Besluit van 23 februari 2026, nr. 2026000417, houdende wijziging van de vervangingsregeling in geval van tijdelijke afwezigheid van een minister

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken, d.d. 23 februari 2026, nr. 9757795;

Gelet op de artikelen 44, 45 en 46 van de Grondwet;

Overwegende dat het wenselijk is enige aanpassingen te doen in de de vervangingsregeling in geval van tijdelijke afwezigheid van een minister;

HEBBEN GOEDGEVONDEN EN VERSTAAN:

Artikel 1

  • 1. Een minister wordt bij tijdelijke afwezigheid vervangen door de staatssecretaris van hetzelfde ministerie voor zover en voor zolang de minister in de gelegenheid is om de staatssecretaris aanwijzingen dienaangaande te geven. De staatssecretaris kan in die gevallen tevens met raadgevende stem aan de vergadering van de ministerraad deelnemen.

  • 2. Ten aanzien van de vervanging zoals aangegeven in het vorige lid geldt dat:

    • a. De Minister van Financiën wordt vervangen door Staatssecretaris E. Eerenberg. Indien deze ook afwezig is, wordt de minister vervangen door Staatssecretaris S.Th.P.H. Palmen-Schlangen.

    • b. De Minister van Economische Zaken en Klimaat wordt vervangen door Staatssecretaris W.J.M Aerdts.

    • c. De Minister van Klimaat en Groene Groei wordt vervangen door Staatssecretaris J. de Bat.

Artikel 2

Bij gelijktijdige afwezigheid van een minister en een staatssecretaris, alsmede bij afwezigheid van een minister in het geval er geen staatssecretaris van hetzelfde ministerie is, dan wel indien een minister door ziekte of om een andere reden tijdelijk niet in de gelegenheid is zijn taak uit te oefenen en aanwijzingen aan de staatssecretaris van hetzelfde ministerie te geven, wordt deze vervangen door een andere minister met dien verstande dat:

  • a. De Minister-President, Minister van Algemene Zaken wordt vervangen door D. Yeşilgöz-Zegerius, bij haar afwezigheid door G. van den Brink en bij zijn afwezigheid door de oudst aanwezige minister in jaren;

  • b. De Minister van Buitenlandse Zaken door D. Yeşilgöz-Zegerius;

  • c. De Minister van Justitie en Veiligheid door G. van den Brink;

  • d. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties door E. Boekholt-O’Sullivan;

  • e. De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap door S.Th.M. Hermans;

  • f. De Minister van Financiën door H.G. Herbert;

  • g. De Minister van Defensie door T.B.W. Berendsen;

  • h. De Minister van Infrastructuur en Waterstaat door S. van Veldhoven-van der Meer;

  • i. De Minister van Economische Zaken en Klimaat door E. Heinen;

  • j. De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur door E. Boekholt-O’Sullivan;

  • k. De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid door A.A. Aartsen;

  • l. De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport door W.R.C. Sterk;

  • m. De Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking door T.B.W. Berendsen;

  • n. De Minister van Asiel en Migratie door D.M. van Weel;

  • o. De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening door P.E. Heerma;

  • p. De Minister van Klimaat en Groene Groei door H.G. Herbert;

  • q. De Minister van Werk en Participatie door J.A. Vijlbrief;

  • r. De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport door S.Th.M. Hermans.

Artikel 3

Bij gelijktijdige afwezigheid van een minister en diens hiervoor aangewezen vervanger zal de Minister-President vervangen, bij diens afwezigheid zal worden vervangen door D. Yeşilgöz-Zegerius, bij haar afwezigheid door G. van den Brink en bij zijn afwezigheid door de oudst aanwezige minister in jaren.

Artikel 4

  • 1. In afwijking van de artikelen 1 en 2, wordt, voor zover het de uitvoering van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 en de hierop gebaseerde regelgeving betreft, bij tijdelijke afwezigheid Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vervangen door D. Yeşilgöz-Zegerius en Onze Minister van Defensie door P.E. Heerma en worden hiervoor bij gelijktijdige afwezigheid Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze Minister van Defensie vervangen door D.M. van Weel en bij zijn afwezigheid door T.B.W. Berendsen.

  • 2. In afwijking van de artikelen 1 en 2 wordt, voor zover het terrorismebestrijding betreft, ten aanzien van aangelegenheden betreffende het werkterrein van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid, het Openbaar Ministerie, de Nationale Politie en de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst en andere onder de verantwoordelijkheid van Onze Minister van Justitie en Veiligheid of Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ressorterende diensten en instellingen, bij tijdelijke afwezigheid Onze Minister van Justitie en Veiligheid vervangen door P.E. Heerma en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties door D.M. van Weel en worden hiervoor bij gelijktijdige afwezigheid Onze Minister van Justitie en Veiligheid en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vervangen door D. Yeşilgöz-Zegerius en bij haar afwezigheid door T.B.W. Berendsen.

Artikel 5

In afwijking van de artikelen 1, 2, 3 en 4 kan, in het geval van tijdelijke afwezigheid van twee of meer ministers, de Minister-President voor een minister een andere minister of staatssecretaris als vervanger aanwijzen dan de hiervoor aangewezen minister.

Artikel 6

De artikelen 2 en 3 zijn van overeenkomstige toepassing voor zover het gaat om de uitoefening van de taak van een minister ten aanzien van een bepaalde aangelegenheid waarbij deze tevens persoonlijk en direct betrokken kan zijn.

Artikel 7

Het koninklijk besluit van 2 juli 2024, nr. 2024001723, wordt ingetrokken.

Artikel 8

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 23 februari 2026.

Artikel 9

Dit besluit wordt aangehaald als: Vervangingsregeling in geval van tijdelijke afwezigheid van een minister 2026.

Onze Ministers zijn belast met de uitvoering van dit besluit dat zal worden geplaatst in de Staatscourant en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de in dit besluit genoemden, de Hoge Colleges van Staat, de ministerraad, de Gevolmachtigde van Aruba, van Curaçao en van Sint Maarten en de ministeries.

’s-Gravenhage, 23 februari 2026

Willem-Alexander

De Minister-President, Minister van Algemene Zaken, R.A.A. Jetten

Naar boven