Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Stimuleringsfonds voor de journalistiek | Staatscourant 2026, 8352 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Stimuleringsfonds voor de journalistiek | Staatscourant 2026, 8352 | ander besluit van algemene strekking |
Het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek,
Handelende in overeenstemming met de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Gelet op artikel 8.3 en 8.15a van de Mediawet 2008;
Besluit:
In deze regeling wordt verstaan onder:
Verordening (EU) 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun, C/2023/9700, PB L 2023/2831, 15.12.2023;
steun die wordt verleend binnen de kaders van de de-minimisverordening;
het ontwikkelen van nieuwe journalistieke producten of diensten voor de eigen organisatie of journalistieke sector en/of het aanboren van een nieuwe markt en/of voor het implementeren van nieuwe werkprocessen binnen de eigen organisatie;
het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek, bedoeld in artikel 8.2 van de Mediawet 2008.
Subsidieverstrekking op grond van deze regeling heeft tot doel het stimuleren van vernieuwing binnen de journalistieke sector door het ondersteunen van deelnemers bij innovatie, als bedoeld in artikel 1.1, onder c. Om dat doel te bereiken is deelname aan een door het Stimuleringsfonds aangeboden begeleidingsprogramma onlosmakelijk aan de subsidieverstrekking verbonden.
De subsidie wordt verstrekt voor de kosten van activiteiten die worden uitgevoerd in de periode 11 mei 2026 tot en met 25 november 2026.
1. Toegang tot het begeleidingsprogramma wordt op verzoek verleend.
2. Ten hoogste 6 teams kunnen worden toegelaten tot het begeleidingsprogramma.
3. Een verzoek tot toelating tot het begeleidingsprogramma kan worden ingediend door de voor de desbetreffende activiteiten verantwoordelijke rechts- of natuurlijke personen, die in Nederland (in het kader van deze regeling) actief (zullen) zijn en die zijn ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dan wel deze inschrijving verkrijgen na toelating tot het begeleidingsprogramma.
4. Indien de voor de desbetreffende activiteiten verantwoordelijke rechts- of natuurlijke personen niet in Nederland zijn gevestigd, maar wel in een Europese lidstaat, dient de inschrijving vergezeld te gaan van een verklaring, dat de activiteiten binnen het begeleidingsprogramma zich primair richten op de journalistieke sector binnen het land Nederland, m.u.v. de bijzondere gemeenten vallend onder Caribisch Nederland. Onder primair wordt verstaan: meer dan 75% van de activiteiten die worden verricht. Dergelijke rechtspersonen dienen ook te zijn ingeschreven in het handelsregister van hun vestigingsland.
1. Een verzoek wordt uitsluitend ingediend door het invullen van een door het Stimuleringsfonds vastgesteld formulier op de website van het Stimuleringsfonds, volgens de daarbij vermelde instructies, en omvat in ieder geval:
a) een activiteitenplan volgens een door het Stimuleringsfonds vastgesteld format;
b) cv’s van alle deelnemende teamleden;
c) indien beschikbaar: het Kamer van Koophandel nummer;
d) een de-minimisverklaring, volgens een door het Stimuleringsfonds vastgesteld model, over de de-minimissteun en andere staatssteun die de aanvrager in de afgelopen drie jaren heeft ontvangen.
2. Het activiteitenplan:
a) beschrijft nauwkeurig de aard en omvang van het team dat de voorgenomen activiteiten gaat uitvoeren;
b) wordt onderbouwd met een analyse van informatie op basis waarvan de verzoeker kennis over het op te lossen probleem heeft opgedaan; en
c) bevat een analyse van vergelijkbare plannen en ideeën en de daarmee behaalde resultaten.
3. De haalbaarheid van het activiteitenplan dient te worden beschreven in termen van:
a) de samenstelling van het team dat dit activiteitenplan gaat uitvoeren;
b) bewijs van het probleem dat voor de journalistieke sector wordt opgelost;
c) meerwaarde voor de journalistieke sector als dit probleem wordt opgelost;
d) de wijze waarop informatie over dit probleem is verkregen;
e) de uitvoerbaarheid van de eventuele oplossing;
f) de wijze waarop verdere informatie over het probleem en de oplossing wordt vergaard;
g) informatie over het huidige bedrijfsmodel; en
h) de verkende mogelijkheden tot samenwerking met andere partijen.
4. Een verzoek wordt alleen in behandeling genomen als deze volledig is. Het Stimuleringsfonds beoordeelt binnen een week na indiening van het verzoek de volledigheid daarvan. Als het verzoek onvolledig is, krijgt de verzoeker bericht over de ontbrekende gegevens, met de eenmalige uitnodiging om de ontbrekende gegevens alsnog binnen één week, maar in elk geval vóór het einde van de periode als genoemd in artikel 2.3, aan te leveren. Blijft tijdige en volledige aanlevering van de gegevens uit, dan wordt de aanvraag geweigerd.
1. Een verzoek tot toelating van het begeleidingsprogramma wordt ingediend in de periode van 10 februari 2026 tot en met 23 maart 2026, 23:59 uur.
2. Het Stimuleringsfonds kan andere data vaststellen waarop verzoeken uiterlijk moeten worden ingediend. Deze data worden gepubliceerd op de website van het Stimuleringsfonds www.svdj.nl.
1. Verzoeken worden door het Stimuleringsfonds beoordeeld aan de hand van de volgende drempelcriteria:
a) het journalistieke karakter, waarbij de activiteiten betrekking hebben op:
i. journalistieke producten,
ii. journalistieke diensten,
iii. platforms om journalistieke producten of diensten te realiseren, of
iv. modellen om journalistieke producten of diensten te realiseren; als ook
b) het innovatieve karakter, waarbij de activiteiten vernieuwingen tot stand brengen binnen een van de vereiste vormen van het journalistieke karakter, waarbij vernieuwing kan bestaan uit:
i. nieuwe activiteiten binnen het journalistieke karakter,
ii. nieuwe combinaties van activiteiten binnen het journalistieke karakter,
iii. nieuwe combinaties van bestaande activiteiten binnen het journalistieke karakter, of
iv. nieuwe combinaties van nieuwe activiteiten binnen het journalistieke karakter.
2. Als een verzoek niet aan de drempelcriteria voldoet, wijst het Stimuleringsfonds het verzoek af.
3. Als uit de de-minimisverklaring volgt dat de aanvrager in de afgelopen drie jaren reeds voor € 300.000 de-minimissteun heeft ontvangen, dan wijst het Stimuleringsfonds het verzoek af.
1. Verzoeken worden door het Stimuleringsfonds beoordeeld aan de hand van de volgende inhoudelijke criteria:
a) Teamsamenstelling: In hoeverre is het team multidisciplinair en sluiten de disciplines van de teamleden aan bij de voorgenomen activiteiten?
b) Bewezen businessmodel: in hoeverre is het activiteitenplan onderbouwd met een bewezen businessmodel, bestaande uit wenselijkheid, haalbaarheid en levensvatbaarheid van het activiteitenplan?
c) Kwaliteit voorgestelde experimenten: worden er nuttige en efficiënte experimenten voorgesteld in het activiteitenplan die aannames in het businessmodel kunnen bewijzen dan wel kunnen ontkrachten?
2. In de toelichting op deze regeling zijn de criteria en de wijze waarop het Stimuleringsfonds de criteria weegt, uitgewerkt.
1. Het Stimuleringsfonds beslist gelijktijdig op de verzoeken die in behandeling zijn genomen en aan de drempelcriteria voldoen.
2. Bij de beoordeling op de inhoudelijke criteria wordt het oordeel van het Stimuleringsfonds vertaald in een waardering per criterium. Hierbij wordt gewerkt met een systeem waarin deze waardering wordt omgezet in een cijfer. Zowel de waardering als het cijfer staan op zichzelf, aanvragen worden niet direct met elkaar vergeleken.
3. Het Stimuleringsfonds kent voor ieder verzoek per beoordelingscriterium een gemotiveerde score toe op een beoordelingssystematiek waarbij waarderingen variëren van 1 tot en met 5, met de mogelijkheid tot het toekennen van halve punten. Elke score correspondeert met een daaraan verbonden kwalitatieve duiding, oplopend van onvoldoende tot zeer goed.
4. De scores per criterium worden bij elkaar opgeteld en vormen zo de totaalscore van het verzoek.
5. De rangschikking wordt bepaald door het totaal aantal punten dat wordt behaald, waarbij aanvragen met de hoogste scores het eerst in aanmerking komen voor toelating tot het begeleidingsprogramma.
6. Niet voor rangschikking in aanmerking komen verzoeken die na de beoordeling minder dan 8 punten hebben gehaald. Die verzoeken worden afgewezen.
7. Indien het totaal van de in aanmerking komende verzoeken het maximale aantal van toelaatbare teams uit artikel 2.1, tweede lid, overschrijdt, wordt de toegang tot het begeleidingsprogramma als volgt verdeeld:
a) het verzoek dat de meeste punten scoort volgens de rangschikking als genoemd in het vijfde lid, wordt als eerste gehonoreerd;
b) telkens wordt het daaropvolgende verzoek dat de meeste punten scoort als eerste gehonoreerd;
c) indien meerdere verzoeken dezelfde score hebben gehaald en honorering van deze verzoeken tot overschrijding van het maximale aantal van toelaatbare teams zou leiden, dan worden deze gelijk geëindigde verzoeken als volgt gerangschikt:
i. op basis van de toegekende score op het criterium ‘Teamsamenstelling’;
ii. de alsdan gelijk beoordeelde verzoeken op basis van de toegekende score op het criterium ‘Bewezen Businessmodel’;
iii. de alsdan gelijk beoordeelde verzoeken op basis van de toegekende score op het criterium ‘Kwaliteit voorgestelde experimenten’;
iv. de alsdan gelijk beoordeelde verzoeken op basis van loting door een notaris.
8. Wanneer op basis van de verdeling uit het zevende lid het maximale aantal van toelaatbare teams uit artikel 2.1, tweede lid, is bereikt, worden de daaropvolgende verzoeken in de rangschikking afgewezen.
1. Het Stimuleringsfonds beslist binnen 6 weken na verstrijken van de termijn, bedoeld in artikel 2.3, op de ingediende verzoeken voor toelating tot het begeleidingsprogramma.
2. Het begeleidingsprogramma start per 11 mei 2026 en bestaat uit zes sprints.
3. Het Stimuleringsfonds kan andere data vaststellen waarop het begeleidingsprogramma wordt gestart. Deze data worden gepubliceerd op de website van het Stimuleringsfonds www.svdj.nl.
1. Subsidie kan alleen worden aangevraagd door deelnemers die zijn toegelaten tot het begeleidingsprogramma en met het volledige team deelnemen aan alle georganiseerde activiteiten binnen het begeleidingsprogramma.
2. Een subsidieaanvraag wordt uitsluitend ingediend door middel van het invullen van een door het Stimuleringsfonds vastgesteld formulier op de website van het Stimuleringsfonds, volgens de daarbij vermelde instructies, en omvat in ieder geval:
a) een beschrijving van de voorgenomen activiteiten;
b) een begroting, opgesteld volgens een door het Stimuleringsfonds vastgesteld format. De begroting heeft een duidelijke relatie met de activiteiten die worden uitgevoerd, waarbij de begrotingsposten aan de beschrijving van de uitvoering van de activiteiten gekoppeld zijn;
c) een de-minimisverklaring, volgens een door het Stimuleringsfonds vastgesteld model, over de de-minimissteun en andere staatssteun die de aanvrager in de afgelopen drie jaren heeft ontvangen
4. Een aanvraag wordt alleen in behandeling genomen als deze volledig is. Blijft tijdige en volledige aanlevering van de gegevens uit, dan wordt de aanvraag geweigerd.
1. Voor subsidie komen uitsluitend de in het vierde lid van dit artikel genoemde kosten in aanmerking die in rechtstreeks verband staan tot de subsidiabele activiteiten en waarvan in redelijkheid mag worden aangenomen dat deze noodzakelijk zijn om de activiteiten te kunnen uitvoeren.
2. Kosten zijn uitsluitend subsidiabel indien deze na subsidieverlening door de subsidieontvanger zijn gemaakt en betaald.
3. Niet subsidiabel zijn kosten die reeds uit anderen hoofde zijn, kunnen of worden gefinancierd.
4. Op grond van deze regeling kan uitsluitend subsidie worden verstrekt voor de kosten, die direct verband houden met de op innovatie gerichte activiteiten.
5. Onder de kosten voor innovatie worden niet verstaan: kosten voor de dagelijkse bedrijfsvoering, zoals betaling van loonkosten van personeel of huur van een kantoorpand.
6. Verschuldigde btw komt uitsluitend voor subsidie in aanmerking ingeval de aanvrager de btw niet kan verrekenen met de door hem af te dragen omzetbelasting.
1. Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is in totaal 600.000 euro beschikbaar.
2. Het Stimuleringsfonds weigert een subsidieaanvraag voor zover door de verstrekking daarvan het subsidieplafond zou worden overschreden.
3. Het Stimuleringsfonds kan besluiten het subsidieplafond te verhogen. Een besluit tot het verhogen van een subsidieplafond wordt bekendgemaakt door middel van publicatie in de Staatscourant en op de website van het Stimuleringsfonds www.svdj.nl.
1. Subsidieaanvragen voor de sprints kunnen op maximaal zes aangewezen data worden ingediend, gedurende de gehele looptijd van het begeleidingsprogramma. Deze data zullen bij de start van het begeleidingsprogramma bekend worden gemaakt.
2. Alle subsidieaanvragen die op de subsidieverlening van de eerste sprint volgen, kunnen enkel worden ingediend als de subsidieverlening van de daaraan voorafgaande sprint is vastgesteld en de subsidieontvanger heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.
1. Het Stimuleringsfonds beslist op volgorde van binnenkomst op de subsidieaanvragen, tenzij de verwachting is dat in een sprint het in artikel 3.3 bedoelde subsidieplafond wordt overschreden. In dat geval kan het Stimuleringsfonds ertoe besluiten dat het resterende subsidiebudget op gelijkmatige wijze wordt verdeeld over de subsidieaanvragers. Het bestuur van het Stimuleringsfonds bericht de deelnemers/subsidieaanvragers hierover zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk voor de datum waarop de aanvraag voor de nieuwe sprint kan worden ingediend.
2. De subsidieaanvragen worden beoordeeld op de volgende criteria:
a) dragen de voorgenomen activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd bij aan de verdere ontwikkeling en uitvoering van het bij toelating ingeleverde en beoordeelde activiteitenplan;
b) geeft de begroting blijk van een realistische verhouding tussen de kosten en baten van de voorgenomen activiteiten in relatie tot (de verdere ontwikkeling en uitvoering van) het activiteitenplan.
3. Indien de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd niet voldoende aan de criteria uit het tweede lid, dan wordt de subsidieaanvraag afgewezen.
4. Toekenning van een subsidie heeft geen invloed op de beoordeling van daaropvolgende subsidieaanvragen binnen de looptijd van de regeling.
5. Wanneer de subsidieverlening niet aan de voorwaarden van de de-minimisverordening voldoet, wordt de subsidieverlening geweigerd of wordt, indien mogelijk, minder subsidie verleend dan aangevraagd.
1. Bij de eerste subsidieverlening wordt bij wijze van voorschot het volledig verleende subsidiebedrag uitgekeerd.
2. Bij elke volgende subsidieverlening wordt bij wijze van voorschot het volledig verleende subsidiebedrag uitgekeerd wanneer de subsidie van de voorgaande subsidieverlening definitief is vastgesteld.
3. Indien het uitgekeerde voorschot hoger is dan de definitief vastgestelde subsidie, wordt dit verrekend met een volgende subsidie of moet dit binnen een termijn van een maand na vaststelling worden terugbetaald door de aanvrager.
1. Een aanvraag tot subsidievaststelling wordt ingediend na afloop van elke sprint binnen het begeleidingsprogramma, uiterlijk op de daartoe door het Stimuleringsfonds vast te stellen data.
2. Alle aanvragen tot subsidievaststelling moeten uiterlijk 11 december 2026 zijn ingediend.
3. Een aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van een activiteitenverslag en een financieel verslag, zoals bedoeld in artikel 4.2. Het activiteitenverslag en het financieel verslag worden uitsluitend ingediend volgens een door het Stimuleringsfonds vast te stellen format.
4. De subsidie wordt vastgesteld op basis van het activiteitenverslag en het financieel verslag.
1. Het activiteitenverslag bevat een overzicht van de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt en van de daarmee bereikte resultaten, in het bijzonder:
a) de gerealiseerde vernieuwingen en de effecten daarvan voor:
i. het eigen bedrijf van de subsidieontvanger;
ii. andere journalistieke actoren in de sector; en
iii. de gebruiker.
b) inzicht in de voortzetting van de activiteiten na afloop van de projectperiode.
2. De inrichting van het verslag komt overeen met de inrichting van het activiteitenplan.
3. Het verslag bevat, voor zover van toepassing, een analyse van verschillen tussen de voorgenomen activiteiten, vermeld in het activiteitenplan en de feitelijke realisatie.
4. Het financieel verslag bevat een overzicht van de gerealiseerde kosten ten opzichte van de begrote kosten in de subsidieaanvraag.
5. Het Stimuleringsfonds kan nadere verplichtingen opleggen in verband met de inrichting van het financieel verslag en de controleverklaring.
1. Zolang de subsidie niet is vastgesteld kan het Stimuleringsfonds de subsidieverlening intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen als:
a) de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden of zullen plaatsvinden;
b) de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen;
c) de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid;
d) de subsidieverlening anderszins onjuist was en de subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten.
2. De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is verleend, tenzij het Stimuleringsfonds bij de intrekking of wijziging anders bepaalt.
3. Het Stimuleringsfonds kan de subsidievaststelling intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen:
a) op grond van feiten of omstandigheden waarvan het Stimuleringsfonds bij de subsidievaststelling redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn en op grond waarvan de subsidie lager dan overeenkomstig de subsidieverlening zou zijn vastgesteld;
b) als de subsidievaststelling onjuist was en de subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten, of
c) als de subsidieontvanger na de subsidievaststelling niet heeft voldaan aan verplichtingen die aan de subsidie zijn verbonden.
4. De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is vastgesteld, tenzij het Stimuleringsfonds bij de intrekking of wijziging anders bepaalt.
1. Deelnemers zijn verplicht de subsidiabele activiteiten uit te voeren overeenkomstig het activiteitenplan.
2. Het volledige team van de deelnemers neemt deel aan alle fasen van het door het Stimuleringsfonds aangeboden begeleidingsprogramma, stelt zich coachbaar op en volgt in dat verband de aanwijzingen van de begeleiding op.
3. Na toelating tot het begeleidingsprogramma worden in overleg met het Stimuleringsfonds per team meetbare doelen afgesproken. Deze doelen moeten binnen het subsidietijdvak worden behaald door het desbetreffende team.
4. Deelnemers aan het begeleidingsprogramma zijn verplicht het eindresultaat van hun deelname te presenteren op een door het Stimuleringsfonds georganiseerd evenement in november 2026. Het Stimuleringsfonds kan een andere datum vaststellen waarop dit evenement wordt georganiseerd. Deze datum wordt gepubliceerd op de website van het Stimuleringsfonds www.svdj.nl.
5. Als toelating tot het begeleidingsprogramma wordt verleend aan een natuurlijke persoon zonder inschrijving bij de Kamer van Koophandel, dan legt het Stimuleringsfonds de verplichting op dat de deelnemer voor 1 mei 2026 is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Indien de voor de desbetreffende activiteiten verantwoordelijke natuurlijke personen niet in Nederland is gevestigd, maar wel in een Europese lidstaat, legt het Stimuleringsfonds de verplichting op dat de deelnemer voor 1 mei 2026 is ingeschreven bij het handelsregister van het vestigingsland.
6. Deelnemers werken mee aan door of namens het Stimuleringsfonds ingestelde onderzoeken die erop gericht zijn het Stimuleringsfonds inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van het door of namens het Stimuleringsfonds te voeren beleid.
7. Deelnemers doen zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan het Stimuleringsfonds van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot beëindiging van deelname aan het begeleidingsprogramma, dan wel tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie. Daarbij worden de relevante stukken overgelegd.
8. Deelnemers werken mee aan overleg over en presentatie en publicatie van tussentijdse en eindresultaten van de uitvoering van de activiteiten binnen het begeleidingsprogramma, met als doel resultaten van deelnemers onder de aandacht te brengen waardoor deze ten gunste kunnen komen van andere partijen in de sector.
9. Het Stimuleringsfonds kan aan deelnemers de verplichting verbinden dat deze in bekendmakingen rondom resultaten die voortvloeien uit deelname het Stimuleringsfonds vermelden.
Voor zover subsidies worden verleend ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, gebeurt dit onder de voorwaarde dat door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voldoende middelen ter beschikking worden gesteld aan het Stimuleringsfonds ter uitvoering van deze regeling.
1. Deze regeling treedt in werking op 3 december 2025.
2. Als de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 3 december 2025, treedt deze regeling in afwijking van het eerste lid in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt zij terug tot en met 3 december 2025.
3. Deze regeling vervalt met ingang van 30 januari 2027. In afwijking van de eerste volzin blijft deze regeling zoals hij luidde op de dag voorafgaand aan de datum met ingang waarvan deze regeling vervalt, van toepassing op de afwikkeling van op grond van deze regeling ingediende verzoeken, aanvragen en verleende subsidies.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Namens het bestuur van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek, F. van Exter Voorzitter
De Regeling Journalistieke Innovatie is ontwikkeld om innovatie binnen de Nederlandse journalistieke sector te stimuleren. De regeling ondersteunt startups en teams uit bestaande organisaties bij het ontwikkelen van innovatieve oplossingen voor uitdagingen die spelen binnen hun eigen organisatie of binnen de sector als geheel. Vanaf 2018 doen gegadigden niet direct een aanvraag voor subsidie, maar een aanvraag voor het begeleidingsprogramma ‘De SVDJ Accelerator’. Wie wordt toegelaten, krijgt vervolgens binnen de Accelerator, in meerdere Sprints, begeleiding en steun op maat bij het ontwikkelen van diens journalistieke innovatie. Steun kan bestaan uit subsidie, maar ook uit onderwijs of coaching.
Sinds 2023 is deelname voorbehouden aan teams die beschikken over een solide begrip van journalistieke innovatie en de bijbehorende methodiek. Het programma is daarmee gericht op teams die de Regeling willen inzetten als vliegwiel voor de verdere ontwikkeling van hun oplossing.
Deelnemers ontvangen zowel inhoudelijke begeleiding als financiële middelen om experimenten uit te voeren. Voor de individuele subsidies geldt geen vaste bovengrens, zodat de inzet van middelen kan worden afgestemd op de specifieke behoeften van elk team en zo effectief mogelijk wordt benut. Er is wel een totaal subsidieplafond. In 2026 bedraagt dit € 600.000, waarmee zes teams kunnen worden ondersteund.
Staatssteun
De mentorbegeleiding en subsidieverlening voor de uitvoering van experimenten kwalificeren als staatssteun in de zin van artikel 107, lid 1, van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (VWEU). Staatssteun moet in principe ter goedkeuring worden aangemeld bij de Europese Commissie, tenzij een vrijstelling van toepassing is. Eén van die vrijstellingen is opgenomen in de de-minimisverordening. Op basis van de de-minimisverordening mag een onderneming maximaal 300.000 euro de-minimissteun per drie jaar ontvangen. Het Stimuleringsfonds moet kunnen controleren of deze drempel niet wordt overschreden. Daarvoor moet door de subsidieaanvrager een de-minimisverklaring worden ingevuld. Als op een later moment, na de subsidieverlening, blijkt dat niet aan de voorwaarden is voldaan, dan is het Stimuleringsfonds genoodzaakt om de staatssteun bij de subsidieontvanger terug te vorderen (op basis van artikel 108, lid 3, VWEU).
Het Stimuleringsfonds wijst erop dat bij het invullen van de de-minimisverklaring moet worden getoetst of de aanvrager is verbonden met andere ondernemingen. In dat geval moeten deze ondernemingen als één onderneming worden beschouwd. Dit betekent dat de de-minimissteun die in de afgelopen drie jaren is ontvangen door ondernemingen die met de aanvrager zijn verbonden ook in de verklaring moet worden opgenomen.
Op basis van de de-minimisverordening moeten meerdere ondernemingen als één onderneming worden beschouwd wanneer:
a) één onderneming de meerderheid van de stemrechten van de aandeelhouders of vennoten van een andere onderneming heeft;
b) één onderneming het recht heeft om de meerderheid van de leden van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan van een andere onderneming te benoemen of te ontslaan;
c) één onderneming het recht heeft een overheersende invloed op een andere onderneming uit te oefenen op grond van een overeenkomst of statutaire bepaling;
d) één onderneming als aandeelhouder of vennoot op grond van een overeenkomst met andere aandeelhouders of vennoten als enige zeggenschap heeft over de meerderheid van de stemrechten van die onderneming.
Bij het verzoek tot toelating tot het begeleidingsprogramma moet worden getoetst aan de de-minimisverordening, in verband met de aangeboden mentorbegeleiding. Bij het verzoek moet de aanvrager daarom een de-minimisverklaring overleggen waarin is verklaard hoeveel de-minimissteun en andere staatssteun hij de afgelopen drie jaar heeft ontvangen. De aanvrager dient gebruik te maken van de modelverklaring die het Stimuleringsfonds daarvoor beschikbaar stelt.
In dit artikellid is geregeld dat het verzoek om toelating wordt afgewezen, als uit de de-minimisverklaring volgt dat de aanvrager in de afgelopen drie jaren reeds voor € 300.000 de-minimissteun heeft ontvangen. In dat geval kunnen de mentorbegeleiding (ter waarde van 4.000 euro per team) en de subsidie voor de experimenten niet in overeenstemming met de voorwaarden van de de-minimisverordening worden verleend, omdat de drempel van de de-minimisverordening in dat geval zal worden overschreden.
Bij het beoordelen van de verzoeken om toelating tot het begeleidingsprogramma aan de hand van de verschillende inhoudelijke beoordelingscriteria zoals verwoord in het verzoek en de bijbehorende stukken als bedoeld in artikel 2.2, betrekt het Stimuleringsfonds de volgende gezichtspunten:
Bij de beoordeling van het criterium teamsamenstelling wordt gekeken naar de samenstelling van het team en of er sprake is van multidisciplinariteit. Innovatie en vernieuwing begint bij de teamsamenstelling. In hoeverre zijn de juiste competenties aanwezig om de aangekaarte uitdagingen binnen de organisatie/sector aan te gaan? Hierbij wordt ook gekeken naar de meegeleverde cv’s van de afzonderlijke leden.
Ter illustratie: een team bestaande uit twee journalisten scoort lager dan een team bestaande uit een marketeer en een journalist. Een verscheidenheid aan disciplines telt zwaarder dan de hoeveelheid personen. Ook moet de aanvrager blijk geven van ontbrekende disciplines, indien deze niet in het team aanwezig zijn, maar wel nodig zijn voor de uitvoering van het activiteitenplan.
Bij het in artikel 2.5, tweede lid genoemde criterium bewezen businessmodel wordt er gekeken naar drie onderdelen: de wenselijkheid, haalbaarheid en levensvatbaarheid van het door de verzoeker ingediende activiteitenplan. Bij de beoordeling van het subcriterium wenselijkheid van het activiteitenplan laat de aanvrager zien wie de doelgroep is en levert de aanvrager bewijs aan over de behoefte van de doelgroep rondom het product of dienst. Allereerst wordt er gekeken of er sprake is van een heldere, bewezen waardepropositie. Met andere woorden: welk probleem los je op voor de gebruiker? Welke waarde voeg je toe?
Verder kan de aanvrager laten zien via welke kanalen de beoogde doelgroep is te bereiken of welke aannames er nog moeten worden getest om meer bewijs te verzamelen over die kanalen. Tot slot wordt er bij wenselijkheid getoetst of er bewijs is verzameld rondom de relatie die de aanvrager met de gebruiker/klant heeft. De aanvrager kan hier bewijzen aanleveren waaruit blijkt dat er duurzame relaties met een klant bestaan, dan wel kunnen worden aangegaan. Indien er nog geen sprake is van klantrelaties, laat de aanvrager zien welke aannames er zijn rondom die klantrelaties.
Bij de beoordeling van het subcriterium haalbaarheid wordt er getoetst of de aanvrager bewijzen heeft verzameld rondom de key resources, kernactiviteiten en partners. Met andere woorden: alle bouwstenen die het technisch mogelijk moeten maken om het product of de dienst te ontwikkelen. Bij key resources wordt er gekeken naar of de aanvrager kan laten zien welke bronnen noodzakelijk zijn om het product of de dienst te realiseren. Deze resources kunnen fysiek, financieel, intellectueel of menselijk zijn. Bij de kernactiviteiten laat de aanvrager zien welke activiteiten noodzakelijk zijn om ervoor te zorgen dat het businessmodel werkt. Tot slot laat de aanvrager bij key partners zien hoe het netwerk en de leveranciers eruitzien. Voor al deze onderdelen levert de aanvrager bewijzen aan. Indien er geen bewijzen zijn, wordt van de aanvrager verwacht aan te geven welke aannames rondom deze onderdelen getoetst moeten worden.
Tot slot wordt er gekeken naar het subcriterium levensvatbaarheid van het activiteitenplan. De aanvrager dient daarvoor bewijzen in rondom de kosten en de inkomsten van het product of de dienst. Binnen dit onderdeel laat de aanvrager zien of de huidige gebruikers/klanten bereid zijn te betalen voor het product of de dienst. Daarnaast laat de aanvrager in het activiteitenplan ook een overzicht van de kostenstructuur zien. Uit het overzicht van kosten en baten, die bij de aanvraag dient te worden ingeleverd, moet blijken of er sprake is van een rendabele organisatie. Een niet-rendabele organisatie leidt niet per definitie tot een lagere beoordeling. Het gaat erom dat de aanvrager kan laten zien op welke punten in de kosten- en inkomstenstromen nog onderzoek moet worden gedaan. Afhankelijk van de aanvraag wordt er gekeken naar de organisatie als geheel of naar dat onderdeel van de organisatie waarop het activiteitenplan betrekking heeft.
Het ontwikkelen van vernieuwingen gaat altijd gepaard met bepaalde risico’s op het gebied van wenselijkheid, haalbaarheid en levensvatbaarheid. Binnen die drie onderdelen worden vaak aannames gedaan. Die aannames moeten getoetst worden. Bij het derde criterium beoordeelt het Stimuleringsfonds of de aanvrager zich bewust is van deze aannames en welke mogelijke experimenten door de aanvrager kunnen worden bedacht om die aannames te toetsen. Die experimenten moeten bewijs en inzichten opleveren die de aanvrager doen helpen bij de verdere ontwikkeling van het product of de dienst.
Met dit criterium wil het Stimuleringsfonds tevens onderzoeken wat de houding van de aanvrager is. Laat de aanvrager zien zich bewust te zijn van aannames binnen het bedrijfsmodel? En is de aanvrager bereid om risico’s te omarmen? Met dit subcriterium beoordeelt het Stimuleringsfonds de innovatieve houding van de aanvrager. De voorgenomen experimenten bieden bij toelating geen garantie tot daadwerkelijke uitvoering binnen het programma. Indien de aanvrager wordt toegelaten, worden de voorgenomen experimenten opnieuw beoordeeld tijdens de maandelijkse jurymomenten aan de start van iedere volgende sprint.
Artikel 2.6 regelt de wijze waarop aanvragen inhoudelijk beoordeeld worden. Bij de beoordeling wordt elk criterium afzonderlijk gewaardeerd met een waarderingsschaal in woorden (zoals ‘goed’, ‘voldoende’, ‘matig’) Alle criteria tellen even zwaar mee. Deze waarderingen dienen als hulpmiddel voor een zorgvuldige en evenwichtige beoordeling van de aanvragen.
Aan elke waardering is een cijfer (punten) gekoppeld, met het oog op een vertaling naar een rangorde van de aanvragen. De besluiten zijn gebaseerd op een beargumenteerde beoordeling van de aanvragen, aan de hand van de criteria en de bijbehorende waarderingen en cijfers.
De waarderingen met bijbehorende cijfers worden voor elk van de criteria als volgt toegepast. Het cijfer staat op zichzelf en betreft geen directe vergelijking met andere aanvragers. De cijfers van elk criterium worden bij elkaar opgeteld en resulteren in een rangorde op basis waarvan aanvragen worden gehonoreerd.
|
Waardering |
Cijfer |
Toelichting |
|---|---|---|
|
zeer goed |
5 |
uitsluitend positief, er zijn geen punten van kritiek |
|
zeer goed / goed |
4,5 |
Overwegend zeer positief; slechts minimale verbeterpunten. |
|
goed |
4 |
positief, slechts kleine punten van kritiek |
|
ruim voldoende |
3,5 |
positief met duidelijke verbeterpunten, maar de pluspunten wegen royaal op tegen de kritiek. |
|
voldoende |
3 |
positief, met een aantal punten van kritiek |
|
matig / voldoende |
2,5 |
licht onvoldoende; meerdere substantiële opmerkingen maar het geheel is niet volledig onder de maat. |
|
matig |
2 |
matig, substantiële punten van kritiek |
|
onvoldoende / matig |
1,5 |
overwegend onvoldoende; belangrijke tekortkomingen, slechts enkele positieve elementen. |
|
onvoldoende |
1 |
onder de maat, de kritische punten hebben de overhand. |
Voor de subsidie geldt dat deze in overeenstemming met de voorwaarden van de de-minimisverordening wordt verleend. Bij de aanvraag voor de subsidie moet de aanvrager daarom een de-minimisverklaring overleggen waarin is verklaard hoeveel de-minimissteun en andere staatssteun hij de afgelopen drie jaar heeft ontvangen. De aanvrager dient gebruik te maken van de modelverklaring die het Stimuleringsfonds daarvoor beschikbaar stelt.
De subsidieregeling heeft een begrensd budget, wat betekent dat mogelijk niet alle subsidieaanvragen kunnen worden ingewilligd. Subsidieaanvragen worden in beginsel ingewilligd op basis van volgorde van binnenkomst. Mocht de redelijke verwachting zijn dat in enige sprint het subsidiebudget ontoereikend is om alle deelnemers de door hen aangevraagde subsidie te verlenen, dan kan het Stimuleringsfonds ertoe besluiten om het resterende subsidiebudget in de betreffende sprint zodanig onder de subsidieaanvragers te verdelen, dat ieder een gelijk bedrag van het resterende subsidiebudget krijgt verleend.
Het bestuur van het Stimuleringsfonds stelt de deelnemers van het begeleidingsprogramma zo snel mogelijk, maar uiterlijk op de datum waarop de aanvraag voor de nieuwe sprint kan worden ingediend, van deze wijze van beoordeling en maakt deze gewijzigde wijze van verdeling bekend door middel van een besluit in de Staatscourant. Dit laat onverlet dat het bestuur van het Stimuleringsfonds ook bevoegd is om het subsidieplafond gedurende of voorafgaand aan een subsidieronde te verhogen. Ook een dergelijk besluit wordt voorafgaand aan de datum waarop de aanvraag voor de nieuwe sprint kan worden ingediend, bekendgemaakt in de Staatscourant.
In dit artikellid is geregeld dat wanneer de subsidieverlening niet aan de voorwaarden van de de-minimisverordening voldoet, de subsidieverlening zal worden geweigerd of indien mogelijk, minder subsidie zal worden verleend dan aangevraagd.
Na afloop van de projectperiode moet – aan de hand van overlegging van een activiteitenverslag en een financieel verslag – worden bepaald of de activiteiten waarvoor subsidie is verleend daadwerkelijk (geheel) zijn uitgevoerd, alle aan de verlening verbonden verplichtingen zijn nageleefd en of de verleende subsidie rechtmatig is besteed. Is dat het geval, dan wordt de verleende subsidie bij afzonderlijk besluit vastgesteld op het bedrag van de verlening. Bij niet volledige uitvoering van het project en/of geconstateerde onregelmatigheden (niet naleving van de verplichtingen) kan de subsidie lager worden vastgesteld. Zo nodig wordt (een deel van) het op basis van de verlening betaalde voorschot teruggevorderd.
Aan de verlening van een subsidie zijn verplichtingen verbonden. Die staan genoemd in hoofdstuk 5 van de regeling en zullen worden opgelegd in het besluit tot subsidieverlening. Niet naleving van die subsidieverplichtingen kan – evenals het niet (geheel) uitvoeren van het project – leiden tot lagere vaststelling van de aanspraak op subsidie en tot terugvordering van het betaalde voorschot. Daarnaast kan niet naleving van de subsidieverplichtingen leiden tot intrekking van de subsidieverlening of tot wijziging ten nadele van de subsidieontvanger. De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is verleend, tenzij het Stimuleringsfonds bij de intrekking of wijziging anders bepaalt.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-8352.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.