Besluit van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur van 7 maart 2026, nr. WJZ/102571548, tot vaststelling van definitieve tarieven GLB 2025

De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,

Gelet op de artikelen 2, derde lid, 14, tweede lid, 17 en 27, vijfde lid, van de Uitvoeringsregeling GLB 2023;

Besluit:

Enig artikel

Vastgesteld worden de navolgende tarieven voor aanvraagjaar 2025:

  • A. Eenheidsbedragen voor basisinkomenssteun en herverdelende inkomenssteun voor duurzaamheid:

    • 1. Het eenheidsbedrag basisinkomenssteun voor duurzaamheid bedraagt € 174 per hectare.

    • 2. Het eenheidsbedrag aanvullende herverdelende inkomenssteun voor duurzaamheid bedraagt € 50,35 per hectare en de hectaregrens is 40 hectaren.

  • B. Tarieven Eco-regeling

    • 1. Het tarief voor categorie goud bedraagt € 200 per hectare.

    • 2. Het tarief voor categorie zilver bedraagt € 100 per hectare.

    • 3. Het tarief voor categorie brons bedraagt € 60 per hectare.

  • C. Tarief aanvullende inkomenssteun voor jonge landbouwers

    Het tarief voor aanvullende inkomenssteun voor jonge landbouwers bedraagt € 2.800 per jonge landbouwer.

  • D. Eenheidsbedrag voor de regeling voor zeldzame landbouwhuisdierrassen

    Het eenheidsbedrag voor de regeling voor zeldzame landbouwhuisdierrassen bedraagt € 200 per grootvee-eenheid.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage, 7 maart 2026

De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J. van Essen

TOELICHTING

Voor de onderscheiden rechtstreekse betalingen van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid zijn in het Nationaal Strategisch Plan (NSP) budgetten opgenomen die evenredig worden verdeeld over de aanvragers. Voor de basisinkomenssteun en aanvullende herverdelende inkomenssteun gebeurt dit op basis van het aantal subsidiabele hectares. Voor de eco-regeling wordt bovendien rekening gehouden met de uitgevoerde subsidiabele activiteiten.

Aanvragers hebben tot en met 15 mei 2025 de gelegenheid gehad om steun in de vorm van rechtstreekse betalingen aan te vragen. Tot en met 15 oktober 2025 konden aanvragen nog worden gewijzigd. Op 17 oktober 2025 zijn voorlopige eenheidsbedragen gepubliceerd, waarmee RVO in december 2025 aan zo veel mogelijk aanvragers een eerste betaling heeft gedaan.

Nu een groot deel van de aanvragen is beoordeeld, kunnen de definitieve eenheidsbedragen worden vastgesteld. Daarmee kan RVO vaststellen op welke bedragen aan rechtstreekse betalingen de aanvrager recht heeft en deze bedragen uitbetalen. De eerder verstrekte voorlopige betaling wordt hierop in mindering gebracht.

Onderdeel A

Het eenheidsbedrag voor de basisinkomenssteun is vastgesteld op € 174 per hectare. Dit tarief is berekend door het beschikbare budget te delen door het aantal aangevraagde hectares. Het beschikbare budget voor de basisinkomenssteun is in 2025 lager dan in het NSP was gepland. Dat komt doordat een deel van het geplande budget is gebruikt om de eenheidsbedragen voor de eco-regeling, waarop een groter beroep is gedaan dan in het NSP was aangenomen, op peil te houden. Dit leidt tot een definitief eenheidsbedrag dat lager ligt dan het in het NSP opgenomen gepland eenheidsbedrag van € 184.

Het eenheidsbedrag voor de aanvullende herverdelende inkomenssteun is vastgesteld op € 50,35 per hectare. In het NSP is vastgelegd dat 10% van het budget voor rechtstreekse betalingen ten goede komt aan de aanvullende herverdelende inkomenssteun. Het tarief is berekend door het benodigde budget te delen door het aantal aangevraagde hectares tot een maximum van 40 hectares per aanvrager.

Onderdeel B

De tarieven voor de eco-regeling zijn vastgesteld op € 200 per hectare in de categorie goud, € 100 per hectare in de categorie zilver en € 60 per hectare in de categorie brons. Daarmee komen de tarieven overeen met de in het NSP opgenomen drempelwaardes voor de onderscheiden categorieën.

Onderdeel C

Het voorlopige eenheidsbedrag voor de aanvullende inkomenssteun voor jonge landbouwers is vastgesteld op € 2.800 per aanvrager. Dit is het in het NSP opgenomen geplande tarief.

Onderdeel D

In het Nationaal Strategisch Plan (NSP) is een eenheidsbedrag van maximaal € 200 per GVE opgenomen. Uit analyse door de Technisch Economische Werkgroep van Wageningen University & Research (WUR) blijkt dat dit maximale tarief van € 200 per GVE passend is om de hogere kosten en lagere opbrengsten per dier van een zeldzaam ras te compenseren. Er is in de praktijk een duidelijk verschil tussen de bedrijven in de gangbare landbouw met veelal gespecialiseerde rassen ten opzichte van bedrijven met zeldzame rassen doordat voor laatstgenoemde categorie bedrijven de opbrengsten per dier lager zijn en sommige kosten (bijvoorbeeld voor stamboekregistratie) hoger. Dit maximale eenheidsbedrag kan worden gehandhaafd wanneer het aantal uit te betalen GVE niet leidt tot budgetoverschrijding. Dit zal voor het aanvraagjaar 2025 niet het geval zijn, waardoor net als voor 2024 het bedrag van € 200 per GVE kan worden vastgesteld.

De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J. van Essen

Naar boven