plaats van het cijfer een van de woorden ‘vrijstelling’ of ‘ontheffing’ voluit te vermelden.’

Vermelding van vakken die niet met een eindcijfer beoordeeld worden

Bij vakken waarvoor de eindbeoordeling niet in de vorm van een cijfer maar als ‘voldoende’ of ‘goed’ is gegeven, wordt deze beoordeling vermeld in de plaats van het cijfer (in de kolom ‘in letters’).

Niet afgeronde onderdelen

Voor de onderdelen die niet naar behoren zijn afgerond en waarvoor geen cijfer, voldoende, onvoldoende of goed kan worden ingevuld, wordt de vermelding ‘n.a.’ (niet afgerond) ingevuld. Er kan alleen sprake zijn van niet afgeronde onderdelen indien toepassing is gegeven aan artikel 2.55, vierde lid, van de WVO 2020.

Vermelding van vakken die op een hoger niveau zijn afgelegd

Vakken waarin het examen op een hoger niveau is afgelegd, worden op de cijferlijst vermeld met de naam van het vak uit het betreffende niveau met de toevoeging van dat niveau tussen haakjes.

Uitslag

Bij ‘uitslag’ voor het eindexamen of staatsexamen wordt ingevuld (zie de artikelen 2.57, tweede lid, en 2.79, derde lid, van de WVO 2020):

  • ‘geslaagd’ als de examenkandidaat geslaagd is en een diploma en een cijferlijst op gewaarmerkt papier ontvangt,

  • ‘afgewezen’, in het geval een examenkandidaat is afgewezen en alleen een officiële cijferlijst op gewaarmerkt papier ontvangt.

Cijferlijst voor vso-examenkandidaten met beroepsgericht programma

Op grond van artikel 3.41 Uitvoeringbesluit WVO 2020 ontvangen vso-examenkandidaten die een deel van hun eindexamen (in symbiose) afsluiten op een reguliere vmbo-school een cijferlijst van die vmbo-school. Dat geldt ook als zij alleen een beroepsgericht programma of praktijkgericht programma op de betreffende vmbo-school afronden. De school dient in deze situatie model 4c te gebruiken ofwel het model voor de voorlopige cijferlijst zoals genoemd in artikel 3.49 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020.

Cijferlijst Leer-werktrajectkandidaten

Indien het een leer-werktraject van de basisberoepsgerichte leerweg betreft, dan worden minimaal de cijfers van het vak Nederlandse taal (gemeenschappelijk deel) en het beroepsgerichte programma (profieldeel en vrije deel) vermeld (zie artikel 2.103, vierde lid, van de WVO 2020) op de cijferlijst voor het vmbo.

Bijlage bij de cijferlijst in verband met het schoolexamen rekenen

Wanneer een kandidaat geen eindexamen heeft afgelegd in ten minste één van de varianten van het vak wiskunde moet de kandidaat het schoolexamen rekenen afleggen. Indien de kandidaat wel eindexamen heeft afgelegd in het vak wiskunde, maar dit vak niet bij de uitslagbepaling betrekt en bezwaar maakt tegen vermelding van het resultaat op de cijferlijst, dan wordt het resultaat voor wiskunde eveneens op de bijlage vermeld. Op de bijlage bij de cijferlijst wordt het resultaat hiervan vermeld:

  • in het vakje ‘onderdeel waarin examen is afgelegd’: (het schoolexamen rekenen of het vak wiskunde);

  • in de vakjes met ‘eindcijfer’: het eindcijfer van het schoolexamen rekenen (zonder decimalen). Zie de artikelen 3.32, 3.13, tweede lid en 4.18, 4.11, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020.

De vakjes die niet van toepassing zijn blijven leeg.

Voorlopige cijferlijst

Indien de examenkandidaat een centraal examen of een afsluitend schoolexamen in een of meer vakken heeft afgelegd in het voorlaatste leerjaar of het leerjaar dat daaraan voorafgaat en vervolgens de school verlaat zonder het eindexamen te voltooien, ontvangt hij een ‘voorlopige cijferlijst’.

Een voorlopige cijferlijst wordt uitgereikt als de examenkandidaat de school verlaat voordat de uitslag van het betreffende eindexamen definitief kan worden vastgesteld (artikel 3.49 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020). Dit geldt ook bij een examenkandidaat die het gespreid centraal examen, bedoeld in artikel 3.56 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020, aflegt. Daarnaast geldt dit ook voor leerlingen die aan een andere school of instelling worden uitbesteed om daar hun gespreid examen voort te zetten. Ook een vso-examenkandidaat die alleen een beroepsgericht of praktijkgericht programma (in symbiose) afsluit op de vmbo-school ontvangt een voorlopige cijferlijst van die vmbo-school.

De resultaten op de voorlopige cijferlijst kunnen worden betrokken bij de vaststelling van de uitslag van het betreffende eindexamen en overgenomen op de cijferlijst die op grond van de definitieve uitslag wordt uitgereikt. Ook als de examenkandidaat via staatsexamens of het vavo een diploma voortgezet onderwijs wenst te behalen kunnen eerder behaalde resultaten waar toepasbaar bij de uitslag worden betrokken. De voorlopige cijferlijst komt dan te vervallen, zodra de definitieve uitslag is vastgesteld.

Op de voorlopige cijferlijst wordt of worden (conform de cijferlijst) voor zover van toepassing vermeld:

  • wanneer een vak zowel een schoolexamen als een centraal examen bevat moeten beide cijfers op één decimaal nauwkeurig worden opgenomen. De eindcijfers moeten zonder decimalen worden opgenomen,

  • wanneer het vak alleen een schoolexamen bevat en geen centraal examen kent moet het afgeronde schoolexamencijfer zonder decimalen worden opgenomen. Dit cijfer wordt herhaald als eindcijfer,

  • het vak of de vakken en het onderwerp of de titel van het profielwerkstuk havo of vwo,

  • het thema of de titel van het profielwerkstuk vmbo en de beoordeling van het profielwerkstuk,

  • de beoordeling van het vak lichamelijke opvoeding in vwo en havo in het regulier onderwijs,

  • de beoordeling van het vak ‘kunstvakken inclusief ckv’ en het vak lichamelijke opvoeding in vmbo in het regulier onderwijs, het vak waarin opnieuw centraal examen is afgelegd (waarbij het cijfer voor het schoolexamen wordt herhaald en het nieuwe cijfer voor het centraal examen en nieuwe eindcijfer wordt opgenomen). Indien er in het voorlaatste of het daaraan voorafgaande leerjaar geen herkansing heeft plaatsgevonden, wordt op de voorlopige cijferlijst achter ‘opnieuw centraal examen is afgelegd in’ niet van toepassing vermeld, als volgt: n.v.t.

Op de voorlopige cijferlijst wordt geen profiel vermeld.

Cijferlijst deeleindexamen vavo en deelstaatsexamen

Op de cijferlijst van de examenkandidaat die deeleindexamen of deelstaatsexamen heeft afgelegd, worden vermeld:

  • de cijfers van alle vakken waarin deeleindexamen of deelstaatsexamen is afgelegd,

  • de eindcijfers voor de examenvakken,

  • voor zover van toepassing het profielwerkstuk,

  • het cijfer dat is behaald voor het schoolexamen of instellingsexamen rekenen.

De eisen aan de cijferlijst voor het deeleindexamen zijn geregeld in de artikelen 3.72 en 3.73 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020; en het deelstaatsexamen is dat geregeld in de artikelen 4.26 en 4.32 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020.

Bijlage bij de cijferlijst staatsexamen in verband met het college-examen rekenen

Wanneer een kandidaat geen eindexamen heeft afgelegd in ten minste één van de varianten van het vak wiskunde moet de kandidaat het college-examen rekenen afleggen. Het daarvoor behaalde resultaat wordt vermeld op de bijlage bij de cijferlijst. Indien de kandidaat wel eindexamen heeft afgelegd in het vak wiskunde, maar dit vak niet bij de uitslagbepaling betrekt en bezwaar maakt tegen vermelding van het resultaat op de cijferlijst, dan wordt het resultaat voor wiskunde eveneens op de bijlage vermeld. Op de bijlage bij de cijferlijst wordt het resultaat hiervan vermeld:

  • in het vakje ‘onderdeel waarin examen is afgelegd’: (het college-examen rekenen of het vak wiskunde);

  • in de vakjes met ‘eindcijfer’: het eindcijfer van het college-examen rekenen (zonder decimalen). Zie artikel 10.4 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020.

Certificaat

De examenkandidaat die definitief voor het eindexamen vmbo is afgewezen en de school verlaat of op het vavo of staatsexamen is afgewezen, ontvangt een certificaat. Ook kandidaten die met goed gevolg een deeleindexamen bij het vavo of een deelstaatsexamen hebben afgelegd ontvangen een certificaat. Zie de artikelen 3.50, 3.73 en 4.32 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020.

Op het certificaat wordt, voor zover van toepassing, vermeld:

  • het vak of de vakken waarvoor de examenkandidaat een eindcijfer 6 of meer heeft behaald,

  • het profielwerkstuk in het vwo of havo waarvoor de examenkandidaat een eindcijfer 6 of meer heeft behaald,

  • het profielwerkstuk in het vmbo, voor zover beoordeeld met ‘goed’ of ‘voldoende’,

  • welk examen is afgelegd: op welk niveau, en waar van toepassing het betreffende schooltype c.q. de betreffende leerweg.

Afhankelijk van het aantal vakken worden de regels voor de vermelding van de vakken op het certificaat aangepast, waarbij per vak één regel wordt gebruikt. De school of het college voor toetsen en examens kan wanneer nodig meer regels toevoegen, en moet niet gebruikte regels ongeldig maken of weglaten.

Getuigschrift

Wanneer een kandidaat in de basisberoepsgerichte leerweg de school verlaat zonder dat er een uitslag kan worden bepaald, omdat slechts een deel van het eindexamen is afgelegd, wordt er aan deze leerlingen een getuigschrift uitgereikt. Dit geldt eveneens voor de kandidaat die een deel van het eindexamen van het leer-werktraject met goed gevolg heeft afgelegd. Op het getuigschrift basisberoepsgerichte leerweg wordt het met goed gevolg afgesloten gedeelte van het examen vermeld.

Bewijs van ontheffing

Op het bewijs van ontheffing dient achter de regel: ‘recht heeft op ontheffing bij het verwerven van het diploma’, de schoolsoort voluit te worden vermeld en indien van toepassing: de leerweg.

Afwijkende/bijzondere vermeldingen

  • 1. n.a. = niet afgerond

  • 2. (naam van een andere school)

  • 3. ‘vr’ = vrijstelling of ontheffing

  • 4. (afkorting leerweg of schoolsoort);

    basisberoepsgerichte leerweg: bb

    kaderberoepsgerichte leerweg: kb

    gemengde leerweg: gl

    theoretische leerweg: tl

    voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs: vmbo

    hoger algemeen voortgezet onderwijs: havo

    voorbereidend wetenschappelijk onderwijs: vwo

  • 5. n.v.t. indien:

    • a. geen gebruik is gemaakt van het recht op herkansen (voorlopige cijferlijst)

    • b. meer cijferlijsten worden uitgereikt en het profielwerkstuk maar op één cijferlijst past

  • 6. toegestane afkortingen vaknaam: ckv

Profielen vwo en havo

Diploma vwo en havo

Als de examenresultaten voor twee of meer profielen leiden tot de uitslag ‘geslaagd’, dan worden de namen van de betreffende profielen vermeld op het diploma ingevolge de artikelen 3.46 en 4.29 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020.

Op het diploma eindexamen/staatsexamen vwo wordt achter eindexamen/staatsexamen vermeld: gymnasium of atheneum.

Indien een examenkandidaat ingevolge artikel 3.47 of 4.30 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020, is geslaagd met toekenning van het judicium cum laude, wordt het judicium cum laude vermeld op het diploma van deze examenkandidaat ongeacht of de kandidaat voor één profiel cum laude is geslaagd of voor meerdere profielen. Uit de cijferlijst is af te leiden voor welk profiel de kandidaat cum laude is geslaagd.

Er is een speciaal diploma voor de situatie waarin één of meer vakken op hoger niveau zijn afgesloten (model 2b2). In de titel van het diploma wordt in dat geval het aantal vakken op hoger niveau vermeld. Op het diploma worden alleen vakken op een hoger niveau meegeteld wanneer deze meetellen bij de bepaling van de uitslag van het betreffende diploma.

Op de diploma’s wordt naast het vwo of havoniveau ook het corresponderend NLQF/EQF-niveau vermeld.

  • Voor het havo wordt als NLQF/EQF-niveau vermeld: NLQF4/EQF4

  • Voor het vwo wordt als NLQF/EQF-niveau vermeld: NLQF4+/EQF4

Er wordt geen NLQF/EQF-niveau vermeld voor onderdelen van opleidingen.

Cijferlijsten vwo en havo

Verwezen wordt naar artikel 2.53, tweede en derde lid, van de WVO 2020, en de artikelen 3.1 t/m 3.3, en 3.10 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 voor:

  • de verdeling van de vakken/onderdelen en het aantal behorend tot het gemeenschappelijk-, profiel- en (het minimumaantal van het) vrije deel,

  • de vakken of onderdelen, dan wel combinatie daarvan, die deel mogen uitmaken van een eindexamen/staatsexamen vwo/havo en worden vermeld op de cijferlijst, en

  • de vermelding van de maatschappelijke stage (indien van toepassing) onder het vrije deel van de cijferlijst.

Alle andere vermeldingen, bijvoorbeeld van vakken die geen onderdeel zijn van het eindexamen, maken de cijferlijst ongeldig.

Profielvermelding

Op de cijferlijst voor het eindexamen/staatsexamen wordt in het tekstgedeelte boven de cijfer- en beoordelingstabel achter de regel ‘heeft deelgenomen aan het eindexamen/staatsexamen voorbereidend wetenschappelijk onderwijs of hoger algemeen voortgezet onderwijs conform het profiel’, de officiële benaming van het profiel vermeld (zoals genoemd in het vierde lid van artikel 2.20, van de WVO 2020).

In het geval een examenkandidaat kan slagen voor twee of meer profielen, wordt voor elk profiel afzonderlijk een cijferlijst afgegeven. Om te kunnen slagen voor twee of meer profielen is het overigens voldoende om voor één profiel een profielwerkstuk te hebben gemaakt. Als dat profielwerkstuk ‘past’ in de betreffende profielen, wordt het op elk van de cijferlijsten vermeld. Als het in één profiel niet past, wordt in de desbetreffende ruimte vermeld: n.v.t.

Combinatiecijfer

Onder het gemeenschappelijk deel wordt achter ‘combinatiecijfer’ het rekenkundig gemiddelde van de afgeronde eindcijfers van de betreffende vakken/onderdelen, afgerond vermeld op de cijferlijst (in een cijfer en in letters). Deze afronding gebeurt overeenkomstig de vaststelling van het eindcijfer per vak, door het eerste cijfer achter de komma naar beneden af te ronden indien dat een 4 of lager is en naar boven, indien dat cijfer een 5 of hoger is (een 5,5 wordt dus een 6 en een 5,45 wordt een 5): zie de artikelen 3.34, vierde lid, en 4.20, derde lid, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020. De onderdelen/vakken die het combinatiecijfer samenstellen mogen om te slagen geen van alle lager zijn dan een 4 (zie de artikelen 3.34, eerste lid, onder d en 4.20, eerste lid, onder d, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020).

Achter het ‘combinatiecijfer’ (tot slot van het gemeenschappelijk deel) is een asterisk *) opgenomen die verwijst naar de vakken/onderdelen die deel uitmaken van het combinatiecijfer (zie de artikelen 3.34, tweede lid, en 4.20, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020) welke onder aan de cijferlijst worden genoemd. Onder ‘*) onderdelen van het combinatiecijfer’ worden de betreffende vakken/onderdelen opgenomen met vermelding van het afgeronde cijfer en het(zelfde) afgeronde eindcijfer (in een cijfer en in letters). Inclusief het profielwerkstuk, dat als laatste een plaats krijgt in de daarvoor bestemde regel met vermelding van de titel of het onderwerp en het vak of de vakken waarop het betrekking heeft.

Vakken die in het havo en vwo in ieder geval tot het combinatiecijfer behoren zijn maatschappijleer, ckv (op een reguliere school), en het profielwerkstuk. Daarnaast kan het bevoegd gezag de volgende vakken toevoegen aan het combinatiecijfer (zie voorwaarde: artikel 3.34, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020):

  • Literatuur. Een school kan ervoor kiezen literatuur afzonderlijk te becijferen. Het kan ook als onderdeel in het cijfer voor de talen worden meegenomen. Als het apart wordt becijferd, dan moet het cijfer worden opgenomen in het combinatiecijfer. In dat geval dienen de namen van de talen (dus zonder literatuur) te worden vermeld op de cijferlijst.

  • Het vak Godsdienst of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs kan door bijzondere scholen worden toegevoegd aan het combinatiecijfer. Het gaat hier om één vak, maar de school kiest welke van beide benamingen wordt gehanteerd: godsdienst óf levensbeschouwelijk vormingsonderwijs. Het is zaak om dit niet te verwarren met het ‘grote’ vak godsdienst: dat is een schooleigen vak dat de school alleen met toestemming van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap als examenvak kan aanbieden.

  • Algemene natuurwetenschappen kan deel uitmaken van het vrije deel. De school kan dit ter keuze laten aan de examenkandidaat, maar kan ook besluiten om het vak verplicht te stellen voor alle examenkandidaten of voor examenkandidaten met een bepaald profiel. Het cijfer voor dit vak telt dan mee in het combinatiecijfer (volgens artikel 3.34, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020).

Vrijstellingen of ontheffingen op de cijferlijst

Ontheffing voor lichamelijke opvoeding

Een leerling kan een ontheffing krijgen voor het volgen van onderwijs in lichamelijke opvoeding als hij op grond van zijn lichamelijke gesteldheid niet in staat is om dat onderwijs te volgen (zie artikel 2.33 lid 4 van de WVO 2020). Hij hoeft dan ook geen examen te doen in lichamelijke opvoeding (zie artikel 3.8 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020). Het vak wordt wel op de cijferlijst vermeld, gevolgd door ‘vr’ of ‘ontheffing’.

Ontheffing van een taal

Indien in het atheneum ontheffing is verleend voor het volgen van een taal (op grond van artikel 2.9, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020) waarbij de taal moet worden vervangen door een ander examenvak (als bedoeld in het tweede lid van dat artikel), dan wordt dat vervangende examenvak vermeld op de cijferlijst in plaats van de taal (dus in het gemeenschappelijke deel).

Vrijstelling van maatschappijleer of ckv

Indien een examenkandidaat vwo in het bezit is van een diploma havo, en vrijstelling is verleend voor maatschappijleer wordt het vak maatschappijleer niet vermeld op de cijferlijst vwo. Hetzelfde geldt voor een kandidaat vwo (atheneum) die in het bezit is van een diploma havo, en vrijstelling is verleend voor ckv. Het vak ckv wordt in dat geval ook niet vermeld op de cijferlijst vwo (atheneum).

Vermelding van vrijstelling aan vavo/staatsexamen voor eerder behaalde vakken

Wanneer de examenkandidaat is vrijgesteld van examens in een vak of meerdere vakken op grond van artikel 3.64 of 4.5 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 wordt het vak of worden de vakken op de cijferlijst opgenomen met vermelding van het eerder behaalde cijfer dan wel de eerder behaalde cijfers (zie de artikelen 3.42, 3.71 en 4.27 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020).

Vermelding van vrijstelling aan vavo/staatsexamen voor profielwerkstuk

Wanneer de examenkandidaat is vrijgesteld van het profielwerkstuk op grond van artikel 3.64 of 4.5 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 wordt het profielwerkstuk op de cijferlijst opgenomen met vermelding van het eerder behaalde cijfer (zie de artikelen 3.42, 3.71, en 4.27van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020).

Er wordt achter ‘het combinatiecijfer’ ‘vr’ vermeld wanneer:

  • achter het profielwerkstuk ‘vr’ wordt vermeld, omdat de kandidaat is vrijgesteld van het maken van het profielwerkstuk,

  • het vak maatschappijleer geen deel hoeft te maken van het eindexamen/staatsexamen, en

  • daarnaast ook geen aanvullende onderdelen deel uitmaken van het combinatiecijfer.

Vrijstelling op basis van eerder behaalde resultaten op een hoger niveau

De artikelen 3.42, 3.71 en 4.27 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020, regelen dat de vakken waarvoor de examenkandidaat is vrijgesteld op grond van een eerder afgelegd examen worden vermeld op de cijferlijst met overname van de eerder behaalde resultaten.

Vermelding bij twee kunstvakken (die naast elkaar gekozen mogen worden)

Indien de examenkandidaat met het profiel cultuur en maatschappij zowel in het profieldeel als in het vrije deel eindexamen aflegt in een van de vakken kunst (beeldende vormgeving, muziek, drama of dans), wordt bij het vak dat in het vrije deel staat het onderdeel kunst (algemeen) in het examen (en dus het centraal examen) vervangen door aanvullende verdiepende en/of verbredende onderdelen op het gebied van kunst als onderdeel van het schoolexamen. De onderdelen die het onderdeel kunst (algemeen) in het examen vervangen hebben een minimale normatieve studielast van 120 (havo) of 160 (vwo) studie klokuren. Omdat er voor dit kunstvak geen centraal examen is, wordt op de cijferlijst voor dit kunstvak in het vrije deel alleen het cijfer voor het schoolexamen vermeld.

Leerwegen vmbo

Diploma vmbo

Op het diploma wordt niet alleen de leerweg, maar ook het profiel of de profielen vermeld. Dit houdt in dat op de regel die volgt na ‘aan het eindexamen/staatsexamen’ de officiële naam van de betreffende leerweg wordt ingevuld met daar achter ‘conform het profiel/de profielen’ met vermelding van de officiële naam/de namen van het profiel/de gevolgde profielen, zoals genoemd in:

  • artikel 2.26 WVO 2020 (beroepsgerichte leerwegen),

  • artikel 2.27 WVO 2020 (gemengde leerweg),

  • artikel 2.25 WVO 2020 (theoretische leerweg).

Indien de examenkandidaat slaagt voor meer dan één profiel, dan wordt ook de naam van het andere profiel dan wel de andere profielen vermeld.

Als een examenkandidaat met goed gevolg het examen vmbo gl en een extra algemeen vak of praktijkgericht programma heeft afgerond, kan het zo zijn dat hij daarmee ook voldoet aan de eisen voor het behalen van het diploma vmbo tl. Als dat zo is en de leerling is ingeschreven op een scholengemeenschap die in elk geval een school voor mavo omvat, kan de leerling de rector of directeur verzoeken om hem of haar het diploma vmbo in de theoretische leerweg uit te reiken in plaats van een diploma in de gemengde leerweg (zie artikel 3.35 en 3.45 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020).

Het eindexamen van de theoretische leerweg kan op basis van artikel 2.24, vijfde lid, onderdeel b, van de WVO 2020 en artikel 3.4, vierde lid, onderdeel b, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020, een extra vak omvatten dat behoort tot het eindexamen van de gemengde leerweg. Extra vakken kunnen vermeld worden op de cijferlijst bij de theoretische leerweg. In de theoretische leerweg tellen extra beroepsgerichte vakken alleen mee in de uitslagbepaling als die vakken samen een beroepsgericht programma in de gemengde leerweg vormen.

Indien een examenkandidaat ingevolge de artikelen 3.48 of 4.31 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020, is geslaagd met toekenning van het judicium cum laude, wordt het judicium cum laude vermeld op het diploma van deze examenkandidaat ongeacht of de kandidaat voor één profiel cum laude is geslaagd of voor meerdere profielen. Uit de cijferlijst is af te leiden voor welk profiel de kandidaat cum laude is geslaagd.

Er is een speciaal diploma voor de situatie dat er één of meer vakken op hoger niveau zijn afgesloten (model 2c2). In de titel van het diploma wordt in dat geval het aantal vakken op hoger niveau vermeld. Op het diploma worden alleen vakken op een hoger niveau meegeteld wanneer deze meetellen bij de bepaling van de uitslag van het betreffende diploma.

Indien een examenkandidaat met goed gevolg een leer-werktraject heeft afgelegd dan ontvangt de kandidaat een diploma basisberoepsgerichte leerweg/leer-werktraject op grond van artikel 2.58, tweede lid, onderdeel b, van de WVO 2020.

Op de diploma’s wordt naast het vmboniveau en leerweg ook het corresponderend NLQF/EQF-niveau vermeld.

  • Voor het vmbo-bb wordt als NLQF/EQF-niveau vermeld: NLQF1/EQF1

  • Voor het vmbo-kb, gl en tl wordt als NLQF/EQF-niveau vermeld: NLQF2/EQF2

Op de diploma’s moet per leerweg het passende NLQF/EQF-niveau vermeld worden, het andere niveau moet worden verwijderd/ongeldig worden gemaakt.

Er wordt geen NLQF/EQF-niveau vermeld voor onderdelen van opleidingen.

Cijferlijsten vmbo

Verwezen wordt naar artikel 2.53, tweede en derde lid, van de WVO 2020 en de artikelen 3.4 t/m 3.7 en 3.10 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 voor:

  • de verdeling van de vakken/onderdelen en het aantal behorend tot het gemeenschappelijk, profiel- en (het minimumaantal van het) vrije deel,

  • welke vakken deel moeten/mogen uitmaken van een eindexamen/staatsexamen vmbo en worden vermeld op de cijferlijst,

  • de vermelding van de maatschappelijke stage (indien van toepassing) onder het vrije deel van de cijferlijst,

Alle andere vermeldingen maken de cijferlijst ongeldig.

Profielwerkstuk

De vermelding van ‘thema of titel van profielwerkstuk’ is alleen voor de theoretische en de gemengde leerweg van toepassing en dient bij de basis- en kaderberoepsgerichte leerweg weggelaten te worden. Het profielwerkstuk krijgt een plaats in de daarvoor bestemde regel, onder vermelding van het thema of de titel ervan.

Combinatiecijfer

Onder de ‘vakken van het vrije deel’ wordt ‘het combinatiecijfer’ genoemd. Net als in havo/vwo al langer het geval is, is er voor elke leerweg van het vmbo bepaald dat de eindcijfers voor de kleine vakken, in het geval van het vmbo bepaalde onderdelen van het beroepsgerichte examenprogramma en in de gemengde leerweg het praktijkgerichte programma, worden gecombineerd tot één combinatiecijfer, zodat deze vakken op een evenredige wijze met de eindcijfers voor grotere vakken kunnen meewegen in de uitslagbepaling:

  • In de basis- en de kaderberoepsgerichte leerweg wordt het combinatiecijfer gevormd door het rekenkundig gemiddelde van de eindcijfers voor de vier (of naar keuze meer) gevolgde beroepsgerichte keuzevakken.

  • In de gemengde leerweg wordt het combinatiecijfer gevormd door het rekenkundige gemiddelde van het eindcijfer voor het beroepsgerichte profielvak of praktijkgerichte vak en de eindcijfers voor de twee (of naar keuze meer) gevolgde beroepsgerichte keuzevakken. Het eindcijfer voor het profielvak of praktijkgericht vak telt in deze berekening net zo vaak mee als het aantal eindcijfers van de beroepsgerichte keuzevakken dat in de berekening wordt betrokken.

Het combinatiecijfer wordt achter ‘combinatiecijfer’ aangemerkt als één vak. Het betreft het rekenkundig gemiddelde van de afgeronde eindcijfers van de betreffende vakken/onderdelen. Het eindcijfer voor dit vak wordt afgerond vermeld op de cijferlijst (in een cijfer en een letter). Deze afronding gebeurt overeenkomstig de vaststelling van het eindcijfer per vak, door het eerste cijfer achter de komma naar beneden af te ronden indien dat een 4 of lager is en naar boven, indien dat cijfer een 5 of hoger is (een 5,5 wordt dus een 6 en een 5,45 wordt een 5). Zie artikel 3.35, vijfde lid, en artikel 4.21, vijfde lid, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020.

Achter het ‘combinatiecijfer’ (tot slot van het vrije deel) is een asterisk *) opgenomen die verwijst naar de beroepsgerichte keuzevakken die deel uitmaken van het combinatiecijfer (zie artikel 3.35, tweede en derde lid en artikel 4.21, tweede en derde lid, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020), welke onder aan de cijferlijst worden genoemd. Onder ‘*) onderdelen van het combinatiecijfer’ worden de betreffende vakken/onderdelen opgenomen met vermelding van het afgeronde cijfer en het(zelfde) afgeronde eindcijfer (in een cijfer en in letters).

Geen van de cijfers voor de onderdelen of vakken die het combinatiecijfer samenstellen mag lager zijn dan een 4: artikel 3.35, eerste lid onder d en artikel 4.21, eerste lid, onder d, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020. Als dat wel het geval is, slaagt de leerling niet.

Indien een vmbo-tl leerling het volledige beroepsgerichte programma of praktijkgerichte programma heeft gevolgd zoals aangeboden in het vmbo-gl, wordt er conform de systematiek in de vmbo-gl een combinatiecijfer vastgesteld dat meetelt in de uitslagbepaling. De vakken die tezamen het combinatiecijfer vormen, worden op de cijferlijst vermeld in het vrije deel. In de meeste gevallen wordt er voor een vmbo-tl leerling geen combinatiecijfer vastgesteld. De regels bestemd voor het combinatiecijfer en de samenstellende onderdelen dienen dan op de cijferlijst weggelaten te worden.

Vermelding leerweg én profiel(en)

Ook op de cijferlijst wordt in het tekstgedeelte boven de cijfer-/beoordelingstabel achter de regel ‘heeft deelgenomen aan het eindexamen voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs’ de leerweg conform het profiel vermeld.

In het geval een examenkandidaat kan slagen voor twee of meer profielen, wordt voor elk profiel afzonderlijk een cijferlijst afgegeven. Om te kunnen slagen voor twee of meer profielen is het overigens voldoende om voor één profiel een profielwerkstuk te hebben gemaakt. Als dat profielwerkstuk ‘past’ in de betreffende profielen, wordt het op elk van de cijferlijsten vermeld. Als het in één profiel niet past, wordt in de desbetreffende ruimte vermeld: n.v.t.

Op de voorlopige cijferlijst wordt geen profiel vermeld.

Vak of school/ college-examen rekenen op hoger niveau

Indien toepassing is gegeven aan de mogelijkheid één of meer vakken op een hoger niveau af te sluiten, dan wordt achter de desbetreffende vaknaam (uit dat niveau) tussen haakjes de leerweg (kb, gl of tl) of schoolsoort (vwo of havo), afgekort vermeld op de cijferlijst.

Indien toepassing is gegeven aan de mogelijkheid om het schoolexamen of college-examen rekenen op een hoger niveau af te leggen, wordt op de bijlage bij de cijferlijst in het vakje ‘onderdeel waarin examen is afgelegd’ achter het schoolexamen rekenen of het vak wiskunde tussen haakjes de leerweg of schoolsoort afgekort vermeld.

De artikelen 3.43 en 4.28 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 regelen dat vakken waarvoor de examenkandidaat met diploma basis- of kaderberoepsgerichte leerweg in de theoretische leerweg is vrijgesteld op grond van een eerder afgelegd examen in vakken van de theoretische leerweg of vwo/havo, op de cijferlijst worden vermeld met overname van de eerder behaalde resultaten.

Certificaat vmbo

Omdat op dit certificaat geen niveau aanduiding staat en leerlingen vakken op hoger niveau gevolgd kunnen hebben, wordt achter ieder vak tussen haakjes het niveau vermeld.

I

Bijlage 8a komt te luiden:

BIJLAGE 8A. BEHOREND BIJ DE REGELING MODELLEN DIPLOMA’S VO

CIJFERLIJST

DEELEINDEXAMEN

VOORBEREIDEND WETENSCHAPPELIJK ONDERWIJS

De ondergetekenden verklaren dat

...............................,

geboren ............ te .................,

heeft deelgenomen aan het deeleindexamen voorbereidend wetenschappelijk onderwijs

aan de opleiding vavo van ......................

te ................................

Dit examen werd afgenomen volgens de voorschriften gegeven bij en krachtens paragraaf 5 van hoofdstuk 2 van de Wet voortgezet onderwijs 2020.

vak/vakken waarin examen is afgelegd

cijfers voor

eindcijfers

school-examen

centraal examen

in cijfers

in letters

         
         
         
         
         
         
         

titel / onderwerp van profielwerkstuk:

vakken waarop het profielwerkstuk betrekking heeft:

       
   

Plaats ........................

Datum ........................

   

De examencommissie vavo:

.....................................................

De vermelding ‘Vr’ in plaats van een cijfer betekent ‘vrijstelling of ontheffing voor dit vak’.

Doorhalingen en/of wijzigingen maken deze cijferlijst ongeldig.

J

Bijlage 8b komt te luiden:

BIJLAGE 8B. BEHOREND BIJ DE REGELING MODELLEN DIPLOMA’S VO

CIJFERLIJST

DEELEINDEXAMEN

HOGER ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS

De ondergetekenden verklaren dat

..............................,

geboren ............ te ..................,

heeft deelgenomen aan het deeleindexamen hoger algemeen voortgezet onderwijs

aan de opleiding vavo van .....................

te ................................

Dit examen werd afgenomen volgens de voorschriften gegeven bij en krachtens paragraaf 5 van hoofdstuk 2 van de Wet voortgezet onderwijs 2020.

vak/vakken waarin examen is afgelegd

cijfers voor

eindcijfers

school-examen

centraal examen

in cijfers

in letters

         
         
         
         
         
         
         

titel / onderwerp van profielwerkstuk:

vakken waarop het profielwerkstuk betrekking heeft:

       
   

Plaats ........................

Datum ........................

.....................................................

De examencommissie vavo:

.....................................................

De vermelding ‘Vr’ in plaats van een cijfer betekent ‘vrijstelling of ontheffing voor dit vak’.

Doorhalingen en/of wijzigingen maken deze cijferlijst ongeldig.

K

Bijlage 8c komt te luiden:

BIJLAGE 8C. BEHOREND BIJ DE REGELING MODELLEN DIPLOMA’S VO

CIJFERLIJST

DEELEINDEXAMEN

VOORBEREIDEND MIDDELBAAR BEROEPSONDERWIJS

THEORETISCHE LEERWEG

De ondergetekenden verklaren dat...........................,

geboren ...........te .........................,

heeft deelgenomen aan het deeleindexamen voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs theoretische leerweg aan de opleiding vavo van ..............................

te ........................................

Dit examen werd afgenomen volgens de voorschriften gegeven bij en krachtens paragraaf 5 van hoofdstuk 2 van de Wet voortgezet onderwijs 2020.

vak/vakken waarin examen is afgelegd

cijfers voor

eindcijfers

school-examen

centraal examen

in cijfers

in letters

         
         
         
         
         
         

Thema of titel van profielwerkstuk:

beoordeling:

   

Plaats ........................

Datum

........................

.....................................................

De examencommissie vavo:

.....................................................

De vermelding ‘Vr’ in plaats van een cijfer betekent ‘vrijstelling of ontheffing voor dit vak’.

Doorhalingen en/of wijzigingen maken deze cijferlijst ongeldig.

L

Bijlage 9a komt te luiden:

BIJLAGE 9A. BEHOREND BIJ DE REGELING MODELLEN DIPLOMA’S VO

CERTIFICAAT

VOORBEREIDEND WETENSCHAPPELIJK ONDERWIJS

De ondergetekenden verklaren dat

..................................,

geboren ........ te ......................,

met gunstig gevolg heeft deelgenomen aan het examen voorbereidend wetenschappelijk onderwijs voor de onderstaande vakken (het onderstaande vak)

..........

..........

aan de opleiding vavo van .......................

te ...................................

Titel / onderwerp van het profielwerkstuk ..................

...................................

Vakken waarop het profielwerkstuk betrekking heeft .............

...................................

Dit examen werd afgenomen volgens de voorschriften gegeven bij en krachtens paragraaf 5 van hoofdstuk 2 van de Wet voortgezet onderwijs 2020.

   

Plaats ........................

Datum ........................

De examencommissie vavo:

.....................................................

Handtekening van de kandidaat:

............................

Doorhalingen en/of wijzigingen maken dit certificaat ongeldig.

M

Bijlage 9b komt te luiden:

BIJLAGE 9B. BEHOREND BIJ DE REGELING MODELLEN DIPLOMA’S VO

CERTIFICAAT

HOGER ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS

De ondergetekenden verklaren dat

..................................,

geboren ........te ......................,

met gunstig gevolg heeft deelgenomen aan het examen hoger algemeen voortgezet onderwijs voor de onderstaande vakken (het onderstaande vak)

......................

......................

aan de opleiding vavo van .......................

te ..................................

Titel / onderwerp van het profielwerkstuk ..................

...................................

Vakken waarop het profielwerkstuk betrekking heeft ..............

...................................

Dit examen werd afgenomen volgens de voorschriften gegeven bij en krachtens paragraaf 5 van hoofdstuk 2 van de Wet voortgezet onderwijs 2020.

   

Plaats ........................

Datum ........................

De examencommissie vavo:

.....................................................

Doorhalingen en/of wijzigingen maken dit certificaat ongeldig.

Handtekening van de kandidaat:

............................

N

Bijlage 9c komt te luiden:

BIJLAGE 9C. BEHOREND BIJ DE REGELING MODELLEN DIPLOMA’S VO

CERTIFICAAT

VOORBEREIDEND MIDDELBAAR BEROEPSONDERWIJS

De ondergetekenden verklaren dat

..................................,

geboren ........te ......................,

met gunstig gevolg heeft deelgenomen aan het examen voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs voor de onderstaande vakken (het onderstaande vak)

...........

...........

van het examen .......................................

aan de opleiding vavo van ........................

te ..................................

Thema of titel van het profielwerkstuk ...................

...................................

Dit examen werd afgenomen volgens de voorschriften gegeven bij en krachtens paragraaf 5 van hoofdstuk 2 van de Wet voortgezet onderwijs 2020.

   

Plaats ........................

Datum ........................

 

............................

 

De examencommissie vavo:

.....................................................

Handtekening van de kandidaat:

.....................................................

Doorhalingen en/of wijzigingen maken dit certificaat ongeldig.

ARTIKEL II

De Regeling modellen schooldiploma’s vso wordt als volgt gewijzigd:

A

In bijlage 1 wordt ‘als bedoeld in artikel 14c van de Wet op de expertisecentra heeft gevolgd aan’ vervangen door ‘als bedoeld in artikel 14c van de Wet op de expertisecentra aan’.

B

In bijlage 2 wordt ‘als bedoeld in artikel 14f van de Wet op de expertisecentra heeft gevolgd aan’ vervangen door ‘als bedoeld in artikel 14f van de Wet op de expertisecentra aan’.

ARTIKEL III

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, J.Z.C.M. Tielen

TOELICHTING

Algemeen

De diploma's, certificaten en cijferlijsten voor het voortgezet onderwijs zijn gebaseerd op vastgestelde modellen. Deze modellen zijn bij een ministeriële regeling vastgesteld: de Regeling modellen diploma's VO. Bij deze regeling hoort tevens de bijlage ‘Richtlijnen voor het invullen van de modellen en beveiligen waardepapier’. Deze regeling is middels deze wijzigingsregeling op verschillende punten aangepast.

In bijlage 1 van de Regeling modellen diploma’s zijn verschillende aanpassingen doorgevoerd. Deels gaat het om wijzigingen waarmee de tekst wordt verduidelijkt, maar deels ook om de correctie van technische onvolkomenheden. Het betreft onder meer:

  • Het corrigeren van verkeerde verwijzingen naar de Wet voortgezet onderwijs 2020 en het Uitvoeringsbesluit WVO 2020.

  • Consequent gebruik van de termen ‘staatsexamencommissie’ en ‘College voor toetsen en examens’ (‘college’).

  • De verplichting om een schoolexamen rekenen te maken geldt niet voor vwo-leerlingen, omdat zij altijd wiskunde in hun profiel hebben. Dit geldt zowel voor het regulier examen als het college-examen bij de staatsexamencommissie. De modellen die gaan over het schoolexamen rekenen op vwo-niveau, en verwijzingen daarnaar, komen daarom te vervallen. Dat betekent dat de modellen 3c2, 4c2, 11c2 en 12c2 komen te vervallen.

  • De vermelding van het vak wiskunde op de bijlage bij de voorlopige cijferlijst (bijlage 4c2) komt eveneens te vervallen, omdat het vak wiskunde altijd op de voorlopige cijferlijst zelf vermeld moet worden.

  • De diploma’s en certificaten van kandidaten die examen hebben gedaan op het vavo worden ondertekend door de examencommissie in plaats van de directeur en examensecretaris. Dit stond nog niet goed in de modellen. Het betreft de bijlagen 8a, 8b, 8c, 9a, 9b, 9c.

De Regeling modellen schooldiploma’s vso bevatte een tweetal taalfouten. Deze worden middels deze wijzigingsregeling eveneens gecorrigeerd.

ARTIKELSGEWIJS

Artikel I

A, B, C en D

De modellen 3c2 en 4c2 regelen een bijlage bij de (voorlopige) cijferlijst die gaat over het schoolexamen rekenen en het college-examen rekenen. Deze bijlagen waren van toepassing op het vwo, havo en vmbo. Omdat het vwo geen schoolexamen rekenen of college-examen rekenen kent is de verwijzing naar deze bijlagen voor die schoolsoort geschrapt.

E

Met artikel 11a wordt het model vastgesteld van de verklaring die kan worden uitgereikt aan leerlingen die de school verlaten zonder dat aan hen een diploma of getuigschrift kan worden uitgereikt. De verwijzing naar het betreffende artikel in de WVO 2020 is aangepast omdat de eerdere verwijzing niet juist was.

F

Artikel 12 regelt de mogelijkheid om resultaten in te zetten die enkele jaren oud zijn. Deels ging het over het inzetten van resultaten die inmiddels meer dan 10 jaar oud zijn, waardoor ze niet meer ingezet kunnen worden voor het behalen van een diploma. Het betreffende lid van het artikel is daarom komen te vervallen.

G

De kandidaat die zich aanmeldt voor het afleggen van het college-examen rekenen als deelstaatsexamen, gaat altijd op voor een diploma. Als de betreffende kandidaat tevens beschikt over een eerder behaald resultaat voor het vak wiskunde dat niet in de uitslagbepaling betrokken wordt, wordt model 11c2 gebruikt. Model 12c2 is daarmee overbodig.

H

Zie over de wijzigingen in bijlage 1 het algemeen deel van deze toelichting.

I t/m N

In Bijlage 4c2 is de verwijzing naar het vak wiskunde geschrapt. Als een kandidaat eindexamen wiskunde heeft gedaan maar niet wil dat dat resultaat op de cijferlijst komt te staan, kan hij het bevoegd gezag vragen om het vak daar niet op te vermelden als het resultaat van het examen wiskunde niet bij de uitslag betrokken wordt. Op het moment dat een voorlopige cijferlijst wordt verstrekt is van een uitslagbepaling echter nog geen sprake. Het vak wiskunde moet daarom altijd op de voorlopige cijferlijst worden vermeld, niet op de bijlage die bedoeld is voor het schoolexamen rekenen.

In de modellen over de diploma’s van kandidaten die examen hebben gedaan op het vavo is aangepast dat zij worden ondertekend door de examencommissie in plaats van de directeur en examensecretaris.

Artikel II

In de Regeling modellen schooldiploma’s vso zijn twee taalfouten gecorrigeerd.

Artikel III

Deze regeling treedt in werking op de dag na publicatie in de Staatscourant en wijkt daarmee af van de systematiek van de vaste verandermomenten, inhoudende dat ministeriële regelingen met ingang van de eerste dag van een kwartaal in werking treden en minimaal twee maanden voordien bekend worden gemaakt. Dat kan in dit geval worden gerechtvaardigd omdat hiermee de regeling gebruikt kan worden in het huidige examenjaar en er met deze regeling enkel reparaties worden uitgevoerd.

De Staatssecretaris voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, J.Z.C.M. Tielen

Naar boven