Regeling van het College voor toetsen en examens van 1 december 2025 nummer CvTE-25.012.16, houdende vaststelling van de regeling voor de procedure om te komen tot de beoordelingsnormen van de doorstroomtoets po op Bonaire (de Regeling beoordelingsnormen doorstroomtoets PO Bonaire)

Het College voor toetsen en examens,

Gelet op artikel 3a, eerste lid, onderdeel f, van de Wet College voor toetsen en examens;

Gezien de goedkeuring van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, gegeven op 15 december 2025, nummer 1783384,

Besluit:

Artikel 1. Beoordelingsnormen

De regeling voor de procedure om te komen tot de beoordelingsnormen van de doorstroomtoets als bedoeld in artikel 3a, eerste lid, onderdeel f van de Wet College voor toetsen en examens op Bonaire wordt vastgesteld als opgenomen in de bijlage van deze regeling.

Artikel 2. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin de regeling wordt geplaatst.

Artikel 3. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling beoordelingsnormen doorstroomtoets PO Bonaire.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Het College voor toetsen en examens, de voorzitter, J.H. van der Vegt

BIJLAGE ALS BEDOELD IN ARTIKEL I

BIJLAGE 1. DE PROCEDURE OM TE KOMEN TOT DE BEOORDELINGSNORMEN VAN DE DOORSTROOMTOETS PO BONAIRE

Bijlage behorende bij artikel 1 van de Regeling beoordelingsnormen doorstroomtoets po Bonaire.

1. Inleiding

1.1 Reikwijdte

De Regeling beoordelingsnormen doorstroomtoets po Bonaire bevat algemeen verbindende voorschriften voor een toetsaanbieder van een tot het stelsel toegelaten doorstroomtoets po Bonaire. De Regeling beoordelingskader doorstroomtoets po Bonaire schrijft voor dat een toets alleen zal worden erkend als de procedure om te komen tot de beoordelingsnormen van de doorstroomtoets po Bonaire wordt gevolgd.

De Regeling beoordelingsnormen doorstroomtoets po Bonaire beschrijft de inhoud en de processtappen van de volgende sleutelonderdelen, met verwijzing naar de paragrafen met kwaliteitseisen zoals opgenomen in de Regeling beoordelingskader doorstroomtoets po Bonaire:

  • 1. Ter voorbereiding op de normering: anker;

  • 2. De normering en diens datalevering aan de adviseur;

  • 3. Na afronding van de normering: datalevering t.b.v. toelatings- en doorstroomonderzoek (hierna: doorstroomonderzoek).

Een doorstroomtoets wordt erkend door het CvTE voor een periode van vier jaar, mits deze voldoet aan de voorwaarden voor erkenning en de regeling beoordelingskader doorstroomtoets po Bonaire.

Jaarlijks zal het CvTE vaststellen of de in dat schooljaar aan te bieden erkende doorstroomtoets voldoet aan de criteria op basis waarvan de erkenning is verleend. De erkende doorstroomtoets is onderdeel van de jaarlijks door een adviseur uit te voeren controle op de normering zoals beschreven in deze Regeling beoordelingsnormen doorstroomtoets po Bonaire. Als de doorstroomtoets niet (langer) aan de voorschriften van deze Regeling beoordelingsnormen doorstroomtoets po Bonaire voldoet, kan de erkenning door het CvTE worden ingetrokken op grond van artikel 3a, vierde lid, van de Wet College voor toetsen en examens.

1.2 Begrippen en definities

Anker

Het anker bestaat uit opgaven die in twee of meer toetsen over de jaren heen worden opgenomen om de opgaven van iedere toets jaarlijks op dezelfde, vergelijkbare schaal te kunnen brengen.

Ankerbank

De bank met vastgestelde ankeropgaven.

Ankeropgave

Een opgave in het anker.

Betrouwbaarheid

Mate waarin de toetsscores vrij zijn van toevallige meetfouten.

Cesuur

Minimale prestatie (gerepresenteerd als vaardigheid of toetsscore) die net indicatief is voor het halen van een (referentie)niveau of toetsadviescategorie.

DIF

Differentieel itemfunctioneren (DIF) is een verschijnsel dat items verschillend functioneren voor bepaalde (sub)groepen leerlingen, zelfs wanneer deze (sub)groepen leerlingen een vergelijkbaar prestatieniveau hebben. Het gaat hierbij over de vraagonzuiverheid, dat wil zeggen wanneer de verschillen in de prestaties op het item tussen groepen niet geheel verklaard kunnen worden door verschillen in de (latente) vaardigheid die aan de opgave ten grondslag ligt

Equivaleren

Verschillende toetsen op dezelfde schaal brengen.

Jaarset

De selectie van ankeropgaven uit de ankerbank die in een bepaald afnamejaar wordt afgenomen.

NVT

Nederlands als vreemde taal

Pretest

Hier wordt dezelfde definitie toegepast als in het beoordelingskader, wat betekent dat dit zowel afnames los van de operationele afname kan betreffen, alsook de afname in de high-stakes doorstroomtoets met beperkte exposure (zaaien).

Toetsaanbieder

Aanbieder van een doorstroomtoets.

1.3 Eisen aan de software

De functionaliteit van de software dient passend en toereikend te zijn voor het uitvoeren van de normeringsprocedure.

2 Anker

Het anker is een verzameling van opgaven die in de doorstroomtoets wordt opgenomen om de vergelijkbaarheid over jaren heen te waarborgen. Het ankerbankbeheer is belegd bij de toetsaanbieder.

2.1 Uitgangspunten anker
  • Het anker wordt gebruikt om de toetsadviezen en de behaalde referentieniveaus voor Lezen en Luisteren van Nederlands als vreemde taal, Lezen en Taalverzorging van Papiamentu en Rekenen over de jaren heen te equivaleren.

  • Het anker voor een bepaald afnamejaar is gebaseerd op het voor dat jaar geldende beoordelingskader, toetswijzer en toetsbesluit1.

  • De toetsmatrijs is de basis voor het ontwikkelen van nieuwe ankeropgaven (zie paragraaf 2.4).

  • De toetsaanbieder zorgt voor geheimhouding van de ankeropgaven. De inhoud van ankeropgaven wordt alleen gedeeld via een speciaal hiervoor opgezette terminal server, en dus niet via e-mail of online vergaderingen. Gecontroleerde exposure van de opgaven draagt ook bij aan de geheimhouding.

  • De jaarsets van het anker worden jaarlijks vernieuwd volgens de hieronder beschreven verversingsstrategie (zie 2.2.1F).

  • Het anker wordt in de doorstroomtoets op een manier afgenomen zodat de prestatie op deze opgaven de potentie van leerlingen reflecteert.

  • Het is belangrijk dat er in elke jaarset van het anker opgaven opgenomen zijn die in een eerdere afname gebruikt zijn. De doorstroomtoets van het jaar 2026 voor Bonaire fungeert als ankerbank voor de navolgende jaren. Op die manier bestaat er een link tussen de verschillende jaarsets van het anker.

  • Het CvTE stelt de jaarset van het anker vast. Een jaarset kan daarna niet meer gewijzigd worden, tenzij na afname van het er aan voorafgaande jaar een opgave psychometrisch niet blijkt te functioneren als anker.

2.2 De ankercyclus

Deze paragraaf beschrijft de levenscyclus van een ankeropgave. Per stap wordt beschreven wat de te nemen acties zijn, wie wat oplevert, en hoe de verantwoordelijkheden zijn belegd.

2.2.1 Stappen in de ankercyclus

A. Inventarisatie van de ankerbank

Er wordt een inventarisatie gemaakt van de hoeveelheid beschikbaar materiaal in de huidige ankerbank in relatie tot de toetsmatrijs (zie paragraaf 2.4) en de verversingsstrategie (zie 2.2.1F). Indien noodzakelijk wordt op basis hiervan door het CvTE aan de ankerbankbeheerder de opdracht gegeven tot het opleveren van een nieuwe jaarset, waar afhankelijk van de inventarisatie een constructieopdracht aan verbonden is. Wanneer er een constructieopdracht nodig blijkt om de jaarset te kunnen leveren, dan zal deze met de toetsaanbieder gedeeld worden.

B. Optioneel: Constructieopdracht

De constructieopdracht geeft aan wat voor opgaven opgeleverd moeten worden door de toetsaanbieder en aan welke eisen deze moeten voldoen.

C. Constructie en selectie

De ankeropgaven doorlopen in principe hetzelfde traject als reguliere opgaven voor de doorstroomtoets po Bonaire: ze moeten voldoen aan dezelfde eisen zoals beschreven in het beoordelingskader.

Opgaven dienen daarom ook gepretest te worden voordat ze opgenomen kunnen worden in de ankerbank. Het pretesten van de ankeropgaven is de verantwoordelijkheid van de toetsaanbieder.

Voordat opgaven gepretest worden, wordt de toetsaanbieder geadviseerd de opgaven voor te leggen aan het CvTE voor een onderwijskundige opgaven feedbackservice.

Naast de inhoudelijke eisen zoals gespecificeerd in de constructieopdracht moeten de opgaven aan psychometrische eisen voldoen (zie paragraaf 2.3.2).

D. Definitieve selectie en vaststelling jaarset anker

Uit de ankerbank wordt een selectie gemaakt voor een jaarset met daarin de ankeropgaven die worden afgenomen in een bepaald afnamejaar. Deze wordt vastgesteld door het CvTE. Hierbij worden de richtlijnen uit paragraaf 2.3.4 in acht genomen om mogelijke bias te voorkomen.

E. Afname en analyse

Nadat de doorstroomtoets is afgenomen, wordt tijdens de kalibratie ten behoeve van de normering gecontroleerd of de ankeropgaven voldoen aan de psychometrische eisen van een goed anker. Als dit het geval is, worden ze ook daadwerkelijk gebruikt voor de equivalering van de afnamejaren. Indien een ankeropgave psychometrisch voldoet, zal deze ook meetellen in de totaalscore van de leerling. Wanneer een ankeropgave in de afname niet blijkt te voldoen, kan dit afhankelijk van de details verschillende gevolgen hebben. Als een opgave niet blijkt te functioneren in de afname, kan de ankeropgave compleet verworpen worden, waardoor de opgave niet meer meewerkt in de equivalering en ook niet meer meetelt in de score van de leerlingen. Als er DIF tussen verschillende afnamejaren geconstateerd wordt, maar de opgave psychometrisch goed functioneert, kan de ankeropgave losgekoppeld worden zodat deze nog steeds meetelt voor de score van de leerling maar niet meer fungeert als anker.

Afhankelijk van de analyse kan een opgave vervolgens aangepast worden voor een volgende afname, of wordt de opgave compleet verwijderd uit de ankerbank. Er kan tussen afnamejaren ook parameterdrift plaatsvinden bij een ankeropgave. In dat geval kunnen soortgelijke maatregelen getroffen worden.

F. Verversingsstrategie

Een jaarset is de selectie van ankeropgaven uit de ankerbank die in een bepaald afnamejaar wordt afgenomen. Alle opgaven van de doorstroomtoets Bonaire 2026 zullen als ankeropgaven fungeren voor de doorstroomtoetsen van 2027 t/m 2029, en daarmee de jaarsets vormen. Hiermee is er ankering met één of meer doorstroomtoetsen die in een eerder jaar of eerdere jaren zijn afgenomen. De opgaven van de doorstroomtoets Bonaire 2026 zijn tevens ingezet bij de standaardbepaling van de referentieniveaus 1F van Lezen en Taalverzorging van het terrein Papiamentu, en de ERK-niveaus A2 en B1 van Lezen en Luisteren van het terrein Nederlands als vreemde taal.

2.3 Richtlijnen
2.3.1 Richtlijnen rond de constructie van ankeropgaven
  • Ankeropgaven moeten voldoen aan de kwaliteitscriteria V3 en V4 van het beoordelingskader.

  • Ankeropgaven zijn lokaal onafhankelijk.

  • In alle ankeropgaven wordt gebruik gemaakt van interpunctie (starten met hoofdletter, eindigen met een punt).

  • Geen sleepvragen of cloze-items.

  • Opgaven waarbij leerlingen gevraagd wordt om zinsdelen of losse woorden aan te klikken worden tot een minimum beperkt, en/of het aan te klikken aantal woorden wordt tot een minimum beperkt.

  • Meerkeuze-opgaven voldoen aan de eisen uit de Checklist voor het beoordelen van de kwaliteit van observatiecategorieën en toetsopgaven (CvTE, 2024).

  • Richtlijnen voor opgaven bij het onderdeel Lezen:

    • Altijd twee of meer opgaven per tekst

    • Bij voorkeur opgaven van twee of meer taakuitvoeringen per tekst

2.3.2 Richtlijnen rond de selectie van ankeropgaven

Deze richtlijnen betreffen de selectie van de ankeropgaven waarvoor in een pretest gegevens zijn verzameld.

  • Op basis van pretestgegevens voldoen de ankeropgaven in ieder geval aan de volgende eisen:

    • P-waarde is lager dan 0,80 en hoger dan 0,30

    • Opgaven hebben een rir groter dan 0,202

  • Als de steekproefpopulatie van de pretest sterk afwijkt van de toetspopulatie kan een schatting van de p-waarde en rir gemaakt worden door middel van een simulatie.

  • Binnen een jaarset van een vaardigheidsdomein hebben de opgaven voldoende spreiding in moeilijkheid zodat er betrouwbaar in een breed vaardigheidsgebied gemeten kan worden, en er moet voldoende spreiding in de inhoudelijke kenmerken zitten.

  • Wanneer reeds gepreteste aspirant-ankeropgaven gekozen worden moet bekend zijn hoe vaak en met hoeveel observaties deze opgaven eerder door de toetsaanbieder zijn afgenomen in een pretestsituatie.

2.3.3 Richtlijnen rond de opslag van ankeropgaven
  • Labels worden toegekend door de ankerbankbeheerder en dienen eenduidig te zijn en niet veranderd te worden. Deze functioneren alleen ter identificering van de opgave.

  • Er is een eenduidige omschrijving van typering/kenmerken van opgaven, gebaseerd op de toetsmatrijs.

  • Van iedere opgave worden op een terminal server de volgende gegevens bijgehouden:

    • De opgave in tekstvorm en eventuele bijbehorende afbeeldingen in hoge resolutie.

    • Klassieke psychometrische gegevens zoals bekend uit de pretest.

  • Per afnamejaar worden klassieke psychometrische gegevens en IRT-kenmerken bijgehouden.

  • De ankerbank wordt regelmatig gecontroleerd op actualiteit door de ankerbeheerder in samenspraak met het CvTE, in ogenschouw nemend eventueel voortschrijdend inhoudelijk inzicht of veranderingen in technische mogelijkheden.

2.3.4 Richtlijnen rond de afname van het anker in de doorstroomtoets
  • De jaarset van het anker kan integraal worden opgenomen in een aparte toetsvariant of in deelsets verdeeld zijn over verschillende afnamevarianten. Het is daarbij een vereiste dat de verschillende afnames van het anker ook via een intern anker zijn gekoppeld aan de rest van de afname(varianten) zodat er een verbonden design ontstaat wat op dezelfde schaal gekalibreerd kan worden.

  • Elke ankeropgave wordt voorgelegd aan een steekproef van leerlingen uit het regulier basisonderwijs die representatief is voor de doorstroomtoets. In het geval van de doorstroomtoets po Bonaire is dit gelijk aan de hele populatie.

  • De ankeropgaven zijn zodanig over de toets verspreid dat de positie minimale invloed heeft op de prestatie van de leerlingen op deze opgaven. Concreet betekent dit dat de ankeropgaven bij voorkeur niet helemaal voorin of achterin de toets geplaatst zijn op een bepaalde afnamedag of toetstaak3.

  • De ankeropgaven vallen qua inhoud en vormgeving niet herkenbaar op tussen de reguliere opgaven in de toets. Ze worden niet in een afwijkend blok afgenomen maar vermengd met reguliere opgaven van hetzelfde vaardigheidsdomein.

  • De ankeropgaven tellen mee in de vaardigheidsschattingen en totaalscores van de leerlingen, tenzij de opgaven na analyse afgekeurd zijn bij de kalibratie zoals omschreven in 2.2.1E.

2.3.5 Geheimhoudingsverplichting

Het is niet toegestaan ankeropgaven zonder overleg met het CvTE elders te gebruiken. De toetsaanbieder zal aan derden geen informatie, kennis of gegevens openbaren of doen openbaren, op welke wijze dan ook, met betrekking tot de ankerbanken alle andere informatie die aan hen bekend is geworden en waarvan zij redelijkerwijs moeten begrijpen dat deze informatie van vertrouwelijke aard is.

Deze geheimhoudingsplicht blijft van kracht op het moment dat de toetsaanbieder niet langer de doorstroomtoets po Bonaire aanbiedt.

2.4 Toetsmatrijs

Tijdens de selectie van de jaarsets van het anker worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:

  • Iedere jaarset van het anker bevat voor ieder te toetsen referentie- en ERK-niveau van ieder verplicht onderdeel 10 opgaven (Papiamentu Lezen, Papiamentu Taalverzorging, Rekenen, NVT Lezen en Luisteren).

  • Binnen ieder terrein bestaat de jaarset uit een gelijke verhouding opgaven van ERK-niveau A2 en B1 (voor Nederlands als vreemde taal) én van referentieniveau 1F en 1S (voor Rekenen). Het terrein Papiamentu wordt vooralsnog alleen op referentieniveau 1F getoetst.

De toetsmatrijs geldt als richtlijn voor de vaststelling van iedere jaarset, hier kan van jaar tot jaar in beperkte mate van afgeweken worden, bijvoorbeeld als de vulling van de bank niet toereikend is:

Papiamentu – Lezen (1F)

Subdomein

Taakuitvoering1

Zakelijke teksten (2–6 teksten)2

Woordenschat Kennis

 

Woordenschat Strategie

 

Begrijpen

 

Interpreteren

 

Samenvatten

 

Leesdoel

 

Evalueren

 

Opzoeken

Verhalende teksten (0–1 teksten)

Kenmerken fictie

 

Kenmerken tekstsoorten

 

Relatie tekst werkelijkheid

X Noot
1

Bij zakelijke teksten moeten in totaal minimaal 3 van de 8 soorten taakuitvoering in een jaarset bevraagd worden.

X Noot
2

Totaal maximaal 2 teksten per tekstsoort (i.e., informatieve teksten, betogende en beschouwende teksten, instructieve teksten) in het subdomein Zakelijke teksten.

Papiamentu – Taalverzorging (1F)

Onderdeel

Categorie

Interpunctie (2–4 items)1

Leestekens

 

Hoofdletters

Spelling (6–8 items)2

Lettergreepgrenzen

 

Spellingsregels

X Noot
1

Totaal maximaal 2 items per categorie in een jaarset.

X Noot
2

Totaal maximaal 2 items uit de categorie Lettergreepgrenzen.

NVT – Lezen (A2)

Subcategorie1

Aspect van de taakuitvoering

Instructies Lezen (0–2 teksten)

Woordenschat2

 

Tekstbegrip3

Oriënterend Lezen (0–2 teksten)

Woordenschat2

 

Tekstbegrip3

Correspondentie Lezen (0–2 teksten)

Woordenschat2

 

Tekstbegrip3

Lezen ter informatie en Argumentatie (0–2 teksten)

Woordenschat2

 

Tekstbegrip3

X Noot
1

Elke jaarset bestaat uit minimaal 2 verschillende subcategorieën.

X Noot
2

Woordenschat wordt bevraagd op het gebied van kennis en strategie. Elke jaarset bevat een combinatie van beide.

X Noot
3

Tekstbegrip wordt bevraagd op micro-, meso- en macroniveau. Elke jaarset bevat een evenwichtige verdeling over deze verschillende niveaus heen.

NVT – Lezen (B1)

Subcategorie1

Aspect van de taakuitvoering

Instructies Lezen (0–1 teksten)

Woordenschat2

 

Tekstbegrip3

Oriënterend Lezen (0–1 teksten)

Woordenschat2

 

Tekstbegrip3

Correspondentie Lezen (0–1 teksten)

Woordenschat2

 

Tekstbegrip3

Lezen ter informatie en Argumentatie (0–1 teksten)

Woordenschat2

 

Tekstbegrip3

X Noot
1

Elke jaarset bestaat uit minimaal 2 verschillende subcategorieën.

X Noot
2

Woordenschat wordt bevraagd op het gebied van kennis en strategie. Elke jaarset bevat een combinatie van beide.

X Noot
3

Tekstbegrip wordt bevraagd op micro- meso- en macroniveau. Elke jaarset bevat een evenwichtige verdeling over deze verschillende niveaus heen.

NVT – Luisteren (A2)

Subcategorie1

Aspect van de taakuitvoering

Luisteren als lid van een aanwezig publiek (0–2 teksten)

Woordenschat2

 

Tekstbegrip3

Gesprek tussen andere sprekers begrijpen (0–2 teksten)

Woordenschat2

 

Tekstbegrip3

Luisteren naar radio en geluidsopnamen (0–2 teksten)

Woordenschat2

 

Tekstbegrip3

Luisteren naar mededelingen en instructies (0–2 teksten)

Woordenschat2

 

Tekstbegrip3

Tv, film en video kijken (0)

Niet van toepassing

 

Niet van toepassing

X Noot
1

Elke jaarset bestaat uit minimaal 2 verschillende subcategorieën.

X Noot
2

Woordenschat wordt bevraagd op het gebied van kennis en strategie. Elke jaarset bevat een combinatie van beide.

X Noot
3

Tekstbegrip wordt bevraagd op micro-, meso- en macroniveau. Elke jaarset bevat een evenwichtige verdeling over deze verschillende niveaus heen.

NVT – Luisteren (B1)

Subcategorie1

Aspect van de taakuitvoering

Luisteren als lid van een aanwezig publiek (0–1 tekst(en))

Woordenschat2

 

Tekstbegrip3

Gesprek tussen andere sprekers begrijpen (0–1 tekst(en))

Woordenschat

 

Tekstbegrip3

Luisteren naar radio en geluidsopnamen (0–1 tekst(en))

Woordenschat2

 

Tekstbegrip3

Luisteren naar mededelingen en instructies (0–1 tekst(en))

Woordenschat2

 

Tekstbegrip3

Tv, film en video kijken (0)

Niet van toepassing

 

Niet van toepassing

X Noot
1

Elke jaarset bestaat uit minimaal 2 verschillende subcategorieën.

X Noot
2

Woordenschat wordt bevraagd op het gebied van kennis en strategie. Elke jaarset bevat een combinatie van beide.

X Noot
3

Tekstbegrip wordt bevraagd op micro-, meso- en macroniveau. Elke jaarset bevat een evenwichtige verdeling over deze verschillende niveaus heen.

Rekenen (1F)

Domein

Onderdeel

Aantal

Getallen (3-4, waarvan 0–2 kaal)

Notatie, taal en betekenis

0–11

 

Verbanden

0–22

 

Gebruiken

2–3

Verhoudingen (2–3, waarvan 0-2 kaal)

Notatie, taal en betekenis

0–11

 

Verbanden

0–22

 

Gebruiken

1–3

Meten en meetkunde (1–3, waarvan 0-1 kaal)

Notatie, taal en betekenis

0–11

 

Verbanden

0–12

 

Gebruiken

1–3

Verbanden (1–3)

Notatie, taal en betekenis

0–11

 

Verbanden

0–12

 

Gebruiken

1–3

X Noot
1

Totaal maximaal 2 items uit de categorie Notatie, taal en betekenis over alle domeinen heen.

X Noot
2

Totaal maximaal 4 items uit de categorie Verbanden over alle domeinen heen.

Rekenen (1S)

Domein

Onderdeel

Aantal

Getallen (3–4, waarvan 0–2 kaal)

Notatie, taal en betekenis

0–11

 

Verbanden

0–22

 

Gebruiken

2–3

Verhoudingen (2–3, waarvan 0–2 kaal)

Notatie, taal en betekenis

0–11

 

Verbanden

0–22

 

Gebruiken

1–3

Meten en meetkunde (1-–, waarvan 0–1 kaal)

Notatie, taal en betekenis

0–11

 

Verbanden

0–12

 

Gebruiken

1–3

Verbanden (1–3)

Notatie, taal en betekenis

0–11

 

Verbanden

0–12

 

Gebruiken

1–3

X Noot
1

Totaal maximaal 2 items uit de categorie Notatie, taal en betekenis over alle domeinen heen.

X Noot
2

Totaal maximaal items uit de 4 categorie Verbanden over alle domeinen heen.

3 Normering

Na afname van de doorstroomtoets van het vigerende kalenderjaar, start de normering. In deze Regeling beoordelingsnormen doorstroomtoets po Bonaire worden de normeringsstappen beschreven. Het CvTE stelt vervolgens voor de afgenomen doorstroomtoets de normering vast.

Om recht te doen aan een betrouwbare en valide inschatting van het vaardigheidsniveau van leerlingen, het vergroten van de vergelijkbaarheid over jaren of in het geval van een calamiteit of anderszins gewichtige reden, kan het CvTE besluiten om van de in deze Regeling beoordelingsnormen doorstroomtoets po Bonaire beschreven planning en/of wijze van normering af te wijken.

In het geval van ingrijpen door het CvTE omdat de normering niet kan worden uitgevoerd, kan dat consequenties hebben voor de erkenning of toelating van de doorstroomtoets voor het erop volgende jaar.

3.1 Planning en aanleveren en data

In onderstaande tabel staat de planning van de normeringsfasen beschreven. Een gedetailleerde beschrijving van de werkzaamheden is beschreven in de volgende paragrafen. Het is uiteraard mogelijk dat een stap eerder is afgerond dan de deadline. Het CvTE kan in bijzondere gevallen genoodzaakt zijn de genoemde data aan te passen en zal in dat geval de nieuwe planning met de toetsaanbieder delen.

Fase

Stap

Wie

Deadline

1. Voorstel kalibratieset deel 1 (paragraaf 3.2)

 

Levering aantal leerlingen en data die geschikt is voor de kalibratie.

Toetsaanbieder aan het CvTE

Maandag na de laatste dag van de officiële afnameperiode (15:00 uur)

2. Optioneel: Bespreken aantal leerlingen en data (en eventueel alternatieve normeringsplanning)

 

Bespreken aantal leerlingen en data indien niet hoog (genoeg). Met eventueel als consequentie een alternatieve normeringsplanning.

Toetsaanbieder, het CvTE en adviseur

Dinsdag na de laatste dag van de officiële afnameperiode (13:00 – 14:30 uur)

3. Voorstel kalibratieset deel 2 (paragraaf 3.2)

 

Levering voorstel dataset voor kalibratie, meeschalen afnames en DIF-analyse.

Toetsaanbieder aan het CvTE

Donderdag na de laatste dag van de officiële afnameperiode (09:00 uur

4. Bespreken voorstel kalibratieset (paragraaf 3.2)

 

Het voorstel wordt besproken en indien akkoord vastgesteld.

Toetsaanbieder, het CvTE en adviseur

Donderdag na de laatste dag van de officiële afnameperiode (15:00 – 16:30 uur)

5. Normering en controle (paragraaf 3.3 t/m 3.4.5)

 

Levering resultaten en normeringsvoorstel.

Toetsaanbieder aan het CvTE

Woensdag, de week na levering DIF-analyse (09:00 uur)

6. Uitwisseling resultaten controle (paragraaf 3.4.6 en 3.4.7)

 

Na het doorrekenen van de normering worden de resultaten ter controle uitgewisseld tussen het CvTE/adviseurs enerzijds en toetsaanbieder anderzijds.

Toetsaanbieder aan het CvTE, en andersom.

Donderdag, de week na levering DIF-analyse (uiterlijk 13:00 uur)

7. Optioneel: bespreken resultaten controle

 

Resultaten van de check door het CvTE op de resultaten van de normering worden besproken.

Toetsaanbieder, het CvTE en adviseur

Donderdag, de week na levering DIF-analyse (15:30 – 17:00 uur)

8. Definitieve beslissing normering (paragraaf 3.4.8)

 

CvTE beslist over de definitieve normering.

Het CvTE en adviseur

Maandag, de week na levering resultaten en normeringsvoorstel (uiterlijk 16:00 uur)

3.2 Kalibratieset

De toetsaanbieder laat direct na de officiële afnameperiode weten van hoeveel leerlingen data geschikt zijn om mee te nemen in de kalibratieset. Indien dit aantal niet hoog is, zal moeten worden bepaald of (en eventueel hoe) de normering later kan plaatsvinden om het aantal leerlingen data te verhogen.

Voor aanvang van de kalibratie en normering wordt tevens een itemanalyse uitgevoerd door de toetsaanbieder om slecht functionerende opgaven en eventuele sleutelfouten op te sporen en waar mogelijk te remediëren.

Vervolgens voert de toetsaanbieder een DIF-analyse uit om te bepalen welke opgaven uit de pretest en eerdere afnames van de doorstroomtoets po Bonaire worden meegeschaald en deel uitmaken van de gegevensset waarover gekalibreerd gaat worden. Het voorstel wordt voorgelegd aan het CvTE en besproken en indien akkoord bevonden vastgesteld in een vergadering.

3.3 Normering doorstroomtoets po Bonaire

De normering wordt door de toetsaanbieder uitgevoerd. De berekeningen worden uitgevoerd in door met het CvTE afgestemde software.

Indien van toepassing worden de data van leerlingen die speciale toetsversies maken, zoals bijvoorbeeld bij de toets voor blinden of slechthorenden of gebruik maken van de rekenkaart, buiten beschouwing gelaten in de kalibratie ten behoeve van de normering. Leerlingen die een reguliere variant maken maar bijvoorbeeld van een verklanking gebruikmaken, worden wel meegenomen.

In het kalibratieproces wordt een DIF- en/of fitanalyse uitgevoerd op de ankeropgaven om vast te stellen of deze goed als anker functioneren. Bij ankeropgaven die niet goed functioneren worden ingrepen conform 2.2.1E uitgevoerd.

De opgaven van de verplichte onderdelen worden apart gekalibreerd in het 1PL-itemresponsmodel met behulp van de CML-schattingsmethode. Hierbij voert de toetsaanbieder een gezamenlijke kalibratie uit met de data van eerdere afnames. Hierdoor worden de opgaven van de doorstroomtoets op dezelfde, vergelijkbare schaal gebracht met eerdere afnames en de pretesten waarop standaardsettingen en equivaleringen zijn uitgevoerd. Hierdoor kunnen de cesuren voor de referentie- en ERK-niveaus van de wettelijk verplichte onderdelen overgebracht worden naar de scoreschaal van de doorstroomtoets. Voor iedere leerling worden de vaardigheden op alle onderdelen die meetellen voor het toetsadvies samengevoegd tot een gemiddelde latente vaardigheid (GLV). De cesuren voor de toetsadviescategorieën worden vastgesteld op deze GLV-schaal.

Referentieniveaus

De cesuren voor de referentieniveaus voor rekenen worden gebaseerd op de cesuren die ook in Europees Nederland gelden. Hiervoor wordt via het anker een koppeling gelegd naar de afname van de papieren IEP doorstroomtoets van 2024. Omdat hier met een ander psychometrisch model gewerkt wordt, worden via een equipercentiel-equivalering de cesuren uit Europees Nederland naar de schaal van de doorstroomtoets po Bonaire overgezet, waardoor de cesuren berekend kunnen worden.

De equipercentiel-equivalering zal de volgende percentages behaalde referentieniveaus voor de papieren IEP doorstroomtoets van 2024 reproduceren:

referentieniveau

percentage behaald

Rekenen 1F

91,4%

Rekenen 1S

43,2%

Om de cesuren te bepalen voor de referentie- en ERK-niveaus van NVT lezen en luisteren en Papiamentu lezen en taalverzorging wordt via het anker een koppeling gelegd naar de itemsets waarop de standaarden zijn vastgesteld.

Via standaardbepaling zijn de volgende grenswaarden bepaald voor de referentie- en ERK-niveaus op de daarvoor geselecteerde itemsets:

referentie/ERK-niveau

Grenswaarde (maximale score)

NVT Lezen A2

20 scorepunten (van de 40)

NVT Lezen B1

29 scorepunten (van de 40)

NVT Luisteren A2

20 scorepunten (van de 40)

NVT Luisteren B1

29 scorepunten (van de 40)

Papiamentu Lezen 1F

14 scorepunten (van de 20)

Papiamentu Taalverzorging 1F

17 scorepunten (van de 25)

De toetsaanbieder berekent voor ieder referentie- en ERK-niveau een grensscore voor iedere toetsversie van de doorstroomtoets po Bonaire van het vigerende afnamejaar. Dit wordt gedaan via omzettingstabellen met een schatting van de vaardigheid met behulp van Warm’s gewogen waarschijnlijkheidsschatter. Zowel in de equipercentiel-equivalering voor de referentieniveaus van rekenen als in de equivalering naar de standaardbepalingen wordt de conventie gehanteerd dat de cesuur komt te liggen bij de latente vaardigheid die het percentiel of ruwe score het beste benadert, waarbij het percentage behaald of de standaard wordt gerealiseerd. De proportie referentie- en ERK-niveau behaald over de gehele toetspopulatie zal ook door de toetsaanbieder uitgerekend worden.

Toetsadviezen

De cesuurpunten voor de toetsadviezen zijn gedefinieerd op de GLV-schaal. De wegingsfactoren van de verschillende onderdelen in de GLV, vastgesteld uit doorstroomonderzoek, zijn:

Tabel 2: wegingsfactoren van de onderdelen voor de GLV.1

NVT

Rekenen

Papiamentu

39%

42%

19%

X Noot
1

Voor Nederlands als vreemde taal en Papiamentu zijn op dit moment geen cesuren beschikbaar specifiek binnen de terreinen tussen (sub)domeinen. Daarom is ervoor gekozen om bij Papiamentu Lezen en Taalverzorging allebei 50% te laten meewegen, en bij Nederlands als Vreemde Taal Lezen en Luisteren allebei 50%.

De GLV van iedere leerling wordt berekend door een gewogen gemiddelde te nemen van de vaardigheden op de verschillende onderdelen, berekend met Warm’s gewogen waarschijnlijkheidsschatter. Om te garanderen dat ieder onderdeel daadwerkelijk met het voorgeschreven gewicht wordt meegenomen, worden de vaardigheden op ieder onderdeel getransformeerd zodat ze standaardnormaal verdeeld zijn. Vervolgens worden de cesuren op de GLV-schaal berekend met behulp van onderstaande tabel met streefpercentages zoals vastgesteld uit doorstroomonderzoek. De GLV van iedere leerling wordt vergeleken met deze cesuurpunten om iedere leerling op basis hiervan een toetsadvies toe te kennen.

Tabel 3: streefpercentages voor de toetsadviezen.

toetsadvies

percentage1

pro/vmbo bb

22,2

vmbo bb/kb

37,2

vmbo kb/gl-tl

18,7

vmbo gl-tl/havo

12,9

havo/vwo

6,3

vwo

2,6

X Noot
1

De percentages in deze tabel zijn voor deze regeling voor het overzicht afgerond tot 1 decimaal achter de komma, waardoor de percentielen tot 99,9% en niet 100% optellen.

Periodiek worden de onderdeelgewichten en de cesuren voor de toetsadviescategorieën door het CvTE geanalyseerd en zo nodig geactualiseerd. Hiervoor worden onder andere gegevens uit het meest recente doorstroomonderzoek gebruikt.

3.4 Datalevering

De toetsaanbieder is verantwoordelijk voor het correct, tijdig, volledig en veilig aan het CvTE beschikbaar stellen van consistente data uit de operationele afname van de varianten die zijn afgenomen in het betreffende jaar.

De toetsaanbieder levert de complete dataset aan aan het CvTE met alle leerlingen bij wie de toets is afgenomen. De dataset bestaat uit ruwe scores en andere kenmerken van leerlingen. Van opgaven die niet meetellen (bijvoorbeeld zaai-opgaven zoals beschreven in 5.2 scenario 2 van het Beoordelingskader doorstroomtoets po Bonaire of geneutraliseerde opgaven), worden geen afnamegegevens door de toetsaanbieder aangeleverd. Afgebroken en ongeldige afnames vormen geen deel van de datalevering door de toetsaanbieder. Geneutraliseerde opgaven worden niet aangeleverd.

Als afnamegegevens van andere toetsen worden gebruikt in de kalibratie of equivalering worden deze ook aangeleverd door de toetsaanbieder aan het CvTE. Dit zijn bijvoorbeeld pretesten en toetsen in Europees Nederland. Afnamegegevens die tijdens eerdere afnames van de doorstroomtoets po Bonaire zijn geleverd, hoeven niet opnieuw aangeleverd te worden.

Naast de afnamegegevens wordt door de toetsaanbieder een beschrijving geleverd van de ingrepen die zijn uitgevoerd in het anker, en welke cesuren en grensscores zijn bepaald via de equivaleringsprocedure.

De data worden na de normering aangeleverd via de terminal server van het CvTE. De gegevens die geleverd zijn kunnen ook gebruikt worden voor nadere analyses door het CvTE of de adviseur als daar behoefte aan is.

3.4.1 Data en structuur

De toetsaanbieder levert na de normering:

  • Eén bestand met leerlinggegevens.

  • Voor ieder onderdeel een apart bestand met scoringsgegevens.

  • Eén bestand met p-waarden en aantal observaties van de items die opgenomen zijn in de analysedata (ter controle). Itemcodes dienen uniek te zijn over onderdelen heen.

De data worden aangeleverd in csv (uitgaande van de Nederlandse situatie, dus puntkomma-gescheiden en komma als decimaalscheidingsteken). De teruggeleverde databestanden gebruiken ditzelfde format. De toetsaanbieder levert geen aparte toetsbeschrijving.

3.4.2 Leerlinggegevens

In het bestand met leerlinggegevens dienen de volgende variabelen opgenomen te worden:

Kolomnaam

Omschrijving

person_id

Leerlingidentificatiecode, numeriek of string. Niet herleidbaar naar persoonsgegevens.

speciale_versie

ja/nee. Leerlingen die een speciale versie hebben gemaakt worden niet meegenomen in de kalibraties ten behoeve van de normering. Alleen van toepassing op afnamegegevens van de doorstroomtoets po Bonaire.

toets

Welke toets de leerling gemaakt heeft. Dit veld is bedoeld om onderscheid te maken tussen de afname van de doorstroomtoets po Bonaire en andere toetsen die gebruikt worden in de kalibratie en equivalering:

dst_bonaire_20xx = data van de doorstroomtoets po Bonaire van jaar 20xx.

pretest_x = data van pretest met label x.

dst_nl_20xx[p/d] = data van de doorstroomtoets Europees Nederland van jaar 20xx, modus papier (p) of digitaal (d).

schoolcode

RIO instellingscode plus vestigingscode, in formaat 99XX00. Voorheen bekend als BRIN-nummer plus vestigingscode. Bij leerlingen van scholen waarvan in totaal minder dan 5 leerlingen zijn ingeschreven bij de toetsaanbieder mag waarde ‘<5’ gebruikt worden. Alleen van toepassing op afnamegegevens van de doorstroomtoets po Bonaire.

schooladvies

Schooladvies, numeriek:

pro = 1

vmbo bb = 2

vmbo bb/kb = 3

vmbo kb = 4

vmbo kb/mavo = 5

mavo = 6

mavo/havo = 7

havo = 8

havo/vwo = 9

vwo = 10

onbekend = 0 of >10

Alleen van toepassing op de afnamegegevens van de doorstroomtoets po Bonaire.

Als naamgeving van dit bestand wordt verwacht: dst_bonaire_leerlingen.csv

3.4.3 Scoringsgegevens

Voor de scoringsgegevens worden zowel wide-format als long-format data verwerkt. Indien data in wide-format worden aangeleverd dienen per onderdeel de volgende scoringsgegevens opgenomen te worden:

Kolomnaam

Omschrijving

person_id

Leerlingidentificatiecode, numeriek of string

item_ids...

Voor ieder item een kolom met als naam het label van het item, met daarin de score:

0 = incorrect (inclusief overgeslagen of leeggelaten items)

1 = correct

leeg = missing by design

In wide-format data staat het complete resultaat van een leerling op één regel.

Indien data in long-format worden aangeleverd dienen per onderdeel de volgende scoringsgegevens opgenomen te worden:

Kolomnaam

Omschrijving

person_id

Leerlingidentificatiecode, numeriek of string

item_id

Itemlabel

item_score

Item score:

0 = incorrect (inclusief overgeslagen of leeggelaten items)

1 = correct

missing by design wordt niet geleverd

In long-format data vormt ieder leerling-item-paar een aparte regel.

Als naamgeving van het bestand met scoringsgegevens wordt verwacht:

dst_bonaire_[naam onderdeel in hoofdletters].csv

Voor de verplichte onderdelen worden de namen PAPLEZEN, PAPTAALVERZORGING, REKENEN, NVTLEZEN en NVTLUISTEREN verwacht.

3.4.4 Gegevens over ingrepen in ankeropgaven

Bij het uitvoeren van de equivalering kan het zijn dat opgaven worden losgekoppeld zodat ze niet meer bijdragen aan de link tussen verschillende afnames. In de praktijk betekent dit dat opgaven een nieuw label krijgen, zodat ze wel meetellen in het toetsresultaat maar niet meer beschouwd worden als anker. Herlabelingen dienen als volgt aangeleverd te worden:

Kolomnaam

Omschrijving

item_id_oud

Oorspronkelijk itemlabel

item_id_nieuw

Nieuw itemlabel

onderdeel

Naam van het onderdeel in hoofdletters, zie omschrijving bij 3.4.3.

toets

Toets waarin de herlabeling wordt toegepast, zie omschrijving tabel 3.4.2.

opmerking

Optionele opmerking om reden van ingreep te beschrijven

Als naamgeving van het bestand met ingrepen wordt verwacht:

dst_bonaire_ingrepen.csv

3.4.5 Controlegegevens

In het controlebestand met p-waarden dienen tot slot de volgende gegevens te worden aangeleverd:

Kolomnaam

Omschrijving

item_id

Itemlabel

onderdeel

Naam van het onderdeel in hoofdletters, overeenkomend met de onderdeelnamen in de namen van de scoringsgegevens

n

Aantal observaties (alle onderwijstypen samen)

p_waarde

p-waarde van het item (alle onderwijstypen samen)

Als bestandnaam voor het controlebestand met p-waarden wordt verwacht:

dst_bonaire_controle.csv

3.4.6 Datacontroles

De adviseur voert de volgende controles uit op de aangeleverde data:

  • Zijn alle bestanden aanwezig met de juiste namen en kolommen?

  • Zijn leerlingidentificatiecodes uniek?

  • Zijn items per leerling uniek?

  • Kloppen de p-waarden en aantallen observaties met het controlebestand?

  • Is het design verbonden?

  • Check op correcte leerlingkoppeling door correlatiecoëfficiënten van verschillende onderdelen uit te rekenen. Bij een correlatie lager dan 0,4 koppelt de adviseur terug aan de toetsaanbieder dat er een lage correlatie is geconstateerd, met het verzoek de koppeling op leerlingniveau te controleren. Wanneer de toetsaanbieder aangeeft dat de lage correlatie correct is zal de adviseur de normering uitvoeren op de aangeleverde data.

3.4.7 Uitwisseling resultaten controle

Na het doorrekenen van de normering worden de resultaten ter controle uitgewisseld tussen het CvTE/adviseur enerzijds en de toetsaanbieder anderzijds.

Levering itemparameters

Dit bestand bevat de itemparameters zoals geschat in de IRT-normering volgens het 1PL-model. De volgende kolommen zijn opgenomen:

Kolomnaam

Omschrijving

item_id

Itemlabel

onderdeel

Het onderdeel behorende bij het item

beta

Moeilijkheidsparameter

SE_beta

Standaardfout op moeilijkheidsparameter

Als bestandsnaam wordt gebruikt: dst_bonaire_itemparameters.csv

Levering vaardigheidsschattingen

Bevat voor iedere leerling die de doorstroomtoets po Bonaire gemaakt heeft de vaardigheid op ieder onderdeel in het 1PL-model, geschat via Warm’s gewogen waarschijnlijkheidsschatter. Tevens zijn de berekende GLV’s en de via de cesuren daaraan gerelateerde toetsadviezen hieraan toegevoegd. De volgende kolommen zijn opgenomen:

Kolomnaam

Omschrijving

person_id

Leerlingidentificatiecode

schooltype

Schooltype, zelfde indeling als leerlinggegevens

theta_[onderdeel]

Vaardigheidsschatting voor ieder onderdeel (zie naamgeving 3.4.3)

glv

GLV

toetsadvies

Toetsadvies volgens de IRT-normering

Als bestandsnaam wordt gebruikt: dst_bonaire_vaardigheden.csv

Levering referentie- en ERK-niveaus

Bevat een overzicht van de cesuren en percentages behaald van de referentie- en ERK-niveaus in de IRT-normering in het 1PL-model, voor de leerlingen die de doorstroomtoets po Bonaire gemaakt hebben. De volgende kolommen zijn opgenomen:

Kolomnaam

Omschrijving

onderdeel

Het onderdeel

niveau

Het referentie/ERK-niveau

cesuur

Cesuur op de latente vaardigheidsschaal

perc_behaald

Percentage behaald

Als bestandsnaam wordt gebruikt: dst_bonaire_referentieniveaus.csv

Levering toetsadviezen

Bevat een overzicht van de cesuren op de GLV-schaal voor de toetsadviezen in de IRT-normering. De volgende kolommen zijn opgenomen:

Kolomnaam

Omschrijving

toetsadvies

Het toetsadvies

cesuur

Cesuur op de GLV-schaal

Als bestandsnaam wordt gebruikt:

dst_bonaire_toetsadviezen.csv

3.4.8 Vaststelling normering doorstroomtoets po Bonaire

Nadat op basis van de normering de toetsadviezen en referentie- en ERK-niveaus zijn uitgerekend voor de leerlingen, wordt de normering, inclusief de cesuren voor de referentie- en ERK-niveaus, de toetsadviescategorieën en de onderdeelgewichten, door het CvTE definitief vastgesteld.

3.4.9. Optionele onderdelen

Naast de wettelijk verplichte onderdelen worden ook de optionele onderdelen die meetellen in het toetsadvies van iedere toetsaanbieder door de adviseur gekalibreerd door middel van een voorgeschreven kalibratiewijze met bijbehorende schattingsmethode, uit te voeren in de extern gevalideerde software, waarbij per toetsaanbieder dezelfde populaties als bij de wettelijk verplichte onderdelen worden gebruikt.

4 Datalevering doorstroomonderzoek

4.1 Achtergrond

Voor de normering moet o.a. doorstroomonderzoek verricht worden. Dit houdt in dat gekeken wordt hoe de resultaten die leerlingen behalen op een doorstroomtoets in groep 8 zich verhouden tot de schoolsoort waarop zij zich de eerste drie jaar van het voortgezet onderwijs (vo) bevinden. De voorspellende waarde van de toetsresultaten wordt hiermee bepaald. Om dit te kunnen doen is een koppeling nodig tussen twee typen data: toetsresultaten van individuele leerlingen op de doorstroomtoets in groep 8 en (doorstroom)gegevens van de plaatsing van deze leerling in het eerste, tweede en derde jaar van het vo.

4.2 Proces verwerking persoonsgegevens

Het doorstroomonderzoek voert een adviseur uit in opdracht van het CvTE. De databronnen hiervoor zijn toetsresultaten op leerlingniveau van de toetsaanbieder, en plaatsingsgegevens van het vo uit het Register Onderwijsdeelnemers (ROD) van DUO. Om de koppeling tussen deze twee databronnen te kunnen maken, moeten de gegevens terug te voeren zijn op individuele leerlingen en moeten er dus persoonsgegevens verwerkt worden.

Om de uitwisseling van persoonsgegevens tot een minimum te beperken zal voor de koppeling per individuele leerling een pseudoniem gebruikt worden. Door middel van het toepassen van een reeds bestaand pseudonimiseringsalgoritme kunnen toetsaanbieder en DUO zelf dit pseudoniem genereren. Doordat DUO en de toetsaanbieders driedezelfde gegevens van een individuele leerling in dit pseudonimiseringsalgoritme stoppen, komt hetzelfde pseudoniem voor een individuele leerling eruit bij de twee verschillende bronnen. Op basis van dit pseudoniem kan de adviseur de gegevens koppelen. Er is bij gebruik van dit algoritme geen sleutel waarmee het pseudoniem weer teruggezet kan worden door een ander dan degene die ook beschikt over de persoonsgegevens zelf. Alleen DUO en de individuele toetsaanbieder die de gegevens heeft geleverd kan het pseudoniem weer koppelen aan de persoonsgegevens waarmee het pseudoniem is gegenereerd. Op die manier beschikt de adviseur onder verantwoordelijkheid van het CvTE over zo min mogelijk gevoelige gegevens om deze wettelijke taak goed uit te kunnen voeren.

4.3 Wijze van pseudonimiseren

De pseudoniemen worden met het hashingalgoritme SHA-256 gegenereerd. Om de pseudoniemen later te kunnen matchen is het van belang dat alle partijen exact dezelfde set aan persoonsgegevens gebruiken om tot hetzelfde pseudoniem te komen. De invoer bestaat uit de instellingscode, toetsscore en geboortedatum van de leerling. Indien bij een leerling één van deze gegevens mist, dient de data van deze leerling niet gepseudonimiseerd te worden en wordt deze data niet geleverd aan de adviseur. Ditzelfde is het geval bij leerlingen voor wie bovenstaande gegevens identiek zijn, bijvoorbeeld bij tweelingen op dezelfde school met dezelfde toetsscore. Data van leerlingen die een doorstroomtoets maken in het buitenland of op private scholen worden niet geleverd. Leerlingen van SO, SBO en VSO worden wel gepseudonimiseerd en geleverd, maar dat is vooralsnog op Bonaire niet aan de orde.

De specificatie voor de drie invoergegevens van het pseudoniem is als volgt:

Veld

#

Betekenis en waardenbereik

Schoolcode

1

RIO instellingscode. Waarde altijd tekst van 4 karakters (2 cijfers en 2 letters). Dit komt overeen met de eerste vier tekens van de BRIN-code.

Geboortedatum leerling

2

Datum van geboorte van de leerling; waarde volgens formaat EEYY-MM-DD.

Toetsscore leerling

3

De toetsscore van de doorstroomtoets is een geheel getal (verplicht volgens PvE ROD-po) met de waardenbereiken 601–640

Deze gegevens worden gescheiden door komma’s samengevoegd tot een gegevenssleutel, waarna het hashingsalgoritme wordt toegepast. Bijvoorbeeld:

Gegevenssleutel: ‘99CV,2021-01-01,601’

Pseudoniem: ‘d5a170c2a8ea867218704f27437cae74fc8f06519cd7b848d0750ae7ed8721a0’

De gegevenssleutel heeft als tekencodering UTF-8, bij gebruik van een andere codering kan een ander pseudoniem ontstaan.

4.4 Specificatie bestandlevering

Datalevering als csv volgens Nederlandse conventies:

  • Scheidingsteken ‘;’

  • Teksten zonder aanhalingstekens

  • Decimaalscheidingsteken: komma

  • Eerste regel bevat kolomnamen

Zowel de kolomnamen als de waarden zijn hoofdlettergevoelig.

4.4.1 Levering door DUO

Naamgeving ‘DUO-dso-’ + [YYYYMMDD] + ‘.csv’

  • [YYYYMMDD] = datum aanmaak bestand

  • Selectie: alle leerlingen eindtoets/doorstroomtoets van afgelopen 3 kalenderjaren

kolomnaam

beschrijving

Pseudoniem

Zie beschrijving 4.3

Toetssoort

BUREAU_ICE

Verblijfjaar

 

Leerjaar

 

Schoolsoort

Uit waardelijst ‘Schoolsoort VO’

4.4.2 Levering door toetsaanbieder

Naamgeving [Toetssoort]-dso-’ + [YYYYMMDD] + ‘.csv’

  • [Toetssoort] = uit waardelijst ‘Toetssoort’

  • [YYYYMMDD] = datum aanmaak bestand

kolomnaam

beschrijving

Pseudoniem

Zie beschrijving 4.3

BRIN-code

 

Toetssoort

BUREAU_ICE

Ontheffing

J/N

Afnamemodus

Uit waardelijst ‘Afnamemodus’

Toetsscore

Toetsscore van de doorstroomtoets, zie ook de tabel in 4.3

Kalenderjaar

Jaar van afname doorstroomtoets (YYYY)

referentieniveau_rekenen

Uit waardelijst ‘Referentieniveau rekenen’

erk_niveau_nvt_lezen

Uit waardelijst ‘ERK-niveau NVT’

erk_niveau_nvt_luisteren

Uit waardelijst ‘ERK-niveau NVT’

referentieniveau_papiamentu_lezen

Uit waardelijst ‘Referentieniveau Papiamentu’

referentieniveau_papiamentu_taalverzorging

Uit waardelijst ‘Referentieniveau Papiamentu’

GLV

De GLV zoals bepaald door de toetsaanbieder (dus inclusief eventuele optionele onderdelen die meetellen voor het toetsadvies), op basis van gewogen gemiddelde van onderdeelvaardigheden. Afronden op 3 decimalen.

vaardigheid_rekenen

Door de toetsaanbieder geschatte latente vaardigheid op de onderdelen Rekenen, NVT en Papiamentu op de schaal zoals gebruikt tijdens de normering. Afronden op 3 decimalen.

vaardigheid_nvt_lezen

vaardigheid_nvt_luisteren

vaardigheid_papiamentu_lezen

 

vaardigheid_papiamentu_taalverzorging

 

Toetsadvies

Uit waardelijst ‘Toetsadvies’

Voorlopig schooladvies

Uit waardelijst ‘Schooladvies’

Definitief schooladvies

Uit waardelijst ‘Schooladvies’

Waardelijst

veld

waarden

Afnamemodus

digitaal, papier

Referentieniveau Rekenen

L1F, 1F, 1S

Referentieniveau NVT

LA2, A2, B1

Referentieniveau Papiamentu

L1F, 1F

Schoolsoort VO

pro, vmbo bb, vmbo kb, vmbo gl, vmbo gl-tl, mavo, havo, vwo

Toetsadvies

pro/vmbo bb, vmbo bb/vmbo kb, vmbo kb/mavo, mavo/havo, havo/vwo, vwo

Schooladvies

pro, vmbo bb, vmbo bb/vmbo kb, vmbo kb, vmbo kb/mavo, mavo, mavo/havo, havo, havo/vwo, vwo

TOELICHTING

Op 1 augustus 2025 is de Wet tot wijziging van een aantal onderwijswetten in verband met aanpassingen op het gebied van de doorstroom van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs en wijziging van de stelselinrichting van doorstroomtoetsen en toetsen verbonden aan leerling- en onderwijsvolgsystemen in het basisonderwijs (Stb. 2022, 135) ook voor Bonaire in werking getreden (Stb. 2025,30).

De Regeling beoordelingsnormen doorstroomtoets PO Bonaire bevat algemeen verbindende voorschriften voor de toetsaanbieder van de doorstroomtoets po Bonaire. In de bijlage van de regeling staan de processtappen beschreven voor de voorbereiding op de normering, waaronder de pretestprocedure en de toetssamenstelling. De doorstroomtoets kan alleen worden vastgesteld als de procedure om te komen tot de beoordelingsnormen van de doorstroomtoets po Bonaire wordt gevolgd.

Het bevoegd gezag is verplicht om in ieder geval gebruik te maken van de door het college erkende doorstroomtoets voor de onderdelen Nederlandse taal, Papiamentu en rekenen. Deze onderdelen moeten op grond van artikel 51b, tweede lid, van de Wet primair onderwijs BES verplicht getoetst worden. Het college kan ook de onderdelen van de toets beoordelen waarvoor niet is voorgeschreven dat zij onderdeel uitmaken van de doorstroomtoets po Bonaire.

Het College voor toetsen en examens, de voorzitter, J.H. van der Vegt


X Noot
1

Voor de meest recente publicaties zie https://www.cvte.nl/onderwerpen/toetsen-primair-onderwijs

X Noot
2

Het is niet altijd haalbaar om hier precies aan te houden. Hier geldt dat dit een richtlijn is en pragmatisch en weloverwogen een keuze wordt gemaakt.

X Noot
3

Zie ook de toelichting van het kwaliteitscriterium T2 in de Regeling beoordelingskader doorstroomtoets po Bonaire.

Naar boven