Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek | Staatscourant 2026, 7768 | overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek | Staatscourant 2026, 7768 | overige overheidsinformatie |
|
1 |
Overzicht en inleiding |
|
1.1 |
Kort overzicht |
|
1.2 |
Inleiding |
|
2 |
Doelstelling en achtergrond |
|
2.1 |
Doelstelling van het programma |
|
2.2 |
Achtergrond |
|
3 |
Opstellen en indienen |
|
3.1 |
Tijdpad |
|
3.2 |
Wie kan aanvragen |
|
3.3 |
Wat kan worden aangevraagd |
|
3.4 |
Aanvraag opstellen en indienen in ISAAC |
|
3.5 |
Voorwaarden voor in behandeling nemen |
|
4 |
Beoordeling |
|
4.1 |
Criteria |
|
4.2 |
Procedure |
|
4.3 |
Richtlijnen en kaders voor de beoordeling |
|
5 |
Na de toewijzing |
|
5.1 |
Start van het project |
|
5.2 |
Monitoring en projectbeheer |
|
5.3 |
Richtlijnen en kaders voor uitvoering project |
|
5.4 |
Afronding |
|
5.5 |
Onderzoeksresultaten – Open Science |
|
5.6 |
Evaluatie |
|
6 |
Contact |
|
7 |
Bijlagen |
|
7.1 |
Lijst met universiteiten |
In dit hoofdstuk vindt u een kort overzicht van de ronde en een inleiding.
Titel: Promotiebeurs voor leraren.
Doel: Het programma Promotiebeurs voor leraren beoogt het aantal gepromoveerde leraren voor de klas te vergroten. De beurs is bedoeld voor leraren uit het primair, voortgezet, middelbaar beroeps-, hoger beroeps-, en speciaal onderwijs.
Budget: De aan te vragen subsidie per project hangt samen met de onderwijssector van de aanvrager en de omvang van de aangevraagde vrijstelling (zie 3.3). Het totale budget voor deze subsidieronde bedraagt € 5.500.000. Binnen deze ronde worden naar verwachting maximaal 24 aanvragen toegewezen.
Indieningsdeadline(s):
De deadline voor het indienen van aanvragen is 11 juni 2026, voor 14:00:00 CEST.
Deze Call for proposals beschrijft hoe het aanvraagproces voor de ronde ‘Promotiebeurs voor leraren’ is ingericht en bestaat uit zeven hoofdstukken. Deze Call for proposals valt onder de verantwoordelijkheid van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).
Op alle aanvragen zijn de NWO Subsidieregeling 2024 en het Akkoord bekostiging wetenschappelijk onderzoek van toepassing.
NWO verwerkt ontvangen persoonsgegevens die zij in het kader van deze ronde ontvangt conform de NWO Privacyverklaring.
In dit hoofdstuk leest u meer over de doelstelling en de achtergrond van de Promotiebeurs voor leraren, 2026-II.
Het programma Promotiebeurs voor leraren beoogt het aantal gepromoveerde leraren voor de klas te vergroten. De beurs is bedoeld voor leraren uit het primair, voortgezet, middelbaar beroeps-, hoger beroeps-, en speciaal onderwijs. Een groter aantal gepromoveerde leraren voor de klas verhoogt de kwaliteit van het onderwijs, versterkt de aansluiting tussen universiteiten en scholen, en draagt bij aan het creëren van een onderzoeksklimaat op scholen. De opgedane kennis en onderzoekservaring komt direct ten goede aan de onderwijspraktijk.
Vrouwelijke leraren worden nadrukkelijk uitgenodigd een aanvraag in te dienen, evenals leraren uit het primair, speciaal, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs.
Sinds 2011 stelt het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een promotiebeurs beschikbaar voor leraren die werkzaam zijn in het primair, voortgezet, middelbaar beroeps-, hoger beroeps-, en speciaal onderwijs. Met deze beurs kunnen zij promotieonderzoek doen. Het ministerie wil hiermee het aantal gepromoveerde leraren voor de klas verhogen. Dit draagt bij aan de verbetering van de onderwijskwaliteit en het versterkt de aansluiting tussen de universiteiten en scholen. Leraren die de beurs toegewezen krijgen, worden gedurende een periode van maximaal vijf jaar voor maximaal 0,4 fte vrijgesteld van lesgebonden taken, waaronder wordt verstaan het daadwerkelijk voor de klas staan en de daarbij behorende taken, namelijk het voorbereiden van de les, overleg gerelateerd aan het lesgeven, corrigeerwerk, het begeleiden van stages en/of afstudeerscripties. Promotiebeurs voor leraren is één van de maatregelen uit het Aktieplan Leerkracht van 2007 en wordt door NWO uitgevoerd.
Nieuwe kennis en inzichten vanuit wetenschappelijk onderzoek kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken van vandaag én morgen. Door interactie en afstemming tussen onderzoekers en mogelijke kennisgebruikers, neemt de kans op het toepassen van kennis toe en daarmee ook de kans op maatschappelijke impact. Maatschappelijke impact staat hier voor veranderingen die (mede) het gevolg zijn van door onderzoek gegenereerde kennis en kunde. Deze veranderingen dragen bij aan het welzijn van mens, planeet en maatschappij voor deze en toekomstige generaties. Via haar beleid op impact bevordert NWO de mogelijke bijdrage vanuit onderzoek aan maatschappelijke vraagstukken door het stimuleren van productieve interacties met maatschappelijke belanghebbenden. Zowel tijdens de ontwikkeling als in de uitvoering van het onderzoek. Dit doet zij op een manier die past bij het doel van het financieringsinstrument. NWO stimuleert onderzoekers om met een brede blik te kijken naar de mogelijke gewenste en ongewenste impact van hun onderzoek.
In dit programma moet de Impact Outlook benadering worden toegepast. Onderzoekers kunnen hierbij kiezen op welk soort impact ze hun eigen focus willen leggen en er wordt proportioneel gekeken naar wat er kan voor de overige impact.
NWO biedt een e-learning module aan die geïnteresseerden op weg kan helpen via NWO Impact-Online workshops. Voor meer informatie over het kennisbenuttingsbeleid van NWO zie de website: Kennisbenutting | NWO.
In dit hoofdstuk staat informatie over het opstellen en indienen van een aanvraag. Met ‘aanvraag’ wordt ook de intentieverklaring en vooraanmelding bedoeld indien een intentieverklaring en vooraanmelding van toepassing zijn bij deze ronde.
Het gebruik van generatieve AI is niet uitgesloten bij het opstellen van uw aanvraag, mits dit verantwoord gebeurt. De richtlijnen vindt u op de website (NWO-beleid op het gebruik van generatieve artificial intelligence (GAI) | NWO ).
Hieronder staan de indieningsdeadline inclusief het tijdpad van de gehele beoordelingsprocedure van de ronde. Het kan zijn dat NWO het noodzakelijk acht om tijdens de lopende procedure nog aanpassingen in het tijdpad aan te brengen. De aanvrager wordt hierover geïnformeerd. Aanvragen die na de deadline zijn ingediend, neemt NWO niet in behandeling.
|
11 juni 2026, om 14:00:00 CEST |
Deadline aanvragen |
|
16 juni – 30 juni 2026 |
NWO stuurt bericht over de ontvankelijkheid naar de aanvragers. |
|
Periode juli-augustus |
Preadvisering beoordelingscommissie |
|
Tweede helft september 2026 |
Hoogst geprioriteerde aanvragers ontvangen een uitnodiging voor interview. |
|
5 t/m 8 oktober 2026 |
Interviews |
|
9 oktober 2026 |
Vergadering beoordelingscommissie |
|
Tweede helft november 2026 |
Besluit bestuur |
|
Eerste helft december 2026 |
NWO informeert aanvragers over het besluit |
Leraren mogen een aanvraag indienen als zij:
– werkzaam zijn als leraar in het primair, voortgezet, middelbaar beroeps-, hoger beroeps- of speciaal onderwijs. Dit betekent dat de leraar werkt bij een of meerdere onderwijsinstellingen zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs, artikel 1.3.1 en 1.3.2 van de Wet op educatie en beroepsonderwijs, of artikel 1.8, eerste lid van de Wet op hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
– in het bezit zijn van een onderwijsbevoegdheid. Een onderwijsbevoegdheid is niet verplicht voor leraren werkzaam in het hoger beroepsonderwijs.
– op het moment van de deadline van deze Call for proposals een vast dienstverband hebben van minimaal 0,4 fte, eventueel aangevuld met tijdelijke contracten, bij een bevoegd gezag van een of meer onderwijsinstellingen die bekostigd wordt of worden door de Nederlandse overheid. Leraren met meerdere contracten kunnen ook een aanvraag indienen, mits wordt voldaan aan de voorwaarde van een vast dienstverband van minimaal 0,4 fte bij minstens één van de instellingen. Meer informatie hierover is te vinden in de werkgeversverklaring (zie 3.2.3.).
– voor minimaal de helft van hun dienstverband belast zijn met lesgebonden taken. Onder ‘lesgebonden taken’ wordt verstaan: het daadwerkelijk voor de klas staan en de daarbij horende taken uitvoeren, namelijk het voorbereiden van de les, het voeren van overleg gerelateerd aan het lesgeven, het doen van corrigeerwerk, het begeleiden van stages en/of afstudeerscripties. Voor docenten met een onderzoekstaak (onderzoekstijd gefinancierd door de eigen instelling dan wel een andere instantie) geldt dat de onderzoekstijd in z’n geheel niet beschouwd wordt als lesgebonden. NWO kan naar aanleiding van de gegevens uit de aanvraag nadere informatie over het dienstverband opvragen.
– nog niet gepromoveerd zijn.
– Leraren die al gestart zijn met een promotieonderzoek en die niet de maximale beurs van 5 jaar nodig hebben, kunnen eveneens een aanvraag indienen. De beurs wordt in principe voor 5 jaar toegekend, maar stopt zodra het proefschrift is verdedigd. Voor deze situatie worden aanvullende voorwaarden gesteld die terug te vinden zijn in paragraaf 4.3.1.
– Leraren die op het moment van indienen in de afgelopen 5 jaar reeds voor 1,5 fte publieke financiering hebben ontvangen (in geld en/of tijd) voor het doen van promotieonderzoek (bijvoorbeeld via een regeling vanuit de eigen instelling of een dienstverband als aio/promovendus aan een universiteit) komen niet in aanmerking voor de beurs, ongeacht het onderwerp van onderzoek.
– Aanvragen worden gedaan door individuele onderzoekers (niet door duo’s of (onderzoeks)groepen).
– Leraren die al aan een eerdere ronde hebben deelgenomen, maar van wie de aanvraag destijds niet is toegewezen, kunnen een nieuwe aanvraag indienen. Zij moeten dan een ronde overslaan. Ieder jaar zijn er twee rondes, één ronde in het voorjaar en één in het najaar. Wanneer een aanvrager heeft deelgenomen aan de najaarsronde van 2026, kan een aanvrager pas weer opnieuw indienen tijdens de najaarsronde van 2027.
De promotor moet als hoogleraar of universitair (hoofd)docent verbonden zijn aan een van de volgende Nederlandse universiteiten/instituten: EUR, LEI, OU, PThU, RUG, RUN, TU, TUA, TUD, TUE, UM, UT, UU, UvA, UvH, UvT, VU, WUR, Nyenrode of NCB Naturalis (zie bijlage 7.1 voor een uitgewerkte lijst van deze afkortingen). Een universitair (hoofd)docent mag alleen als promotor optreden indien de universitair (hoofd)docent in het bezit is van het ius promovendi op het moment van de deadline van deze Call for proposals. Indien op het moment van de deadline van deze Call for proposals vaststaat dat het promotierecht van de beoogd promotor gedurende de vijfjarige gesubsidieerde looptijd van het project zal eindigen, dan moet worden aangegeven wie de rol van promotor op dat moment zal overnemen tot aan het einde van de looptijd van de subsidie.1 Voor eventuele co-promotor(es) en dagelijks begeleider(s) gelden geen vereisten.
Een verklaring van de promotor maakt deel uit van het aanvraagformulier (sectie 5). Deze verklaring wordt opgesteld door de promotor of, indien de promotor niet (alleen) de dagelijkse begeleiding op zich zal nemen, door de dagelijks begeleider(s)/copromotor(es) in samenspraak met de promotor. In de verklaring dient te worden ingegaan op de kwaliteit en motivatie van de aanvrager voor het voorgestelde onderzoek, de totstandkoming van de aanvraag, de kwaliteit en relevantie van het voorgestelde onderzoek (waaronder ook de toegevoegde waarde van de onderzoekslijn van de promotor en/of overige begeleiders), en op de manier waarop de begeleiding (samenstelling begeleidingscommissie) en opleiding van de aanvrager vormgegeven zal worden.
Een verplichte bijlage bij de aanvraag is een verklaring van de werkgever van de aanvrager. Hierin verklaart de werkgever dat de betreffende leraar een vast dienstverband voor onbepaalde tijd heeft en voor minimaal de helft van het dienstverband lesgebonden taken heeft zoals gedefinieerd in paragraaf 3.1. De werkgever verklaart tevens bekend te zijn met het programma Promotiebeurs voor leraren en de aan de subsidie verbonden voorwaarden en verplichtingen (paragraaf 3.1 en 3.2) en bereid te zijn om, als de aanvraag wordt toegewezen, voor maximaal 5 jaar studieverlof voor de helft van het dienstverband met een maximum van 0,4 fte te verlenen aan de leraar. Daarnaast verklaart de werkgever dat de leraar het niet-vrijgestelde deel van het dienstverband voor minimaal de helft belast blijft met lesgebonden taken.
De werkgever dient voor de verklaring gebruik te maken van het format opgesteld door NWO. De werkgeversverklaring kan gedownload worden op de website van NWO waar ook het aanvraagformulier staat (rondepagina > voorbereiden > Downloads voor uw aanvraag). NWO neemt uitsluitend werkgeversverklaringen in behandeling die ondertekend zijn door een daartoe gemachtigde vertegenwoordiger van het schoolbestuur.
Als een leraar bij meerdere scholen werkzaam is, dan dient de school waar de leraar het grootste vaste dienstverband heeft de verklaring op te stellen. Dit dienstverband moet voldoen aan de onder paragraaf 3.1 gestelde voorwaarden. Alleen de school waar de leraar het grootste dienstverband heeft kan de subsidie ontvangen, en deze school stelt de vervanger aan. Mocht het studieverlof over meerdere werkgevers verspreid zijn, dan vermeldt de werkgever waar de leraar het grootste vaste dienstverband heeft dat de overige werkgevers bereid zijn studieverlof te verlenen en dat met deze werkgevers afspraken zijn gemaakt over de inzet van de vervanging. Alle werkgevers die hieraan hun medewerking verlenen dienen de werkgeversverklaring mede te ondertekenen.
Het subsidieplafond voor deze Call for proposals bedraagt in totaal € 5.500.000. De aan te vragen subsidie per project hangt samen met de onderwijssector van de aanvrager en de omvang van de aangevraagde vrijstelling.
Leraren vragen voor vijf jaar een vervangingssubsidie aan voor een deel van hun lesgebonden taken om gedurende die periode onderzoek te doen, resulterend in een promotie. De aan te vragen vervangingssubsidie bedraagt de helft van de contractomvang (inclusief tijdelijke uitbreidingen op het moment van de deadline voor het indienen van aanvragen van deze Call for proposals). Het maximum aantal fte vervangingssubsidie bedraagt 0,4 fte, ook als de contractomvang groter is dan 0,8 fte.
Leraren met een contractomvang kleiner dan 0,8 fte vragen subsidie aan voor de helft van de feitelijke contractomvang op het moment van de deadline van deze Call for proposals.
Om de opgedane ervaring direct ten goede te laten komen aan de onderwijspraktijk, dient de aanvrager het niet-vrijgestelde deel van het contract voor minimaal de helft te (blijven) besteden aan lesgebonden taken. Heeft de aanvrager bijvoorbeeld een contract van 1,0 fte, dan bedraagt de vrijstelling 0,4 fte. Van de resterende 0,6 fte dient minimaal de helft, dus 0,3 fte, aan lesgebonden taken besteed te worden. Wanneer de aanvrager een contract heeft van 0,4 fte, dan bedraagt de vrijstelling dus 0,2 fte. Ook in dit voorbeeld dient minimaal de helft, dus 0,1 fte, aan lesgebonden taken besteed te worden.
De werkgever van de leraar van wie de aanvraag wordt toegewezen ontvangt subsidie om de leraar voor 5 jaar lang ten behoeve van het promotieonderzoek voor de helft van de contractomvang (met een maximum van 0,4 fte), te vervangen en vrij te stellen. De werkgever is verantwoordelijk voor het financieel beheer van de subsidie en legt hierover verantwoording af aan NWO. De projectleider is hiervoor het primaire aanspreekpunt.
De standaardbedragen worden gebaseerd op de gemiddelde loonkosten voor 0,4 fte en vastgesteld door het Ministerie van OCW. Deze zijn nog niet bekend en worden naar verwachting rond mei/juni 2026 op de programmawebsite gepubliceerd.2 NWO hanteert bij toewijzing deze nieuwe tarieven.
Hieronder staan de tarieven van de afgelopen voorjaarsronde (2026-I) vermeld. Er kan vanuit worden gegaan dat de tarieven gelijk blijven, dan wel enigszins stijgen middels indexering.
– voor leraren in het basisonderwijs: 37.300 euro per jaar
– voor leraren in het speciaal (voortgezet) onderwijs: 37.300 euro per jaar
– voor leraren in het voortgezet onderwijs: 37.300 euro per jaar
– voor leraren in het beroepsonderwijs en educatie: 38.200 euro per jaar
– voor leraren in het hoger beroepsonderwijs: 42.600 euro per jaar
De bedragen voor kleinere contracten worden naar rato aangepast.
Daarnaast ontvangen de leraren van wie de aanvraag wordt toegewezen een budget voor reiskosten in binnen- en buitenland en opleiding, van maximaal € 5.000 per jaar. Dit bedrag kan ingezet worden voor open access publicatiekosten, cursussen, congresbezoek en het aanschaffen van benodigde literatuur of andere direct aan het onderzoek gerelateerde kosten. Alleen werkelijk gemaakte kosten mogen gedeclareerd worden.
NWO werkt met het systeem ISAAC. Begin tijdig met de aanvraag in ISAAC.
Voor het opstellen van uw aanvraag doorloopt u de volgende stappen:
– maak een account aan of update indien nodig de gegevens als u al een account heeft;
– download het aanvraagformulier en de formats voor bijlagen in ISAAC;
– sla het ingevulde aanvraagformulier op als pdf en dien het in ISAAC in. Dien apart de bijlage(n) in;
– in ISAAC vult u daarnaast de gevraagde gegevens in, onder andere de disciplinecodes | NWO en de publiekssamenvatting in het Nederlands en Engels. De publiekssamenvatting publiceert NWO bij het nieuwsbericht over de toewijzingen van de subsidie, bedraagt 50-100 woorden en moet toegankelijk geschreven zijn voor een bredere doelgroep. De wetenschappelijke samenvatting wordt niet gepubliceerd vanwege intellectueel eigendom;
– nieuwe organisatie (uw school/werkgever) aanmelden die niet in de database van ISAAC staat? Dit kan tot 5 werkdagen voor de deadline via relatiebeheer@nwo.nl;
– de aanvraag is geschreven in het Nederlands of Engels.
Voorzie de aanvraag van de volgende verplichte bijlagen door deze te uploaden in ISAAC:
– Werkgeversverklaring
Gebruik voor de bijlagen alleen de door NWO aangeboden templates. Andere bijlagen dan hierboven vermeld zijn niet toegestaan. Alle bijlagen dienen als pdf-bestand (zonder beveiliging) te worden ingediend.
Documentatie, zoals formats voor indiening van de aanvraag, is ook beschikbaar via de financieringspagina van deze ronde op de NWO-website.
Voor vragen over ISAAC kan de handleiding ISAAC worden geraadpleegd (te vinden via de knop ‘help’ in ISAAC) of kan er contact worden opgenomen met de ISAAC-helpdesk. De ISAAC-helpdesk is bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 10.00 tot 17.00 uur op telefoonnummer +31 (0) 70 34 40 600. Mailen kan naar isaac.helpdesk@nwo.nl. Een reactie volgt binnen twee werkdagen.
NWO toetst een aanvraag op alle in deze Call for proposals gestelde voorwaarden, inclusief onderstaande voorwaarden. Alleen als de aanvraag aan deze voorwaarden voldoet, wordt de aanvraag in behandeling genomen.
Voorwaarden:
– de aanvraag is ontvangen voor de gestelde deadline;
– de aanvrager voldoet aan de in paragraaf 3.2 gestelde voorwaarden;
– de aanvraag voldoet aan de DORA richtlijnen zoals beschreven in paragraaf 4.3.4;
– de aanvraag is opgesteld met gebruikmaking van de formulieren die beschikbaar zijn gesteld in ISAAC en op de financieringspagina (webpagina) van deze ronde op de NWO-website;
– de datamanagementparagraaf is ingevuld (hiermee maken aanvragers kenbaar hoe met data voortkomend uit het onderzoek wordt omgegaan);
– het aanvraagformulier en de verplichte bijlagen zijn, na eventueel eenmalig verzoek tot aanvulling of wijziging, juist, compleet en volgens de instructies ingevuld;
– de aanvraag is ingediend via het ISAAC-account van de aanvrager;
– de aanvraag is in het Nederlands of Engels opgesteld;
– de aanvraag voldoet aan de eisen ten aanzien van de pagina- dan wel woordlimiet;
– de begroting in de aanvraag is volgens de voorwaarden van deze Call for proposals opgesteld (gebruikmakend van het beschikbaar gestelde format dat de meest recente tarieven bevat);
– het voorgestelde project heeft een looptijd van maximaal 5 jaar.
In het aanvraagformulier kunnen aanvullende voorwaarden, toelichtingen, werkwijzen en vragen staan die nodig zijn om het formulier correct te kunnen invullen.
In behandeling nemen en administratieve correcties
Zo snel mogelijk nadat de benodigde stukken zijn ingediend, ontvangt de aanvrager bericht of NWO de aanvraag in behandeling neemt. Houd er rekening mee dat NWO de aanvrager binnen twee weken na de indieningsdeadline kan benaderen om eventuele administratieve correcties door te voeren om (alsnog) te voldoen aan de voorwaarden voor indiening.
De aanvrager krijgt één keer de gelegenheid om binnen maximaal vijf werkdagen de correcties door te voeren. Als blijkt dat gecorrigeerde stukken wederom niet volledig en/of juist zijn, neemt NWO de aanvraag niet in behandeling.
Informeren eigen onderzoeksorganisatie
NWO gaat ervan uit dat aanvragers de onderzoeksorganisatie waar zij werkzaam zijn hebben geïnformeerd over het indienen van de aanvraag en dat de organisatie de subsidievoorwaarden van deze Call for proposals aanvaardt. Tijdens het aanvraagproces communiceert NWO met de aanvrager.
In dit hoofdstuk staat informatie over de beoordelingsprocedure van een aanvraag.
De beoordeling vindt plaats aan de hand van inhoudelijke beoordelingscriteria en gaat van start nadat een aanvraag in behandeling is genomen. De aanvragen worden inhoudelijk beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:
1. Kwaliteit van het onderzoeksvoorstel (40%)
2. Impact (30%)
3. Kwaliteit van de kandidaat (30%)
De criteria Kwaliteit van het onderzoeksvoorstel, Impact en Kwaliteit van de kandidaat krijgen een score. Hierbij wordt de NWO-scoretabel gehanteerd op een schaal van 1 tot 9, waarbij ‘1’ excellent is en ‘9’ ontoereikend.
Alle aanvragen ontvangen een gewogen gemiddelde totaalscore op de criteria Kwaliteit van het onderzoeksvoorstel, Impact en Kwaliteit van de kandidaat en worden op basis van deze score in prioritering gezet. In rondes met vijf of meer aanvragen worden de scores van de leden van de beoordelingscommissie genormaliseerd om tot een prioritering te komen. NWO past normalisatie toe op basis van de mediaan en de gemiddelde deviatie.
Als na de bespreking van de aanvragen blijkt dat twee of meer aanvragen op basis van hun gewogen totaalscore niet van elkaar te onderscheiden zijn, dan is er sprake van een ex aequo-situatie (zie paragraaf 4.3.7).
De aanvraag als geheel moet tenminste de kwalificatie ‘zeer goed’ krijgen om in aanmerking te komen voor de subsidie. Voor meer informatie over de kwalificaties zie Financiering aanvragen, hoe werkt dat? | NWO.
Toelichting subcriteria
Kwaliteit van het onderzoeksvoorstel
– Theoretische inbedding (positionering/inbedding in wetenschappelijke theorie en/of debatten).
– Wetenschappelijke vraagstelling.
– Onderzoeksopzet passende bij de vraagstelling.
– Doeltreffendheid en helderheid van aanpak en methodologie.
– Haalbaarheid in het licht van: werkplan, beschikbare onderzoekstijd, beschikbare infrastructuur, begeleiding en kwaliteit van de onderzoeksgroep.
Impact
De aanvrager heeft de keuze om in het onderzoeksvoorstel de primaire focus te leggen op het bereiken van wetenschappelijke impact, maatschappelijke impact, of een combinatie daarvan. Daarnaast is de aanvrager verplicht om de educatieve impact van het onderzoeksvoorstel toe te lichten.
NWO beoordeelt wetenschappelijke impact als volgt;
− Bijdrage aan wetenschappelijke theorie.
− Potentiële vernieuwende waarde voor het eigen vakgebied, aanverwante vakgebieden en het bredere wetenschapsveld.
NWO beoordeelt maatschappelijke impact als volgt;
− Toegevoegde waarde voor maatschappelijke impact.
− Potentie voor maatschappelijke impact op de korte of lange termijn.
− Een plan voor de wijze(n) waarop maatschappelijke impact bereikt kan worden.
Onafhankelijk van de bovenstaande keuze, weegt de beoordelingscommissie als onderdeel van dit criterium ook mee;
− In hoeverre de motivatie voor de focus op wetenschappelijke impact en/of maatschappelijke impact overtuigend is.
− Indien de focus primair op wetenschappelijke impact ligt: op welke manier proportionele aandacht gegeven wordt aan maatschappelijke impact.
− Indien de focus primair op maatschappelijke impact ligt: op welke manier proportionele aandacht gegeven wordt aan wetenschappelijke impact.
Naast de gekozen focus op wetenschappelijke impact, maatschappelijke impact of een combinatie daarvan is de aanvrager verplicht om de educatieve impact van het onderzoeksvoorstel toe te lichten. Dit maakt ook deel uit van dit criterium en wordt onafhankelijk van de gekozen focus beoordeeld. De educatieve impact wordt als volgt beoordeeld:
− Wat de bijdrage van het onderzoek aan het eigen onderwijs, aan de eigen school van de kandidaat en aan de onderwijspraktijk in brede zin is. Tevens dient een kandidaat inzicht te geven in de toegevoegde waarde van de beurs voor de eigen ontwikkeling als leraar.
Het is mogelijk een positieve score te krijgen voor dit criterium als de focus van het voorstel ligt op wetenschappelijke impact, als de focus ligt op maatschappelijke impact, of als de focus verspreid is over beide vormen van impact. De score voor dit criterium is onafhankelijk van de gekozen focus; de ene vorm van impact is niet beter of minder dan de andere.
Kwaliteit van de kandidaat
– Een kandidaat heeft bij voorkeur een universitaire vooropleiding genoten die aansluit bij het onderwerp van onderzoek. Ook kandidaten zonder universitaire vooropleiding kunnen een aanvraag indienen, maar besteden idealiter in het werkplan extra aandacht aan vaardigheden die nog verworven moeten worden.
– Academische onderzoekservaring: enige academische onderzoekservaring in de vorm van bijvoorbeeld het uitvoeren van een pilotonderzoek, het schrijven van wetenschappelijke publicatie(s), bijwonen van congressen, of een reeds gestart promotietraject strekt tot aanbeveling.
– Motivatie voor promotieonderzoek: een duidelijke affiniteit met het onderwerp van onderzoek is een minimale voorwaarde. Daarnaast dienen kandidaten te motiveren waarom zij promotieonderzoek willen gaan uitvoeren.
– Opleidingsplan: er wordt beschreven welke eventuele lacunes wat betreft kennis en vaardigheden er bij de kandidaat bestaan en hoe deze zullen worden ondervangen.
– Overtuigingskracht van de kandidaat in de discussie met de commissie.
Toelichting beoordeling reeds begonnen onderzoek
Kandidaten die reeds begonnen zijn met hun promotieonderzoek, en niet de volledige vijf jaar van de beurs nodig denken te hebben, dienen voldoende inzichtelijk te maken wat de status is van het lopende onderzoek en de daaruit verkregen onderzoeksresultaten. Tevens dienen zij in hun aanvraag duidelijk naar voren te laten komen over welk deel van het lopende onderzoek de beurs wordt aangevraagd. Alleen dit deel van het onderzoek zal worden beoordeeld aan de hand van bovengenoemde criteria.
De beoordelingsprocedure van de aanvraag bestaat uit de volgende stappen (zie het tijdpad in paragraaf 3.1):
– preadvisering beoordelingscommissie;
– interviewselectie;
– interview;
– vergadering van de beoordelingscommissie;
– besluitvorming.
Voor deze Call for proposals wordt een externe, onafhankelijke beoordelingscommissie ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers uit de wetenschap met kennis van het vakgebied. De taak van de beoordelingscommissie is om de ingediende aanvragen te beoordelen aan de hand van de beoordelingscriteria. Iedere aanvraag wordt op zichzelf staand beoordeeld.
Vanwege de aanwezige expertise in de beoordelingscommissie en de geringe omvang van de subsidie, heeft NWO besloten om bij de beoordeling van de aanvragen gebruik te maken van de mogelijkheid gegeven in artikel 2.2.4, lid 2, van de NWO Subsidieregeling 2024, om de beoordelingsprocedure uit te voeren zonder referenten in te schakelen.
De aanvraag wordt voor commentaar voorgelegd aan de beoordelingscommissie. Daarbinnen worden per aanvraag bij voorkeur minstens twee preadviseurs aangewezen. De preadviseurs geven schriftelijk een inhoudelijk en beargumenteerd commentaar op de aanvraag. Zij formuleren dit commentaar aan de hand van de inhoudelijke beoordelingscriteria (zie paragraaf 4.1) en geven de aanvraag per beoordelingscriterium een cijfermatige score. Hierbij wordt de NWO-scoretabel gehanteerd (op een schaal van 1 tot 9, waarbij ‘1’ excellent is en ‘9’ ontoereikend). De datamanagementparagraaf wordt niet beoordeeld en daarom ook niet meegewogen in de beslissing om een aanvraag al dan niet toe te wijzen. De beoordelingscommissie kan wel advies geven met betrekking tot de datamanagementparagraaf.
Voor de interviewselectie worden de aanvragen aan de beoordelingscommissie voorgelegd. De beoordelingscommissie maakt op basis van deze documenten een eigen afweging die resulteert in een prioritering. Vervolgens ontvangen de hoogst geprioriteerde aanvragen een uitnodiging voor een interview. Aanvragers die geen uitnodiging voor het interview ontvangen, komen niet voor toewijzing in aanmerking.
Ter voorbereiding op het interview ontvangt de aanvrager enkele vragen en gespreksonderwerpen (‘aandachtspunten’) van de preadviseurs.
Tijdens het interview heeft de beoordelingscommissie de gelegenheid om vragen te stellen. Dit kunnen ook nieuwe vragen zijn die niet in de aandachtspunten zijn opgeworpen. De aanvrager kan hier tijdens het interview in de discussie met de commissie op reageren. Op deze wijze wordt hoor- en wederhoor toegepast. Het interview is een belangrijk onderdeel van de beoordeling en kan leiden tot bijstelling van de beoordeling en de score van de aanvraag tot dan toe.
Na afloop van het interview vindt een nabespreking plaats, waarin de commissieleden die aanwezig waren bij het interview bespreken of de kandidaat goed is ingegaan op de vragen van de commissie. Zij geven op basis van de aanvraag en het interview commentaar aan de hand van de inhoudelijke beoordelingscriteria (zie paragraaf 4.3.1) en geven de aanvraag per beoordelingscriterium een cijfermatige score. Hierbij wordt de volgende NWO scoretabel gehanteerd:
• 1,0 tot en met 1,4: excellent
• 1,5 tot en met 3,4: zeer goed
• 3,5 tot en met 5,4: goed
• 5,5 tot en met 9,0: ontoereikend
De beoordelingscommissie stelt naar aanleiding van de bespreking een schriftelijk advies op aan Domeinbestuur Sociale en Geesteswetenschappen over de kwaliteit en prioritering van de aanvragen. Dit advies baseert zij op de beoordelingscriteria. De aanvraag als geheel moet tenminste de kwalificatie ‘zeer goed’ krijgen om in aanmerking te komen voor de subsidie.
Voor meer informatie over de kwalificaties zie Financiering aanvragen, hoe werkt dat? | NWO.
Voor de besluitvorming toetst het bestuur van NWO-domein SGW de gevolgde procedure en het advies van de beoordelingscommissie. De definitieve kwalificaties worden vastgesteld en over de toe-en afwijzing van de aanvragen wordt besloten. De aanvrager ontvangt na dit besluit van NWO bericht of de aanvraag is toegewezen of afgewezen. De aanvrager ontvangt ook een brief (per e-mail) met daarin het besluit.
4.3 Richtlijnen en kaders voor de beoordeling
Onderstaande richtlijnen en kaders zijn van toepassing tijdens de beoordeling van uw aanvraag.
Voor alle bij de beoordeling en/of besluitvorming betrokken personen en betrokken NWO-medewerkers is de NWO Code Persoonlijke Belangen van toepassing.
Het gebruik van generatieve AI is volledig uitgesloten bij de beoordeling van een aanvraag. Meer informatie over het beleid op generatieve AI vindt u op de website (NWO-beleid op het gebruik van generatieve artificial intelligence (GAI) | NWO).
NWO streeft naar een inclusieve cultuur, waarin geen plaats is voor bewuste of onbewuste barrières vanwege culturele, etnische of religieuze achtergrond, gender, seksuele oriëntatie, gezondheid of leeftijd (Diversiteit en inclusie | NWO). NWO biedt leden van een beoordelingscommissie handvatten voor het inclusief beoordelen bij de schriftelijke beoordeling en bij de vergadering van de beoordelingscommissie (Inclusief beoordelen | NWO).
NWO hanteert bij het beoordelen van het wetenschappelijke track record van aanvragers een brede definitie van wetenschappelijke output.
NWO verzoekt de beoordelingscommissie bij de beoordeling van de aanvragen niet af te gaan op indicatoren als de Journal Impact Factor of de h-index. Deze mogen niet worden vermeld in de aanvraag. Wel mogen naast publicaties ook andere wetenschappelijk producten worden vermeld, zoals datasets, patenten, software, code enzovoort.
De basis voor dit beleid ligt in de ‘San Francisco Declaration on Research Assessment’ (DORA), ondertekend door NWO. DORA is een wereldwijd initiatief dat beoogt de manier te verbeteren waarop onderzoek en onderzoekers worden beoordeeld. DORA bevat aanbevelingen voor onderzoeksfinanciers, onderzoeksorganisaties, wetenschappelijke tijdschriften en andere partijen.
In de Nationale leidraad kennisveiligheid hebben de Nederlandse kennissector (waaronder NWO) en verschillende onderdelen van de rijksoverheid handvatten vastgelegd voor wie binnen onderzoeksorganisaties te maken heeft met internationale samenwerking en daarbij kansen en (veiligheids-)risico’s tegen elkaar moet afwegen. Bij de aanpak van kennisveiligheid binnen Nederland staat zelfregulering door de kennissector centraal.
NWO verwacht van aanvragers dat zij zich conformeren aan het kennisveiligheidsbeleid van de onderzoeksorganisatie. Indien NWO signalen ontvangt dat een aanvraag of toegewezen project kennisveiligheidsrisico’s met zich meebrengt, kan NWO de aanvrager of projectleider verzoeken inzicht te geven in de risico mitigerende maatregelen. Daarnaast kan NWO besluiten om in het subsidieverleningsbesluit nadere voorwaarden op te nemen ter bescherming van de kennisveiligheid.
De Nationale leidraad kennisveiligheid vindt u op de website van de rijksoverheid: Home | Loket Kennisveiligheid.
Tegemoetkomingsregeling bij overmacht
Aanvragers die gedurende de beoordelingsprocedure verhinderd zijn om tijdig de benodigde input te leveren kunnen mogelijk een beroep doen op de Tegemoetkomingsregeling bij overmacht | NWO.
Tegemoetkomingsregeling kindverlof
Voor aanvragers die gedurende de beoordelingsperiode verlof hebben in verband met de komst van een kind (kindverlof) biedt NWO, voor instrumenten waarin geen medeaanvragers mogen worden opgevoerd, de mogelijkheid om gebruik te maken van de Tegemoetkomingsregeling kindverlof | NWO.
De aanvrager dient om gebruik te maken van deze regeling(en) een met redenen omkleed schriftelijk verzoek in bij NWO via de contactpersoon van deze ronde (zie hoofdstuk 6). Bij dit verzoek verstrekt de aanvrager alle informatie op grond waarvan NWO een beslissing kan nemen, met inbegrip van informatie waaruit blijkt dat de aanvrager is verhinderd om input te leveren wegens kindverlof en/of een overmachtssituatie.
Onder ex aequo verstaat NWO de situatie waarin twee of meer aanvragen op basis van hun gewogen score niet van elkaar te onderscheiden zijn. Een ex aequo situatie is relevant rondom de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens. Of er sprake is van een ex aequo situatie wordt als volgt bepaald. Het uitgangspunt is de door de beoordelingscommissie opgestelde prioritering, met eindscores afgerond op 2 decimalen. De referentiescore is de score van de laagst geprioriteerde aanvraag binnen de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens. Alle aanvragen met een score die 0,05 of minder van de referentiescore afliggen, worden in overweging genomen. Zo worden de aanvragen geselecteerd die binnen 0,10 gelijk zijn. Indien een ex aequo situatie zich voordoet op de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens, dan zal de aanvraag met toereikende scores voor alle criteria (zie 4.3.1 van deze Call for proposals) als hoogste eindigen. Als de ex aequo situatie daarmee niet wordt doorbroken, zal de aanvraag met de hoogste score op het criterium ‘Kwaliteit van het onderzoeksvoorstel’ als hoogste eindigen. Als ook dan aanvragen gelijk eindigen bepaalt de beoordelingscommissie met behulp van een (anonieme) meerderheidsstemming de prioritering (conform artikel 2.2.6, vijfde lid van de NWO Subsidieregeling 2024). Als ook stemming geen uitsluitsel biedt, of niet gewenst is, wordt de ex aequo situatie doorgestuurd naar het besluitnemend orgaan.
In dit hoofdstuk staan de voorwaarden en verplichtingen die gelden na toewijzing van de subsidie. Dit hoofdstuk is hoofdzakelijk relevant voor aanvragers van toegewezen aanvragen.
Na toewijzing van een aanvraag wordt de aanvrager automatisch de projectleider en het aanspreekpunt voor NWO. De onderzoeksorganisatie van de projectleider is de begunstigde en wordt penvoerder. De projectleider en penvoerder zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de uitvoering van het gehele project.
De projectleider van het project ontvangt namens het bestuur van NWO-domein SGW een subsidieverleningsbesluit. Daarin staan ook specifieke formulieren of richtlijnen vermeld. Het startformulier, het datamanagementplan en indien van toepassing een ethische verklaring dienen voor aanvang van het project te worden ingediend. Zonder deze documenten mag het project niet starten. De subsidie wordt uitbetaald in termijnen nadat aan alle startvoorwaarden is voldaan.
Algemeen
Het onderzoeksproject moet uiterlijk binnen een jaar na de toewijzing van de subsidie starten. Een leraar die een promotiebeurs krijgt, heeft vanaf de startdatum van het toegewezen promotieonderzoek maximaal zes jaar de tijd om de promotie af te ronden. Het traject wordt voor maximaal de eerste vijf jaar gesubsidieerd. Mocht het proefschrift dan nog niet zijn afgerond, dan heeft de leraar nog een jaar de tijd om het proefschrift zonder subsidie van NWO af te ronden in eigen tijd en/of op eigen kosten. NWO zal vanaf de subsidieverlening jaarlijks monitoren via voortgangsrapportages of de voortgang van het onderzoeksproject nog zodanig is dat zowel de promovendus als de promotor verwachten dat het mogelijk is om binnen deze tijdspanne tot een promotie te komen. Mocht dat tijdpad niet langer haalbaar lijken of zijn, dan neemt NWO contact op met de leraar en de betrokken promotor. Mocht uit overleg blijken dat een promotie binnen het beoogde tijdpad inderdaad niet meer mogelijk wordt geacht, dan zal NWO de subsidie stopzetten.
Overeenkomstig de doelstellingen van het programma spoort NWO leraren aan om na het afronden van de subsidie nog minimaal 2 jaar werkzaam te blijven aan een door de Nederlandse overheid bekostigde onderwijsinstelling.
Om de start van het project aan te geven, dient gebruik te worden gemaakt van het startformulier. Het startformulier wordt tegelijk met het subsidieverleningsbesluit aan de projectleider gestuurd.
Projectleiders kunnen anderen machtigen om administratieve acties voor hun project uit te voeren in het ISAAC systeem. Meer informatie over de machtigingsregeling voor projectleiders staat hier: Machtigingsregeling voor projectleiders | NWO.
Bij goed onderzoek hoort verantwoord datamanagement. Voorafgaand aan de start van het project werkt de projectleider de datamanagementparagraaf (zie paragraaf 3.5) uit tot een datamanagementplan. Als er door referenten en de beoordelingscommissie advies gegeven is over datamanagement, dan kan daarvan gebruik worden gemaakt. De projectleider beschrijft in het plan of er gebruik gemaakt wordt van bestaande data of dat het om een nieuwe dataverzameling gaat en hoe de dataverzameling dan FAIR – vindbaar, toegankelijk, interoperabel en herbruikbaar – gemaakt wordt.
Het datamanagementplan moet worden afgestemd met een datasteward of vergelijkbare functionaris van de onderzoeksorganisatie waar het project wordt uitgevoerd. Het datamanagementplan moet voor de startdatum van het project via ISAAC bij NWO worden ingediend. NWO beoordeelt het plan. Goedkeuring van het datamanagementplan door NWO is een voorwaarde voor de subsidieverlening. Het plan kan tijdens het onderzoek worden bijgesteld.
Tijdens de loop van het project houdt de projectleider NWO op de hoogte van de voortgang. Dit gebeurt op verschillende manieren.
NWO vraagt jaarlijks de voortgang van een project op. De projectleider ontvangt tijdig per e-mail een verzoek voor het opstellen en indienen van een voortgangsverslag, inclusief de deadline voor indiening. Een voortgangsverslagsjabloon wordt via ISAAC beschikbaar gesteld. Indien er een afwijkend voortgangsverslagsjabloon voor het project geldt, krijgt de projectleider daar informatie over. Omdat voor deze ronde een Impact Outlook benadering van toepassing is, wordt de projectleider gevraagd om langs de lijnen van deze benadering over maatschappelijke impact te rapporteren.
NWO wil op de hoogte blijven van alle output die het onderzoek oplevert, zowel wetenschappelijk als voor het brede publiek. Op de NWO-website is meer informatie te vinden over verschillende soorten output. Projectleiders kunnen deze output indienen via het ISAAC-systeem.
Als er tijdens de looptijd van het project wijzigingen zijn ten opzichte van de toegewezen aanvraag en begroting dan moet de projectleider deze wijzigingen vooraf ter goedkeuring voor leggen aan NWO via een wijzigingsformulier. Zie ook art.3.4 van de NWO Subsidieregeling 2024.
Hieronder staan de richtlijnen en kaders beschreven die van toepassing zijn op de uitvoering van het project.
Net zoals bij de beoordeling (zie paragraaf 4.3) is na toewijzing de Nationale leidraad kennisveiligheid van toepassing. NWO verwacht van projectleiders dat zij zich conformeren aan het kennisveiligheidsbeleid van de onderzoeksorganisatie. In het subsidieverleningsbesluit kunnen nadere voorwaarden zijn opgenomen ter bescherming van de kennisveiligheid. De Nationale leidraad kennisveiligheid vindt u op de website van de rijksoverheid: Loket Kennisveiligheid.
Het is de verantwoordelijkheid van de projectleider om na te gaan of voor de uitvoering van het voorgestelde project een ethische verklaring of vergunning noodzakelijk is. Het wel of niet hebben van een ethische verklaring of vergunning op het moment van het aanvraagproces heeft geen invloed op de beoordeling van de aanvraag. Als er een ethische verklaring of vergunning nodig is voor (een deel van) het onderzoek dan moet de projectleider een kopie van deze verklaring of vergunning aan NWO verstrekken nadat het project is toegewezen, en in ieder geval uiterlijk voordat het project waarvoor de verklaring nodig is van start gaat. Het project waarvoor de verklaring en/of vergunning vereist is, kan (nog) niet worden uitgevoerd zolang er geen verklaring of vergunning is verstrekt.
Onderzoek dient volgens de normen van de Nederlandse Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit (2018) te worden uitgevoerd. In geval van (mogelijke) schending van deze normen, moet de projectleider NWO hiervan onmiddellijk op de hoogte stellen en alle relevante documenten aan NWO overleggen. Onderzoekers kunnen ook een klacht indienen bij de Commissie Wetenschappelijke Integriteit van hun onderzoeksorganisatie of bij het Meldpunt wetenschappelijke integriteit | NWO.
NWO hecht grote waarde aan de wetenschappelijke integriteit van door haar gefinancierd onderzoek en spant zich in om integriteitsschendingen te voorkomen en te signaleren. Niet-integer onderzoek kan immers leiden tot directe schade (bijvoorbeeld aan de omgeving of patiënten), en kan het publieke vertrouwen in de wetenschap en het vertrouwen tussen wetenschappers onderling aantasten.
Uit het project kan kennis voortkomen die geschikt is voor toepassing in de maatschappij. Bij het aangaan van afspraken over licentie- en/of overdracht van onderzoeksresultaten dient rekening te worden gehouden met de tien principes voor maatschappelijk verantwoord licentiëren, die te vinden zijn op de website van UMCNL.
Onderzoekers moeten de noodzakelijke acties ten aanzien van het Nagoya Protocol nemen. Het Nagoya Protocol zorgt voor een eerlijke verdeling van voordelen die voortvloeien uit het gebruik van genetische bronnen, inclusief (traditionele) kennis over deze bronnen (Access and Benefit Sharing; ABS). Onderzoekers die gebruik maken van deze bronnen (in of uit het buitenland) dienen zich op de hoogte te stellen van het Nagoya Protocol (Home | ABS Focal Point).
Het beleid van NWO met betrekking tot intellectueel eigendom (IE) is te vinden in de NWO Subsidieregeling 2024.
Projectleiders moeten een door NWO gefinancierd project uitvoeren in de tijd dat ze voor de begunstigde onderzoeksorganisatie werken. Indien een projectleider of een door NWO gefinancierde onderzoeker bij meerdere werkgevers is aangesteld, dient de niet-begunstigde werkgever afstand te doen van eventuele intellectuele eigendomsrechten die uit het project voortvloeien.
Uiterlijk drie maanden na het einde van de looptijd van het project levert de projectleider schriftelijk een inhoudelijk en financieel eindverslag in. Het niet of niet tijdig indienen van deze verslagen kan leiden tot het lager of op nihil vaststellen van de subsidie. De projectleider ontvangt een verzoek per e-mail, inclusief de deadline voor indiening. Deze sjablonen worden via ISAAC beschikbaar gesteld.
Open Science is de beweging die staat voor een meer open en participatieve onderzoekspraktijk waarbij publicaties, data, software en andere vormen van wetenschappelijke informatie in een zo vroeg mogelijk stadium gedeeld worden en voor hergebruik beschikbaar gesteld worden.
Wetenschappelijke publicaties over het project dienen Open Access beschikbaar te zijn volgens de Beleidsregel Open Access. Op de website van NWO staat beschreven welke opties er zijn voor het Open Access beschikbaar maken van verschillende typen publicaties zoals wetenschappelijke artikelen, boeken en boekhoofdstukken en proefschriften. Op de NWO-website staat ook informatie over de toepassing van licenties.
Leidt NWO-onderzoek tot een publicatie of andere relevante onderzoeksoutput? Dan moet de penvoerder bij de acknowledgements NWO noemen als financier.
Vragen over de financiering van aanvragen?
Kijk voor meer informatie op Financiering aanvragen, hoe werkt dat? | NWO.
Vragen over de inhoud van deze ronde?
Voor inhoudelijke vragen over deze ronde kan contact worden opgenomen met:
Lineke Geelhoed-Ouwerkerk
Tel. + 31 70 344 0647
E-mail: leraren@nwo.nl
Technische vragen over het elektronische aanvraagsysteem ISAAC?
Voor vragen over ISAAC kan de handleiding ISAAC worden geraadpleegd (te vinden via de knop ‘help’ in ISAAC). Daarnaast kan er contact opgenomen worden met de ISAAC-helpdesk. De ISAAC-helpdesk is bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 10.00 tot 17.00 uur CET/CEST op telefoonnummer +31 (0)70 34 40 600. U kunt uw vraag ook per e-mail stellen via isaac.helpdesk@nwo.nl. U ontvangt dan binnen twee werkdagen een reactie.
Hieronder vindt u een lijst met de gebruikte afkortingen in paragraaf 3.3.2.
– EUR: Erasmus Universiteit Rotterdam
– LEI: Universiteit Leiden
– OU: Open Universiteit
– PThU: Protestantse Theologische Universiteit
– RUG: Rijksuniversiteit Groningen
– RU: Radboud Universiteit Nijmegen
– TU: Theologische Universiteit
– TUA: Theologische Universiteit Apeldoorn
– TUD: Technische Universiteit Delft
– TUE: Technische Universiteit Eindhoven
– UM: Universiteit Maastricht
– UT: Universiteit Twente
– UU: Universiteit Utrecht
– UvA: Universiteit van Amsterdam
– UvH: Universiteit van Humanistiek
– UvT: Universiteit van Tilburg
– VU: Vrije Universiteit Amsterdam
– WUR: Wageningen Universiteit en Research
– Nyenrode
– NCB Naturalis
Indien er meer dan één promotor is, dan gelden bovenstaande vereisten voor alle promotores. Gelieve voorafgaand aan het indienen van de aanvraag contact op te nemen met NWO via leraren@nwo.nl indien u twijfelt of de promotor aan de bovenstaande eisen voldoet.
Indien er meer dan één promotor is, dan gelden bovenstaande vereisten voor alle promotores. Gelieve voorafgaand aan het indienen van de aanvraag contact op te nemen met NWO via leraren@nwo.nl indien u twijfelt of de promotor aan de bovenstaande eisen voldoet.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-7768.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.