Besluit van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 18 februari 2026, 4346298-1093924-LZ, houdende wijziging van het Instellingsbesluit Commissie Expertisecentra langdurige zorg in verband met wijziging van de arbeidsduurfactor van commissieleden

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op artikel 2, eerste lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies;

Besluit:

ARTIKEL I

Het Instellingsbesluit Commissie Expertisecentra langdurige zorg wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 9, eerste lid, wordt ‘6/36’ vervangen door ‘4/36’.

B

In artikel 9, tweede lid, wordt ‘5/36’ vervangen door ‘9/36’.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant, waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2026.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, J.A. Bruijn

TOELICHTING

Dit besluit strekt tot wijziging van het Instellingsbesluit Commissie Expertisecentra langdurige zorg van 5 september 2019, kenmerk 1564875-193879-LZ (hierna: het Instellingsbesluit). Onderhavig besluit voorziet in de wijziging van de arbeidsduurfactor van de voorzitter en de vicevoorzitter van de Commissie Expertisecentra langdurige zorg (hierna: de Commissie). Aanleiding hiervoor is dat de werkzaamheden van de Commissie na 31 december 2026 eindigen en dat in aanloop naar deze datum het voeren van regie op de structurele verankering van de kwaliteitscriteria laagvolume hoogcomplexe doelgroepnetwerken in een kwaliteitsinstrument, alsmede op de borging van de nieuw ontwikkelde infrastructuur binnen het zorgstelsel, meer inzet vraagt.

Dit leidt in de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2026 tot vermindering van de werkzaamheden voor de voorzitter en juist tot een toename van de werkzaamheden voor de vicevoorzitter. Dit hangt samen met het feit dat de vicevoorzitter belast is met de taak ten aanzien van structurele verankering, zoals benoemd in artikel 2, derde lid, onderdeel h, van het Instellingsbesluit.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, J.A. Bruijn

Naar boven